(1) Op 8 oktober 2009 publiceerde de Europese Commissie een Voorstel voor een Richtlijn betreffende consumentenrechten (hierna Voorstel RCR) (2) die een viertal bestaande Richtlijnen zou vervangen en in plaats van een minimumharmonisatie een volledige harmonisatie zou opleggen. De vraag rijst of bij deze Richtlijn rekening werd gehouden met het Ontwerp van gemeenschappelijk referentiekader (hierna OGRK), waarvan de geschiedenis parallel loopt, en of een volharmonisatie zonder een dergelijke referentiekader wel mogelijk en zinvol is.
I. Wat is het OGRK en waar komt het vandaan
(2) Het OGRK heeft een dubbele voorgeschiedenis, enerzijds een academische anderzijds een politieke.
Op academisch vlak zagen we in 1998 en 2002 de publicatie van de “Principles of european contract law” ontworpen door de Lando-commissie in de vorm van een soort Restatement of Digest. Deze bevatte enkel het algemeen contractenrecht zonder consmentenrecht. Kort nadien begonnen enerzijds de Study group on a European Civil Code (3) en anderzijds de Acquis Group on Existing EC Law (4) aan het ontwerp van aanvullende Restatements. Dit zou leiden tot een reeks aparte boeken die niet volledig met elkaar geïntegreerd zijn, en die om historische redenen jammerlijk genoeg de naam “Principles” dragen. Naast de drie delen van PECL zijn dat de zgn. PEL-serie (principles of European law)(5) (ca. 15 delen) en de 2 delen van de Acquis Principles.
Op politiek vlak was er intussen, naast een reeks Resoluties van het Europees parlement, een eerste “Mededeling over Europees verbintenissenrecht” van de Europese Commissie van 11 juli 2001 (6), het “Actieplan Een coherenter europees verbintenissenrecht” van 12 februari 2003 (7) en een Mededeling van de Europese Commissie van 11 oktober 2004 (“Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis: verdere maatregelen”(8), in het Engels “the way forward”).
(3) Het is in uitvoering van die Mededeling en van een Resolutie van de Raad dat de Commissie in 2005 een project uitschreef voor het opstellen van een OGRK. De genoemde academische groepen dienden een gezamenlijk bod in (onder de naam CoPECL netwerk (9)) en kregen gezien hun ervaring de opdracht. De uitvoering van de opdracht bestond er in een GRK te schrijven met “principles, model rules and definitions” bij voorkeur gepaard met commentaren en een synthese van de bestaande lidstatelijke en communautaire rechtsbronnen. Het doel van de opdracht was, volgens het genoemde Actieplan, een instrument dat zou bestaan uit “gemeenschappelijke terminologie en regels” als een zogenaamde gereedschapskist (toolbox) en waaruit anderzijds een zogenaamd optioneel instrument of 29e model zou kunnen worden gedistilleerd, dat partijen zouden kunnen kiezen als toepasselijk rechtssysteem in plaats van een nationaal recht. Het Netwerk diende zijn ontwerp in te dienen voor 1 januari 2009, zodat de zittende Commissie dit op haar palmares zou kunnen schrijven in de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2009. Het Netwerk heeft de opdracht uitgevoerd en het Ontwerp tijdig ingediend. Een “interim outline” versie verscheen begin 2008, zodat bij de eindversie nog rekening zou kunnen worden gehouden - en werd gehouden - met kritische bemerkingen (10). De finale “outline” versie verscheen in het Engels begin 2009 (11). Zij bevat een algemene inleiding, een essay over de rechtsbeginselen, boeken met modelregels en het glossarium, maar zonder de commentaren en noten. De integrale versie met commentaren en noten zijn verschenen op 16 oktober.
(4) De Europese Commissie kondigde verder aan te zullen werken aan een zogenaamd “horizontaal instrument” dat de regels zou bevatten van europees consumentencontractenrecht waarvan het toepassingsgebied ruimer is dan dat van de sectoriële Richtlijnen consumentencontractenrecht. Het zou dus gaan om een algemeen contractenrecht voor zover het reeds in het Acquis besloten ligt of impliciet nodig is om dat volle werking te verlenen. Daarbij werd de link gelegd met het GRK. Indien dit plan effectief zou zijn uitgevoerd zouden we iets gezien hebben dat vrij sterk verschilt van de huidige Voorstel RCR, ook al noemt de Commissie dat nog steeds een “horizontaal instrument”. Het zou er veeleer moeten uitgezien hebben zoals de Acquis Principles eruit zien. De Commissie heeft dit plan evenwel stoemelings laten varen, zoals blijkt uit het Groenboek van 8 februari 2007 over de herziening van het consumentenacquis. In plaats daarvan kwam er dus op 8 oktober 2008 het Voorstel RCR. Bij het schrijven daarvan heeft men niet de moeite gedaan te kijken naar het OGRK, dat in voorlopige versie beschikbaar was. En de memorie van toelichting vermeldt ook laconiek: “Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid”.
II. Wat is de aanpak van consumentencontracten in het OGRK en het Voorstel RCR ? (12)
(5) In het OGRK worden de regels inzake consumentencontracten geïntegreerd in het verbintenissenrecht in het algemeen. Dat betekent dat waar er een gemeenrechtelijke regel kon worden gevonden, deze werd geformuleerd, en consumentenregels dit gemeen recht ofwel aanvullen ofwel wijzigen (ervan afwijken). In de meeste gevallen wordt eerst de regel voor alle contracten geformuleerd en wordt die dan aangescherpt voor consumenten.
Ik geef een zestal voorbeelden.
Dit gebeurt voor precontractuele informatieplichten in art. II-3:101 (algemene informatieplicht voor professionelen) enerzijds en art. II-3:102 tot 104 (voor consumentencontracten). Vervolgens zijn er bijkomende informatieplichten die gelden voor professionelen, ook buiten consumentencontracten, in II-3:105 en 106, die dan weer aangevuld worden met een bijkomende verplichting in consumentencontracten (III-3:106 (4)).
Wat het herroepingsrecht betreft, worden de gevolgen van een herroepingsrecht uniform geregeld in Boek II hoofdstuk 5; de wetsbepalingen die herroepingsrechten toekennen zijn dan wel specifieke bepalingen die enkel voor consumentencontracten gelden.
In het hoofdstuk over onrechtmatige bedingen vinden we ook een geïntegreerde benadering, al is de gemeenschappelijke sokkel daar betrekkelijk mager: voor de invulling van het begrip “unfair” (onrechtmatig) wordt namelijk van bij het begin een apart criterium gegeven voor consumentenovereenkomsten, voor overeenkomsten tussen professionelen onderling en voor de overige overeenkomsten (tussen niet-professionelen) (zie art. II-9:403 tot 405).
De bepaling van de inhoud van de verplichtingen van de verkoper, met name de conformiteitsplicht, is in het OGRK eveneens geregeld voor alle verkoopovereenkomsten betreffende roerende zaken, en ten dele zelfs voor alle overeenkomsten (in Boek II hoofdstuk 9). Voor consumentencontracten gelden er slechts in beperkte mat aanvullende regels, maar de gemeenrechtelijke regels worden dwingend gemaakt bij consumentencontracten.
Een vergelijkbare techniek wordt gebruikt voor de remedies van de consument in de consumentenkoop.
In het deel over persoonlijke zekerheden is de aanpak lichtjes verschillend, omdat daar alle regels inzake consumentenbescherming in een afzonderlijke afdeling zijn ondergebracht veeleer dan per artikel te zijn geïntegreerd. Dat heeft ook daarmee te maken dat het toepassingsgebied van de consumentenregels wat afwijkt van de algemene regel (zie art. IVG-4:101).
(6) Het Voorstel RCR kiest in beginsel voor een autonoom consumentenrecht, maar ten eerste slaagt men er natuurlijk niet in dat waar te maken en ten tweede leidt dit weer tot verdere fragmentatie binnen het nationale recht.
(7) Ten eerste kunnen vele bepalingen niet autonoom werken.
Op de eerste plaats blijven vele basisbegrippen van het gemeen contractenrecht evident aanwezig, maar wel zonder dat ze gedefinieerd worden:
- “overeenkomst” in art. 1 tot 3,
- “verkoopovereenkomst” (art. 2 (3))
- “sluiting van de overeenkomst” in 2 (6) en (7) en 7 e.a.,
- “ondertekenen” in 2(11) en Annex 1 2.a,
- verlies of beschadiging in art. 23, verlies of schade in art. 27,
- “schadevergoeding” in art. 27,
- “ontbinding” in art. 26 ......
De bestaande definities zijn zoals vaak erg slordig en vaak helemaal geen definities, zie bv. de definitie van verkoopovereenkomst (geen definitie maar een afbakening van het toepassingsgebied; verkoop wordt daarbij juist niét gedefinieerd(13)) of van goederen (art. 2(4)).
(8) Hoewel men zich in het Voorstel van de rest van het contractenrecht niets aantrekt, heeft men het algemeen verbintenissenrecht wel nodig om de regels volle werking te verlenen. Op vele punten wordt dat gewoon doorgeschoven naar het nationale recht. Ik geef vijf voorbeelden.
1° De remedies bij niet-naleving van informatieplichten worden bijna volledig overgelaten aan het nationale recht (zie art. 5 Voorstel RCR; met beperkte uitzondering in 6 (1) en 13), waar ze in het OGRK systematisch zijn geregeld (art. II-3:109 en II-3:501);
2° De gevolgen van de niet-naleving van vormvereisten in art. 10 en 11 van het Voorstel RCR worden niet bepaald.
3° De regels inzake de omvang en gevolgen van de ontbinding van de overeenkomst (systematisch geregeld, zij het niet geheel ondubbelzinnig, in art. III-3:506 en III-3:509 tot 514 OGRK).
3° De nadere regeling van de aanspraak op schadevergoeding wordt overgelaten aan het nationale recht, waar het OGRK deze systematisch regelt, zowel precontractueel als contractueel.
5° De gevolgen van het "niet bindend" zijn van onrechtmatige bedingen (art. 37) worden niet bepaald.
6° Enkel wat het herroepingsrecht betreft, wordt er zelf in een min of meer autonoom werkbare regeling voorzien.
Meer algemeen treft het dat het Voorstel RCR blijft steken in een “rechten-en-verplichtingen”-retoriek, terwijl een harmonisatie juist op de eerste plaats op de remedies betrekking zou moeten hebben.
(9) Anders dan het OGRK, en anders dan werd geafficheerd in eerdere fazen door de Commissie, leidt de RCR niet tot meer coherentie, maar vooral tot nog meer fragmentatie binnen het geheel van het contractenrecht. In plaats van voor overenkomsten in het algemeen en bijzondere overeenkomsten in het bijzonder een gemeenschappelijke sokkel uit te bouwen, met aanvullende en afwijkende bepalingen voor bv. consumentencontracten, bouwt men aan een consumentencontractenrecht dat volledig wil losstaan van het contractenrecht. Het resultaat is bv. dat enkel voor de verkoop van roerende zaken we al met minstens drie uiteenlopende regimes zitten, die zich los van elkaar ontwikkelen, geen gemeenschappelijke terminologie gebruiken en geen gemeenschappelijke vraagstellingen hebben: de internationale koop, de consumentenkoop en de gemeenrechtelijke koop. Daarnaast kunnen er nog minstens 2 regimes bestaan voor de verkoop van onroerend goed. De zgn. volledige of uitputtende harmonisatie binnen het gebied van de Richtlijn zou tot gevolg kunnen hebben dat er zelfs een verdere fragmentatie ontstaat, wanneer de lidstaten nog een eigen consumentenrecht zouden behouden voor contracten die niet binnen de Richtlijn vallen (bv. met vzw’s). Evenwel is een groot deel van de vragen die apart geregeld worden, in wezen gemeenschappelijk en een zo verschillende behandeling niet gerechtvaardigd.
Het OGRK heeft dit duidelijk vermeden, wat de koop betreft bv. doordat de systematiek sterk aanleunt bij die van het Weens kooprecht (zoals ook reeds het geval was voor de PECL en de Unidroit beginselen voor Internationale Handelsovereenkomsten), zij het met integratie van het bestaande consumentenacquis.
Dat geeft een rechtsstelsel een grotere transparantie, een grotere rechtszekerheid (vele vragen moeten maar eenmaal opgelost worden in plaats van driemaal), een grotere coherentie en dus ook minder inefficiëntie bij de toepassing ervan.
Maar er is meer, er zijn ook feitelijke redenen om de kloof tussen consumentencontracten en gemeen recht qua structuur en terminologie zo klein mogelijk te houden: in de sociale werkelijkheid is de scheiding ook niet meer zo absoluut. Het gemengd gebruik van goederen is sterk toegenomen, evenals het aantal gevallen waarin consumenten goederen aankopen als professionelen (in winkels die uitdrukkelijk verklaren niet aan consumenten te leveren). Een scherpe scheiding is ook daarom onwenselijk: het leidt tot sterk ongelijke behandeling van in wezen gelijke gevallen.
Die segregatie vervolgens nog koppelen aan een volledige harmonisatie leidt tot het absurde gevolg dat in sommige lidstaten professionele kopers beter beschermd zijn dan consumenten - bv. door de beperking van de conformiteitsplicht tot 2 jaar ongeacht de aard van de goederen, maar wellicht nog in een reeks andere gevallen.
(10) Daarbij komt nog dat het Voorstel RCR nog veel had kunnen opsteken uit het OGRK wat betreft consistentie in stijl en terminologie.
Waar de terminologie een beetje uniform is in het Voorstel RCR, heeft men het verkeerde woord gekozen: trader / handelaar in plaats van business / professioneel.
Erger is dat de terminologie vaak niet uniform en zelfs inconsistent is. De Acquis Group heeft een erg kritische analyse van de RCR gemaakt (14), waarin bv. aangetoond wordt dat er 4 verschillende formuleringen zijn voor de “duidelijkheid” die vereist wordt voor informatie. Omgekeerd wordt bv. het Engelse woord “shall” in zeker 5 betekenissen gebruikt, terwijl het woord beter volledig gebannen wordt. Het woord “condition”/voorwaarde wordt in minstens 2 betekenissen gebruikt, en eigenlijk allebei fout: voor “requirement”/vereiste voor een rechtsgevolg en voor “terms”/bedingen van een overeenkomst (dus nog niet eens in de rechtstechnische betekenis van voorwaarde). In de Nederlandse tekst van art. 32 (2) wordt zowel “voorwaarde” als “beding” gebruikt voor hetzelfde.
En dan heb ik het nog niet over het feit dat het OGRK ook komaf heeft gemaakt met het gebruik van het woord contract zowel in de betekenis van rechtshandeling als van rechtsverhouding. Ik weet dat daarop intussen al veel kritiek is gekomen, maar welk belang is er mee gediend om een fundamentele term in meerdere betekenissen te gebruiken ? Wat het contractsbegrip betreft heb ik elders aangetoond hoezeer dat tot een hele reeks foute redeneringen leidt (15). Anders dan het Voorstel RCR stelt, heeft niet de overeenkomst een duur (art. 5 (1) g), maar wel de contractuele rechtsverhouding, het is evenmin de overeenkomst die uitgevoerd wordt (art. 15 a) maar de contractuele verbintenis, het is evenmin de overeenkomst die ontbonden of opgezegd wordt (art. 26 (1) en (3). In art. 32 wordt dan wel weer terecht gesproken van “de uit de overeenkomst voortvoeiende rechten en verplichtingen”.
III. De illusie van volledige harmonisatie zonder gemeen contractenrecht
(11) Verder is het een volkomen illusie om volledige harmonisatie te willen doorvoeren in het gebied zoals het door de RCR wordt afgebakend. Een volledige harmonisatie veronderstelt namelijk enerzijds dat een rechtsfiguur of probleem in beginsel uitputtend wordt geregeld en anderzijds een soort samenloopverbod jegens de toepassing van andere rechtsregels die eveneens op de vraag kunnen worden toegepast.
De volledige harmonisatie kan wellicht wel werken op bepaalde onderdelen van de RCR, zoals met name het herroepingsrecht en zijn gevolgen, nu ook die gevolgen grotendeels geregeld zijn (vgl. art. 16-18 RCR met art. II-5:105 tot 106 en III-3:510 tot 514).
(12) De regels in het Voorstel RCR evenwel kunnen niet verhinderen dat er belangrijke verschillen blijven bestaan in de precieze rechtsgevolgen van de zgn. geharmoniseerde regels in consumentencontracten. Ik geef de m.i. vier belangrijkste gevallen.
1° Het Voorstel RCR werkt de remedies bij niet-naleving van informatieplichten niet uit (zie hoger); zo spreekt het Voorstel RCR zich niet uit over de mogelijkheden de overeenkomst nietig te verklaren wegens dwaling, bedrog of andere wilsgebreken, hoewel die gevallen ten dele samenvallen met die van niet-nakoming van informatieplichten; nog problematischer is dat niet duidelijk is in welke mate de overeenkomst de inhoud heeft die de consument redelijkerwijze kon verwachten gegeven de gegeven informatie en de niet gegeven informatie - het OGRK is hierover veel duidelijker in art. II-3:109 (3) en past daarbij ook de remedies voor niet-nakoming toe.
2° Wat de inhoud van de informatieplichten betreft kan het onmogelijk de bedoeling zijn dat alle andere informatieplichten in andere nationale rechtsregels nu niet meer zouden gelden in consumentencontracten; het risico bestaat alvast dat het blijven gelden van informatieplichten uit het nationale recht daarvan afhangt of ze enkel voor consumentencontracten gelden dan wel algemeen zijn verwoord; het lot van een algemene informatieplicht die jurisprudentieel verschillend wordt ingevuld voor professionelen en consumenten en voor deze laatste verdergaat dan het Voorstel RCR is helemaal onduidelijk.
3° Ook bij de remedies voor non-conforme levering kan het Voorstel RCR niet leiden tot volledige harmonisatie. De lijst van remedies van de consument-koper bij non-conformiteit is onvolledig en de opgesomde remedies zijn weinig uitgewerkt. Zo wordt er nergens bepaald dat de koper de betaling kan opschorten (exceptio non adimpleti contractus) hoewel art. 26 en 27 pretenderen volledig te zijn. Vervolgens worden noch de remedie ontbinding noch de aanspraak op schadevergoeding nader uitgewerkt - vgl. hoger - en zijn de desbetreffende regels dus ook niet geharmoniseerd.
4° Waar sommige rechtsstelsels de samenloop met buitencontractuele aanspraken op schadevergoeding in beginsel uitsluiten, blijven in andere landen de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing tussen de professioneel en de consument. Ook dit houdt divergentie in stand.
(13) Paradoxaal genoeg is het zo dat het Voorstel RCR ertoe leidt dat lidstaten die een betere consumentenbescherming willen houden dit moeten doen door deze te verstoppen in het gemeen contractenrecht (integratie) of in het aansprakelijkheidsrecht, terwijl de Europese wetgever juist voor segregatie kiest in het gemeenschapsrecht zelf. Een goede raad aan consumentenorganisaties: wil men bepaalde "verworvenheden" van het Belgisch consumentenrecht behouden, hevel ze dan zo spoedig mogelijk over naar het Burgerlijk Wetboek, en wel voor de Richtlijn wordt uitgevaardigd.
(14) Anderzijds zou het erg onwenselijk zijn om die andere aspecten, die nu aan het nationale recht zijn overgelaten, opnieuw gesegregeerd te gaan harmoniseren. Met andere woorden: volledige harmonisatie op het voorgestelde gebied heeft geen zin zolang men geen gemeen contractenrecht kan ontwikkelen als achtergrond waartegen de regels dienen te worden begrepen en toegepast.
IV. En hoe het renpaard een kameel wordt met drie bulten
(15) Ook op het gebied van het GRK zelf lopen de ontwikkelingen volkomen fout. De Raad van de EU heeft zich begeven op een complete dwaalweg en het standpunt van de Belgische delegatie dwaalt in het kwadraat (16). Het GRK was bedoeld als onder meer een gereedschapskist voor coherente wetgeving die ook tot een meer uniforme toepassing in de lidstaten zou leiden. Wat de politici en bureaucraten er nu van aan het maken zijn is oogstens een gereedschapskist voor windowdressing en retorische goocheltoeren zonder enig nut.
Ik verklaar me nader.
De Raad wil dat het GRK uit drie aparte delen bestaan, nl. beginselen, definities en modelregels. Deze scheiding is al volslagen onzinnig. Definities in het recht hebben geen zelfstandige functie, ze zijn natuurlijk ook delen van modelregels die omwille van de leesbaarheid apart gezet zijn. En met beginselen goochelen in het contractenrecht kan nooit de voorgewende doelstellingen bevorderen: de beginselen van contractenrecht zijn voortdurend met elkaar in conflict en het zijn eerst de concrete regels die bepalen in welke gevallen het ene beginsel voorrang krijgt en in welke het andere (17).
Kijk even mee naar het legistieke niveau van onze leerling-goochelaars (18):
- “The Council confirmed that one part of the CFR would set out common fundamental principles of contract law, possibly accompanied by guidelines to cover cases where exceptions to those principles were required.
- They should apply to all stages of the contractual relationship, including the pre-contractual stage”.
- Of the principles that might apply throughout the contractual relationship, the following few should be mentioned by way of examples:
– the principle of freedom of contract (party autonomy),
– the principle of legal certainty in contractual matters which includes, inter alia, the binding force of the contract (pacta sunt servanda),
– the principle of fair dealing which includes, inter alia, the principles of good faith and of reasonable behaviour.
- These principles would have to be delineated and described in greater detail in the CFR”.
Zijn die nu echt zo dom om niet in te zien dat ze de stoommachine aan het heruitvinden zijn in het tijdperk van de electronische auto ? Als je gaat bepalen in welke gevallen die beginselen wel van toepassing zijn en in welke niet, dan krijg je immers een massa regels, en dat is precies wat de auteurs van het OGRK gedaan hebben. Als je wil bepalen wat de uitzonderingen zijn op de contractsvrijheid, dan moet je natuurlijk alle regels weergeven die van dwingend recht zijn. Als je alle toepassingen wil aangeven waar de goede trouw voorrang heeft op de autonomie of bindende kracht of omgekeerd, dan krijg je al het grootste deel van de regels van contractenrecht. Maar als ik dan lees dat die beginselen toepasselijk moeten zijn in “alle fazen van de contractuele rechtsverhouding”, dan mag men mij eens proberen uit te leggen hoe je de beginselen van contractsvrijheid en pacta sunt servanda kan formuleren op een zodanige wijze dat ze zowel in de precontractuele faze als alle andere fazen - welke dat ook mogen zijn - gelden ....
Ik bespaar U nog de dwaasheden die de Belgische delegatie verkondigt (19), zoals dat de definities en beginselen niet moeten dienen ter ondersteuning van de modelregels maar net omgekeerd .... Volgen de belgische delegatie zijn er veel te veel modelregels en moeten ze nu vervangen worden door “general principles and key concepts exhaustively identified and explained”. Die willen dus in plaats van een wetboek allicht een filosofische encyclopedie schrijven.
Blijkbaar zijn er daar enkele mensen die de klok hebben horen luiden dat er nood zou zijn aan “fundamentele beginselen”. Ja, als men politieke verklaringen wil opstellen heeft men misschien nood aan enkele goed klinkende frazen, aan een paar bon mots, wat grote woorden om de tekst op te smukken. Maar als het erom gaat “a more coherent european contract law” te ontwikkelen en “to improve the quality of the EC acquis”, dan staat het OGRK mijlenver boven de blab-bla die we vinden in de teksten van de Raad. Ik krijg dan ook de indruk dat men het GRK niet wil als een legistiek instrument, maar als een retorisch instrument, een soort citatenboek met boutades of andere (on)gevleugelde woorden waarmee men kan goochelen als het eens van pas komt.
In plaats daarvan zijn de academici die bij het OGRK betrokken waren nu bezig om voor die domeinen waar er vrijheid van rechtskeuze bestaat met zgn. "optionele instrumenten" uit het ontwerp te distilleren, sets van regels die mits een wijziging of ruime interpretatie van de IPR-regels door partijen zouden unnen gekozen worden als toepasselijk recht.
Matthias E. Storme (1)
1. buitengewoon hoogleraar KU Leuven, advocaat, lid van de CECL (Lando-commissie) en het DCFR Compilation & Tedaction Team
2. http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:52008PC0614:NL:HTML
3. http://www.sgecc.net
4. http://www.acquis-group.org
5. Zie http://www.sellier.de/pages/en/buecher_s_elp/europarecht/index.1.htm
6. http://ec.europa.eu/consumers/policy/developments/contract_law/cont_law_02_nl.pdf
7. http://ec.europa.eu/consumers/cons_int/safe_shop/fair_bus_pract/cont_law/com_2003_68_nl.pdf
8. http://ec.europa.eu/consumers/cons_int/safe_shop/fair_bus_pract/cont_law/com2004_nl.pdf
9. Zie http://www.copecl.org
10. Interim Outline Edition Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law - Draft Common Frame of Reference, Interim Outline Edition edited by Christian von Bar, Eric Clive and Hans Schulte-Nölke and Hugh Beale, Johnny Herre, Jérôme Huet, Peter Schlechtriem†, Matthias Storme, Stephen Swann, Paul Varul, Anna Veneziano and Fryderyk Zoll, ook op http://www.storme.be/DCFRInterim.html. Ze bevat enkel een deel van de artikelen, zonder de commentaar.
11. Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law - Draft Common Frame of Reference, Interim Outline Edition edited by Christian von Bar, Eric Clive and Hans Schulte-Nölke and Hugh Beale, Johnny Herre, Jérôme Huet, Matthias Storme, Stephen Swann, Paul Varul, Anna Veneziano and Fryderyk Zoll, ook op http://www.storme.be/DCFRInterim.html.
12. Zie hierover o.m. ook. M. HESSELINK, "The Consumer Rights Directive and the CFR: Two Worlds Apart?", Briefing note for the European Parliament, February 2009, PE 410.674, 5. ERCL 2009, 290 = http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=1346981.
13. "verkoopovereenkomst": iedere overeenkomst betreffende de verkoop van goederen door een handelaar aan een consument, met inbegrip van overeenkomsten met een gemengd doel die zowel goederen als diensten betreffen.
14. Gerhard Dannemann, Judith Rochfeld, Hans Schulte-Nölke, Reiner Schulze, Evelyne Terryn, Christian Twigg-Flesner and Fryderyk Zoll, "Position Paper on the Proposal for a Directive on Consumer Rights", op http://ouclf.iuscomp.org/articles/acquis_group.shtml.
15. "Het contractsbegrip op dieet ?", TPR 2008, p. 305-319, ook op http://www.storme.be/contractsbegripopdieet.pdf.
16. In GPR 2009, p. 1 heeft H. SCHULTE-NOELKE al terecht de draak gestoken met een deel van de onzin die de documenten van de Raad en de nationale delegaties uitkramen: "De CFR im Rat under französcher Präsidentschaft".
17. Vgl. mijn bijdrage "Une question de principe(s) ? Réponse à quelques critiques à l’égard du projet provisoire de « Cadre commun de référence »", 9. ERA-Forum 2008 Supplement 1, p. S65 - S77 = http://storme.be/ERA-ForumTrier2008.pdf.
18. Uit http://register.consilium.europa.eu/pdf/en/09/st09/st09741.en09.pdf.
19. http://register.consilium.europa.eu/pdf/en/09/st05/st05821-ad10.en09.pdf, meer bepaald het volgende: " Instead of considering the definitions as a mere technical support of the model rules, it appears that, just as for the general principles, an opposite reasoning could be adopted.
Indeed, some key concepts could be analysed more deeply. Together with the general principles, they could be the foundation on which model rules, proposing a particular materialization of it, could be erected."
zaterdag, januari 23, 2010
dinsdag, december 22, 2009
In necessariis diversitas
In zgn. communautaire discussies waarin Vlaamsgezinden allerlei verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië aanvoeren als argumenten voor verdere opsplitsing of althans defederalisering van bevoegdheden, wordt vaak het volgende tegenargument gebruikt: binnen Vlaanderen zijn er op die gebieden ook verschillende opvattingen en gebruiken; Vlaanderen is ook niet "homogeen". Vlaamsgezinden beroepen zich op "externe" verschillen tussen de Gemeenschappen, belgicisten op "interne" verschillen binnen die gemeenschappen.
Vergelijkbare discussies vinden ook plaats wanneer het erom gaat de rol van de Europese Unie en die van de lidstaten te beoordelen.
Wat is de waarde van het argument en het tegenargument ?
Wel, op de eerste plaats zijn er zaken waarvoor noch het ene argument noch het andere erg relevant zijn. Als het gaat over bevoegdheidsverdeling, gaat het over zaken waarin verschillen beslecht moeten worden door een regel of een beleidsbeslissing. Zaken als vriendschappen horen daar gelukkig nog niet onder. Wanneer zaken aan de markt of de samenleving kunnen worden overgelaten, zou men dit ook kunnen betogen. Evenwel is de vraag of dat moet gebeuren natuurlijk al een politieke keuze, waarover men van mening kan verschillen. Kortom, het gaat natuurlijk over de vraag op welk niveau het best bepaalde politieke keuzes worden gemaakt. En over de vraag of het iets uitmaakt dat die meningsverschillen zich niet alleen voordoen tussen de meerderheid van de ene en de andere Gemeenschap of lidstaat, maar ook binnen die gemeenschap of lidstaat.
In wezen dezelfde vraag rijst in bijna elke discussie over zgn. mensenrechten (1).
Mensenrechten pretenderen universeel te zijn, maar over de invulling ervan zijn er zeer verschillende opvattingen; die invulling houdt dus ook een politieke keuze in, en opnieuw rijst de vraag of die keuze dan moet gemaakt worden op meer bepaald europees niveau (met daarbij ook de Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens) of moet worden overgelaten aan de lidstaten of hun deelstaten of kantons, of nog lokalere niveaus. Moet de betekenis van een kruisbeeld in de klas overal op dezelfde manier ingeschat worden en de regel dus overal dezelfde zijn ? Moeten het "recht op" huwelijk en echtscheiding of het "recht op" abortus of euthanasie overal in Europa hetzelfde zijn omdat het over mensenrechten zou gaan ? Moet de regel over het dragen van hoofddoekjes op school in heel Europa dezelfde zijn omdat het over mensenrechten zou gaan, is dat een zaak van elke staat of deelstaat, of zelfs van elke school apart ? Aanhangers van het democratisch centralisme zoals de Belgische grootinquisiteur vinden natuurlijk het eerste (2). In zulke materies in diversiteit blijkbaar opeens geen waarde meer.
Welnu, er zijn zeer goede redenen om precies in die zaken waarin er fundamenteel verschillende opvattingen bestaan, de beslissing aan het lagere niveau over te laten, zelfs wanneer men ook op dat niveau sterk verdeeld is. Dat laatste is met andere woorden geen goed argument. Hoe meer zo'n vragen gecentraliseerd worden, hoe scherper de tegenstellingen worden, hoe meer ideologische groepen tegen elkaar worden opgezet, hoe absolutistischer de kampen gaan denken.
Wat het voorbeeld abortus betreft, werd dit zeer scherpzinnig opgemerkt in een afwijkende opinie van de Amerikaanse opperrechter Scalia (in de zaak Planned Parenthood (3)): abortus is in Amerika een nationaal probleem geworden dat de Amerikaanse samenleving dieper verdeelt dan ooit tevoren, precies omdat de opperrechters ooit beslist hebben dat dezelfde regel moest gelden in heel de VS (nl. recht op abortus tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap). Voordien bleven deze conflicten lokale conflicten.
Toepassing van het subsidiariteitsbeginsel - dus de zaak overlaten aan het lagere niveau - heeft precies in materies die in wezen gecontesteerd zijn ("essentially contested") (4) omzeggens enkel voordelen. Op de eerste plaats zijn er meer mensen tevreden met de geldende regel: in elke (deel)staat zal wellicht de regel gelden waarvoor men aldaar een meerderheid vindt, en die zal juist verschillen. Wie daar echt niet mee kan leven, kan overigens over de grens trekken, wat niet leuk is, maar nog veel minder leuk is wanneer een opvatting niet slechts in sommige landen, maar in heel Europa wordt opgelegd. Bij schoolreglementen die verschillen kan men naar een andere school trekken. En inwoners van Vlaanderen die echt niet zouden kunnen leven met hervormingen die de Vlaamse meerderheid zou beslissen na een defederalisering en toch zo'n schrik hebben van Vlaams cryptofascisme kunnen Tony Mary volgen naar Frankrijk - het fiscaal stelsel zal daar sowieso vaak gunstiger zijn.
Het in verschillende streken naast elkaar bestaan van uiteenlopende regels leert vele zaken ook wat relativeren en vermijdt dus de totalitaire mentaliteit die dreigt wanneer er maar één politiek correcte oplossing (want opgelegd door de mensenrechten") geldt. En ze maakt het mogelijk te leren van de ervaringen van de buren met andere regels.
Een goed voorbeeld van een domein om dit op toe te passen is justitie: zijn de verschillen in de "Vlaamse" en "Waalse" opvatting van justitie geen verschillen waarover ook de betrokkenen in Vlaanderen zelf en Wallonië zelf niet grondig verdeeld zijn ? Inderdaad, maar dat is dus veeleer een reden voor opsplitsing dan ertegen.
(verkort in Doorbraak januari 2010 als "Diversiteit of centralisme?")
(1) Zie hierover mijn "Tegendraadse bedenkingen betreffende de invulling van de mensenrechten", lezing UA-reeks 60 jaar UVRM, in Steven Dewulf & Didier Pacquée (red.), 60 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens 1948-2008, Intersentia Antwerpen 2008, p. 53-59; ook gepubliceerd in september 2008 op onder meer http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2008/09/tegendraadse-bedenkingen-betreffende-de.html
(2) Zie Jozef de Witte in De Morgen van 26 juni 2009: "Laat scholen niet zelf beslissen over hoofddoek"
(3) In zijn dissenting opinion reageert hij als volgt op de idee dat de beslissing om abortusbeperkingen in alle staten van de VS ongrondwettig te verklaren in de zaak Roe v. Wade pacificerend werkte:
"The Court's description of the place of Roe in the social history of the United States is unrecognizable. Not only did Roe not, as the Court suggests, resolve the deeply divisive issue of abortion; it did more than anything else to nourish it, by elevating it to the national level, where it is infinitely more difficult to resolve. National politics were not plagued by abortion protests, national abortion lobbying, or abortion marches on Congress before Roe v. Wade was decided. Profound disagreement existed among our citizens over the issue - as it does over other issues, such as the death penalty - but that disagreement was being worked out at the state level. As with many other issues, the division of sentiment within each State was not as closely balanced as it was among the population of the Nation as a whole, meaning not only that more people would be satisfied with the results of state-by-state resolution, but also that those results would be more stable. Pre-Roe, moreover, political compromise was possible.
Roe's mandate for abortion on demand destroyed the compromises of the past, rendered compromise impossible for the future, and required the entire issue to be resolved uniformly, at the national level"
(uit "U.S. Supreme Court, PLANNED PARENTHOOD OF SOUTHEASTERN PA. v. CASEY, 505 U.S. 833 (1992), http://caselaw.lp.findlaw.com/scripts/getcase.pl?court=US&vol=505&invol=833)
(4) Het begrip "essentially contested concept" werd ontwikkeld door de amerikaanse filosoof Walter B. Gallie, met name in een lezing uit 1956. Zie http://en.wikipedia.org/wiki/Essentially_contested_concept
Vergelijkbare discussies vinden ook plaats wanneer het erom gaat de rol van de Europese Unie en die van de lidstaten te beoordelen.
Wat is de waarde van het argument en het tegenargument ?
Wel, op de eerste plaats zijn er zaken waarvoor noch het ene argument noch het andere erg relevant zijn. Als het gaat over bevoegdheidsverdeling, gaat het over zaken waarin verschillen beslecht moeten worden door een regel of een beleidsbeslissing. Zaken als vriendschappen horen daar gelukkig nog niet onder. Wanneer zaken aan de markt of de samenleving kunnen worden overgelaten, zou men dit ook kunnen betogen. Evenwel is de vraag of dat moet gebeuren natuurlijk al een politieke keuze, waarover men van mening kan verschillen. Kortom, het gaat natuurlijk over de vraag op welk niveau het best bepaalde politieke keuzes worden gemaakt. En over de vraag of het iets uitmaakt dat die meningsverschillen zich niet alleen voordoen tussen de meerderheid van de ene en de andere Gemeenschap of lidstaat, maar ook binnen die gemeenschap of lidstaat.
In wezen dezelfde vraag rijst in bijna elke discussie over zgn. mensenrechten (1).
Mensenrechten pretenderen universeel te zijn, maar over de invulling ervan zijn er zeer verschillende opvattingen; die invulling houdt dus ook een politieke keuze in, en opnieuw rijst de vraag of die keuze dan moet gemaakt worden op meer bepaald europees niveau (met daarbij ook de Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens) of moet worden overgelaten aan de lidstaten of hun deelstaten of kantons, of nog lokalere niveaus. Moet de betekenis van een kruisbeeld in de klas overal op dezelfde manier ingeschat worden en de regel dus overal dezelfde zijn ? Moeten het "recht op" huwelijk en echtscheiding of het "recht op" abortus of euthanasie overal in Europa hetzelfde zijn omdat het over mensenrechten zou gaan ? Moet de regel over het dragen van hoofddoekjes op school in heel Europa dezelfde zijn omdat het over mensenrechten zou gaan, is dat een zaak van elke staat of deelstaat, of zelfs van elke school apart ? Aanhangers van het democratisch centralisme zoals de Belgische grootinquisiteur vinden natuurlijk het eerste (2). In zulke materies in diversiteit blijkbaar opeens geen waarde meer.
Welnu, er zijn zeer goede redenen om precies in die zaken waarin er fundamenteel verschillende opvattingen bestaan, de beslissing aan het lagere niveau over te laten, zelfs wanneer men ook op dat niveau sterk verdeeld is. Dat laatste is met andere woorden geen goed argument. Hoe meer zo'n vragen gecentraliseerd worden, hoe scherper de tegenstellingen worden, hoe meer ideologische groepen tegen elkaar worden opgezet, hoe absolutistischer de kampen gaan denken.
Wat het voorbeeld abortus betreft, werd dit zeer scherpzinnig opgemerkt in een afwijkende opinie van de Amerikaanse opperrechter Scalia (in de zaak Planned Parenthood (3)): abortus is in Amerika een nationaal probleem geworden dat de Amerikaanse samenleving dieper verdeelt dan ooit tevoren, precies omdat de opperrechters ooit beslist hebben dat dezelfde regel moest gelden in heel de VS (nl. recht op abortus tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap). Voordien bleven deze conflicten lokale conflicten.
Toepassing van het subsidiariteitsbeginsel - dus de zaak overlaten aan het lagere niveau - heeft precies in materies die in wezen gecontesteerd zijn ("essentially contested") (4) omzeggens enkel voordelen. Op de eerste plaats zijn er meer mensen tevreden met de geldende regel: in elke (deel)staat zal wellicht de regel gelden waarvoor men aldaar een meerderheid vindt, en die zal juist verschillen. Wie daar echt niet mee kan leven, kan overigens over de grens trekken, wat niet leuk is, maar nog veel minder leuk is wanneer een opvatting niet slechts in sommige landen, maar in heel Europa wordt opgelegd. Bij schoolreglementen die verschillen kan men naar een andere school trekken. En inwoners van Vlaanderen die echt niet zouden kunnen leven met hervormingen die de Vlaamse meerderheid zou beslissen na een defederalisering en toch zo'n schrik hebben van Vlaams cryptofascisme kunnen Tony Mary volgen naar Frankrijk - het fiscaal stelsel zal daar sowieso vaak gunstiger zijn.
Het in verschillende streken naast elkaar bestaan van uiteenlopende regels leert vele zaken ook wat relativeren en vermijdt dus de totalitaire mentaliteit die dreigt wanneer er maar één politiek correcte oplossing (want opgelegd door de mensenrechten") geldt. En ze maakt het mogelijk te leren van de ervaringen van de buren met andere regels.
Een goed voorbeeld van een domein om dit op toe te passen is justitie: zijn de verschillen in de "Vlaamse" en "Waalse" opvatting van justitie geen verschillen waarover ook de betrokkenen in Vlaanderen zelf en Wallonië zelf niet grondig verdeeld zijn ? Inderdaad, maar dat is dus veeleer een reden voor opsplitsing dan ertegen.
(verkort in Doorbraak januari 2010 als "Diversiteit of centralisme?")
(1) Zie hierover mijn "Tegendraadse bedenkingen betreffende de invulling van de mensenrechten", lezing UA-reeks 60 jaar UVRM, in Steven Dewulf & Didier Pacquée (red.), 60 jaar Universele Verklaring van de Rechten van de Mens 1948-2008, Intersentia Antwerpen 2008, p. 53-59; ook gepubliceerd in september 2008 op onder meer http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2008/09/tegendraadse-bedenkingen-betreffende-de.html
(2) Zie Jozef de Witte in De Morgen van 26 juni 2009: "Laat scholen niet zelf beslissen over hoofddoek"
(3) In zijn dissenting opinion reageert hij als volgt op de idee dat de beslissing om abortusbeperkingen in alle staten van de VS ongrondwettig te verklaren in de zaak Roe v. Wade pacificerend werkte:
"The Court's description of the place of Roe in the social history of the United States is unrecognizable. Not only did Roe not, as the Court suggests, resolve the deeply divisive issue of abortion; it did more than anything else to nourish it, by elevating it to the national level, where it is infinitely more difficult to resolve. National politics were not plagued by abortion protests, national abortion lobbying, or abortion marches on Congress before Roe v. Wade was decided. Profound disagreement existed among our citizens over the issue - as it does over other issues, such as the death penalty - but that disagreement was being worked out at the state level. As with many other issues, the division of sentiment within each State was not as closely balanced as it was among the population of the Nation as a whole, meaning not only that more people would be satisfied with the results of state-by-state resolution, but also that those results would be more stable. Pre-Roe, moreover, political compromise was possible.
Roe's mandate for abortion on demand destroyed the compromises of the past, rendered compromise impossible for the future, and required the entire issue to be resolved uniformly, at the national level"
(uit "U.S. Supreme Court, PLANNED PARENTHOOD OF SOUTHEASTERN PA. v. CASEY, 505 U.S. 833 (1992), http://caselaw.lp.findlaw.com/scripts/getcase.pl?court=US&vol=505&invol=833)
(4) Het begrip "essentially contested concept" werd ontwikkeld door de amerikaanse filosoof Walter B. Gallie, met name in een lezing uit 1956. Zie http://en.wikipedia.org/wiki/Essentially_contested_concept
maandag, december 21, 2009
Neef en nicht trouwen niet licht
In zijn overigens interessante reeks "Beiroet-Bagdad" schrijft Jorn de Cock (de Standaard van 19 december 2009) onder de titel "Neef en nicht vrij licht" over het nog steeds wijdverspreide kozijnshuwelijk in de arabische wereld:
"in de Arabische wereld is het nog altijd een hardnekkige gewoonte - vooral tussen neef en nicht - zij het met regionale verschillen. Van de Egyptenaren is 65 procent, aldus een studie, een kind van huwen binnen de familie. In Saudi-Arabië 54 procent, in Libanon 24 procent. Tegenover, vandaag, 2 procent in de VS en Europa";
maar voegt eraan toe :
"huwen binnen de familie. Bij ons was dat ook lange tijd niet abnormaal, conform het oude Nederlandse gezegde: 'Neef en nicht vrijt licht'. "
Welnu, dat is historisch onjuist, en zelfs het gezegde wordt verkeerd geciteerd. Het luidt "neef en nicht vrijen dicht maar trouwen niet licht" en zegt dus precies het tegenovergestelde. En het is niet juist dat dit bij ons lange tijd niet abnormaal was. De kerk heeft zich al van in de late oudheid ingezet voor exogamie en dat is al zowat 14 eeuwen een van de fundamentele verschillen tussen de christelijke en de moslimculturen. Zie mijn artikel "Het niet-kozijnshuwelijk" op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/01/het-niet-kozijnshuwelijk.html.
"in de Arabische wereld is het nog altijd een hardnekkige gewoonte - vooral tussen neef en nicht - zij het met regionale verschillen. Van de Egyptenaren is 65 procent, aldus een studie, een kind van huwen binnen de familie. In Saudi-Arabië 54 procent, in Libanon 24 procent. Tegenover, vandaag, 2 procent in de VS en Europa";
maar voegt eraan toe :
"huwen binnen de familie. Bij ons was dat ook lange tijd niet abnormaal, conform het oude Nederlandse gezegde: 'Neef en nicht vrijt licht'. "
Welnu, dat is historisch onjuist, en zelfs het gezegde wordt verkeerd geciteerd. Het luidt "neef en nicht vrijen dicht maar trouwen niet licht" en zegt dus precies het tegenovergestelde. En het is niet juist dat dit bij ons lange tijd niet abnormaal was. De kerk heeft zich al van in de late oudheid ingezet voor exogamie en dat is al zowat 14 eeuwen een van de fundamentele verschillen tussen de christelijke en de moslimculturen. Zie mijn artikel "Het niet-kozijnshuwelijk" op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/01/het-niet-kozijnshuwelijk.html.
donderdag, december 03, 2009
De eendimensionale democratie
Cohn-Bendit bewijst weer eens wat een grote democraat hij is:
Cohn-Bendit : "Les Suisses doivent revoter" (in Le Monde van 2 december 2009)
Zoals men de Ieren ook verplicht heeft opnieuw te stemmen over het verdrag van Lissabon.
Op de opwerping "Mais le peuple Suisse s'est exprimé… " raast hij door: "Et alors ? Les Suisses ont voté comme le feraient sans doute une bonne partie des Européens : avec l'angoisse vis-à-vis de l'islam rivée au corps, avec en tête les images des attentats-suicides au Pakistan et en Afghanistan."
"Et alors?" : dat een volk gekozen heeft, heeft dus geen enkele waarde. Althans niet wanneer de "verkeerde" keuze is gemaakt. Want eenmaal de "juiste" keuze gemaakt, krijgt men nooit meer de kans om anders te kiezen.
De Nederlanders en de Fransen hebben zelfs niet meer de kans gekregen om een tweede keer te stemmen: de beslissing van die volkeren heeft men gewoon naast zich neergelegd.
En de Vlamingen en Walen, de Engelsen en de Schotten, de Duisters en vele anderen hebben zelfs niet éénmaal mogen stemmen.
Democratie betekent voor de heersende kaste steeds duidelijker: het volk mag alleen kiezen als het de keuze maakt die opgelegd wordt.
En als ook dat niet lukt, dan zorgt men er wel voor dat men een ander volk schept, naar het woord van Bertold Brecht.
"Die Lösung
Nach dem Aufstand des 17. Juni
ließ der Sekretär des Schriftstellerverbandes
in der Stalinallee Flugblätter verteilen,
auf denen zu lesen war, daß das Volk
das Vertrauen der Regierung verscherzt habe
und es nur durch verdoppelte Arbeit
zurückerobern könne. Wäre es da
nicht einfacher, die Regierung
löste das Volk auf
und wählte ein anderes?"
Cohn-Bendit : "Les Suisses doivent revoter" (in Le Monde van 2 december 2009)
Zoals men de Ieren ook verplicht heeft opnieuw te stemmen over het verdrag van Lissabon.
Op de opwerping "Mais le peuple Suisse s'est exprimé… " raast hij door: "Et alors ? Les Suisses ont voté comme le feraient sans doute une bonne partie des Européens : avec l'angoisse vis-à-vis de l'islam rivée au corps, avec en tête les images des attentats-suicides au Pakistan et en Afghanistan."
"Et alors?" : dat een volk gekozen heeft, heeft dus geen enkele waarde. Althans niet wanneer de "verkeerde" keuze is gemaakt. Want eenmaal de "juiste" keuze gemaakt, krijgt men nooit meer de kans om anders te kiezen.
De Nederlanders en de Fransen hebben zelfs niet meer de kans gekregen om een tweede keer te stemmen: de beslissing van die volkeren heeft men gewoon naast zich neergelegd.
En de Vlamingen en Walen, de Engelsen en de Schotten, de Duisters en vele anderen hebben zelfs niet éénmaal mogen stemmen.
Democratie betekent voor de heersende kaste steeds duidelijker: het volk mag alleen kiezen als het de keuze maakt die opgelegd wordt.
En als ook dat niet lukt, dan zorgt men er wel voor dat men een ander volk schept, naar het woord van Bertold Brecht.
"Die Lösung
Nach dem Aufstand des 17. Juni
ließ der Sekretär des Schriftstellerverbandes
in der Stalinallee Flugblätter verteilen,
auf denen zu lesen war, daß das Volk
das Vertrauen der Regierung verscherzt habe
und es nur durch verdoppelte Arbeit
zurückerobern könne. Wäre es da
nicht einfacher, die Regierung
löste das Volk auf
und wählte ein anderes?"
zondag, november 29, 2009
Hooghe interpretaties kosten de Vlamingen veel
(ingezonden naar de Standaard)
In de Standaard van 26 november schrijft politoloog Marc Hooghe (Sire, geef me 500 dagen) een artikel dat er vooral moet toe dienen de Vlamingen een prijs te doen betalen voor niets anders dan de uitvoering van een arrest van het Grondwettelijk Hof (1) dat een anomalie in onze wetgeving (nl. de eenzijdige taalgrensoverschrijdende kieskring BHV) ongrondwettig verklaart.
Om dit weg te moffelen schrijft hij dat "De afgelopen zes jaar heeft de Vlaamse publieke opinie stelselmatig verkeerde informatie opgelepeld gekregen over de draagwijdte van het arrest van 26 mei 2003."
Waaruit die verkeerde informatie dan zou bestaan schrijft hij wijselijk niet.
Wie desinformeert ook niet, maar als auteur van meerdere artikelen over de draagwijdte van dat arrest en als advocaat die de argumenten heeft geformuleerd die tot dat arrest hebben geleid lig ik natuurlijk in het vizier (2).
Bij mijn weten heeft collega Hooghe zich evenwel nooit bekwaamd in de kunst van het interpreteren van arresten, laat staan die van het Grondwettelijk hof. Bij mijn weten heeft hij daarover ook nooit wetenschappellijk gepubliceerd. Dat hij dan ook geen gratuite beschuldigingen rondstuurt om de Vlamingen te doen betalen voor iets wat in een rechtsstaat evident moet gebeuren zonder verdere tegenprestatie. Ik zou van mijn kant nooit durven schrijven dat een arts die gespecialiseerd is in het interpreteren van symptomen de bevolking zomaar wat oplepelt. Maar als het om arresten van het Grondwettelijk Hof gaat beschouwt iedereen zich blijkbaar als uitlegkundige.
(1) GWH nr. 73/2003 van 26 mei 2003, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf
(2) Zie "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html, verkort als "Brussel-Halle-Vilvoorde moet wel degelijk gesplitst" in De Juristenkrant 26 september 2007, p. 14-15, gevolgd door: "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.
In de Standaard van 26 november schrijft politoloog Marc Hooghe (Sire, geef me 500 dagen) een artikel dat er vooral moet toe dienen de Vlamingen een prijs te doen betalen voor niets anders dan de uitvoering van een arrest van het Grondwettelijk Hof (1) dat een anomalie in onze wetgeving (nl. de eenzijdige taalgrensoverschrijdende kieskring BHV) ongrondwettig verklaart.
Om dit weg te moffelen schrijft hij dat "De afgelopen zes jaar heeft de Vlaamse publieke opinie stelselmatig verkeerde informatie opgelepeld gekregen over de draagwijdte van het arrest van 26 mei 2003."
Waaruit die verkeerde informatie dan zou bestaan schrijft hij wijselijk niet.
Wie desinformeert ook niet, maar als auteur van meerdere artikelen over de draagwijdte van dat arrest en als advocaat die de argumenten heeft geformuleerd die tot dat arrest hebben geleid lig ik natuurlijk in het vizier (2).
Bij mijn weten heeft collega Hooghe zich evenwel nooit bekwaamd in de kunst van het interpreteren van arresten, laat staan die van het Grondwettelijk hof. Bij mijn weten heeft hij daarover ook nooit wetenschappellijk gepubliceerd. Dat hij dan ook geen gratuite beschuldigingen rondstuurt om de Vlamingen te doen betalen voor iets wat in een rechtsstaat evident moet gebeuren zonder verdere tegenprestatie. Ik zou van mijn kant nooit durven schrijven dat een arts die gespecialiseerd is in het interpreteren van symptomen de bevolking zomaar wat oplepelt. Maar als het om arresten van het Grondwettelijk Hof gaat beschouwt iedereen zich blijkbaar als uitlegkundige.
(1) GWH nr. 73/2003 van 26 mei 2003, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf
(2) Zie "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html, verkort als "Brussel-Halle-Vilvoorde moet wel degelijk gesplitst" in De Juristenkrant 26 september 2007, p. 14-15, gevolgd door: "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.
dinsdag, oktober 27, 2009
Laten wij vieren!
Uit: SPOREN TREKKEN,Feestbundel Richard Celis (2009), p. 201-203.
Richard Celis vieren is tegelijk een evidente zaak en een weerbarstige taak.
Het is eerst en vooral een evidentie. Richard Celis moet gevierd worden alleen al omdat hij zo'n centrale rol heeft gespeeld en speelt bij het vieren van onze (Vlaams) gemeenschap, het vieren zo centraal heeft geplaatst in onze Vlaamse gemeenschap en de (Vlaamse) gemeenschap zo centraal heeft geplaatst in het vieren.
Het is een weerbarstige taak omdat het vieren de gevierde centraal plaatst en Richard Celis zich liever aan het licht van de schijnwerpers onttrekt, hij die zovele anderen in de schijnwerpers heeft geplaatst en gevierd.
Vieren is noodzakelijk een gemeenschapsgebeuren. Het is het loslaten van het individuele doorhollen, het even vertragen om iets samen te doen, het gemeenschappelijke uitdrukking te geven. De democratie moet regelmatig gevierd worden en zich reconstitueren in het vieren. De noodzakelijke grondslag voor het functioneren van een democratie is wat Roger Scruton een overtuiging van lidmaatschap (membership) noemde en Peter Sloterdijk "Zugehörigkeit" als resultaat van "zusammen gehören". De rechten en plichten van het lidmaatschap veronderstellen een lidmaatschap, een behoren tot dat gegrond is op een samenhoren. Dit veronderstelt ook een elkaar horen, en dus het spreken van eenzelfde taal, bij voorkeur letterlijk, maar minstens figuurlijk. Samen vieren kan die samenhorigheid versterken wanneer het vieren niet louter vrijblijvend is, d.i. wanneer het niet louter een (samen) consumeren is. Een samenhorigheidsgevoel dat enkel op het consumeren van een festival berust kan geen grondslag vormen voor een democratie wanneer er geen samenspreken, samenwonen en samenbouwen mee gepaard gaat. De voor een democratische staat vereiste samenhorigheid moet betrekking hebben - behalve op op de minimale regels voor een beschaafd geachte omgang met elkaar - op die zaken waarvoor die staat dient en waarmee ze zich bezighoudt, precies zoals de voor gelijk welke club vereiste samenhorigheid betreking moet hebben op de activiteiten van die club. Voor het samenleven in een staat is vriendschap onder de burgers geen noodzakelijke voorwaarde, net zozeer als vriendschap tussen twee individuen die niet dezelfde taal spreken een basis kan vormen voor een democratische staat van allen die tot die twee taalgroepen zouden behoren. Een democratische staat kan en moet enerzijds veel overlaten aan het pluralisme van de civiele samenleving; ze overleeft anderzijds ook niet wanneer er niet voldoende gemeenschappelijks is - dit is voldoende waarmee een grote meerderheid van burgers zich identificeert - voor de taken die men die staat wil laten uitvoeren en de verplichtingen die men de burgers daarvoor wil opleggen (het naleven van de wetten, betalen van belastingen en sociale bijdragen e.d.m.). Maar wanneer die gemeenschappelijkheid in voldoende mate aanwezig is, kan de gemeenschap er alleen maar wel bij varen wanneer men die ook regelmatig viert.
Een viering is een plaats waar twee dimensies elkaar kruisen. In de viering van een kerk kruisen het schip en de zijbeuken, de dimensie van de diepgang en die van de breedte. Door dat kruisen in de viering vormt deze een stevig fundament voor het bouwen van een toren die het hele gebouw tot in de hemel verlengt. In de viering van een gemeenschap kruisen zich een horizontale en een verticale dimensie. De horizontale dimensie is de gemeenschap van de levenden, de medeburgers, van onze naaste naasten tot onze verdere naasten. In concentrische cirkels kunnen wij proberen die ervaring van gemeenschap uit te breiden van de naaste naasten tot de hele mensheid, maar hoe groter de cirkel wordt, hoe dunner de gemeenschap. De verticale dimensie verbindt ons met de vorige en volgende generaties. Een feest is dan ook slechts een viering wanneer in dat feest iets wordt doorgegeven aan de volgende generaties dat we van de vorige hebben geleerd. Daarom is elke viering een herdenken in de dubbele betekenis van het woord: het gedenken van het verleden dat vooreerst een danken is voor wat onze voorgangers ons hebben gegeven en een opnieuw denken opdat wij ook onze nakomelingen iets te geven hebben. Door het herdenken tonen wij ook wie we zijn. Wij her-denken, dus wij bestaan !
Richard Celis heeft die dubbele betekenis altijd goed begrepen. In al zijn streven heeft hij steeds de vernieuwing kansen gegeven zonder de "oude getrouwen" af te vallen of te kleineren. Teveel andere spelers in onze Vlaamse Gemeenschap hebben dat evenwicht niet weten te bewaren en zijn ofwel vooruitgehold met gebrek aan respect voor de ervaringen en inspanningen van onze voorgangers ofwel blijven steken in oude vormen en gedachten zonder ze te kunnen overbrengen op de volgende generatie. Vanuit die diepgang heeft onze gevierde jarenlang geprobeerd de zijbeuken te verbreden, steeds meer medeburgers te betrekken bij de viering van onze Gemeenschap.
Een viering verwijst ook naar de vier windstreken, de viering van een volksgemeenschap dus naar de andere volkeren in die windstreken, van buren to verre vrienden. Richard Celis heeft steeds de nadruk gelegd op de uitwisseling van ervaringen onder de volkeren van Europa. Een waar inter-nationalisme veronderstelt natuurlijk eerst de erkenning dat naties een zekere identiteit hebben van waaruit zij ervaringen en gedachten kunnen uitwisselen. Zijn Vlaanderen-Europa was dan ook opgebouwd uit een Vlaanderen-Schotland, Vlaanderen-Ierland en zo voort. De Vlaamse overheid heeft dit jammer genoeg niet naar waarde weten te schattten.
“Met nooit gebroken moed” is Richard Celis steeds blijven ijveren “tot statig als een eik, voor U ons volk herbloeit”.
Richard Celis vieren is tegelijk een evidente zaak en een weerbarstige taak.
Het is eerst en vooral een evidentie. Richard Celis moet gevierd worden alleen al omdat hij zo'n centrale rol heeft gespeeld en speelt bij het vieren van onze (Vlaams) gemeenschap, het vieren zo centraal heeft geplaatst in onze Vlaamse gemeenschap en de (Vlaamse) gemeenschap zo centraal heeft geplaatst in het vieren.
Het is een weerbarstige taak omdat het vieren de gevierde centraal plaatst en Richard Celis zich liever aan het licht van de schijnwerpers onttrekt, hij die zovele anderen in de schijnwerpers heeft geplaatst en gevierd.
Vieren is noodzakelijk een gemeenschapsgebeuren. Het is het loslaten van het individuele doorhollen, het even vertragen om iets samen te doen, het gemeenschappelijke uitdrukking te geven. De democratie moet regelmatig gevierd worden en zich reconstitueren in het vieren. De noodzakelijke grondslag voor het functioneren van een democratie is wat Roger Scruton een overtuiging van lidmaatschap (membership) noemde en Peter Sloterdijk "Zugehörigkeit" als resultaat van "zusammen gehören". De rechten en plichten van het lidmaatschap veronderstellen een lidmaatschap, een behoren tot dat gegrond is op een samenhoren. Dit veronderstelt ook een elkaar horen, en dus het spreken van eenzelfde taal, bij voorkeur letterlijk, maar minstens figuurlijk. Samen vieren kan die samenhorigheid versterken wanneer het vieren niet louter vrijblijvend is, d.i. wanneer het niet louter een (samen) consumeren is. Een samenhorigheidsgevoel dat enkel op het consumeren van een festival berust kan geen grondslag vormen voor een democratie wanneer er geen samenspreken, samenwonen en samenbouwen mee gepaard gaat. De voor een democratische staat vereiste samenhorigheid moet betrekking hebben - behalve op op de minimale regels voor een beschaafd geachte omgang met elkaar - op die zaken waarvoor die staat dient en waarmee ze zich bezighoudt, precies zoals de voor gelijk welke club vereiste samenhorigheid betreking moet hebben op de activiteiten van die club. Voor het samenleven in een staat is vriendschap onder de burgers geen noodzakelijke voorwaarde, net zozeer als vriendschap tussen twee individuen die niet dezelfde taal spreken een basis kan vormen voor een democratische staat van allen die tot die twee taalgroepen zouden behoren. Een democratische staat kan en moet enerzijds veel overlaten aan het pluralisme van de civiele samenleving; ze overleeft anderzijds ook niet wanneer er niet voldoende gemeenschappelijks is - dit is voldoende waarmee een grote meerderheid van burgers zich identificeert - voor de taken die men die staat wil laten uitvoeren en de verplichtingen die men de burgers daarvoor wil opleggen (het naleven van de wetten, betalen van belastingen en sociale bijdragen e.d.m.). Maar wanneer die gemeenschappelijkheid in voldoende mate aanwezig is, kan de gemeenschap er alleen maar wel bij varen wanneer men die ook regelmatig viert.
Een viering is een plaats waar twee dimensies elkaar kruisen. In de viering van een kerk kruisen het schip en de zijbeuken, de dimensie van de diepgang en die van de breedte. Door dat kruisen in de viering vormt deze een stevig fundament voor het bouwen van een toren die het hele gebouw tot in de hemel verlengt. In de viering van een gemeenschap kruisen zich een horizontale en een verticale dimensie. De horizontale dimensie is de gemeenschap van de levenden, de medeburgers, van onze naaste naasten tot onze verdere naasten. In concentrische cirkels kunnen wij proberen die ervaring van gemeenschap uit te breiden van de naaste naasten tot de hele mensheid, maar hoe groter de cirkel wordt, hoe dunner de gemeenschap. De verticale dimensie verbindt ons met de vorige en volgende generaties. Een feest is dan ook slechts een viering wanneer in dat feest iets wordt doorgegeven aan de volgende generaties dat we van de vorige hebben geleerd. Daarom is elke viering een herdenken in de dubbele betekenis van het woord: het gedenken van het verleden dat vooreerst een danken is voor wat onze voorgangers ons hebben gegeven en een opnieuw denken opdat wij ook onze nakomelingen iets te geven hebben. Door het herdenken tonen wij ook wie we zijn. Wij her-denken, dus wij bestaan !
Richard Celis heeft die dubbele betekenis altijd goed begrepen. In al zijn streven heeft hij steeds de vernieuwing kansen gegeven zonder de "oude getrouwen" af te vallen of te kleineren. Teveel andere spelers in onze Vlaamse Gemeenschap hebben dat evenwicht niet weten te bewaren en zijn ofwel vooruitgehold met gebrek aan respect voor de ervaringen en inspanningen van onze voorgangers ofwel blijven steken in oude vormen en gedachten zonder ze te kunnen overbrengen op de volgende generatie. Vanuit die diepgang heeft onze gevierde jarenlang geprobeerd de zijbeuken te verbreden, steeds meer medeburgers te betrekken bij de viering van onze Gemeenschap.
Een viering verwijst ook naar de vier windstreken, de viering van een volksgemeenschap dus naar de andere volkeren in die windstreken, van buren to verre vrienden. Richard Celis heeft steeds de nadruk gelegd op de uitwisseling van ervaringen onder de volkeren van Europa. Een waar inter-nationalisme veronderstelt natuurlijk eerst de erkenning dat naties een zekere identiteit hebben van waaruit zij ervaringen en gedachten kunnen uitwisselen. Zijn Vlaanderen-Europa was dan ook opgebouwd uit een Vlaanderen-Schotland, Vlaanderen-Ierland en zo voort. De Vlaamse overheid heeft dit jammer genoeg niet naar waarde weten te schattten.
“Met nooit gebroken moed” is Richard Celis steeds blijven ijveren “tot statig als een eik, voor U ons volk herbloeit”.
maandag, oktober 12, 2009
Vaticaanse diplomatie of Belgisch symptoom ?
In de homilie bij de heiligverklaring van pater Damiaan hield de paus een homilie (1) met een passage in het Nederlands, vervolgens in het Duits en tenslotte in het Frans; het is interessant om het woordgebruik even vanuit "communautair" perspectief te bekijken.
In het deel in het Nederlands spreekt de paus van het geboorteland Vlaanderen, en spreekt dus met inleving in het perspectief der Vlamingen, die Vlaanderen (veeleer dan België) als hun land beschouwen, Vlaanderen in de moderne betekenis welteverstaan.
In de Franse tekst spreekt hij over "L'Eglise en Belgique"; de paus is zo slim om Belgique hier niet als het "land" van pater Damiaan voor te stellen, maar voor de Franstaligen die "natuurlijk" heel België als "hun" land beschouwen (2) klinkt het alvast wel zo.
Dan volgt het zinnetje dat "saint Damien nous entraîne à choisir les bons combats (cf. 1 Tim 1, 18), non pas ceux qui portent la division, mais ceux qui rassemblent".
Leuk detail is natuurlijk dat deze aanmaning enkel in het Frans wordt gezegd. Als men de toespraak communautair wil duiden, zijn het dus wel de Franstalige Belgen en niet de Vlamingen die de aansporing krijgen om de strijdbijl te begraven.
Natuurlijk moet men niet te rap veronderstellen dat de paus ook maar enige bedoeling had iets te zeggen over onze communautaire twisten, maar uit goede bron weet ik alvast wel dat er over de woordkeuze in deze tekst wel degelijk gesproken is met onze diplomaten in Rome, en dat zonder deze bespreking de tekst de harten van de Vlamingen minder zou hebben bekoord. Het Vaticaan heeft in het verleden meermaals last gehad van eenzijdige geïnformeerdheid over de situatie bij ons (3), maar deze tekst toont aan dat ze wellicht toch bijgeleerd hebben.
(1) homilie op http://www.kerknet.be/microsite/damiaan/nieuws_detail.php?subsiteID=2328&nieuwsID=88163
(2) Zie mijn "Nog steeds "Ils nous ont pris la Flandre"" op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/nog-steeds-ils-nous-ont-pris-la-flandre.html
(3) Zie "De nuntius en de Vlamingen", Doorbraak 2004, http://www.secessie.nu/?tekst=toonhtml&artikel=904-46
In het deel in het Nederlands spreekt de paus van het geboorteland Vlaanderen, en spreekt dus met inleving in het perspectief der Vlamingen, die Vlaanderen (veeleer dan België) als hun land beschouwen, Vlaanderen in de moderne betekenis welteverstaan.
In de Franse tekst spreekt hij over "L'Eglise en Belgique"; de paus is zo slim om Belgique hier niet als het "land" van pater Damiaan voor te stellen, maar voor de Franstaligen die "natuurlijk" heel België als "hun" land beschouwen (2) klinkt het alvast wel zo.
Dan volgt het zinnetje dat "saint Damien nous entraîne à choisir les bons combats (cf. 1 Tim 1, 18), non pas ceux qui portent la division, mais ceux qui rassemblent".
Leuk detail is natuurlijk dat deze aanmaning enkel in het Frans wordt gezegd. Als men de toespraak communautair wil duiden, zijn het dus wel de Franstalige Belgen en niet de Vlamingen die de aansporing krijgen om de strijdbijl te begraven.
Natuurlijk moet men niet te rap veronderstellen dat de paus ook maar enige bedoeling had iets te zeggen over onze communautaire twisten, maar uit goede bron weet ik alvast wel dat er over de woordkeuze in deze tekst wel degelijk gesproken is met onze diplomaten in Rome, en dat zonder deze bespreking de tekst de harten van de Vlamingen minder zou hebben bekoord. Het Vaticaan heeft in het verleden meermaals last gehad van eenzijdige geïnformeerdheid over de situatie bij ons (3), maar deze tekst toont aan dat ze wellicht toch bijgeleerd hebben.
(1) homilie op http://www.kerknet.be/microsite/damiaan/nieuws_detail.php?subsiteID=2328&nieuwsID=88163
(2) Zie mijn "Nog steeds "Ils nous ont pris la Flandre"" op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/nog-steeds-ils-nous-ont-pris-la-flandre.html
(3) Zie "De nuntius en de Vlamingen", Doorbraak 2004, http://www.secessie.nu/?tekst=toonhtml&artikel=904-46
zondag, oktober 11, 2009
Laudatio Richard Celis
Laudatio Richard Celis n.a.v. de viering van zijn 80e verjaardag, Antwerpen 10 oktober 2009
door prof. Matthias E. Storme
Herr, der Sommer war sehr groß
Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gieb ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.
(R.M. Rilke)
(1) beste Richard, beste vrienden uit alle seizoenen, de zomer was zeer groot. Een zomer van reeds meer dan een halve eeuw.
Misschien verwacht U van mij dat ik uitleg waarin die lange zomer zo groot was. Dat ik uitleg wat Richard Celis allemaal gepresteerd heeft, wat hij bereikt heeft, hoe hij daarvoor reeds erkend en gewaardeerd werd.
Ik zal U dan moeten teleurstellen. Dit gaat mijn krachten en vooral mijn tijdsbestek te boven. Ik zou er Ademloos van worden.
Maar ik wil graag een poging doen om luidop denkend te antwoorden op de vraag waarom de zomer zo groot was. Ook dat gaat allicht mijn krachten te boven maar ik probeer het toch. En gezien onze Nederlandse liederenschat Richard zo nauw aan het hart ligt, zal ik ten dele daaruit putten.
Waarin schuilt het geheim van Richard Celis ? In een hele reeks deugden.
(2) Laat me beginnen met de leergierigheid.
de jongen kijkt door de geopende ramen waarlangs de wereld slaat;
zonder zich te beraden stapt hij de deur uit, helder en zonder vrees.
(H. Marsman, De grijsaard en de jongeling)
Leergierigheid die wel zal aangewakkerd zijn geworden door de jezuïeten in Turnhout, die de jonge student naar Leuven bracht, naar de Sorbonne in Parijs, naar Antwerpen, leergierigheid die tot op vandaag nooit heeft opgehouden. Zij gaat over in een openheid op de wereld en gepaard met luisterbereidheid. Want al kon en kan Richard Celis veel en soms ook snel praten, hij luisterde ook voortdurend.
(3) Dan is er het doorzettingsvermogen. Richard Celis is vaak een man van het woord geweest, maar nog meer een van de daad.
Geboren uit droom van 't verleden
Gegroeid tot de welige daad
(J.Smeyers - Armand Preud’homme, Weest paraat)
Richard heeft voortdurend gewerkt om andere mensen rondom zich mee krijgen, mee te trekken, mee te stuwen, maar bleef ook doorvechten als hij in de steek werd gelaten of er tegenslag was:
Als gij morgen valt en ik blijf alleen,
Kameraad ik blijf en ik vecht voor twee.
(Roger Lammens - Jef Tinel, Wij zijn bereid)
(4) Met een afgrijselijk Nederlands woord kunnen we Richard Celis een beroepsoprichter noemen. Mooier is het van een stichter te spreken, een stichtend voorbeeld. Zijn stichtingsdrang heeft het maatschappelijk leven in onze Zuidelijke Nederlanden verrijkt met talloze organisaties, gaande van de scouts van Sint-Pieters-Lille, 21e Kempen, waarvan de themata mogen doorklinken in mijn citaten, over Campinia Academica, de Kempische koffietafel, Nekka, de Vlaamse culturele koepel, de Elfdaagse Vlaanderen-Europa en vele andere. Als het gekund had ook het nieuwe Gemenebest der Lage Landen, waarvan hij een waardige président-fondateur zou zijn.
Stel met uw broeders de dienende daad,
bouw voor uw volk, wroet aan uw taak !
Voel dat ge weer op de wereld bestaat,
eén met uw volk, rijk om uw taak !
(Renaat Van Daele - Armand Preud'homme, Daglied)
(5) Een met uw volk, Richard. Maar niet zomaar een abstracte eenheid, die sommigen ook in de Vlaamse Beweging er wel toe heeft gebracht van het reële volk te vervreemden doordat ze doorholden in extremisme. Je hebt altijd geprobeerd mensen te verenigen in plaats van ze te verdelen. Niet: wie niet met ons strijdt, is tegen ons, maar omgekeerd: wie niet tegen ons strijdt is met ons. Je hebt altijd geprobeerd de lauwen, de onverschilligen mee te krijgen door op zoek te gaan naar het gemeenschappelijke, naar datgene wat hen warm kon maken. Met het oog op de samenwerking keek je eerst naar de kwaliteiten die iemand te bieden had, en vervolgens hoe je diens gebreken erbij kon nemen.
Ook politiek probeerde je steeds te benadrukken waarin we één moeten zijn, en de mensen daarbuiten vrij te laten. Wellicht heb je het van de Jezuïeten in Turnhout ook zo geleerd:
in necessariis unitas
in dubiis libertas
in omnibus caritas.
(6) De noodzaak om niet alleen te preken voor de overtuigden betekende ook voor jou natuurlijk niet dat je niet kritisch mocht zijn of de mensen niet mocht wakker schudden. Vanuit de idealen van je jeugd die je steeds bent blijven uitdragen klinkt het als volgt:
Wij hebben de vreugd' niet verloren
de vriendschap die alles bestaat
ons lied, het schoon en sonore
onze stap die de lauwen moet storen
klinkt voort tot de wereld vergaat.
(Anton van Wilderode - Renaat Veremans, Vlaanderen herrijst)
(7) Richard, de zomer was ook zeer groot omdat jij anders dan vele anderen niets hebt verloochend. Niet Lille noch de Kempen, niet de Jezuïeten noch de kerk, niet de culturele volksverheffing noch de politieke autonomie, niet het Europese ideaal noch dat van Heel-Nederland. Tevelen in ons volk verkondigen een tegenstelling tussen dialoog met de andere en trouw aan het eigene, wellicht om aldus hun eigen ontrouw, hun zelfverloochening te verdoezelen. Uw trouw heeft U nooit verhinderd te dialogeren en uw dialoogbereidheid heeft U nooit verhinderd trouw te blijven en ook radicaal.
Je hebt dus ook nooit afvalligheid moeten verbergen achter het mantra van de politieke of andere haalbaarheid. Ik heb in uw streven steeds realisme gezien en veel zakelijkheid, maar de zakelijkheid ging niet ten koste van de ziel en het realisme belette U niet om de lat toch altijd net iets hoger te leggen dan het haalbare. Plus est en vous.
(8) Natuurlijk, je behoorde niet tot het gild der roepers. Noch tot dat van de roepers aan de zijlijn, de stuurlui aan wal, noch tot dat van de roepers op het podium, die meer in de schijnwerpers en het applaus geïnteresseerd waren dan in de boodschap of het resultaat. De show was aan U niet besteed, de diplomatie des te meer.
(9) Dat je niet stond te roepen betekende dus ook niet dat de boodschap niet duidelijk werd verwoord, en die luidt nog steeds:
fier vol vroom vertrouwen
met nooit gebroken moed
ons land weer op te bouwen
tot statig als een eik
voor U ons volk herbloeit
(Remi Pirijns - Gaston Feremans, Gebed voor het vaderland).
Je hebt er ook nooit aan getwijfeld dat ons volk het Nederlandse volk is, weliswaar in zijn zuidelijke variant, getekend door zijn eigen wisselvalligheden van de geschiedenis ....
Dat opbouwen verloopt tergend traag en wanneer een doorbraak in zicht is, schrikken onze leiders ervoorterug en kruipen ze weer in hun mosselschelp. Het is maar een groot geluk dat, met het citaat uit Jozef Simons' Eer Vlaanderen vergaat, dat U ook dierbaar is,
"Gelukkig is het niet juist dat het uur der volkeren maar eenmaal slaat".
Dit mag er ons evenwel niet van weerhouden om de kansen voor autonomie die zich aandienen te grijpen, we hebben wel degelijk al te veel kansen gemist, ook recent en zeer recent nog.
(10) Je bent altijd de weg blijven wijzen naar dit doel van emancipatie van ons volk, een doel dat geen klein-Vlaams maar enkel een Nederlands doel kan zijn. Als oud-scout was je ook hier een gids voor vele verdwaalden:
Patrouilleleiders komen getreden, verbonden door éénzelfde wet.
Zij willen een spoorteken wezen, een spoor dat de anderen redt.
(R. de Meester, Patrouilleleiderslied)
Nog elk jaar zorg je mee voor de uitreiking van Gulden Sporen voor culturele of economische uitstraling. En die spoortrekkers blijven onontbeerlijk in de woestenij van onze publieke cultuur.
Zeker voor de Vlaamse instellingen van vandaag moet ik je woorden herhalen:
"Wat heeft het voor zin autonomie te verwerven als die vervolgens helemaal uitgehold wordt door het afglijden van de cultuur naar het niveau van de soap opera (....) , een culturele abdicatie"
(Zangfeestrede als ANZ-Voorzitter "De grenzen voorbij").
Het is vandaag overigens niet enkel cultureel dat we afgegleden zijn naar het niveau van de soap opera, de politiek doet nog beter.
(11) Tegen het consumptieculturalisme heb je steeds de waarde verdedigd van de volkscultuur, van de cultuur ingebed in de lokale gemeenschap, in de eigen taal; van de waarde van die lokale gemeenschap, ook van het dorp - al trok je van Lille naar Parijs en Antwerpen. Mijn oud-grootvader trok van Antwerpen zonder Wapper naar de Arenbergpolder naast Doel. Nu men die vructhbare polder wil volgieten met beton, nu Vlaanderen door de illegale kuiperijen van zijn eigen regering Doel-loos dreigt te worden citeer ik al even graag een andere duidelijke uitspraak van jou in het blad waarvan je 40 jaar eerder zelf hoofdredacteur was, Ons Leven:
"Aan een Vlaanderen dat volstaat met fabrieksschouwen en dat volgegoten is met beton heb ik GEEN boodschap"
(Ons Leven, jaargang 103 nr. 9-10).
Met in hetzelfde nummer een pleidooi jegens de studenten voor het einde van België, het Nederlandse Gemenebest, Nederlandse fierheid, een mentaliteit weg uit de zelfgenoegzaamheid, krachtdadige beëindiging van de verloedering van ons natuur- en cultuurpatrimonium, bezieling tegen het geestdodende materialisme en de vervlakkende vervreemding, nationaal zelfbewustzijn. Zeventien jaar later heeft de tekst zijn actualiteit niet verloren.
Als zoon van de Kempen weet je ook :
Uw echte kindren blijven trouw
aan deugd en taal en zeden
(J. Demoulin - Emiel Hullebroeck, De Kempen)
(12) In dat streven ben je nooit het zicht op het grotere geheel verloren, in het bijzonder de Europese context. Met de luciditeit je eigen heb je altijd ingezien dat ons volk gediend is met een grote mate van culturele en andere uitwisseling met andere volkeren, op wederkerige en transparante basis, en daar steeds concreet aan gewerkt, met de interlands, met bilaterale verenigingen, enzovoort.
Met dezelfde luciditeit leer je dat wij helemaal niet gediend zijn met complexe en intransparante politieke structuren waarvan de belangrijkste doelstelling wellicht is, het de burger onmogelijk te maken er wijs uit te geraken om dan een excuus te hebben om diezelfde burger elke inspraak te ontnemen.
(13) Een hele zomer van een leven lang heb je naast grotere ook en vooral talloze kleine initiatieven ondernomen om concreet, onder de mensen, die zelfgenoegzaamheid door fier zelfbewustzijn te vervangen. Al heeft de vervlakking en vervreemding veel verwoest, overal bij de volksbasis zijn er nog brokstukken van traditie en cultuur, van fierheid en bezieling. De cultuur die we zelf maken, vaak rond de waardering van dagelijkse dingen, is het kostbaarste weefsel van ons volk. De Vlaams-nationale en Nederlandse geest daar inbakken is wellicht de kern van de methode-Celis.
Herr, der Sommer war sehr groß
(14) De vruchten zouden zo rijp niet zijn geworden was er ook niet de omgeving thuis, de familie, je vrouw. An zal daar meer over zeggen.
Je had en hebt een Kempische terugvalbasis om het contact met landschap en natuur te behouden, want:
"op de heide waait de wind alle zorgen weg"
(Jozef Simons - Armand Preudhomme, Kempenland)
En je hebt een vrouw - Mieke - die ook vandaag dit alles heeft georganiseerd. Wat mij toelaat te eindigen met een nostalgisch vers uit dit Afrikanerliedje:
In die arms van my edele nooie
sal die dood my alleen daar weghaal
(Die Vaalrivier vlei)
Maar laat de herfst ons eerst nog rijpe zoete vruchten brengen.
door prof. Matthias E. Storme
Herr, der Sommer war sehr groß
Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gieb ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.
(R.M. Rilke)
(1) beste Richard, beste vrienden uit alle seizoenen, de zomer was zeer groot. Een zomer van reeds meer dan een halve eeuw.
Misschien verwacht U van mij dat ik uitleg waarin die lange zomer zo groot was. Dat ik uitleg wat Richard Celis allemaal gepresteerd heeft, wat hij bereikt heeft, hoe hij daarvoor reeds erkend en gewaardeerd werd.
Ik zal U dan moeten teleurstellen. Dit gaat mijn krachten en vooral mijn tijdsbestek te boven. Ik zou er Ademloos van worden.
Maar ik wil graag een poging doen om luidop denkend te antwoorden op de vraag waarom de zomer zo groot was. Ook dat gaat allicht mijn krachten te boven maar ik probeer het toch. En gezien onze Nederlandse liederenschat Richard zo nauw aan het hart ligt, zal ik ten dele daaruit putten.
Waarin schuilt het geheim van Richard Celis ? In een hele reeks deugden.
(2) Laat me beginnen met de leergierigheid.
de jongen kijkt door de geopende ramen waarlangs de wereld slaat;
zonder zich te beraden stapt hij de deur uit, helder en zonder vrees.
(H. Marsman, De grijsaard en de jongeling)
Leergierigheid die wel zal aangewakkerd zijn geworden door de jezuïeten in Turnhout, die de jonge student naar Leuven bracht, naar de Sorbonne in Parijs, naar Antwerpen, leergierigheid die tot op vandaag nooit heeft opgehouden. Zij gaat over in een openheid op de wereld en gepaard met luisterbereidheid. Want al kon en kan Richard Celis veel en soms ook snel praten, hij luisterde ook voortdurend.
(3) Dan is er het doorzettingsvermogen. Richard Celis is vaak een man van het woord geweest, maar nog meer een van de daad.
Geboren uit droom van 't verleden
Gegroeid tot de welige daad
(J.Smeyers - Armand Preud’homme, Weest paraat)
Richard heeft voortdurend gewerkt om andere mensen rondom zich mee krijgen, mee te trekken, mee te stuwen, maar bleef ook doorvechten als hij in de steek werd gelaten of er tegenslag was:
Als gij morgen valt en ik blijf alleen,
Kameraad ik blijf en ik vecht voor twee.
(Roger Lammens - Jef Tinel, Wij zijn bereid)
(4) Met een afgrijselijk Nederlands woord kunnen we Richard Celis een beroepsoprichter noemen. Mooier is het van een stichter te spreken, een stichtend voorbeeld. Zijn stichtingsdrang heeft het maatschappelijk leven in onze Zuidelijke Nederlanden verrijkt met talloze organisaties, gaande van de scouts van Sint-Pieters-Lille, 21e Kempen, waarvan de themata mogen doorklinken in mijn citaten, over Campinia Academica, de Kempische koffietafel, Nekka, de Vlaamse culturele koepel, de Elfdaagse Vlaanderen-Europa en vele andere. Als het gekund had ook het nieuwe Gemenebest der Lage Landen, waarvan hij een waardige président-fondateur zou zijn.
Stel met uw broeders de dienende daad,
bouw voor uw volk, wroet aan uw taak !
Voel dat ge weer op de wereld bestaat,
eén met uw volk, rijk om uw taak !
(Renaat Van Daele - Armand Preud'homme, Daglied)
(5) Een met uw volk, Richard. Maar niet zomaar een abstracte eenheid, die sommigen ook in de Vlaamse Beweging er wel toe heeft gebracht van het reële volk te vervreemden doordat ze doorholden in extremisme. Je hebt altijd geprobeerd mensen te verenigen in plaats van ze te verdelen. Niet: wie niet met ons strijdt, is tegen ons, maar omgekeerd: wie niet tegen ons strijdt is met ons. Je hebt altijd geprobeerd de lauwen, de onverschilligen mee te krijgen door op zoek te gaan naar het gemeenschappelijke, naar datgene wat hen warm kon maken. Met het oog op de samenwerking keek je eerst naar de kwaliteiten die iemand te bieden had, en vervolgens hoe je diens gebreken erbij kon nemen.
Ook politiek probeerde je steeds te benadrukken waarin we één moeten zijn, en de mensen daarbuiten vrij te laten. Wellicht heb je het van de Jezuïeten in Turnhout ook zo geleerd:
in necessariis unitas
in dubiis libertas
in omnibus caritas.
(6) De noodzaak om niet alleen te preken voor de overtuigden betekende ook voor jou natuurlijk niet dat je niet kritisch mocht zijn of de mensen niet mocht wakker schudden. Vanuit de idealen van je jeugd die je steeds bent blijven uitdragen klinkt het als volgt:
Wij hebben de vreugd' niet verloren
de vriendschap die alles bestaat
ons lied, het schoon en sonore
onze stap die de lauwen moet storen
klinkt voort tot de wereld vergaat.
(Anton van Wilderode - Renaat Veremans, Vlaanderen herrijst)
(7) Richard, de zomer was ook zeer groot omdat jij anders dan vele anderen niets hebt verloochend. Niet Lille noch de Kempen, niet de Jezuïeten noch de kerk, niet de culturele volksverheffing noch de politieke autonomie, niet het Europese ideaal noch dat van Heel-Nederland. Tevelen in ons volk verkondigen een tegenstelling tussen dialoog met de andere en trouw aan het eigene, wellicht om aldus hun eigen ontrouw, hun zelfverloochening te verdoezelen. Uw trouw heeft U nooit verhinderd te dialogeren en uw dialoogbereidheid heeft U nooit verhinderd trouw te blijven en ook radicaal.
Je hebt dus ook nooit afvalligheid moeten verbergen achter het mantra van de politieke of andere haalbaarheid. Ik heb in uw streven steeds realisme gezien en veel zakelijkheid, maar de zakelijkheid ging niet ten koste van de ziel en het realisme belette U niet om de lat toch altijd net iets hoger te leggen dan het haalbare. Plus est en vous.
(8) Natuurlijk, je behoorde niet tot het gild der roepers. Noch tot dat van de roepers aan de zijlijn, de stuurlui aan wal, noch tot dat van de roepers op het podium, die meer in de schijnwerpers en het applaus geïnteresseerd waren dan in de boodschap of het resultaat. De show was aan U niet besteed, de diplomatie des te meer.
(9) Dat je niet stond te roepen betekende dus ook niet dat de boodschap niet duidelijk werd verwoord, en die luidt nog steeds:
fier vol vroom vertrouwen
met nooit gebroken moed
ons land weer op te bouwen
tot statig als een eik
voor U ons volk herbloeit
(Remi Pirijns - Gaston Feremans, Gebed voor het vaderland).
Je hebt er ook nooit aan getwijfeld dat ons volk het Nederlandse volk is, weliswaar in zijn zuidelijke variant, getekend door zijn eigen wisselvalligheden van de geschiedenis ....
Dat opbouwen verloopt tergend traag en wanneer een doorbraak in zicht is, schrikken onze leiders ervoorterug en kruipen ze weer in hun mosselschelp. Het is maar een groot geluk dat, met het citaat uit Jozef Simons' Eer Vlaanderen vergaat, dat U ook dierbaar is,
"Gelukkig is het niet juist dat het uur der volkeren maar eenmaal slaat".
Dit mag er ons evenwel niet van weerhouden om de kansen voor autonomie die zich aandienen te grijpen, we hebben wel degelijk al te veel kansen gemist, ook recent en zeer recent nog.
(10) Je bent altijd de weg blijven wijzen naar dit doel van emancipatie van ons volk, een doel dat geen klein-Vlaams maar enkel een Nederlands doel kan zijn. Als oud-scout was je ook hier een gids voor vele verdwaalden:
Patrouilleleiders komen getreden, verbonden door éénzelfde wet.
Zij willen een spoorteken wezen, een spoor dat de anderen redt.
(R. de Meester, Patrouilleleiderslied)
Nog elk jaar zorg je mee voor de uitreiking van Gulden Sporen voor culturele of economische uitstraling. En die spoortrekkers blijven onontbeerlijk in de woestenij van onze publieke cultuur.
Zeker voor de Vlaamse instellingen van vandaag moet ik je woorden herhalen:
"Wat heeft het voor zin autonomie te verwerven als die vervolgens helemaal uitgehold wordt door het afglijden van de cultuur naar het niveau van de soap opera (....) , een culturele abdicatie"
(Zangfeestrede als ANZ-Voorzitter "De grenzen voorbij").
Het is vandaag overigens niet enkel cultureel dat we afgegleden zijn naar het niveau van de soap opera, de politiek doet nog beter.
(11) Tegen het consumptieculturalisme heb je steeds de waarde verdedigd van de volkscultuur, van de cultuur ingebed in de lokale gemeenschap, in de eigen taal; van de waarde van die lokale gemeenschap, ook van het dorp - al trok je van Lille naar Parijs en Antwerpen. Mijn oud-grootvader trok van Antwerpen zonder Wapper naar de Arenbergpolder naast Doel. Nu men die vructhbare polder wil volgieten met beton, nu Vlaanderen door de illegale kuiperijen van zijn eigen regering Doel-loos dreigt te worden citeer ik al even graag een andere duidelijke uitspraak van jou in het blad waarvan je 40 jaar eerder zelf hoofdredacteur was, Ons Leven:
"Aan een Vlaanderen dat volstaat met fabrieksschouwen en dat volgegoten is met beton heb ik GEEN boodschap"
(Ons Leven, jaargang 103 nr. 9-10).
Met in hetzelfde nummer een pleidooi jegens de studenten voor het einde van België, het Nederlandse Gemenebest, Nederlandse fierheid, een mentaliteit weg uit de zelfgenoegzaamheid, krachtdadige beëindiging van de verloedering van ons natuur- en cultuurpatrimonium, bezieling tegen het geestdodende materialisme en de vervlakkende vervreemding, nationaal zelfbewustzijn. Zeventien jaar later heeft de tekst zijn actualiteit niet verloren.
Als zoon van de Kempen weet je ook :
Uw echte kindren blijven trouw
aan deugd en taal en zeden
(J. Demoulin - Emiel Hullebroeck, De Kempen)
(12) In dat streven ben je nooit het zicht op het grotere geheel verloren, in het bijzonder de Europese context. Met de luciditeit je eigen heb je altijd ingezien dat ons volk gediend is met een grote mate van culturele en andere uitwisseling met andere volkeren, op wederkerige en transparante basis, en daar steeds concreet aan gewerkt, met de interlands, met bilaterale verenigingen, enzovoort.
Met dezelfde luciditeit leer je dat wij helemaal niet gediend zijn met complexe en intransparante politieke structuren waarvan de belangrijkste doelstelling wellicht is, het de burger onmogelijk te maken er wijs uit te geraken om dan een excuus te hebben om diezelfde burger elke inspraak te ontnemen.
(13) Een hele zomer van een leven lang heb je naast grotere ook en vooral talloze kleine initiatieven ondernomen om concreet, onder de mensen, die zelfgenoegzaamheid door fier zelfbewustzijn te vervangen. Al heeft de vervlakking en vervreemding veel verwoest, overal bij de volksbasis zijn er nog brokstukken van traditie en cultuur, van fierheid en bezieling. De cultuur die we zelf maken, vaak rond de waardering van dagelijkse dingen, is het kostbaarste weefsel van ons volk. De Vlaams-nationale en Nederlandse geest daar inbakken is wellicht de kern van de methode-Celis.
Herr, der Sommer war sehr groß
(14) De vruchten zouden zo rijp niet zijn geworden was er ook niet de omgeving thuis, de familie, je vrouw. An zal daar meer over zeggen.
Je had en hebt een Kempische terugvalbasis om het contact met landschap en natuur te behouden, want:
"op de heide waait de wind alle zorgen weg"
(Jozef Simons - Armand Preudhomme, Kempenland)
En je hebt een vrouw - Mieke - die ook vandaag dit alles heeft georganiseerd. Wat mij toelaat te eindigen met een nostalgisch vers uit dit Afrikanerliedje:
In die arms van my edele nooie
sal die dood my alleen daar weghaal
(Die Vaalrivier vlei)
Maar laat de herfst ons eerst nog rijpe zoete vruchten brengen.
donderdag, oktober 01, 2009
Open Brief aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over de BAM Reclamespots en de Lange Wapper
(Deze open brief die ik meende te moeten mee ondertekenen verscheen als Vrije Tribune in Knack, http://www.knack.be/blog/blog-algemeen/71-89-5218/open-brief.html)
Geachte leden van het Vlaamse Parlement, geachte Ombudsdienst Vlaamse Regering,
Op zondag 18 oktober vindt het referendum over de Oosterweelverbinding plaats. Die dag wordt een hoogdag van de democratie omdat Antwerpenaars dan hun stem pro of contra de Oosterweelverbinding mogen uitbrengen en zo mogen participeren in het politieke proces. Dit referendum werd afgedwongen door burgers voor burgers en biedt de mogelijkheid aan elke Antwerpenaar om zelf, in eer en geweten, een oordeel te vellen over de Lange Wapper en de Oosterweelverbinding.
Als Antwerpenaars en als burgers willen wij hierbij dan ook protest aantekenen tegen de op 19 september gelanceerde reclamespots van BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel) op de website van Vooruit met Antwerpen en Youtube. In plaats van objectief en neutraal informatief te zijn, zitten deze reclamespots vol onnauwkeurigheden over het concurrende tunnel alternatief.
Maar, erger nog, in deze spots worden subjectieve en manipulatieve uitspraken gebruikt om Antwerpenaars ertoe te bewegen toch vooral een stem pro Oosterweelverbinding uit te brengen. We vermelden hier enkel de meest flagrante, manipulatieve beweringen die Antwerpenaars emotioneel onder druk zetten om ja te stemmen op het referendum: zo stelt het filmpje "Leefbaarheid" dwingend (maar onbewijsbaar) dat de Oosterweelverbinding met Lange Wapper viaduct een absoluut noodzakelijke schakel is in een ketting van stadsvernieuwingen die anders uit elkaar valt en mogelijk anders niet zullen gebeuren. Zo stelt het filmpje "Werken" dat we straks allemaal werkloos op straat zullen staan als we niet pro Lange Wapper stemmen. Deze beweringen vallen niet meer of niet minder dan onder de categorie "emotionele chantage."
Als burgers die geloven in democratie en open politieke argumentatie, die transparant is voor alle burgers, vinden wij deze reclametactieken en foutieve informatie in strijd met de wetgeving op de openbaarheid van bestuur in België van 11 april 1994. Deze wet erkent dat de Belgische en Vlaamse overheid ten dienste van de bevolking werkt en daarom ook doorzichtig, neutraal en efficiënt naar de bevolking toe dient te communiceren. België is hieraan verder ook gebonden door internationale wetgeving (verdrag van Aarhus van 1998 en de Europese richtlijn 2003/4/EG (28 januari 2003)), die regelt hoe de overheid naar de burger toe dient te communiceren.
Wij willen u er hierbij aan herinneren dat de BAM in wezen een overheidsorgaan, een communicatie-instrument van de Vlaamse regering is. De BAM is geen privéfirma die haar product 'chocolade' aanprijst, maar een overheidsorgaan gebonden aan de wetgeving over correcte, transparante en objectieve communicatie, zoals verankerd in de hierboven vermelde wetgeving.
Als burgers laken wij dan ook de onnauwkeurigheden in deze presentaties en de emotionele druk die in de BAM spots uitgeoefend wordt. Dit is geen objectieve communicatie, maar een duidelijke poging om de mening van Antwerpenaren te beïnvloeden en hen ertoe te bewegen ja te stemmen. Hierdoor komen de vrijheid en politieke rechten van de Antwerpse burger ernstig in het gedrang.
Wij eisen dan ook dat deze misleidende spots onmiddellijk verwijderd worden en vervangen door objectieve, neutrale communicatie en informatie over de Oosterweelverbinding en het alternatieve ARUP/SUM tunnel tracé.
Hoogachtend,
Dr. Bea Hanssen, doctor in de letteren, Antwerpen
Mede ondertekenaars:
Helena Bussers, ereconservator, Antwerpen
Tom Coupez, architect
Wilfried Delahaye, Antwerpen
Werner Govaerts, Antwerpen
Dr. Jan Lampo, historicus en auteur, Antwerpen
Luc van Moorhem, Antwerpen
Jef Nietvelt, advocaat, Kattendijk Tango, Antwerpen
Anne Provoost, auteur, Antwerpen
Prof. Matthias E. Storme, buitengewoon hoogleraar UA en KUL, advocaat.
Hubert van Lier, ere-voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, Antwerpen.
Geachte leden van het Vlaamse Parlement, geachte Ombudsdienst Vlaamse Regering,
Op zondag 18 oktober vindt het referendum over de Oosterweelverbinding plaats. Die dag wordt een hoogdag van de democratie omdat Antwerpenaars dan hun stem pro of contra de Oosterweelverbinding mogen uitbrengen en zo mogen participeren in het politieke proces. Dit referendum werd afgedwongen door burgers voor burgers en biedt de mogelijkheid aan elke Antwerpenaar om zelf, in eer en geweten, een oordeel te vellen over de Lange Wapper en de Oosterweelverbinding.
Als Antwerpenaars en als burgers willen wij hierbij dan ook protest aantekenen tegen de op 19 september gelanceerde reclamespots van BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel) op de website van Vooruit met Antwerpen en Youtube. In plaats van objectief en neutraal informatief te zijn, zitten deze reclamespots vol onnauwkeurigheden over het concurrende tunnel alternatief.
Maar, erger nog, in deze spots worden subjectieve en manipulatieve uitspraken gebruikt om Antwerpenaars ertoe te bewegen toch vooral een stem pro Oosterweelverbinding uit te brengen. We vermelden hier enkel de meest flagrante, manipulatieve beweringen die Antwerpenaars emotioneel onder druk zetten om ja te stemmen op het referendum: zo stelt het filmpje "Leefbaarheid" dwingend (maar onbewijsbaar) dat de Oosterweelverbinding met Lange Wapper viaduct een absoluut noodzakelijke schakel is in een ketting van stadsvernieuwingen die anders uit elkaar valt en mogelijk anders niet zullen gebeuren. Zo stelt het filmpje "Werken" dat we straks allemaal werkloos op straat zullen staan als we niet pro Lange Wapper stemmen. Deze beweringen vallen niet meer of niet minder dan onder de categorie "emotionele chantage."
Als burgers die geloven in democratie en open politieke argumentatie, die transparant is voor alle burgers, vinden wij deze reclametactieken en foutieve informatie in strijd met de wetgeving op de openbaarheid van bestuur in België van 11 april 1994. Deze wet erkent dat de Belgische en Vlaamse overheid ten dienste van de bevolking werkt en daarom ook doorzichtig, neutraal en efficiënt naar de bevolking toe dient te communiceren. België is hieraan verder ook gebonden door internationale wetgeving (verdrag van Aarhus van 1998 en de Europese richtlijn 2003/4/EG (28 januari 2003)), die regelt hoe de overheid naar de burger toe dient te communiceren.
Wij willen u er hierbij aan herinneren dat de BAM in wezen een overheidsorgaan, een communicatie-instrument van de Vlaamse regering is. De BAM is geen privéfirma die haar product 'chocolade' aanprijst, maar een overheidsorgaan gebonden aan de wetgeving over correcte, transparante en objectieve communicatie, zoals verankerd in de hierboven vermelde wetgeving.
Als burgers laken wij dan ook de onnauwkeurigheden in deze presentaties en de emotionele druk die in de BAM spots uitgeoefend wordt. Dit is geen objectieve communicatie, maar een duidelijke poging om de mening van Antwerpenaren te beïnvloeden en hen ertoe te bewegen ja te stemmen. Hierdoor komen de vrijheid en politieke rechten van de Antwerpse burger ernstig in het gedrang.
Wij eisen dan ook dat deze misleidende spots onmiddellijk verwijderd worden en vervangen door objectieve, neutrale communicatie en informatie over de Oosterweelverbinding en het alternatieve ARUP/SUM tunnel tracé.
Hoogachtend,
Dr. Bea Hanssen, doctor in de letteren, Antwerpen
Mede ondertekenaars:
Helena Bussers, ereconservator, Antwerpen
Tom Coupez, architect
Wilfried Delahaye, Antwerpen
Werner Govaerts, Antwerpen
Dr. Jan Lampo, historicus en auteur, Antwerpen
Luc van Moorhem, Antwerpen
Jef Nietvelt, advocaat, Kattendijk Tango, Antwerpen
Anne Provoost, auteur, Antwerpen
Prof. Matthias E. Storme, buitengewoon hoogleraar UA en KUL, advocaat.
Hubert van Lier, ere-voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, Antwerpen.
vrijdag, september 25, 2009
Maddens-doctrine bekt toch zo lekker. Tijd voor iets helemaal anders?
Een doorgedreven staatshervorming komt er pas na een uitgesproken Vlaamse frontvorming.
(verschenen in De Tijd van 25 september 2009)
Na de riante verkiezingsoverwinning van juni stapte de N-VA af van het idee van een grote onderhandelingsronde met de Franstaligen. Voorzitter Bart De Wever koos resoluut voor Vlaanderen en probeert vanuit de Vlaamse regering goed en degelijk bestuur na te streven. Dat in schril contrast met de federale overheid, die in eigen schulden dreigt te verzuipen en de komende jaren budgettaire 'hongerwinters' tegemoet gaat. De N-VA speculeerde terecht dat het niet zo lang zou duren voor de federale regering Vlaanderen zou vragen om de schulden te helpen delgen. Vlaanderen betaalt geen eurocent zonder dat het een flink pakket bevoegdheden krijgt, klonk het toen. De N-VA maakte van die 'Maddens-doctrine' haar belangrijkste campagnethema.
Intussen heeft het overlegcomité van regeringen ingestemd met het voorstel van premier Herman Van Rompuy (CD&V) voor de verdeling van de begrotingsinspanningen tot 2012. Vlaams minister van Begroting Philippe Muyters (N-VA) stelt terecht dat Vlaanderen in 2010 meer dan 90 procent van de besparingsdoelstellingen van heel België voor zijn rekening neemt. Andere regeringen doen amper een inspanning. Minister-president Kris Peeters (CD&V) beweert dat het akkoord voor Vlaanderen geen probleem is, wat diametraal ingaat tegen wat de N-VA zegt.
De Maddens-doctrine faalt, nog voor ze goed en wel is toegepast. Vlaanderen depanneert andermaal de rest van België, dat zich, blijkens de uitlatingen van PS-voozitter Elio Di Rupo, opmaakt voor een nieuw rondje potverteren.
handpop
Na de verkiezingsoverwinning van 8 juni riep De Wever luid: 'De federale uier is leeg en toch blijven de Franstaligen eraan trekken. Wat ons betreft is het genoeg: geen druppel meer. Het is tijd voor een assertief Vlaanderen. Dan zullen we zien wie vragende partij is voor een hervorming van ons land.' Dat is nu wel even anders.
Van de assertieve Vlaamse politiek blijft niet veel over. De indruk ontstaat dat De Wever zich als handpop van Peeters heeft laten gebruiken om de Vlaamse regering op de rails te krijgen. De Wever werd de sterkhouder van de regeringsvorming en de assertieve Vlaamse strategie. Alleen stond daarvan weinig tot niets te lezen in het Vlaams regeerakkoord, op wat maatregelen in Brussel en de Vlaamse Rand na. 'Een kwestie van ons niet vast te pinnen op een strakke agenda,' heette het. Blijkbaar is niet iedereen in de Vlaamse regering doordrongen van die assertieve Vlaamse strategie.
B-luik
Stilaan wordt duidelijk dat het met de Maddens-doctrine 'wachten op Godot' wordt. Dit is gewoon het B-luik van het participationisme dat ons ooit het onzalige Egmontpact opleverde. Kris Peeters is vast niet van plan het federale niveau - waar zijn eigen partijgenoot de scepter zwaait - zwaar onder druk te zetten. CD&V is nog minder van plan de Wetstraat 16 op te geven. Wanneer het op communautaire onderhandelingen aankomt, is de kans klein dat aan Vlaamse kant het spel hard wordt gespeeld.
Nochtans hintte Bart Maddens na de verkiezingen op een ander scenario: 'De Vlaams-nationalistische partijen behalen een monsterscore. Vlaams Belang en de N-VA halen samen 28,4 procent. Als we de stemmen voor SLP en LDD meetellen, krijgen we een nooit geziene score van 37,1 procent voor uitgesproken Vlaamse partijen. Nog nooit waren er zo veel Vlaamsgezinde stemmen.' Dat zal wel, maar ondertussen wordt dat Vlaams Belang vrolijk verder gedemoniseerd door de politieke concurrentie, speciaal door de N-VA in zijn recente electorale retoriek.
Een staatshervorming komt er pas als er een uitgesproken Vlaamse frontvorming is. De N-VA moet resoluut kiezen voor een brede Vlaamse alliantie. In Vlaanderen is zo'n front 'incontournable'. Het kan dan vragen België onder curatele te plaatsen om orde op zaken te stellen in het budgettaire en staatkundige huishouden. Lukt dat niet, dan ligt de weg open naar een eigen republikeins project, losgeweekt uit de Belgische chaos, en op zoek naar een eigen plaats in Europa. Een brug te ver voor de traditionele partijen, maar van de starre tradities, het institutionele conservatisme en de partijlogica's, baalt een ruime meerderheid van de Vlamingen.
De Maddens-doctrine bekt lekker, maar winnen doe je met daden, nooit met woorden.
Ludo Abicht, Julien Borremans, Frans Crols, Koenraad Elst, Johan Sanctorum, Matthias Storme en Jef Turf zijn kernleden van de Vlaams-republikeinse denkgroep Res Publica.
(verschenen in De Tijd van 25 september 2009)
Na de riante verkiezingsoverwinning van juni stapte de N-VA af van het idee van een grote onderhandelingsronde met de Franstaligen. Voorzitter Bart De Wever koos resoluut voor Vlaanderen en probeert vanuit de Vlaamse regering goed en degelijk bestuur na te streven. Dat in schril contrast met de federale overheid, die in eigen schulden dreigt te verzuipen en de komende jaren budgettaire 'hongerwinters' tegemoet gaat. De N-VA speculeerde terecht dat het niet zo lang zou duren voor de federale regering Vlaanderen zou vragen om de schulden te helpen delgen. Vlaanderen betaalt geen eurocent zonder dat het een flink pakket bevoegdheden krijgt, klonk het toen. De N-VA maakte van die 'Maddens-doctrine' haar belangrijkste campagnethema.
Intussen heeft het overlegcomité van regeringen ingestemd met het voorstel van premier Herman Van Rompuy (CD&V) voor de verdeling van de begrotingsinspanningen tot 2012. Vlaams minister van Begroting Philippe Muyters (N-VA) stelt terecht dat Vlaanderen in 2010 meer dan 90 procent van de besparingsdoelstellingen van heel België voor zijn rekening neemt. Andere regeringen doen amper een inspanning. Minister-president Kris Peeters (CD&V) beweert dat het akkoord voor Vlaanderen geen probleem is, wat diametraal ingaat tegen wat de N-VA zegt.
De Maddens-doctrine faalt, nog voor ze goed en wel is toegepast. Vlaanderen depanneert andermaal de rest van België, dat zich, blijkens de uitlatingen van PS-voozitter Elio Di Rupo, opmaakt voor een nieuw rondje potverteren.
handpop
Na de verkiezingsoverwinning van 8 juni riep De Wever luid: 'De federale uier is leeg en toch blijven de Franstaligen eraan trekken. Wat ons betreft is het genoeg: geen druppel meer. Het is tijd voor een assertief Vlaanderen. Dan zullen we zien wie vragende partij is voor een hervorming van ons land.' Dat is nu wel even anders.
Van de assertieve Vlaamse politiek blijft niet veel over. De indruk ontstaat dat De Wever zich als handpop van Peeters heeft laten gebruiken om de Vlaamse regering op de rails te krijgen. De Wever werd de sterkhouder van de regeringsvorming en de assertieve Vlaamse strategie. Alleen stond daarvan weinig tot niets te lezen in het Vlaams regeerakkoord, op wat maatregelen in Brussel en de Vlaamse Rand na. 'Een kwestie van ons niet vast te pinnen op een strakke agenda,' heette het. Blijkbaar is niet iedereen in de Vlaamse regering doordrongen van die assertieve Vlaamse strategie.
B-luik
Stilaan wordt duidelijk dat het met de Maddens-doctrine 'wachten op Godot' wordt. Dit is gewoon het B-luik van het participationisme dat ons ooit het onzalige Egmontpact opleverde. Kris Peeters is vast niet van plan het federale niveau - waar zijn eigen partijgenoot de scepter zwaait - zwaar onder druk te zetten. CD&V is nog minder van plan de Wetstraat 16 op te geven. Wanneer het op communautaire onderhandelingen aankomt, is de kans klein dat aan Vlaamse kant het spel hard wordt gespeeld.
Nochtans hintte Bart Maddens na de verkiezingen op een ander scenario: 'De Vlaams-nationalistische partijen behalen een monsterscore. Vlaams Belang en de N-VA halen samen 28,4 procent. Als we de stemmen voor SLP en LDD meetellen, krijgen we een nooit geziene score van 37,1 procent voor uitgesproken Vlaamse partijen. Nog nooit waren er zo veel Vlaamsgezinde stemmen.' Dat zal wel, maar ondertussen wordt dat Vlaams Belang vrolijk verder gedemoniseerd door de politieke concurrentie, speciaal door de N-VA in zijn recente electorale retoriek.
Een staatshervorming komt er pas als er een uitgesproken Vlaamse frontvorming is. De N-VA moet resoluut kiezen voor een brede Vlaamse alliantie. In Vlaanderen is zo'n front 'incontournable'. Het kan dan vragen België onder curatele te plaatsen om orde op zaken te stellen in het budgettaire en staatkundige huishouden. Lukt dat niet, dan ligt de weg open naar een eigen republikeins project, losgeweekt uit de Belgische chaos, en op zoek naar een eigen plaats in Europa. Een brug te ver voor de traditionele partijen, maar van de starre tradities, het institutionele conservatisme en de partijlogica's, baalt een ruime meerderheid van de Vlamingen.
De Maddens-doctrine bekt lekker, maar winnen doe je met daden, nooit met woorden.
Ludo Abicht, Julien Borremans, Frans Crols, Koenraad Elst, Johan Sanctorum, Matthias Storme en Jef Turf zijn kernleden van de Vlaams-republikeinse denkgroep Res Publica.
donderdag, september 24, 2009
Matthias Storme in Meervoud: begrotingstekort, Maddens, B-H-V, Doel en Lissabon
Interview met Matthias Storme door Bernard Daelemans in Meervoud (2009) nr. 149 p. 4-10.
Jaren terug was Matthias Storme erg actief in de Vlaamse beweging als voorzitter van het Overlegcentrum vanVlaamse Verenigingen dat toen onder meer grote meetings voor Vlaamse onafhankelijkheid organiseerde. Later vonden we hem terug bij de N-VA waar hij slechts korte tijd in het partijbestuur hoorde, omdat hij zich tot politiek niet correcte uitspraken had laten verleiden in verband met de veroordeling van het Vlaams Blok wegens racisme. De hoogleraar in de rechten hield de partijpolitiek voor bekeken en heeft vandaag slechts een beperkt aantal bestuursmandaten, vooral op lokaal vlak, bij niet partijpolitieke verenigingen (1). Maar hij blijft een uitgesproken bewogenheid ten toon spreiden over de Vlaamse emancipatiestrijd. Meervoud overliep met hem de actuele politieke dossiers, van het federale begrotingstekort, over de Maddens-doctrine en de Vlaamse regering, over B-H-V, de kwestie Doel, tot en met de Lange Wapper en het Verdrag van Lissabon.
- Ten tijde van de diepe regimecrisis van 2007-2008 stelde u dat het niet erg was om geen regering te hebben en dat daar een kans lag voor het parlement om zijn macht te herstellen. Hoe bedoelt u dat?
Matthias Storme: Of het in de praktijk niet erg is, kun je niet met zekerheid zeggen, maar het zou niet erg mogen zijn. Als je democratisch stelsel volwassen genoeg is en je hebt een goed functionerend ambtenarenapparaat en een goed functionerend parlement, dan kan je rustig een hele tijd zonder effectieve regering, volgens mij. Ons ambtenarenapparaat valt nog wel mee, zeker op Vlaams niveau, maar het parlement is volgens mij problematisch. De parlementsleden zijn totaal onmondig geworden. Ze zijn totaal bevoogd. Ze zijn niet in staat om hun eigen bevoegdheden nog uit te oefenen. Dat geldt zowel op federaal als op Vlaams niveau. Er zijn massa’s gevallen waarbij het parlement de regering smeekt om wetten te maken (2). Dat is de wereld op zijn kop. De essentie van ons grondwettelijk bestel is dat het parlement de wetten maakt en de regering moet ze uitvoeren. Maar daar is men niet meer toe in staat.
Je kan onderscheid maken tussen twee modellen van besluitvorming, en wij worden gedomineerd door het model van besluitvorming achter gesloten deuren. De besluitvorming in de openbaarheid is er alleen nog voor de show. Er zijn verschillende types politici. Politici die een vrij lange parlementaire carrière hebben, waarbij ze verplicht zijn om in de openbaarheid te argumenten, zijn meer democratische, ook in de regering, dan degenen die uit kabinetten, uit sociale organisaties komen waar de besluitvorming altijd achter gesloten deuren plaatsvindt. Dat is geen kwestie van compromisbereidheid of niet. Ook in het parlement moet je compromissen sluiten, maar ze worden in het openbaar gesloten. Jean-Luc Dehaene, Kris Peeters zijn twee voorbeelden van politici van het tweede type. Ik denk dat dat de kwaliteit van onze democratie sterk benadeelt.
Er worden ook nogal wat misverstanden gecreëerd over de bevoegdheden van een regering van lopende zaken. Men doet alsof een regering in lopende zaken niets zou kunnen doen. Nog erger: men doet alsof een parlement niets zou kunnen doen met een regering van lopende zaken. Dat is compleet absurd: een parlement dat verkozen is heeft volheid van bevoegdheid, of er nu een regering is of niet. Maar men wil dat niet. Een regering van lopende zaken kan ook redelijk wat doen onder controle van het parlement.
- Dus een regering van lopende zaken kan dingen uitvoeren waarvoor ze van het parlement een mandaat krijgt.
Evident! Alles wat het parlement opdraagt aan een regering – van lopende zaken of niet – daartoe heeft die regering de bevoegdheid en zelfs de plicht om dat te doen. Er is één discussiepunt. Ons politiek bestel heeft als onderbouw dat er algemene regels zijn op basis waarvan concrete beslissingen genomen worden (3). Op grond van die gedachte kan je concluderen dat het parlement niet de bevoegdheid heeft om individuele beslissingen te nemen. Onze Grondwet voorziet wel in een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld naturalisaties. Nu, in werkelijkheid blijft er van dat model nauwelijks iets over. De regering neemt massa’s regels aan en het parlement grijpt in in individuele beslissingen. Individuele beslissingen over grote infrastructuurprojecten die bij wet worden bepaald zijn legio. Maar als men vasthoudt aan die gedachte, kan men wel stellen dat er een probleem is als er geen regering is omdat je dan geen benoemingen kan doen. Dat is typisch een individuele beslissing. Maar afgezien daarvan is er toch heel wat dat het parlement vermag.
- Het parlement heeft in de regeringsloze periode wel één wet goedgekeurd, namelijk aangaande de splitsing van de kieskring B-H-V.
Ja, die wet is in commissie gestemd, maar je ziet waar we nu staan. Met de hele caroussel van bevoegdheidsconflicten, die alleen maar kan draaien omdat de Vlaamse meerderheidspartijen wil dat hij draait. Volgens mij is het circus van de bevoegdheidsconflicten ongrondwettig (4). In het verleden is het nooit zo geïnterpreteerd dat men achtereenvolgens belangenconflicten kan inroepen. Ik heb het nagegaan. Het is al voorgekomen dat tegen eenzelfde beslissing verschillende bevoegdheidsconflicten werden ingediend, maar die zijn steeds tegelijkertijd neergelegd (5). Wat er nu gebeurt is puur misbruik van het mechanisme. De termijnen worden dan nog flink opgerokken: ze worden telkenmale driemaal zo lang uitgesponnen dan wettelijk voorzien.
- Hebt u daar dan geen procedure tegen gevoerd?
Ja, bij het Grondwettelijk Hof, maar dat heeft zich in deze onbevoegd verklaard omdat ze zeggen dat een motie van belangenconflict geen rechtsnorm is (6). Maar het Grondwettelijk Hof heeft wel reeds andere beslissingen van parlementen, die ook niet de vorm van een wet hadden getoetst. Toen achtten ze zich wel bevoegd.
- We hebben dan toch een ‘volwaardige’ federale regering gekregen, want de financiële crisis moest aangepakt worden. Is de regering daarin geslaagd, volgens u?
Ik voel me niet deskundig om over de financiële crisis stricto sensu iets te zeggen, maar we hebben natuurlijk een reusachtig probleem met de overheidsfinanciering, met de financieringswet, met de verantwoordelijkheid van de federale overheid en de deelstaten. De deelstaten zijn overgefinancierd, ze krijgen teveel geld. De federale overheid is arm. Dat is voor een deel juist. Maar hoewel de deelstaten overgefinancierd zijn, slaagt men er aan Franstalige kant nog niet eens in om een begrotingsevenwicht te hebben. Niet nu, maar ook de voorbije jaren niet. Dat is een serieus probleem. Ten tweede geeft de federale regering, die zo arm is, nog altijd heel veel geld uit op domeinen waarvoor ze zelfs niet eens bevoegd is, zoals het grotestedenbeleid, preventieve gezondheidszorg, duidelijk bevoegdheden van de deelstaten, waar de federale overheid zijn bevoegdheid te buiten gaat. Als men gewoon al die uitgaven zou schrappen en de deelstaten zou zeggen: neem uw verantwoordelijkheid, dan heeft men al een stukje doorgeschoven. Er zijn ook een paar perverse effecten in de bevoegdheidsverdeling. Bijvoorbeeld de pensioenen van de ambtenaren van de deelstaten worden betaald door de federale overheid. Men heeft dat zo gewild omdat men aan de unitaire sociale zekerheid niet wilde raken, maar dat is pervers: want dat geeft de deelstaten de kans om meer ambtenaren te benoemen op kosten van de federale overheid. Er zijn dus heel wat problemen, maar geen politieke wil om er iets aan te doen. Dit zal het federale begrotingstekort natuurlijk niet volledig oplossen, maar waarom daar al niet mee beginnen?
- De regering-Van Rompuy heeft nu toch al het dispuut over de asielproblematiek opgelost…
Dit is natuurlijk totaal onverantwoord. Elke regularisatie trekt altijd weer massa’s nieuwe illegale migranten aan. We zitten met een heel ernstig integratieprobleem in dit land. Ik zeg niet dat die niet oplosbaar zijn. Omzeggens iedereen is integreerbaar, maar niet in gelijk welke hoeveelheid. Als je natuurlijk de kraan niet kan dichtdraaien, dan kan je niet dweilen. Het is perfect mogelijk om zelfs relatief grote groepen nieuwkomers te integreren, maar dat is niet mogelijk zolang de deur open blijft.
- In wiens belang is het dan om de deur open te laten staan? Waarom maken de Franstaligen daar een strijdpunt van?
Het is misschien overdreven om het zo te stellen, maar ik heb toch de indruk dat er inderdaad een zelfvernietigend schouwspel aan de gang is: ‘als wij (de Franstaligen) het niet kunnen halen, dan moeten die anderen ook maar kapot. Als wij de macht niet meer hebben in België, laat ons er dan voor zorgen dat de Vlamingen ook niets meer te zeggen hebben in hun eigen land’. En het is natuurlijk een vorm van clientelisme. Je hebt partijen die menen dat ze daardoor hun machtspositie gaan versterken. Bij de PS is dat ook duidelijk gelukt natuurlijk. Zonder de massale migratie zou de PS een heel stuk verder teruggevallen zijn.
- Hoe komt het dat ze juist de migranten aan zich kunnen binden en niet meer de autochtonen?
Omdat natuurlijk de socialisten een verhaal brengen van wij beloven op kosten van anderen. Mensen die niet veel te verliezen hebben zijn gebaat bij een politiek van wij delen uit op kosten van anderen. De dag dat mensen daar iets bij te verliezen verandert dat. Je ziet dat bij een deel van de Turkse middenstand die wel economisch goed geïntegreerd is (maar cultureel alles behalve denk ik), die vrij stevige eigenaars zijn geworden, die keren zich op dat ogenblik af van het socialisme. Socialisten hebben er belang bij dat er steeds nieuwe massa’s zijn. Maar ik verdenk er ook sommige kapitalisten van dat ze er belang bij hebben dat er altijd nieuwe, goedkope arbeidskrachten ingevoerd worden. Het lijkt wel een duivelspact. Het is niet voor niets dat een deel van de economische grootmachten (organisaties) pleiten voor migratie. Anders zijn ze verplicht zich aan te passen aan de situatie in een land. Met grote migratie kan men blijvend goedkope arbeidskrachten aantrekken. Toch denk ik dat de effecten daarvan nefast zijn, op termijn ook voor de economie. Het is allemaal korte termijn denken.
- Nog een probleem dat de regering Van Rompuy voornemens is om op te lossen voor het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie een aanvang neemt, is ‘B-H-V’.
Er is maar één oplossing: de splitsing stemmen. Al het andere is een fundamentele inbreuk op ons grondwettelijk bestel. De achtergrond van de ongrondwettigheid van B-H-V is vrij duidelijk (7). Wat sommigen ook mogen beweren: het is heel duidelijk dat de bestaande kieskring op eenzijdige manier inbreuk pleegt op de basisindeling van België in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen. Je moet maar de artikels 1, 2, 3 en 4 van onze grondwet lezen. Daarover gaat het. De procedure die ik heb gevoerd en die tot het arrest van het Grondwettelijk hof heeft geleid, was opgebouwd rond dat argument: de indeling van het land in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen wordt op een eenzijdige, discriminerende manier doorkruist door de gewestgrensoverschrijdende kieskring. We hebben nooit beweerd dat een gewestgrensoverschrijdende kieskring noodzakelijk ongrondwettig was, maar wel een eenzijdig gewestgrensoverschrijdende kieskring. Het argument dat er faciliteitengemeenten zijn in Vlaams-Brabant is geen tegenargument als je ook in aanmerking neemt dat er ook faciliteiten zijn in bepaalde gemeenten in Henegouwen: Edingen, Vloesberg, Moeskroen, Komen. Dan zou je die mensen dezelfde rechten moeten toekennen. Niet dat ik vind dat dit de juiste piste is. Ik stel alleen dat met betrekking tot de kiesomschrijving bepaalde faciliteiten slechts denkbaar zijn in Vlaams-Brabant indien dit op basis van wederkerigheid gebeurt.
Ik weet natuurlijk niet welke koehandel men van plan is op te zetten, maar ik denk dat de Vlamingen daar echt moeten zeggen : dit gaat enkel over de uitvoering van een arrest en niets anders.
- Een federale kieskring dan?
Een federale kieskring vergt een wijziging van de grondwet. Voorts heb ik er niet zoveel schrik van, maar ik vind het wel totale nonsens. Trouwens, de voorstellen die er zijn voor een federale kieskring, zijn natuurlijk contradictorisch. Men wil zogezegd een federale kieskring om de Belgische natie in zijn geheel de kans te geven om een beperkt aantal mensen ‘nationaal’ in de oude betekenis te kiezen, maar men gaat wel op voorhand vastleggen hoeveel Nederlandstaligen en Franstaligen er verkozen zijn. Dat is natuurlijk bedrog! Dat is geen federale kieskring. Bovendien - ik heb het onderzocht: een federale kieskring bestaat in geen enkel federaal land, behalve in Irak (8). Als dat het voorbeeld is waaraan we ons willen spiegelen? Het bestaat nergens, ook niet in Amerika.
- Over naar het Vlaamse niveau: de Vlaamse regering, zegt men, wordt geïnspireerd door de Maddens-doctrine. Is dat een gunstige evolutie?
Ik heb er nog niet veel van gemerkt, maar natuurlijk : we zijn nog maar begin september. De Maddens-doctrine, als ze ernstig effectief wordt uitgevoerd is het proberen waard, maar ik heb er mijn twijfels over of men daartoe bereid is. Uitvoering van de Maddens-doctrine zou op zijn minst betekenen dat men alle middelen inzet tegen de federale begroting. Te beginnen met een belangenconflict. De federale begroting bevat al jaren uitgaven die tot de bevoegdheid van de gewesten en gemeenschappen behoren. Het allereerste wat men dus moet doen is de federale begroting saboteren. Als men daartoe bereid is, dan kunnen we au sérieux nemen dat de Vlaamse regering de Maddens-doctrine effectief wil toepassen. Dat zal, denk ik, de eerste test zijn om de ernst vast te stellen waarmee de Vlaamse regering de eigen doctrine trouw is die ze beweert aan te hangen.
- Dat komt dan neer op het onder curatele stellen van de federale staat, zoals Bart De Wever zich in een onbewaakt moment heeft laten ontvallen?
Dat is nog niet eens de federale staat onder curatele stellen. Dat is alleen maar de bevoegdheidsoverschrijdingen van de federale staat stoppen. Gewoon de wet toepassen.
- Kris Peeters zei dat er geen euro van Vlaanderen mag dienen om de federale begroting op te smukken.
Daar moet het argument zijn: wij zijn bereid om bij te dragen tot de vermindering van het federale begrotingstekort door ons meer bevoegdheden te geven, zonder dat daar evenredige bedragen mee overgeheveld worden. Ten eerste: stop met het besteden van middelen op domeinen die niet tot de federale bevoegdheid behoren; ten tweede geef ons nieuwe bevoegdheden en we zijn bereid die over te nemen met een korting op de bestaande uitgaven daarvoor.
- Zijn er eigenlijk alternatieven voorhanden voor de Maddens-doctrine?
De Maddens-doctrine is natuurlijk geen definitieve oplossing. Het kan niet de bedoeling zijn om het te houden bij de bestaande bevoegdheidsverdeling. Het is de bedoeling om de bevoegdheden van Vlaanderen drastisch te verhogen.
- Intussen is de Vlaamse beweging een beetje wakker geschud door de uitlatingen van Frans Crols op de Ijzerwake in verband met Brussel.
Die zijn op zijn minst een ernstig debat waard…
- Het debat is al jaren geblokkeerd uit angst om knopen door te hakken in de ene of de andere zin.
Dat is juist. Crols heeft luidop gezegd wat heel wat mensen misschien niet als een definitieve mening hebben, maar waarvan vele mensen denken dat dit in de openbaarheid mag gebracht worden en dat dit een discussie waard is.
- ‘Brussel loslaten’. Is het niet de onmacht om een grotere Vlaamse ontplooiing tot stand te brengen projecteren op het probleem-Brussel?
Soms moet je ook je beperkingen inzien. Wat kunnen wij bemeesteren met steeds minder Vlamingen.
- Steeds minder Vlamingen in Brussel?
Neen steeds minder Vlamingen in Vlaanderen ook. Onze demografie is rampzalig. De bevolking blijft alleen op peil door immigratie. In Brussel is het nog rampzaliger. Je moet natuurlijk weten welke spankracht je hebt. De mentaliteit, de deugden en ondeugden van onze bevolking kennende uit de geschiedenis heb ik er ernstige twijfels bij of wij in staat zouden zijn om Vlaanderen inbegrepen Brussel Vlaams te houden. Een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als integraal bestanddeel zonder meer, is jammer genoeg nefast voor Vlaanderen. Dat kan niet functioneren. Daar hebben we niets mee gewonnen ten aanzien van de situatie in België vandaag. Dat wil niet zeggen dat we Brussel volledig moeten loslaten.
- Een condominiumstructuur wordt toch ongelofelijk ingewikkeld en weinig transparant.
De vraag is hoeveel we willen loslaten? Op korte termijn is het toch in eerste instantie de Brusselse bevolking die zichzelf zal moeten besturen. Mijn stelling is natuurlijk dat Vlaanderen de bevoegdheden die het nu heeft in Brussel niet mag loslaten: de gemeenschapsbevoegdheden niet, en evenmin de federale bevoegdheden die vandaag mee door Vlamingen beheerd worden. Het is evident dat elke regeling minstens zal moeten inhouden dat de Vlaamse gemeenschap autonoom het eigen onderwijsnet, het net van persoonsgebonden materies en instellingen zal moeten behouden en blijven besturen. Er zou dan een soort subnationaliteit of dubbele nationaliteit aan gekoppeld moeten worden. Als Crols ook dat wil loslaten, kan ik hem totaal niet volgen.
- Ik begrijp toch niet hoe 15% Franstaligen in Vlaanderen de ontplooiing van Vlaanderen zouden beletten.
Ik heb er mijn twijfels over, als men ziet hoe we in het verleden niet in geslaagd zijn om relatief kleine minderheden binnen de perken te houden, vrees ik dat dat een olievlek blijft. Een unitair Vlaanderen inclusief Brussel betekent ook dat het hele nationale niveau tweetalig zou moeten zijn. Wat heb je dan gewonnen, vergeleken bij vandaag?
- Op dat ogenblik is er toch een enorme machtsverschuiving?
Zijn wij er ooit in geslaagd om onze meerderheid te gebruiken?
- Er is toch een verschil tussen een meerderheid van 60/4O die dan nog grondwettelijk met allerlei pariteitssystemen is geblokkeerd en een unitair Vlaanderen met 15% Franstaligen.
Je gaat er nooit in slagen om dat tot stand te brengen zonder dergelijke garanties.
- Die zullen toch niet van dezelfde orde zijn als vandaag: pariteit in de Vlaamse regering met evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers?
Dat is waar. Het probleem is dat de vijandigheid vanuit Brussel en de vervreemding zo groot is. De argumenten die wij hanteren voor een splitsing van België zijn in feite ook argumenten voor een scheiding tussen Vlaanderen en Brussel. Zeggen dat Vlaanderen en Wallonië twee verschillende landen zijn met twee publieke opinies, dat er geen behoorlijk bestuur mogelijk is omdat er andere preferenties leven, en andere politieke landschappen, dat gaat allemaal ook op voor Brussel. Ook al zeggen wij, voor een deel terecht, dat Brussel economisch dichter bij Vlaanderen staat. Maar er zijn vlakken waar de verhouding tussen Brussel en Vlaanderen veel meer vergiftigd is dan met Wallonië.
- Alain Deneef, voorzitter van de Staten-Generaal van Brussel verklaarde wel op de Waalse Staten-Generaal dat ingeval België zou uiteenvallen, Brussel zeker nooit in alliantie zou willen treden met Wallonië omdat 80% van zijn economie in Vlaanderen verankerd ligt.
Brussel zou toch ook nooit voor een alliantie met Vlaanderen kiezen. De Brusselaars zijn zichzelf aan het wijsmaken dat ze zelfstandig kunnen bestaan. Als ze dat geloven, dan heb ik daar geen enkel probleem mee.
- Van de hoofdstad naar het bedreigde dorpje Doel: wat vindt u van het beleid van de Vlaamse regering?
Het wanbeleid bedoel je natuurlijk! Dat is een schoolvoorbeeld van een verhaal van bedrog. Men speculeert erop dat men door bedrog en illegaal handelen uiteindelijk zijn slag zal thuishalen. Het is een beleid van het fait accompli. We handelen onwettig, maar we doen het maar. Achteraf zal het dan wel geregulariseerd worden. Men wil het dorp weg. Men heeft nooit durven zeggen wat men allemaal van plan was. Men is begonnen in 1998 met het excuus: Doel moet weg in het belang van zijn inwoners want Doel zal onleefbaar worden als het Deurganckdok er ligt. Om dat dok aan te leggen waren er redelijke argumenten, maar we zien dat het nog steeds half leeg staat. Er zijn containerkaaien teveel in Antwerpen. Nog maar eergisteren hebben we vernomen dat PSA, de grootste goederenbehandelaar in Antwerpen twee grote containerkaaien gewoon gaat sluiten omdat er niet genoeg trafiek is(9).
Nu, dat het dorp niet kan samenleven met dat dok is een grote leugen gebleken. Dat dorp heeft perfect kunnen samenleven met het Deurganckdok. Men heeft er niet veel last van. Het blijft nog steeds een ongelofelijk mooie plaats om te wonen, ware het niet dat men het half afgebroken heeft en een verrottingspolitiek heeft gevoerd. Maar als plaats voor een dorp blijft het ondanks de haven nog steeds een perfect bewoonbare plaats. Er zijn natuurlijk mensen geweest die het zekere voor het onzekere namen en die onteigend wilden worden. Die huizen zijn door de intercommunales aangekocht, maar men heeft daarna de herbevolking gesaboteerd. Er zijn altijd massa’s kandidaten geweest die daar wilden gaan wonen. Het is daar ook heel mooi. Of beter gezegd: het was er heel mooi. Men heeft dat gesaboteerd. Men heeft de huizen bewust verkrot. Men heeft mensen weggepest. Men heeft huizen afgebroken. Allemaal, zogezegd, in hun eigen belang. Nu ook weer hoor ik de potentaten van de intercommunales verklaren: we gaan de huizen afbreken, de mensen wegjagen om ramptoerisme te voorkomen. Wat voor nonsens is dat. Het is evident: men wil het dorp weg, of men dat nu nodig heeft of niet. Want in de megalomane plannen wordt er gesteld dat er nog plaats moet zijn voor industrieterreinen, ook als er geen bijkomend Saeftingedok komt. Dat is klinkklare nonsens. Als er geen dok komt kan je perfect elders in Vlaanderen industrieterreinen hebben, zelfs op linkeroever, zonder dat het dorp weg moet. Het is een onbegrijpelijke vernielingsdrang die ik alleen maar kan verklaren uit rancune. Het is een symbooldossier: het dorp moet kapot, ook al hebben we het niet nodig, ook al verspillen we daar massa’s belastinggeld. Het is een schande hoeveel geld men daarin gestoken heeft om dat dorp kapot te maken. Het is allemaal volstrekt illegaal. Het is woongebied. Maar men speculeert erop: eerst maken we het kapot. En als dat gebeurd is schaffen we het woongebied af. Illegaal handelen loont. Dat is de hele politiek die de Vlaamse regering voert.
Een tweede element van die politiek is dat men probeert zichzelf een imago van goed bestuur aan te meten door altijd te verwijzen naar beslissingen die men zou genomen hebben, maar die niet bestaan of die anders waren. Wat Doel betreft zegt men dat men de mensen kan buitenzetten en dat men huizen mag afbreken omdat er al sinds jaren een ‘uitdovingsbeleid’ gevoerd wordt. In een rechtsstaat ligt beleid echter vast in beslissingen die een bepaalde vorm moeten hebben en die gepubliceerd moeten worden in het Staatsblad. Dan zijn ze ook aanvechtbaar voor de rechtbanken enz. Die beslissingen bestaan niet. Het ‘uitdovingsbeleid’ is niet als een formele overheidsbeslissing vastgelegd. Je kan ze dus ook niet aanvechten want ze bestaat niet. Toch wordt steeds gesteld: we hebben dit jaren geleden al beslist. Men bedriegt de mensen dus. Bovendien heeft men de inhoud in de loop der jaren gewijzigd. Men heeft destijds gesteld dat er woonrecht in Doel zou blijven zo lang er geen vergunning is afgeleverd voor de bouw van het Saeftingedok. Het was pas omwille van het Saeftingedok dat het dorp zou moeten verdwijnen. Het is evident dat er vandaag bijna niemand nog ernstig denkt aan de bouw van dat Saeftingedok, gezien de evolutie in de trafiek. En toch beroept men zich nu op dezelfde zogenaamde beleidsbeslissing om de bevolking te deporteren. Dat is puur bedrog.
- Wat is dan het perspectief?
Als men de wet respecteert moet men de huizen terug bewoonbaar maken en bewoning toelaten. Het gaat niet over het feit dat men het recht niet zou hebben om een huurder die zijn huur niet betaalt zijn contract niet zou kunnen opzeggen. Waar het hier om gaat is dat de overheid niet het recht heeft om de bestemming van de huizen te veranderen. In Brussel mag je ook van je woning geen kantoor maken zonder vergunning. Maar in Doel wordt dus de bestemming van elk van die woningen veranderd van een bewoonbare woning in een krot. Dat is een illegale wijziging van de bestemming.
- Wie zijn de eigenaars van die woningen?
Dat zijn de intercommunales. Dat zijn staten in de staat. Dat zijn lokale machtsbaronieën die van vader op zoon overgaan. Dat zijn potentaten. Mensen die regeren op een dictatoriale manier over de plaatselijke bevolking. Men kan zich dat niet voorstellen welke chantage daar wordt toegepast. We hebben het in Doel verschillende keren meegemaakt dat mensen gechanteerd geweest zijn om niet te procederen. Men dreigt de bevolking af, dat men er zal voor zorgen dat ze geen woning krijgen als ze durven te procederen, of dat ze hun job zullen verliezen. Dat zijn de praktijken van Interwaas, voorzitter: Freddy Willockx, directeur: Bart Casier. Dat zijn de praktijken van maatschappij Linkerscheldeoever, directeur Peter Deckers, zoon van Gust Deckers. Dat is de chantage waarmee de bevolking in het Waasland onder de knoet gehouden wordt. Met als argument: het is allemaal in het belang van de werkgelegenheid. Dat verschijnt niet in de media, maar dat is de realiteit.
- Is er nog hoop?
Als men behoorlijk bestuur toepast, en als men de wet toepast, is het perfect mogelijk om dat dorp morgen te herbevolken. Er is geen enkele twijfel over dat er vele Vlamingen zijn die bereid zijn in dat dorp te gaan wonen.
- Van het kleine Vlaamse dorpje naar de Europese moloch. Straks moeten de Ieren zich opnieuw uitspreken over het Verdrag van Lissabon, de variant van de Europese Grondwet. Maar behalve de Ieren hebben ook de rechters van het Duitse Grondwettelijke Hof zich over dat verdrag uitgesproken.
Het is bedroevend dat er in België bijna geen politiek Europa-debat is, dat wij compleet alles slikken. Er is bij ons geen mogelijkheid dat de bevolking zich hierover uitspreekt bij referendum. Het gaat hier over een fundamentele wijziging van ons grondwettelijk bestel door het verdrag van Lissabon. In Duitsland evenmin, maar gelukkig heeft het Duits Grondwettelijk Hof de moed gehad om te zeggen dat eerst de inspraak van het (Duitse) parlement drastisch verstevigd moet worden vooraleer het verdrag van Lissabon kan geratificeerd worden. Dat arrest is een pareltje (10). Hier zijn de beste magistraten van Europa aan het werk geweest. Met een ijzeren logica stellen ze het democratisch deficit en de misbruiken aan de kaak. Ze zeggen dat er een enorme kloof bestaat in Europa tussen de democratische legitimatie en de macht. Het Europees parlement is niet in staat om dat op te vangen want er is geen Europees volk, geen Europese publieke opinie. De democratische legitimiteit van Europa kan alleen berusten op de effectieve inspraak van de nationale parlementen en de nationale bevolkingen. En die is er niet, behalve voor een stukje in Denemarken, ook een beetje in Oostenrijk en nu ook een klein beetje in Duitsland dank zij dit arrest van het Grondwettelijk Hof. Bij ons is het in elk geval nul.
Een tweede zaak is dat het Duitse Grondwettelijk Hof zegt dat voor een heel aantal domeinen het zwaartepunt van de besluitvorming moet blijven liggen bij de staten omdat dat de enige zijn die democratisch gelegitimeerd zijn. Alles wat te maken heeft met nationaliteitswetgeving, met justitie... Op dit ogenblik hebben we te maken met een zeer zware uitholling van de nationale bevoegdheid inzake het strafrecht. Er worden via kaderbesluiten door de Europese Unie massaal verplichtingen opgelegd aan de lidstaten, inzake strafrechtelijk beleid, vervolgingen, die compleet ingaan tegen onze grondwettelijke vrijheden. Ons Grondwettelijk Hof heeft één keer gedurfd om in te gaan tegen Europa wat betreft het beroepsgeheim van de advocaat(11). Maar wat het aanhoudingsmandaat betreft, heeft men dat niet gedurfd (12).
- In welk opzicht worden de grondwettelijke vrijheden uitgehold door die Europese kaderwetten.
Bijvoorbeeld de strafbaarstelling van discriminatie en vrije meningsuiting wat dat betreft en het Europees aanhoudingsmandaat zijn daar sprekende voorbeelden van. Dat leidt tot hallucinante toestanden. Mensen worden uitgeleverd en moeten in voorhechtenis zitten in een ander land waarvan ze de taal niet kennen. En dat gaat om futiele misdrijven, zelfs als ze zouden begaan zijn. Mensen worden bij verstek veroordeeld voor drugsbezit bijvoorbeeld. Dat systeem is uitgedacht voor de zwaarste criminaliteit, maar als men ziet wat men onder ‘zware criminaliteit’ begrijpt? Discriminerende uitlatingen wordt als topcriminaliteit behandeld. In Engeland is daar nu heel veel weerstand tegen. Er zijn Britten uitgeleverd aan Frankrijk, aan Griekenland, aan Polen. Men houdt de fictie op, uit respect voor de gelijkwaardigheid van de lidstaten, dat de justitie in alle landen van de Unie even goed functioneert. Ten eerste is dat niet waar, maar zelfs als het waar was ten aanzien van de eigen burgers, een buitenlander die in een procedure verzeild geraakt in een land waarvan hij de taal niet kent, het rechtssysteem niet kent, de advocaten niet kent, die bevindt zich in een totaal verzwakte positie. Ik vind de uitlevering van eigen burgers onaanvaardbaar. Het gebeurt zelfs dat men uitgeleverd wordt naar landen waar de feiten zich niet hebben voorgedaan. Spanje vraagt de uitlevering van Basken ook voor feiten die zich niet in Spanje maar elders in Europa hebben voorgedaan. Dit kan dus niet.
- Ik hoorde u daareven een lans breken voor een referendum over zaken als de Europese grondwet. Bent u voorstander van directe democratie?
Ik denk dat we dringend een scheut directe democratie nodig hebben, maar op een ernstige manier. Dat betekent dat vragen in een volksraadpleging bepaald worden door degenen die de handtekeningen verzameld hebben, en niet door de meerderheid die aan de macht is. Tot op zekere hoogte moet er ook een bindend referendum mogelijk zijn. Er moet een correctiemogelijkheid zijn, zoals dat in Zwitserland bestaat. Daar is het zo dat wanneer een vraag wordt voorgelegd op volksinitiatief, de overheid het recht om een tegenvraag te stellen. Dat systeem is nuttig, wanneer je een keer ja en een keer neen kan stemmen of zelfs twee keer ja en twee keer neen. Dat zou in Antwerpen een oplossing geweest zijn. Dat wil men echter niet, omdat men de handen wil vrij hebben om na een referendum zijn goesting te doen.
- Wat Antwerpen betreft, in hoeverre is het aanvaardbaar dat de Antwerpenaren alléén een stem krijgen over een infrastructuurproject dat in functie staat van de mobiliteit in heel Vlaanderen?
Een referendum kan alleen bindend zijn indien het geplaatst wordt op een niveau dat daar de bevoegdheid toe heeft. Indien een vergunning mag uitgereikt worden door de stad Antwerpen, dan is een Antwerps referendum volgens mij verantwoord. Hier gaat het slechts om een advies dat de stad zal uitbrengen, omdat het uiteindelijk niet de stad is die de bouwvergunning mag uitreiken. Als je over de uiteindelijke beslissing een referendum wil organiseren op de correcte manier, dan zou je het inderdaad in heel Vlaanderen moeten doen.
- Ziet u nog domeinen waar referenda de democratie kunnen opwaarderen?
Op heel veel vlakken maar je moet concrete vragen stellen. Dat vergt ook dat de burgers opgevoed worden. We zijn het natuurlijk verleerd om een mening te vormen over concrete vragen.We mogen nog alleen onze mening vormen over de perceptie van personen. Over de glamour en de sympathie voor mensen. Dat is ongevaarlijk. Maar als de burgers een mening hebben over concrete punten waarover beslissingen moeten genomen worden dan is dat blijkbaar voor het politiek systeem gevaarlijk.
(1) Bestuurslid Vlaanderen-Europa en Orde van de Vlaamse Leeuw – lokale besturen vlaamse verenigingen in Gent
(2) Zie http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/de-onzin-van-de-resolutie-over-de.html
(3) Zie http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html
(4) Belangenconflict Waals Parlement abusief en onwettig, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/belangenconflict-waals-parlement.html.
(5) Wanneer meerdere parlementen een belangenconflict willen inroepen moeten zij dat tijdens dezelfde termijn doen. Dit is de grondwettelijke praktijk, zoals zij werd nageleefd in het verleden, d.w.z. in de zittijden voorafgaand aan de verkiezingen van 2007. Samen met de belangenconflicten ingeroepen tegen een voorstel van interpretatief decreet in het Vlaams Parlement betreffende de schoolinspectie in de faciliteitengemeenten is het BHV- belangenconflict het enige waarbij een parlement een belangenconflict heeft ingeroepen tegen eenzelfde voorstel nadat de behandeling van een belangenconflict tegen hetzelfde voorstel door een ander parlement was beëindigd. In het zeldzame geval waarin meerdere parlementen een belangenconflict inriepen tegen eenzelfde voorstel is in het verleden het tweede belangenconflict ingeroepen binnen de eerste periode van 60 dagen en had het overleg gezamenlijk plaats met alle betrokken parlementen. Zie met name de belangenconflicten tegen het ontwerp wetsvoorstel betreffende de Vlaamse Wooncode, waar de moties van belangenconflict het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Waals Parlement elkaar onmiddellijk opvolgden (2 mei 2006, en 10 mei 2006 en vervolgens 5 juli 2006 en 12 juli 2006) en een gezamenlijk overleg plaatsvond in de Gemengde Overlegcommissie op 4 september 2006 (zie Stukken Senaat 2006-2007, nr. 3-1853/1).
(6) Arrest nr. 131/2009, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2009/2009-131n.pdf
(7) Zie mijn "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html en het vervolg "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(8)" Dewael's bedrieglijke rechtsvergelijking", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/dewaels-bedrieglijke-rechtsvergelijking.html
(9) Mottenballenplan voor Antwerpse containerkaaien, de Standaard 3 september 2009, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=UR2EG4IG
(10) Lissabon-Urteil, Bundesverfassungsgericht 30 juni 2009, http://www.bundesverfassungsgericht.de/entscheidungen/es20090630_2bve000208.html
(11) Arrest 10/2008, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2008/2008-010n.pdf
(12) Arrest 128/2007 van het Grondwettelijk Hof van 10 oktober 2007, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2007/2007-128n.pdf. Het Hof gaat daarin nogal kort door de bocht door te stellen dat de motivering van het HJEG inzake de geldigheid van het kaderbesluit mutatis mutandis ook geldt ten aanzien van de Belgische omzettingswet van 19 december 2003, omdat het HJEG had geantwoord dat de kritiek op het Kaderbesluit tegen de verkeerde wetgever was gericht en de aangevoerde discriminatie een gevolg was van de wijze van omzetting in het Belgische recht. Ook het HJEG ging daarbij kort door de bocht: het weigerde het kaderbesluit te toetsen aan het legaliteitsbeginsel in strafzaken (i.h.b. de afschaffing van de dubbele strafbaarstelling), omdat het Kaderbesluit zelf geen strafbaarstellingen zou inhouden, maar "vergat" in overweging te nemen dat het inzake uitlevering voor bepaalde misdrijven wel de afschaffing van het vereiste van dubbele incriminatie oplegt aan de lidstaten.
Jaren terug was Matthias Storme erg actief in de Vlaamse beweging als voorzitter van het Overlegcentrum vanVlaamse Verenigingen dat toen onder meer grote meetings voor Vlaamse onafhankelijkheid organiseerde. Later vonden we hem terug bij de N-VA waar hij slechts korte tijd in het partijbestuur hoorde, omdat hij zich tot politiek niet correcte uitspraken had laten verleiden in verband met de veroordeling van het Vlaams Blok wegens racisme. De hoogleraar in de rechten hield de partijpolitiek voor bekeken en heeft vandaag slechts een beperkt aantal bestuursmandaten, vooral op lokaal vlak, bij niet partijpolitieke verenigingen (1). Maar hij blijft een uitgesproken bewogenheid ten toon spreiden over de Vlaamse emancipatiestrijd. Meervoud overliep met hem de actuele politieke dossiers, van het federale begrotingstekort, over de Maddens-doctrine en de Vlaamse regering, over B-H-V, de kwestie Doel, tot en met de Lange Wapper en het Verdrag van Lissabon.
- Ten tijde van de diepe regimecrisis van 2007-2008 stelde u dat het niet erg was om geen regering te hebben en dat daar een kans lag voor het parlement om zijn macht te herstellen. Hoe bedoelt u dat?
Matthias Storme: Of het in de praktijk niet erg is, kun je niet met zekerheid zeggen, maar het zou niet erg mogen zijn. Als je democratisch stelsel volwassen genoeg is en je hebt een goed functionerend ambtenarenapparaat en een goed functionerend parlement, dan kan je rustig een hele tijd zonder effectieve regering, volgens mij. Ons ambtenarenapparaat valt nog wel mee, zeker op Vlaams niveau, maar het parlement is volgens mij problematisch. De parlementsleden zijn totaal onmondig geworden. Ze zijn totaal bevoogd. Ze zijn niet in staat om hun eigen bevoegdheden nog uit te oefenen. Dat geldt zowel op federaal als op Vlaams niveau. Er zijn massa’s gevallen waarbij het parlement de regering smeekt om wetten te maken (2). Dat is de wereld op zijn kop. De essentie van ons grondwettelijk bestel is dat het parlement de wetten maakt en de regering moet ze uitvoeren. Maar daar is men niet meer toe in staat.
Je kan onderscheid maken tussen twee modellen van besluitvorming, en wij worden gedomineerd door het model van besluitvorming achter gesloten deuren. De besluitvorming in de openbaarheid is er alleen nog voor de show. Er zijn verschillende types politici. Politici die een vrij lange parlementaire carrière hebben, waarbij ze verplicht zijn om in de openbaarheid te argumenten, zijn meer democratische, ook in de regering, dan degenen die uit kabinetten, uit sociale organisaties komen waar de besluitvorming altijd achter gesloten deuren plaatsvindt. Dat is geen kwestie van compromisbereidheid of niet. Ook in het parlement moet je compromissen sluiten, maar ze worden in het openbaar gesloten. Jean-Luc Dehaene, Kris Peeters zijn twee voorbeelden van politici van het tweede type. Ik denk dat dat de kwaliteit van onze democratie sterk benadeelt.
Er worden ook nogal wat misverstanden gecreëerd over de bevoegdheden van een regering van lopende zaken. Men doet alsof een regering in lopende zaken niets zou kunnen doen. Nog erger: men doet alsof een parlement niets zou kunnen doen met een regering van lopende zaken. Dat is compleet absurd: een parlement dat verkozen is heeft volheid van bevoegdheid, of er nu een regering is of niet. Maar men wil dat niet. Een regering van lopende zaken kan ook redelijk wat doen onder controle van het parlement.
- Dus een regering van lopende zaken kan dingen uitvoeren waarvoor ze van het parlement een mandaat krijgt.
Evident! Alles wat het parlement opdraagt aan een regering – van lopende zaken of niet – daartoe heeft die regering de bevoegdheid en zelfs de plicht om dat te doen. Er is één discussiepunt. Ons politiek bestel heeft als onderbouw dat er algemene regels zijn op basis waarvan concrete beslissingen genomen worden (3). Op grond van die gedachte kan je concluderen dat het parlement niet de bevoegdheid heeft om individuele beslissingen te nemen. Onze Grondwet voorziet wel in een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld naturalisaties. Nu, in werkelijkheid blijft er van dat model nauwelijks iets over. De regering neemt massa’s regels aan en het parlement grijpt in in individuele beslissingen. Individuele beslissingen over grote infrastructuurprojecten die bij wet worden bepaald zijn legio. Maar als men vasthoudt aan die gedachte, kan men wel stellen dat er een probleem is als er geen regering is omdat je dan geen benoemingen kan doen. Dat is typisch een individuele beslissing. Maar afgezien daarvan is er toch heel wat dat het parlement vermag.
- Het parlement heeft in de regeringsloze periode wel één wet goedgekeurd, namelijk aangaande de splitsing van de kieskring B-H-V.
Ja, die wet is in commissie gestemd, maar je ziet waar we nu staan. Met de hele caroussel van bevoegdheidsconflicten, die alleen maar kan draaien omdat de Vlaamse meerderheidspartijen wil dat hij draait. Volgens mij is het circus van de bevoegdheidsconflicten ongrondwettig (4). In het verleden is het nooit zo geïnterpreteerd dat men achtereenvolgens belangenconflicten kan inroepen. Ik heb het nagegaan. Het is al voorgekomen dat tegen eenzelfde beslissing verschillende bevoegdheidsconflicten werden ingediend, maar die zijn steeds tegelijkertijd neergelegd (5). Wat er nu gebeurt is puur misbruik van het mechanisme. De termijnen worden dan nog flink opgerokken: ze worden telkenmale driemaal zo lang uitgesponnen dan wettelijk voorzien.
- Hebt u daar dan geen procedure tegen gevoerd?
Ja, bij het Grondwettelijk Hof, maar dat heeft zich in deze onbevoegd verklaard omdat ze zeggen dat een motie van belangenconflict geen rechtsnorm is (6). Maar het Grondwettelijk Hof heeft wel reeds andere beslissingen van parlementen, die ook niet de vorm van een wet hadden getoetst. Toen achtten ze zich wel bevoegd.
- We hebben dan toch een ‘volwaardige’ federale regering gekregen, want de financiële crisis moest aangepakt worden. Is de regering daarin geslaagd, volgens u?
Ik voel me niet deskundig om over de financiële crisis stricto sensu iets te zeggen, maar we hebben natuurlijk een reusachtig probleem met de overheidsfinanciering, met de financieringswet, met de verantwoordelijkheid van de federale overheid en de deelstaten. De deelstaten zijn overgefinancierd, ze krijgen teveel geld. De federale overheid is arm. Dat is voor een deel juist. Maar hoewel de deelstaten overgefinancierd zijn, slaagt men er aan Franstalige kant nog niet eens in om een begrotingsevenwicht te hebben. Niet nu, maar ook de voorbije jaren niet. Dat is een serieus probleem. Ten tweede geeft de federale regering, die zo arm is, nog altijd heel veel geld uit op domeinen waarvoor ze zelfs niet eens bevoegd is, zoals het grotestedenbeleid, preventieve gezondheidszorg, duidelijk bevoegdheden van de deelstaten, waar de federale overheid zijn bevoegdheid te buiten gaat. Als men gewoon al die uitgaven zou schrappen en de deelstaten zou zeggen: neem uw verantwoordelijkheid, dan heeft men al een stukje doorgeschoven. Er zijn ook een paar perverse effecten in de bevoegdheidsverdeling. Bijvoorbeeld de pensioenen van de ambtenaren van de deelstaten worden betaald door de federale overheid. Men heeft dat zo gewild omdat men aan de unitaire sociale zekerheid niet wilde raken, maar dat is pervers: want dat geeft de deelstaten de kans om meer ambtenaren te benoemen op kosten van de federale overheid. Er zijn dus heel wat problemen, maar geen politieke wil om er iets aan te doen. Dit zal het federale begrotingstekort natuurlijk niet volledig oplossen, maar waarom daar al niet mee beginnen?
- De regering-Van Rompuy heeft nu toch al het dispuut over de asielproblematiek opgelost…
Dit is natuurlijk totaal onverantwoord. Elke regularisatie trekt altijd weer massa’s nieuwe illegale migranten aan. We zitten met een heel ernstig integratieprobleem in dit land. Ik zeg niet dat die niet oplosbaar zijn. Omzeggens iedereen is integreerbaar, maar niet in gelijk welke hoeveelheid. Als je natuurlijk de kraan niet kan dichtdraaien, dan kan je niet dweilen. Het is perfect mogelijk om zelfs relatief grote groepen nieuwkomers te integreren, maar dat is niet mogelijk zolang de deur open blijft.
- In wiens belang is het dan om de deur open te laten staan? Waarom maken de Franstaligen daar een strijdpunt van?
Het is misschien overdreven om het zo te stellen, maar ik heb toch de indruk dat er inderdaad een zelfvernietigend schouwspel aan de gang is: ‘als wij (de Franstaligen) het niet kunnen halen, dan moeten die anderen ook maar kapot. Als wij de macht niet meer hebben in België, laat ons er dan voor zorgen dat de Vlamingen ook niets meer te zeggen hebben in hun eigen land’. En het is natuurlijk een vorm van clientelisme. Je hebt partijen die menen dat ze daardoor hun machtspositie gaan versterken. Bij de PS is dat ook duidelijk gelukt natuurlijk. Zonder de massale migratie zou de PS een heel stuk verder teruggevallen zijn.
- Hoe komt het dat ze juist de migranten aan zich kunnen binden en niet meer de autochtonen?
Omdat natuurlijk de socialisten een verhaal brengen van wij beloven op kosten van anderen. Mensen die niet veel te verliezen hebben zijn gebaat bij een politiek van wij delen uit op kosten van anderen. De dag dat mensen daar iets bij te verliezen verandert dat. Je ziet dat bij een deel van de Turkse middenstand die wel economisch goed geïntegreerd is (maar cultureel alles behalve denk ik), die vrij stevige eigenaars zijn geworden, die keren zich op dat ogenblik af van het socialisme. Socialisten hebben er belang bij dat er steeds nieuwe massa’s zijn. Maar ik verdenk er ook sommige kapitalisten van dat ze er belang bij hebben dat er altijd nieuwe, goedkope arbeidskrachten ingevoerd worden. Het lijkt wel een duivelspact. Het is niet voor niets dat een deel van de economische grootmachten (organisaties) pleiten voor migratie. Anders zijn ze verplicht zich aan te passen aan de situatie in een land. Met grote migratie kan men blijvend goedkope arbeidskrachten aantrekken. Toch denk ik dat de effecten daarvan nefast zijn, op termijn ook voor de economie. Het is allemaal korte termijn denken.
- Nog een probleem dat de regering Van Rompuy voornemens is om op te lossen voor het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie een aanvang neemt, is ‘B-H-V’.
Er is maar één oplossing: de splitsing stemmen. Al het andere is een fundamentele inbreuk op ons grondwettelijk bestel. De achtergrond van de ongrondwettigheid van B-H-V is vrij duidelijk (7). Wat sommigen ook mogen beweren: het is heel duidelijk dat de bestaande kieskring op eenzijdige manier inbreuk pleegt op de basisindeling van België in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen. Je moet maar de artikels 1, 2, 3 en 4 van onze grondwet lezen. Daarover gaat het. De procedure die ik heb gevoerd en die tot het arrest van het Grondwettelijk hof heeft geleid, was opgebouwd rond dat argument: de indeling van het land in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen wordt op een eenzijdige, discriminerende manier doorkruist door de gewestgrensoverschrijdende kieskring. We hebben nooit beweerd dat een gewestgrensoverschrijdende kieskring noodzakelijk ongrondwettig was, maar wel een eenzijdig gewestgrensoverschrijdende kieskring. Het argument dat er faciliteitengemeenten zijn in Vlaams-Brabant is geen tegenargument als je ook in aanmerking neemt dat er ook faciliteiten zijn in bepaalde gemeenten in Henegouwen: Edingen, Vloesberg, Moeskroen, Komen. Dan zou je die mensen dezelfde rechten moeten toekennen. Niet dat ik vind dat dit de juiste piste is. Ik stel alleen dat met betrekking tot de kiesomschrijving bepaalde faciliteiten slechts denkbaar zijn in Vlaams-Brabant indien dit op basis van wederkerigheid gebeurt.
Ik weet natuurlijk niet welke koehandel men van plan is op te zetten, maar ik denk dat de Vlamingen daar echt moeten zeggen : dit gaat enkel over de uitvoering van een arrest en niets anders.
- Een federale kieskring dan?
Een federale kieskring vergt een wijziging van de grondwet. Voorts heb ik er niet zoveel schrik van, maar ik vind het wel totale nonsens. Trouwens, de voorstellen die er zijn voor een federale kieskring, zijn natuurlijk contradictorisch. Men wil zogezegd een federale kieskring om de Belgische natie in zijn geheel de kans te geven om een beperkt aantal mensen ‘nationaal’ in de oude betekenis te kiezen, maar men gaat wel op voorhand vastleggen hoeveel Nederlandstaligen en Franstaligen er verkozen zijn. Dat is natuurlijk bedrog! Dat is geen federale kieskring. Bovendien - ik heb het onderzocht: een federale kieskring bestaat in geen enkel federaal land, behalve in Irak (8). Als dat het voorbeeld is waaraan we ons willen spiegelen? Het bestaat nergens, ook niet in Amerika.
- Over naar het Vlaamse niveau: de Vlaamse regering, zegt men, wordt geïnspireerd door de Maddens-doctrine. Is dat een gunstige evolutie?
Ik heb er nog niet veel van gemerkt, maar natuurlijk : we zijn nog maar begin september. De Maddens-doctrine, als ze ernstig effectief wordt uitgevoerd is het proberen waard, maar ik heb er mijn twijfels over of men daartoe bereid is. Uitvoering van de Maddens-doctrine zou op zijn minst betekenen dat men alle middelen inzet tegen de federale begroting. Te beginnen met een belangenconflict. De federale begroting bevat al jaren uitgaven die tot de bevoegdheid van de gewesten en gemeenschappen behoren. Het allereerste wat men dus moet doen is de federale begroting saboteren. Als men daartoe bereid is, dan kunnen we au sérieux nemen dat de Vlaamse regering de Maddens-doctrine effectief wil toepassen. Dat zal, denk ik, de eerste test zijn om de ernst vast te stellen waarmee de Vlaamse regering de eigen doctrine trouw is die ze beweert aan te hangen.
- Dat komt dan neer op het onder curatele stellen van de federale staat, zoals Bart De Wever zich in een onbewaakt moment heeft laten ontvallen?
Dat is nog niet eens de federale staat onder curatele stellen. Dat is alleen maar de bevoegdheidsoverschrijdingen van de federale staat stoppen. Gewoon de wet toepassen.
- Kris Peeters zei dat er geen euro van Vlaanderen mag dienen om de federale begroting op te smukken.
Daar moet het argument zijn: wij zijn bereid om bij te dragen tot de vermindering van het federale begrotingstekort door ons meer bevoegdheden te geven, zonder dat daar evenredige bedragen mee overgeheveld worden. Ten eerste: stop met het besteden van middelen op domeinen die niet tot de federale bevoegdheid behoren; ten tweede geef ons nieuwe bevoegdheden en we zijn bereid die over te nemen met een korting op de bestaande uitgaven daarvoor.
- Zijn er eigenlijk alternatieven voorhanden voor de Maddens-doctrine?
De Maddens-doctrine is natuurlijk geen definitieve oplossing. Het kan niet de bedoeling zijn om het te houden bij de bestaande bevoegdheidsverdeling. Het is de bedoeling om de bevoegdheden van Vlaanderen drastisch te verhogen.
- Intussen is de Vlaamse beweging een beetje wakker geschud door de uitlatingen van Frans Crols op de Ijzerwake in verband met Brussel.
Die zijn op zijn minst een ernstig debat waard…
- Het debat is al jaren geblokkeerd uit angst om knopen door te hakken in de ene of de andere zin.
Dat is juist. Crols heeft luidop gezegd wat heel wat mensen misschien niet als een definitieve mening hebben, maar waarvan vele mensen denken dat dit in de openbaarheid mag gebracht worden en dat dit een discussie waard is.
- ‘Brussel loslaten’. Is het niet de onmacht om een grotere Vlaamse ontplooiing tot stand te brengen projecteren op het probleem-Brussel?
Soms moet je ook je beperkingen inzien. Wat kunnen wij bemeesteren met steeds minder Vlamingen.
- Steeds minder Vlamingen in Brussel?
Neen steeds minder Vlamingen in Vlaanderen ook. Onze demografie is rampzalig. De bevolking blijft alleen op peil door immigratie. In Brussel is het nog rampzaliger. Je moet natuurlijk weten welke spankracht je hebt. De mentaliteit, de deugden en ondeugden van onze bevolking kennende uit de geschiedenis heb ik er ernstige twijfels bij of wij in staat zouden zijn om Vlaanderen inbegrepen Brussel Vlaams te houden. Een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als integraal bestanddeel zonder meer, is jammer genoeg nefast voor Vlaanderen. Dat kan niet functioneren. Daar hebben we niets mee gewonnen ten aanzien van de situatie in België vandaag. Dat wil niet zeggen dat we Brussel volledig moeten loslaten.
- Een condominiumstructuur wordt toch ongelofelijk ingewikkeld en weinig transparant.
De vraag is hoeveel we willen loslaten? Op korte termijn is het toch in eerste instantie de Brusselse bevolking die zichzelf zal moeten besturen. Mijn stelling is natuurlijk dat Vlaanderen de bevoegdheden die het nu heeft in Brussel niet mag loslaten: de gemeenschapsbevoegdheden niet, en evenmin de federale bevoegdheden die vandaag mee door Vlamingen beheerd worden. Het is evident dat elke regeling minstens zal moeten inhouden dat de Vlaamse gemeenschap autonoom het eigen onderwijsnet, het net van persoonsgebonden materies en instellingen zal moeten behouden en blijven besturen. Er zou dan een soort subnationaliteit of dubbele nationaliteit aan gekoppeld moeten worden. Als Crols ook dat wil loslaten, kan ik hem totaal niet volgen.
- Ik begrijp toch niet hoe 15% Franstaligen in Vlaanderen de ontplooiing van Vlaanderen zouden beletten.
Ik heb er mijn twijfels over, als men ziet hoe we in het verleden niet in geslaagd zijn om relatief kleine minderheden binnen de perken te houden, vrees ik dat dat een olievlek blijft. Een unitair Vlaanderen inclusief Brussel betekent ook dat het hele nationale niveau tweetalig zou moeten zijn. Wat heb je dan gewonnen, vergeleken bij vandaag?
- Op dat ogenblik is er toch een enorme machtsverschuiving?
Zijn wij er ooit in geslaagd om onze meerderheid te gebruiken?
- Er is toch een verschil tussen een meerderheid van 60/4O die dan nog grondwettelijk met allerlei pariteitssystemen is geblokkeerd en een unitair Vlaanderen met 15% Franstaligen.
Je gaat er nooit in slagen om dat tot stand te brengen zonder dergelijke garanties.
- Die zullen toch niet van dezelfde orde zijn als vandaag: pariteit in de Vlaamse regering met evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers?
Dat is waar. Het probleem is dat de vijandigheid vanuit Brussel en de vervreemding zo groot is. De argumenten die wij hanteren voor een splitsing van België zijn in feite ook argumenten voor een scheiding tussen Vlaanderen en Brussel. Zeggen dat Vlaanderen en Wallonië twee verschillende landen zijn met twee publieke opinies, dat er geen behoorlijk bestuur mogelijk is omdat er andere preferenties leven, en andere politieke landschappen, dat gaat allemaal ook op voor Brussel. Ook al zeggen wij, voor een deel terecht, dat Brussel economisch dichter bij Vlaanderen staat. Maar er zijn vlakken waar de verhouding tussen Brussel en Vlaanderen veel meer vergiftigd is dan met Wallonië.
- Alain Deneef, voorzitter van de Staten-Generaal van Brussel verklaarde wel op de Waalse Staten-Generaal dat ingeval België zou uiteenvallen, Brussel zeker nooit in alliantie zou willen treden met Wallonië omdat 80% van zijn economie in Vlaanderen verankerd ligt.
Brussel zou toch ook nooit voor een alliantie met Vlaanderen kiezen. De Brusselaars zijn zichzelf aan het wijsmaken dat ze zelfstandig kunnen bestaan. Als ze dat geloven, dan heb ik daar geen enkel probleem mee.
- Van de hoofdstad naar het bedreigde dorpje Doel: wat vindt u van het beleid van de Vlaamse regering?
Het wanbeleid bedoel je natuurlijk! Dat is een schoolvoorbeeld van een verhaal van bedrog. Men speculeert erop dat men door bedrog en illegaal handelen uiteindelijk zijn slag zal thuishalen. Het is een beleid van het fait accompli. We handelen onwettig, maar we doen het maar. Achteraf zal het dan wel geregulariseerd worden. Men wil het dorp weg. Men heeft nooit durven zeggen wat men allemaal van plan was. Men is begonnen in 1998 met het excuus: Doel moet weg in het belang van zijn inwoners want Doel zal onleefbaar worden als het Deurganckdok er ligt. Om dat dok aan te leggen waren er redelijke argumenten, maar we zien dat het nog steeds half leeg staat. Er zijn containerkaaien teveel in Antwerpen. Nog maar eergisteren hebben we vernomen dat PSA, de grootste goederenbehandelaar in Antwerpen twee grote containerkaaien gewoon gaat sluiten omdat er niet genoeg trafiek is(9).
Nu, dat het dorp niet kan samenleven met dat dok is een grote leugen gebleken. Dat dorp heeft perfect kunnen samenleven met het Deurganckdok. Men heeft er niet veel last van. Het blijft nog steeds een ongelofelijk mooie plaats om te wonen, ware het niet dat men het half afgebroken heeft en een verrottingspolitiek heeft gevoerd. Maar als plaats voor een dorp blijft het ondanks de haven nog steeds een perfect bewoonbare plaats. Er zijn natuurlijk mensen geweest die het zekere voor het onzekere namen en die onteigend wilden worden. Die huizen zijn door de intercommunales aangekocht, maar men heeft daarna de herbevolking gesaboteerd. Er zijn altijd massa’s kandidaten geweest die daar wilden gaan wonen. Het is daar ook heel mooi. Of beter gezegd: het was er heel mooi. Men heeft dat gesaboteerd. Men heeft de huizen bewust verkrot. Men heeft mensen weggepest. Men heeft huizen afgebroken. Allemaal, zogezegd, in hun eigen belang. Nu ook weer hoor ik de potentaten van de intercommunales verklaren: we gaan de huizen afbreken, de mensen wegjagen om ramptoerisme te voorkomen. Wat voor nonsens is dat. Het is evident: men wil het dorp weg, of men dat nu nodig heeft of niet. Want in de megalomane plannen wordt er gesteld dat er nog plaats moet zijn voor industrieterreinen, ook als er geen bijkomend Saeftingedok komt. Dat is klinkklare nonsens. Als er geen dok komt kan je perfect elders in Vlaanderen industrieterreinen hebben, zelfs op linkeroever, zonder dat het dorp weg moet. Het is een onbegrijpelijke vernielingsdrang die ik alleen maar kan verklaren uit rancune. Het is een symbooldossier: het dorp moet kapot, ook al hebben we het niet nodig, ook al verspillen we daar massa’s belastinggeld. Het is een schande hoeveel geld men daarin gestoken heeft om dat dorp kapot te maken. Het is allemaal volstrekt illegaal. Het is woongebied. Maar men speculeert erop: eerst maken we het kapot. En als dat gebeurd is schaffen we het woongebied af. Illegaal handelen loont. Dat is de hele politiek die de Vlaamse regering voert.
Een tweede element van die politiek is dat men probeert zichzelf een imago van goed bestuur aan te meten door altijd te verwijzen naar beslissingen die men zou genomen hebben, maar die niet bestaan of die anders waren. Wat Doel betreft zegt men dat men de mensen kan buitenzetten en dat men huizen mag afbreken omdat er al sinds jaren een ‘uitdovingsbeleid’ gevoerd wordt. In een rechtsstaat ligt beleid echter vast in beslissingen die een bepaalde vorm moeten hebben en die gepubliceerd moeten worden in het Staatsblad. Dan zijn ze ook aanvechtbaar voor de rechtbanken enz. Die beslissingen bestaan niet. Het ‘uitdovingsbeleid’ is niet als een formele overheidsbeslissing vastgelegd. Je kan ze dus ook niet aanvechten want ze bestaat niet. Toch wordt steeds gesteld: we hebben dit jaren geleden al beslist. Men bedriegt de mensen dus. Bovendien heeft men de inhoud in de loop der jaren gewijzigd. Men heeft destijds gesteld dat er woonrecht in Doel zou blijven zo lang er geen vergunning is afgeleverd voor de bouw van het Saeftingedok. Het was pas omwille van het Saeftingedok dat het dorp zou moeten verdwijnen. Het is evident dat er vandaag bijna niemand nog ernstig denkt aan de bouw van dat Saeftingedok, gezien de evolutie in de trafiek. En toch beroept men zich nu op dezelfde zogenaamde beleidsbeslissing om de bevolking te deporteren. Dat is puur bedrog.
- Wat is dan het perspectief?
Als men de wet respecteert moet men de huizen terug bewoonbaar maken en bewoning toelaten. Het gaat niet over het feit dat men het recht niet zou hebben om een huurder die zijn huur niet betaalt zijn contract niet zou kunnen opzeggen. Waar het hier om gaat is dat de overheid niet het recht heeft om de bestemming van de huizen te veranderen. In Brussel mag je ook van je woning geen kantoor maken zonder vergunning. Maar in Doel wordt dus de bestemming van elk van die woningen veranderd van een bewoonbare woning in een krot. Dat is een illegale wijziging van de bestemming.
- Wie zijn de eigenaars van die woningen?
Dat zijn de intercommunales. Dat zijn staten in de staat. Dat zijn lokale machtsbaronieën die van vader op zoon overgaan. Dat zijn potentaten. Mensen die regeren op een dictatoriale manier over de plaatselijke bevolking. Men kan zich dat niet voorstellen welke chantage daar wordt toegepast. We hebben het in Doel verschillende keren meegemaakt dat mensen gechanteerd geweest zijn om niet te procederen. Men dreigt de bevolking af, dat men er zal voor zorgen dat ze geen woning krijgen als ze durven te procederen, of dat ze hun job zullen verliezen. Dat zijn de praktijken van Interwaas, voorzitter: Freddy Willockx, directeur: Bart Casier. Dat zijn de praktijken van maatschappij Linkerscheldeoever, directeur Peter Deckers, zoon van Gust Deckers. Dat is de chantage waarmee de bevolking in het Waasland onder de knoet gehouden wordt. Met als argument: het is allemaal in het belang van de werkgelegenheid. Dat verschijnt niet in de media, maar dat is de realiteit.
- Is er nog hoop?
Als men behoorlijk bestuur toepast, en als men de wet toepast, is het perfect mogelijk om dat dorp morgen te herbevolken. Er is geen enkele twijfel over dat er vele Vlamingen zijn die bereid zijn in dat dorp te gaan wonen.
- Van het kleine Vlaamse dorpje naar de Europese moloch. Straks moeten de Ieren zich opnieuw uitspreken over het Verdrag van Lissabon, de variant van de Europese Grondwet. Maar behalve de Ieren hebben ook de rechters van het Duitse Grondwettelijke Hof zich over dat verdrag uitgesproken.
Het is bedroevend dat er in België bijna geen politiek Europa-debat is, dat wij compleet alles slikken. Er is bij ons geen mogelijkheid dat de bevolking zich hierover uitspreekt bij referendum. Het gaat hier over een fundamentele wijziging van ons grondwettelijk bestel door het verdrag van Lissabon. In Duitsland evenmin, maar gelukkig heeft het Duits Grondwettelijk Hof de moed gehad om te zeggen dat eerst de inspraak van het (Duitse) parlement drastisch verstevigd moet worden vooraleer het verdrag van Lissabon kan geratificeerd worden. Dat arrest is een pareltje (10). Hier zijn de beste magistraten van Europa aan het werk geweest. Met een ijzeren logica stellen ze het democratisch deficit en de misbruiken aan de kaak. Ze zeggen dat er een enorme kloof bestaat in Europa tussen de democratische legitimatie en de macht. Het Europees parlement is niet in staat om dat op te vangen want er is geen Europees volk, geen Europese publieke opinie. De democratische legitimiteit van Europa kan alleen berusten op de effectieve inspraak van de nationale parlementen en de nationale bevolkingen. En die is er niet, behalve voor een stukje in Denemarken, ook een beetje in Oostenrijk en nu ook een klein beetje in Duitsland dank zij dit arrest van het Grondwettelijk Hof. Bij ons is het in elk geval nul.
Een tweede zaak is dat het Duitse Grondwettelijk Hof zegt dat voor een heel aantal domeinen het zwaartepunt van de besluitvorming moet blijven liggen bij de staten omdat dat de enige zijn die democratisch gelegitimeerd zijn. Alles wat te maken heeft met nationaliteitswetgeving, met justitie... Op dit ogenblik hebben we te maken met een zeer zware uitholling van de nationale bevoegdheid inzake het strafrecht. Er worden via kaderbesluiten door de Europese Unie massaal verplichtingen opgelegd aan de lidstaten, inzake strafrechtelijk beleid, vervolgingen, die compleet ingaan tegen onze grondwettelijke vrijheden. Ons Grondwettelijk Hof heeft één keer gedurfd om in te gaan tegen Europa wat betreft het beroepsgeheim van de advocaat(11). Maar wat het aanhoudingsmandaat betreft, heeft men dat niet gedurfd (12).
- In welk opzicht worden de grondwettelijke vrijheden uitgehold door die Europese kaderwetten.
Bijvoorbeeld de strafbaarstelling van discriminatie en vrije meningsuiting wat dat betreft en het Europees aanhoudingsmandaat zijn daar sprekende voorbeelden van. Dat leidt tot hallucinante toestanden. Mensen worden uitgeleverd en moeten in voorhechtenis zitten in een ander land waarvan ze de taal niet kennen. En dat gaat om futiele misdrijven, zelfs als ze zouden begaan zijn. Mensen worden bij verstek veroordeeld voor drugsbezit bijvoorbeeld. Dat systeem is uitgedacht voor de zwaarste criminaliteit, maar als men ziet wat men onder ‘zware criminaliteit’ begrijpt? Discriminerende uitlatingen wordt als topcriminaliteit behandeld. In Engeland is daar nu heel veel weerstand tegen. Er zijn Britten uitgeleverd aan Frankrijk, aan Griekenland, aan Polen. Men houdt de fictie op, uit respect voor de gelijkwaardigheid van de lidstaten, dat de justitie in alle landen van de Unie even goed functioneert. Ten eerste is dat niet waar, maar zelfs als het waar was ten aanzien van de eigen burgers, een buitenlander die in een procedure verzeild geraakt in een land waarvan hij de taal niet kent, het rechtssysteem niet kent, de advocaten niet kent, die bevindt zich in een totaal verzwakte positie. Ik vind de uitlevering van eigen burgers onaanvaardbaar. Het gebeurt zelfs dat men uitgeleverd wordt naar landen waar de feiten zich niet hebben voorgedaan. Spanje vraagt de uitlevering van Basken ook voor feiten die zich niet in Spanje maar elders in Europa hebben voorgedaan. Dit kan dus niet.
- Ik hoorde u daareven een lans breken voor een referendum over zaken als de Europese grondwet. Bent u voorstander van directe democratie?
Ik denk dat we dringend een scheut directe democratie nodig hebben, maar op een ernstige manier. Dat betekent dat vragen in een volksraadpleging bepaald worden door degenen die de handtekeningen verzameld hebben, en niet door de meerderheid die aan de macht is. Tot op zekere hoogte moet er ook een bindend referendum mogelijk zijn. Er moet een correctiemogelijkheid zijn, zoals dat in Zwitserland bestaat. Daar is het zo dat wanneer een vraag wordt voorgelegd op volksinitiatief, de overheid het recht om een tegenvraag te stellen. Dat systeem is nuttig, wanneer je een keer ja en een keer neen kan stemmen of zelfs twee keer ja en twee keer neen. Dat zou in Antwerpen een oplossing geweest zijn. Dat wil men echter niet, omdat men de handen wil vrij hebben om na een referendum zijn goesting te doen.
- Wat Antwerpen betreft, in hoeverre is het aanvaardbaar dat de Antwerpenaren alléén een stem krijgen over een infrastructuurproject dat in functie staat van de mobiliteit in heel Vlaanderen?
Een referendum kan alleen bindend zijn indien het geplaatst wordt op een niveau dat daar de bevoegdheid toe heeft. Indien een vergunning mag uitgereikt worden door de stad Antwerpen, dan is een Antwerps referendum volgens mij verantwoord. Hier gaat het slechts om een advies dat de stad zal uitbrengen, omdat het uiteindelijk niet de stad is die de bouwvergunning mag uitreiken. Als je over de uiteindelijke beslissing een referendum wil organiseren op de correcte manier, dan zou je het inderdaad in heel Vlaanderen moeten doen.
- Ziet u nog domeinen waar referenda de democratie kunnen opwaarderen?
Op heel veel vlakken maar je moet concrete vragen stellen. Dat vergt ook dat de burgers opgevoed worden. We zijn het natuurlijk verleerd om een mening te vormen over concrete vragen.We mogen nog alleen onze mening vormen over de perceptie van personen. Over de glamour en de sympathie voor mensen. Dat is ongevaarlijk. Maar als de burgers een mening hebben over concrete punten waarover beslissingen moeten genomen worden dan is dat blijkbaar voor het politiek systeem gevaarlijk.
(1) Bestuurslid Vlaanderen-Europa en Orde van de Vlaamse Leeuw – lokale besturen vlaamse verenigingen in Gent
(2) Zie http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/de-onzin-van-de-resolutie-over-de.html
(3) Zie http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html
(4) Belangenconflict Waals Parlement abusief en onwettig, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/belangenconflict-waals-parlement.html.
(5) Wanneer meerdere parlementen een belangenconflict willen inroepen moeten zij dat tijdens dezelfde termijn doen. Dit is de grondwettelijke praktijk, zoals zij werd nageleefd in het verleden, d.w.z. in de zittijden voorafgaand aan de verkiezingen van 2007. Samen met de belangenconflicten ingeroepen tegen een voorstel van interpretatief decreet in het Vlaams Parlement betreffende de schoolinspectie in de faciliteitengemeenten is het BHV- belangenconflict het enige waarbij een parlement een belangenconflict heeft ingeroepen tegen eenzelfde voorstel nadat de behandeling van een belangenconflict tegen hetzelfde voorstel door een ander parlement was beëindigd. In het zeldzame geval waarin meerdere parlementen een belangenconflict inriepen tegen eenzelfde voorstel is in het verleden het tweede belangenconflict ingeroepen binnen de eerste periode van 60 dagen en had het overleg gezamenlijk plaats met alle betrokken parlementen. Zie met name de belangenconflicten tegen het ontwerp wetsvoorstel betreffende de Vlaamse Wooncode, waar de moties van belangenconflict het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Waals Parlement elkaar onmiddellijk opvolgden (2 mei 2006, en 10 mei 2006 en vervolgens 5 juli 2006 en 12 juli 2006) en een gezamenlijk overleg plaatsvond in de Gemengde Overlegcommissie op 4 september 2006 (zie Stukken Senaat 2006-2007, nr. 3-1853/1).
(6) Arrest nr. 131/2009, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2009/2009-131n.pdf
(7) Zie mijn "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html en het vervolg "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(8)" Dewael's bedrieglijke rechtsvergelijking", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/dewaels-bedrieglijke-rechtsvergelijking.html
(9) Mottenballenplan voor Antwerpse containerkaaien, de Standaard 3 september 2009, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=UR2EG4IG
(10) Lissabon-Urteil, Bundesverfassungsgericht 30 juni 2009, http://www.bundesverfassungsgericht.de/entscheidungen/es20090630_2bve000208.html
(11) Arrest 10/2008, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2008/2008-010n.pdf
(12) Arrest 128/2007 van het Grondwettelijk Hof van 10 oktober 2007, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2007/2007-128n.pdf. Het Hof gaat daarin nogal kort door de bocht door te stellen dat de motivering van het HJEG inzake de geldigheid van het kaderbesluit mutatis mutandis ook geldt ten aanzien van de Belgische omzettingswet van 19 december 2003, omdat het HJEG had geantwoord dat de kritiek op het Kaderbesluit tegen de verkeerde wetgever was gericht en de aangevoerde discriminatie een gevolg was van de wijze van omzetting in het Belgische recht. Ook het HJEG ging daarbij kort door de bocht: het weigerde het kaderbesluit te toetsen aan het legaliteitsbeginsel in strafzaken (i.h.b. de afschaffing van de dubbele strafbaarstelling), omdat het Kaderbesluit zelf geen strafbaarstellingen zou inhouden, maar "vergat" in overweging te nemen dat het inzake uitlevering voor bepaalde misdrijven wel de afschaffing van het vereiste van dubbele incriminatie oplegt aan de lidstaten.
Abonneren op:
Posts (Atom)