woensdag, augustus 29, 2012

Controlerechten van de burger stoemelings afgeschaft in Vlaanderen


Wat we zelf doen, doen we duidelijk niet altijd beter. Een manifest voorbeeld vinden we in de wijziging van het gemeentedecreet en provinciedecreet (1) door het Vlaams Parlement, waarbij een van de oudste waarborgen van de burger tegen nalatigheid van het lokale bestuur sneuvelt.  

Het betreft de mogelijkheid voor een inwoner van een gemeente om op eigen kosten rechten van de gemeente voor de rechter geldend te maken wanneer het gemeentebestuur dat niet doet. Deze mogelijkheid is bijna zou oud als de Belgische staat, al golden er destijds wel bepaalde beperkingen. We vinden de mogelijkheid reeds in de oude Gemeentewet van 1836 (2). Het Belgische voorbeeld vond navolging in Frankrijk (1837)(3), Luxemburg (1843)(4) en Nederland (1851)(5). Destijds diende de burger wel toestemming te hebben van een hoger bestuur (met name de provincie). Deze beperking werd afgeschaft in de nieuwe Gemeentewet van 1988. Na de regionalisering van de wetgevende bevoegdheid inzake lokale besturen in 2002 was het Vlaams Parlement aanvankelijk wel voorbeeldig: de mogelijkheid werd ook ingeschreven in de Provinciedecreet waardoor inwoners van een provincie ook namens de provincie konden procederen. Dit werd verder ook mogelijk gemaakt voor rechtspersonen met zetel in die gemeente of provincie (6). In Wallonië werd de regel ongewijzigd overgenomen in de nieuwe Code de la démocratie locale et de la décentralisation (7).

Nu blijkt echter dat politici burgers maar dergelijke rechten gunnen zolang ze ze vooral niet gebruiken. De jongste jaren is de genoemde techniek immers een stuk populairder geworden. Burgers zijn vaker - op eigen kosten - gedingen gaan voeren die de politieke meerderheid van een gemeente weigerde te voeren. De techniek werd bv. gebruikt om namens de gemeente een strafklacht met burgerlijke partijstelling in te dienen waar het bestuur van de benadeelde gemeente weigerde dat zelf te doen. Ze werd gebruikt om onwettige overheidsbeslissingen die een gemeente benadelen aan te vechten waar de zittende meerderheid dat niet wil, bv. ook een bouwvergunning. 

Dat burgers op eigen kosten een onwettige benadeling van een gemeente aanklagen en proberen ongedaan te maken voor de rechter was er blijkbaar teveel aan. Niet toevallig waren het parlementsleden van Open VLD die het initiatief namen met een amendement bij de lopende aanpassing van het gemeentedecreet. De meerderheidsfracties lieten zich niet onbetuigd en dienden op hun beurt amendementen in om zowel op gemeentelijk als op provinciaal vlak dit recht van de burger af te schaffen, behalve bij ernstige milieuschade. De argumenten zijn potsierlijk: er zou nu een beter evenwicht komen tussen de inspraakmogelijkheden van de burger en het algemeen belang. Men verzwijgt daarbij dat zo’n procedure door een burger maar slaagt wanneer er een onwettigheid is begaan, aangezien de rechter alleen de wettigheid en niet de opportuniteit mag beoordelen.  Onze volksvertegenwoordigers gaan er dus van uit dat het in het algemeen belang is om onwettigheden in stand te houden wanneer de zittende politieke meerderheid dat liever zo houdt. Of nog: anders dan in 1836 zou de burger nu veel meer andere mogelijkheden om het gemeentebestuur te controleren, zodat dit recht overbodig is geworden. De waarheid is dat het afgeschaft wordt niet omdat het overbodig was, maar omdat het blijkbaar zo weinig overbodig was dat het steeds meer werd gebruikt. Opnieuw zegeviert de opvatting dat democratie ertoe gereduceerd wordt dat een burger eenmaal om de zoveel jaar een bolletje mag inkleuren en zich voor het overige vooral niet mag moeien met wat de verkozen politici vervolgens uitspoken. 

---------------------------------------------------

 (1) Art. 64 van het Decreet van 29 juni 2012 tot wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, B.Staatsblad 08/08/2012, bl. 46359 c.q. art. 59 van het Decreet van 29 juni 2012 tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005, B.Staatsblad 03/08/2012, bl. 45990
(2) Art. 150
(3) Artikel 49 van de Gemeentewet van 18 juli 1837: “Cependant tout contribuable inscrit au rôle de la commune a le droit d’exercer, à ses frais et risques, avec l’autorisation du conseil de préfecture, les actions qu’il croirait appartenir à la commune ou section, et que la commune ou section, préalablement appelée à en délibérer, aurait refusé ou négligé d’exercer. La commune ou section sera remise en cause, et la décision qui interviendra aura effet à son égard”. Nu Artikel L2132-5 Code général des collectivités territoriales
(4) Nu art. 85 Loi du 7 novembre 1996 portant organisation des juridictions de l'ordre administratif : « Un ou plusieurs habitants peuvent, à défaut du collège échevinal, ester en justice au nom de la commune, moyennant l'autorisation du ministre de l'Intérieur, en offrant, sous caution de se charger personnellement des frais du procès et de répondre des condamnations qui seraient prononcées. Le ministre de l'Intérieur est juge de la suffisance de la caution.

La commune ne peut transiger sur le procès sans l'intervention de celui ou de ceux qui ont poursuivi l'action en son nom.
En cas de refus, un recours est ouvert auprès du Tribunal administratif. »

(5) artikel 143, lid 3 Gemeentewet 29 juni 1851“elke ingezetene kan, daartoe volgens artikel 194 gemachtigd, ten zijnen laste, namens de gemeente een eis in rechte doen, die volgens zijn mening in het belang der gemeente behoor de te zijn gedaan”
(6) De tot deze zomer geldende tekst luidde dan ook voor de gemeenten: 
"Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad niet in rechte optreden, kunnen een of meer inwoners in rechte optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken.
Dit recht staat ook open voor de rechtspersonen waarvan de maatschappelijke zetel in de gemeente is gevestigd.
De gemeente kan over het geding geen dading aangaan of er afstand van doen zonder instemming van degene die het geding in haar naam heeft gevoerd".
(7) Code de la démocratie locale et de la décentralisation , Art. L1242-2:
"Un ou plusieurs habitants peuvent, au défaut du (collège communal), ester en justice au nom de la commune, en offrant, sous caution, de se charger personnellement des frais du procès et de répondre des condamnations qui seraient prononcées.
La commune ne pourra transiger sur le procès sans l’intervention de celui ou de ceux qui auront poursuivi l’action en son nom". 


vrijdag, augustus 03, 2012

Vrij spreken en verantwoorden in 500 woorden


Deze bijdrage verscheen in: Auteurs in de bres voor auteurs, PEN Jaarboek 2011 (http://www.penvlaanderen.be/deploy/index.php/jaarboek), p. 36-37. Het is een bijgewerkte en ingekorte versie van mijn tekst "Vrijheid van meningsuiting: de puntjes op de i" (http://vlaamseconservatieven.blogspot.be/2008/10/vrijheid-van-meningsuiting-de-puntjes.html)




Vrij spreken en verantwoorden in 500 woorden.

Mij werd gevraagd in zowat 500 woorden te reageren op de woorden van Philippe van Parijs over de vrijheid van meningsuiting (1). Deze instructie geeft de mogelijkheid al dadelijk ex absurdo aan te geven wat de vrijheid van meningsuiting niet inhoudt: de redacteurs van dit boek hebben niet de plicht om mij de kans te geven mijn mening in méér dan 500 woorden te uiten. Ze hebben zelfs niet de plicht mij 500 woorden te gunnen. Wanneer ik omgekeerd zelf een boek samenstel heb ik de vrijheid te bepalen wie daarin mag publiceren en mag ik daarin zelfs naar hartenlust discrimineren door de mij welgevallige auteurs ruimte te geven voor 5000 woorden en de andere 500 woorden of zelfs helemaal geen. De vrijheid van meningsuiting als juridisch begrip omvat immers enkel de vrijheid om op eigen kosten - of die van iemand die de kosten wil dragen – zijn mening te uiten in de publieke ruimte of in de eigen private ruimte – of die van iemand die daarmee instemt -. Er geldt dus geen “recht op vrije meningsuiting”, maar wel een “vrijheid van meningsuiting”.

Dat houdt in dat die vrijheid, zoals omschreven, niet mag worden ingeperkt door de overheid. Bij meningsuitingen in de publieke ruimte mag de overheid die uitingen ook reglementeren, zolang het niet de inhoud is die gereglementeerd wordt; bij die reglementering mag de overheid evenmin discrimineren op grond van de inhoud van die meningsuiting. Uitwerking en nuancering hiervan gaat dit kort bestek te buiten. Inhoudelijke beperkingen aan de zo begrepen vrijheid van meningsuiting zijn slechts zeer uitzonderlijk gerechtvaardigd: met name waar een meningsuiting een kennelijk en onmiddellijk gevaar betekent voor een belangrijk rechtsgoed zoals het leven, de lichamelijke integriteit en gezondheid of de eer en goede naam van individuele personen. Elders heb ik dit meermaals nader uitgewerkt, zodat ik mijn resterende woorden aan een ander aspect wil wijden. Verdedigers van verdergaande beperkingen aan de vrijheid van meningsuiting verwarren namelijk een – ontoelaatbaar – juridisch of feitelijke verbod door de overheid met de beperkingen die voortvloeien uit het gebruik dat andere burgers van hun vrijheden maken. Zij verwarren ook juridische verantwoordelijkheid met morele verantwoordelijkheid.

Die morele verantwoordelijkheid houdt in dat men door zijn medemensen ter verantwoording kan worden aangesproken wanneer men nodeloos kwetst, of over de morele en maatschappelijke invloed van de eigen meningsuitingen, of bij gebrek aan tolerantie voor andermans meningen, en dergelijke meer. Over de graad van moraliteit, fatsoen en tolerantie kan men echter van mening verschillen; zo deel ik de mening van Philippe van Parijs niet dat de Deense “karikaturen” nodeloos kwetsend waren; de meeste bekende ervan illustreerde volgens mij juist de kern van de zaak, dat de profeet die als onverbeterbaar voorbeeld wordt opgevoerd handelingen stelde die naar onze maatstaven vandaag terroristisch zijn. Maar precies omdat we daarover van mening kunnen verschillen is het zo nodig om de juridische vrijheid van meningsuiting intact te laten. Dat iets wettelijk is toegelaten, kan echter nooit inhouden dat andere burgers verplicht zijn om die  uiting ook moreel aanvaardbaar te vinden. Eenieder heeft dus evenzeer de vrijheid om meningsuitingen van anderen aan de kaak te stellen en om anderen omwille van hun onfatsoenlijke meningen desgevallend te "discrimineren". Soms heeft men zelfs de morele plicht om handelingen van anderen ook al zijn ze juridisch toegelaten, als immoreel te verwerpen. We moeten de caritas beoefenen tegenover personen, maar zonodig hard zijn in het aanklagen van bepaalde praktijken, zelfs indien die door de heersende moraal als belangrijke verworvenheden worden beschouwd. Het gebruik van de vrijheid brengt altijd een morele verantwoordelijkheid met zich mee voor de wijze waarop die vrijheid wordt gebruikt; die verantwoordelijkheid eist echter vooreerst een juridische vrijheid zonder dewelke ze niet kan bestaan.

(1) Het betreft de redevoering van Philippe van Parijs bij ontvangst van de Arkprijs voor het vrije woord op 25 mei 2011, eveneens in hetzelfde PEN jaarboek verschenen.

zaterdag, april 28, 2012

Historia docet

Tien jaar geleden beschreef de Leuvense hoogleraar Jo Tollebeek in een bijzonder boeiende uiteenzetting over “De conjunctuur van het historisch besef” hoe het bewustzijn van de geschiedenis verandert de doorheen de eeuwen en hoe ook historici in hun wetenschapsbeoefening op vele manieren aan geschiedschrijving doen (1). Elke historiografie, of ze nu verhalend is of niet, berust natuurlijk op een selectie en interpretatie van feiten, en die worden grotendeels bepaald vanuit het heden. Interpreteren wil zeggen dat men op zoek gaat naar de betekenis van dingen. Wat is de betekenis van de moord op Julius Caesar, van de kruisdood van Christus, van de Guldensporenslag of de slag bij Waterloo?

En onmiddellijk aansluitend, aangezien de methode van de geschiedwetenschap nu eenmaal op de eerste plaats berust op de studie van teksten: wat is de betekenis van de kronieken daarover, de teksten van de Romeinse auteurs, de Evangelies, de middeleeuwse kronieken of negentiende-eeuwse monografieën? Juristen en theologen weten en historici zouden moeten weten dat er verschillende wijzen zijn om een tekst te interpreteren die ook een verschillende functie kunnen hebben. Men kan nagaan wat de bedoeling waren van de auteur van een tekst, of van een handeling. Man kan nagaan welke gevolgen die tekst of handeling gehad heeft in de loop der geschiedenis. Het merkwaardige is dat hoe langer iets geleden is, hoe beter men de betekenis ervan in die zin kan inschatten – als men te dicht op de feiten zit beseft men de mogelijke gevolgen en betekenis ervan ervan minder. Bij die Wirkungsgeschichte kan men ook bestuderen welke rol de herinnering aan een feit of plaats in een latere periode heeft gespeeld. Zoals ik eerder al mocht schrijven (2), bestaat de betekenis van de Guldensporenslag vandaag meer uit de kracht die de herinnering eraan gegeven heeft aan de Vlaamse Beweging in de negentiend en twintigste eeuw dan uit de kracht die de slag toen heeft gehad (ook al moeten we die daarom niet minimaliseren). Teksten en feiten kunnen ook een praktische betekenis hebben voor vandaag, en dat is wat voor juristen natuurlijk het belangrijkste is. Men kan er een symbolische betekenis in zien in plaats van ze letterlijk te interpreteren, zoals wij vandaag meestal wensen bij sacrale teksten waarvan de letter te moordend kan zijn. Bovenal ook worden historische teksten net zoals literaire teksten educatief en ethisch gebruikt. Zij kunnen positieve rolmodellen van menselijke deugden tonen net als negatieve beelden van menselijke zwakheden. En wat zou er mis zijn met het aanbieden van rolmodellen ? Sommige historici vandaag specialiseren zich liever in de pathografie van de geschiedenis, de zwartschildering of Kriminalgeschichte en kunnen blijkbaar niet goed verdragen dat er uit de eigen geschiedenis ook nog iets anders kan geleerd worden. Uit reactie tegen de eenzijdigheden van sommige voorgangers schrijven ze een geschiedenis die meer politiek correct is dan “historiquement correct” (met de titel van een boek van Jean Sevillia)(3). Tu quoque ?

(1) in De horizonten van weten en kunnen, red. Bart Raymaekers, Gerd Van Riel, p. 167 v.

(2) "Gebruik en misbruik van geschiedenis", Opsomerlezing 2002, Vivat Academia, nr. 115, 2002, p. 61 v = http://storme.be/opsomer2002-storme.pdf

(3) Jean SEVILLIA, Historiquement correct, uitg. Perrin 2003

maandag, maart 19, 2012

Eresenaat 2012

Antwerpen (Elzenveld) zondag 5 februari 2012 - 50 jaar Europese Eresenaat

Opening door prof. Matthias Storme, voorzitter Eresenaat



Dames en heren excellenties, ministers van Staat, ministers en ambassadeurs, volksvertegenwoordigers en andere parlementsleden, eresenatoren, voorzitters, bestuursleden en journalisten, vrienden van de Europese Beweging,

Het is met enige nostalgie dat we hier samenkomen na het overlijden van de heer Walter Kunnen,n kanselier van deze eresenaat, en dit 50 jaar na de start van de Eresenaat en ongewis over de toekomst van onze Beweging. De heer Guido Naets zal zo dadelijk de laudatio uitspreken voor de heer Kunnen waarmee we hem postuum in "zijn" Eresenaat willen opnemen.

Het is echter ook mijn droeve plicht U de eresenatoren in herinnering te brengen die de voorbije anderhalf jaar overleden zijn. Het is een lange lijst van grote persoonlijkheden, veelal uit de generatie van Europese pioniers na de tweede wereldoorlog, en ook nu nog weet ik niet of ze wel volledig is.





Eerwaarde Pater Karel van Isacker, geboren in 1913 jezuïet en historicus, van wie ik nog college heb moegen volgen aan de UFSIA, scherpzinnig beschrijver van de Vlaamse sociale geschiedenis, criticus van de ontwijding van onze samenleving, overleden te Niel bij As op 25 augustus 2010;

Dr. Egon Klepsch, geboren in 1930, mit seine Familie aus dem Sudetenland vertrieben, Historiker, in 1964 Präsident der Internationalen Union Junger Christlicher Demokraten Europas, später Mitglied des Europäïischen Parlements und Vorsitzender der EVP-Fraktion, derjenige der “dem anfangs zum Chaos neigenden Parlament eine Struktur“ gegeben hat, später Parlamentspräsident sowie Vorsitzender der Panueropa-Union Deutschland, verstorben am 17 september 2010;

Rector Max Kohnstamm, geboren te Amstaerdam in 1914, historicus, vanaf 1952 Secretaris van de Hoge Autoriteit van de EGKS; vicevoorzitter van het door Jean Monnet opgerichte Comité d'Action pour les Etats Unis d'Europe., van 1976 tot 1981 de eerste rector van het Istituto Universitario Europeo te Firenze, gestorven te Amsterdam op 20 oktober 2010;

Dr. Iuris Paul van den Bussche, geboren in 1921, historicus en jurist, journalist bij de radionieuwsdienst NIR, later programmadirecteur van de Vlaamse televisie en tenslotte administrateur-generaal van de publieke omroep, de BRT, overleden op 26 mei 2011;

Botschafter Josef von Ferenczy, geboren in Ungarn in 1919, Widerstandskämpfer, Filmproduzent, Verleger und erster Medienmanager, später auch außerordentlicher Botschafter der Republik Ungarn, verstorben in Grünwald am 29 Mai 2011;

Dr. Yelena Bonner, born in 1923, pediatrician, human rights activist and author, since 1971 married to her fellow activist Andrei Sakharov, deceased in Boston on June 18, 2011;

Seine kaiserliche und königliche Hoheit Erzherzog dr. Otto von Habsburg-Lothringen, geboren 1912, Mitglied des Europäische Parlaments, Vorsitzender der Internationale Paneuropa Union, Großmeister des Ordens vom Goldenen Vlies, verstorben in Pöcking am 4. Juli 2011;

Rudolf Dumont du Voitel, geboren in Nürnberg 1916, Musikologe und Journalist, Leiter im Presse- und Informationsdienst der Europäischen Kommission, Präsidiumsmitglied der Europa-Union, geschäftsführender Vorsitzender der ’Europäischen Akademie Bayern’ und von 1980 bis 1986 Schatzmeister der Europäischen Föderalisten; verstorben in Erlanden am 2. August 2011;

Minister van Staat Willy de Clercq, geboren te Gent in 1927, jurist, herhaaldelijk Belgisch minister, Europees commissaris van 1985 tot 1989 en meermaals lid van het Europees Parlement, meermaals een gewaardeerd spreker op zittingen van deze Eresenaat, gestorven te Gent op 28 oktober 2011;

President Vaclav Havel, geboren in Prag 1936, Schriftsteller und Dissident, Initiator der Charta 77, Wegbereiter der deutsch-tschechischen Aussöhnung, Tschechoslovakischer und nachher Tschechischer Staatspräsident 1989 bis 2003, und verstorben in Prag am 18. Dezember 2011;

Eerwaarde Pater Phil Bosmans, geboren in Gruitrode 1922, pater Montfortaan, bezieler van de Bond zonder Naam, gestorven te Mortsel op 17 januari 2012;

Monsieur Jean Lecerf, né en 1918, journaliste et chercheur économique, chroniqueur et historien de l’unification européenne, en 2010 encore auteur de L'Europe racontée à nos arrières petits enfants, décédé à Boulogne Billancourt le 20 janvier 2012;

Monsieur Pierre Sudreau, né en 1919, le “petit prince” de Saint-Exupéry, licencié en droit et en lettres, résistant, grand commis de l’état, ministre de la construction et plus tard de l’éducation nationale, député et maire de Blois, père du TGV, et décédé à Paris le 22 janvier 2012.

Laudatio ad Memoriam Walter Kunnen (1921-2011)

door de heer Guido Naets, oud-voorzitter Europese Eresenaat.



Walter Kunnen overleed na een rijk gevuld leven van negentig jaar. Geboren Antwerpenaar, Limburger in hart en nieren, Vlaming en voor alles Europeër, steeds gedreven en geëngageerd. Hij had volgens het doodprentje “de goede strijd gestreden, zijn weg ten eind gegaan en zijn geloof bewaard”.
De ondernemer en strijder voor vele nobele zaken zal echter vooral herinnerd worden als voorvechter van de Europese zaak: stichter en bezieler van de BVSE, de Beweging voor de Verenigde Staten van Europa, de wat eigenzinnige Vlaamse afdeling van de UEF, de Unie van Europese Federalisten en bedenker van deze “Europese Eresenaat”. Aanvankelijk kwamen vele honderden getrouwen naar deze jaarlijkse hoogmis van de Beweging, onder het voorzitterschap van graaf Legrelle, dan Hendrik Brugmans, vandaag Matthias Storme. Elk jaar opnieuw wist hij top-Europeërs te strikken, alles samen 300 Europrominenten van alle politieke gezindten en horizonten: Edward Heath en Emilio Colombo, August De Schrijver en Otto von Habsburg, Jean-Luc Dehaene en Karel Van Miert, Alain Poher en Jean Monnet, Vaclav Havel en Gyula Horn, telkens voorgesteld door zittende Eresenatoren. Er waren ook steevast de jaarlijkse Persprijzen: Manu Ruys, Achiel Samoy, Louis Meerts, en Mark Grammens om enkele Vlaamse reuzen te noemen. En op Europese schaal Emmanuele Gazzo, Jean Lecerf, Charles Rebuffat, Jan Werts en vele anderen.
Walter zag de belangstelling voor Europa en voor “de Beweging”’ geleidelijk afkalven. In Europa Eén van eind 1999 zei hij: “De Beweging, destijds op gang gebracht door Hendrik Brugmans, Denis de Rougemont, Ernst Friedländer, Altiero Spinelli enz. , gedragen door Robert Schuman, Adenauer, Spaak en de Gasperi, voortgezet door nobele en eerlijke vechters als Leo Tindemans, Willy De Clercq, Fernand Herman.. zieltoogt bij gebrek aan belangstelling vanwege de burgers en vooral van de jeugd. Onze media hebben, duidelijk niet de rol gespeeld die men van gedreven journalisten kon verwachten… maar ook wij hebben gefaald”. Hebben wij gedaan wat moest gedaan worden? En hij besloot: “Er gaapt tussen de politici en het volk een afgrond van afkeer en onverschilligheid”.Dat was, 12 jaar geleden. Vandaag is het nog erger want de Magnette’s zingen luid het lied van de anti-Europese populisten mee. Walter zag de dwaasheid met lede ogen en waarschuwde steeds opnieuw met de verzen uit Het Programma van Armand ROBIN:
“Men zal het geloof afschaffen uit naam van het licht, vervolgens zal men het licht afschaffen.
“Men zal de charitas afschaffen in naam van de rechtvaardigheid, vervolgens zal met de rechtvaardigheid afschaffen., en men hoorde hem er bij denken:
“Men zal de staten en volkeren afschaffen in naam van Europa en vervolgens zal men Europa afschaffen.
Maar Kunnen bleef strijden tegen het kleinburgerlijk nihilisme, bleef geloven in een Europees Europa, bleef hameren op steeds dezelfde simpele geloofspunten:
- we moeten niet kiezen tussen Europese en nationale identiteit maar opkomen voor elke identiteit, op haar domein, zonder uitsluiting, niet of/of maar en/en;
- we moeten federeren en pacificeren (toen hij Paul Henri Spaak tot het federalisme bekeerde zag hij zich terecht als foederator en pacificator);
- en: geen Europese politiek zonder politiek Europa. Daarom ook verwachtte hij zoveel van de Europese verkiezingen. Zeven verkiezingen hebben we nu gehad en de opkomst zakte stapsgewijs tot beneden de 50 %. Dat knaagt aan de legitimiteit van het Europees Parlement en noopt tot een gewetensonderzoek bij de gekozenen: hebben wij gedaan wat de kiezer van ons verwacht? Walter betreurde la trahison des clercvs.
Net nu een grote sprong voorwaarts nodig is om het bereikte in stand te houden, schijnt zowel de burger als de politieke klasse af te haken, denkend dat we kunnen overleven met MINDER Europa. Europa moet niet opnieuw worden uitgevonden, we moeten enkel het Europees geloof opnieuw prediken. Maar dat hij, “alter müder Kâmpfer” leek te prediken in de woestijn verontrustte Walter Kunnen in zijn 90ste levensjaar diep.
Om wat deze man de voorbije halve eeuw voor Europa heeft betekend, om zijn geloof en zijn trouw, Voorzitter, heeft het bestuur het zinvol gevonden, zijn overleden kanselier “Pro pace et unitate” POSTUUM op te nemen in de Europese Eresenaat. Ik zou voorzitter Prof Storme dan ook willen verzoeken de versierselen van te willen overhandigen aan Walter Kunnen Jr., de oudste zoon van Walter en zijn geliefde Diane Debray.

***

Vervolgens werd de Europese persprijs over 2011 uitgereikt aan Udo van Kampen, journalist en correspondent van ZDF-TV, met een laudatio door Horst Keller.

Tenslotte werden opgenomen in de Europese Eresenaat "Pro Pace et Unitate, e meritu et honoris causa”:
* Ulrich Brandenburg, Europees ondernemer, met laudatio door Prof. Ir. Marcel Van de Voorde
* Antonio Vetyra Diaz Diaz, Voorzitter van de Fundacion Academia Europea de Yuste, laudatio door Beatrijs Van Craenenbroeck
* Herman Van Rompuy, President van de Europese Raad, llaudatio door Minister van Staat Leo Tindemans.







Dames en heren,

Sta me toe bij wijze van lichte provocatie als antwoord op de hetze jegens ons broedervolk in Hiongarije te besluiten met een passend gedicht van onze betreurde eresenator Josef von Ferenczy:

Unser Europa
Über ein halbes Jahrhundert schon ,
lebe ich in Emigration,
Ungarn und Europas Einheit,
Hauptbeweggrund meiner Arbeit,
Auf meiner Fahne stets geschrieben:
Er ist leidenschaftlicher Ungar geblieben,
treuer Deutscher, begeisterter Europäer.
Leidenschaftlich Ungar sein,
wer Ungar ist, kann nur das sein.
Treuer Deutscher, weil ich mein Leben,
wie ich lebe, den Deutschen kann verdanken.
Begeisterter Europäer, weil das Europäische Haus
für alle Nationen ein gutes Zuhause.
Kein Chauvinismus mehr, Mörder der Völker
aber das Wunder der Heimatliebe, edle Flagge,
unseres gemeinsamen Europäischen Hauses.

woensdag, februari 01, 2012

Bij de verguizing van politiek idealisme

Een opinieonderzoek van Gallup reveleerde vorig jaar dat in de VS Republikeinen vandaag veel sterker de mening toegedaan zijn dat politici moeten vasthouden aan hun overtuigingen, terwijl Democraten het belangrijker vinden om compromissen te sluiten om op korte termijn dingen te realiseren. Kortom, idealisme is in Amerika vandaag vooral te vinden aan de "rechterzijde", en een bepaalde vorm van pragmatisme aan de "linkerzijde". Een vergelijking met de situatie bij ons is natuurlijk gevaarlijk, maar men kan niet ontkennen dat ook de Vlaamse burgers hierover grondig verdeeld zijn, en het partijpolitieke spectrum van links naar rechts grosso modo dezelfde variatie vertoont. Aan de linkerzijde een dwepen met het compromis als ultieme moraal van de politiek, aan de rechterzijde een pleidooi voor zuiverheid en tegen participatie aan het systeem, in het midden een bereidheid om de tegenstander tegemoet te komen, maar niet tegen elke prijs. Wat me daarbij vooral zorgen maakt of ergert is de mateloze verguizing door de zichzelfweldenkenden van elk politiek idealisme en van elke houding waarbij hetgeen men voor de verkiezingen aan de kiezer als programma presenteert niet zo snel mogelijk na de verkiezingen overboord wordt gegooid.

De waarneming is wel interessant omdat ze ingaat tegen de idée reçue dat idealisme "links" is en om die reden aan de "linkerzijde" veel moet worden vergeven. De verklaring hiervoor kan zeker niet in één enkele reden gevonden worden, maar ik geef toch een paar mogelijke elementen. Op de eerste plaats is ons politiek bestel wellicht al zo socialistisch geworden dat socialisten er vooral baat bij hebben dit toe te dekken en de roep om ernstige hervormingen te discrediteren. Verder zijn het vooral politici die voor de eigen groep aan zelfbediening vanuit de overheid willen doen, die absoluut aan de macht moeten zien te blijven of te komen; een compromis met andere stromingen met dergelijke bedoelingen is dan ook veel sneller gemaakt dan met diegenen die minder op die zelfbediening uit zijn.

Spreken in termen van idealisme versus pragmatisme kan anderzijds ook leiden tot enkele verkeerde gevolgtrekkingen. Zo bv. valt de hier genoemde tegenstelling m.i. niet samen met de door Max Weber gethematiseerde tegenstelling tussen “overtuigingsethiek” en “verantwoordelijkheidsethiek”. De overtuigingsethiek (in het Duits Gesinnungsethik) kan namelijk afglijden in een opvatting die mensen niet beoordeelt op wat ze doen, maar wel op hun correcte of incorrecte gezindheid, en dit is een fenomeen dat we minstens zo sterk vinden bij de verdedigers van het compromis als aan de andere zijde van het spectrum. En omgekeerd zal verantwoordelijkheid er vaak juist uit bestaan om geen genoegen te nemen met het behoud van het bestaande evenwicht (dat dan als compromis wordt vertaald) maar integendeel een gedurfd antwoord te geven op de noden van de tijd.

Geef mij maar een combinatie van idealisme én verantwoordelijkheidszin boven de lege ophemeling van het compromis.

(verscheen eveneens in Doorbraak februari 2012)
 
Locations of visitors to this page