dinsdag, april 28, 2009

Kieskompas toont hoe verweesd conservatieve kiezers blijven

Het kieskompas van Europrofiler, ontworpen door de Europese Universiteit in Firenze (dus zeker geen eurosceptische organisatie) is zeer leerrijk wanneer men de moeite doet om de positionering van de partijen in de verschillende landen te vergelijken, en dus ook de mogelijkheden die de kiezers in die landen hebben. Met name toont het kieskompas die mogelijkheden in 2 dimensies, de sociaaleconomische links-rechts-dimensie en de europese dimensie van totale euro-integratie tot euroscepticisme. Ik heb het kieskompas ingevuld en kom daarmee in de eerste dimensie op een gematigd rechtse dimensie en in de tweede dimensie op een gematigd eurosceptische positie.
Maar heeft iemand met mijn profiel wel een keuze ? Dat verschil heel erg van land tot land. Ik illustreer het voor Vlaanderen, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.



In Vlaanderen komt geen enkele partij ook maar in die buurt. Zelfs LDD en VB zijn naar internationale normen nog erg eurofiel en niet eurosceptisch. Wie links en eurofiel wil stemmen heeft daarentegen alle keuze. CD&V, VLD, SP, N-VA, Groen en SLP zijn extreem eurofiel ingeschaald. Enkel de LDD geldt als een rechtse partij, VB als centrum-rechts.



In Nederland is de keuze al véél groter en evenwichtiger gespreid: mijn positie bevindt zich in het midden tussen Christen Unie, VVD (liberalen) en PVV (Wilders), en de christendemocraten staan maar net iets verder af. De drie traditionele partijen zijn in Nederland al een heel stuk eurosceptischer dan bij ons (minder is gewoon onmogelijk natuurlijk) en ook op de links-rechts schaal is er meer keuze mogelijk.



Ten derde het Verenigd Koninkrijk. Hier heeft men in de Europa-dimensie echt uiteenlopende keuzemogelijkheden, en op de links-rechts ook min of meer. En wat blijkt ? De conservatieven zijn gematigd in beide dimensies, de partij die van alle partijen uit de 3 landen het dichtst bij mijn profiel staat. Pal in het centrum naar internationale maatstaven. Want volgens de maatstaven van onze partijen staat die natuurlijk al helemaal aan de rand. Zo wordt een perfect gematigde en evenwichtige opinie in Vlaanderen gemarginaliseerd. Dankzij het kieskompas is dit hier aanschouwelijk voorgesteld.

Nog wat literatuur

En voor wie nog eens wil weten wat ik de voorbije maanden uitgespookt heb op het vlak van de rechtswetenschap - behalve datgene waarover eerder op deze blog werd bericht - een korte update.

Aan de Universiteit doceer ik - behalve mijn vakken van vorig jaar - dit semester ook het vak "The Court of Justice and the emerging common law of Europe" over de impact van de rechtspraak van het hof van justitie en de wijze waarop het hof aan rechtsvorming doet. En tijdens de paasvakantie gaf ik gastcolleges in Santiago de Compostela over europees privaatrecht.

Dit heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat op 31 december na vele jaren hard werken ons ontwerp "Gemeenschappelijk referentiekader" werd ingediend bij de Europese Commissie. De verkorte versie daarvan (zonder commentaar is intussen gepubliceerd als "Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law - Draft Common Frame of Reference (DCFR)", (Final) Outline Edition Edited by Christian von Bar, Eric Clive and Hans Schulte-Nölke and Hugh Beale, Johnny Herre, Jérôme Huet, Peter Schlechtriem†, Matthias Storme, Stephen Swann, Paul Varul, Anna Veneziano and Fryderyk Zoll. Deze verkorte uitgave is ook volledig te lezen op mijn webstek (1). Over het ontwerp, zijn voorgeschiedenis en zijn toekomst gaf ik een lezing op de Alumnidag van het VRG in Leuven op 6 maart 2009: "Het ontwerp Gemeenschappelijk referentiekader voor Europees verbintenissenrecht". De tekst van die lezing zal nog worden afgewerkt.

Eerder besprak ik op een studiedag in Hamburg het hoofdstuk over persoonlijke zekerheden uit dat ontwerp: “Die Harmonisierung der persönlichen Sicherheiten in Europa (Garantien / Bürgschaften)", Tagung “Europäisches Kreditsicherungsrecht” zu Ehren von Prof. Dr. Dr. h.c. mult. Ulrich Drobnig aus Anlass seines 80. Geburtstags, Hamburg 12 december 2008. De Duitse versie is ter perse in een boek, de Engelse versie is ter perse in Juridica international 2009.

In het binnenland verscheen mijn lezing over "Vaststellings- en geschillenbeslechtingsovereenkomsten", uit de reeks Bijzondere overeenkomsten, XXXIVe PUC Willy Delva 2007-2008, Gent 10 april 2008 en Antwerpen 14 april 2008, intussen in het boek Bijzondere Overeenkomsten (Kluwer Antwerpen 2008, p. 503-552) en op mijn webstek (2).

Er kwam ook een nieuwe versie van vele syllabi over privaatrecht, alsook van "Levensbeschouwelijke visies op staat, recht en civil society: pre-reformatie-katholicisme, protestantse reformatie en britse verlichting, secularisme-laïcisme, jodendom, islâm, postconciliair christendom" (versie 1 november 2008) (3)

Op 25 november gaf ik op een conferentie in Brussel van de LVMI Europe een lezing "Better regulation: the questions relating to quality of legislation, adaptability, freedom and multilevel lawmaking" (conference Better regulation).

Na mijn jaarlijke recyclagelezing verbintenissenrecht op 8 januari heb ik een schematisch overzichtje gemaakt van de interessantste ontwikkelingen algemeen verbintenissenrecht in de laatste jaren (4)

Op 20 maart hield ik op een congres te Brussel over invordering van geldschulden vanuit grensoverschrijdend en belgisch perspectief een lezing "De verhouding tussen de Europese verordening inzake geringe vorderingen en het interne Belgische procesrecht", die intussen ook op mijn webstek staat (5) en eerstdaags verschijnt in het tijdschrift Ius & Actores 2009.

Veel leesplezier

(1) via http://www.storme.be/DCFRInterim.html
(2) http://storme.be/vaststellingsovereenkomsten.html
(3) http://storme.be/levensbeschouwing.html
(4) http://www.storme.be/recyclageverbintenissenrecht.pdf
(5) http://www.storme.be/euinvordering.pdf

zaterdag, april 18, 2009

Zeven vragen aan de kandidaten

Daadkrachtige volksvertegenwoordigers gevraagd.

Op 7 juni vinden er onder meer verkiezingen voor het Vlaams Parlement plaats. Over de waarde van verkiezingsbeloften maken we ons best weinig illusies, maar dat betekent niet dat enkele cruciale vragen niet nuttig kunnen worden voorgelegd aan de kandidaten. Ik stel voor, beste lezer, dat waar U de kans krijgt U de volgende zeven vragen stelt. Zij gaan uit van de hoofdtaken van de Vlaamse volksvertegenwoordiger: goede wetten maken, de regering controleren, en het algemeen belang van Vlaanderen extern bewaken.

De eerste taak van het parlement is zorgen voor goede wetgeving. Onze parlementen, ook het Vlaamse, schieten daarin schromelijk tekort. Er zijn veel te veel regels, maar er worden er nauwelijks afgeschaft. De volksvertegenwoordigers zorgen er niet voor dat ze goede wetten kunnen maken. En ze houden zich teveel bezig met resoluties allerhande in plaats van met het zelf verbeteren van de wetgeving. Vandaar mijn drie eisen aan de kandidaten:

1° Welke maatregelen gaat U nemen opdat het Parlement zelf voor goede wetgeving kan zorgen en de voorstellen van decreet ook effectief te behandelen in plaats van een quasi-monopolie te laten aan de regering ?
2° Bent U bereid tegen elke nieuwe regeling te stemmen die niet minstens evenveel regels afschaft als ze schept ?
3° Bent U bereid om tegen alle resoluties te stemmen die anderen oproepen om iets te doen in plaats van het als parlement zelf te doen ?

De tweede taak is de democratie versterken, en een van de meest noodzakelijke maatregelen daartoe is de uitbreiding van de directe democratie. Vandaar de vierde vraag:
4° Welke stappen gaat U ondernemen om de directe democratie te versterken, in het bijzonder het bindend volksinitiatief betreffende alle materies die tot de bevoegdheid van de Vlaamse regering of het Vlaams Parlement behoren ?

De derde taak is het bewaken van het algemeen belang van Vlaanderen. Dit is in het bijzonder nodig ten aanzien van het federale niveau (bevoegdheidsoverschrijding, belangenaantasting, blokkade van de verdere autonomie voor Vlaanderen) en het Europese niveau. Hier heb ik opnieuw drie vragen:
5° Gaat U elk belangenconflict steunen dat ingeroepen wordt om federale maatregelen te blokkeren die ofwel tot de bevoegdheid van de deelstaten behoren (zo bv. Een belangenconflict tegen de federale begroting) ofwel op een andere wijze de belangen van Vlaanderen aantasten ?
6° Welke maatregelen gaat U nemen om te beletten dat er op Europees niveau voor Vlaanderen nadelige maatregelen worden genomen, en hoe gaat U beletten dat België daarmee instemt of zich daarbij neerlegt ?
7° En tenslotte, last but not least: bent U principieel bereid om een onafhankelijkheidsverklaring door het Vlaams Parlement goed te keuren ? De vraag is niet of we die onafhankelijkheid nu moeten uitroepen, maar of we bereid zijn het wapen van de onafhankelijkheidsverklaring in te zetten in plaats van de Franstaligen een vetorecht toe te kennen op elke staatshervorming.

zondag, april 12, 2009

Knak de religieuze test van Geysels en co.

De protestbrief "het ritselt weer onder de toonbanken" (1) (geschreven door voornamelijk Johan Sanctorum en mede ondertekend door een hele reeks auteurs waaronder ikzelf om - kort gezegd - het "cordon sanitaire" in de boekenwereld aan te klagen) heeft blijkbaar gevoelige plekken geraakt, zo merkt men aan de reacties van enkele "established" journalisten. Over de scheldpartij van Piet de Moor wil ik het niet hebben, die is het niet waard. Desinformatie zonder scheldwoorden daarentegen vereist een repliek, met name de verdediging van de uitsluiting van de boeken van uitgeverij Egmont op bv. de Boekenbeurs. Een relevant deel van onze protestbrief dat niet toevallig door de Standaard werd gecensureerd (2). De Knack-hoofdredacteur Karl van den Broeck verdedigde die uitsluiting met het volgende staaltje van Marcusiaanse kromspraak:

"Uitgeverij Egmont wordt geweerd op de Boekenbeurs en bij Standaard Boekhandel omdat ze geen lid is van de Vlaamse Uitgeversvereniging (VUV). Dat is niet de schuld van Jos Geysels maar van Egmont zelf. Wie lid wil worden van de VUV moet boeken uitgeven 'die geen rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie op grond van geslacht, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, seksuele geaardheid of religieuze overtuiging propageren.' 

Het Vlaams Belang is de voortzetting van de partij die veroordeeld werd wegens het overtreden van de wet op het racisme. De leden van de VUV hadden dus grondige statutaire redenen om Egmont in 2006 te weren. Ondanks die weigering mag Egmont boeken blijven uitgeven en die mogen zelfs - door boekhandels - op de Boekenbeurs verkocht worden" (3).

Dit staat dan nog in een artikel dat aan de protesteerders verwijt dat de feiten gewoon niet kloppen – feiten die Nota Bene van Knack zelf afkomstig waren (4), maar goed. De leugen van KvdB betreffende de wijze van uitsluiting van uitgeverij Egmont uit de VUV (uitgeverspoot van boek.be) is gemakkelijk aan te tonen: Egmont werd niet als lid geweigerd omwille van de geciteerde passage, want die passage bestond nog niet toen de aanvraag geweigerd werd in mei 2006. Toen golden namelijk de statuten van 2004, die de lezer kan vinden in het Belgisch Staatsblad van 2004 (5). Kijk naar art. 3 en vergelijk dat dan met de nieuwe statuten die speciaal om post factum de uitsluiting van Egmont een schijn van legitimiteit te geven achteraf werden aangepast en die op 11 september 2006 werden neergelegd bij het Belgisch Staatsblad (6).

Laat ons nog even verder graven. Welk boek van uitgeverij Egmont propageert verboden discriminatie ? U kan het fonds van de uitgeverij raadplegen op het web. Is er tegen één van die boeken zelfs maar ooit een klacht ingediend ? En is een van die boeken door een rechtbank onwettig verklaard of verboden ? Neen, maar ook daar heeft KVdB natuurlijk wel een draai voor: werden immers andere met het Vlaams Blok verbonden vzw’s niet in 2004 door een kamer van het hof van Beroep te Gent veroordeeld wegens “racisme” ?

Het grondmotto van de Verlichting "Durf denken" is in aanwezigheid van zo'n arrest blijkbaar niet meer nodig. Anders dan bij sommige anderen worden mijn hersenen alvast niet stilgelegd door een dergelijk gezagsargument.

Op de eerste plaats is spreken van een veroordeling "racisme" al een zeer comfortabele verkorting van dat arrest. De veroordeling was gegrond op het “aanzetten tot haat op grond van nationaliteit of etnische afstamming”. En of iets aanzetten tot haat vormt of niet is een bijzonder subjectief oordeel. Het arrest zelf druipt van de haat jegens bepaalde politieke opvattingen en kan dus moeilijk ernstig worden genomen als het gaat om een beoordeling van haat. De samenstelling van het rechtscollege dat het arrest velde was gemanipuleerd en tegen alle principes van de rechtsstaat in (7). De grondwet werd met de voeten getreden door de weigering van een jury. Het hof van cassatie heeft de grondwet naast zich neergelegd met drogredenen en het Grondwettelijk Hof terzijde geschoven. En de bepaling waarop de hele strafvervolging gebaseerd was, het “medewerkingsmisdrijf” (terecht ook als een soort Sippenhaft bestempeld) is toegepast op ongrondwettige wijze, zoals ik heb aangetoond in mijn commentaar bij een recent arrest van het Grondwettelijk Hof (8). Het is ook overigens een schandalige wetsbepaling, die, indien men ze consequent toepaste, ertoe zou leiden dat elke imam strafbaar is in dit land.

Terug naar de boeken nu, want het Vlaams Blok proces wordt er door KvdB maar bijgesleurd omdat hij blijkbaar geen illegaal boek kan vinden bij Egmont. Tenzij natuurlijk het propageren van discriminatie bijzonder ruim wordt uitgelegd. Mogen er dan nog Korans verkocht worden op de Boekenbeurs ? De uitgevers van de Nederlandse vertalingen ervan zijn in ieder geval nooit geweerd bij boek.be.

De "legitimatie" van KvdB en ook die van de VUV (onderdeel van boek.be) verbergt verder op zichzelf ook een discriminatie. Men probeert die discriminatie te verhullen door er een mantra uit de racismewet over te draperen. Er is namelijk een belangrijk verschil tussen:
- een regel die personen of organisaties uitsluit wanneer is aangetoond dat ze illegaal handelen;
- een regel die personen uitsluit omdat ze geen belofte afleggen dat ze een welbepaalde, zeer selectief uitgekozen, wet zullen naleven.

Dit laatste is een van de typische uitsluitingsmechanismen van de seculiere kerk, en mijn toelichting hieronder zal aantonen waarom het woord kerk hier op zijn plaats is.

Op de eerste plaats wordt aan één bepaalde, en zeer betwistbare rechtsregel, nl. een rechtsregel die de vrijheid van meningsuiting inperkt door zogenaamd discriminerende meningsuitingen uit te sluiten, als enige de hoogste rang toegekend. Het gaat er dus niet om of men “de grondwet en de wetten van het belgische volk” naleeft, zoals de advocateneed (9) stelt. Neen, de seculiere kerk heeft beslist dat de grondwet en de fundamentele vrijheden nauwelijks van tel zijn en de antidiscriminatiewet tot de grondwet aller grondwetten verheven. In plaats van de 10 geboden komt : Gij zult niet discrimineren – behalve jegens diegenen die discrimineren, want dat laatste is zelfs verplicht. En die kerk zal natuurlijke zelf wel bepalen wat discriminerend is en wat niet. Zo is het opvallend dat in art. 3 van de VUV-statuten een lijstje werd overgenomen uit de toenmalige antidiscriminatiewet waarvan het Grondwettelijk Hof al op 6 oktober 2004 beslist had dat het ongrondwettig was omdat het niet ook discriminatie op grond van taal en op grond van politieke overtuiging omvatte ...(10)

Een tweede perversiteit is dat personen en organisaties niet geweerd worden wegens concrete overtredingen van de wet, maar a priori worden uitgesloten aan de hand van iets wat niet anders kan bestempeld worden dan als een religieuze test. Een test van loyaliteit jegens de nieuwe seculiere anidiscriminatiereligie.

Jos Geysels staat natuurlijk in een traditie op dat vlak. Van 1673 tot 1829 kon niemand in het Verenigd Koninkrijk een openbare functie bekleden als hij niet de eed van de “Test Act” had afgelegd:

"I, N, do solemnly and sincerely in the presence of God profess, testify, and declare, that I do believe that in the Sacrament of the Lord's Supper there is not any Transubstantiation of the elements of bread and wine into the Body and Blood of Christ at or after the consecration thereof by any person whatsoever: and that the invocation or adoration of the Virgin Mary or any other Saint, and the Sacrifice of the Mass, as they are now used in the Church of Rome, are superstitious and idolatrous..."(11)

En tijdens het hoogtepunt van de Franse revolutie werd iedereen die een functie wou bekleden verplicht om de volgende eed van haat en loyaliteit af te leggen:

"Je jure haine à la royauté et à l'anarchie, attachement et fidélité à la République et à la Constitution de l'an III." (serment républicain du 12 janvier 1797).

Vandaag moet men haat zweren jegens het Vlaams Belang en getrouwheid aan de antidiscriminatiereligie.

Dit soort misbruiken bij de overheid was een van de gronden van de Amerikaanse revolutie. In de Amerikaanse Grondwet werd dan ook vanaf het begin – nog voor de toevoeging van de American Bill of Rights – in Artikel VI ingeschreven:

“no religious test shall ever be required as a qualification to any office or public trust under the United States. “

De Amerikaanse rechtspraak heeft daarbij terecht het begrip “religious test” geïnterpreteerd als élke verplichte verklaring die iets anders eist dan loyaliteit aan de Grondwet (deze interpretatie volgt uit het samenlezen van de geciteerde zin met de vorige zin, die een eed van trouw aan de Grondwet voorschrijft voor sommige ambten) Een verplichting tot een verklaring die geen trouw aan de grondwet vraagt maar trouw aan bv. de antidiscriminatiewet geldt in de Verenigde Staten dus als een religious test. Zo verklaarde de rechtspraak de praktijk ongrondwettig waarbij de universiteit van Californië in de tijd van McCarthy een loyaliteitsverklaring eiste van de professoren in de strijd tegen het communisme (Tolman v. Underhill (12)).

Genoemd grondwettelijk verbod verbiedt de overheid niet om iemand te weren omwille van concrete gedragingen die een persoon individueel zou hebben begaan. Maar ook daarin zijn er beperkingen, en zo kwam ook een andere soort verklaring onder vuur te liggen die men eiste van kandidaten. In arrest van het US Supreme Court van 1866 in de zaak Ex parte Garland (13) ging het om het eisen van een verklaring dat men geen deel had uitgemaakt van de separatisten in de Amerikaanse burgeroorlog; zonder die verklaring kon men bv. niet als advocaat optreden. De gelijkenis met de religious test van vandaag, die maakt dat al wie ooit bij het separatistische Vlaams Blok geweest is ten eeuwigen dage wordt uitgesloten, is treffend. Maar in Washington zetelden er nog rechters die naam waardig.

Nu weet ik ook dat de VUV geen overheidsinstelling is. En ja, in beginsel mag een vereniging volgens mij zelf beslissen wie er lid wordt en wie niet. Ze mag zelfs discrimineren (14) - net zoals eenieder dan de vrijheid heeft om die discriminatie aan te klagen. Maar ....

Primo is een vereniging die onder het mom van het bestrijden van discriminatie zelf een discriminerende “religious test” invoert totaal met zichzelf in strijd en ontneemt zij elke rechtvaardiging aan haar beslissing. De statutenwijziging van de VUV in 2006 heeft de uitsluiting van Egmont dus niet gelegitimeerd, maar precies de mogelijke legitimatie daarvan compleet ondergraven.

Secundo geldt de vrijheid om te discrimineren niet voor overheidsinstellingen en evenmin voor monopolisten. De houding van de VUV is een misbruik van machtspositie en misbruik van een quasi-monopoliepositie. Daar gaat het vooral om en dat wordt natuurlijk mooi verzwegen.

En tenslotte: de tirade van KvdB houdt ook in dat men in Vlaanderen maar een vrije intellectueel kan zijn als men eerst zijn akte van geloof aflegt in het arrest van het Hof van beroep te Gent over het Vlaams Blok. Blijkbaar is dat eveneens een religious test die men moet afleggen om public intellectual te mogen zijn. De uitdrukking "linkse kerk" is dus misschien toch niet zo onzinnig.

(1) Het ritselt weer onder de toonbanken, op http://visionairbelgie.wordpress.com/2009/04/09/censuur/ met aanduiding van de door de Standaard weggecensureerde zinnen
(2) Het klopt dat het woord censuur nogal vaak wordt gebruikt voor dingen die geen censuur zijn, zo bv. op groteske wijze door R. Pinxten & B. Siffer, “Censuur, een veelkoppig monster”, De Standaard 21 juni 2008, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelId=6C1TDTHQ. Maar wanneer een uitgever zonder de auteur te raadplegen een stuk uit de tekst wegknipt en de rest publiceert, is het woord censuur wel op zijn plaats.
(3) Karl van den Broeck, http://www.knack.be/blog/karl-van-den-broeck/71-21-4528/echte-vrije-vlaamse-intellectuelen.html
(4) Bericht van 31 maart 2009 op http://www.knack.be/kanaal/mensen/koen-dillen-schrijft--bis-/site72-section9-article31489.html
(5) op http://www.ejustice.just.fgov.be/tsv_pdf/2004/12/23/04176308.pdf
(6) op http://www.ejustice.just.fgov.be/tsv_pdf/2006/09/19/06144933.pdf.
(7) Zie daarover mijn Bedenkingen over de scheiding der machten", http://www.storme.be/scheidingdermachten.html; ook op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html, verschenen in Berichtenblad Nederlandse Orde van advocaten te Brussel, 2008-2009, p. 1372-1381.
(8) "Grondwettelijk Hof en de antidiscriminatiewetten: gebrek aan moed, maar wel op vele punten een inperking van de wet ", eerste commentaar bij het arrest nr. 17/2009 van 12 februari 2009, op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/02/grondwettelijk-hof-en-de.html
(9) Art. 429 gerechtelijk Wetboek: "Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk, dat ik niet zal afwijken van de eerbied aan het gerecht en de openbare overheid verschuldigd, en geen zaak zal aanraden of verdedigen die ik naar eer en geweten niet geloof rechtvaardig te zijn".
(10) Arrest nr. 157/2004, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2004/2004-157n.pdf
(11) versie van 1678: 'Charles II, 1678: (Stat. 2.) An Act for the more effectuall preserving the Kings Person and Government by disableing Papists from sitting in either House of Parlyament.', te vinden op http://www.british-history.ac.uk/report.asp?compid=47482.
(12) Beslissing van de California Supreme Court van 31 mei 1951, Tolman v. Underhill. De betrokkene "cannot be subjected to any more narrow test of loyalty than the constitutional oath prescribed in that section".
(13) US Supreme Court 1866, Ex parte Garland, 71 U.S. 333, http://supreme.justia.com/us/71/333/
(14) Zie uitvoeriger mijn rede "De fundamenteeelste vrijheid: de vrijheid om te discrimineren", http://storme.be/vrijheidsprijs.html

vrijdag, april 10, 2009

Zevenvoudige klacht tegen België bij het Hof voor de rechten van de Mens

Zevenvoudige klacht tegen België bij het Hof voor de rechten van de Mens (Straatsburg) wegens de vervolging van de “dienstweigeraars” bij de ongrondwettige verkiezingen van 2007.

Deze week werd door 5 personen die dienst geweigerd hadden bij de federale verkiezingen van 2007 en daarvoor vervolgd werden een procedure tegen België opgestart bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (Raad van Europa), dit met de steun van het Halle-Vilvoorde-Komitee en de Vlaamse Volksbeweging en met tussenkomst van hun advocaat mr. Matthias Storme.

In 2007 vonden federale verkiezingen plaats zonder dat enige uitvoering was gegeven aan het arrest nr. 73/2007 van het Grondwettelijk Hof (1), waarbij het bestaan van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wegens zijn discriminerend karakter ongrondwettig werd verklaard (2). Tegen deze gekarakteriseerde weigering om de grondwettelijke beginselen na te leven bij het organiseren van federale verkiezingen kwamen vele burgers in opstand en verklaarden zij “dienst te zullen weigeren” wanneer ze zouden worden opgeroepen om mee te werken aan die organisatie. 187 van hen werden effectief opgeroepen en weigerden dienst. 69 van hen werden vervolgd. 4 kregen een voorwaardelijke boete, en hun beroep bij het Hof van cassatie werd in een betwist arrest afgewezen. In 64 gevallen was de strafvordering verjaard bij uitspraak. In 1 zaak was er vrijspraak (3), doch werd deze door een betwist arrest van het Hof van cassatie verbroken met als gevolg dat ook in die zaak verjaring wordt uitgesproken. De 5 genoemde burgers trekken nu naar het Mensenrechtenhof in Straatsburg met een klacht tegen België die op 7 grieven is gesteund.

Het verzoekschrift is te vinden op haviko.org: haviko.org/permede/verzoekschrift_straatsburg_april2009_naamloos.pdf. De grieven worden hieronder in niet-technische bewoordingen samengevat.

In de eerste grief wordt aangeklaagd dat er willekeur heerst in de omschrijving van het strafbaar feit van “zonder geldige reden” te weigeren te zetelen. Dat blijkt uit de zeer verschillende beslissingen van de voorzitters van de kieshoofdbureaus over het aanvaarden of weigeren van de ingeroepen gewetensbezwaren. Dat blijkt uit de willekeur die het Hof van cassatie hanteerde bij het interpreteren van het begrip “geldige reden”, door er in verschillende procedures een andere interpretatie aan te geven naargelang dat uitkwam om het (politiek) gewenste resultaat te bereiken. Dat blijkt ook uit het feit dat dienstweigeraars vervolgd worden omdat hun gewetensbezwaren het zetelen niet “onmogelijk” zouden maken, terwijl tegelijkertijd in omzendbrieven wel erkend wordt dat studenten vrijgesteld worden wanneer ze de weken nadien nog examens hebben, dat bij koppels niet beiden kunnen worden opgeroepen, dat wie voor zijn oproeping op de lang bekende dag van de verkiezingen een reis heeft geboekt, vrijgesteld is, enz.

In de tweede grief wordt aangeklaagd dat er boetes zijn uitgesproken hoewel het Openbaar ministerie geweigerd heeft een ernstig onderzoek te verrichten naar de omstandigheden en ook geen enkele moeite heeft gedaan om zelf tegenargumenten aan te brengen tegen de beklaagden. Nochtans moet in een strafzaak iedereen onschuldig worden geacht tot het Openbaar Ministerie de schuld bewijst.

In de derde grief wordt aangeklaagd dat de rechters totaal geweigerd hebben rekening te houden met de uitspraak van het Grondwettelijk Hof, met de ongrondwettigheid van de verkiezingen of minstens de legitieme overtuiging van de beklaagden dat de verkiezingen ongrondwettig waren.

In de vierde grief wordt geklaagd over de willekeur die het Hof van cassatie beoefent bij het hanteren van haar eigen procedureregels, en de uitvluchten die dat Hof hanteert om op bepaalde ernstige gebreken van de beslissingen waartegen men in cassatie opkwam, gewoon niet in te gaan. Daarbij worden bv. de argumenten van de eisers verdraaid om te kunnen zeggen dat ze het verkeerd begrepen hebben en er dus met hun argumenten geen rekening moet worden gehouden. In sterk contrast daarmee worden argumenten van het Openbaar Ministerie die volkomen incoherent en naast de kwestie zijn, wel beantwoord en gebruikt als grondslag voor de beslissing. De twee maten en twee gewichten in functie van het politiek te bereiken resultaat zijn manifest.

In de vijfde grief wordt in hoofdzaak geklaagd over het feit dat burgers blijkbaar geen rechtsmiddelen hebben om een arrest van het Grondwettelijk Hof te doen uitvoeren en ongrondwettige verkiezingen tegen te houden. Daarbij wordt het feit aangeklaagd dat diegenen die verkozen zijn verklaard achteraf zelf hun eigen verkiezingen geldig verklaren, en dat dit dan nog eens gebruikt wordt om het verweer van dienstweigeraars terzijde te schuiven.

In de zesde grief wordt erover geklaagd dat het Hof van cassatie weigert om het grondwetsartikel toe te passen dat stelt dat wie vervolgd wordt voor politieke misdrijven recht heeft op een jury (het Hof van assisen), en dan bovendien ook nog eens weigert om de vraag of de eigen wetsinterpretatie overeenstemt met de Grondwet, voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof (waartoe het Hof van cassatie nochtans wettelijk verplicht is).

De zevende grief betreft een meer rechtstechnisch punt: sommige dienstweigeraars werden veroordeeld voor feiten die ze op 10 juni zouden hebben begaan in een arrest dat zelf zegt dat niet is nagegaan wat er op 10 juni is gebeurd of gedaan.
Het is natuurlijk jammer dat het jaren duurt vooraleer er een uitspraak komt in een procedure in Straatsburg, maar alle betrokkenen hebben er alvast vertrouwen in dat België uiteindelijk zal worden veroordeeld wegens deze manifeste gebreken in de rechtspraak en wetgeving.

(1) http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdfe
(2) Over de uitleg van arrest nr. 73/2003, zie mijn eerdere bijdragen "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet" op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html en "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(3) Zie http://haviko.org/teksten/arrest_hof_van_beroep_brussel_20-5-2008.pdf

donderdag, april 09, 2009

Het ritselt weer onder de toonbanken

(Deze bijdrage verscheen vandaag 9 april 2009 in de Standaard). Zie eerder ook mijn "Represailles: niet louter hoon, maar broodroof"op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2008/03/represailles-niet-louter-hoon-maar.html

Volgens een groep schrijvers en opiniemakers toont de hetze rond de Mitterrand-biografie van Koen Dillen aan dat we ons in een feitelijke toestand van censuur bevinden. De kern van het probleem is niet de kwestie zelf, waarover de versies sterk verschillen, wel de krampachtigheid waarmee we in Vlaanderen met 'foute' auteurs omgaan.

Het verhaal is ondertussen bekend: een voortreffelijke Mitterrand-biografie, onder meer op Klara en in NRC-Handelsblad bejubeld, ondertekend door Vincent Gounod, bleek in werkelijkheid van de hand van VB-politicus Koen Dillen. Waarna weldenkend Vlaanderen helemaal van de wijs geraakte, en het boek nauwelijks nog te verkrijgen was in het normale circuit. In Nederland ligt het wel open en bloot in de etalage. Gaan we terug naar de tijd van de sexshops?

Het voorval legt een diepere malaise bloot binnen het cultureel/academisch universum in onze contreien. Het fameuze 'cordon' rond één bepaalde partij, waarvan we het strategisch nut in het midden laten, heeft er blijkbaar voor gezorgd dat boeken niet meer hoeven gelezen te worden om er een oordeel over te vellen. We willen hier de welles-nietes discussie niet voeren of die ene Antwerpse 'linkse boekhandel met een duidelijk profiel' het boek nu achteraf uit de rekken haalde of niet (daarover lopen de versies sterk uiteen). Feit is dat de Mitterrand-biografie van Koen Dillen niet racistisch of xenofoob of negationistisch is, maar gewoon een hoop heisa veroorzaakt omdat de auteur met het etiket 'fout' op zijn hoofd rondloopt, waardoor hij zich gedwongen voelde om een pseudoniem te gebruiken.

Vlaanderen schijnt opgedeeld te zijn in een politiek-correcte helft die toegang krijgt tot de media, vlot een uitgever vindt, het obligate BV-kransje bemant; en anderzijds een schimmig continent van onbespreekbare, verboden, uit de publieke sfeer geweerde politisch-unfähige mensen, zoals dat onder de nazi's heette. Dat de boekensector zich hier van zijn braafste en meest conformistische kant toont, is ook duidelijk. Bij de meeste boekhandels en grote ketens is de fameuze Mitterrand-biografie, sinds Gounod zich als Dillen ontpopte, enkel 'op bestelling' verkrijgbaar. Dat is een feitelijke toestand van censuur, waarbij zelfs de heilige koe van de commercie wordt geslacht (Dillens boek zou ondertussen een kaskraker kunnen zijn) om onze ziel van smetten te vrijwaren.

'De linkse kerk in Vlaanderen heeft vandaag nog altijd een probleem met intellectuele diversiteit', concludeert Dillen. Inderdaad. Het begrip 'controverse', absoluut nodig in een volwassen democratie, verstuift hier compleet. Zelfs al strookte zijn boek niét met de politieke weldenkendheid, zelfs al was het zo 'fout' als wat, ook dan, juist dan zou het boekenwezen het moeten omarmen, omdat het tegenspraak zou oproepen en reacties provoceren. Zoiets heet polemiek, in Vlaanderen een hachelijk punt.

Wij willen ons, van links tot rechts, formeel van die censuur distantiëren. Vlaanderen mag langzamerhand wel eens ontwaken uit zijn politiek-correcte sluimer om eindelijk kennis te maken met de kunst van de dialectiek.

Ludo Abicht (docent filosofie), Vital - Vitalski - Baeken (schrijver), Benno Barnard (schrijver), Gerard Bodifee (auteur), Mimount Bousakla (politica LDD), Hugo Coveliers (advocaat), Thierry Debels (auteur-publicist), Saskia De Coster (schrijfster), Eric Defoort (historicus), Leo de Haes (uitgever), Gust De Meyer (hoogleraar K.U.Leuven), Peter De Roover (publicist), Willem Elias (gewoon hoogleraar VUB), Derk Jan Eppink (publicist-politicus LDD), Valerie Lempereur (uitgeefster), Bart Maddens (politicoloog), Marc Platel (journalist), André Posman (artistiek directeur De Rode Pomp), Godfried-Willem Raes (muziekmaker-filosoof), Jean-Pierre Rondas (producer VRT Radio Klara), Johan Sanctorum (filosoof-auteur), Matthias Storme (jurist), Johan Swinnen (professor VUB), Frank Thevissen (communicatie-expert), Jef Turf (ex-journalist, publicist), Luc Van Braekel (blogger), Gie van den Berghe (ethicus), Luc van Doorslaer (academicus-journalist), Marc Vanfraechem (blogger), Geert van Istendael (schrijver), Wim van Rooy (publicist), Jan Verheyen (filmmaker), Jos Verhulst (publicist), Etienne Vermeersch (filosoof), Jurgen Verstrepen (politicus LDD), Julien Weverbergh (schrijver).

dinsdag, april 07, 2009

En waarom niet alle Chinezen ? Over de Turk in onszelf

Nu we toch bezig zijn met de vraag of we hier in China zijn of niet (1): vanmorgen las ik in de Standaard een redenering van Dirk Verhofstadt waardoor we binnenkort een Europese Unie "Met alle Chinezen" moeten hebben. Samengevat is de "toetreding Turkije tot de de Europese Unie noodzakelijk" voor deze aarts-oikofoob (2) dat Turkije lid moet worden van de EU omwille van de rechten en vrijheden van de inwoners van Turkije, omdat die mensen anders het vreselijke lot te beurt zal vallen dat ze gedwongen zouden zijn tot één enkele identiteit, en dan nog wel een moslim-identiteit. Heeft het liberale establishment ons evenwel niet jaren voorgehouden dat Turkije een seculiere staat is ? En dat dit daar zelfs zo erg is dat die arme Turkse studentinnen zelfs geen hoofddoekje mogen dragen, en hoe vreselijk de vrijheden daardoor beperkt worden in Turkije ? En nu ineens moeten we omwille van de Turkse vrouwen hun land stante pede opnemen in de EU, om hun vrijheden te beschermen. want al die mensen in Turkije moeten beschermd worden tegen de islam, en daarom moeten wij hen binnenhalen -. Zou hierin zelfs geen racistisch ondertoontje te lezen zijn ?

Iets fundamenteler nu: met zo'n redenering moeten natuurlijk niet alleen alle Turken in de Eu worden binnengelaten, om ze tegen die identiteit te beschermen waarin ze anders zouden worden opgesloten. Daarmee valt het namelijk in Turkije nog mee vergeleken met de rest van de islamwereld. Met dat argument moeten alle andere moslimlanden a fortiori toegelaten worden tot de EU, van Marokko over Saoedi-Arabië en Iran tot Pakistan en Indonesië. En als het over de rechten en vrijheden van individuele mensen gaat, toch zeker ook alle landen uit Afrika, uit Zuid-Oost-Azië en vooral ook China. Laat de rede maar zegevieren, Verhofstadt-bis: Met alle Chinezen ..... Die kunnen ook nog wat extra individuele rechten en vrijheden gebruiken, wellicht meer dan de Turken.

Bovendien hebben we voor de bevordering van de individuele rechten en vrijheden in Europa de Raad van Europa opgericht, die dit veel meer dan de Europese Unie tot kerntaak heeft. Daarvoor is er ook een Europees Hof voor de rechten van de Mens in Straatsburg opgericht. En in die Raad van Europa, waar het dus over die rechten en vrijheden gaat, is Turkije al lang lid. Elke individuele inwoner van Turkije kan klachten indienen tegen de Turkse overheid bij dat Hof. En dat doen ze ook massaal. Grotendeels om te klagen over politie en justitie, ja. Zoals dat ook in andere landen het geval is overigens. Maar verder bijvoorbeeld ook om aan te klagen dat meisjes geen hoofddoekjes mogen dragen (3). Of omdat hun Koerdische identiteit niet erkend wordt. Dus vooral om redenen die Dirk Verhofstadt zullen plezieren. Van de 97.000 zaken die er einde 2008 aanhangig waren vanuit 47 lidstaten kwamen er 11.085 uit Turkije (11,4 %), op Rusland na duidelijk het grootste aantal klachten (4). Meer dan 57 % van de klachten komt uit 4 landen (Rusland, Turkije, Oekraiene en Roemenië) en zorgt ervoor dat de bescherming van de rechten en vrijheden door het Europees Hof de facto omzeggens onmogelijk is geworden .... Een voorsmaakje van de wijze waarop Turkije ook andere aspecten van de Europese huishouding kan overspoelen als het na Roemenië lid wordt van de EU. In dit verband kan ik overigens de recente toespraak van de nochtans erg liberale Britse opperrechter Lord Hoffmann aanbevelen (5), die vindt dat het uit moet zijn met de jurisdictie van zo'n internationaal Hof boven de Britse rechtbanken en dat de soevereiniteit van de lidstaten moet hersteld worden omdat de democratisch gelegitimeerde nationale overheden en rechters veel beter geplaatst zijn om de rechten en vrijheden die altijd met elkaar in conflict komen, af te wegen.

In hun oikofobie zijn beide gebroeders Verhofstadt in hetzelfde bedje ziek. De wortel van hun identiteitshaat werd genadeloos blootgelegd door Mia Doornaert in de Standaard van 3 april, "Liever Turks" (6) ..; dan Paaps. De haat jegens de christelijke achtergrond van Europa, nochtans een van de belangrijkste wortels van de idee van de individuele rechten, is de reden voor de stormloop der spitsbroeders tegen de grenzen van dat Europa.

Zoals reeds Erasmus in de tijd van de Turkenkrijg wist, is de macht van de Turken, het gevolg van de verdeeldheid in West-Europa maar ook van een decadent en futloos geworden christendom, dat de kracht mist om de islam in spiritueel opzicht het hoofd te bieden (zie zijn Consultatio de bello Turcis inferendo uit 1530 (vertaald door J. PIOLON, De Turkenkrijg, uitg. Donker Rotterdam 2005)). Volgens Erasmus moesten de Europeanen dan ook op de eerste plaats de Turk in zichzelf bestrijden. Met Dirk Verhofstadt lijkt die Turk in onszelf opnieuw een gezicht te hebben.


(1) Mijn stukje "De Chinese methode", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/04/de-chinese-methode.html
(2) Oikofobie: irrationele angst voor identiteit, spiegelbeeld van xenofobie. Zie Roger Scruton, "Immigration, Multiculturalism and the Need to Defend the Nation State" http://www.brusselsjournal.com/node/1126
(3) Zie de zaak Leyla Sahin, samengevat op http://www.echr.coe.int/Eng/Press/2004/June/ChamberjudgmentsSahinandTekin.htm en in hoger beroep op http://www.echr.coe.int/Eng/Press/2005/Nov/GrandChamberJudgmentLeylaSahinvTurkey101105.htm
(4) Bron: Jaarverslag 200!, p. 126 en v., http://www.echr.coe.int/NR/rdonlyres/B680E717-1A81-4408-BFBC-4F480BDD0628/0/Annual_Report_2008_Provisional_Edition.pdf
(5) "The Universality of Human Rights", 19 maart 2009, af te laden op http://www.jsboard.co.uk/aboutus/annuallectures.htm. Zie ook de commentaren van W. Rees-Mogg in de Times, "We can't allow Strasbourg to lay down the law", http://www.timesonline.co.uk/tol/comment/columnists/william_rees_mogg/article6040951.ece en Melanie Phillips, "Two cheers for Lord Hoffmann", http://www.melaniephillips.com/two-cheers-for-lord-hoffmann-2.
(6) http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=IN28HQOD

zaterdag, april 04, 2009

De Chinese methode

Een zinnetje in een kleine opwelling van een intimus van de bevoegde Vlaamse Minister spreekt soms boekdelen. "In China staat zo'n brug er binnen het jaar", schrijft Luc van der Kelen op 31 maart in zijn tabloid over het feit dat er in Vlaanderen actiegroepen zijn die zich durven verzetten tegen "een infrastructuurwerk groot of klein". Vandaag in de Standaard staat een prachtige reactie van Tom Naegels ("In China stond ze er al") "Kijk, als Van der Kelen gelijk heeft, dan zeggen we het ook. In China, daar gaan de dingen vooruit. Willen ze daar een stuwdam? Dan zétten ze een stuwdam. Moet er daarvoor een hele stad verhuizen? Dan verhuist die hele stad. Ze gaan daar op een eigen manier om met kritische burgers, actiecomités of senior writers van de grootste krant van het land, die al twintig jaar lang elke dag in hun eentje verzet aantekenen tegen beslissingen van de overheid." Inderdaad. In China maken ze van je huis een nailhouse als je niet opkrast (zie http://en.wikipedia.org/wiki/Nail_house)

Kris Peeters voelde de nattigheid gisteren al. Bij de melding van de "beslissing" van de Vlaamse regering om het nieuwe voetbalstadion van Brugge te bouwen in de Zuidrand (Chartreuse-Loppem) verzekerde onze dorpsafbreker-president "Wij leven hier niet in China waar men een beslissing kan nemen en dan zeggen goed morgen beginnen we te bouwen bij wijze van spreken", "er zijn hier duidelijke procedures" "inspraak van al diegene die daarbij betrokken zijn" ...

Wel, in Brugge moet ik ze voorlopig misschien het voordeel van de twijfel geven; maar in Antwerpen zijn ze de Chinese methode al aan het voorbereiden. Of toch minstens de methode van de voldongen feiten: iets beslissen dat geen beslissing is en daarom ook niet aan rechterlijke controle kan worden onderworpen, om bij de "eigenlijke" juridisch bestaande beslissing te argumenteren dat het te laat is omdat alles al lang "beslist beleid"" is en men daar nu toch niet meer op kan terugkomen.

In Doel past men de Chinese methode overigens al enkele jaren met volle kracht toe: afbreken maar. Of daar nu nog mensen wonen of niet. En zelfs zonder dat er aan enig infrastructuurwerk groot of klein wordt gebouwd. Want het zou kunnen dat men ooit zou beslissen op de plaats van het dorp een dok te bouwen. Maar dat dit zuiver hypothetisch is mag ons toch niet beletten om vandaag iedereen weg te pesten en alles te vernielen, nietwaar ? De drieste vernieling dient er namelijk alleen toe om de burger te tonen wie de baas is. Zoals in China. Wie zo koppig is zijn huis niet te verkopen aan de "Maatschappij" moet het maar voelen wat het betekent de vernieling - euh pardon de "vooruitgang" - te willen tegenhouden. Ik zeg de "Maatschappij" want iedereen in het Waasland krimpt onmiddellijk in elkaar bij het horen van de naam van dat monster. "De maatschappij" is zoiets als "das Gericht" in Het proces van Kafka, of nog "Das Schloss". Nadat vader en zoon Deckers er al tientallen jaren het goed weer uitmaken weg van de camera's is er recent een gerecycleerde socialistische ex-volksvertegenwoordiger gepost die er een gezicht aan geeft. Meer dan van transparantie is dat een bewijs van hubris, van de zekerheid ongenaakbaar te zijn. De ambtenaren van de Vlaamse overheid schrijven in de vergunningen die ze afleveren gewoon de conclusies over van de advocaat van "De Maatschappij" (ik weet niet of die ooit in China geweest is, maar alvast wel in Rusland; daar kennen ze ook iets van mafiapraktijken). Dat zegt genoeg over de wijze waarop de Vlaamse overheid met de procedures voor vergunningen omgaat.
De toepassing van de Chinese methode kan men in foto's bekijken op onder meer http://www.doel2020.org/Documentatie/afbraak/afbraak_foto's_2009.htm. Intussen kan zelfs dat niet meer. Pottenkijkers worden geweerd. De Maatschappij heeft via steeds weer dezelfde advocaat intussen op eenzijdig verzoekschrift vol onwaarheden van de rechter een verbod gekregen om enige protestactie te houden of op enige wijze de afbraak te hinderen, zelfs maar de huizen te betreden.
Neen, hoor, bulldozers Peeters en Van Mechelen, we zijn hier niet in China hé. Op de internationale erfgoedconferentie vorige week werd op de slotzitting Doel vermeld als "worst case scenario" naast de afbraak van de historische binnenstad van Bakoe in Azerbeidjan. 't is maar dat jullie weten hoe diep je gezakt bent.

donderdag, april 02, 2009

"Patiëntenmobiliteit" zal ook splitsing gezondheidszorg vergemakkelijken

Op 31 maart heeft de commissie Gezondheid van het Europees parlement het voorstel van "Richtlijn betreffende de toepassing van rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg" (1) goedgekeurd met een aantal amendementen (2). Het gaat er in wezen om te bepalen dat personen die in het buitenland medische zorg wensen te kopen daarvoor dezelfde terugbetaling ontvangen van de ziekteverzekering als wanneer ze dat in eigen land hadden gedaan. Organisaties zoals onze ziekenfondsen, van wie men zou verwachten dat ze de belangen van de patiënten verdedigen, zijn daar nooit happig op geweest. Het Europees Hof van Justitie heeft dit dossier moeten openbreken met een reeks arresten waarmee de eerste bressen werden geslagen in de nationaal afgeschermde "markten" van de ziekteverzekering, te beginnen met de arresten Kohll en Decker uit 1998.

Reeds in mei 1998 hebben Steven Vansteenkiste en ikzelf er in de Standaard op gewezen dat deze Europese evolutie ook de overheveling van de ziekteverzekering naar de Gemeenschappen in België zal vergemakkelijken. Ik neem hieronder de tekst over van dat stuk dat we meer dan 10 jaar gelden schreven. Toen waren we misschien wat voorbarig, want er was nog een lange weg te gaan; intussen zijn we er bijna. Het stuk is dus nu zelfs actueler dan toen. Zeker nu de discussie over de "gemeenschapskeuze" in Brussel terug gevoerd wordt (5), een regeling die noodzakelijk is om de gezondheidszorg ook in Brussel over te hevelen naar de Gemeenschappen (waar ze als persoonsgebonden materie thuishoort) en niet naar het Gewest.


Luxemburgs brilletje splitst Belgische ziekteverzekering

(de Standaard maandag 25 mei 1998)(3)

HET Europees Hof van Justitie heeft op 28 april twee langverwachte en belangwekkende arresten geveld (Decker en Kohl, C-120/95 en C-158/96) (4).
Krachtens deze arresten kan de gezondheidszorgverzekering van een bepaalde lidstaat (bij ons het ziekenfonds) niet weigeren om in een andere lidstaat gekochte of genoten medische goederen en diensten terug te betalen, en wel tegen de nationale tarieven.
In een hele reeks lidstaten, waaronder ons land, kan dit kan een ware omwenteling in de organisatie van de gezondheidszorg en de verzekering ervan teweegbrengen. Ook brengen deze arresten een nieuw licht in de interne Belgische discussie rond de communautarisering van de gezondheidszorgverzekering.
De Luxemburgse Decker schafte in 1992 een brilletje aan in België, op voorschrift van een Luxemburgse oogarts. De eveneens Luxemburgse Kohl zond zijn dochter naar een Duitse tandarts. Het Luxemburgse ziekenfonds weigerde in beide gevallen daarvoor de kosten te vergoeden, wat wel het geval geweest zou zijn indien het brilletje in Luxemburg was gekocht geweest of indien de tandarts in Luxemburg gevestigd ware geweest.
Op grond van de verdragsbepalingen met betrekking tot het vrij verkeer van goederen en diensten, besliste het Hof dat, voor terugbetaling van een product of dienst door de gezondheidszorgverzekering van een lidstaat, niet kan worden vereist dat ze in dat land werden aangeschaft. Is in terugbetaling voorzien, dan moet zij ook gelden voor een in het buitenland genoten prestatie, en wel aan hetzelfde tarief.
Gevolg van dit arrest is dat prestaties aan Belgische verzekerden nu door hun ziekenfonds moeten worden terugbetaald, ongeacht in welk land van de Europese Unie zij deze hebben genoten of aangeschaft. Omgekeerd moeten buitenlandse verzekerden in hun land vergoed worden volgens de daar geldende terugbetalingstarieven voor de in België genoten diensten.
Dit is een revolutie in de financiering van de gezondheidszorg. Patiënten zullen meer en meer zorg halen waar deze het goedkoopst is. Het Europees recht laat niet toe aan buitenlandse patiënten meer aan te rekenen dan aan Belgische.
Het is dan ook niet langer houdbaar dat de zorgverstrekkers en vooral de zorginstellingen niet de werkelijke kostprijs aanrekenen, met inbegrip van alle investerings- en apparatuurkosten. De financieringsstroom van de ziekenfondsen naar de instellingen zal dus kostendekkend moeten zijn.
De interpretatie van de Europese verdragen in de arresten-Decker en Kohl zal in heel Europa op termijn haast onvermijdelijk leiden naar een loskoppeling van tarifering van de gezondsheidszorgen en terugbetalingstarieven. We evolueren naar naast elkaar bestaande - nationale of deelstatelijke - stelsels van gezondheidszorgverzekering, die bepaalde prestaties tegen vaste tarieven terugbetalen, ongeacht de werkelijke prijs die de verzekerde betaalt en ongeacht waar hij zorg geniet.
De prijszetting in de instellingen zal hieraan moeten worden aangepast. Het belang van tariefafspraken tussen de ziekenfondsen en de zorgverstrekkers zal sterk afnemen. Meer nog, de kans is vrij groot dat die conventies vroeg of laat strijdig worden geacht met het Europese kartelrecht.

DEZE arresten werpen ook een nieuw licht op de door Vlaanderen gewenste defederalisering, met name communautarisering, van de gezondheidszorgverzekering.
Het Europees recht maakt nu een splitsing van de gezondheidszorgverzekering een stuk gemakkelijker. Wanneer de publieke verzekeraars van de lidstaten vaste terugbetalingstarieven moeten hanteren, ongeacht waar in Europa de prestaties zijn verstrekt, dan kunnen in België gemakkelijk meerdere stelsels van gezondheidszorgverzekering naast elkaar bestaan. Zij kunnen elk hun eigen verstrekkingenpakket hebben en hun eigen terugbetalingstarieven.
Binnen Europa speelt het immers geen rol meer waar een Vlaamse verzekerde zijn zorg geniet - in Vlaanderen, bij een Franstalige instelling in Brussel, in Wallonië, Griekenland of Finland. De Vlaamse, Frans-Brusselse, Waalse of Duitstalige instellingen zullen net zoals de Griekse of Finse aan hun patiënten de werkelijke kostprijs aanrekenen. Of die patiënt Vlaming, Waal, Fin of Griek is, kan geen rol meer spelen.
De arresten maken daarmee brandhout van vele argumenten tegen de communautarisering van de gezondheidszorgverzekering en van de idee dat er geen oplossing zou zijn voor Brussel. Zo werd door sommigen gevreesd (en door anderen gehoopt) dat de splitsing ertoe zou leiden dat de Vlaamse verzekerde enkel zijn zorg in Vlaanderen zou kunnen genieten, en vice versa voor de Franstaligen. Verschraling van het zorgaanbod is inderdaad geen goede zaak.
Nu echter blijkt dat een verzekerde in geheel Europa zijn zorg moet kunnen genieten, is splitsing van de gezondheidszorgverzekering hiervoor geen risico meer. Zo valt het argument weg dat het voor zorginstellingen en -verleners moeilijk of onmogelijk zou zijn om met twee soorten verzekerden om te gaan: zij zullen moeten leren leven met verzekerden uit 15 lidstaten.

OOK treuren dat het instrument van de conventionering door de splitsing aan belang zou kunnen verliezen, heeft geen zin meer tegen de Europese achtergrond. Dit neemt niet weg dat bijvoorbeeld de Vlaamse gezondheidszorgverzekering conventies zou sluiten met zorgverstrekkers in Wallonië zoals in andere lidstaten.
Kortom, de arresten-Kohl en Decker zullen een grote impact hebben op het aanbod en de verzekering van de gezondheidszorg in alle lidstaten van de Europese Unie. Uiteindelijk zal dit leiden tot een duidelijke scheiding tussen beide.
Tegen die achtergrond wint de overdracht van de bevoegdheid voor de gezondheidszorgverzekering naar de gemeenschappen sterk aan evidentie en wordt ze een stuk eenvoudiger.

(1) Oorspronkelijk voorstel: http://ec.europa.eu/health/ph_overview/co_operation/healthcare/docs/COM_nl.pdf. Voor de achtergrond van het ontwerp, zie http://ec.europa.eu/health/ph_overview/co_operation/healthcare/cross-border_healthcare_en.htm
(2) Zie http://euobserver.com/9/27886/?rk=1
(3) http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=dsm9805250001
(4) Arrest-Decker van 28 april 1998, zie http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:61995J0120:NL:HTML; arrest-Kohl van 28 april 1998, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:61996J0158:NL:HTML
(5) Zie mijn blogpost "Gemeenschapskeuze", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/03/gemeenschapskeuze.html

maandag, maart 30, 2009

"gemeenschapskeuze"

In recente discussies over de effecten van Vlaamse maatregelen zoals jobkorting en tijdskrediet op mensen die in het Vlaams Gewest wonen en in Brussel werken of omgekeerd brachten de termen subnationaliteit en gemeenschapskeuze terug in de media. Dit is vanzelfsprekend niet nieuw, en ik vind het een mooie gelegenheid om eraan te herinneren hoe en wanneer ik het woord "gemeenschapskeuze" als neologisme heb gemaakt. De term bedacht ik naar analogie met "taalkeuze", in een nota van 6 januari 1994 voor de werkgroep Brussel-Vlaanderen van het "Vierde Congres der Brusselse Vlamingen" 1994 (afgesloten 30 april 1994, onder de titel "Stad van een eeuw die komt"). Ik voeg hieronder de volledige tekst van de twee nota's die ik toen geschreven heb over dit probleem. De vragen zijn eigenlijk nog steeds dezelfde.

Heb ik het woord voor het eerst gebruikt ? Dat weet ik niet, maar ik had het in ieder geval zelf nog niet eerder elders gelezen. In 1994 en de daaropvolgende jaren heb ik als OVV-voorzitter het woord ook verder verspreid. Maar de idee is natuurlijk ouder.

Zonder dat het woord gebruikt werd kwam de gedachte terug in de bekende 5 Resoluties van het Vlaams Parlement van 1999: "Daarbij moeten de inwoners van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de vrije keuze bekomen om toe te treden tot het stelsel van de deelstaat Vlaanderen of van de Franstalige deelstaat, dat telkens zowel een regeling voor de inkomsten als voor de uitgaven bevat" (betreffende het tot stand brengen van meer coherente bevoegdheidspakketten in de volgende staatshervorming, punt 2, over gezondheids- en gezinsbeleid).

Het woord zelf komt zeer expliciet voor in een nota van maart 2003 van de Boetfortgroep (die op 23 augustus 002 naar buiten kwam als Vlaamse studie) en drukkingsgroep binnen de CD&V) binnen de CVP in de zomer van 2002; we vinden het terug in een verslag in de Standaard van 7 maart 2003. Brigitte Grouwels (ook lid van de groep) heeft de term sindsdien herhaaldelijk gebruikt, en Steven Vanacker, toen nog niet federaal gerecupereerd, gebruikte hem ook in zijn voorstellen in juli 2005.

En nu dus pour la petite histoire mijn nota's van januari 1994.

1. Tekst van de nota van 6 januari 1994

1. Het vraagstuk van de subnationaliteit rijst slechts wanneer men autonomie wil geven aan bevolkingsgroepen die op éénzelfde territorium door elkaar leven. Zolang autonomie uitsluitend op territoriale basis wordt toegekend, en niet op grond van het toebehoren tot een bevolkingsgroep, komt het vraagstuk niet ter sprake. Vanuit Vlaams perspektief rijst dit probleem alleen te Brussel, gezien wij naar ik aanneem niet bereid zijn om in de rest van Vlaanderen autonomie toe te kennen aan andere bevolkingsgroepen (b.v. Franstaligen in de rand).

Voor zover alleen om Brusselse instellingen gaat, valt er zonder subnationaliteit te leven, al zou zij toch ook duidelijke voordelen kunnen hebben. Hebben we het over Brusselse instellingen, dan denken we vooreerst aan de verhouding tussen het Gewest en de Gemeeschapscommissies en tussen die Commissies onderling.

Het is van de mensen die vertrouwd zijn met de werking en problemen van de Vlaamse Gemeenschapscommissie dat we moeten vernemen of zij gehinderd wordt door het feit dat er formeel geen onderscheid kan worden gemaakt tussen Vlamingen en Franstaligen te Brussel bij b.v. hun financiering, de toegang tot hun dienstverlening, e.d.m.


2. In de Belgische kontekst heeft het vraagstuk evenwel een ruimere draagwijdte, dit omwille van het naast elkaar bestaan van territoriale autonomie (de Gewesten) en persoonsgebonden autonomie (de Gemeenschappen), waarbij een Gemeenschap te maken krijgt met het grondgebied van méér dan één gewest. Dit is met name het geval met Vlaanderen en de Brusselse Vlamingen - probleem waarmee wij ons precies bezighouden - en, zij het wellicht afnemende mate, met Wallonië en de Franstalige Brusselaars.

Het probleem komt vooral ter sprake door de voortdurende geldhonger van de Franse Gemeenschap. Dit werd zopas nog raak geschetst door D. Achten in de Standaard van 5 januari 1994 : "Telkens als (...) de Franse Gemeenschap op nieuwe problemen stuit, wordt er niet overgegaan tot besparingen, maar begeeft men zich naar de federale overheid voor een refinancement". Vervolgens ontvangt Vlaanderen ongevraagd kompensaties en kan de Vlaamse regering zich met nog minder kopzorgen wijden aan het uitgeven van geld".

Anders gezegd : het ontbreken van een effektieve fiskale bevoegdheid van de Gemeenschappen leidt tot voortdurende verhoging van de federale belastingdruk. België blijft aldus de weg opgaan van een steeds grotere afroming van het land door de overheid, ongeacht of de Vlaamse meerderheid in dit land wat wel wil of niet. Dergelijk beleid kan maar omgebogen worden door de Franse Gemeenschap te dwingen zelf financiële verantwoordelijkheid te dragen. Nu kan men evenwel van de Walen niet eisen dat zij bijdragen tot de Franse Gemeenschap in een mate waarin de Franstalige Brusselaars dat niet moeten doen. Dit veronderstelt dus dat de Franse Gemeenschap bevoegd moet zijn om te Brussel belastingen te heffen. Anderzijds is het voor Vlaanderen onaanvaardbaar dat de Vlaamse Brusselaars moeten betalen voor de Franse Gemeenschap. U kent de oplossing : Alle Brusselaars worden gelijk belast, maar de opbrengst wordt verdeeld over de Gemeenschappen volgens een verdeelsleutel (in casu 80/20). Dit betekent evenwel dat men dezelfde verderfelijke politiek weliswaar niet meer voor heel België, maar dan toch nog voor Brussel toepast. M.a.w. de Vlaamse Brusselaars, en Vlaanderen meer in het algemeen, hebben er geen enkel voordeel bij om zuiniger te zijn. Zuinigheid wordt niet beloond, uitgeven niet bestraft. De enige mogelijkheid om hieraan een einde te maken, is eenieder te verplichten te kiezen voor de ene of de andere Gemeenschap, m.a.w. de subnationaliteit.

Wat zijn de risiko's van dergelijk systeem ?

Het meest bekende risiko is het risiko dat maar weinig Brusselaars zouden kiezen voor de Vlaamse Gemeenschap, en dat de Franstaligen daarin een argument zouden vinden om te klagen over oververtegenwoordiging van de Vlaamse Brusselaars e.d.m.

Zoals ik eerder schreef, meen ik dat wij hiervoor geen schrik mogen hebben, mits wij kunnen garanderen dat de keuze van de Brusselaar voor de Vlaams/Nederlandse subnationaliteit hem/haar een volwaardige dienstverlening verzekert. Een fiskaal voordeel verbinden aan die keuze door ervoor te zorgen dat de Vlaamse Gemeenschapsbelastingen lager liggen dan die van de Franstaligen kan natuurlijk ook steeds helpen om twijfelaars over te halen .... Dit alles veronderstelt natuurlijk toch wel een soort verborgen subsidiëring van de Vlaamse Brusselaars door het Vlaams Gewest, al moet die wellicht niet hoog oplopen, gezien de bestedingsijver van de Franse Gemeenschap.

Daarmee verwant is de vraag of er niet een hele groep Brusselaars is, die zich nog Vlaming noch franstalige voelen, en die niet te snel mogen afgestoten of opgeschrikt worden. Dit kan eventueel opgelost worden door de mogelijkheid open te laten dat inwoners "bicommunautair" kiezen (mits de financiële gevolgen daarvan 50/50 bedragen !). Dergelijke mogelijkheid kan misschien ook problemen veroorzaken, waar ik op dit ogenblik geen zicht op heb, en die afhankelijk zijn van de vraag waarvoor men de keuze allemaal enst te gebruiken (m.b. voor andere dan fiskale beslissingen).

Een tweede risiko zou daarin kunnen liggen dat de Franstaligen overal in Vlaanderen, en meer bepaald in de rand, ook het recht zouden eisen te kiezen voor de Franse subnationaliteit.

Vooreerst moet het m.i. mogelijk zijn de keuzemogelijkheid te beperken tot Brussel 19 door het voor te stellen als de oplossing van een typisch Brussels probleem.

Doch men kan ook de vraag stellen of het verschaffen van een keuze aan alle Belgen of inwoners van België, waar ze ook wonen, voor de Vlamingen nadelig zou zijn. Vooreerst zouden zeker ook per¬sonen gedomicilieerd in Wallonië voor de Vlaamse Gemeenschap kiezen - al moeten we ons over het aantal daarvan geen illusies maken. Verder moet die mogelijkheid natuurlijk impliceren dat b.v. het franstalig onderwijs in de faciliteitengemeenten in Vlaanderen door de franstaligen zal moeten betaald worden, en omgekeerd het Vlaamse schooltje in Komen door de Vlaamse Gemeenschap (wat in feite toch al gebeurt). Hetzelfde moet natuurlijk gebeuren voor alle andere franstalige instellingen in Vlaanderen. Ik ben niet zeker of de Franstalige Gemeenschap in die voorwaarden wel vragende partij zal zijn voor de territoriale uitbreiding van de keuzemogelijkheid.

Een derde risiko betreft de vraag of andere minderheidsgroepen (migranten) niet evenzeer de keuzemogelijkheid zouden eisen. Doch dit is een meer algemeen probleem, dat in concreto niet rijst zolang er geen kulturele autonomie wordt toegekend aan dergelijke minderheidsgroepen.

"Subnationaliteit" is overigens m.i. in de konkrete omstandigheden waar het om gaat wellicht geen geschikte term. Het is beter hem niet te gebruiken, ook al om voor buitenstaanders te nationalistische bijklanken te vermijden. Hij is bovendien onjuist in de mate waarin ook niet-Belgen, gedomicilieerd in België of minstens belastingplichtig in België, voor de keuze gesteld worden. Het is echter moeilijk een goed Nederlands woord te vinden voor dergelijke keuze van "Zugehörigkeit" of "appartenance" aan een Gemeenschap. Naar analogie van taalkeuze (b.v. in gerechtelijke procedures) kan men misschien van gemeenschapskeuze spreken.

2. Tekst van de aanvullende nota (na bespreking van de vorige) van 12 januari 1994

Uit de diskussie vorige maandag en de nota van de Heer Peeters is m.i. gebleken dat de besproken vraag rijst m.b.t. een vijftal kategorieën van rechtsgevolgen.

Een pragmatische aanpak vraagt dat wij nagaan of het wenselijk is :
1° voor elk van de kategorieën over te gaan tot een aanpassing of minstens verduidelijking van de kriteria in de zin van een gemeenschpaskeuze of -nationaliteit
2° de verschillende kategorieën rechtsgevolgen aan elkaar te koppelen.

Bij de beantwoording hiervan ga ik ervan uit dat het probleem beperkt blijft tot het Brussels Gewest, zodat ik b.v. ook de vraag niet moet stellen of franstalige Brusselaars een keuze moeten maken voor de francofonie, voor Wallonië, of voor een franstalig Brusselschap (trouwens, uiteindelijk moeten zij daar zelf over oordelen).

a) fiskaliteit van de Gemeenschappen : hier wordt de situatie spoedig onhoudbaar. Op dit ogenblik bestaat er geen kriterium. Anderzijds is het natuurlijk ondenkbaar dat de keuze die iemand maakt tussen de ene of de andere Gemeenschap voor fiskale redenen voor het overige geen konsekwenties zou hebben voor zijn rechtspositie. Op grond van het beginsel "no taxation without representation"
moet deze keuze samenvallen met een opdeling in kieskolleges.

b) elektoraal. Op dit ogenblik bestaan gescheiden lijsten te Brussel voor de gewestverkiezingen en voor de verkiezingen voor het Europees Parlement. Er bestaan evenwel geen gescheiden kiezers¬lijs¬ten. De keuze van de burger blijft ook op dit punt geheim. Dit is evenwel reeds anders te Komen en Voeren, waar kiezers die voor de andere gemeenschap willen kiezen, hun stem in een ander kiesbureau (in een andere gemeente) moeten uitbrengen. De keuze voor nederlands- dan wel franstalige lijsten is daar dan ook geen geheime keuze meer. M.i. is het dan ook mogelijk om de burger te verplichten te kiezen voor inschrijving in de nederlandstalige dan wel franstalige kiezers¬lijsten, inschrijving waaraan tevens de onderwerping aan de desbetreffende gemeenschaps¬belas¬tingen dient te worden gekoppeld. Logisch gevolg hiervan is natuurlijk dat het aantal zetels van de taalgroepen in de Brusselse Gewestraad (tevens de twee Gemeenschapskommisses) op voorhand wordt vastgelegd aan de hand van het aantal inschrijvingen op de twee kiezerslijsten. Anderzijds is een splitsing van de kiezerslijsten m.i. ook de enige mogelijkheid om te komen tot een asymmetrische (in plaats van territoriale) splitsing van het kiesarrondissement - voor zover dit onze voorkeur zou wegdragen.

c) onderwijs. Het onderwijs wordt gefinancierd (althans na de overgangsperiode) op basis van het aantal leerlingen (de lat van Coens), en dus niet met eigen inkomsten van de Gemeenschappen. Tegen dergelijke financieringswijze zijn er m.i. op dit ogenblik geen bezwaren. Ik acht het weinig zinvol te Brussel, waar de financiering van het onderwijs dus ook gebeurt op grond van het aantal leerlingen, een andere regeling in te voeren, door b.v. de kosteloosheid van het onderwijs te koppelen aan de elektorale en fiskale keuze voor de Vlaamse Gemeenschap. Bij dergelijke koppeling hebben ij op dit ogenblik niets te winnen.

d) openbaar ambt. De verdeling van funkties in het openbaar ambt gebeurt op basis van de taalrol. Daarbij is de taal van het diploma van doorslaggevende betekenis. Voor het openbaar ambt op federaal niveau, Brussels gewestelijk niveau, Brussels gemeentelijk niveau en bikommunautair niveau zie ik geen reden om dit te wijzigen (wat de Brusselse gemeenten betreft onde voorbehoud van hun afschaffing, cfr. brief Dr. Rampelberg) (hoogstens de bestaande reglementering verstrengen en de achterpoortjes dichten). Anders zouden we precies de mogelijkheid scheppen voor nederlandsonkundigen om op de nederlandse taalrol benoemd te worden mits zij maar elektoraal en fiskaal voor de Vlaamse gemeenschap kiezen. Wel zou voor funkties in Vlaamse administraties eventueel bijkomend kunnen geëist worden dat dergelijke keuze is gemaakt.

e) verhoudingen met de administratie, ev. ook gerecht. Het doorvoeren van een gemeenschapskeuze te Brussel voor alle verhoudingen van de burger met genoemde tweetalige overheden lijkt mij wel zin¬vol. Een verregaande optie daarvoor wordt beschreven in de brief van Dr. Rampelberg, met daarbij in zekere zin de afschaffing van de Brusselse gemeenten en overheveling van hun bevoegdheden naar Brussels Hoofdstedelijk niveau (gewest c.q. gemeenschapskommissies c.q. gemeenschappelijke gemeenschapskommissie). Een overheveling van persoonsgebonden bevoegdheden van de Brusselse gemeenten naar de gemeenschapskommissies veronderstelt inderdaad dat de elektoraal-fiskale keuze ook een keuze inhoudt t.a.v. de onderworpenheid aan de ene of de andere Gemeenschapscommissie.

f) persoonsgebonden materies, inb. eventueel de sociale zekerheid. Een communautarisering van het gezondheidswezen (ziekteverzekering), van de kinderbijslagen en eventueel andere takken van de sociale zekerheid is onmogelijk zonder gemeenschapskeuze (nationaliteit) te Brussel. Zoniet wordt de "federalisering" automatisch een federalisering op basis van de gewesten. Het lijkt me vrij evident dat de keuze hierbij moet samenvallen met de fiskaal-elektorale keuze voor een gemeenschap.

zaterdag, maart 21, 2009

EU-wet bedreigt rol van de Kerk

Overgenomen uit Katholiek Nieuwsblad 20 maart 2009

De EU werkt aan een wet die burgers het recht geeft religieuze uitingen te bannen uit het openbare leven (1).

Mogen er straks geen kruisbeelden meer hangen in ruimten waar niet-katholieken komen? Heet de kerstboom voortaan winterboom en mogen mensen geen eed meer afleggen op de bijbel?

De EU werkt aan een Richtlijn over het verbod op discriminatie op basis van religie, die nog dit jaar goedgekeurd moet worden (2). Het doel ervan is te voorkomen dat burgers binnen de EU zich gediscrimineerd voelen door religieuze symbolen of handelingen. Chantal Hughes, woordvoerster van de Europese Commissie, verzekerde vorige week dat deze antidiscriminatiewet geen bedreiging vormt voor kruisbeelden. De wet zou slechts agressie jegens bepaalde bevolkingsgroepen willen verhinderen.

Heftig

De anglicaanse aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, vertrouwt het allemaal niet. In de Daily Mail (3) keert hij zich tegen “goed bedoelende secularisten” die in hun politiekcorrecte streven de samenleving willen zuiveren van christelijke symbolen. Zijn argwaan is ingegeven door tal van voorbeelden in eigen land, waar een ware strijd gaande is tegen christelijke uitingen. Zo mag in Zuid-Londen kerstverlichting niet langer zo genoemd worden: het is voortaan ‘winterverlichting’. De gemeenteraad van Birmingham herdoopte Kerstmis in Winterval en belastingambtenaren mogen niet meer deelnemen aan Operation Christmas Child, dat arme kinderen een cadeautje bezorgt.
In Engeland gaat het er soms heftig aan toe, maar een wet die deze zaken wilde regelen is door het Hogerhuis tegengehouden. Williams ziet nu een soortgelijke wet uit Brussel komen, waar zijn Hogerhuis niets tegenin kan brengen.

Gebrainwasht

Ook Matthias Storme, die onder andere Europees recht doceert in Leuven en Antwerpen, maakt zich zorgen. Hij gebruikt er een zelf gemaakt woord voor: ‘victimomanie’, de gekte van mensen die zich slachtoffer voelen. “Deze wet betekent een onderwerping aan de subjectieve gevoelens van eenieder”. Iedereen die zich gekwetst voelt, kan een klacht indienen. Volgens hem is de ellende begonnen met het Verdrag van Amsterdam in 1997. “Daar is aan de EU de macht gegeven antidiscriminatiewetgeving op te leggen aan alle lidstaten zonder dat nationale parlementen daar iets tegen kunnen inbrengen. Naast discriminatie op basis van ras en geslacht, wordt nu ook discriminatie op basis van religie geregeld.” Twee groeperingen die het in veel zaken met elkaar oneens zijn, zien daar volgens hem wel brood in: de secularisten van liberale en socialistische huize en de mensen die de islam willen paaien. “Zij keren zich beide tegen de aanwezigheid van uitingen van het christendom in het openbaar leven.”
‘De christen-democraten zien het gevaar niet of doen eraan mee’

Alleen het Europees parlement kan de wet wijzigen of tegenhouden, maar dat verwacht Storme niet, want de leden worden voortdurend overstelpt door de lobby van het antidiscriminatiekamp. “Mij valt vooral op dat er zo weinig tegenstand is.” Ook niet van de christen-democraten? “Die zien het gevaar niet of doen eraan mee. De neiging politiekcorrect te zijn, is groot. En vergeet niet dat deze mensen decennialang gebrainwasht zijn door een verkeerde vorm van gelijkheidsdenken van de links-liberale kerk, die vooral sterk is binnen NGO’s.” In deze niet-gouvernementele organisaties vind je volgens Storme een speciaal slag mensen. “Normale mensen hebben geen tijd en geld om zich met dit soort radicale zaken bezig te houden.”
Zelfcensuur
Storme heeft niet veel vertrouwen in de geruststellende woorden van de afdeling voorlichting in Brussel. “Een wet kan op het eerste gezicht onschuldig ogen, maar de regels kunnen vatbaar zijn voor misbruik, ze bieden negatieve mogelijkheden die niet waren voorzien. Dat geldt ook voor ons artikel 1 van de Grondwet tegen discriminatie. Wat daar nu mee gebeurt was nooit beoogd bij het herschrijven van de Grondwet.” Die onduidelijkheid betekent veel juridische procedures die veel geld en tijd kosten, maar die volgens Storme vooral een chilling effecthebben. “Dit leidt tot zelfcensuur, het weerhoudt mensen ervan hun vrijheid te gebruiken.”
De gevolgen die Storme ziet, zijn zeer negatief voor de publieke rol van het christendom. “Wetgeving op het gebied van niet-discriminatie zou de vrijheid van godsdienst moeten beschermen, ook de vrijheid geen godsdienst aan te hangen. Maar hier hebben we te maken met een heel ander recht: het recht niet beledigd te worden.” De opstellers gaan er volgens hem ten onrechte van uit dat burgers beschermd dienen te worden tegen de vermeende macht van de Kerk.

Volgens Storme zal de Kerk binnen de nieuwe regels een uitzonderingspositie als minderheid kunnen behouden. “Overdreven gesteld mogen er dan nog kruisbeelden op katholieke scholen hangen, maar dan enkel in scholen die alleen katholieke leerlingen toelaten. En dat was nooit de bedoeling: christelijke instellingen zijn er altijd geweest om dienstbaar te zijn aan de hele samenleving.”

NB. Dit is een samenvatting van een gesprek dat ik had met de auteur; niet letterlijk wat ik allemaal gezegd heb of zou geschreven hebben, maar wel door mij geautoriseerd. M.E.S.

(1) http://www.europarl.europa.eu/activities/committees/studies/download.do?language=nl&file=24359
(2) Zie L. Phillips, "Anti-discrimination bill approved by civil liberties committee", EU observer, http://euobserver.com/851/27786
(3) Zie "The EU equality law that will let 'upset' atheists sue companies that hang up crucifixes", http://www.dailymail.co.uk/news/article-1160275/The-EU-equality-law-let-upset-atheists-sue-companies-hang-crucifixes.html

donderdag, maart 19, 2009

Fortis-commissie moest meer doen dan rommelen in de marge

MATTHIAS STORME meent dat de essentie verloren dreigt te gaan in de aanbevelingen van de Fortis-commissie. Met een paar beleidsvoorstellen hoopt hij de vage conclusies van de commissie aan te vullen.

De parlementaire onderzoekscommissie “Fortis” eindigt met een vage reeks aanbevelingen om bepaalde problemen nader te onderzoeken die betrekking “zouden kunnen hebben” op de scheiding der machten. Daarbij dreigt de essentie verloren te gaan; ik doe een poging die in herinnering te brengen en daar duidelijke hervormingsvoorstellen aan te koppelen.

Daarbij wil ik me niet uitspreken over (individuele) verantwoordelijkheden in de Fortis-zaak, en zelfs niet over de vraag of de “scheiding der machten” geschonden werd. Het onderzoek heeft blootgelegd dat schendingen van fundamentele regels van onze rechtsstaat meer dan uitzonderlijk kunnen voorkomen en dat, ook al zouden ze er niet geweest zijn, ons rechtssysteem daartegen alvast onvoldoende garanties biedt. Ook heeft het blootgelegd dat heel wat verantwoordelijkheden onvoldoende duidelijk zijn afgebakend en de vervlechting tussen de uitvoerende macht (politiek), “openbaar ministerie” (OM) en rechterlijke macht te groot is.
Dat er “geen probleem” is indien onze politici (en magistraten) allen deugdzaam zijn, is niet relevant: zoals Spinoza al leerde is een deugdelijk politiek systeem niet een dat behoorlijk werkt wanneer de bestuurders deugdzaam zijn, maar een dat behoorlijk werkt zelfs als de bestuurders niet deugdzaam zijn.
Verder geldt ook dat “justice must not only be done, but must also be seen to be done”: de burger heeft recht op een gerecht dat niet alleen onafhankelijk en onpartijdig is, maar ook aantoonbaar onafhankelijk en onpartijdig is. Dat er geen perfect systeem bestaat, ontslaat ons niet van de plicht om zonodig radicale hervormingen door te voeren om de grondbeginselen van de rechtsstaat zoveel mogelijk te garanderen door concrete regels en procedures.

Ons gerecht lijdt aan vele kwalen; onze politiek aan nog meer. In dit bestek kan ik die niet allemaal bespreken, laat staan oplossingen aangeven. Ik zal het dus nauwelijks hebben over het schandaal van de gerechtelijke achterstand, of het buitensporig gebrek aan rechtsbescherming van de burger tegen de overheid door het totaal dysfunctioneren van de Raad van State. Ik bespreek slechts enkele belangrijke pijnpunten, vetrekkend van het meest wezenlijke: het recht van de burger op een onpartijdige en onafhankelijke wettelijke rechter.

1. Er zijn onvoldoende wettelijke garanties dat de bepaling welke rechters precies zetelen in een concrete zaak onpartijdig gebeurt. Daartoe moet de aanwijzing van die rechters gebeuren op grond van wettelijke regels die radicaal uitsluiten dat dit in functie van een concrete zaak gebeurt. De samenstelling van de kamer die een bepaalde zaak zal behandelen moet dus vastliggen vooraleer van die zaak sprake is, en mag niet meer kunnen worden beïnvloed, noch door een partij, noch door het OM, noch door het gerecht zelf. Dit heet in Duitsland de “Garantie des gesetzlichen Richters “ en daar wordt streng de hand aan gehouden. A fortiori moet manipulatie van de samenstelling na de start van de procedure uitgesloten worden.

2. De regels inzake procedure en rechtsbescherming moeten zodanig aangepast worden dat een partij geen voordeel meer kan halen uit een vertraging in de beslissing van een zaak. In de Fortis-zaak heeft men geprobeerd de rechterlijke beslissing te vertragen en nutteloos te maken door een heropening van de debatten te vragen. Maar het probleem is ruimer: zo is de rechtsbescherming van de burger tegen de overheid illusoir omdat de Raad van State, wanneer ze na zo’n jaar of 8 eindelijk eens beslist over een verzoek tot nietigverklaring, massaal dergelijke verzoeken “zonder voorwerp” verklaart omdat een nietigverklaring intussen achterhaald zou zijn. Op die plaats stelt de overheid de burgers voor een fait accompli en blijven illegale beslissingen massaal ongestraft (zoals in Doel).

3. De positie van het OM moet radicaal gewijzigd worden in een zin die dit tegelijk opwaardeert en inperkt: enerzijds moet de onafhankelijkheid tegenover de regering (uitvoerende macht) gegarandeerd worden, anderzijds de vervlechting met de rechterlijke macht radicaal beëindigd (behoudens het cassatieparket, dat een heel andere functie heeft, maar – opdat de burger dat ook zou begrijpen – beter van naam zou veranderen en en ook in andere opzichten duidelijk afstand zou moeten nemen van het OM, zoals dat bv. bij het Europees Hof of de Nederlandse Hoge Raad het geval is).

Dit houdt niet alleen de afschaffing in van art. 140 Gerechtelijk wetboek (“waken” over de regelmatigheid van de dienst van de rechtbanken) en 399 (“ordehandhaving in de rechtbanken”), maar ook de inperking van de bevoegdheden buiten strafzaken (138bis § 1).
Het houdt ook in dat het OM duidelijk onderscheiden wordt van de rechterlijke macht in zijn plaats in het proces, in zijn kledij, in zijn behuizing. In een proces kan het niet meer dat de openbare aanklager naast de rechter zit of dezelfde kledij draagt; die moet in alle opzichten behandeld worden zoals een advocaat van een partij; de procureur zowel als de stafhouder van de advocaten moeten burelen hebben buiten de rechtbank, enz.

Tegelijk moet de onafhankelijkheid tegenover de regering versterkt worden, en hier pleit ik ervoor om het OM los te maken van de uitvoerende macht en een eigen constitutioneel statuut te geven waarbij het niet meer aan de regering verantwoording aflegt maar, zoals de regering, rechtstreeks aan het parlement. Dat model bestaat in verschillende Europese landen. De wezenlijke taak van het OM bestaat er immers in – op een bepaald gebied – de wetten te doen toepassen die door het parlement worden gemaakt. Het komt niet aan de regering toe te bepalen welke wetten men wil uitvoeren en welke niet, welke misdrijven men wil vervolgen en welke niet: dat hoort te worden beslist in dialoog tussen OM (college van procureurs-generaal) en parlement. De noodzakelijke hervorming houdt dus veel meer in dan enkel de afschaffing van art. 1088 (volgens hetwelk de Minister van Justitie de procureur-generaal de opdracht kan geven cassatie aan te tekenen).

Kortom, er is veel meer nodig dan wat morrelen in de marge.

De auteur doceert o.m. procesrecht en rechtsvergelijking aan de KU Leuven.

woensdag, maart 18, 2009

Fortisgate

De Fortis-commissie baart een muis, zo blijkt. Jammer, want er valt uit Fortisgate heel wat te leren. Carl Devos (1) stelt enkele van de vragen, maar geeft geen antwoorden. Een goed overzicht van de vragen en mogelijke antwoorden is te vinden op de webstek van John de Wit: "Welke aanbevelingen zou de Fortiscommissie kunnen doen?" (2). Wat jammer dat enkel de Gazet van Antwerpen nog een journalist schijnt te hebben die zo grondig justitie verslaat, en wat jammer dat zelfs in de GvA dit op papier maar enkele regeltjes krijgt, zodat er moet worden uitgeweken naar een blog om die analyses toch gepubliceerd te krijgen.
Bon, ik ben een stukje aan het schrijven voor De Standaard dat hopelijk morgen verschijnt, maar een drietal prioriteiten voor hervorming. Na publicatie kan U, beste lezer, het ook hier vinden. Een van mijn prioriteiten overlapt in belangrijke mate met een opiniestuk van Yves Desmet: "Haal het parket uit de rechtbank" (3) Voor de andere aspecten kan ik verwijzen naar mijn eerder stuk, dat nog niets aan actualiteit heeft verloren: "Bedenkingen over de “scheiding der machten”" (4).

(1) "De commissie die er niet had mogen zijn", http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=3627OEMJ
(2) http://www.gva.be/dekrant/experts/johndewit/welke-aanbevelingen-zou-de-fortiscommissie-kunnen-doen.aspx
(3) De Morgen 14 maart 2009, http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/767337/2009/03/14/Haal-het-parket-uit-de-rechtbank.dhtml
(4) http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html

vrijdag, maart 06, 2009

Vlaanderen wacht niet ... met vernielen. Doelgericht. Voelbaar.

"Vlaanderen wacht niet" heeft de nieuwe "crisisblog" van Kris Peeters. De grote publiciteitscampagne daarvoor in de kranten vandaag getuigt in ieder geval van een bijzonder cynisme. Vandaag diende immers het kort geding te worden gepleit tegen de illegale afbraak van de sloping van hele straten huizen in Doel door de Maatschappij Grond- en Industrialisatiebeleid Linkeroever, feodale baronie van de familie Deckers in uitvoering van het "goed bestuur" van de Vlaamse regering. Net voor de zaak moest gepleit worden heeft de overheid nog rap rap een hele straat platgegooid met onder meer een herenhuis uit de tijd van Napoleon (zie http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/03/bulldozer-peeters-blijft-historische.html). Bovendien heeft de tegenpartij (de maatschappij-Deckers) door middel van het plegen van regelrechte chantage gekoppeld aan procesrechtsmisbruik de zaak weer kunnen doen uitstellen. Zodat men ondertussen weer een straat meer kan afbreken vooraleer de rechter het zou kunnen verbieden.
Want inderdaad, Vlaanderen wacht niet .... met vernielen. "Doelgericht, voelbaar", zo gaat de campagne van dorpsdoodgraver Bulldozer Peeters verder. Inderdaad, doelgericht en voelbaar vernielend.

woensdag, maart 04, 2009

Bulldozer Peeters blijft historische huizen vernielen en dialoog weigeren

Persmededeling Doel 2020

Opnieuw historisch erfgoed tegen de vlakte in Doel
Doel 2020 verdenkt Vlaamse Regering van bewuste vernieling

Vandaag werd in Doel gestart met afbraakwerken in de Camermanstraat. Ondanks het feit dat nog overal in het dorp puin ligt van eerdere afbraakwerken en verschillende krotten onaangeroerd blijven staan wordt opnieuw een historisch pand tegen de vlakte gegooid. Ditmaal gaat het om een herenhuis uit de Napoleontische periode dat dienst deed als dokterswoning.

Het is één van de imposante dokterswoningen die herinneren uit de periode dat schepen die Antwerpen aandeden voor Doel in quarantaine gingen. In de gevel bevinden zich ook enkele kanonsballen die dateren uit 1839 toen de Nederlandse vloot vanop de Schelde Doel beschoot. Dat dit prachtige gebouw nu gewoon wordt afgebroken illustreert opnieuw de complete respectloosheid van de Vlaamse Regering en in het bijzonder van haar minister-president tegenover het historisch erfgoed in de streek.

Na de commotie rond de geplande afbraak van twee historische hoeves in Kieldrecht was er nochtans de belofte van Kris Peeters aan academici en aan de erfgoedwereld om een inventaris op te maken van het onroerend erfgoed in de regio. Maar tot wat dient dit als men ondertussen de belangrijkste historische gebouwen tegen de vlakte gooit?

Doel 2020 verdenkt de Vlaamse Regering ervan dat zij bewust een onleefbare situatie creëert in Doel en de directe omgeving. Dat gebeurt door systematisch en onaangekondigd steeds in andere straten, op andere plaatsen, huizen af te breken. En door in eerste instantie die huizen af te breken die nog in goede staat zijn of historisch belang hebben.

Er is voor deze handelswijze géén enkel argument voor handen. Met de plannen van een Saeftingedok wordt alleen nog gelachen. En niemand in de Vlaamse Regering heeft een concreet idee over wat er in de plaats van het afgebroken Doel kan komen. En toch gaat men door met afbraak. Toch gaat men door met tegen de mensen te zeggen dat ze eind augustus hun dorp moeten verlaten. Omdat dit ‘beslist beleid’ is. Kan het nog kortzichtiger?

Dit ‘beslist beleid’ van de Vlaamse Regering geldt trouwens alleen voor wie een huis huurt… Want de horeca mag in het afgebroken Doel ook na eind augustus blijven doorwerken. En de eigenaars in Doel (nog altijd twaalf gezinnen in de dorpskern) kàn men niet verdrijven omdat men in een woongebied niet kan onteigenen… Kan iemand van de Vlaamse Regering, kan de minister-president ons bijgevolg duidelijk maken wat de logica, de zin is van dit alles?!

Doel 2020 vindt het veelzeggend dat op haar herhaalde vraag tot gesprek en dialoog tussen bewoners en Vlaamse Regering of met het kabinet Peeters zelfs geen antwoord komt. Hebben de mensen in Doel en de polders rond Doel dan geen recht om te weten waarom zij worden verjaagd? Zijn de mensen in Doel en de polders rond Doel voor de minister-president dan écht waarde-loze en rechteloze mensen? Of ontbreekt het de Minister-president gewoon aan argumenten?

Minister-president Kris Peeters heeft zich maandenlang opgeworpen als de voorvechter van de dialoog tussen de gemeenschappen. Misschien dat hij – nu die dialoog mislukt is – wat tijd kan vrijmaken om in dialoog te gaan met mensen uit zijn eigen Vlaamse gemeenschap. Die vragen namelijk niet liever.

vrijdag, februari 13, 2009

Krokodillentranen over de invoering van het betalingsbevel

Eerstdaags moet de voltallige Kamer stemmen over een wetsontwerp tot invoering in het Belgische recht van de procedure "betalingsbevel", ontwerp dat reeds werd goedgekeurd in de Senaat (26 juni 2008) en de Kamercommissie (Stukken op de webstek van de Kamer (1)).

Op het allerlaatste moment proberen lobby's uit onder meer de vakbonden de invoering van deze procedure tegen te houden. Vanmorgen verscheen daartoe een opiniestuk in De Standaard onder de misleidende titel "Maak de consument niet vogelvrij" (2). Een overzicht van de argumenten van de tegenstanders is verder te vinden bij John de Wit (GVA).

Het voorstel is in wezen een variante op en vereenvoudiging van de mogelijkheid die nu reeds bestaat om een verstekvonnis te vorderen tegen een schuldenaar die zich niet laat horen of zien na dagvaarding. Maar de procedure is een stuk eenvoudiger en de vertragingsmogelijkheden van de verweerder worden sterk ingeperkt. Wat het eerste betreft volstaat een verzoekschrift op een door de overheid ter beschikking gesteld formulier, dat dan aangetekend wordt verzonden aan de verweerder. Wat het tweede betreft: nu kan een verweerder verstek laten gaan en dan verzet aantekenen zonder zijn afwezigheid te moeten motiveren; in de betalingsbevelprocedure kan hij geen verzet meer aantekenen nadat hij de termijn voor betwisting (die ook met een eenvoudig formulier kan gebeuren) heeft laten verstrijken, maar enkel om heroverweging vragen in geval van overmacht en enkele andere redenen. Ik vereenvoudig het verhaal hier wel wat, omdat het niet mijn bedoeling is de procedure grondig uiteen te zetten en zelfs niet over de voor- en nadelen van deze procedure te argumenteren.Ik wil wel toegeven dat ik het voorstel gunstig gezind ben, maar toch liever had gezien dat de verweerder niet per aangetekende brief maar per deurwaardersexploot zou worden verwittigd (3).

Wat mij wel treft bij de tegenstanders is hoezeer het besef ontbreekt dat heel deze zaak een Europese dimensie heeft ne hoezeer zij te laat komen met hun tegenstand.

De gewraakte procedure "betalingsbevel" is namelijk reeds IN WERKING in België sedert 12 december 2008. Dat is het effect van een Europese Verordening, de Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure (4). Aangezien het hier niet om een richtlijn gaat, maar om een verordening, is deze zonder omzetting toepasselijk in België en heeft ze rechtstreekse werking. Met andere woorden, er is geen enkele Belgische wet nodig en onze rechtbanken dienen die procedure toe te passen en betalingsbevelen uit te vaardigen indien aan de voorwaarden van die Verordening is voldaan. De formulieren die schuldeisers moeten invullen om zo'n betalingsbevel aan te vragen staan op internet. Voor bevelen door een Belgische rechtbank is dat op http://ec.europa.eu/justice_home/judicialatlascivil/html/epo_filling_be_nl.htm. Ze moeten wel nog afgeprint worden in aangetekend verstuurd naar de rechtbank. Anders dan bv. voor de Duitse rechtbanken kunnen ze nog niet on line worden ingezonden (zie daarvoor https://www.online-mahnantrag.de).

Nu is het natuurlijk wel juist dat die Verordening de procedure betalingsbevel voor de Belgische rechtbanken enkel invoert voor schuldeisers uit andere landen (in beginsel de EU-landen) die een betalingsbevel tegen een schuldenaar willen bekomen in België (zie art. 3 "grensoverschrijdende zaken"). Ook geldt die procedure enkel voor schulden uit contracten, schuldbekentenissen en mede-eigendom. Binnen dat toepassingsgebied geldt ze zowel tegen ondernemingen als consumenten als overheden, dus met inbegrip van geschillen van consumentenrecht of arbeidsrecht (artikel 2 "werkingssfeer"). Het gata dus helemaal niet om een regeling die enkel geldt tussen bedrijven, zoals dat bv. het geval is met de Europese Richtlijn inzake de bestrijding van de betalingsachterstand (5), die niet handelt over de procedure, maar wel over de interest en kosten die men mag aanrekenen e.d.m.

Zeggen dat België niet verplicht is om die procedure ook toe te passen in "binnenlandse" geschillen is evenwel juridisch vrij onzinnig. Inderdaad, Europa verplicht ons daar niet toe, omdat het geen bevoegdheid is van de EU. Maar het discriminatieverbod in de Belgische Grondwet (art. 10 grondwet, verbod van discriminerende wetgeving) doet dat wel. In de specifieke context van de discrepanties tussen lidstatelijk en Europees recht spreekt men hierbij van het "homogeniteitsgebod" (6). Dat een "afwijkende" regeling wordt ingevoerd door het Europees recht verhindert niet dat de Belgische wetgever verplicht is te onderzoeken of hij geen discriminatie laat ontstaan of in stand houdt door niét te homogeniseren, en het Grondwettelijk Hof is bevoegd dit te toetsen (zie voor een voorbeeld waar de niet-uitbreiding getoetst werd en in casu aanvaardbaar werd geacht arrest nr. 110/2001)(7). Een vergelijkbaar probleem heeft zich overigens voorgedaan bij de omzetting van de Richtlijn betalingsachterstand, waar de wetgever de terugvorderbaarheid van advocatenkosten zoals de Richtlijn beperkt had tot handelstransacties tussen ondernemingen (of overheden) en het Hof van cassatie toen zelf het voortouw heeft genomen om dit uit te breiden naar alle contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheidsgeschillen (arrest van 2 september 2004), zodat de wetgever verplicht werd in te grijpen met een algemene wet. Uit het Hof van cassatie zelf heb ik vernomen dat het die stap heeft gezet in reactie op de discriminatie die voortvloeiende uit de één-op-één-omzetting van de Richtlijn betalingsachterstand.

Wat nu het betalingsbevel betreft: er is geen enkel zinnig argument om aan een binnenlandse schuldeiser te verbieden voor een Belgische rechtbank een betalingsbevel aan te vragen volgens soortgelijke regels als de Verordening, wanneer een buitenlandse schuldeiser dat kan. Dat verbieden is een discriminatie die ongrondwettig is.

Kortom, wie nu tranen plengt over de invoering van het betalingsbevel ook tegen consumenten en ook in arbeidsgeschillen, komt gewoonweg te laat. Deze procedure werd reeds voorgesteld door een expertencommissie onder voorzitterschap van mijn vader in 1993 (zie de conclusies van het rapport in de vorm van een modelwet, hoofdstuk 11)(8). Ze werd overgenomen in een Groenboek van de Europese Commissie uit 2002 (9), waarop een ruime consultatie volgde. Het voorstel voor een Verordening dateert van 2005 en werd goedgekeurd door het Europees Parlement en de Europese Raad (van Ministers) (10). Voor zover mij bekend heeft België zich niet verzet tegen de invoering van die Verordening.

De tranen die nu geplengd worden zijn dus krokodillentranen. Indien de toepassing van het betalingsbevel op consumenten werkelijk onaanvaardbaar zou zijn, dan hadden de tegenstanders zich maar eerder moeten roeren. Misschien kunnen ze het Belgische recht aanpassen en naar Deens model de regering verplichten de zaak in het parlement te bespreken vooraleer te beslissen op een Europese raad. Of misschien kunnen ze het systeem zelf in vraag dat ons verplicht Europese Verordeningen zomaar te aanvaarden met voorrang boven het Belgische recht. Maar nu weigeren de procedure betalingsbevel uit te breiden naar interne geschillen, ook jegens consumenten, is een houding die aanzetten tot discriminatie. En zijn het nu net die vakbonden die al jaren beweren dat aanzetten tot discriminatie ten strengste verboden moet zijn, zelfs wanneer het de vorm aanneemt van wetgevende voorstellen ?


(1) Stukken op http://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=flwb&language=nl&rightmenu=right&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn.cfm?legislat=52&dossierID=1287&inst=K
(2) Maak de consument niet vogelvrij, http://www.standaard.be/Krant/Tekst/Artikel.aspx?artikelId=U926EOSS&date=20090213
(3) Vgl. hierover mijn eerder bijdrage met B. Tilleman en A. Verbeke,"Dagvaarding of verzoekschrift ?", verkort in Juristenkrant nr. 87, 7 april 2004, p. 4, volledig op http://www.gerechtsdeurwaarders.be/doc/0013C9.pdf
(4) Verordening (EG) nr. 1896/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot invoering van een Europese betalingsbevelprocedure , http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2006:399:0001:01:NL:HTML
(5) Richtlijn 2000/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties,http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:32000L0035:NL:HTML
(6) Zie vooral de publicaties van W. VAN GERVEN, “In het verleden ligt de toekomst van een Europees ius commune”, RW 1995-96, 1430; -, “Bridging the gap between community and national laws : towards a principle of homogeneity in the field of legal remedies ?”, CMLR 1995, 679 v.
(7) Grondwettelijk Hof arrest nr. 110/2001, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2001/2001-110n.pdf
(8) Draft door de commissie-Storme op http://storme.be/Eu.Harmonis.Proced.art.pdf
(9) Groenboek betreffende een Europese procedure inzake betalingsbevelen en maatregelen ter vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen, http://eur-lex.europa.eu/smartapi/cgi/sga_doc?smartapi!celexplus!prod!DocNumber&lg=nl&type_doc=COMfinal&an_doc=2002&nu_doc=746
(10) Voor meer gegevens, zie http://europa.eu/scadplus/leg/nl/lvb/l33212.htm.
 
Locations of visitors to this page