zondag, oktober 16, 2005

Het vrije woord en de ideologie van de multiculturele samenleving

Bij wijze van inleiding, een wekroep.

1. Na de bezorgde lezing door onze Noord-Nederlandse collega Cliteur (The Nature and Limits of Academic Freedom in a multicultural society) wil ik op mijn beurt graag een antwoord proberen te geven op de vraag naar de staat van de vrijheid van meningsuiting in dit land met betrekking tot de zogenaamde problematiek van de multiculturele samenleving.

Laat mij maar dadelijk zeggen dat het antwoord op de vraag of die vrijheid van meningsuiting rechtens nog bestaat in dit land m.i. duidelijk neen is. Die vrijheid wordt in ons land weliswaar nog niet vermoord met kogels. Doch in andere opzichten is het in ons land nog slechter gesteld: het is niet één of andere doorgeslagen terrorist die de vrijheid hier inperkt, maar de overheid zelf, de staat, de regering, het gerechtelijk apparaat dat precies tot taak zou moeten hebben die vrijheid te beschermen. Een steeds groeiend deel van de Vlaamse bevolking heeft dan ook terecht het gevoel dat de vrijheid van meningstuiting inzake de multiculturele samenleving sinds enige tijd niet meer geldt.

2. Die vrijheid is in het bijzonder afgeschaft in de volgende omstandigheden:
"in openbare bijeenkomsten of plaatsen; in tegenwoordigheid van verscheidene personen, in een plaats die niet openbaar is, maar toegankelijk voor een aantal personen die het recht hebben er te vergaderen of ze te bezoeken; in om het even welke plaats, in tegenwoordigheid van de beledigde en voor getuigen; in geschriften, al dan niet gedrukt, prenten of zinnebeelden, die aangeplakt, verspreid of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld worden; en zelfs in geschriften, die niet openbaar gemaakt, maar aan verscheidene personen toegestuurd of meegedeeld worden."

Dat is immers de ruime definitie van "openbaar" in het Belgisch Strafwetboek. En in al die omstandigheden is het volgens de Belgische wet verboden om aan te zetten tot discriminatie of haat jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan wegens een zogenaamd ras, zijn huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming, en zelfs verboden om nog maar openbaar het voornemen tot discriminatie of haat te uiten, waarbij reeds als discriminatie geldt "elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur, die tot doel heeft of ten gevolge heeft of kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan, aangetast of beperkt".

3. Die bepaling criminaliseert dus wel degelijk loutere meningsuitingen. Zoals ze door de Belgische onrechtspraak wordt uitgelegd, verbiedt zij openbaar verkondigde meningen waarin getwijfeld wordt aan alvast één aspect van de nieuwe staatsgodsdienst. Die nieuwe godsdienst is de godsdienst van het multiculturalisme (1). Een van de belangrijkste dogmata van die nieuwe godsdienst is precies de zogenaamd multiculturele samenleving - niet als een feitelijk begrip, maar als iets wat normatief wordt opgelegd als een te belijden ideaal. Dat ideaal is een dogma geworden dat niet meer in vraag wordt gesteld. Vandaar dat precies in het openbaar geuite afwijkende meningen over het onderscheid tussen mensen naargelang hun afkomst of gemeenschap waartoe ze behoren meer nog dan elke andere afwijkende mening moet worden bestreden. En dat bestrijden gebeurt niet met woorden - want daartoe heeft eenieder voor mij natuurlijk wel het recht - maar met georganiseerd geweld, namelijk gevangenisstraf en andere penale sancties.

Dat die bepaling, zoals ze wordt geïnterpreteerd, niet alleen hatelijk gedag criminaliseert maar ook loutere meningsuitingen, blijkt duidelijk uit het beruchte arrest van het Hof van beroep te Gent van 21 april 2004 - bevestigd door het Hof van cassatie op 9 november 2004 -: er is reeds een misdrijf door het loutere feit in het openbaar te pleiten voor een discriminerende wetswijziging, dit is een wetswijziging die in bepaalde opzichten een onderscheid maakt tussen categorieën van mensen naargelang hun afkomst of zelfs hun nationaliteit, wanneer dat onderscheid volgens de rechter niet redelijk en objectief is verantwoord (2). Ook wie stelt dat de bestaande wetten moeten worden geëerbiedigd, maar wel tegelijk pleit voor een wijziging van de wet in die zin, is dus strafbaar. De teksten van het EVRM en het Handvest van grondrechten in de Europese grondwet zijn vandaag gesacraliseerd tot heilige teksten die misschien nog wel op blote lijven mogen worden geschreven, maar waarvan de invraagstelling verboden is en zelfs strafrechtelijk wordt gesanctioneerd (3). Nog juister is misschien te zeggen dat het niet de grondrechten zijn die gesacraliseerd zijn, maar het gelijkheidsbeginsel. In naam van dat gelijkheidsbeginsel worden echte grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting afgeschaft.

4. Door de genoemde wet wordt aan alle burgers de plicht opgelegd om voortdurend mee te bouwen aan het "op voet van gelijkheid" garanderen van hetzelfde genot van rechten aan iedereen. Welnu, zoals ik elders heb uitgewerkt is het juist een van de basiskenmerken van een totalitaire staat dat er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen de plichten van de overheid en die van de burger, dat de burger geen enkele andere vrijheid meer heeft dan de overheid. Kort gezegd: dat de burger niet meer de vrijheid heeft om te discrimineren, de fundamenteelste van alle vrijheden (4).

Dat deze nefaste tendens niet alleen in de Belgische wetgeving aanwezig is, blijkt uit een ander voorbeeld, namelijk de anti-misbruikbepaling van het Handvest van grondvesten in het ontwerp van Europese grondwet (art. II-114 (5)). Die bepaling stelt dat geen van die rechten en vrijheden gebruikt mogen worden om ook maar één ervan af te schaffen of te beperken. Als men weet wat er intussen allemaal al tot mensenrecht gepromoveerd is, zoals bv. het recht op betaalde vakantie, dan betekent dit dat na goedkeuring van die grondwet er geen vrijheid van meningsuiting meer is om het recht op betaalde vakantie aan te vallen. Zo zou men ook niet meer mogen bepleiten dat menselijk bloed een verkoopbaar goed moet zijn. Een van de bepalingen uit het Handvest is immers dat het verboden is om bloed te verkopen. In dezelfde zin zal men niet langer de stelling mogen verdedigen dat het nastreven van een hoog niveau van consumentenbescherming in sommige aangelegenheden nonsensicaal is. Uit deze voorbeelden ziet men dat het een kwalijke gewoonte is om over "de mensenrechten" te spreken, terwijl zich binnen die categorie rechten van zeer uiteenlopend gehalte en belang bevinden. De term "mensenrechten" komt er eigenlijk op neer dat men de echte fundamentele vrijheden zoals de vrijheid van geweten, meningsuiting, godsdienst en vereniging verdrinkt en inperkt door ze te verlagen tot het niveau van allerlei andere zogenaamde rechten. In ieder geval is die ene zogenaamde misbruikbepaling van de ontwerp-grondwet al voldoende abject om dat Charter en daarmee ook die hele grondwet te verwerpen, omdat ze een nieuwe vorm van totalitarisme, een nieuw soort secularistische theocratie bekrachtigt.

5. Deze afschaffing van de vrijheid van meningsuiting wordt onder druk van de overheid ook doorgevoerd in de academische wereld. De zogenaamde antidiscriminatieverklaring van de Universiteit Gent bevat een verregaande beperking van de meningsvrijheid, tot en met bepalingen die gelijk luiden met wetsbepalingen die door het grondwettelijk Hof ongrondwettig zijn verklaard. En vanzelfsprekend zijn er altijd wel academici te vinden die in plaats van er een punt van eer van te maken de vrijheid van denken te verdedigen, collaboreren aan die repressie, ze legitimeren, en ertoe aanzetten.

Behalve de meningsbreidel door de regering en het gerechtelijk apparaat, is er ook de vaak nog verregaander publieke intimidatie van "afwijkende meningen" door de weldenkenden van onze maatschappij.

Ik ben hoogleraar in de rechten. Het is dus mijn professionele taak om rechtsontwikkelingen, inbegrepen rechterlijke beslissingen, kritisch te becommentariëren. Ik moet toegeven dat ik het niet meer durf te zeggen en te schrijven wat ik denk van sommige rechterlijke beslissingen, zoals in het bijzonder het cassatie-arrest van 9 november 2004 in de zaak van het Centrum voor Gelijke Kansen en racismebestrijding - een overheidinstelling die is opgericht om de fundamentele vrijheden met overheidsgeld te lijf te gaan - tegen de Vlaamse concentratie. Niet alleen zou ik woorden te kort komen, ik durf ze ook niet te publiceren, omdat ik het me als advocaat in dit land niet kan permitteren (6).

De kern van de zaak: een dubbel onderscheid

6. Nadat ik U hopelijk wakker heb gemaakt, probeer ik de kern van de zaak even samen te vatten. En die kern van de zaak vertrekt bij een dubbel onderscheid: enerzijds het onderscheid tussen recht en moraal en anderzijds het onderscheid tussen de vrijheid van de burger en die van de overheid. Die twee onderscheidingen vormen de essentie van het verschilt tussen een totalitaire maatschappij en een vrije democratische samenleving: de eerste maakt die twee onderscheidingen niet of nauwelijks, van de tweede vormen ze het belangrijkste fundament.

7. Het totalitarisme wordt bovenal gekenmerkt door een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad; datgene wat als goed geldt moet dan ook worden opgelegd - desnoods met geweld - en wat als kwaad geldt bestreden in plaats van getolereerd (7). In een democratie is er weinig zwart of wit en veel grijs, veel ruimte voor twijfel. In dubiis libertas. Die ruimte is het domein van de burgerlijke samenleving, niet van de staat. Het is de ruimte voor het morele debat, opengehouden door de juridische vrijheden.

Dit onderscheid tussen recht en moraal, en tussen staat en civil society, en de daarmee samenhangende fundamentele vrijheden, zijn belangrijke evolutionaire verworvenheden van het Westen. Ze zijn niet vanzelfsprekend, en dienen dan ook steeds opnieuw tegen totalitaire tendensen te worden verdedigd. Deze totalitaire tendensen vermommen zich daarbij maar al te vaak als verdedigers van het goede, als intolerante verdedigers van het goede. Want zoals de Joods-Nederlandse historicus Jacques Presser het al enkele decennia geleden zei "als het fascisme ooit terugkomt, zal het dat doen onder de naam antifascisme" (7bis).

8. Het onderscheid tussen recht en moraal is in twee richtingen essentieel: op de eerste plaats betekent het dat de juridische vrijheid ook - ja zelfs vooral - de vrijheid omvat om door anderen immoreel geachte meningen te uiten. Zij mogen niet met geweld worden bestreden Maar even belangrijk is natuurlijk dat dit onderscheid ook betekent dat het morele debat niet door het recht wordt gesmoord: de juridische vrijheid om iets te doen of te zeggen is nog geen morele legitimatie. Zij verhindert anderen niet om die mening of gedraging immoreel te vinden en op geweldloze manier te bestrijden.

Vandaag de dag zien we echter meer en meer een perverse identificatie van recht en moraal:
- enerzijds leidt dit ertoe dat te veel fatsoensregels - bv. niet aanzetten tot haat - tot dwingende rechtsregels worden verheven - hypertrofie van de moraal -, wat het morele debat verstikt door het opleggen van te veel uniformiteit.
- maar omgekeerd leidt het er ook toe dat de niet afdwingbaar gestelde fatsoensregels elke morele aanspraak verliezen. Dit fenomeen zien we de laatste jaren sterk in de pervertering van het begrip "tolerantie", waarmee het burgers onmogelijk wordt gemaakt om dingen die ze immoreel achten nog geweldloos te bestrijden. Het meest uitgesproken voorbeeld daarvan is de criminalisering van de zogenaamde "homofobie"- begrip dat als knots gebruikt wordt om elk moreel debat te fnuiken.

Het is deze perversiteit die geleid heeft tot het wegsturen van de Italiaanse christendemocraat Rocco Buttiglione als eurocommissaris. De nieuwe europese staatsgodsdienst, de Eu-religie, aanvaardde namelijk niet meer het door hem gehanteerde onderscheid tussen misdrijf (recht) en zonde (moraal). Buttiglione aanvaarde als perfecte democraat dat wat zondig was nog niet moet verboden worden, de secularisten konden echter niet aanvaarden dat iemand iets wat niet wettelijk verboden was nog zonde mag vinden (8).

9. Het is dus dringend tijd om meer ruimte te scheppen voor moreel zowel als politiek debat - ook inzake de zogenaamde multiculturele samenleving. Deze ruimte vereist het herstel van de vrijheid van meningsuiting, dus de afschaffing van alle wetgeving die zogenaamd racistische of discriminerende meningsuitingen verbiedt. Onfatsoenlijke meningen dient men niet te verbieden, maar door tegenmeningen te bestrijden. Iedereen heeft het recht om Rocco Buttiglione homofoob te noemen, net zoals ik het recht heb om iemand die het woord homofobie gebruik een intolerante en gevaarlijke fobomaan te noemen (9); doch zodra homofobie in meningsuitingen een misdrijf is, leven we niet meer in een democratie maar in een totalitaire staat.

Het is juist alleen maar door juridische vrijheid en morele verantwoording te onderscheiden, dus door onfatsoenlijke meningen niét te verbieden dat de vrijheidsruimte wordt gecreëerd om gedragingen of opvattingen van anderen die wij onethisch vinden ook als onethisch te bestrijden. Want een regime dat ermee begint alles wat onfatsoenlijk is juridisch te verbieden eindigt ermee alles wat niet juridisch verboden is tot fatsoenlijk uit te roepen en van anderen te eisen dat zij dit ook fatsoenlijk vinden. Het onderscheid tussen recht en moraal of fatsoen is dus een noodzakelijke mogelijkheidsvoorwaarde voor elk ethisch debat.

10. Het hedendaagse dogma van de multiculturele samenleving daarentegen, het dogma van het antiracisme, van de bestrijding van allerlei beweerde fobiëen zoals homofobie of islamofobie, heeft met multicultuur niets te maken, maar creëert een moreel nihilistische monocultuur, die ik elders ironisch het multinihilisme heb genoemd (10). Dit dogma houdt helemaal géén openheid in voor andere culturen of religies, want geen enkele van die andere culturen of religies aanvaardt het verregaande discriminatieverbod dat onder de vlag van multiculturalisme in het Westen is ingevoerd. Een multiculturele ingesteldheid zou immers precies het recht moeten inhouden om er andere morele opvattingen op na te houden dan de heersende, en om de al dan niet heersende opvattingen die men immoreel vindt op geweldloze manier te bestrijden. Het officiële multiculturalisme daarentegen komt er vandaag op neer dat culturele overtuigingen van onder meer etnische of religieuze minderheden waaraan deze vaak erg gehecht zijn, in het bijzonder in bio-ethische of sexuele materies, evenzeer gecriminaliseerd worden.

11. Het hier geschetste onderscheid tussen recht en moraal is ook een uiterst morele opvatting. Het is namelijk een zeer belangrijk aspect van de deugd der tolerantie. De ethiek vereist namelijk helemaal niet dat alles wat men kwaad acht ook moet verboden worden; het met geweld bestrijden van wat men kwaad acht is in de meeste gevallen een groter kwaad dan het tolereren ervan. Het via een wet of rechter verbieden van een onfatsoenlijke meningsuiting is in alle gevallen een groter kwaad dan die uiting zelf, voor zover het louter om een meningsuiting gaat: "De schade die het vrije woord ongetwijfeld berokkent is de prijs die betaald moet worden voor het grootste rechtsgoed dat een vrije samenleving kent" (11). Het morele antwoord op onfatsoenlijke meningen kan enkel "more speech, not less speech" zijn.

Het gaat dus niet om een tegenstelling tussen recht en moraal, in die zin dat de rechtsorde in strijd mag zijn met de ethiek. Zij is enkel in strijd met de simplistische opvatting van ethiek die eigen is aan het totalitaire denken. Maar het is allesbehalve immoreel maar juist essentieel ethisch om de heersende moraliteit (d.i. die van de politieke machthebbers) in vele gevallen niet met rechtelijke geboden en verboden (en dus geweld) op te leggen. Een rechtsorde die onfatsoenlijke en zelfs immorele meningen en zelfs gedragingen tolereert, is een morele orde, want zij beoefent de deugd van de tolerantie; zij realiseert een complexere moraal dan de simplistische moraal die van oordeel is dat alles wat onfatsoenlijk is ook door rechters en inquisiteurs, juridisch dus, moet worden bestreden.

Juridische grenzen aan de meningsuiting ?

12. De in antiracisme- en antidiscriminatiewetten ingevoerde beperkingen aan de - aldus niet meer vrije - meningsuiting zijn m.i. dus ethisch zowel als democratisch onaanvaardbaar. Ik heb het hier dus wel over juridische beperkingen die het mogelijk maken meningsuitingen met geweld te onderdrukken.

De vrije meningsuiting wordt door die breidelwetten in ons huidig regime vooral ingeperkt in zoverre de uiting een "aanzetten" vormt tot iets, en niet meer alleen, zoals vroeger in zeer beperkende voorwaarden (laster), omwille van de inhoud van de mening. Maar behalve bij het gebruik van geweld of dwang ligt tussen het aanzetten tot iets en de aangezette daad ligt nog de vrije wil van de persoon die aangezet wordt. Dat is een essentieel verschil met handelingen die op zichzelf schade berokkenen, of iemand anders dwingen schade te berokkenen (in welk geval het niet meer om aanzetten maar om dwingen gaat, wat een heel ander register is, omdat daar de vrijheid van de gedwongene rechtstreeks in het geding is; hier is er dus minstens sprake van misbruik van een machtspositie die men heeft over de persoon die aangezet wordt). Een samenleving die de mens als een wezen met vrije wil erkent, kan onmogelijk een uiting die zou aanzetten tot een onwettige gedraging zonder daartoe te dwingen, met die onwettige gedraging gelijkstellen - laat staan dat men nog van een democratische samenleving kan spreken wanneer het aanzetten tot onfatsoenlijke maar zelfs niet onwettige gedragingen kan worden gestraft (zoals vandaag in België).

13. Nog erger is het omdat de huidige wetgeving niet alleen het aanzetten tot geweld verbiedt - daar heb ik nog enig begrip voor, met name wanneer er een rechtstreekse bedreiging is voor de fysieke integriteit van personen. Maar ook het aanzetten tot haat wordt verboden, terwijl haat geen misdrijf is, maar een gevoel, dat overigens in bepaalde omstandigheden moreel volstrekt begrijpelijk kan zijn. Natuurlijk is haat in de meeste gevallen niet het meest fatsoenlijke gevoel. Het zal meestal een ondeugd zijn te haten en een deugd om geen haat te voelen. Maar het opleggen van die deugd en verbieden van die ondeugd is een veel grotere ondeugd dan het tolereren ervan. Iets hatelijk vinden en dat zeggen is overigens vanzelfsprekend een mening. "Haat is geen mening" (12) is dan ook één van de belachelijkste argumenten die ik ooit gehoord heb in het debat over de vrije meningsuiting, een typisch voorbeeld van Newspeak. Het recht om te haten en het recht om lief te hebben zijn fundamentele rechten van elke persoon. Overigens is het vaak zo dat bij de verdedigers van het verbod op bepaalde meningen de haat jegens andersdenkenden ervan afdruipt. Van bepaalde rechterlijke uitspraken zoals het arrest van 21 april 2004 druipt de haat jegens andersdenkenden af. En als er één plaats is waar haat in een democratische samenleving juist niet kan worden toegestaan, dan is het precies in rechterlijke uitspraken. Voor het overige erken ik graag eenieders recht om ook bepaalde meningen te haten, maar willen ze dan misschien een beetje consequent zijn en het verbod op aanzetten tot haat uit de wet schrappen ?

14. Een al even schabouwelijke inperking van de meningsuiting betreft het verbod op het aanzetten tot discriminatie of het uiten van een voornemen tot discriminatie. Omdat ik specifiek dit aspect elders uitvoeriger heb besproken, ga ik er hier niet nader op in (13).

15. Een inperking van de vrijheid van meningsuiting eis democratisch en ethisch enkel verantwoord wanneer de uiting een individuele persoon in zijn persoonlijke waardigheid treft. Maar het is nonsens om de belediging van een groep strafbaar te stellen. Er is een fundamenteel verschil tussen een algemene beledigende of valselijk beschuldigende uitspraak en een uitspraak die uitdrukkelijk een of meer bepaalde individuele personen beledigt of valselijk beschuldigt. Het "recht op goede naam" dat een beperking van de uitingsvrijheid rechtvaardigt, is een individueel recht van personen en géén collectief recht, zeker niet wanneer blijkt dat dit collectief recht blijkbaar alleen voor bepaalde soorten groepen geldt. Het is strijdig met de gelijkheid van de burgers om die beperkingen van de uitingsvrijheid, die de rechten van individuen beschermen, uit te breiden om "groepen" te beschermen. Daarmee kent men aan die groepen - met name goed georganiseerde groepen die erin slagen zich te laten erkennen als een beledigde of gediscrimineerde groep - allerlei collectieve rechten toe die de groep van gewone burgers niet heeft. Het kan dus niet dat meningsuitingen verboden zijn omdat zij krenkend zouden zijn voor een groep en niet voor een bepaalde persoon.

16. De verantwoordingen voor die inperking van de meningsuiting rammelen dus aan alle kanten, ook het argument van de bescherming van de rechten van anderen. Als het om de bescherming van anderen gaat zou men overigens de uiting van onfatsoenlijke meningen in het openbaar moeten verplichten in plaats van te verbieden. Onfatsoenlijke meningen zijn namelijk juist des te gevaarlijker naarmate ze niet meer in het openbaar geuit worden. De mogelijkheid gevoelens van haat of discriminerende opinies te uiten bespaart een samenleving veel gevaarlijker uitingen van opgekropte frustratie.

Dat onfatsoenlijke meningen juist met meer in plaats van minder meningsuiting moeten worden bestreden, maakt dan wel dat het perfect verantwoord is de rechten van personen te beschermen door hen een recht op antwoord toe te kennen en media een verplichting tot rechtzetting op te leggen. Daarmee wordt de vrijheid van meningsuiting immers niet aangetast.

Morele grenzen

17. Overigens zijn meningsuitingen m.i. niet alleen als dusdanig nooit juridisch te verbieden, maar ook op het ethische niveau niet te snel immoreel te noemen. Zoals de reeds genoemde de Brits-Nederlandse rechtsanthropoloog John Griffiths (14) schrijft kan het misbruik - dat dus ook voor hem door de staat niet mag worden beperkt, maar wel door de burgers als onfatsoenlijk mag worden bestreden - niet bestaan uit de gedachte die ten grondslag ligt aan de uiting, maar enkel "in de onnodig kwetsende wijze waarop een gedachte wordt geuit. En het "onnodige" zit niet in de pijn die de gedachte zelf doet, maar in het ontbreken van enige communicatieve meerwaarde in de woorden of beelden die nodeloze pijn toevoegen: schuttingtaal, beladen termen zoals "nazi", heilige teksten op blote lijven, enzovoorts" - einde citaat. Ongeacht of men het met dit laatste voorbeeld eens is of niet, de kern van de zaak is moeilijk beter te verwoorden.

Ik vraag niet liever dan dat alle meningsuitingen binnen de grenzen van het fatsoenlijke zouden blijven. Maar hoe kan men tegelijk zeggen dat het volkomen onfatsoenlijk was van Theo Van Gogh om over geitenneukers te spreken - dat was het ook, ook al was het een toespeling op een advies van ayatollah Khomeini - en tegelijkertijd overheidscampagnes in de scholen te brengen die schuttingtaal promoten en allerlei verstrengelde blote lijven brengen zonder communicatieve meerwaarde. Hoe kan men tegelijk meningen verbieden omdat ze immoreel zouden zijn, maar tegelijk het choqueren van gelovigen tot officiële politiek maken, door een bewuste aanval op precies die zaken waaraan alle grote godsdiensten een bijzondere sacraliteit toekennen, zoals bv. het huwelijk ?

18. In ieder geval hebben we de vrijheid van meningsuiting precies nodig om onfatsoenlijke, onethische opvattingen (zowel als gedragingen) te bestrijden - te bestrijden met woorden, niet met geweld. Meer nog, in tegenstelling tot de overheid moet iedere burger precies de vrijheid hebben om anderen te discrimineren, onder meer omdat ze die ander onfatsoenlijk vinden. Die discriminatievrijheid is met andere woorden een noodzakelijke voorwaarde voor morele weerbaarheid.

Beperking van de meningsuiting door private personen en organisaties.

19. Consequent doorgedacht houdt het voorgaande ook in dat private organisaties personen mogen discrimineren wegens hun mening en op die wijze de vrije meningsuiting mogen inperken. Ik heb het recht in mijn huis iemand de deur te wijzen omdat wat hij zegt me niet aanstaat. Eenieder heeft de vrijheid te zeggen wat hij wil, maar elke private organisatie heeft de vrijheid hem om die reden niet in dienst te nemen, aan hem niet te leveren of bij hem niet aan te kopen, hem niet als lid te aanvaarden, e.d.m. Het kan uitermate onfatsoenlijk zijn om dat te doen, zoals ook het uiten ven bepaalde meningen onfatsoenlijk is. Maar het is ethisch volkomen gerechtvaardigd dat die vrijheid bestaat, omdat het inperken van die vrijheid moreel een groter kwaad is. Dit betekent niet dat we private personen en organisaties niet moreel ter verantwoording kunnen roepen, maar wel dat zij niet verplicht kunnen worden zich daarvoor in rechte te verantwoorden.

20. Diezelfde vrijheid geldt vanzelfsprekend niet voor de overheid, om de eenvoudige reden dat de overheid een monopoliepositie heeft, met name een geweldmonopolie. Keerzijde van dat monopolie zijn het legaliteitsbeginsel, dat het de overheid verbiedt anders te beslissen dan aan de hand van op voorhand bepaalde, voor iedereen gelijk geldende algemene regels en het verbod voor de overheid om te discrimineren (d.i. de eigen burgers ongelijk te behandelen zonder dit objectief en redelijk te rechtvaardigen). Dit zowel als de erkenning van vrijheidsruimten door de overheid heeft essentieel te maken met het feit dat de wet ook wordt opgelegd aan wie er niet mee instemt. Zonder die terughoudendheid is een democratie niets meer dan een dictatuur van de meerderheid.

Op de grens tussen beiden liggen private organisaties die weliswaar geen wettelijk, maar toch een feitelijk monopolie bezitten, alleen of met andere organisaties waarmee ze hun beleid afstemmen. Zolang een dergelijke situatie aanhoudt, is het verantwoord aan die organisaties vergelijkbare plichten op te leggen als aan de overheid.

Toegepast op de universiteiten

21. Laten we dit even toepassen op organisaties die voor academici natuurlijk van bijzonder belang zijn: onze Universiteiten. In beginsel moeten we dus een onderscheid maken tussen publieke en private universiteiten. De laatste kunnen bv. ideologische of religieuze eisen stellen bij de aanwerving van hun personeel. Zij kunnen ook eisen stellen aan de meningsuitingen van hun personeel. Zij moeten zich natuurlijk wel houden aan de regels die contractueel zijn afgesproken, maar kunnen in beginsel meningsuitingsbeperkende regels hanteren, althans wanneer die uitdrukkelijk zijn bedongen bij de aanwerving.

22. De vraag rijst evenwel of er in ons land nog sprake is van private universiteiten in de echte zin des woords, en of er in bepaalde opzichten geen feitelijk op vele vlakken elk alternatief uitsluit. Anders dan in de Verenigde Staten is het in ons land onmogelijk om zomaar een nieuwe private universiteit op te richten. De vraag is dus hoe groot de keuzevrijheid nog is. Indien met name alle Universiteiten zich "bekennen" tot de ideologie van het multiculturalisme heeft die ideologie daarmee een feitelijk monopolie op de markt van de universiteiten, en is het dus niet aanvaardbaar dat een universiteit iemand zou discrimineren omdat hij de officiële opvatting over het multiculturalisme niet deelt. Op andere vlakken geldt dat monopolie nog niet: het is dus nog steeds perfect aanvaardbaar dat een zich katholiek noemende universiteit religieuze eisen stelt aan haar personeel, precies omdat er op dat vlak voldoende alternatieven zijn. Jammer genoeg moeten we vaststellen dat de zich katholiek noemende universiteit in recente tijden weinig graten ziet in uitgesproken niet-katholieke opvattingen onder haar personeel, en veel meer problemen schijnt te hebben met opvattingen die afwijken van de staatsgodsdienst van multiculturalisme en non-discriminatie.

De opdracht van de universiteit ter verdediging van de vrije meningsuiting

23. Ik beschouw het daarentegen precies als een belangrijke taak voor onze universiteiten om meer dan welke instelling ook de vrijheid van meningsuiting te bevorderen en te vrijwaren. Ik vind het bedroevend om vast te stellen dat personen die zich lenen tot het verdrukken van de vrije meningsuiting een plaats hebben aan onze Universiteiten. en daarvoor nooit verontrust worden, wat niet kan gezegd worden van diegenen die juist hun nek uitsteken voor die vrijheid. De Universiteiten zouden juist weerstand moeten bieden aan de repressie door de overheid in plaats van er zich toe te lenen een dergelijke politiek mee uit te voeren. De Universiteiten moeten een vrijhaven zijn van het denken (15). De daarmee strijdige bepalingen van allerhande antidiscriminatieverklaringen zijn een onaanvaardbare aanslag op die vrijheid van denken en spreken (16).

De Universiteiten zouden zich integendeel moeten opwerpen als beschermheren van hun kritische professoren, wanneer die bv. door de media of door andere lobby's worden aangevallen. Natuurlijk moeten de Universiteiten niet de inhoud verdedigen van wat alle professoren vertellen - bespaar ons dat in Godsnaam - maar wel het feit dat zij de vrijheid hebben dat te zeggen. Zij zouden luidop moeten protesteren telkens wanneer de buitenwereld de inperking vraagt van de vrije meningsuiting van professoren of sancties vraagt tegen professoren die onwelgevallige meningen uiten. Naarmate de Universiteiten versagen in deze plicht, zullen de groepen die het luidst roepen of het meest intimideren door vrijdenkers van allerlei fobieën te beschuldigen, er steeds meer in slagen hun partijdige kijk op te dringen aan het publieke debat en worden de gedachten steeds minder vrij. Ik ben er al evenmin als Paul Cliteur gerust in.

Deze bijdrage verscheen in Ethische perspectieven


* Nader uitgewerkte versie van een lezing op het 3rd Ethical Forum van de Universiatire Stichting, Brussel 25 november 2004 "Free to speak out ? On the rights and responsibilities of academics in the public debate". Het onderdeel over de specifieke verantwoordelijkheden van academici werd niet uitgewerkt, daar het in andere bijdragen uitvoeriger aan bod komt (zie http://www.fondationuniversitaire.be/fr/forum3.php#prog).
Voetnoten:
1. Een ander aspect van deze nieuwe godsdienst kwam maanden na deze lezing aan de oppervlakte. In een zomer 2005 bekendgemaakt zogenaamd charter van de democratie wil het paars bewind aan alle burgers een akte van geloof in abortus, euthanasie en homohuwelijk opleggen.
2. Arrest 21 april 2004 inzake CGKR t. Vlaamse concentratie, punt 2.2.1.: "Wat het “aanzetten” betreft, is het zo dat een algemene aanmoediging tot het bedrijven van discriminatie, rassenscheiding, haat of geweld reeds volstaat. Een ten aanzien van medeburgers in de openbaarheidvereisten van het artikel 444 van het Strafwetboek gehouden pleidooi voor een discriminerende wetswijziging kan derhalve, ook al kan dergelijke wetswijziging slechts tot stand komen op de door de Grondwet voorziene wijze, ongetwijfeld als een algemene aanmoediging tot het bedrijven van discriminatie worden aangezien."
3. Althans wanneer die invraagstelling in een richting gaat van een onderscheid dat door het regime als niet redelijk verantwoord wordt beschouwd. Discriminatie van mensen wegens hun politieke overtuiging bv. is zelfs een officiële politiek.
4. "De fundamenteelste vrijheid: de vrijheid om te discrimineren", Molinarilezing bij de ontvangst van de Prijs voor de vrijheid, Vivat Academia 2005, nr. 126, p. 3-27 en in Teksten, Kommentaren en Studies (TeKoS) 2005 nr. 118, p. 3-14, ook op .
5. “Geen van de bepalingen van dit Handvest mag worden uitgelegd als zou zij het recht inhouden enige activiteit te ontplooien of enige daad te verrichten met als doel de in dit Handvest erkende rechten of vrijheden teniet te doen of de rechten en vrijheden verdergaand te beperken dan door dit Handvest is toegestaan.”
6. Het volstond overigens dat ik nog maar in algemene bewoordingen kritiek had geuit op die rechtspraak of ik werd de volgende dag publiekelijk aangevallen door de voormalige directeur van datzelfde Centrum met het argument dat ik de scheiding der machten niet eerbiedigde. Nota Bene door de directeur van een centrum dat juist is opgericht in strijd met de grondwettelijke scheiding der machten en bevoegdheden heeft gekregen die normaal enkel aan de magistratuur toekomen. Die ging dus beweren dat een hoogleraar in de rechten, die betaald wordt om de rechtspraak kritisch te ontleden, precies dat niet meer zou mogen doen. De uitval toont trouwens opnieuw aan hoezeer het onderscheid tussen de positie van de staat en de burger is geperverteerd: men past hier opnieuw tegen de burger regels toe die bedoeld zijn om de burger tegen de staat te beschermen (nl. de scheiding tussen uitvoerende en rechterlijke macht).
7. Over tolerantie, zie uitvoeriger mijn bijdrage "Tolerantie, lezing Nationaal Congres Davidsfonds, Antwerpen 20 april 2002, in "De Vlaamse Beweging.Welke toekomst ?", Davidsfonds Leuven 2002, p. 164-179; licht gewijzigde versie in Nova et Vetera, Tijdschrift voor Onderwijs en Opvoeding, jg. LXXX, 2002-2003, nr. 6, p. 435-449; licht gewijzigd op http://www.storme.be/tolerantie.html.
7bis. Onder meer aangehaald door Michaël Zeeman in "Dood aan de column", Knack 2003 nr. 8
8. Zie hierover nader mijn bijdrage "Ontslag Buttiglione illustreert machtsgreep Europese tegenreligie", volledig op http://www.storme.be/Buttiglione.html, licht ingekort in 't Pallieterke 9 november 2004, sterk ingekort in de TIJD 8 november 2004.
9. Zie voor het begrip fobomanie mijn hoger geciteerde bijdrage "Tolerantie".
10. In "Opmars van het multinihilisme - Waarden om voor te vechten ?", Doorbraak december 2001, p. 3, en in "(Inter)nationalist zijn vandaag - tussen individualisme en totalitarisme, universalisme en particularisme, cultuurimperialisme en multiculturalisme, schizofrenie en paranoia", emeritaatsviering prof. Ponette, 6 oktober 2001, in Vivat Academia 2002, licht verkort in Civis Mundi 2002 nr. 1, p. 51-56, ook op http://www.storme.be/inter-nationalisme.pdfr-nationalisme.pdf.
11. J. GRIFFITHS, "Meer fatsoen en minder recht", NJB 2004
12. Titel van een artikel van D. VOORHOOF, in De Standaard 7 mei 2004, ook op (ook te vinden op http://www.mensenrechten.be/main.php?item_content=106). De argumenten van de auteur zijn autoriteitsargumenten: het verbod op aanzetten tot haat of discriminatie volgt uit internationale zogenaamde mensenrechtenverdragen en wie zich daartegenover op de vrijheid van meningsuiting beroept maakt bij de rechters in Straatsburg toch geen kans. Ook hier vinden we de afdreiging in de trant van "durf het niet om de dogma's van de mensenrechten" en de interpretatie ervan door politieke benoemde rechter sin vraag te stellen.
13. "De fundamenteelste vrijheid: de vrijheid om te discrimineren", hoger aangehaald.
14. J. GRIFFITHS, "Geef mij meer fatsoen en minder recht", NJB 2004, 2336.
15. Natuurlijk hebben Universiteiten het recht en zelfs de plicht na te gaan of hun professoren hun taak vervullen, of ze naar behoren hun onderwijsopdrachten vervullen, onderzoek verrichten, of aan dienstverlening doen, of ze geen fraude plegen of tolereren, zich niet aan plagiaat bezondigen e.d.m. En natuurlijk houdt de vrijheid van meningsuiting van professoren niet in dat zij tijdens het onderwijs gelijk wat mogen zeggen, en hun colleges zouden mogen misbruiken om ideologische meningen te uiten die voor de opleiding van de studenten niet relevant zijn. En natuurlijk hebben de professoren ook een vorm van beroepsgeheim. De lezer zal ook wel beseffen dat het er hier niet daarom te doen is. Deze vragen komen in andere bijdragen aan dit Forum aan bod.
16. Zo heeft de universiteit Gent de dictatuur van de politieke correctheid en de fobomanie al ingevoerd door het verbieden van "discriminerende stereotiepen en vooroordelen" in colleges en syllabusmateriaal en te eisen dat bij het formuleren van uitspraken en het aangaan van discussies "de mensenrechten" (welke ??) als leidraad dienen (zie art. 4 antidiscriminatieverklaring van 16 januari 2004). Op deze wijze wordt dus duidelijk één bepaalde ideologie als enige toegelaten in het onderwijs.

donderdag, september 22, 2005

Europees gerecht holt rechtsstaat verder uit

Op 21 september heeft het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Unie een arrest geveld dat de rechtsstaat én de democratie verder uitholt. De grond van de zaak betrof het aanslaan van gelden van personen die verdacht worden van banden met al-Qaeda.

Welnu, het Gerecht heeft in de meeste absolutistische bewoordingen gesteld dat beslissingen van de Veiligheidsraad voorrang hebben boven welke andere rechtsregels ook, zowel boven het nationale recht als dat van de Europese Unie en zelfs boven het Europees Verdrag inzake Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden. Erger nog, het gerecht oordeelt dat zelfs wie geen lid is van de Verenigde Naties (zoals de Europese Unie bv.), daaran gebonden is. Een totale abdicatie.

En zo kunnen 5 rechters de soevereiniteit en democratie geheel buiten spel zetten ....

Een officieel persbericht met samenvatting vindt U hier.

woensdag, september 21, 2005

opgepoetste nazis

Voor zover dat nog nodig was, weet ik vandaag 21 september weer heel duidelijk waarom ik weiger ook maar één eurocent aan de Standaard te geven; daarvoor moet je maar het scheldproza van ene Geert Stadeus lezen.

Mensen die vinden dat de overheid een kind niet moedwillig in een situatie mag plaatsen waarbij het beroofd wordt van een vader of een moeder en waarbij het wijsgemaakt wordt dat het twee ouders heeft van hetzelfde geslacht, zijn volgens dat heerschap "opgepoetste nazis" en"tuig van de richel" dat hem doet denken aan boekverbrandingen en besmeurde winkelruiten en erger is dan een seriemoordenaar.

Mij lijkt het dat precies dit soort smerige scheldpartijen als beoefend door de heer Stadeus dichter bij de nazis staat, voor wie het beschimpen van andersdenkenden toch kenmerkend was.

Dat is dus het niveau waarop de voorstanders van de holebi-adoptie en de opiniemakers van de Standaard zich vandaag bevinden.

donderdag, augustus 25, 2005

Vandenbroucke zegt A over achterstand in het onderwijs. Hier een mogelijke B

In een interview in Knack stelt minister Frank Vandenbroucke het volgende:

Hoe essentieel taal is, heeft het internationale Pisa-onderzoek naar de vaardigheden van jongeren op het vlak van wiskunde, lezen en wetenschappen aangetoond. Daarbij werden vijfduizend vijftienjarige Vlamingen getest. In het algemeen staan ze aan de wereldtop. Leerlingen die thuis Nederlands spreken, doen het veel beter dan het wereldgemiddelde. Maar degenen die thuis geen Nederlands spreken, doen het slechter dan in onze buurlanden en in de rest van de geïndustrialiseerde landen. Nergens in de wereld is die kloof zo bruut als in Vlaanderen. Daarom wil ik nuttige taaltests voor bijvoorbeeld 6-, 12-, 15- en 18-jarigen ter beschikking stellen van scholen. Ik moet die resultaten niet kennen. Ze moeten scholen helpen hun aanpak bij te stellen.

In verband met taal falen we zeker voor allochtone jongeren. Vaak mislukken zij in het hoger onderwijs omdat ze niet genoeg Nederlands kennen. Dat kan niet. Als een leerling een diploma haalt in een doorstromingsrichting, dan moet die voldoende goed Nederlands kennen om te slagen in het hoger onderwijs.


Terecht wijst hij erop dat achterstand in opleiding en daardoor ook in tewerkestelling en maatschappelijke integratie in het algemeen het gevolg is van een andere huistaal dan het Nederlands.

De remedies die voorgesteld worden zijn in dat opzicht dan toch maar halfslachtig: meer geld voor onderwijs aan kinderen die thuis een andere taal hanteren dan het nederlands. Is dat wel de juiste weg ? Valt dat geld dan weg wanneer de ouders thuios op Nederlands overschakelen (zodat dit in zekere zin wordt afgestraft) ? Maar fundamenteler: als juist de thuistaal zo belangrijk is, kan de oplossing er dan niet alleen in bestaan om iets drastischer de taal thuis te vernederlandsen, en niet alleen in het openbare leven ? Met die consequentie trapt men natuurlijk op zere tenen, want het is een heilig menserecht om de thuistaal te kiezen. Hola, maar is het benadelen van de eigen kinderen dan niet in strijd met de Kinderrechten ? Hallo - we gaan de staat toch niet de bevoegdheid geven om voor de ouders te bepalen welke taal hun kinderen thuis moeten spreken. Dat zou nochtans consequent zijn vanwege de socialisten. En de liberalen ? Die kunnen toch alleen maar zeggen;: wie het evrtikt thuis nederlands te praten, die is zelf voor de achterstand verantwoordelijk.

Kortom, er valt wel heel wat verder te denken dan wat Vandenbroucke zegt.

dinsdag, augustus 23, 2005

De paradoxen van de uittocht uit Gaza

De terugtrekking van Israël uit Gaza is pragmatisch gezien een goede zaak. Voor de vrede, voor Israël en voor de Palestijnen. Wat de meeste commentatoren echter niet zo graag zullen horen is dat het gedwongen weghalen van de kolonisten aldaar perfect kan wordne gelegitimmerd vanuit een volksnationale logica, maar compleet in strijd is met de politiek correcte opvattingen over mensenrechten. Waarom moest Gaza zonodig judenrein worden gemaakt ? Waarom kon men niet het leger terugtrekken, de bezetting opheffen, en de joden die wensten daar te blijven wonen daar laten wonen ? Waar was kortom die etnische zuivering voor nodig ?

De waarheid is natuurlijk dat de politieke correctheid opnieuw met twee maten en twee gewichten meet. De Israëlis zijn vanzelfsprekend niet altijd lieverdjes, maar in Israël wonen er wel honderdduizenden arabische inwoners, met de Israëlische nationaliteit en stemrecht, en zonder dat zij enige bijzondere bescherming nodig hebben voor hun fysieke integriteit (ook al worden ze verder net altijd even gelijk behandeld). Dat er joodse families in gebied onder Palestijnse controle zouden wonen is blijkbaar ondenkbaar. Voor zover ze niet binnen de kortste keren zouden vermoord worden, zouden ze in ieder geval verjaagd worden. Zoals de voorbije 60 jaar gebeurd is met de joodse bevolking uit alle arabische landen behalve Marokko.

De politiek correcten die nationalisme en etnische homogeniteit zo verwerpelijk vinden en individuele mensenrechten van alle categorieëen steeds de voorrang geven, zouden nu dus luidkeels moeten protesteren tegen de verwijdering van joodse families uit Gaza.

Als volksnationaal gezinden daarentegen kunnen we de gedwongen ontruiming goed begrijpen.

Iskander 22 augustus 2005

Vandaag aanbevolen:

Marie-Laure Germon / Elisabeth Badinter, «Le naufrage du féminisme américain» (Le figaro 21-8-2005) Citaat: "C'est pourquoi je suis navrée que certaines féministes européennes cèdent aux sirènes du radicalisme anglo-saxon et puisent souvent leurs idées dans celui-ci. Ainsi, personne n'a vraiment réalisé la gravité d'une loi européenne qui vient d'entrer en application en juillet de cette année. Mme Anna Diamantopoulou, commissaire chargé de l'Emploi et des Affaires sociales au Parlement européen, a fait voter, le 17 avril 2002, une loi contre le harcèlement sexuel ainsi défini : «Un comportement non désiré, verbal, non verbal ou physique, à connotation sexuelle qui tente de porter atteinte à la dignité d'une personne en créant une situation intimidante, hostile, dégradante, humiliante ou offensante.» Une telle définition qui ne distingue plus entre l'objectif et le subjectif, le réel et l'imaginaire, s'inspire directement des féministes américaines. Voilà le beau cadeau qu'on laisse aux nouvelles générations !"

Amir Butler, Warning from Australia: don’t legislate against hate (Spiked 16-8-2005). Een Australische moslim heeft er al gauw spijt van dat ze een wet steunde die aanzetten tot haat strafbaar stelt. Want haat is wél een mening en het verbieden ervan is wél het begin van het einde van de vrijheid van meningsuiting. Maar meer nog: zo'n wet is een wapen dat de intoleranten gebruiken om anderen de mond te snoeren. Het wapen van de hatelijken, zoals de Liga voor de mensenrechten bij ons (ze zouden zich beter Liga tegen de mensenrechten noemen). In Australië leidt het tot een opbod aan wantrouwen en wederzijdse beschuldigingen. Voorwaar een ideaal middel om de tolerantie te verhogen ....

Mick Hume, The age of intolerant tolerance (Spiked 19-8-2005)
"Some of us are finding it increasingly hard to tolerate the way that appeals to British tolerance are being used to justify intolerant censorship and repression." en "
The government must have a different dictionary than I do. Mine defines tolerance as 'broad-mindedness' or 'permitting free expression of views one does not share'. In the Whitehall Newspeak edition, however, tolerance appears to mean the opposite. In order to defend our tolerant society we apparently have to ban views that most people do not share. Welcome to the age of intolerant tolerance.
". "In order to 'champion our values of freedom and tolerance', it seems, we can no longer tolerate people having the freedom to ridicule or offend Islam or other religions. Yet surely that is one of the hard-won liberties of our genuinely tolerant, secular society." ...
Inderdaad, de tolerantie van de linkse predikers is een "tolèrance qui ne tolère qu'elle-même" (Finkielkraut)

Philip de Wit, Westerse bedrijven verhuizen onderzoekslabs naar India (NRC Handelsblad 20-8-2005)

Barbara Amiel, Diary (The spectator augustus 2005)

Eildert Mulder / Maysam Al-Faruqi, 'Islam kan zonder Luther’ (Trouw ). Dat al-Faruqi maar oplet met de tolerantie van de seculiere hogepriesters. Er zijn er al meer veroordeeld voor wat zij hier voorstelt - het milletsysteem, zoals dat in het oude Ottomaanse Rijk functioneerde.

Marc Roche, Le modèle multiculturel britannique en crise (Le monde 19-8-2005) Multiculturalisme komt neer op gettovorming en feitelijke apartheid.

Ostdeutschland: Die Zahl der Zufriedenen im Osten wächst (Frankfurter Allgemeine 19-8-2005)

Joseph Bottum, The New Fusionism (First things)

Benoît XVI : «assez de religion bricolage» (Le figaro 21-8-2005)

redactie binnenland, Donner roept op tot ethische bezinning (Nederlands dagblad 21-8-2005) Donner stelt terecht: "
Wetgeving is daarbij van belang, maar kan nooit de basis van de ethiek vormen, legde de minister uit. ,,Ethiek staat wel aan de basis van de wetgeving, maar wetgeving niet aan de basis van ethiek. Anders komen we terecht in een totalitaire staat en komt de vrijheid van geweten in gevaar.''
Met de uitbouw van die totalitiare staat zijn de machthebbers intussen volop bezig. De antidiscriminatiewet is het schoonste voorbeeld van de perverse verwarring tussen wetgeving en zogezegde moraal.

maandag, augustus 22, 2005

Iskander 21 augustus 2005

Vandaag aanbevolen:

Eckhard Fuhr, Flakhelfer (Die Welt 20-8-2005). Over de paus en enkele van zijn generatiegenoten.

Rupert Neudeck, Sie halten nur die Hand auf. Warum wir für die Hungersnot im Niger nicht verantwortlich sind - Debatte (Die Welt 20-8-2005)

Daniel Hannan, Kritik an der EU ist eine Todsünde (Die Welt 20-8-2005)


Christophe Châtelot, Varsovie l'européenne et ses frontières orientales (Le monde 17-8-2005)

Paul Kirchhof, Das Christentum ist der Humus der freiheitlichen Verfassung (Die Welt 19-8-2005).
De gepensioneerde rechter van het Duits grondwettelijk Hof Paul Kirchof wil een Europese grondwet alleen als ze de geschiedenis niet vervalst en duidelijk maakt dat de Europese waarden gegroeid zijn in de humus van het christendom. Voor de religie moet ook een plaats in het openbare leven opengehouden worden - dat is overigens de juiste betekenis van de scheiding van kerk en staat. Het niveauverschil tussen deze tekst en het antireligieus pamflet dat Verhofstadt als charter van de democratie wil laten doorgaan is oogverblindend.

Mariam Lau, Am Nasenring der Mullahs - Leitartikel (Die Welt 19-8-2005).
Moet er nog zand zijn ...

Uta Baier, Das Proletariat diktiert - Zwanghafte Gemeinschaft: Die führende Rolle der Arbeiterklasse in der DDR hat Folgen bis heute (Die Welt 19-8-2005).

Alexej Bukalov, Von Rom nach Moskau - Benedikt XVI. könnte gelingen, was seinem Vorgänger versagt blieb: Die Annäherung an die orthodoxe Kirche (Die Welt 19-8-2005).

Guido Heinen, Befreiender Glaube. Der Kommentar (Die Welt 19-8-2005).

Lucia Kubosova, Czechs against continued ratification of EU constitution

zaterdag, augustus 20, 2005

iskander 20 augustus 2005

Vandaag aanbevolen door Iskander:

Kurt Martens, Eerste Wereldjongerendagen met twee pausen (De Tijd - 19-8-2005)

In Keulen vinden op dit ogenblik de Wereldjongerendagen plaats. Die bijeenkomst van jonge katholieken van overal ter wereld wordt voor het eerst georganiseerd zonder de fysieke aanwezigheid van de inspirator ervan: niet Johannes Paulus II zal erbij zijn, wel zijn opvolger Benedictus XVI. De Wereldjongerendagen zijn meer dan de aflaten alleen, stelt KURT MARTENS. Het is een evenement waar jongeren zonder schroom of schaamte hun geloof kunnen delen met andere jonggelovigen.

De Wereldjongerendagen (WJD) in Keulen zijn van start gegaan. De slotplechtigheid in aanwezigheid van de nieuwe paus Benedictus XVI moet het hoogtepunt worden. Net voor het startschot van dit evenement werd gegeven, was er even een valse noot te horen. Zoals dat bij belangrijke kerkelijke gebeurtenissen wel meer gebeurt, werd de deelnemers aan de WJD een volle aflaat in het vooruitzicht gesteld, mits de gewone voorwaarden - sacramentele biecht, communie, gebed voor de intenties van de paus - worden vervuld.

Het verlenen van de aflaat was onmiddellijk gefundenes Fressen voor de tegenstanders van Benedictus: verschillende orakels meenden in dat gebaar de hand van de paus te zien en beweerden, niet gestoord door enige dossierkennis, maar al te graag dat Benedictus de aflaten van onder het stof heeft gehaald, zoals zijn voorganger Johannes Paulus II dat met de heilig- en zaligverklaringen had gedaan. Terwijl die aflaten eigenlijk nooit zijn verdwenen, ook niet na het Tweede Vaticaans Concilie. Bij elke belangrijke gebeurtenis, zoals naar aanleiding van een Heilig Jaar (1975, 1983, 2000) of recentelijk nog bij het begin van het Jaar van de Eucharistie (2004), werden ze verleend. Of ze daarom werden opgemerkt tijdens grote mediadrukte of in een medialuwe periode, is een andere zaak.
Beweegredenen

Ik heb het hier echter niet over aflaten, wel over de reacties erop en de achterliggende beweegredenen daarvoor. De diverse orakels hebben de aflatenzaak gebruikt om nog maar eens een persoonlijke aanval te lanceren op paus Benedictus XVI en en passant ook de WJD als ouderwets, conservatief en rechts te typeren. Zo wordt niet de bal, maar de man gespeeld. De paus heeft volgens die orakels al te veel tijd en krediet gekregen. Het wordt volgens hen hoog tijd om daaraan een einde te maken en koste wat het kost te bewijzen dat Benedictus XVI ons geenszins in positieve zin zal verrassen. Correcte informatieverstrekking is dan slechts bijzaak.

Het belangrijkste wordt zo bewust uit het oog verloren: het fenomeen van de WJD enerzijds en de aanwezigheid van paus Benedictus XVI anderzijds. Zolang kan worden gesproken over bepaalde aspecten die de WJD alleen maar omkaderen, moet niet worden nagedacht over het fenomeen zelf en moet ook niet worden gesproken over de uitdagingen die paus Ratzinger te wachten staan in Keulen. Dat vergt immers wat meer dossierkennis en analytisch vermogen.

De WJD zijn ontstaan op initiatief van Johannes Paulus II en werden in 1986 voor het eerst georganiseerd op het Sint-Pietersplein in Rome. Johannes Paulus II zag het centraal stellen van de persoon van Jezus in het geloof en leven van elke jongere als het belangrijkste doel van de WJD. Hij moet hun constante referentiepunt worden en de inspiratie voor elk initiatief, vond nog diezelfde paus.

Johannes Paulus II zag de WJD ook als een ontmoeting tussen continenten en culturen, als een aanmoediging en versterking van het jeugdpastoraal, niet als een vervanging ervan. De ontmoetingen die de WJD zijn, moeten juist een nieuwe aansporing vormen voor dat pastoraal. Het is niet nog eens een zoveelste zomerfestival. Misschien zien sommige kerkelijke beleidsmakers de WJD wel als een ideale plaats om te rekruteren. In een tijd van roepingencrisis kan dat alvast tellen. Wie bij jonge priesters of kloosterlingen wereldwijd rondvraag doet, zou wel eens versteld kunnen staan van de impact van de WJD op hun roeping.

Deze WJD zijn speciaal, want voor het eerst zijn er twee pausen aanwezig. Johannes Paulus II, de inspirator en initiatiefnemer van de WJD, is wel niet fysiek aanwezig, maar zal dat op een andere manier zijn. Zijn opvolger, Benedictus XVI, staat voor zijn eerste grote vuurdoop: hoe gaat hij om met deze erfenis van Johannes Paulus II? Hoe zal zijn contact met de jongeren zijn? Nu al wordt uitgekeken naar zijn tussenkomst tijdens de avondwake op zaterdag en zijn homilie tijdens de slotviering op zondag. Daarin zullen misschien aanwijzingen zitten over toekomstige thema's voor zijn pontificaat, of misschien ook weer niet. Maar dat zijn niet de enige uitdagingen voor Benedictus.
Thuismatch

Het is ook de eerste buitenlandse reis van de nieuwe paus. Die gaat meteen naar Duitsland, zijn geboorteland. Hij speelt als het ware een thuismatch. Niemand is profeet in eigen land: het wordt zeker geen makkelijke klus. Net als zijn voorganger heeft ook deze paus ontmoetingen met politieke leiders, van de bondspresident over de kanselier tot de leidster van de oppositie. In deze pre-electorale periode worden politici graag met de paus gezien. Ze zullen tijdens de slotmanifestatie overigens prominent aanwezig zijn. Duitsland is ook het land waar het protestantisme is geboren. De rooms-katholieke en de protestantse gemeenschap zijn er ongeveer even groot.

Hoewel de WJD een bijeenkomst is van katholieke jongeren en het oecumenische belang daarvan niet moet worden overschat, zal Benedictus er ook andere religieuze leiders ontmoeten. Vooral zijn ontmoeting met de leiders van de moslimgemeenschap zal niet zonder betekenis zijn. In Duitsland woont immers een grote groep Turkse migranten. Voor hij tot paus werd gekozen, heeft Joseph Ratzinger zich duidelijk uitgesproken tegen een eventueel EU-lidmaatschap van Turkije. Dat zijn stuk voor stuk interessante thema's om op te volgen. Maar het belangrijkste van de WJD blijft de ontmoeting van jonge gelovigen die hun ervaringen en vragen met elkaar kunnen delen.

Voor wie is blijven hangen in mei 68 en niet heeft gemerkt dat de wereld ondertussen verder is geëvolueerd, moet het pijnlijk zijn vast te stellen dat anno 2005 het christelijke geloof nog niet is verdwenen. Dat verklaart voor een stuk de verbetenheid waarmee de verschillende orakels steeds opnieuw elk kerkelijk initiatief in een negatief daglicht moeten stellen, ook de WJD. Hoewel ze het fenomeen niet kunnen verklaren, moet het voor hen pijnlijk zijn vast te stellen dat jongeren van over de hele wereld samen komen om hun katholieke geloof te vieren en te delen. Dat strookt niet met hun steeds herhaalde vooronderstelling dat geloven achterhaald is en dat de moderne mens het geloof niet meer nodig heeft. De jongeren die naar Keulen komen, zijn niet wereldvreemd. Ze vinden er wel een vrijplaats om over hun geloof te spreken zonder om die reden belachelijk te worden gemaakt.

Wat mag men van deze WJD verwachten? Paus Benedictus XVI wil dat een nieuwe impuls wordt gegeven aan de katholieke Kerk op het oude continent. Want, zei hij, de Kerk wordt te veel geassocieerd met een instituut van geboden en verboden zodat de vreugde van het evangelie verweesd achterblijft. Het is precies die vreugde van het evangelie die de jongeren in Keulen zullen vinden.

Deze jongeren hebben het niet zo gemakkelijk om zich als gelovigen te uiten in de maatschappij waarin ze leven. Zij verwachten van Benedictus ook wel iets. De jongeren (en ouderen) van het oude continent willen niet worden vergeten. Wie kent Europa beter dan Benedictus? Hij zal het oude continent niet loslaten, liet hij al verstaan. Wat blijft dan hangen van de boodschap die in Keulen wordt verspreid? In elk geval de ontmoetingen en het gevoel hetzelfde geloof te delen. En dat is toch niet niets. Van die vreugde die de jongeren daar opdoen, kan ook een nieuwe dynamiek uitgaan op het thuisfront. Of moet de vreugde van het evangelie ook worden bestreden?

De auteur is wetenschappelijk medewerker aan de faculteit kerkelijk recht van de KULeuven en auteur van het boek 'De paus en zijn entourage'.

woensdag, augustus 17, 2005

iskander 16 augustus 2005

Vandaag aanbevolen door Iskander:

Iraanse autoriteiten zetten christen onder druk (Nederlands Dagblad 15-8)


Thomas F. Madden, Crusaders and Historians (First Things juli 2005, ook op Orthodoxy Today)
Boekbespreking van de volgende drie boeken over de kruistochten

The First Crusade: A New History
By Thomas Asbridge
Oxford University Press
408 pp. $35

The Fourth Crusade and the Sack of Constantinople
By Johnathan Phillips
Viking
374 pp. $25.95

Fighting for Christendom: Holy War and the Crusades
By Christopher Tyerman
Oxford University Press
247 pp. $24.29

- en zoals zo vaak blijkt dat de praat in de linkse media over de kruistochten in grote mate fout is: de kruisvaarders hebben zich over het algemeen niet verrijkt, en het was in tegendeel een buitengewone inspanning die zij hebben moeten leveren om zo ver in vijandelijk terrein te gaan vechten en stand te houden.

dinsdag, augustus 16, 2005

iskander 15 augustus 2005

Vandaag aanbevolen door Iskander:


Frank Furedi, 'To say or imply that the public is too stupid to grasp the high-minded and sophisticated ideals of the advocates of the EU is to express a profound sense of contempt towards ordinary people' (The new statesman - 13-6-2005)

Pieter Huys, Letter From Turkey: Democracy and Adultery (Chronicles Magazine - 31-7-2005)
zie ook M.E. Storme, "Waarom Europa zich jegens Turkije overspeelt" (Doorbraak oktober 2004)

George Coyne, God’s chance creation (The Tablet - 6-8)

Donald Rumsfeld, Appeasement bringt nichts (Die Welt - 10-8)

Michaël Zeeman, Rushdie haalt uit naar moslimterrorisme (De Volkskrant - 11-8-2005).
Maar zie ook: Herman Veenhof, Kind en badwater bij Salman Rushdie (Nederlands dagblad - 13-8)

Karin Sitalsing, Friese taal krijgt langzaam status (De Volkskrant - 11-8-2005)

Hetty van Rooij, Klimaat voor gesprekken Turkije en EU deugt niet (Nederlands dagblad - 12-8)

Maurice Druon, Chère Angleterre (Le figaro - 12-8)

Hans-Martin Tillack, Freedom of the press fundamental for democracy (EU Observer - 13-8-2005)
Waar België het bronnengeheim van de journalist eindelijk wettelijk erkend heeft weigert de EU, kampioen van de mensenrechten elders, zoals vaker deze grondvrijheid te erkennen als het over haarzelf gaat ...

Pakistani intolerance condemned (The Tablet - 13-8)

En verder:
Marc Vanfraechem, Om Verhofstadt de veder uit de hand te slaan(http://victacausa.blogspot.com 14-8-2005)

zaterdag, augustus 13, 2005

Iskander 13 augustus 2005

Vandaag aanbevolen door Iskander:

Salman Rushdie, Muslims unite! A new Reformation will bring your faith into the modern era (Times - 11-8-2005)

Michael Fitzpatrick, The price of multiculturalism (Spiked-online - 5-8-2005)

Hans-Jürgen Leersch, Fühlt sich als Kampagnenopfer: Martin Hohmann tritt allein an (Die Welt - 26-7-2005)

Mark Steyn , Mugged by reality? (The australian news - 25-7-2005)

The lipstick lesbian daring to confront radical imams (Times - 17-7-2005)

vrijdag, augustus 12, 2005

Iskander 12 augustus 2005

Vandaag aanbevolen door Iskander:

Kustaw Bessems, Inburgeren / 'Ik hoop dat Nederland nog net op tijd is’ (Trouw - 11-8)

Ook kritiek van eurocommissaris op plan-Verdonk (NRC Handelsblad - 10-8)
Door de kromme opvatting over mensenrechten die de linkerzijde in het EU-recht heeft binnengekregen zullen steeds meer lidstaten in conflict komen met de Europese regels - Denemarken (dat zo slim is geweest de suprematie van de EU in die domeinen niét te aanvaarden !), Groot-Brittanië, Nederland ...

Tom Kremer , The clamour for an eccentric Europe (Financial times - 9-8)

Pénélope Larzillière, Islam et islamismes (le monde - 9-8)

donderdag, augustus 11, 2005

Iskander 11 augustus 2005

Vandaag aanbevolen door Iskander:

Ina Friedman,Israël: staat of Beloofde Land? (Trouw 8-8-2005)

Peter Schütt, Ihnen fehlen die Abwehrkräfte: Junge, orientierungslose Muslime sind leichte Beute für Haßprediger (Die Welt 28-7-2005)

Brendan O'Neill, After 21/7: still hiding behind the terrorists
By continuing to link the attacks in London with the war in Iraq, anti-war activists are conferring authority on the bombers
(Spiked-online 28-7-2005)

James Heartfield, Don't protect the Green Belt - build on it. We need new houses more than we need wetlands (spiked-online 3-8-2005)

Quand Chirac cautionne le nettoyage ethnique (Conscience politique 3-8-2005)

Claude Reichman, Un plan de survie pour la France (Conscience politique 3-8-2005)

Udo di Fabio, Gelebtes Glück überzeugt (Die Welt 31-7): Hierbij alvast een stuk uit het belangrijke boek "Die Kultur der Freiheit" van Udo di Fabio

Katarzyna Stoklosa, Polnisch, katholisch, normal
Junge Nationalisten machen im Wahlkampf gegen Deutschland und "westliche Dekadenz" mobil
(Die Welt 31-7-2005)

Till-R. Stoldt, Das ewig Konservative (Die Welt 31-7-2005)

Terence Jeffrey, Banned in Britain (townhall - 10-8)

Hans B. Bremer, Pakistanische Koranschulen sind die "Dschihad-Fabriken" (Die Welt - 28-7)

Tessa Mayes,Costing commitment
Who would a cohabitation law be for?
(Spiked online 3-8-2005)

woensdag, augustus 10, 2005

Iskander 10 augustus 2005

Vandaag door iskander aanbevolen:

Geert Neyt, Britse reporter gaat undercover bij Londense moslimextremisten (Het Volk - 8-8)

Manuel Miranda, Judging While Catholic - I: Do journalists understand that the Constitution prohibits religious tests for officeholders?(Wall street journal - 5-8)
Manuel Miranda, Judging While Catholic -II : Democrats attack Christian judges, defeat themselves.(Wall street journal - 8-8)
Of anders gezegd: de lobby's die Buttiglione vragen hebben gesteld over zijn geloof, handelden in strijd met de mensenrechten.

Ivan Eland, The Failed “War on Terror” (The independent institute - 8-8)

Susanne Kunckel, Schmutzige Wahrheit - Wenn Schwarze Schwarze versklaven:Edward P. Jones' Roman "Die bekannte Welt", für den er den Pulitzer-Preis erhielt
(Die Welt - 7-8)

Nicola Smith, EU plans to set asylum targets (Times - 5-8)

Thomas Kielinger , England (Die Welt - 5-8)

Emre Soncan,'Turkey Should Adapt Ataturk's Principles to 21st Century' (Zaman - 25-7)

Samuel P. Huntington, Culture, Power, and War: What Roles for Turkey in the new global Politics Zaman - 25-7)

dinsdag, augustus 09, 2005

Iskander 9 augustus 2005

Iskander 9-8-2005 beveelt U aan:

- Honor Mahony, Top Turkish diplomat resigns ahead of EU talks
(EU Observer - 9-8)

- Thomas Erdbrink,
Onlusten in Koerdisch gebied Iran
(NRC Handelsblad - 9-8)

- Steve Sailer, The Left Doens' Like Darwin Either V DARE - 9-8)

Voor al wie vindt dat de christian right geen kritiek mag uiten op Darwin.

- Leon de Winter, Wacht auf, wir sind im Krieg! (Cicero - 9-8)

- Frédéric Encel, Pourquoi Ariel Sharon lâche Gaza (le figaro - 8-8)

maandag, augustus 08, 2005

Iskander 8-8-2005

Vandaag door Iskander aanbevolen:

- Gerri Peev, Muslims who hate us can get out, says Tory


- 'Verloren generatie dreigt'
(NRC Handelsblad - 6-8)

- 'Hoofddoek ambtenaar bij wet verbieden'(NRC Handelsblad - 6-8)

- Daniel Hannan, Der "Einheitliche Himmel über Europa". Osama Bin Laden hat mehr für die europäische Integration getan als jeder andere seit Jacques Delors (Die Welt - 6-8)

- Gerhard Gnauck, "Die Bürger müssen Herren ihrer Stadt werden"
(Die Welt - 4-8)

- Paul Belien, Voldemort Vrhfstdt en het Staatsburgerschap (Brussels journal - 4-8)

- David Davis, Why cultural tolerance cuts both ways (telegraph - 3-8)

- Wolfram Weimer , Linkstragödie (Cicero - 1-8)

- Patrick Bahners,
Der Verfassungsrichter Udo Di Fabio redet zur deutschen Nation

(Frankfurter Allgemeine Zeitung - 27-7)

Nog een recensie van dit bijzonder belangrijke boek.

- Gernot Facius / Eberhard Jüngel, Falsche Kompromisse schaden der Ökumene (Die Welt - 25-7)

- William J. Watkins Jr., John G. Roberts and the New Federalism (The independent institute - 25-7)

zaterdag, augustus 06, 2005

Iskander 6-8-2005

Vandaag door Iskander aanbevolen:

- Saïd Mahrane, Enquête : comment Attac infiltre l'école (le figaro - 5-8)

- Rainer Haubrich / Rob Krier, >"Deutsche Städte? Ein Schock" (Die Welt - 5-8)

- Gewaltdebatte (Frankfurter Allgemeine Zeitung - 5-8)

- Lars-Broder Keil und Uwe Müller, Verdorrende Landschaften (Die Welt - 5-8)

- Sheryl Gay Stolberg, David Kirkpatrick, Linda Gr , Court Nominee Advised Group on Gay Rights (new york times - 5-8)

En volgens onze media zou de man zeer conservatief zijn. Maar dat adjectief geldt minstens voor sommige onder hen stilaan voor iedereen die niet extreem links is ?

- Thomas Kielinger , Großbritannien debattiert über die Fehler der Multikulti-Ideologie (Die Welt - 5-8)

- Konrad Adam , Udo Di Fabios neue Streitschrift (Die Welt - 5-8)
Dit is wellicht een van de belangrijkste boeken van het jaar !

- John Hayes , Muslims are right about Britain (the Spectator - 5-8)

Als men ergens kan zeggen dat het Westen schuld heeft aan de haat, is het precies om de omgekeerde reden die extreemlinks opgeeft, en namelijk omwile van de morele decadentie en het verlies van conservatieve waarden.

- Jos Verhulst , Roger Blanpain Weet Niet Wat Democratie Is (Brussels journal - 4-8)

- Jos Verhulst , Over Diversiteitspolitiek en Afspiegelingsidealen (Brussels journal - 4-8)

- Roger Köppel und Herbert Kremp / Günter Verheugen , "Einen europäischen Überstaat wird es nicht geben" (Die Welt - 4-8)

- Parijs zegt Turkije wacht aan (Trouw - 4-8)

Turkije beoefent hier een typisch voorbeeld van kwade trouw, en de Europeanen die de eis ingekleed hebben in iets anders (ondertekeneing van een douaneverdrag) om de Turkse premier te helpen zijn gezicht te redden, zijn eraan voor de moeite en weer bedrogen.

- Frankrijk versoepelt ontslagrecht (NRC Handelsblad - 4-8)

- Jean-Pierre Stroobants , Les déclarations de Villepin sur la Turquie sèment le trouble (le monde - 4-8)

- Erdal Balci , Schilderen in Ankara ondanks portretverbod (Trouw - 3-8)

- Hannes Stein , Abhängen im Pornokino (Die Welt - 2-8)

- Der Philosoph Michael Großheim über das neue Bekenntnis zur heimischen Kultur (der spiegel - 25-7)

En als uitsmijter:
- Hyping Islam 's role in the History of Science (The american thinker)

vrijdag, augustus 05, 2005

Bevlagging en democratie

Net terug van een mooie vakantie in Noorwegen. En dat in het eeuwfeest van de onafhankelijkheid (1905). Het deed me terugdenken aan die Noor die in Brussel woonde en me vertelde niet te begrijpen waarom de Vlamingen onafhankelijkheid wilden, ze waren toch maar met 6 miljoen, zo'n klein land had toch geen zin. Toen ik hem vroeg of hij het dan met mij eens was dat de Noorse onafhankelijkheid van 1905 een vergissing was en ze best terug een deel van Zweden zouden worden, was het rap gedaan met zijn argumentatie ... Nu goed, terug naar Noorwegen dus. Om veel van het eeuwfeest mee te maken was een weekje natuurlijk te kort, en bovendien ben ik enkel aan de Westkust geweest en niet in Oslo. Maar het was goed om toch die week door te brengen in een van de weinige landen in Europa die toch enig democratisch gehalte hebben, naast Zwitserland en Denemarken.

Vorig jaar waren we op 1 augustus aan het Vierwoudenstedenmeer in Zwitserland en konden er genieten van de nationale feestdag (herinnering aan het sluiten van de confederatie op 1 augustus 1291; in werkelijkheid is die ouder, maar dateert de oudst bewaarde akte van die datum). Overal werden speldjes verkocht met een flikkerend Zwitsers vlaggetje; mijn jongste twee kinderen moesten er natuurlijk ook ééntje hebben.

Wat zowel in Zwitserland als in Noorwegen opvalt is hoeveel private woningen een vlaggenmast hebben met de nationale vlag. Niet dat vrijwillige bevlagging door de gewone burgers noodzakelijkerwijze bewijst dat het land een democratie is, maar de kans is groot, en in ieder geval ken ik geen land dat vooral vanuit het volk is opgebouwd waar niét op grote schaal gevlagd wordt.

woensdag, augustus 03, 2005

dinsdag, augustus 02, 2005

Iskander 2-8-2005

Inhoud:

- Spanningen door vrijlating christenleider (nederlands dagblad - 1-8)

- Vom Mythos der Gleichheit (Für eine deutsche Ivy League - Spitzenuniversitäten jetzt!) (Die Welt - 1-8)

- Ankara maakt van Cyprus halszaak (Trouw - 1-8) League

Turkije stelt vast dat de Europese Unie zijn eigen voorwaarden voor onderhandelingen toch telkens opnieuw opgeeft ... lafheid troef natuurlijk.

- Villiers fait de Sarkozy sa nouvelle cible favorite (le figaro - 1-8)


- Niall Ferguson, Heaven knows how we'll rekindle our religion, but I believe we must (telegraph - 31-7)

- Alexis, de democratische ziener (Trouw - 29-7)


- Die Vereinigten Staaten sind das Weltmodell: Zum 200. Geburtstag von Alexis de Tocqueville (Die Welt - 29-7)

-
Urteil zu Waffen-SS-Parole

(Frankfurter Allgemeine Zeitung - 28-7)

Ondanks alles wordt de vrijheid van meningsuiting in Duitsland door de rechters toch blijkbaar beter beschermd dan in België.

- Overmaat aan regels verlamt zorg (De Volkskrant - 28-7)

- Homoseksueel activisme bedreigt vrijheid meningsuiting (RKnieuws - 28-7)

Canada is intussen een van de meest antichristelijke landen van het Westen geworden.

- Wendy McElvoy,, On Campus, Only Some Free Speech Protected (Lew rockwell weblog - 28-7)

- Leon de Winter, De Laatste Dag (Elsevier - 27-7)


- Rémi Brague, A la santé de la conscience ! (le figaro - 27-7)


- Was für Schwule (Die Welt - 27-7)


- Der Terror in den Köpfen. Gegen die im Westen verbreitete Obsession, an allem selbst schuld sein zu wollen (neue zürcher zeitung - 23-7)


- In den Dschihad mit europäischem Paß (Frankfurter Allgemeine Zeitung - 22-7)

- Mad, bad Mao (Times 20-7)

vrijdag, juli 22, 2005

Bundesverfassungsgericht bewaakt de meerwaarde van Duits staatsburgerschap

Verkort in De Tijd 22 juli 2005. Ook op brusselsjournal.com

.
Op 18 juli vernietigde het Duits grondwettelijk Hof in een uitvoerig gemotiveerd arrest (met Engelse samenvatting) de Duitse wet tot uitvoering van het Europees kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel en uitleveringen tussen de Europese lidstaten.

MATTHIAS STORME leidt uit de motivering af dat in Duitsland - meer dan bij ons - het staatsburgerschap nog iets betekent: het Bundesverfassungsgericht bewaakt de (meer)waarde ervan en verplicht tot positieve discriminatie van de eigen burgers.

Eurofiele commentatoren hebben er opgelucht op gewezen dat het arrest het Europees kaderbesluit zelf (Engelse versie) niet strijdig verklaart met de Duitse grondwet (dat was wel de mening van één van de rechters in een afwijkende mening, een "dissenting opinion"), maar enkel de Duitse omzettingswet. De Duitse wetgever wordt verplicht de wet te herschrijven op een wijze die grondwetsconform is, maar het hof meent dat het mogelijk is dat te doen binnen de marges die het kaderbesluit laat aan de lidstaten. Het Hof diende dus ook niet te zeggen wat de gevolgen zouden zijn mocht het kaderbesluit zelf strijdig zijn met de Duitse grondwet; er zijn wel een aantal andere zaken aanhangig voor het Hof waar dergelijke vragen wel aan bod komen.

Niettemin is het arrest toch bijzonder interessant in die zin dat er wel degelijk in de motieven grenzen worden gesteld aan de europeanisering en denationalisering van het recht en de soevereiniteit. En vooral omdat het arrest duidelijk stelling neemt over de betekenis die nationaliteit of staatsburgerschap moet hebben in een rechtsstaat. We parafraseren dan ook de belangrijkste overwegingen in dat verband.

Zo stelt het Hof (ov. 64) dat de Duitse nationaliteit het recht geeft om door de eigen overheid niét uit de eigen territoriale rechtsorde te worden verwijderd en in het bijzonder niet te worden uitgeleverd aan een andere overheid of rechtsorde. Een correlaat hiervan is wel dat de staat het recht heeft eigen burgers te vervolgen voor misdrijven in het buitenland begaan (op voorwaarde natuurlijk dat de Duitse strafwet dat misdrijf uitdrukkelijk strafbaar stelt ook wanneer het in het buitenland wordt begaan). Aan dit recht worden zeer enge grenzen gesteld: een uitzondering geldt slechts voor uitlevering aan een andere EU-lidstaat of een internationaal gerecht, en op voorwaarde dat het misdrijf hoofdzakelijk in het buitenland werd begaan.

De Duitse omzettingswet werd vernietigd omdat ze het ook mogelijk maakte een Duitser uit te leveren aan Spanje voor hoofdzakelijk in Duitsland zelf begane beweerde misdrijven. Het Hof benadrukt dat het een fundamenteel element is van de grondwettelijke orde, dus van de rechtsstaat, dat de overheid verplicht is de eigen staatsburgers (met Duitse nationaliteit) op te nemen en te beschermen, en dat het een correlaat daarvan is dat de staat evenzeer het recht heeft om buitenlanders uit te wijzen (ov. 66). Ook kan een eigen burger niet worden uitgeleverd voor feiten die naar Duits recht geen misdrijf uitmaken.

Het Hof herinnert er ook aan (ov. 74) dat het Europeesrechtelijk verbod van discriminatie op grond van nationaliteit (dat enkel discriminaties van burgers van EU-lidstaten verbiedt, en niet de discriminatie van niet-Europese burgers), géén algemeen beginsel is, maar slechts geldt binnen de specifieke regels van het EU-recht, in het bijzonder de regels van vrij verkeer (van personen, goederen, diensten e.d.m.).

Het Hof herinnert er eveneens aan (ov. 83) dat de fundamentele vrijheid van de burger een Verlässlichkeit van de rechtsorde vereist, dus vereist dat hij zich op de rechtsorde kan verlaten, en heel in het bijzonder dat de burger niet kan vervolgd worden voor daden die op het ogenblik waarop hij ze beging niet strafbaar waren volgens de wet van die plaats dan wel volgens zijn nationale wet. Maar de rechtsstaat vereist meer (ov. 85), namelijk dat een vermeend misdrijf in eigen land begaan niét door een vreemd gerecht kan worden beoordeeld, dat een burger voor zo'n gedraging niet mag worden onderworpen aan een strafprocedure in een vreemd land, in een andere taal, met een andere procedure, een cultureel verschillende context en/of een ander strafrecht.

Weliswaar is een zeker vertrouwen in elkaars rechtsstatelijkheid tussen de EU-lidstaten op zijn plaats, maar die wederzijdse erkenning kan volgens het Hof niet betekenen dat de grondwettelijke waarborg van fundamentele rechten, die de Duitse grondwet verschaft, kan worden ingeperkt. De mogelijkheid wordt dus opengelaten dat de Duitse overheid oordeelt dat de rechten van de verdediging in een andere EU-lidstaat onvoldoende zijn beschermd (en dat dit ook werkelijk zo is, kan men natuurlijk al afleiden uit het feit dat er regelmatig EU-lidstaten door het Europees Hof voor de Mensenrechten worden veroordeeld omdat hun strafprocedure niet aan de vereiste normen voldoet).

Het editoriaal van het Duiste weekblad Die Zeit heeft het fijntjes over de gevaren van een delocalisatie van de strafvervolging: "Schon jetzt ist es üblich geworden, des Terrorismus Verdächtigte nach Spanien abzuschieben, weil dort das Machtgefälle zwischen Anklägern und Beschuldigten steiler ist als hierzulande. Die Globalisierung lädt eben nicht nur Lohnarbeit und Kapital dazu ein, sich die günstigsten Standorte zu suchen, sondern offenbar auch die Strafverfolgungsbehörden. Doch was der Ökonomie billig, ist dem Rechtsstaat nicht in jedem Falle recht" (Gero von Randow, "Büffet gesperrt: Der Bürger muss wissen, woran er ist") (vertaling: Nu reeds is het gebruikelijk terrorismeverdachten naar Spanje af te schuiven, omdat de machtsverhouding tussen openbare aanklager en beschuldigde daar een stuk steiler is dan hier. De globalisering nodigt niet alleen arbeid en kapitaal uit om de goedkoopste lokalisatie te zoeken, maar ook de strafvervolgingsoverheid. Maar wat goedkoop is voor de economie, is daarom nog geen recht voor de rechtsstaat).

Nog sterker: volgens het Hof geeft de Duitse nationaliteit elke Duitser het recht op deze bijzondere rechten, die verder reiken dan de rechten van vreemde staatsburgers. De Duitse wet werd ongrondwettig geacht precies omdat ze de Duitse burgers op dat vlak niét beter behandelt dan buitenlanders. Met andere woorden, de verplichting van de overheid om Duitse burgers te beschermen houdt een verplichting tot positieve discriminatie in van de eigen burgers (zie ov. 90). De Belgische inquisitie (*) zal wel erg groen en paars lachen als ze dit leest. Meer nog, in België beweren wat het Duits Grondwettelijk Hof stelt is een misdrijf, is verboden door de racismewet zoals ze "geïnterpreteerd" wordt door de Belgische rechters.

Misschien wel de interessantste overwegingen van het Hof betreffen stellingen over de betekenis van de nationaliteit die de problematiek van uitlevering en strafprocesrecht te boven gaan. Het Hof waarschuwt er zeer uitdrukkelijk voor dat in het licht van de Duitse rechtsstaat, een EU-burgerschap de Duitse nationaliteit niet kan vervangen. Het mag een aanvullende betekenis hebben, maar mag het nationale burgerschap niet devalueren. De betekenis van de Duitse nationaliteit mag er niet door worden aangetast. Een Europese regel die buitenlanders - zelfs enkel EU-burgers - stemrecht zou toekennen voor het Duitse parlement zou daarom ongrondwettig zijn en kan om die reden niet.

Dat alles zegt natuurlijk iets over de waarde van het Belgisch staatsburgerschap vergeleken met het Duitse. De betekenis of waarde van een nationaliteit bestaat immers uit de som van alle zaken die men wél heeft met die nationaliteit en niet zonder.

In Duitsland mag het dan al zeer moeilijk zijn om de Duitse nationaliteit te verkrijgen, maar wat men dan verkrijgt heeft dan ook iets te betekenen. De Heer Darkazanli, Duitser van Syrische oorsprong, zal het intussen wel beseffen: dankzij de positieve discriminatie van Duitsers, die evenzeer geldt voor genaturaliseerde Duitsers, zit hij niet in een Spaanse cel. Il y a a encore des juges à Karlsruhe ...

Ook op dat vlak schiet België als staat en rechtsstaat dan ook duidelijk te kort. In vele opzichten betekent de Belgische nationaliteit steeds minder. Ze is zowat de gemakkelijkst te verkrijgen nationaliteit ter wereld, wat al op de geringe waarde ervan wijst, ze biedt bijzonder weinig meerwaarde - nu het kiesrecht weer verder is opengesteld voor niet-staatsburgers - en ze geeft geen recht op positieve discriminatie. Integendeel, de Belgische nationaliteit hebben houdt een verplichting tot zelfnegatie in, een verplichting de eigen nationaliteit waardeloos te vinden, aangezien het volgens de Belgische onrechtspraak verboden is te pleiten voor enig voorrecht voor de burgers met die nationaliteit. Voorwaar een bemoedigend vertrekpunt voor een land dat zijn 175e verjaardag meent te moeten vieren.


(*) in De Tijd van 22 juli 2005 werd "De belgische inquisitie" veranderd in "Het belgische gerecht". De redacteur had blijkbaar niet door dat met de belgische inquisitie niet zozeer het gerecht wordt bedoeld als het van de Eerste Minister afhankelijke Centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding (CGKR).

maandag, juni 27, 2005

Hoe een rotsblok een kaartenhuisje blijkt te zijn

Het is geen crisis in Europa, het is diepe crisis. Zo stelde de Luxemburgse eerste minister Juncker na de mislukte Eu "top" in juni 2005. En die crisis zou het gevolg zijn van het feit dat alvast 2 van de 3 lidstatelijke bevolkingen die hun oordeel mochten geven over de zogenaamde Europese Grondwet deze hebben afgewezen. De enige 2 trouwens die zich in meerderheid hebben uitgesproken (in Spanje lag de opkomst onder de helft); in de 10 landen die tot nu toe ja hebben gezegd, ligt de democratische legitimiteit van die beslissing dus alvast een stuk lager (in die zin is 2-0 alvast correcter dan de 10-2 die onze media ons voorhouden, soms met bijna de oproep écrasez l'infâme erbij, zoals in de commentaar van Van Haver & Lannoo in de Tijd).

Wat echter het meest verbazend zou moeten zijn, is dat deze begrafenis van de zogenaamde grondwet, die juridisch gewoon het status quo inhoudt voor de nu reeds bestaande Europa, en geen terugschroeven is, zo'n crisis kan veroorzaken. Het lijkt wel alsof de EU een slokopmonster is dat noodzakelijkerwijze steeds groter moet worden en steeds meer macht moet centraliseren om in leven te blijven. Dat is althans wat onze Europese leiders er blijkbaar van hebben gemaakt. In die zin lijkt het leiderschap op Europees vlak verdacht veel op het leiderschap over België van premier Verhofstadt, niet toevallig diegene die aan de oorsprong ligt van de dwaze idee om de Eu een grondwet te geven (idee doorgedrukt in de Verklaring van Laken).

Het is niet door voor Europa steeds grotere en radicalere projecten te verzinnen dat men uit de crisis zal geraken. De oorzaak van die crisis is immers juist dat men Europa ziet als een project, iets dat nieuw moet worden ontworpen, dat moet worden geconstrueerd door middel van een deconstructie van de naties en de Europese geschiedenis. De oorzaak van die crisis is dat die (de)constructionisten daarmee Europa afsnijden en willen afsnijden van zijn wortels. De beslissing om met Turkije over lidmaatschap te onderhandelen is daar een voorbeeld van. Maar het is niet het enige waarin dat Europese project een brug te ver is. De basisbeginselen van de Europese grondwet getuigen van een negationisme ten aanzien van de historische grondslagen van Europa, als het Romeins recht, het christendom, de soevereiniteit van kerk evengoed als staat, de fundamentele vrijheden.

Constructionisme betekent immers vervangen van de stapsgewijze verbetering van het door de eeuwen heen gegroeide recht door een systeem waarbij enkele absolute principes, ontsproten aan de geesten van een verlichte elite, daarop voorrang hebben. Onder die principes worden weliswaar ook fundamentele vrijheden opgesomd, maar eigenlijk worden die vrijheden juist ingeperkt door ze ondergeschikt te maken aan het dogma van de non-discriminatie. Het respect voor de scheiding van kerk en staat, en daarmee van recht en moraal, wordt terzijde geschoven, zoals de zaak-Buttiglione heeft aangetoond. En het negationisme ten aanzien van het christendom is in de grondwet totaal.

Zijn de redenen voor de afwijzing van Europa overal dezelfde ? Natuurlijk niet. Maar dat op zichzelf geeft natuurlijk wel een richting aan. Want de enige democratische wijze om daarmee om te gaan is juist het subsidiariteitsbeginsel: meer overlaten aan de naties van Europa, en hen stimuleren tot samenwerking rond concrete dossiers. Laat vele van de grote principes maar buiten ons raam in de regen staan. Zij worden immers maar al te vaak gebruikt om stoemelings de volkeren voor voldongen feiten te plaatsen. Natuurlijk gebeurt dat ook op Belgisch en zelfs op Vlaams niveau. Maar daar kunnen we dan misschien toch nog iets aan doen. Daar is er in beginsel ook nog een alternatief. En dat is de essentie van de democratie. Ja, het is ook de essentiële betekenis van de neen-stem in de referenda: een breuk met de TINA-gedachte, de stelling dat "there is no alternative". Want het blijft merkwaardig: hoe een rotsblok een kaartenhuisje blijkt te zijn wanneer er eens iemand neen durft te zeggen.

donderdag, mei 12, 2005

alleen de franstaligen mogen eenzijdig hun wil opleggen

Luc van Braekel citeert (op http://lvb.net/item/1149#8412): Premier Guy Verhofstadt, op 9 januari 2005 in De Zevende Dag:"Een gemeenschap kan haar wil niet eenzijdig opleggen. Er moet altijd een compromis worden gesloten".
Hij voegt er fijntjes aan toe : "Ter herinnering: vorig jaar werd het gemeentelijk stemrecht voor migranten goedgekeurd met een federale meerderheid, terwijl een meerderheid van Vlaamse parlementsleden tegen was."

Mijn commentaar:

Quod erat demonstrandum. Verhofstadt bedoelt natuurlijk dat de Vlamingen nooit hun meerderheid mogen gebruiken, maar dat er altijd Vlaamse collaborateurs zijn om de Walen aan een meerderheid te helpen, en er op dat ogenblik natuurlijk wel een franstalige wil kan worden opgelegd aan de Vlaamse gemeenschap.

Als de franstaligen gewoon doordoen, mogen de Vlamingen de alarmbel niet gebruiken, want dan zouden zij verantwoordleijk zijn voor de crisis. Als de Vlamingen doordoen, komt de koning hen vertellen dat ze dat niet mogen doen, want dan zouden de Franstaligen de alarmbel gebruiken en dus de Vlamingen verantwoordelijk zijn voor de crisis. Rare logica, niet ?

Overigens is het bijzonder grof hoe de koning opnieuw partijpolitieke anti-vlaamse en zelfs antigrondwettelijke uitspraken doet. De Koning zet de politici er toe aan de arresten van het Arbitragehof niet uit te voeren. In een rechtsstaat zou men dit niet laten passeren .....

M.E.S.


PS. Dit wordt natuurlijk nog beter verwoord door de filsoof Peter de Graeve in de Tijd van 6 mei 2005:

Alleen Maingain spreekt de waarheid

De enige die totnogtoe naar waarheid heeft gesproken in het dossier-BHV is Olivier Maingain, voorzitter van het FDF. Dat, zoals hij deze week beweerde, 'de Vlamingen moeten leren naar de Franstaligen te luisteren' raakt in meer dan één opzicht de kern van de zaak, stelt PETER DE GRAEVE.

De historische essentie van de Belgische francofonie wordt uitgedrukt in één speech-act: 'Wees gehoorzaam'. Daartegenover staan alle mogelijke of onmogelijke scenario's waarmee Vlaamse onderhandelaars hopen die brute (en brutale) historische kracht enigszins te bedwingen. Maar die draaiboekjes blijven dagdromen, fictieve (want geveinsde) werkelijkheden, koperen pasmunten in ruil voor de ontstellende maar immer fonkelende waarheid van Olivier Maingain.

Men kan uit de aansporing van het FDF-boegbeeld afleiden dat hetgeen Hugo Schiltz sedert vele jaren het imperialisme van de Franstaligen noemt, ideologisch gesproken slechts een oppervlakkig aspect van deze affaire blootlegt. 'Imperialistisch' is uiteindelijk iedereen die zijn kans ruikt om de eigen machtsaanspraken door te duwen, en daarin door de politieke tegenstrevers niet of onvoldoende wordt afgeremd.

Reactionair paternalisme

De enige ideologische gietvorm waarin de politieke eisen van de Franstaligen als gegoten brons lijken te passen, is het begrip reactionair paternalisme. De Vlaamse onderhandelaars moeten maar eens goed nadenken over de vraag of zij, door toe te geven aan deze machtshonger (handig vermomd als een eis in rechte), eerst in Brussel en Vlaams-Brabant, maar uiteindelijk in heel België de weg (verder) willen vrijmaken voor de reactionaire praktijken van betuttelende bewindslieden.

Maingain heeft wellicht één woord geluidloos tussen de lippen gepreveld toen hij zijn historische waarheid verkondigde: het woord 'opnieuw', 'de nouveau'. De Vlamingen moeten opnieuw naar de Franstaligen leren luisteren. Laat men zich vooral geen illusies maken: de verhoopte terugkeer naar de (Vlaamse) luisterbereidheid is geenszins gemotiveerd door nobele gevoelens van humaniteit, solidariteit en verdraagzaamheid. Hij beantwoordt aan slechts één ding: het behoud van oude, en het verwerven van nieuwe macht. Dat is duidelijk geworden toen de Franstaligen betoogden in Wezembeek-Oppem. Ook daar kwam de volle waarheid uit de gouden mond van Maingain. Nadat hij zijn eis tot aansluiting van de faciliteitengemeenten bij Brussel had verwoord, voegde de FDF-leider er ten gerieve van de Vlaamse bewoners fijntjes aan toe dat zij van zo'n aansluiting bij Brussel niets te vrezen hadden: 'Wij zullen u beschermen, zoals wij vandaag al de Vlaamse Brusselaars beschermen.'

Derde schoolvoorbeeld van de Franstalige betuttelende speech-act. De klemtoon ligt hier voluit op het wij van de bescherming. Wij, en wij alleen. Los van de vraag of het wel klopt dat Brusselse Vlamingen door hun Franstalige burgermeesters voldoende beschermd, laat staan als volwaardige inwoners behandeld worden, is het veeleer zo dat de Franstaligen in de eerste plaats zélf heer en meester van hun politieke protectionisme en hun politieke protectoraten willen zijn en blijven.

In dit licht moet men ook hun vermeend 'humanistische' pleidooi pro de ondertekening van het Minderhedenverdrag zien. Zijzelf willen 'hun' Franstaligen in Vlaanderen beschermen. Zoals zijzelf 'hun' Vlamingen in Brussel beschermen. Wij zullen iedereen beschermen: wij zullen onszelf beschermen, en wij zullen België beschermen, en wij zullen de rechtsstaat beschermen. Ja, wij zullen zelfs Vlaanderen beschermen. Tegen wie of wat, eigenlijk?

Voorrechtsstaat

Maingains pleidooi voor de rechtsstaat is in wezen een pleidooi voor een voorrechtsstaat, en wel in een dubbele betekenis van dat woord. Ten eerste wil hij de historische machtsaanspraken van de Franstaligen in België erkend zien als de inzet van een strijd om (mensen)rechten. Ten tweede probeert hij langs die sluipweg terug te keren naar een vorm van staatkundig georganiseerde gehoorzaamheid die teruggaat op het België van vóór het federalisme, het België dat bestond vóór de komst van de huidige (relatieve) rechtsstaat.

Door Maingain naar de mond te praten is Elio Di Rupo als eerste door de knieën gegaan voor dat reactionaire paternalisme. Meer dan ooit lijkt het mij de taak te zijn van de Vlaamse democratische partijen rond de onderhandelingstafel, om le prince-charmant te wijzen op zijn historische vergissing in deze zaak. Zij moeten hem ervan overtuigen opnieuw de kant van het federalisme en de gelijkheid te kiezen. Memento historiam: wat in Duitsland ooit begon met het paternalisme van Hindenburg, is geëindigd met de dijkbreuk en de nazi-tsoenami. Lang geleden schreef Machiavelli: 'Het is misdadig een onrecht in stand te houden om een conflict te ontlopen.' Deze waardige en eeuwenoude waarheid moeten de Vlaamse onderhandelaars nu in bescherming nemen tegen de niet te stillen machtshonger en het cynisme van prinsjes als Maingain en van de democraten die hem uit vrees of eigenbelang ter wille zijn

woensdag, april 27, 2005

Verklaring over het Verdrag voor een Europese grondwet

Wij, de ondergetekenden, werkzaam bij universiteiten en studiecentra in Europa,
wijzen de overeenkomst die de staatshoofden en regeringschefs hebben bereikt over
de voorgestelde grondwet voor de Europese Unie, eensgezind af. Wij doen een
beroep op de bevolkingen van de Unie om de ratificatie van het verdrag door hun
parlementaire vertegenwoordigers of door middel van referenda niet toe te stemmen.
Ten eerste maakt de voorgestelde grondwet de weg vrij voor het regelen van steeds
meer zaken op steeds grotere afstand van de burger. In plaats van te proberen een
duidelijke visie te ontwikkelen op hetgeen de Unie het beste kan doen en de rest aan
de lidstaten en hun regionen over te laten, opent de grondwet de deur voor het
overbodig maken van andere jurisdicties in een toenemend aantal bereiken.
Ten tweede ontsluit de grondwet talrijke nieuwe wegen voor toenemende regulering
in Europa. Het zou Europa’s vermogen ondermijnen om in de wereldeconomie te
concurreren. Europa heeft minder, niet meer regulering nodig.
Ten derde geeft de voorgestelde grondwet de overheid meer macht over de burgers
en worden internationale verschillen in voorkeuren en behoeften onderdrukt door het
centraliseren van de beleidsvorming. De centraliserende dynamiek moet in de hand
gehouden worden door instituties die geen uitgesproken belang bij centralisering
hebben.
Ten vierde kan het fundamentele doel van een grondwet om de regels van politieke
samenwerking op instemming van de bevolking te baseren, niet worden bereikt met
een dergelijk gecompliceerd en ambitieus document. Zaken van groot belang, zoals
de vraag of de Unie belastingen mag heffen of hoe het Handvest van Grondrechten
dient te worden toegepast, zijn bewust vaag gelaten of zijn hopeloos gecompliceerd
geworden.
We ontkennen niet dat de voorgestelde grondwet enkele positieve elementen bevat.
Maar al met al maakt het de zaken duidelijk slechter. De grondwet duwt mensen nog
verder weg van degenen die de macht in hun naam uitoefenen. De grondwet moet
worden afgewezen.
Op uitnodiging van de European Constitutional Group is deze brief ondertekend door
meer dan honderd universiteitsdocenten en medewerkers van studiecentra.

(...) Inderdaad, ook door uw dienaar. De lijst is te vinden onder de verklaring, die in verschillende talen te vinden is op http://admin.fnst.org, de Nedderlandse als pdf op admin.fnst.org/uploads/1207/Verklaring_25.04.05.pdf.

dinsdag, april 05, 2005

De gevolgen van een handhavingsarrest van het Arbitragehof voor hangende gedingen.

Als "REDACTIE PRIVAAT" verschenen in Tijdschrift voor Privaatrecht 2004, nr. 3 (verschenen april 2005).


1. Op 28 oktober jl. velde het Arbitragehof een arrest (nr. 169/2004) in een prejudiciële procedure, waarin het geweigerd heeft een antwoord te geven op een prejudiciële vraag over de verenigbaarheid met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel van art. 82 Faillissementswet - de bevrijding van de persoon die zich kosteloos borg heeft gesteld voor een hoofdschuldenaar die failliet werd verklaard en wiens faillissement werd afgesloten met een verschoonbaarverklaring. Deze weigering wordt gemotiveerd door het feit dat diezelfde wetsbepaling in een eerder arrest (nr. 114/2004 van 30 juni 2004) werd vernietigd, maar het Hof niettemin de gevolgen van de vernietigde bepalingen heeft gehandhaafd totdat nieuwe bepalingen in werking treden, en zulks uiterlijk tot 31 juli 2005. Het Hof recidiveerde met arrest nr. 2:2005 van 12 januari 2005.

De bedoeling van deze korte bijdrage is niet om nogmaals de grond van de zaak - nl. de regels over de bevrijding van de borg na faillissement van de hoofdschuldenaar - te bespreken, maar wel om na te gaan wat de bodemrechter moet doen wiens prejudiciële vraag het Arbitragehof geweigerd heeft te beantwoorden.

2. Immers, in een prejudiciële procedure gaat het om de vraag of een voor het geschil relevante wetskrachtige bepaling een toetsbare bepaling van de Grondwet (in het bijzonder een artikel uit titel II van de grondwet ) al dan niet schendt. Wanneer in het bodemgeschil wordt aangevoerd dat de relevante wetskrachtige bepaling een toetsbare bepaling van de grondwet schendt, moet de bodemrechter in beginsel die vraag stellen . Uit de tekst van art. 26 van de Bijzondere Wet Arbitragehof blijkt heel duidelijk dat het Arbitragehof in beginsel slechts kan antwoorden dat de norm de grondwet schendt dan wel niet schendt. Het Hof moet daarbij uitgaan van de interpretatie van de norm door de verwijzende rechter gegeven, aangezien de interpretatie van die norm tot de bevoegdheid van de verwijzende rechter behoort. Het Arbitragehof kan er wel op wijzen dat de norm in een andere interpretatie dan de door de verwijzende rechter gegeven interpretatie, de grondwetsbepaling niet schendt (grondwetsconforme interpretatie). Maar het Hof kan op een prejudiciële vraag niet antwoorden dat de in vraag gestelde norm de grondwet schendt, doch de reeds ingetreden gevolgen van die norm desondanks moeten worden gehandhaafd. Die mogelijkheid bestaat enkel in de vernietigingsprocedure (art 8 lid 2 Bijz.W. Arbitragehof).

3. Zoals blijkt uit de arresten 114/2004 en 169/2004, weigert het Arbitragehof echter de prejudiciële vraag te beantwoorden, wanneer de relevante wetskrachtige bepaling intussen werd nietig verklaard met handhaving van de gevolgen van de vernietigde bepalingen. Het Hof probeert daarmee de regel te omzeilen dat een prejudiciële vraag enkel kan handelen over de vraag of de litigieuze rechtsnorm de grondwet schendt of niet.

In de zaak waarin de prejudiciële vraag werd gesteld, moet de verwijzende rechter echter uitspraak doen. Hij kan niet op die grond weigeren recht te spreken (art. 5 Ger.W.). Volgens art. 28 van de Bijz. W. moet hij zich voor de oplossing van het geschil voegen naar het arrest van het Arbitragehof. Maar wat als het Hof heeft geweigerd de vraag te beantwoorden, met verwijzing naar een vernietigings- en handhavingsarrest?

Allicht zullen sommigen menen dat de verwijzingsrechter nu ook maar de ongrondwettige bepaling moet toepassen in het geschil, aangezien de gevolgen ervan gehandhaafd zijn door het vernietigingsarrest. Maar dan miskent men natuurlijk dat het Arbitragehof in het antwoord op een prejudiciële vraag de gevolgen van de grondwetsschendende bepaling niet kan handhaven.

Daar is ook een goede reden voor. Indien de prejudiciële vraag uitgaat van een rechtscollege van de rechterlijke macht, handelt het bodemgeschil immers over subjectieve rechten. Bovendien impliceert de prejudiciële vraag dat het voor de beoordeling van die subjectieve rechten een verschil uitmaakt of de rechtsnorm die het voorwerp is van de vraag, de grondwet al dan niet schendt. Indien de norm de grondwet schendt, volgt daaruit noodzakelijk dat de rechter die desondanks die bepaling zou toepassen, de subjectieve rechten van de daardoor benadeelde partij schendt.

4. Nu blijkt uit de rechtspraak van andere grondwettelijke hoven alsook van het Hof van Justitie van de EG en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat ook die rechtscolleges meermaals de terugwerkende kracht beperken van arresten waarin zij de hoogste rechtsnorm (de grondwet c.q. het gemeenschapsrecht c.q. het EVRM) interpreteren en desgevallend op grond van die interpretatie oordelen dat een lagere rechtsnorm die hogere norm schendt. Die beperking van de terugwerking geschiedt evenwel alleen wanneer de interpretatie van de hogere norm “nieuw” is en daardoor reeds afgehandelde rechtsverhoudingen in het gedrang zou brengen. Reeds in dit opzicht is de bevoegdheid van het Arbitragehof om de gevolgen van vernietigde bepalingen ook in andere gevallen te handhaven buitensporig. Nog buitensporiger is het dat het Arbitragehof de vernietiging niet eens laat ingaan op de datum van de uitspraak, maar pas vele maanden of zelfs jaren later . Maar er is nog meer. De vaste rechtspraak van die rechtscolleges bepaalt echter steeds dat de beperking van de terugwerkende kracht niét geldt voor de zaak zelf waarin het arrest is geveld, noch voor andere zaken uit het verleden die aanhangig zijn bij een rechtbank .

De reden daarvoor is dat de rechtszekerheid meebrengt dat men geen zaken dient te heropenen waarin er geen betwisting is; partijen kunnen geacht worden zich te hebben neergelegd bij de toepassing van de norm die achteraf strijdig wordt bevonden met een hogere norm. Deze sanctie kan echter niet worden toegepast ten aanzien van partijen die hun rechten wél reeds eerder geldend hadden gemaakt voor de rechter.

Uit deze rechtspraak blijkt duidelijk dat in de ogen van onder meer het HJEG en het EHRM het handhaven van een vernietigde norm in een op het tijdstip van de vernietiging daarover reeds aanhangige procedure onmogelijk kan worden verantwoord.

5. Hetzelfde moet gelden voor het Belgische recht. Arresten van het Arbitragehof over prejudiciële vragen gelden, anders dan vernietigingsarresten, niet erga omnes.

De verwijzende rechter moet zich weliswaar voegen naar de uitspraak van het Arbitragehof over de prejudiciële vraag, maar kan natuurlijk maar gebonden zijn voor zover die vraag ook wordt beantwoord.

De handhaving van de gevolgen van de vernietigde wetsbepaling in het vernietigingsarrest anderzijds geschiedt volgens art. 8 lid 2 van de Bijzondere Wet weliswaar “bij wege van algemene beschikking”, maar een dergelijke “algemene beschikking” kan niet toegepast worden ten aanzien van reeds aanhangige rechtsgedingen. Dat zou immers impliceren dat de overheid door middel van een beschikking die de rang en algemeenheid heeft van een wet, retro-actief ingrijpt in een hangend geding waarin de ongrondwettigheid van de vernietigde norm reeds was opgeworpen, en daarmee een partij in dat geding van subjectieve rechten berooft die het zonder deze ingreep erkend zou zien. Welnu, een dergelijke ingreep van de overheid zou op zichzelf juist strijdig zijn met de grondwet en met art. 6 van het EVRM, behoudens wanneer 1° de overheid niet zelf partij is en 2° een dergelijke ingreep noodzakelijk is in het algemeen belang .

In het arrest nr. 114/2004 wordt evenwel op geen enkele manier betoogd dat het noodzakelijk is voor het algemeen belang om in te grijpen in reeds hangende gedingen.

De verwijzende rechter die geen antwoord heeft gekregen op zijn prejudiciële vraag dient m.i. dus de norm die ongrondwettig werd verklaard buiten toepassing te laten in het hangende geschil.

6. Een andere interpretatie zou bovendien tot een discriminatie leiden tussen partijen die de schending van een wetskrachtige norm aanvoeren, naargelang er voor de uitspraak van het Arbitragehof op de prejudiciële vraag daarover, al dan niet een beroep tot vernietiging van diezelfde norm aanhangig wordt gemaakt. Geschiedt dat niet, dan kan het Hof namelijk niet beslissen dat de norm weliswaar de grondwet schendt, maar toch voorlopig moet worden gehandhaafd.

7. Het is dan ook stellig aan te bevelen dat ook het Arbitragehof, zoals vergelijkbare rechtscolleges, in arresten waarin de gevolgen van een vernietigde wetskrachtige norm worden gehandhaafd, zou verduidelijken dat deze handhaving slechts kan gelden voor feiten uit het verleden waarin de betrokkene nog geen stappen heeft ondernomen om zijn rechten veilig te stellen.

Matthias E. STORME
 
Locations of visitors to this page