(Editorial in European Review of Private Law 2010/4)
European law is full of paradoxes. This issue of our Review is again an opportunity to point to one of them. On the one hand, there is a tendency to expand the duty of courts to raise ex officio rules of (European Union) law protecting in the first place the rights and interests of private parties, namely consumers. This duty was expanded or at least confirmed in the Asturcom-judgment of the ECJ, albeit under the technique of equivalence of protection: European consumer law has to be treated as if it were national public policy. Given the special context of the case (the question arose in an exequatur procedure for an arbitral award) and the many questions related, we have given ample space to two young colleagues to discuss these. The European citizen appears in this case law as a person not really able to take care of its own interests, and the judge therefore is obliged to set aside unfair contracts.
On the other hand, as dr. Rösler put it in his contribution, "(European law) seeks to make the individual a participant of European integration". Citizens are granted rights of enforcement and (as discussed in the contributions of Rösler and Hazelhorst) in some cases (antidiscrimination law e.g.) or proposals (competition law e.g.) even punitive damages in order to act as private enforcers of public policy. Citizens's rights granted by state liability rules are discussed also from the perspective of an incentive to act efficiently (See the contribution by Dari-Mattiacci, Garoupa and Gomez-Pomar). It is true that these rights are not given to citizens in the belief that they will pursue the public interest, but rather in the belief that "the pursuit of self-interest is vital to a competitive market economy" (Rösler). Adam Smith has already explained us how virtuous self-interest results in invisible cooperation, and according to Bernard Mandeville even private vice results in public benefit (Fable of the Bees).
Geoges Rouhette already showed in 1981 the contradictory images of mankind (Menschbild) in the general civil law on the one hand (in casu the French Code civil) and in consumer law on the other hand (in a thorough analysis of the preparatory works of both)(1) . The same citizens who are unable to take care of their own interests have been promoted to guardians of the public interest.
But even Mandeville has not pretended that the inability to take care of one's own interest results in public benefit. Private inability, Public virtue ? Moreover, shifting the enforcement of public policy to private individuals does not lead to an equal level of enforcement; not all private claims are founded and private enforcement thus also risks to result in a blame game, in lawsuits as lotteries, in disproportionate effects of good or bad luck (as well in competition law as in antidiscrimination law, to name but two examples).
Or have I missed the real meaning of the paradox ? Is there no paradox at all ? Maybe, when rights of consumers have to be raised ex officio by judges as if they form public policy, the ratio is that consumers do not only have a right but also a duty to raise their right in order to advance public policy. It is maybe their task to be instruments of the visible hand of law (2)? Or would it not be safer not to use citizens as instruments of public policy, and believe that it is already beneficial if they pursue private interests as long as this occurs withing the boundaries of that visible hand of law (3). The old fashioned distinction between public and private law is maybe not that mad after all.
(1) "Droit de la consommation et théorie générale du contrat", in Etudes offertes à René Rodière, Dalloz Paris 1981, 247 f.
(2) I borrow the metaper from E.J. MESTMÄCKER, "Die sichtbare Hand des Rechts. Über das Verhältnis von Rechtsordnung und Wirtschaftssystem bei Adam Smith", in: Mestmäcker (Hrsg.), Recht und ökonomisches Gesetz, Baden-Baden 1984, 104.
(3) E.J. MESTMÄCKER, ibid.
zondag, oktober 17, 2010
vrijdag, oktober 01, 2010
Hoe meet je een redelijk compromis ?
(deze tekst verscheen onder een andere titel in Doorbraak oktober 2010)
Werd U ook om de oren geslagen met de mantra dat de N-VA niet tot compromissen bereid en zelfs niet in staat is, en dat de Franstalige partijen al zo verschrikkelijk veel hebben toegegeven en de Vlaamse partijen, of althans N-VA en CD&V nauwelijks iets ? In het bestek van een opiniestuk kan ik U, beste lezer, natuurlijk geen gedetailleerde analyse geven van die zogenaamde toegevingen of gebrek eraan, of liever een weerlegging van die onzin. Maar misschien kan ik wel even de kromme redenering blootleggen die wordt gebruikt.
De meest voor de hand liggende methode om compromisbereidheid en toegevingen te meten is om uit te gaan van de partijprogramma's waarmee de partijen naar de kiezer zijn gegaan en te meten hoeveel daarvan ze opgeven in de onderhandelingen. Tussen de programma's van de N-Va en de PS gaapt een kloof waarbij andere scheidslijnen in het niet verzinken: aan de ene kant een onafhankelijk Vlaanderen met opslorping van het Brussels gewest, aan de andere kant een verhoging van de geldstromen naar het Zuiden, een uitbreiding van Brussel en een Wallo-Brux-constructie waaruit de Vlaamse gemeenschap wordt weggezuiverd. En toch is het niet zo moeilijk om te bepalen wat er zich halfweg bevindt: een halvering van de federale bevoegdheden, een halvering van de transferten en een status-quo voor Brussel. En het is niet de N-VA die die 'redelijkheid' niet wil aan de dag leggen, dat is overduidelijk.
Ja maar, zal U mij zeggen, je mag dat zo niet meten: de N-VA vraagt immers vooral dingen die Vlaanderen niet heeft en de PS wil vooral behouden wat er is. Moeten we voor een redelijk compromis niet de "winst" meten die elke partij maakt ? Wel, ook dit is een legitieme oefening, op voorwaarde dat men ze correct maakt. En dat houdt twee dingen in. Primo is een bevoegdheidsoverdracht die in beide richtingen bijkomende bevoegdheden geeft bij zo'n berekening een nuloperatie. Beide partijen krijgen immers exact hetzelfde, en dit kan in dit perspectief dus niet als een toegeving van de ene aan de andere worden gerekend. En de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde dan, zal U zeggen, is dat geen 'winst' voor de Vlamingen waar een compensatie tegenover moet staan ? Hola, weer een perverse rekenfout. Als men wil nagaan wie iets 'krijgt', moet men vanzelfsprekend uitgaan van de wettige toestand en mag men het verlies van een onrechtmatige feitelijke toestand natuurlijk niet meetellen. De kieskring BHV is onwettig omdat hij discriminerend is, en het opheffen daarvan kan in dit tweede rekenperspectief dus al evenmin als een franstalige toegeving worden aangerekend.
Wat onze N-VA-bashers aan francobelgische of flandrobelgische kant evenwel doen, is beide methodes voor de berekening van toegevingen door elkaar gebruiken om zo tot de conclusie te komen dat enkel de Franstaligen toegevingen doen, terwijl een correcte berekening precies het tegenovergestelde toont. Die redenering met de Franse slag komt uiteindelijk op hetzelfde neer als de eeuwige discutant die aan zijn gesprekspartner voorstelde om 'het gelijk eerlijk te verdelen': 'als we het eens zijn, heb jij gelijk, en als we het oneens zijn heb ik gelijk'.
Werd U ook om de oren geslagen met de mantra dat de N-VA niet tot compromissen bereid en zelfs niet in staat is, en dat de Franstalige partijen al zo verschrikkelijk veel hebben toegegeven en de Vlaamse partijen, of althans N-VA en CD&V nauwelijks iets ? In het bestek van een opiniestuk kan ik U, beste lezer, natuurlijk geen gedetailleerde analyse geven van die zogenaamde toegevingen of gebrek eraan, of liever een weerlegging van die onzin. Maar misschien kan ik wel even de kromme redenering blootleggen die wordt gebruikt.
De meest voor de hand liggende methode om compromisbereidheid en toegevingen te meten is om uit te gaan van de partijprogramma's waarmee de partijen naar de kiezer zijn gegaan en te meten hoeveel daarvan ze opgeven in de onderhandelingen. Tussen de programma's van de N-Va en de PS gaapt een kloof waarbij andere scheidslijnen in het niet verzinken: aan de ene kant een onafhankelijk Vlaanderen met opslorping van het Brussels gewest, aan de andere kant een verhoging van de geldstromen naar het Zuiden, een uitbreiding van Brussel en een Wallo-Brux-constructie waaruit de Vlaamse gemeenschap wordt weggezuiverd. En toch is het niet zo moeilijk om te bepalen wat er zich halfweg bevindt: een halvering van de federale bevoegdheden, een halvering van de transferten en een status-quo voor Brussel. En het is niet de N-VA die die 'redelijkheid' niet wil aan de dag leggen, dat is overduidelijk.
Ja maar, zal U mij zeggen, je mag dat zo niet meten: de N-VA vraagt immers vooral dingen die Vlaanderen niet heeft en de PS wil vooral behouden wat er is. Moeten we voor een redelijk compromis niet de "winst" meten die elke partij maakt ? Wel, ook dit is een legitieme oefening, op voorwaarde dat men ze correct maakt. En dat houdt twee dingen in. Primo is een bevoegdheidsoverdracht die in beide richtingen bijkomende bevoegdheden geeft bij zo'n berekening een nuloperatie. Beide partijen krijgen immers exact hetzelfde, en dit kan in dit perspectief dus niet als een toegeving van de ene aan de andere worden gerekend. En de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde dan, zal U zeggen, is dat geen 'winst' voor de Vlamingen waar een compensatie tegenover moet staan ? Hola, weer een perverse rekenfout. Als men wil nagaan wie iets 'krijgt', moet men vanzelfsprekend uitgaan van de wettige toestand en mag men het verlies van een onrechtmatige feitelijke toestand natuurlijk niet meetellen. De kieskring BHV is onwettig omdat hij discriminerend is, en het opheffen daarvan kan in dit tweede rekenperspectief dus al evenmin als een franstalige toegeving worden aangerekend.
Wat onze N-VA-bashers aan francobelgische of flandrobelgische kant evenwel doen, is beide methodes voor de berekening van toegevingen door elkaar gebruiken om zo tot de conclusie te komen dat enkel de Franstaligen toegevingen doen, terwijl een correcte berekening precies het tegenovergestelde toont. Die redenering met de Franse slag komt uiteindelijk op hetzelfde neer als de eeuwige discutant die aan zijn gesprekspartner voorstelde om 'het gelijk eerlijk te verdelen': 'als we het eens zijn, heb jij gelijk, en als we het oneens zijn heb ik gelijk'.
zaterdag, september 11, 2010
De Vlaamse Plannen B - uit een gesprek met Isabelle Albers
UIt een gesprek met Isabelle Albers van de Standaard maakte ze het volgende relaas, verschenen in de Standaard van 11 september 2010 (1)
'Het is maar omdat N-VA niet per definitie schrik heeft van een plan B dat er nu iets verschuift', zegt professor Matthias Storme. Maar zelfs de N-VA heeft, hoewel ze al sinds haar ontstaan pleit voor onafhankelijkheid, geen grondig voorbereid scenario.
'Daar gààt het toch niet om. Wie is daar nu mee bezig?' Het hoofdkwartier van N-VA is niet opgezet met vragen van journalisten over 'Plan B'. Plan B, het is sinds de politieke blokkering in 2007 het eufemisme voor het plan dat naar het einde van België leidt.
Tot vervelens toe herhaalt Bart De Wever dat het einde van België niet aan de orde is, dat hij nu confederalisme wil, desnoods dat hij wel verwacht dat het Belgische niveau stilletjesaan zal verdampen maar dat hij noch zijn partij te vinden zijn voor chaos. Als hij nog wil slagen in deze onderhandelingen, kan hij alle aandacht voor een 'Plan B' missen als kiespijn.
Hoe meer blokkering, hoe meer de N-VA verdacht wordt van een verrottingsstrategie. Woordvoerder Jeroen Overmeer: 'Onze antennes zijn helemaal niet gericht op een plan B. Wij willen onderhandelen. Anders waren we niet sinds 13 juni onophoudelijk bezig met het zoeken naar een oplossing.'
De Wever beseft als geen ander dat de kwantumsprong die hij op 13 juni gemaakt heeft, te danken is aan kiezers die de blokkering beu zijn, maar daarom België niet kapot willen. Toch zal de N-VA er niet aan ontsnappen dat in zijn Vlaamse flank stilaan meer stemmen zullen opgaan voor 'de drastische oplossing', hoe onmogelijk ook.
De Vlaamse beweging houdt al jaren pleidooien voor een onafhankelijk Vlaanderen. Maar hoe concreet zijn de voorbereidingen daarvan? N-VA kamerfractieleider Jan Jambon: 'Op dit moment zijn de quotes over alle plannen B niet meer dan loze kreten. Vlaanderen denkt te weinig na over de lange termijn en plan B.' Voor de N-VA geldt dat al evenzeer. Jambon: 'We zijn naar de kiezer gestapt met confederalisme en het is ook dat wat we tijdens deze onderhandelingen willen realiseren. Maar de onafhankelijkheidsgedachte staat natuurlijk wel in het programma van de partij. Het blijft op langere termijn het streefdoel.'
Jambon was, voor hij de stap naar de politiek zette, lid van de denkgroep 'In de Warande'. Die Vlaamse bedrijfsleiders en academici pakten in 2005 uit met een 'Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen, maar sindsdien bleven ze stil.
BELACHELIJK
Hoewel een onafhankelijk Vlaanderen een scenario is waarmee op dit moment niemand aan de onderhandelingstafel echt rekening houdt, zijn wel al een hoop academische oefeningen gebeurd. 'In De Warande' pleitte met zakelijke argumenten voor een ontbinding van België, met een aangepast statuut - een soort condominium - voor Brussel. Maar de denkgroep raakte verstrikt in die laatste knoop.
Tot op vandaag is een tweede manifest met een gefundeerd antwoord over Brussel niet verschenen, simpelweg omdat men het niet eens raakt. Eén flank wil Brussel koudweg laten schieten, veeleer uit tactische overwegingen.
'Omdat Brussel altijd en eeuwig als argument gebruikt wordt om toch maar niet de discussie te hoeven voeren over een onafhankelijk Vlaanderen', zegt een lid. Anderen blijven Brussel claimen, maar ook binnen die lijn zijn er nog verschillende strekkingen over hoe dat nu moet.'
Oud-directeur van Trends Frans Crols koos er in 2009 op de IJzerwake radicaal voor om Brussel dan maar los te laten.
Professor en N-VA-lid Matthias Storme maakt ook projecties over een splitsing, onder meer in De Vlaamse republiek. Van utopie tot project. Maar theoretische oefening en de politieke praktijk liggen ver uit elkaar. 'Eerst moet de politieke wil er zijn. Dan volgen de praktische schema's wel', zegt Storme.
Op de IJzerwake eind augustus verdedigde hij voor een schare Vlaams-nationalisten dat een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring niet strijdig is met het volkenrecht. De 'chantage' van Francobelgië veroordeelt hij: 'Francobelgië zal de Belgische staat voorzetten, zegt men, en ons uit de Europese Unie houden. Vergeet die chantage: wat van België zou resten en wil doorgaan onder die naam, zal ook de Belgische schulden moeten dragen en zijn plaats in de Unie weer moeten onderhandelen.'
'Vlaanderen is veel te weinig voorbereid', zegt Storme. Ook op 'zijn' partij heeft hij kritiek. 'De N-VA moet opletten dat ze het B-scenario niet volledig begraaft. Ik begrijp natuurlijk wel dat men niet met vuur wil spelen en de internationale markten niet nodeloos mag alarmeren. Maar er bestaat ook een risico dat de N-VA uit voorzichtigheid haar eigen partijprogramma belachelijk maakt. De N-VA moet ook vermijden dat haar achterban niet wordt ontmoedigd. Het doel is Vlaanderen als aparte lidstaat in de Europese Unie. Het is niet de taak van de N-VA-leiding om daarover te staan roepen. Maar het zou ook zonde zijn om het niet te doen als de kans zich aandient. Plots is het momentum daar. Wellicht is dat nog niet deze keer, maar je moet wel klaarstaan.'
'Er is ook te weinig durf, omdat wij het machtsdenken niet meester zijn. Vlamingen aan de onderhandelingstafel gaan uit van het meest waarschijnlijke en concentreren zich daarop.'
STAATSSCHULD
Als we het al niet eens raken over BHV, hoe zouden Vlamingen en Franstaligen dan ooit in staat zijn om in onderling overleg de overigens alsmaar slinkende boedel te scheiden? De taalgrens zal door de Franstaligen niet aanvaard worden als staatsgrens, zolang de Vlamingen geen 'corridor' bieden tussen Brussel en Wallonië. Maar dat is nu net een toegeving die volgens Storme nooit mag worden gedaan. Als we volgens het internationaal recht onze taalgrens als landsgrens willen claimen, dan is een belangrijk element daarin dat Brussel volledig omgeven wordt door Vlaams grondgebied. Brussel wordt in dat theoretisch scenario dan een enclave in Vlaanderen, met een speciaal statuut.
Storme geeft ook toe dat de Europese Unie de zaken compliceert. De nieuwe staatjes die inmiddels lid zijn van de EU splitsten zich eerst af, en sloten vervolgens aan bij de Unie. Omgekeerd is het moeilijker.
Ook de vraag naar een splitsing van de overheidsschuld levert tandengeknars op. De Leuvense economische denktank Vives heeft recent modellen uitgewerkt voor zo'n schuldverdeling: op basis van de draagkracht van elk deelgebied, op basis van de bevolking, enzovoort.
Je kunt er donder op zeggen dat zulke onderhandelingen spaak lopen. En dan? 'Ons onvermogen om akkoord te gaan over de boedelscheiding zal onvermijdelijk tot gevolg hebben dat de organisatie ervan zal worden overgenomen door de Europese Unie. De EU kan het zich immers niet veroorloven dat er chaos ontstaat in het centrum van de Unie. De kans is groot dat Vlaanderen dan zal moeten inbinden', schrijft Paul De Grauwe op zijn blog.
'Vermits de landsgrenzen een twistappel zullen zijn, zal de EU de techniek van het referendum gebruiken om te beslissen tot welk land de betwiste gebieden zullen behoren. Vlaanderen zal zeker een stuk van zijn territorium rond Brussel verliezen na zo'n referendum.'
Het valt te vrezen dat de financiele markten ons in een mum van tijd zullen afstraffen op het moment dat een boedelscheiding echt aan de orde van de dag is. Dat maakt volgens De Grauwe gek genoeg een boedelscheiding waarschijnlijker. 'De hoge rentevoeten op de Belgische overheidsschuld zullen in Vlaanderen geïnterpreteerd worden als de hoge kostprijs die Vlamingen moeten betalen om in de Belgische unie te blijven. Vlaamse onafhankelijkheid zal aantrekkelijker worden. Want een onafhankelijk Vlaanderen zal, in de opinie van vele Vlamingen, budgettair orthodox zijn en door de financiële markten als een betrouwbaar land worden beschouwd. Vlaanderen zal kunnen profiteren van lagere rentevoeten.'
Storme relativeert: 'Het grootste deel van onze schuld is binnenlandse schuld. Dat is een groot voordeel. Voor het kleinere deel buitenlandse schuldeisers moeten we een trust oprichten waarvoor de opvolgers-lidstaten samen verantwoordelijk zijn.'
LASTIGE BESTANDEN
Storme betwist de stelling dat een scheiding chaos betekent, en we internationaal met de billen bloot zouden staan. 'Ik neem federale landen die splitsten als ijkpunt. Daaruit kun je afleiden dat onze kans op een geslaagde splitsing zonder al te grote chaos vrij groot is. Er bestaan immers deelstaatregeringen, rechtstreeks verkozen deelstaatparlementen en administraties. Die kunnen de grootste schok opvangen.'
Stel dat de politieke wil er zou zijn om ons koninkrijkje te splitsen, dan bots je meteen op de grote obstakels Brussel en de staatsschuld. Daarnaast zijn er een boel praktische problemen: splits maar eens een leger of een kunstcollectie.
Het grootste probleem ziet Storme gek genoeg niet in Brussel of de staatsschuld, maar in de databestanden die bij de FOD Financiën opgeslagen zitten, op Brussels grondgebied. 'Zoiets kun je niet op 24 uur splitsen en overnemen. De IT zal de splitsing praktisch moeilijker maken.'
Wie alle praktische scenario's wel al tot in de details heeft uitgevlooid, is Vlaams Belanger Gerolf Annemans. Hij heeft net zijn slotzin af van het binnenkort te verschijnen De ordelijke opdeling. Hij beschrijft van alle administraties en instellingen hoe ze gesplitst kunnen worden. De internationale erkenning van een nieuwe staat en de financiën, het passeert allemaal de revue. Het valt te betwijfelen of zijn boek, waar hij jarenlang aan werkte, grote weerklank zal krijgen. Annemans zit met het Vlaams Belang in het kamp waar de beslissingen niét genomen worden.
Bovendien blijft zijn oefening zwemmen op het droge. Alle vingeroefeningen over een mogelijke splitsing blijven tot nader order virtuele realiteit.
Toch grijnst de Vlaams-nationalist: 'In 1990 hield ik mijn eerste colloquium over “Onafhankelijkheid moet en kan,. Toen geloofde ik nooit dat ik het nog ging meemaken. Nu geloof ik zelfs dat mijn oude moeder het nog zal beleven.'
(1) http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=RE2V8C47
'Het is maar omdat N-VA niet per definitie schrik heeft van een plan B dat er nu iets verschuift', zegt professor Matthias Storme. Maar zelfs de N-VA heeft, hoewel ze al sinds haar ontstaan pleit voor onafhankelijkheid, geen grondig voorbereid scenario.
'Daar gààt het toch niet om. Wie is daar nu mee bezig?' Het hoofdkwartier van N-VA is niet opgezet met vragen van journalisten over 'Plan B'. Plan B, het is sinds de politieke blokkering in 2007 het eufemisme voor het plan dat naar het einde van België leidt.
Tot vervelens toe herhaalt Bart De Wever dat het einde van België niet aan de orde is, dat hij nu confederalisme wil, desnoods dat hij wel verwacht dat het Belgische niveau stilletjesaan zal verdampen maar dat hij noch zijn partij te vinden zijn voor chaos. Als hij nog wil slagen in deze onderhandelingen, kan hij alle aandacht voor een 'Plan B' missen als kiespijn.
Hoe meer blokkering, hoe meer de N-VA verdacht wordt van een verrottingsstrategie. Woordvoerder Jeroen Overmeer: 'Onze antennes zijn helemaal niet gericht op een plan B. Wij willen onderhandelen. Anders waren we niet sinds 13 juni onophoudelijk bezig met het zoeken naar een oplossing.'
De Wever beseft als geen ander dat de kwantumsprong die hij op 13 juni gemaakt heeft, te danken is aan kiezers die de blokkering beu zijn, maar daarom België niet kapot willen. Toch zal de N-VA er niet aan ontsnappen dat in zijn Vlaamse flank stilaan meer stemmen zullen opgaan voor 'de drastische oplossing', hoe onmogelijk ook.
De Vlaamse beweging houdt al jaren pleidooien voor een onafhankelijk Vlaanderen. Maar hoe concreet zijn de voorbereidingen daarvan? N-VA kamerfractieleider Jan Jambon: 'Op dit moment zijn de quotes over alle plannen B niet meer dan loze kreten. Vlaanderen denkt te weinig na over de lange termijn en plan B.' Voor de N-VA geldt dat al evenzeer. Jambon: 'We zijn naar de kiezer gestapt met confederalisme en het is ook dat wat we tijdens deze onderhandelingen willen realiseren. Maar de onafhankelijkheidsgedachte staat natuurlijk wel in het programma van de partij. Het blijft op langere termijn het streefdoel.'
Jambon was, voor hij de stap naar de politiek zette, lid van de denkgroep 'In de Warande'. Die Vlaamse bedrijfsleiders en academici pakten in 2005 uit met een 'Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen, maar sindsdien bleven ze stil.
BELACHELIJK
Hoewel een onafhankelijk Vlaanderen een scenario is waarmee op dit moment niemand aan de onderhandelingstafel echt rekening houdt, zijn wel al een hoop academische oefeningen gebeurd. 'In De Warande' pleitte met zakelijke argumenten voor een ontbinding van België, met een aangepast statuut - een soort condominium - voor Brussel. Maar de denkgroep raakte verstrikt in die laatste knoop.
Tot op vandaag is een tweede manifest met een gefundeerd antwoord over Brussel niet verschenen, simpelweg omdat men het niet eens raakt. Eén flank wil Brussel koudweg laten schieten, veeleer uit tactische overwegingen.
'Omdat Brussel altijd en eeuwig als argument gebruikt wordt om toch maar niet de discussie te hoeven voeren over een onafhankelijk Vlaanderen', zegt een lid. Anderen blijven Brussel claimen, maar ook binnen die lijn zijn er nog verschillende strekkingen over hoe dat nu moet.'
Oud-directeur van Trends Frans Crols koos er in 2009 op de IJzerwake radicaal voor om Brussel dan maar los te laten.
Professor en N-VA-lid Matthias Storme maakt ook projecties over een splitsing, onder meer in De Vlaamse republiek. Van utopie tot project. Maar theoretische oefening en de politieke praktijk liggen ver uit elkaar. 'Eerst moet de politieke wil er zijn. Dan volgen de praktische schema's wel', zegt Storme.
Op de IJzerwake eind augustus verdedigde hij voor een schare Vlaams-nationalisten dat een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring niet strijdig is met het volkenrecht. De 'chantage' van Francobelgië veroordeelt hij: 'Francobelgië zal de Belgische staat voorzetten, zegt men, en ons uit de Europese Unie houden. Vergeet die chantage: wat van België zou resten en wil doorgaan onder die naam, zal ook de Belgische schulden moeten dragen en zijn plaats in de Unie weer moeten onderhandelen.'
'Vlaanderen is veel te weinig voorbereid', zegt Storme. Ook op 'zijn' partij heeft hij kritiek. 'De N-VA moet opletten dat ze het B-scenario niet volledig begraaft. Ik begrijp natuurlijk wel dat men niet met vuur wil spelen en de internationale markten niet nodeloos mag alarmeren. Maar er bestaat ook een risico dat de N-VA uit voorzichtigheid haar eigen partijprogramma belachelijk maakt. De N-VA moet ook vermijden dat haar achterban niet wordt ontmoedigd. Het doel is Vlaanderen als aparte lidstaat in de Europese Unie. Het is niet de taak van de N-VA-leiding om daarover te staan roepen. Maar het zou ook zonde zijn om het niet te doen als de kans zich aandient. Plots is het momentum daar. Wellicht is dat nog niet deze keer, maar je moet wel klaarstaan.'
'Er is ook te weinig durf, omdat wij het machtsdenken niet meester zijn. Vlamingen aan de onderhandelingstafel gaan uit van het meest waarschijnlijke en concentreren zich daarop.'
STAATSSCHULD
Als we het al niet eens raken over BHV, hoe zouden Vlamingen en Franstaligen dan ooit in staat zijn om in onderling overleg de overigens alsmaar slinkende boedel te scheiden? De taalgrens zal door de Franstaligen niet aanvaard worden als staatsgrens, zolang de Vlamingen geen 'corridor' bieden tussen Brussel en Wallonië. Maar dat is nu net een toegeving die volgens Storme nooit mag worden gedaan. Als we volgens het internationaal recht onze taalgrens als landsgrens willen claimen, dan is een belangrijk element daarin dat Brussel volledig omgeven wordt door Vlaams grondgebied. Brussel wordt in dat theoretisch scenario dan een enclave in Vlaanderen, met een speciaal statuut.
Storme geeft ook toe dat de Europese Unie de zaken compliceert. De nieuwe staatjes die inmiddels lid zijn van de EU splitsten zich eerst af, en sloten vervolgens aan bij de Unie. Omgekeerd is het moeilijker.
Ook de vraag naar een splitsing van de overheidsschuld levert tandengeknars op. De Leuvense economische denktank Vives heeft recent modellen uitgewerkt voor zo'n schuldverdeling: op basis van de draagkracht van elk deelgebied, op basis van de bevolking, enzovoort.
Je kunt er donder op zeggen dat zulke onderhandelingen spaak lopen. En dan? 'Ons onvermogen om akkoord te gaan over de boedelscheiding zal onvermijdelijk tot gevolg hebben dat de organisatie ervan zal worden overgenomen door de Europese Unie. De EU kan het zich immers niet veroorloven dat er chaos ontstaat in het centrum van de Unie. De kans is groot dat Vlaanderen dan zal moeten inbinden', schrijft Paul De Grauwe op zijn blog.
'Vermits de landsgrenzen een twistappel zullen zijn, zal de EU de techniek van het referendum gebruiken om te beslissen tot welk land de betwiste gebieden zullen behoren. Vlaanderen zal zeker een stuk van zijn territorium rond Brussel verliezen na zo'n referendum.'
Het valt te vrezen dat de financiele markten ons in een mum van tijd zullen afstraffen op het moment dat een boedelscheiding echt aan de orde van de dag is. Dat maakt volgens De Grauwe gek genoeg een boedelscheiding waarschijnlijker. 'De hoge rentevoeten op de Belgische overheidsschuld zullen in Vlaanderen geïnterpreteerd worden als de hoge kostprijs die Vlamingen moeten betalen om in de Belgische unie te blijven. Vlaamse onafhankelijkheid zal aantrekkelijker worden. Want een onafhankelijk Vlaanderen zal, in de opinie van vele Vlamingen, budgettair orthodox zijn en door de financiële markten als een betrouwbaar land worden beschouwd. Vlaanderen zal kunnen profiteren van lagere rentevoeten.'
Storme relativeert: 'Het grootste deel van onze schuld is binnenlandse schuld. Dat is een groot voordeel. Voor het kleinere deel buitenlandse schuldeisers moeten we een trust oprichten waarvoor de opvolgers-lidstaten samen verantwoordelijk zijn.'
LASTIGE BESTANDEN
Storme betwist de stelling dat een scheiding chaos betekent, en we internationaal met de billen bloot zouden staan. 'Ik neem federale landen die splitsten als ijkpunt. Daaruit kun je afleiden dat onze kans op een geslaagde splitsing zonder al te grote chaos vrij groot is. Er bestaan immers deelstaatregeringen, rechtstreeks verkozen deelstaatparlementen en administraties. Die kunnen de grootste schok opvangen.'
Stel dat de politieke wil er zou zijn om ons koninkrijkje te splitsen, dan bots je meteen op de grote obstakels Brussel en de staatsschuld. Daarnaast zijn er een boel praktische problemen: splits maar eens een leger of een kunstcollectie.
Het grootste probleem ziet Storme gek genoeg niet in Brussel of de staatsschuld, maar in de databestanden die bij de FOD Financiën opgeslagen zitten, op Brussels grondgebied. 'Zoiets kun je niet op 24 uur splitsen en overnemen. De IT zal de splitsing praktisch moeilijker maken.'
Wie alle praktische scenario's wel al tot in de details heeft uitgevlooid, is Vlaams Belanger Gerolf Annemans. Hij heeft net zijn slotzin af van het binnenkort te verschijnen De ordelijke opdeling. Hij beschrijft van alle administraties en instellingen hoe ze gesplitst kunnen worden. De internationale erkenning van een nieuwe staat en de financiën, het passeert allemaal de revue. Het valt te betwijfelen of zijn boek, waar hij jarenlang aan werkte, grote weerklank zal krijgen. Annemans zit met het Vlaams Belang in het kamp waar de beslissingen niét genomen worden.
Bovendien blijft zijn oefening zwemmen op het droge. Alle vingeroefeningen over een mogelijke splitsing blijven tot nader order virtuele realiteit.
Toch grijnst de Vlaams-nationalist: 'In 1990 hield ik mijn eerste colloquium over “Onafhankelijkheid moet en kan,. Toen geloofde ik nooit dat ik het nog ging meemaken. Nu geloof ik zelfs dat mijn oude moeder het nog zal beleven.'
(1) http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=RE2V8C47
zondag, augustus 22, 2010
Ons Europa vereist een vrij Vlaanderen
Toespraak prof. Matthias Storme, Ijzerwake 22 augustus 2010.
Noot aan de lezer: deze tekst betreft een toespraak op een politieke meeting en heeft geen andere (bv. academische) pretentie.
Ave commilitones,
gegroet gij medestrijders, gegroet waarde landgenoten,
(1) Geen ander wapen voerend dan het woord
in deze weide waar wij van Wilderode nog steeds missen
geef ik in zijn woorden weer de slagzin van vandaag:
"De wereld die wij willen is een Vlaanderen
verlost van velerlei onvrijheid en bevoogding,
weer vaderhuis voor zijn verstrooide kinderen
De wereld die wij willen is Europa
uit zoveel eeuwen ongeduld verzameld
en toegezegd aan wie geen wanhoop kennen."
Of nog:
"De oude eis
nu in de felle gebiedende wijs!
neemt gij het lot van uw land
stevig in eigen hand!
Volk, word staat, word Vlààmse staat
om als volk te leven."
(2) Waarde landgenoten, heb ik dat wel goed gehoord ?
Dit kan toch niet correct zijn ?
Ons landje is al zo klein.
We gaan dat toch niet splitsen zeker -
we bouwen toch een Europese Unie ?
We gaan ons toch niet opsluiten
in ons eigen grote gelijk of zo ?
Daar liggen de mensen niet wakker van !
Hou U bezig met de echte problemen.
Jullie weten toch dat Vlamingen niet bestaan,
dat volkeren slechts een uitvinding zijn ?
En we gaan onszelf toch niet tot paria maken zeker ?
We worden een nieuw Kosovo - heeft profeet Eyskens ons voorspeld,
door iedereen uitgesloten en daarmee uitgeteld.
Dat was wel voor de uitspraak van 't internationaal gerechtshof
waarin erkend werd
dat een eenzijdige verklaring van onafhankelijkheid
niét strijdt met het volkenrecht.
Maar toch - hoe kan je nu een grens trekken tussen mensen ?
Da's apartheid, zegt Gosuin.
Wat een egoïsme in plaats van solidariteit,
parroteren de ongestelde lichamen erbij.
Hebt U het ook gemerkt
op welk niveau van argumentatie men asiel moet zoeken
om de vaart naar een vrij Vlaanderen te verhinderen ?
(3) De schaalvoordelen van België is er zo één.
Ach ja, wie vult de schaal, wie de voordelen.
Die schaalvoordelen dus, U weet wel,
een land van zes miljoen, dat kan niet wezen.
Tot de helft der landen van Europa kleiner bleek te zijn
- in inwoners al, en veel meer nog economisch gezien.
En waren nieuwe landen dan niet uit de tijd ?
Weet U, zes van de Europese lidstaten
bestonden twintig jaar terug niet eens.
Minstens twaalf ervan zijn minder dan een eeuw oud.
Andere nieuwe landen worden wellicht spoedig in de Unie opgenomen.
Zouden zij allen ons verweigeren wat ze voor zichzelf wilden ?
Francobelgië zal de Belgische staat voortzetten, zegt men,
en ons uit de Europese Unie houden.
Vergeet die chantage: wat van België zou resten
en wil doorgaan onder die naam,
zal ook diens schulden moeten dragen
en zijn plaats in de Unie al evenzeer weer moeten onderhandelen.
(4) Laat U ook niet langer culpabiliseren
omdat wij een volwaardig land willen,
het "vaderland waarin ons' zonen
beter zullen wonen".
Hoort u nog eens zo'n moreel gebelgde betweter,
herinner hem eraan:
wij vragen voor onszelf niets wat we anderen niet gunnen.
Wij vragen geen bevoegdheden, die we anderen niet gunnen.
Wij willen geen consumptiefederalisme.
Wij vragen geen faciliteiten over de grens, die we anderen niet gunnen.
Wij geven en vragen gelijke rechten, geen speciale rechten of privilegies.
Kunnen de gebelgden dat ook zeggen ?
Spreken zij onze taal als wij de hunne spreken ?
Passen zij zich aan zoals wij dat doen in andermans land ?
Diegenen die dat doen - en ze zijn er, ook aan franstalige zijde -
die hebben het volste begrip voor onze wens.
Wederkerigheid alleen kan de basis zijn voor samenwerking en dialoog.
Dan willen wij ook vergeven zoals men ons vergeeft.
Wij vragen geen vergeten, en zullen ook zelf niet vergeten.
Maar mag de haat eens ophouden die dagelijks druipt
van de bladzijden der Gazettes milles collines ?
Mag het gestook ophouden waarmee men Vlaanderen
elders in Europa voortdurend zwart blijft maken ?
Mogen wij na al die financiële solidariteit
ook wat morele solidariteit verwachten -
waarbij Francobelgië in Europa ook eens aan hetzelfde zeel wil trekken ?
Of kan zelfs goede nabuurschap niet meer,
omdat nog altijd geldt que l'on nous a volé la Flandre ?
En ja, onze eeuwenoude gastvrijheid is niet meer altijd
wat ze zou moeten zijn,
maar wat wil je met een buurman
die steeds weer een stuk van je huis wil inpalmen
en er ook nog een groot aantal nieuwe bewoners op jouw kosten wil herbergen.
(5) Beste landgenoten,
Europa is geen argument tegen Vlaamse onafhankelijkheid.
De Europese Unie is zowel de belangrijkste reden
waarom Vlaamse soevereiniteit een noodzaak is,
als de evolutie die de mogelijke nadelen van die onafhankelijkheid heeft opgeheven.
Zolang Vlaanderen geen staat is,
maar slechts een deelstaat van België, of nog niet eens,
bestaat het niet voor Europa.
En hoe meer de Europese Unie belangrijk wordt,
hoe wezenlijker het is er lidstaat van te zijn,
en zelf te zetelen in de beslissingsorganen.
Het is de Europese Unie die ons dwingt de onafhankelijkheid uit te roepen
om onze belangen en vrijheden in Europa te kunnen verdedigen.
Europa kan slechts "ons" Europa zijn als Vlaanderen soeverein is.
(6) Tegelijk ontkracht de Europese Unie door zijn gemeenschappelijke markt
de zwetsers die ons bezweren ronds ons geglobaliseerd landje geen grens te leggen.
Die grens die in de hoofden van de mensen allang aanwezig is,
die mentale grens die met de dag duidelijker wordt,
omdat ze het nog steeds niet hebben begrepen,
- die grens zal immers een politieke grens zijn,
geen economische grens.
Onze economische en monetaire Unie is al meer dan 10 jaar
niet meer België, maar Europa.
Het verdwijnen van het tussenniveau België
zal dus geen contraproductieve grens creëren
en zal het vrij verkeer niet beëindigen.
Niet om ons af te sluiten willen wij een staatsgrens trekken,
maar om een einde te maken aan de staat van chantage
van grendels en belangenconflicten.
Om de democratie te herstellen moeten wij een staatsgrens trekken,
daar die zo zwaar gewond is door decennia gesjacher
dat ook de Vlaamse overheid zwaar aan de belgische ziekte lijdt.
Om internationaal duidelijkheid te scheppen moeten wij een staatsgrens trekken,
opdat anderen tenminste weten wat het is waarin zij zich moeten integreren.
(7) In plaats van enkel het recht om wat snoepjes uit te delen,
die dan gewrongen zitten tussen strijdige Belgische en Europese regels,
moet Vlaanderen zelf de sociale zekerheid bepalen.
Een solidariteit die verder reikt, hoort te liggen op Europees niveau,
wijl nu de gevestigde machten die spreken van een sociaal Europa
halsstarrig vasthouden aan achterhaalde mechanismen
die én onze economische welvaart blokkeren
én dienen om niet te moeten delen met centraaleuropese broeders en zusters.
Want zeg nu zelf:
waarom zouden wij alleen met Francobelgië
solidariteit aan de dag moeten leggen,
en waarom zouden alléén wij
met Francobelgië solidariteit aan de dag moeten leggen ?
Dus, Vlaamse onderhandelaars, splits die sociale zekerheid.
(8) Als het niet in één keer lukt, dan moet het maar in twee.
Maar wacht niet te lang, de tijd dringt.
En hou de gulden regel van Koen Baert wel steeds voor ogen.
Splits dan ook naar de Gemeenschappen, niet de Gewesten.
Want al is Brussel niet alleen van ons, het is ook van ons.
Het is ons recht daar minstens de persoonsgebonden bevoegdheden
te blijven uitoefenen,
zelfs al zou Brussel geen deel vormen van de Vlaamse staat.
Het is niet omdat de Brabantse Nederlanders in Brussel geminoriseerd zijn
door sociale druk en massale inwijking,
dat zij in hun eigen stad zouden mogen worden weggezuiverd
en er zich niet meer tot de Vlaamse en Nederlandse gemeenschap
zouden mogen bekennen.
Slechts onder die voorwaarde, vast te leggen in een Verdrag,
kan Brussel buiten de Vlaamse staat blijven.
(9) En wanneer de mentale grens een politieke grens zal zijn,
zal het geen grens meer zijn tussen mensen;
zal die het eindelijk mogelijk maken
om met Wallonië goede buur te worden
in plaats van vechtend paar,
al duurt dat misschien wel een paar jaar.
En waar versterkte samenwerking nuttig is,
kan die ook aan die kant, op een gezonde basis dit keer.
Maar vooral zal die onafhankelijkheid het ons eindelijk mogelijk maken
het kompas op het Noorden te richten.
Op 22 augustus vijftienhonderzevenenzestig kwam de hertog van Alva
met zijn Spaanse troepen naar de Nederlanden.
Wordt het vandaag 22 augustus, 443 jaar later,
geen tijd om het ravijn tussen Essen en Roosendaal
dat slechts een product is van de militaire posities van die tijd
en nooit een staatsgrens had mogen zijn,
om dat ravijn te dichten ?
Wordt het geen tijd om de confederale Unie van Utrecht te hernemen,
de grondslag van de succesvolle Republiek der Verenigde Provinciën ?
Wordt het geen tijd om met de Staatse Nederlanden
binnen Europa aan hetzelfde zeel te trekken ?
Om één lijn te trekken in onze buitenlandse politiek,
om één lijn te trekken in onze integratiepolitiek,
om één lijn te trekken in ons havenbeleid,
om één lijn te trekken in onze rechtspolitiek ?
Daar wij toch zijn in eenen stronck geplant.
En samen in Europa sterker zijn.
(10) Want ook aan Europa is nog wel wat werk
voor het echt ons Europa zal zijn.
Hoezo ons ?
Durven wij het woord ons nog gebruiken ?
We gaan Europa toch niet beperken tot de Europeanen zeker ?
Dat mag toch geen christelijke club zijn, zei Erdogan.
Zo papegaaien ook de hoge dames en heren.
Zo papegaaiden de gebroeders Verhofstadt,
die immers liever Turks dan paaps zijn,
die onze Europese identiteit willen uitwissen
omdat die nu eenmaal wezenlijk door het christendom is getekend.
Als de grens van Europa niet aan de grens met Turkije ligt,
dan kan men evengoed een Unie vormen met alle Chinezen.
Als Europa inderdaad ook op eigen waarden is gegrond,
dan moet het daar zonodig jaloers mee omspringen
en kan men politiek maar europees worden
als men eerst cultureel is geëuropeaniseerd.
Jawel, verscheidenheid is een enorme rijkdom in Europa,
en de vrijheid om te verschillen een grote Europese verworvenheid.
Jawel, wij willen een cultuur van de rede,
een cultuur van de dialoog.
Maar juist daarom
moeten wij die vrijheid, die verscheidenheid, die cultuur van de rede
bewaken en beschermen,
tegen verstikkende gelijkschakeling door de eigen overheid
zowel als tegen wetten en praktijken die van elders komen.
Want, inderdaad, zoals het hier reeds klonk net voor het vreugdeslied :
"Alleen een vrij en sterk Vlaanderen
in een Europees Europa
kan van harte en bij uitstek ons aller toekomst zijn".
Ik heb gezegd.
Noot aan de lezer: deze tekst betreft een toespraak op een politieke meeting en heeft geen andere (bv. academische) pretentie.
Ave commilitones,
gegroet gij medestrijders, gegroet waarde landgenoten,
(1) Geen ander wapen voerend dan het woord
in deze weide waar wij van Wilderode nog steeds missen
geef ik in zijn woorden weer de slagzin van vandaag:
"De wereld die wij willen is een Vlaanderen
verlost van velerlei onvrijheid en bevoogding,
weer vaderhuis voor zijn verstrooide kinderen
De wereld die wij willen is Europa
uit zoveel eeuwen ongeduld verzameld
en toegezegd aan wie geen wanhoop kennen."
Of nog:
"De oude eis
nu in de felle gebiedende wijs!
neemt gij het lot van uw land
stevig in eigen hand!
Volk, word staat, word Vlààmse staat
om als volk te leven."
(2) Waarde landgenoten, heb ik dat wel goed gehoord ?
Dit kan toch niet correct zijn ?
Ons landje is al zo klein.
We gaan dat toch niet splitsen zeker -
we bouwen toch een Europese Unie ?
We gaan ons toch niet opsluiten
in ons eigen grote gelijk of zo ?
Daar liggen de mensen niet wakker van !
Hou U bezig met de echte problemen.
Jullie weten toch dat Vlamingen niet bestaan,
dat volkeren slechts een uitvinding zijn ?
En we gaan onszelf toch niet tot paria maken zeker ?
We worden een nieuw Kosovo - heeft profeet Eyskens ons voorspeld,
door iedereen uitgesloten en daarmee uitgeteld.
Dat was wel voor de uitspraak van 't internationaal gerechtshof
waarin erkend werd
dat een eenzijdige verklaring van onafhankelijkheid
niét strijdt met het volkenrecht.
Maar toch - hoe kan je nu een grens trekken tussen mensen ?
Da's apartheid, zegt Gosuin.
Wat een egoïsme in plaats van solidariteit,
parroteren de ongestelde lichamen erbij.
Hebt U het ook gemerkt
op welk niveau van argumentatie men asiel moet zoeken
om de vaart naar een vrij Vlaanderen te verhinderen ?
(3) De schaalvoordelen van België is er zo één.
Ach ja, wie vult de schaal, wie de voordelen.
Die schaalvoordelen dus, U weet wel,
een land van zes miljoen, dat kan niet wezen.
Tot de helft der landen van Europa kleiner bleek te zijn
- in inwoners al, en veel meer nog economisch gezien.
En waren nieuwe landen dan niet uit de tijd ?
Weet U, zes van de Europese lidstaten
bestonden twintig jaar terug niet eens.
Minstens twaalf ervan zijn minder dan een eeuw oud.
Andere nieuwe landen worden wellicht spoedig in de Unie opgenomen.
Zouden zij allen ons verweigeren wat ze voor zichzelf wilden ?
Francobelgië zal de Belgische staat voortzetten, zegt men,
en ons uit de Europese Unie houden.
Vergeet die chantage: wat van België zou resten
en wil doorgaan onder die naam,
zal ook diens schulden moeten dragen
en zijn plaats in de Unie al evenzeer weer moeten onderhandelen.
(4) Laat U ook niet langer culpabiliseren
omdat wij een volwaardig land willen,
het "vaderland waarin ons' zonen
beter zullen wonen".
Hoort u nog eens zo'n moreel gebelgde betweter,
herinner hem eraan:
wij vragen voor onszelf niets wat we anderen niet gunnen.
Wij vragen geen bevoegdheden, die we anderen niet gunnen.
Wij willen geen consumptiefederalisme.
Wij vragen geen faciliteiten over de grens, die we anderen niet gunnen.
Wij geven en vragen gelijke rechten, geen speciale rechten of privilegies.
Kunnen de gebelgden dat ook zeggen ?
Spreken zij onze taal als wij de hunne spreken ?
Passen zij zich aan zoals wij dat doen in andermans land ?
Diegenen die dat doen - en ze zijn er, ook aan franstalige zijde -
die hebben het volste begrip voor onze wens.
Wederkerigheid alleen kan de basis zijn voor samenwerking en dialoog.
Dan willen wij ook vergeven zoals men ons vergeeft.
Wij vragen geen vergeten, en zullen ook zelf niet vergeten.
Maar mag de haat eens ophouden die dagelijks druipt
van de bladzijden der Gazettes milles collines ?
Mag het gestook ophouden waarmee men Vlaanderen
elders in Europa voortdurend zwart blijft maken ?
Mogen wij na al die financiële solidariteit
ook wat morele solidariteit verwachten -
waarbij Francobelgië in Europa ook eens aan hetzelfde zeel wil trekken ?
Of kan zelfs goede nabuurschap niet meer,
omdat nog altijd geldt que l'on nous a volé la Flandre ?
En ja, onze eeuwenoude gastvrijheid is niet meer altijd
wat ze zou moeten zijn,
maar wat wil je met een buurman
die steeds weer een stuk van je huis wil inpalmen
en er ook nog een groot aantal nieuwe bewoners op jouw kosten wil herbergen.
(5) Beste landgenoten,
Europa is geen argument tegen Vlaamse onafhankelijkheid.
De Europese Unie is zowel de belangrijkste reden
waarom Vlaamse soevereiniteit een noodzaak is,
als de evolutie die de mogelijke nadelen van die onafhankelijkheid heeft opgeheven.
Zolang Vlaanderen geen staat is,
maar slechts een deelstaat van België, of nog niet eens,
bestaat het niet voor Europa.
En hoe meer de Europese Unie belangrijk wordt,
hoe wezenlijker het is er lidstaat van te zijn,
en zelf te zetelen in de beslissingsorganen.
Het is de Europese Unie die ons dwingt de onafhankelijkheid uit te roepen
om onze belangen en vrijheden in Europa te kunnen verdedigen.
Europa kan slechts "ons" Europa zijn als Vlaanderen soeverein is.
(6) Tegelijk ontkracht de Europese Unie door zijn gemeenschappelijke markt
de zwetsers die ons bezweren ronds ons geglobaliseerd landje geen grens te leggen.
Die grens die in de hoofden van de mensen allang aanwezig is,
die mentale grens die met de dag duidelijker wordt,
omdat ze het nog steeds niet hebben begrepen,
- die grens zal immers een politieke grens zijn,
geen economische grens.
Onze economische en monetaire Unie is al meer dan 10 jaar
niet meer België, maar Europa.
Het verdwijnen van het tussenniveau België
zal dus geen contraproductieve grens creëren
en zal het vrij verkeer niet beëindigen.
Niet om ons af te sluiten willen wij een staatsgrens trekken,
maar om een einde te maken aan de staat van chantage
van grendels en belangenconflicten.
Om de democratie te herstellen moeten wij een staatsgrens trekken,
daar die zo zwaar gewond is door decennia gesjacher
dat ook de Vlaamse overheid zwaar aan de belgische ziekte lijdt.
Om internationaal duidelijkheid te scheppen moeten wij een staatsgrens trekken,
opdat anderen tenminste weten wat het is waarin zij zich moeten integreren.
(7) In plaats van enkel het recht om wat snoepjes uit te delen,
die dan gewrongen zitten tussen strijdige Belgische en Europese regels,
moet Vlaanderen zelf de sociale zekerheid bepalen.
Een solidariteit die verder reikt, hoort te liggen op Europees niveau,
wijl nu de gevestigde machten die spreken van een sociaal Europa
halsstarrig vasthouden aan achterhaalde mechanismen
die én onze economische welvaart blokkeren
én dienen om niet te moeten delen met centraaleuropese broeders en zusters.
Want zeg nu zelf:
waarom zouden wij alleen met Francobelgië
solidariteit aan de dag moeten leggen,
en waarom zouden alléén wij
met Francobelgië solidariteit aan de dag moeten leggen ?
Dus, Vlaamse onderhandelaars, splits die sociale zekerheid.
(8) Als het niet in één keer lukt, dan moet het maar in twee.
Maar wacht niet te lang, de tijd dringt.
En hou de gulden regel van Koen Baert wel steeds voor ogen.
Splits dan ook naar de Gemeenschappen, niet de Gewesten.
Want al is Brussel niet alleen van ons, het is ook van ons.
Het is ons recht daar minstens de persoonsgebonden bevoegdheden
te blijven uitoefenen,
zelfs al zou Brussel geen deel vormen van de Vlaamse staat.
Het is niet omdat de Brabantse Nederlanders in Brussel geminoriseerd zijn
door sociale druk en massale inwijking,
dat zij in hun eigen stad zouden mogen worden weggezuiverd
en er zich niet meer tot de Vlaamse en Nederlandse gemeenschap
zouden mogen bekennen.
Slechts onder die voorwaarde, vast te leggen in een Verdrag,
kan Brussel buiten de Vlaamse staat blijven.
(9) En wanneer de mentale grens een politieke grens zal zijn,
zal het geen grens meer zijn tussen mensen;
zal die het eindelijk mogelijk maken
om met Wallonië goede buur te worden
in plaats van vechtend paar,
al duurt dat misschien wel een paar jaar.
En waar versterkte samenwerking nuttig is,
kan die ook aan die kant, op een gezonde basis dit keer.
Maar vooral zal die onafhankelijkheid het ons eindelijk mogelijk maken
het kompas op het Noorden te richten.
Op 22 augustus vijftienhonderzevenenzestig kwam de hertog van Alva
met zijn Spaanse troepen naar de Nederlanden.
Wordt het vandaag 22 augustus, 443 jaar later,
geen tijd om het ravijn tussen Essen en Roosendaal
dat slechts een product is van de militaire posities van die tijd
en nooit een staatsgrens had mogen zijn,
om dat ravijn te dichten ?
Wordt het geen tijd om de confederale Unie van Utrecht te hernemen,
de grondslag van de succesvolle Republiek der Verenigde Provinciën ?
Wordt het geen tijd om met de Staatse Nederlanden
binnen Europa aan hetzelfde zeel te trekken ?
Om één lijn te trekken in onze buitenlandse politiek,
om één lijn te trekken in onze integratiepolitiek,
om één lijn te trekken in ons havenbeleid,
om één lijn te trekken in onze rechtspolitiek ?
Daar wij toch zijn in eenen stronck geplant.
En samen in Europa sterker zijn.
(10) Want ook aan Europa is nog wel wat werk
voor het echt ons Europa zal zijn.
Hoezo ons ?
Durven wij het woord ons nog gebruiken ?
We gaan Europa toch niet beperken tot de Europeanen zeker ?
Dat mag toch geen christelijke club zijn, zei Erdogan.
Zo papegaaien ook de hoge dames en heren.
Zo papegaaiden de gebroeders Verhofstadt,
die immers liever Turks dan paaps zijn,
die onze Europese identiteit willen uitwissen
omdat die nu eenmaal wezenlijk door het christendom is getekend.
Als de grens van Europa niet aan de grens met Turkije ligt,
dan kan men evengoed een Unie vormen met alle Chinezen.
Als Europa inderdaad ook op eigen waarden is gegrond,
dan moet het daar zonodig jaloers mee omspringen
en kan men politiek maar europees worden
als men eerst cultureel is geëuropeaniseerd.
Jawel, verscheidenheid is een enorme rijkdom in Europa,
en de vrijheid om te verschillen een grote Europese verworvenheid.
Jawel, wij willen een cultuur van de rede,
een cultuur van de dialoog.
Maar juist daarom
moeten wij die vrijheid, die verscheidenheid, die cultuur van de rede
bewaken en beschermen,
tegen verstikkende gelijkschakeling door de eigen overheid
zowel als tegen wetten en praktijken die van elders komen.
Want, inderdaad, zoals het hier reeds klonk net voor het vreugdeslied :
"Alleen een vrij en sterk Vlaanderen
in een Europees Europa
kan van harte en bij uitstek ons aller toekomst zijn".
Ik heb gezegd.
zaterdag, juli 10, 2010
Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Luc van den Brande te Dendermonde op 9 juli 2010
Toespraak door prof. Matthias E. Storme
Voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw
Hoogedelgestrenge Heer burgemeester in wiens stad wij te gast zijn, hoogedelgestrenge heer voorzitter van ons Vlaams Parlement,
Hooggeachte Heer en Mevrouw Van den Brande,
en eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Hoogedelgestrenge dames en heren vertegenwoordigers van het volk op de verscheidende niveau's
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !
De Orde van de Vlaamse leeuw wordt vandaag voor de 27e maal uitgereikt. Het is vooreerst mijn droeve plicht om Lode Campo te gedenken, Ordedrager 1984, die vorig jaar overleden is. Het is ook de gelegenheid even in dankbare herinnering terug te denken aan andere ver-sienstelijke Vlamingen die ons het voorbije jaar ontvallen zijn, van leiders tot voetvolk. Met de woorden van André Demedts:
Zo staan wij hier, oeroud, als tijdeloos,
en toch zo jong als het seizoen in mei,
herdenkend de Brigands, die roekeloos
de trouw beleefen, kampend vrank en vrij,
opdat de vrijheid hun een recht zou zijn,
outer en heerd, twee linden aan de poort,
één kruis, en kindren in de zonneschijn,
zoals hun vaadren levend, immervoort,
het recht op eigen ziel en lotgeval,
de vreugde van het woord uit moeders mond
gehoord, de kleine dingen zonder tal,
waaruit voor hen gans het geluk bestond.
(Voor de Brigands)
De Orde van de Vlaamse leeuw wordt toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met :
- een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaam-se gemeenschap;
- prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
- acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.
Geachte heer Van den Brande, beste laureaat, deze omschrijving die reeds sedert 1971 wordt gehanteerd, is U op het lijf geschreven. Het is niet nodig om alle drie de verdiensten te heb-ben om in aanmerking te komen voor de Orde, maar U hebt ze wel op de drie vlakken. Het is ook niet mogelijk om ze hier allemaal te bespreken, en de belangrijkste stappen uit uw politieke loopbaan zijn omzeggens iedereen hier wel bekend. Zonder alle verwezenlijkingen voor 1992 te willen minimaliseren zou ik de toehoorder toch op de eerste plaats enkele rede-nen willen aangeven waarom uw zevenjarig minister-presidentschap was, van 1992 tot 1999, zo ongelooflijk belangrijk geweest is voor Vlaanderen en welke minder bekende verdiensten daar ook mee gepaard gingen.
Het waren immers zeven vruchtbare jaren, en ze hadden nog een pak meer vruchten kunnen opleveren indien de kortzichtigheid op Vlaams niveau niet had toegeslagen vanaf 1999.
Mag ik even herinneren aan de visie die werd ontwikkeld in het project Vlaanderen-koppelteken-Europa 2002 (1)? Dat kan geen kwaad gezien de verkeerde voorstelling van za-ken die daarover soms tot op heden circuleert. Het was een “oproep van de Vlaamse regering tot alle Vlamingen om met meer visie en in nauwe samenwerking met elkaar te werken aan een nieuw Vlaanderen dat zijn eigenheid in Europa en de wereld bewaart en versterkt” (ondertitel).
Vlaanderen-Europa 2002 was dus op de eerste plaats een cultureel project, een oproep aan de Vlamingen om samen te werken aan een cultureel project “Vlaanderen”, een gemeen-schapsproject voor een Vlaamse Gemeenschap. Is zo'n gemeenschapsproject niet iets waar-aan we in de éénentwingste eeuw duidelijk nood hebben: iets dat onze individuele willekeur overstijgt, waarin onze gefragmenteerde maatschappij terug tot gemeenschap wordt, niet enkel tot een trefpunt van individuen (2), en waarin sociale cohesie wordt mogelijk gemaakt door culturele cohesie.
In Vlaanderen-Europa 2002 werd Europa gezien als “gekenmerkt door een gemeenschappelijk cultureel erfgoed, dat zich manifesteert in een veelheid van vormen en talen”.
In Vlaanderen-Europa 2002 werd Cultuur nog omschreven als “individuele en collectieve zingeving aan een gebeurtenis, een voorwerp, ruimte en materialen, kortom aan het bestaan zelf”. Of zoals U op 11 juli 1997 schreef in de Standaard : "Vlaamse identiteit is een werkwoord".
Dit alles vereiste een visie en een bereidheid om ons collectief erfgoed, zowel op lokaal, op Vlaams, op heelnederlands als op Europees vlak, op te nemen en te her-denken, dit laatste in beide betekenissen van dankbaarheid aan het verleden en van opnieuw denken en dus vernieuwen, om het zo, verrijkt, door te geven aan de volgende generaties. En met erfgoed bedoel ik behalve onze materiële cultuur ook onze waarden en instituties, onze myten en onze gebruiken, onze taal en onze symbolen, alles wat “ons” is en waardoor de vele ikken eerst “wij” kunnen zijn.
Vlaanderen-Europa 2002 had de verdienste al in de eerste zin te spreken over de staatsvorming van Vlaanderen. Niet staatshervorming, maar staatsvorming. Vlaanderen 2002 zei iets over de positie van Vlaanderen in Europa : een volwaardige. Als men over een regio sprak, ging het om een institutioneel én cultureel concept, niet om een louter geografisch concept.
Maar het project Vlaanderen-Europa 2002 moest verdwijnen omdat er geen koppelteken mocht zijn tussen Vlaanderen en Europa. Omdat die twee weer door België moesten worden gescheiden. En het klopt natuurlijk dat een belangrijk deel van uw beleid in die 7 jaren, en van uw inspanningen in de jaren sindsdien, een "buitenlands" beleid voor Vlaanderen inhield, een beleid van rechtstreekse buitenlandse betrekkingen: formeel, door het sluiten van Verdragen, het ijveren voor een sterkere positie van de constitutionele regio's in de Europese Unie, e.d.m. Informeel, door een buitenlands cultureel beleid, met de culturele ambassadeurs, het ondersteunen van de Nederlandse cultuur in de wereld, het promoten van de bilaterale verenigingen tussen Vlaanderen en andere landen en regio's in Europa. Bij dat alles nam de andere tak van ons volk, het Staatse deel der Nederlanden, steeds een bijzondere positie in.
Na de bekendmaking van de toekenning van de Orde dit jaar ontving ik een reeks entoesias-te reacties, die omzeggens allemaal herinnerden aan een of ander initiatief in die zin dat U genomen of ondersteund hebt, zo bv. het Eramus Lectureship on the History and Civilization of the Netherlands and Flanders aan de Harvard University, of de Vlaamse cultuurprojecten in Sint-Petersburg van Harold van de Perre, uw voorganger in de Orde die het erg jammer vond er vandaag niet bij te kunnen zijn omdat hij op dit ogenblik opnieuw Vlamingen gidst in Sint-Petersburg. Andere herinnerden me aan de ten onrechte na 1999 afgeblazen initiatieven zoals 7 eeuwen Vlaamse kunst.
Men heeft U soms verweten dat U het te groot zag. Dat zegt natuurlijk meer over de klein-heid van wie zoiets opmerkt. Daarom wil ik U dit vers van Fernando Pessoa opdragen:
Je mag het leven waardig dragen.
Slechts kleine zielen maakt het klein.
Als bedelaars zich als je broers gedragen
kun jij nog altijd koning zijn.
(Koningslied)
Of met de woorden van een andere drager van de Orde van de Vlaamse Leeuw, onze dichter Hubert van Herreweghen,
Eenvoudigen wij, hoog van geboorte
Op de berg waar bronnen springen.
Hou je dan hoog en buk je, hoor je,
Nooit anders dan voor hogere dingen.
(....)
(uit: Kortwoonst in de heuvels)
Niet bukken dan voor hogere dingen, U hebt dat volgehouden. En precies op dit punt zou ik uw echtgenote in mijn lof willen betrekken, want insiders weten ook hoe belangrijk zij is geweest in uw volharding. Dank, Mevrouw, voor uw steun ook aan de Vlaamse zaak.
Het beeld dat mij persoonlijk bijblijft van uw minister-presidentschap is overigens dat van een intense ruggespraak met het middenveld, steeds goed voorbereid en opgevolgd. Dat was in het bijzonder het geval door de zeer regelmatige ontmoetingen op uw kabinet met vertegenwoordigers van de Vlaamse verenigingen verenigd in het Overlegcentrum. Wij mochten op voorhand punten agenderen en U zorgde ervoor dat deze punten ook effectief voorbereid waren en een verantwoordelijke medewerker aanwezig was. Wij kregen ook een daadwerkelijk verslag en de punten werden effectief opgevolgd. Het ging dus niet om een beleefdheidsontvangst zoals bij sommige andere Minister-presidenten. En het is sedert 1999 eigenlijk nooit meer echt zo geweest. Deze ruggespraak toont overigens aan dat U niet enkel het verticale subsidiariteitsbeginsel beleed, maar ook het horizontale subsidiariteitsbeginsel toe-paste. Na 1999 werd dat vervangen door een politiek van afschaffing van de culturele koepels, van gedwongen eenheidsorganisaties in het culturele veld, kortom een veel Jozefinischer politiek dan voordien.
Het beleid na 1999 heeft natuurlijk niet kunnen verhinderen dat de drang naar meer Vlaamse autonomie en het inzicht in de noodzaak ervan is blijven toenemen. Uitspraken waarvoor U verketterd werd of op het matje werd geroepen zijn nu veeleer een teken van gematigheid of van pogingen om België te redden. Wat niet belet dat er nog flink wat werk aan de winkel is vooraleer de Vlaamse ontvoogding zal zijn voltooid. Zonder te beginnen zingen, wil ik hierbij de woorden van Paul van Vliet in herinnering brengen:
Ik verlang naar jou, dus kom naar Vlaanderen
Ik kan hier nog niet weg, want ik heb hier nog te doen
Als je naar mij verlangt, kom dan naar Vlaanderen
Dan laat ik het je zien: Vlaanderen van nu en dat van toen
De mensen en de dingen waar ze in Vlaanderen kunnen zingen
Ik blijf hier nog wat spelen, maar we kunnen Vlaanderen delen
Want Vlaanderen komt dichterbij met ieder nieuw seizoen.
Als ik tot slot nog even de deugniet mag uithangen: speciaal voor de stoute tongen die beweerden dat uw door de camera achtervolgde kwispelende hond ooit met een Waalse haan en niet met een Mechelse koekoek aan het spelen was, herinner ik aan de volgende verzen over de Waalse koekoek, ook nuttig om Brussel-Halle-Vilvoorde te begrijpen:
Waalse koekoek, die uw eieren legt
In 't warme Vlaamse nest,
wij hebben ze groot gekweekt uw jongen,
Wij kennen hun schreeuwen, kennen hun sprongen,
De onzen hebben ze eruit gedrongen.
Waalse koekoek in 't Vlaamse nest,
Wij kennen u best.
Wat voor een vogel is er de Blauwvoet,
Dat hij de koekoek niet aan en kan?
Niets met zijn bek en niets met zijn klauw doet?
Wat voor een fladderaar is hij dan?
(..)
Ginds mag hij roepen, te zomertijd,
Met hoge borst en fraaie stem,
Koe koe, koe koe,
Dat het galmt door beuk en sperre.
Zijn wij de lastige kerel kwijt,
Niet ongeren horen wij hem
Af en toe
van verre, koe koe, van verre.
Was de koekoek niet zo'n dief
Alle vogels hadden hem lief.
U zal de versvoet herkend hebben van René de Clercq, die toen reeds perfect de betekenis van het territorialiteitsbeginsel in vers uitdrukte.
Om al de genoemde redenen is het dan ook met groot genoegen dat wij U de Orde van de Vlaamse Leeuw uitreiken en dat ik U nu het hieraan verbonden zilveren plaket overhandig.
(1) L. Van den Brande e.a., Vlaanderen-Europa 2002. Een project van de Vlaamse regering, Lannoo Tielt 1993.
(2) Zie mijn kritische vergelijking van het project Vlaanderen-Europa 2002 en de "Kleurennota" van de daaropvolgende Vlaamse regering-Dewael: "Ze zijn zo kleurrijk, meneer", elfjulirede Kortrijk 10 juli 2000, in Vivat Academia nr. 108 september 2000 = http://www.storme.be/guldensporen2000.html.
Voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw
Hoogedelgestrenge Heer burgemeester in wiens stad wij te gast zijn, hoogedelgestrenge heer voorzitter van ons Vlaams Parlement,
Hooggeachte Heer en Mevrouw Van den Brande,
en eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Hoogedelgestrenge dames en heren vertegenwoordigers van het volk op de verscheidende niveau's
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !
De Orde van de Vlaamse leeuw wordt vandaag voor de 27e maal uitgereikt. Het is vooreerst mijn droeve plicht om Lode Campo te gedenken, Ordedrager 1984, die vorig jaar overleden is. Het is ook de gelegenheid even in dankbare herinnering terug te denken aan andere ver-sienstelijke Vlamingen die ons het voorbije jaar ontvallen zijn, van leiders tot voetvolk. Met de woorden van André Demedts:
Zo staan wij hier, oeroud, als tijdeloos,
en toch zo jong als het seizoen in mei,
herdenkend de Brigands, die roekeloos
de trouw beleefen, kampend vrank en vrij,
opdat de vrijheid hun een recht zou zijn,
outer en heerd, twee linden aan de poort,
één kruis, en kindren in de zonneschijn,
zoals hun vaadren levend, immervoort,
het recht op eigen ziel en lotgeval,
de vreugde van het woord uit moeders mond
gehoord, de kleine dingen zonder tal,
waaruit voor hen gans het geluk bestond.
(Voor de Brigands)
De Orde van de Vlaamse leeuw wordt toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met :
- een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaam-se gemeenschap;
- prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
- acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.
Geachte heer Van den Brande, beste laureaat, deze omschrijving die reeds sedert 1971 wordt gehanteerd, is U op het lijf geschreven. Het is niet nodig om alle drie de verdiensten te heb-ben om in aanmerking te komen voor de Orde, maar U hebt ze wel op de drie vlakken. Het is ook niet mogelijk om ze hier allemaal te bespreken, en de belangrijkste stappen uit uw politieke loopbaan zijn omzeggens iedereen hier wel bekend. Zonder alle verwezenlijkingen voor 1992 te willen minimaliseren zou ik de toehoorder toch op de eerste plaats enkele rede-nen willen aangeven waarom uw zevenjarig minister-presidentschap was, van 1992 tot 1999, zo ongelooflijk belangrijk geweest is voor Vlaanderen en welke minder bekende verdiensten daar ook mee gepaard gingen.
Het waren immers zeven vruchtbare jaren, en ze hadden nog een pak meer vruchten kunnen opleveren indien de kortzichtigheid op Vlaams niveau niet had toegeslagen vanaf 1999.
Mag ik even herinneren aan de visie die werd ontwikkeld in het project Vlaanderen-koppelteken-Europa 2002 (1)? Dat kan geen kwaad gezien de verkeerde voorstelling van za-ken die daarover soms tot op heden circuleert. Het was een “oproep van de Vlaamse regering tot alle Vlamingen om met meer visie en in nauwe samenwerking met elkaar te werken aan een nieuw Vlaanderen dat zijn eigenheid in Europa en de wereld bewaart en versterkt” (ondertitel).
Vlaanderen-Europa 2002 was dus op de eerste plaats een cultureel project, een oproep aan de Vlamingen om samen te werken aan een cultureel project “Vlaanderen”, een gemeen-schapsproject voor een Vlaamse Gemeenschap. Is zo'n gemeenschapsproject niet iets waar-aan we in de éénentwingste eeuw duidelijk nood hebben: iets dat onze individuele willekeur overstijgt, waarin onze gefragmenteerde maatschappij terug tot gemeenschap wordt, niet enkel tot een trefpunt van individuen (2), en waarin sociale cohesie wordt mogelijk gemaakt door culturele cohesie.
In Vlaanderen-Europa 2002 werd Europa gezien als “gekenmerkt door een gemeenschappelijk cultureel erfgoed, dat zich manifesteert in een veelheid van vormen en talen”.
In Vlaanderen-Europa 2002 werd Cultuur nog omschreven als “individuele en collectieve zingeving aan een gebeurtenis, een voorwerp, ruimte en materialen, kortom aan het bestaan zelf”. Of zoals U op 11 juli 1997 schreef in de Standaard : "Vlaamse identiteit is een werkwoord".
Dit alles vereiste een visie en een bereidheid om ons collectief erfgoed, zowel op lokaal, op Vlaams, op heelnederlands als op Europees vlak, op te nemen en te her-denken, dit laatste in beide betekenissen van dankbaarheid aan het verleden en van opnieuw denken en dus vernieuwen, om het zo, verrijkt, door te geven aan de volgende generaties. En met erfgoed bedoel ik behalve onze materiële cultuur ook onze waarden en instituties, onze myten en onze gebruiken, onze taal en onze symbolen, alles wat “ons” is en waardoor de vele ikken eerst “wij” kunnen zijn.
Vlaanderen-Europa 2002 had de verdienste al in de eerste zin te spreken over de staatsvorming van Vlaanderen. Niet staatshervorming, maar staatsvorming. Vlaanderen 2002 zei iets over de positie van Vlaanderen in Europa : een volwaardige. Als men over een regio sprak, ging het om een institutioneel én cultureel concept, niet om een louter geografisch concept.
Maar het project Vlaanderen-Europa 2002 moest verdwijnen omdat er geen koppelteken mocht zijn tussen Vlaanderen en Europa. Omdat die twee weer door België moesten worden gescheiden. En het klopt natuurlijk dat een belangrijk deel van uw beleid in die 7 jaren, en van uw inspanningen in de jaren sindsdien, een "buitenlands" beleid voor Vlaanderen inhield, een beleid van rechtstreekse buitenlandse betrekkingen: formeel, door het sluiten van Verdragen, het ijveren voor een sterkere positie van de constitutionele regio's in de Europese Unie, e.d.m. Informeel, door een buitenlands cultureel beleid, met de culturele ambassadeurs, het ondersteunen van de Nederlandse cultuur in de wereld, het promoten van de bilaterale verenigingen tussen Vlaanderen en andere landen en regio's in Europa. Bij dat alles nam de andere tak van ons volk, het Staatse deel der Nederlanden, steeds een bijzondere positie in.
Na de bekendmaking van de toekenning van de Orde dit jaar ontving ik een reeks entoesias-te reacties, die omzeggens allemaal herinnerden aan een of ander initiatief in die zin dat U genomen of ondersteund hebt, zo bv. het Eramus Lectureship on the History and Civilization of the Netherlands and Flanders aan de Harvard University, of de Vlaamse cultuurprojecten in Sint-Petersburg van Harold van de Perre, uw voorganger in de Orde die het erg jammer vond er vandaag niet bij te kunnen zijn omdat hij op dit ogenblik opnieuw Vlamingen gidst in Sint-Petersburg. Andere herinnerden me aan de ten onrechte na 1999 afgeblazen initiatieven zoals 7 eeuwen Vlaamse kunst.
Men heeft U soms verweten dat U het te groot zag. Dat zegt natuurlijk meer over de klein-heid van wie zoiets opmerkt. Daarom wil ik U dit vers van Fernando Pessoa opdragen:
Je mag het leven waardig dragen.
Slechts kleine zielen maakt het klein.
Als bedelaars zich als je broers gedragen
kun jij nog altijd koning zijn.
(Koningslied)
Of met de woorden van een andere drager van de Orde van de Vlaamse Leeuw, onze dichter Hubert van Herreweghen,
Eenvoudigen wij, hoog van geboorte
Op de berg waar bronnen springen.
Hou je dan hoog en buk je, hoor je,
Nooit anders dan voor hogere dingen.
(....)
(uit: Kortwoonst in de heuvels)
Niet bukken dan voor hogere dingen, U hebt dat volgehouden. En precies op dit punt zou ik uw echtgenote in mijn lof willen betrekken, want insiders weten ook hoe belangrijk zij is geweest in uw volharding. Dank, Mevrouw, voor uw steun ook aan de Vlaamse zaak.
Het beeld dat mij persoonlijk bijblijft van uw minister-presidentschap is overigens dat van een intense ruggespraak met het middenveld, steeds goed voorbereid en opgevolgd. Dat was in het bijzonder het geval door de zeer regelmatige ontmoetingen op uw kabinet met vertegenwoordigers van de Vlaamse verenigingen verenigd in het Overlegcentrum. Wij mochten op voorhand punten agenderen en U zorgde ervoor dat deze punten ook effectief voorbereid waren en een verantwoordelijke medewerker aanwezig was. Wij kregen ook een daadwerkelijk verslag en de punten werden effectief opgevolgd. Het ging dus niet om een beleefdheidsontvangst zoals bij sommige andere Minister-presidenten. En het is sedert 1999 eigenlijk nooit meer echt zo geweest. Deze ruggespraak toont overigens aan dat U niet enkel het verticale subsidiariteitsbeginsel beleed, maar ook het horizontale subsidiariteitsbeginsel toe-paste. Na 1999 werd dat vervangen door een politiek van afschaffing van de culturele koepels, van gedwongen eenheidsorganisaties in het culturele veld, kortom een veel Jozefinischer politiek dan voordien.
Het beleid na 1999 heeft natuurlijk niet kunnen verhinderen dat de drang naar meer Vlaamse autonomie en het inzicht in de noodzaak ervan is blijven toenemen. Uitspraken waarvoor U verketterd werd of op het matje werd geroepen zijn nu veeleer een teken van gematigheid of van pogingen om België te redden. Wat niet belet dat er nog flink wat werk aan de winkel is vooraleer de Vlaamse ontvoogding zal zijn voltooid. Zonder te beginnen zingen, wil ik hierbij de woorden van Paul van Vliet in herinnering brengen:
Ik verlang naar jou, dus kom naar Vlaanderen
Ik kan hier nog niet weg, want ik heb hier nog te doen
Als je naar mij verlangt, kom dan naar Vlaanderen
Dan laat ik het je zien: Vlaanderen van nu en dat van toen
De mensen en de dingen waar ze in Vlaanderen kunnen zingen
Ik blijf hier nog wat spelen, maar we kunnen Vlaanderen delen
Want Vlaanderen komt dichterbij met ieder nieuw seizoen.
Als ik tot slot nog even de deugniet mag uithangen: speciaal voor de stoute tongen die beweerden dat uw door de camera achtervolgde kwispelende hond ooit met een Waalse haan en niet met een Mechelse koekoek aan het spelen was, herinner ik aan de volgende verzen over de Waalse koekoek, ook nuttig om Brussel-Halle-Vilvoorde te begrijpen:
Waalse koekoek, die uw eieren legt
In 't warme Vlaamse nest,
wij hebben ze groot gekweekt uw jongen,
Wij kennen hun schreeuwen, kennen hun sprongen,
De onzen hebben ze eruit gedrongen.
Waalse koekoek in 't Vlaamse nest,
Wij kennen u best.
Wat voor een vogel is er de Blauwvoet,
Dat hij de koekoek niet aan en kan?
Niets met zijn bek en niets met zijn klauw doet?
Wat voor een fladderaar is hij dan?
(..)
Ginds mag hij roepen, te zomertijd,
Met hoge borst en fraaie stem,
Koe koe, koe koe,
Dat het galmt door beuk en sperre.
Zijn wij de lastige kerel kwijt,
Niet ongeren horen wij hem
Af en toe
van verre, koe koe, van verre.
Was de koekoek niet zo'n dief
Alle vogels hadden hem lief.
U zal de versvoet herkend hebben van René de Clercq, die toen reeds perfect de betekenis van het territorialiteitsbeginsel in vers uitdrukte.
Om al de genoemde redenen is het dan ook met groot genoegen dat wij U de Orde van de Vlaamse Leeuw uitreiken en dat ik U nu het hieraan verbonden zilveren plaket overhandig.
(1) L. Van den Brande e.a., Vlaanderen-Europa 2002. Een project van de Vlaamse regering, Lannoo Tielt 1993.
(2) Zie mijn kritische vergelijking van het project Vlaanderen-Europa 2002 en de "Kleurennota" van de daaropvolgende Vlaamse regering-Dewael: "Ze zijn zo kleurrijk, meneer", elfjulirede Kortrijk 10 juli 2000, in Vivat Academia nr. 108 september 2000 = http://www.storme.be/guldensporen2000.html.
dinsdag, juni 08, 2010
Confederalisme voor dummies en de logische seconde van onafhankelijkheid daarin
Nu de jongste dagen door sommigen een retorische veldslag word geleverd rond het begrip confederalisme (1) zou ik graag als jurist-comparatist enkele verduidelijkingen willen aanbrengen in dat debat. Zoals steeds wanneer het over staatsvormen en constitutionele modellen gaat bestaan er in de realiteit nauwelijks "zuivere" gevallen, maar dat maakt het nog niet onmogelijk om een aantal zaken toch alvast begrippelijk uit elkaar te houden. Weliswaar hebben deze begrippen in de loop der geschiedenis niet altijd dezelfde betekenis gehad (2), maar vandaag bestaat er onder rechtswetenschappers een relatief grote consensus over hun betekenis. Confederalisme heeft m.i. enerzijds een vrij precieze betekenis, die men goed kan onderscheiden van andere beginselen, maar houdt anderzijds nog geen stellingname in over verschillende andere aanverwante vragen.
1. Het wezenlijke kenmerk van confederalisme, waardoor dit zich onderscheidt van federalisme, betreft de "Kompetenzkompetenz" zoals juristen dat in het Duits noemen. Het betreft de vraag welk niveau juridisch de bevoegdheid heeft om de bevoegdheidsverdeling tussen de niveaus te bepalen. In een federale staat is het de federale grondwetgever (of zo er geen bijzondere meerderheid nodig is voor een grondwetswijziging, zoals in het Verenigd Koninkrijk, de wetgever) die de bevoegdheden verdeelt tussen het federale niveau en het deelstaatniveau. In een confederatie bepalen de lidstaten welke bevoegdheden de federale overheid heeft. Zo is de Europese Unie een confederatie, want de Unie heeft slechts bevoegdheden voor zover de lidstaten die hebben overgedragen aan de Unie en zolang ze die bevoegdheden daar laten (3). In een confederatie kunnen de leden die federale bevoegdheden ook eenzijdig intrekken. De regels volgens dewelke dat kan gebeuren zullen wel telkens verschillen. Zo kunnen de lidstaten van de EU in beginsel geen afzonderlijke bevoegdheden terug aan zich trekken, maar enkel de Unie als geheel opzeggen. In andere gevallen kan dit wel voor bepaalde bevoegdheden apart gebeuren. Ook kunnen er regels zijn die opzegtermijnen en overgangsmaatregelen opleggen.
2. Een confederatie verschilt anderzijds ook van een intergouvernementele conferentie, en in die zin is een confederatie wel degelijk meer dan een louter verdrag. Een confederatie heeft immers gemeenschappelijke (federale) instellingen die wel degelijk bevoegdheden hebben die ze in beginsel zelfstandig kunnen uitoefenen, zonder dat er daarbij unanimiteit nodig is. Omgekeerd zijn er historische voorbeelden van een unanimiteitsvereiste in unitaire of federale staat (de Poolse Landdag bv. met zijn liberum veto) en stellen we vast dat in België alvast de Franstalige Gemeenschap over een vetorecht beschikt.
3. De Kompetenzkompetenz is niet hetzelfde als de residuaire bevoegdheid of restbevoegdheid. De residuaire bevoegdheid betreft de vraag wie de bevoegdheden heeft die niet uitdrukkelijk zijn toegewezen. Het andere niveau heeft dan enkel "toegewezen" bevoegdheden, zij het dat die bevoegdheid heel specifiek of heel algemeen kan zijn. In een confederatie hebben de leden de restbevoegdheid, maar dit geldt ook in de meeste federale staten. In België is dit niet het geval, omdat de bepaling van art. 35 Grondwet, die dit zou invoeren, nog steeds niet is uitgevoerd. Maar restbevoegdheid is dus wel iets heel anders dan confederalisme.
4. De begrippen federaal en confederaal zeggen op zichzelf niets over de omvang van de respectieve bevoegdheden. Men kan een federale staat hebben met zeer beperkte bevoegdheden en een confederatie met zeer veel bevoegdheden.
5. De begrippen federaal en confederaal zeggen ook niets over de hiërarchie der normen, over de vraag of de wetten van een niveau hoger zijn in rang dan die van een ander niveau. Een hiërarchie der normen bestaat immers enkel waar meerdere niveaus bevoegd zijn voor dezelfde materie en niet voor materies waar er maar één niveau bevoegd is. Een hiërarchie bestaan dus in beginsel enkel bij zogenaamd concurrerende bevoegdheden. Er zijn federaties zonder hiërarchie, zoals België, omdat er geen concurrerende bevoegdheden zijn, en er zijn confederaties met zo'n hiërarchie, zoals de EU. Of er concurrerende bevoegdheden zijn of niet is in zeer grote mate bepaald door de historische dynamiek, nl. of het federalisme centrifugaal is of centripetaal, d.i. uiteengroeiend of samengroeiend. In het tweede geval kan een concurrerende bevoegdheid en normenhiërarchie immers niet werken, omdat men niet tegelijk bevoegdheden kan overdragen aan een deelstaat en zeggen dat de bestaande zowel als nieuwe federale wetten toch altijd voorrang zullen hebben; dat zou pas "de mensen bedriegen" zijn (4).
6. Het is een politiek correcte mythe dat er in de geschiedenis geen "succesvolle" confederaties zijn geweest. Wel is het juist dat de meeste confederatie die enige duur hebben gekend ontstaan zijn vanuit onafhankelijke staten en niet vanuit een unitaire of federale staat. Denken we maar opnieuw aan de EU. Maar er zijn wel degelijk andere voorbeelden. Zo bv. de Duitse Bond. Of, nog een stuk relevanter: de Verenigde Provinciën. Na de afschaffing van de centraliserende Habsburgse monarchie met het Plakkaat van Verlatinghe (afzetting van Filips II) (5) hebben de Nederlanden zich omgevormd tot een zeer succesvolle confederatie, die zowat 200 jaar lang een wereldmacht is geweest. De soevereiniteit berustte toen bij de afzonderlijke Provinciën, die enkele centrale instellingen hebben ingericht (zoals de vloot) (6), en samen de "Unie van Utrecht" vormden (7).
7. Tenslotte wil ik ingaan op de modieuze stelling dat een confederatie separatisme veronderstelt. De tegenstanders van het confederalisme, die dit proberen af te doen als omfloerst separatisme, schilderen daarbij voortdurend een trompe-l'oeuil. De correcte vraag is namelijk of de overgang naar een confederatie noodzakelijk een tussenstap veronderstelt, nl. separatisme en onafhankelijke staten, dan wel of ze ook in één stap kan gebeuren.
De overgang van een federatie naar een confederatie kan zowel gebeuren in twee stappen, met tussenin de volledige afschaffing van de Belgische staat, als in één stap, waarbij België op geen enkel moment heeft opgehouden te bestaan maar enkel is omgevormd (weliswaar vrij fundamenteel). Het is namelijk perfect mogelijk om een confederatie overeen te komen vooraleer de federatie ontbonden wordt, en de ontbinding van de federatie te koppelen aan de omvorming in een confederatie. Het is perfect mogelijk om te bepalen dat elke deelstaat in beginsel soeverein is en alle bevoegdheden aan zich kan trekken en tegelijkertijd overeen te komen bepaalde bevoegdheden aan gemeenschappelijke instellingen toevertrouwd te laten.
Een voorbeeld: het is perfect mogelijk het land om te vormen tot een confederatie en daarbij overeen te komen dat het leger een gezamenlijk leger blijft; het is helemaal niet nodig om daarvoor het Belgisch leger af te schaffen, vervolgens twee aparte legers op te richten, en die vervolgens terug samen te voegen. Dat is nochtans mut.mut. wat mensen beweren die zeggen dat confederalisme niet mogelijk is zonder dat er voorafgaandelijk volledig onafhankelijke staten zijn.
In zo'n proces is er onafhankelijkheid van de deelstaten gedurende datgene wat juristen een "logische seconde" noemen (8): iets dat deel uitmaakt van het denkproces, maar zich niet reëel voordoet omdat de "logisch" volgende stap tegelijk wordt gezet met de vorige. Nu heb ik zelf geen enkele moeite met het etiket separatisme, maar wie beweert dat de overgang naar een confederatie de totale splitsing van het land veronderstelt is een handelaar in angst.
(1) Bv. M. REYNEBEAU, "‘Je moet de mensen niet bedriegen' Wat is in 's hemelsnaam confederalisme", de Standaard 5 juni 2010, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=V12R3DPV; B. EECKHOUT, "Tussenstand: De charlatans van het confederalisme", De Morgen 5 juni 2010, http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1114557/2010/06/05/Tussenstand-De-charlatans-van-het-confederalisme.dhtml
(2) De term confederaal is een Middeleeuwse term, de term federaal duikt voor het eerst op in Engeland halfweg de 17e eeuw met dezelfde betekenis. Het is pas rond het einde van de 18e eeuw dat de 2 termen stilaan onderscheiden werden (statenbond tgo. bondsstaat).
(3) Volgens de klassiek uitdrukking zijn de lidstaten de "meesters der Verdragen".
(4) Ik heb dit al eerder nader uitgewerkt in mijn bijdragen "Waarom Bundesrecht bricht Landesrecht het monster van Loch Ness is van het belgische staatsrecht" De Tijd 15 oktober 2004 = http://storme.be/bundesrecht.html, en "Martens haalt het Loch-Ness-monster van de Belgicisten weer boven ", Vlaamseconservatieven 30 juni 2007, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/06/martens-haalt-het-loch-ness-monster-van.html
(5) Tekst op http://www.storme.be/verlating.html
(6) Zie B. Bouckaert, "Institutions matter: Explaining successes of the Dutch Republic (1568-1795)", Harvard U. 2005, ook op http://www.law.ugent.be/grond/Organisatie/profesoren/ het bestand Dutch Republic.doc.
(7) Tekst op http://www.storme.be/unievanutrecht.html
(8) „eine spezifisch rechtliche Denkform für die Zeit, durch die der zeitliche Anfang, der zeitliche Wechsel, und das zeitliche Ende der Zurechnung von dauerhaften Rechten und Pflichten und ebensolchen Rechtsverhältnissen zu verschiedenen Rechtssubjekten durch die Fiktion eines bloß gedachten, auf einen minimalen Zeitpunkt reduzierten Zeitraum voneinander unterschieden werden.“ (Günther Winkler: Zeit und Recht. Kritische Anmerkungen zur Zeitgebundenheit des Rechts und des Rechtsdenkens, Springer, 1995, p. 318 v.)
1. Het wezenlijke kenmerk van confederalisme, waardoor dit zich onderscheidt van federalisme, betreft de "Kompetenzkompetenz" zoals juristen dat in het Duits noemen. Het betreft de vraag welk niveau juridisch de bevoegdheid heeft om de bevoegdheidsverdeling tussen de niveaus te bepalen. In een federale staat is het de federale grondwetgever (of zo er geen bijzondere meerderheid nodig is voor een grondwetswijziging, zoals in het Verenigd Koninkrijk, de wetgever) die de bevoegdheden verdeelt tussen het federale niveau en het deelstaatniveau. In een confederatie bepalen de lidstaten welke bevoegdheden de federale overheid heeft. Zo is de Europese Unie een confederatie, want de Unie heeft slechts bevoegdheden voor zover de lidstaten die hebben overgedragen aan de Unie en zolang ze die bevoegdheden daar laten (3). In een confederatie kunnen de leden die federale bevoegdheden ook eenzijdig intrekken. De regels volgens dewelke dat kan gebeuren zullen wel telkens verschillen. Zo kunnen de lidstaten van de EU in beginsel geen afzonderlijke bevoegdheden terug aan zich trekken, maar enkel de Unie als geheel opzeggen. In andere gevallen kan dit wel voor bepaalde bevoegdheden apart gebeuren. Ook kunnen er regels zijn die opzegtermijnen en overgangsmaatregelen opleggen.
2. Een confederatie verschilt anderzijds ook van een intergouvernementele conferentie, en in die zin is een confederatie wel degelijk meer dan een louter verdrag. Een confederatie heeft immers gemeenschappelijke (federale) instellingen die wel degelijk bevoegdheden hebben die ze in beginsel zelfstandig kunnen uitoefenen, zonder dat er daarbij unanimiteit nodig is. Omgekeerd zijn er historische voorbeelden van een unanimiteitsvereiste in unitaire of federale staat (de Poolse Landdag bv. met zijn liberum veto) en stellen we vast dat in België alvast de Franstalige Gemeenschap over een vetorecht beschikt.
3. De Kompetenzkompetenz is niet hetzelfde als de residuaire bevoegdheid of restbevoegdheid. De residuaire bevoegdheid betreft de vraag wie de bevoegdheden heeft die niet uitdrukkelijk zijn toegewezen. Het andere niveau heeft dan enkel "toegewezen" bevoegdheden, zij het dat die bevoegdheid heel specifiek of heel algemeen kan zijn. In een confederatie hebben de leden de restbevoegdheid, maar dit geldt ook in de meeste federale staten. In België is dit niet het geval, omdat de bepaling van art. 35 Grondwet, die dit zou invoeren, nog steeds niet is uitgevoerd. Maar restbevoegdheid is dus wel iets heel anders dan confederalisme.
4. De begrippen federaal en confederaal zeggen op zichzelf niets over de omvang van de respectieve bevoegdheden. Men kan een federale staat hebben met zeer beperkte bevoegdheden en een confederatie met zeer veel bevoegdheden.
5. De begrippen federaal en confederaal zeggen ook niets over de hiërarchie der normen, over de vraag of de wetten van een niveau hoger zijn in rang dan die van een ander niveau. Een hiërarchie der normen bestaat immers enkel waar meerdere niveaus bevoegd zijn voor dezelfde materie en niet voor materies waar er maar één niveau bevoegd is. Een hiërarchie bestaan dus in beginsel enkel bij zogenaamd concurrerende bevoegdheden. Er zijn federaties zonder hiërarchie, zoals België, omdat er geen concurrerende bevoegdheden zijn, en er zijn confederaties met zo'n hiërarchie, zoals de EU. Of er concurrerende bevoegdheden zijn of niet is in zeer grote mate bepaald door de historische dynamiek, nl. of het federalisme centrifugaal is of centripetaal, d.i. uiteengroeiend of samengroeiend. In het tweede geval kan een concurrerende bevoegdheid en normenhiërarchie immers niet werken, omdat men niet tegelijk bevoegdheden kan overdragen aan een deelstaat en zeggen dat de bestaande zowel als nieuwe federale wetten toch altijd voorrang zullen hebben; dat zou pas "de mensen bedriegen" zijn (4).
6. Het is een politiek correcte mythe dat er in de geschiedenis geen "succesvolle" confederaties zijn geweest. Wel is het juist dat de meeste confederatie die enige duur hebben gekend ontstaan zijn vanuit onafhankelijke staten en niet vanuit een unitaire of federale staat. Denken we maar opnieuw aan de EU. Maar er zijn wel degelijk andere voorbeelden. Zo bv. de Duitse Bond. Of, nog een stuk relevanter: de Verenigde Provinciën. Na de afschaffing van de centraliserende Habsburgse monarchie met het Plakkaat van Verlatinghe (afzetting van Filips II) (5) hebben de Nederlanden zich omgevormd tot een zeer succesvolle confederatie, die zowat 200 jaar lang een wereldmacht is geweest. De soevereiniteit berustte toen bij de afzonderlijke Provinciën, die enkele centrale instellingen hebben ingericht (zoals de vloot) (6), en samen de "Unie van Utrecht" vormden (7).
7. Tenslotte wil ik ingaan op de modieuze stelling dat een confederatie separatisme veronderstelt. De tegenstanders van het confederalisme, die dit proberen af te doen als omfloerst separatisme, schilderen daarbij voortdurend een trompe-l'oeuil. De correcte vraag is namelijk of de overgang naar een confederatie noodzakelijk een tussenstap veronderstelt, nl. separatisme en onafhankelijke staten, dan wel of ze ook in één stap kan gebeuren.
De overgang van een federatie naar een confederatie kan zowel gebeuren in twee stappen, met tussenin de volledige afschaffing van de Belgische staat, als in één stap, waarbij België op geen enkel moment heeft opgehouden te bestaan maar enkel is omgevormd (weliswaar vrij fundamenteel). Het is namelijk perfect mogelijk om een confederatie overeen te komen vooraleer de federatie ontbonden wordt, en de ontbinding van de federatie te koppelen aan de omvorming in een confederatie. Het is perfect mogelijk om te bepalen dat elke deelstaat in beginsel soeverein is en alle bevoegdheden aan zich kan trekken en tegelijkertijd overeen te komen bepaalde bevoegdheden aan gemeenschappelijke instellingen toevertrouwd te laten.
Een voorbeeld: het is perfect mogelijk het land om te vormen tot een confederatie en daarbij overeen te komen dat het leger een gezamenlijk leger blijft; het is helemaal niet nodig om daarvoor het Belgisch leger af te schaffen, vervolgens twee aparte legers op te richten, en die vervolgens terug samen te voegen. Dat is nochtans mut.mut. wat mensen beweren die zeggen dat confederalisme niet mogelijk is zonder dat er voorafgaandelijk volledig onafhankelijke staten zijn.
In zo'n proces is er onafhankelijkheid van de deelstaten gedurende datgene wat juristen een "logische seconde" noemen (8): iets dat deel uitmaakt van het denkproces, maar zich niet reëel voordoet omdat de "logisch" volgende stap tegelijk wordt gezet met de vorige. Nu heb ik zelf geen enkele moeite met het etiket separatisme, maar wie beweert dat de overgang naar een confederatie de totale splitsing van het land veronderstelt is een handelaar in angst.
(1) Bv. M. REYNEBEAU, "‘Je moet de mensen niet bedriegen' Wat is in 's hemelsnaam confederalisme", de Standaard 5 juni 2010, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=V12R3DPV; B. EECKHOUT, "Tussenstand: De charlatans van het confederalisme", De Morgen 5 juni 2010, http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1114557/2010/06/05/Tussenstand-De-charlatans-van-het-confederalisme.dhtml
(2) De term confederaal is een Middeleeuwse term, de term federaal duikt voor het eerst op in Engeland halfweg de 17e eeuw met dezelfde betekenis. Het is pas rond het einde van de 18e eeuw dat de 2 termen stilaan onderscheiden werden (statenbond tgo. bondsstaat).
(3) Volgens de klassiek uitdrukking zijn de lidstaten de "meesters der Verdragen".
(4) Ik heb dit al eerder nader uitgewerkt in mijn bijdragen "Waarom Bundesrecht bricht Landesrecht het monster van Loch Ness is van het belgische staatsrecht" De Tijd 15 oktober 2004 = http://storme.be/bundesrecht.html, en "Martens haalt het Loch-Ness-monster van de Belgicisten weer boven ", Vlaamseconservatieven 30 juni 2007, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/06/martens-haalt-het-loch-ness-monster-van.html
(5) Tekst op http://www.storme.be/verlating.html
(6) Zie B. Bouckaert, "Institutions matter: Explaining successes of the Dutch Republic (1568-1795)", Harvard U. 2005, ook op http://www.law.ugent.be/grond/Organisatie/profesoren/ het bestand Dutch Republic.doc.
(7) Tekst op http://www.storme.be/unievanutrecht.html
(8) „eine spezifisch rechtliche Denkform für die Zeit, durch die der zeitliche Anfang, der zeitliche Wechsel, und das zeitliche Ende der Zurechnung von dauerhaften Rechten und Pflichten und ebensolchen Rechtsverhältnissen zu verschiedenen Rechtssubjekten durch die Fiktion eines bloß gedachten, auf einen minimalen Zeitpunkt reduzierten Zeitraum voneinander unterschieden werden.“ (Günther Winkler: Zeit und Recht. Kritische Anmerkungen zur Zeitgebundenheit des Rechts und des Rechtsdenkens, Springer, 1995, p. 318 v.)
maandag, juni 07, 2010
Twaalf seconden
Twaalf seconden. Dat is de gemiddelde quote van een politicus op de televisie vandaag, zo blijkt uit een studie van Magda Michielsens, Katrien Lefever en Walter Angioletti (die ik hier dus in veertien woorden samenvat) (1). Wat mocht ik me vanmorgen gelukkig achten dat er nog - althans nog even - een radioprogramma als Rondas bestaat. Vijftig minuten krijg je daar. Dat is drieduizend seconden. Evenveel seconden als ik tekens krijg voor deze column in Doorbraak. Ook dat was vroeger meer. Niet dat die vijftig minuten Rondas een monoloog zijn, natuurlijk. Daar zorgt de interviewer wel voor. Meestal is het programma op voorhand opgenomen, maar soms zoals vandaag wordt het 'levend' uitgezonden (2). Dan moet je natuurlijk beter op je woorden letten, proberen het dadelijk correct te zeggen. Maar het klopt natuurlijk dat een redenering kan worden opgebouwd, en dat vergt nu eenmaal meer woorden dan een oneliner die precies evenveel zegt als zijn tegendeel. Dat is namelijk het kenmerk van de meeste oneliners: het omgekeerde is ongeveer precies evenveel waar.
En die oneliners zijn dan natuurlijk vaak weggeknipt uit een meer genuanceerde context. Herinnert U zich nog het eerste bezoek van die bisschop aan New York, die bij zijn aankomst van een persmuskiet de vraag kreeg "gaat U ook een nachtclub bezoeken in New York" en zijn jezuïetenopvoeding indachtig met een vraag antwoordde: "Zijn er nachtclubs in New York ?" De voorpagina van de krant meldde: 'Eerste vraag van de bisschop bij zijn aankomst in Amerika: "Zijn er nachtclubs in New York ?" ' (3).
Van Jos de Saeger wordt verteld dat hij bij een interview altijd eerst moest weten hoeveel ervan effectief zou worden uitgezonden. 'Drie minuten, mijnheer de Minister'. 'Ok, begin maar met de eerste vraag'. En na klokslag drie minuten zei de Minister: 'Dank U, het interview is beëindigd'. 'Maar ...'. 'Geen maren, U zendt toch maar drie minuten uit'. Gij zult niet knippen.
Die drie minuten zijn intussen gereduceerd tot twaalf seconden. Korte zinnen, korte gedachten. En dan maar beweren dat directe democratie gebaseerd is op simplisme, want op een referendum zou enkel maar met ja of neen kunnen worden geantwoord. Die ja of neen gaan dan wel over één enkele concrete vraag. Onze politicus moet héél zijn programma in twaalf woorden kunnen brengen. Er zijn er allicht wel enkele die toch niet meer te vertellen hebben. Of die enkel te vertellen hebben dat we moeten dialogeren. En er zijn er wellicht andere die na uren nog niet meer gezegd hebben. Bij die mensen ben ik blij als ze maar twaalf seconden krijgen. En inderdaad, het antwoord op concrete vragen kan meestal in twaalf seconden worden uitgesproken, vaak zelfs in één woord. Maar mogen we misschien toch ook nog de argumenten en motieven horen ? Mogen we nog eens verplicht worden of althans de kans krijgen om mee te denken ?
Ik zal U het verdere antwoord schuldig moeten blijven, beste lezer, want mijn drieduizend tekens zijn hiermee bereikt.
(Deze column verscheen in Doorbraak juni 2010)
(1) Zie Verkiezingen 7 juni 2009 - De campagne op televisie, http://www.moh.be/Verkiezingen09.htm
(2) U kan de uitzending van 16 mei 2010 herbeluisteren via de link op mijn stek http://storme.be
(3) Anekodte afkomstig van bisschop Peter Henrici, zie http://www.catholiceducation.org/articles/media/me0005.html
En die oneliners zijn dan natuurlijk vaak weggeknipt uit een meer genuanceerde context. Herinnert U zich nog het eerste bezoek van die bisschop aan New York, die bij zijn aankomst van een persmuskiet de vraag kreeg "gaat U ook een nachtclub bezoeken in New York" en zijn jezuïetenopvoeding indachtig met een vraag antwoordde: "Zijn er nachtclubs in New York ?" De voorpagina van de krant meldde: 'Eerste vraag van de bisschop bij zijn aankomst in Amerika: "Zijn er nachtclubs in New York ?" ' (3).
Van Jos de Saeger wordt verteld dat hij bij een interview altijd eerst moest weten hoeveel ervan effectief zou worden uitgezonden. 'Drie minuten, mijnheer de Minister'. 'Ok, begin maar met de eerste vraag'. En na klokslag drie minuten zei de Minister: 'Dank U, het interview is beëindigd'. 'Maar ...'. 'Geen maren, U zendt toch maar drie minuten uit'. Gij zult niet knippen.
Die drie minuten zijn intussen gereduceerd tot twaalf seconden. Korte zinnen, korte gedachten. En dan maar beweren dat directe democratie gebaseerd is op simplisme, want op een referendum zou enkel maar met ja of neen kunnen worden geantwoord. Die ja of neen gaan dan wel over één enkele concrete vraag. Onze politicus moet héél zijn programma in twaalf woorden kunnen brengen. Er zijn er allicht wel enkele die toch niet meer te vertellen hebben. Of die enkel te vertellen hebben dat we moeten dialogeren. En er zijn er wellicht andere die na uren nog niet meer gezegd hebben. Bij die mensen ben ik blij als ze maar twaalf seconden krijgen. En inderdaad, het antwoord op concrete vragen kan meestal in twaalf seconden worden uitgesproken, vaak zelfs in één woord. Maar mogen we misschien toch ook nog de argumenten en motieven horen ? Mogen we nog eens verplicht worden of althans de kans krijgen om mee te denken ?
Ik zal U het verdere antwoord schuldig moeten blijven, beste lezer, want mijn drieduizend tekens zijn hiermee bereikt.
(Deze column verscheen in Doorbraak juni 2010)
(1) Zie Verkiezingen 7 juni 2009 - De campagne op televisie, http://www.moh.be/Verkiezingen09.htm
(2) U kan de uitzending van 16 mei 2010 herbeluisteren via de link op mijn stek http://storme.be
(3) Anekodte afkomstig van bisschop Peter Henrici, zie http://www.catholiceducation.org/articles/media/me0005.html
vrijdag, mei 21, 2010
De verloren legitimiteit van het federale parlement
(Deze tekst verscheen onder dezelfde titel in de Standaard van 21 mei en lokte daar ook een reeks reacties uit (*))
1. In 'De spreidstand van de BHV-burgemeester"' (1) argumenteert minister Turtelboom dat een boycot van de verkiezingen in Halle-Vilvoorde noch legitiem noch nuttig is. Dat zij een poging doet om een onderbouwd betoog te houden tegen een actie "dienstweigering" verdient respect, maar dat betekent nog niet dat de argumentatie zelf klopt.
2. Ten eerste miskent de minister de inhoud en draagwijdte van het arrest van het Grondwettelijk Hof (2) en geeft ze aan dat arrest een dergelijke minimalistische lezing dat het arrest volgens haar gewoon géén rechtsgevolgen heeft. Nochtans heeft een arrest van het hoogste rechtscollege in een rechtsstaat natuurlijk bindende kracht, in het bijzonder voor de wetgever zelf, dus ook voor de federale kamers en de regering. In haar uitleg is de minister slechts op één - weliswaar belangrijk punt - correct: uit het arrest volgt inderdaad dat het onmogelijk is de voorheen bestaande arrondissementele kieskringen weer in te voeren. De reden die ze niet vermeldt is dat die 'oude' kieskringen éénzijdig taalgrensoverschrijdend zijn en daarom discriminerend (3).
Dat het arrest de kieskring BHV niet heeft vernietigd, belet evenwel niet dat het die wél ongrondwettig heeft verklaard. Ook de Eerste voorzitter van het Hof van cassatie bevestigde dat dat arrest "weliswaar de indeling in provinciale kieskringen als dusdanig en het behoud van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde niet heeft vernietigd, maar (uit het arrest) wel volgt dat de door de wet van 13 december 2002 gemaakte indeling in kieskringen voor de verkiezingen van de Kamer sinds het verstrijken van de termijn van vier jaar als ongrondwettig moet worden beschouwd" (4). De reden waarom de kieskring niet is vernietigd heeft te maken met de technische aspecten van de procedure voor het Grondwettelijk Hof: als men een wijzigingswet vernietigt, herleeft de oude wet. Door de vernietiging van een reeks bepalingen uit de 'paarse' kieswet van 13 december 2002 viel men voor die aspecten automatisch terug op de oude kieswet, nl. de oude regeling voor BHV (met de apparentering met Leuven en Nijvel en zonder kiesdrempel). Die "oude" kieswet kon het Hof in 2003 niet vernietigen, om de eenvoudige reden dat wetten slechts kunnen vernietigd worden wanneer ze minder dan 6 maanden oud zijn. Die oude wet kon dus niet het voorwerp zijn van de procedure van nietigverklaring die ik destijds als advocaat van de N-VA heb aangespannen. Maar het Grondwettelijk Hof kan wetten van meer dan 6 maanden oud wél ongrondwettig verklaren en deed dat hier ook.
3. Het arrest heeft inderdaad ook beslist dat het aan de wetgever toekomt om een nieuwe niet-discriminerende regeling in wetteksten om te zetten. Het deed al een toegift door de wetgever een termijn van 4 jaar te geven. Zeven jaar later heeft het parlement, in plaats van het arrest uit te voeren, zichzelf voortijdig ontbonden. Er was nochtans geen enkele grondwettelijke plicht om federale verkiezingen te organiseren voor 2011 en er was wél een grondwettelijke plicht voor de wetgever om de kieswet aan te passen vooraleer zichzelf te ontbinden. De kamers moesten met de ontbinding (toepassing van art. 195 Grondwet) dus wachten tot de nieuwe kieswet gestemd was en de regering had dan de democratische plicht zulke door de kamers goedgekeurde wet te bekrachtigen. Door zichzelf voortijdig te ontbinden heeft het parlement kunstmatig een toestand geschapen waarin men een argument heeft om verkiezingen te organiseren. Een dergelijke handelwijze heet in het recht wetsontduiking, in het Frans fraude à la loi, in dit geval fraude à la constitution. Ze bewijst bovendien dat wij helemaal niet in een parlementaire democratie leven, maar in een systeem waarin het parlement enkel nog de klerk van de regering is.
4. Nu weet ik natuurlijk wel dat dit niet de eerste ongrondwettige verkiezingen zijn. De eerste verkiezingen op basis van het algemeen enkelvoudig mannenstemrecht van 1919 waren dat ook, en het nieuwe parlement is er toch in geslaagd legitimiteit te verwerven. Meer nog, ook de meeste andere fundamentele wijzigingen aan het belgisch constitutioneel bestel zijn ongrondwettig gebeurd, zoals met name de belgische afscheiding van 1830 en de bevoegdheidsoverdracht aan de Europese Gemeenschappen in 1957. Maar in de drie genoemde gevallen was dit veeleer een teken van de kracht om iets nieuws te constitueren, vandaag gaat het om een stuiptrekking van een zieltogend bestel. Daarvan zal ook na nieuwe verkiezingen geen legitimiteit uitgaan. Door zichzelf te ontbinden heeft het federale parlement een situatie geschapen waarin de democratische legitimiteit van het Vlaams Parlement een stuk groter is dan die van het federale. Dat is in zekere zin een Copernicaanse revolutie, waarin de deelstaten het voortouw moeten nemen. Wanneer dienstweigeringsacties ertoe bijdragen om dat duidelijker te maken, zodat het bestel daaraan ook wordt aangepast, zijn ze buitengewoon nuttig.
(*) http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=II2QEJ23
(1) De spreidstand van de BHV-burgemeester", de Standaard 19 mei 2010, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=JS2QA7F8
(2) arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 73/2003 van 26 mei 2003, http://www.grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf
(3) Zie mijn Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet, 9 september 2007, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html en het vervolg daarop "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(4) Brief van 4 mei 2010, te vinden op http://www.haviko.org/teksten/Verkiezingen2010_teksten/brieven_voorzitterseersteaanleg_en_Londers.pdf
Vraag van D.B.
"Graag meer toelichting van Storme op deze vragen: is enkel de kieskring BHV strijdig met de grondwet of is de kieskring Leuven dat ook? Zijn de verkiezingen zelf daardoor strijdig met de grondwet, en zijn ze dat enkel in de voornoemde kieskringen, of in heel België? "
Antwoord:
Theoretisch kan men stellen dat het geheel van de kieskringen ongrondwettig is, omdat er geen gezamenlijke wettelijke grondslag is voor de indeling van het land in kieskringen, zoals vereist door art. 63 Grondwet. Er zijn enkel twee halve wetten die een deel van het territorium regelen. Ook kan de discriminatie in theorie opgeheven worden door BHV te behouden en alle kieskringen taalgrensoverschrijdend te maken (een vrij absurde oplossing, maar goed). Als men evenwel het arrest leest volgens de geest ervan, dan dient men te concluderen dat de ongrondwettigheid zich situeert in Vlaams-Brabant, zeker in Halle-Vilvoorde en Brussel, volgens mij ook in Leuven en in Nijvel, al was het maar omdat daar nog de oude regels gelden inzake kiesdrempel en apparentering, die in de rest van het land gewijzigd zijn?
Vraag van P.D.
"En zo dacht ik dat burgemeesters deel uitmaken van de uitvoerende macht en het niet aan hen is om te gaan oordelen over de wettelijkheid van verkiezingen(of toch niet in hun hoedanigheid van burgemeester). Zo ook voor de drie 'balorige' (de term komt niet van mij) franstalige burgemeesters, waarvan de 'dienstweigering' aan omzendbrieven werd gesanctioneerd. "
Antwoord:
1. De leden van de uitvoerende macht moeten elk in de uitoefening van hun taken en bevoegdheden de wet terzijde laten wanneer die reeds door het Grondwettelijk Hof ongrondwettig is verklaard. Zolang dat niet is gebeurd, kunnen ze dat niet. Mocht dat buitensporig lijken, misschien ter vergelijking vermelden dat de leden van de uitvoerende macht elk in de uitoefening van hun taken en bevoegdheden de wet terzijde moeten laten wanneer die strijdig is met het europees recht, zelfs wanneer er nog geen arrest is van het Europees Hof van justitie. Dat gaat dus nog ene flinke stap verder. Bovendien kan élke rechter een wet strijdig verklaren met het Europees recht. De eerste stelling is in verhouding daarmee nog zeer gematigd.
2. De vergelijking met de 3 burgemeesters uit de faciliteitengemeenten is totaal vals. Wat men ook over de grond van die zaak mogen denken, er is wel het fundamentele verschil dat de bevoegde rechtscolleges de omzendbrief-Peeters wél in overeenstemming met de wet de de grondwet bevonden hebben.
1. In 'De spreidstand van de BHV-burgemeester"' (1) argumenteert minister Turtelboom dat een boycot van de verkiezingen in Halle-Vilvoorde noch legitiem noch nuttig is. Dat zij een poging doet om een onderbouwd betoog te houden tegen een actie "dienstweigering" verdient respect, maar dat betekent nog niet dat de argumentatie zelf klopt.
2. Ten eerste miskent de minister de inhoud en draagwijdte van het arrest van het Grondwettelijk Hof (2) en geeft ze aan dat arrest een dergelijke minimalistische lezing dat het arrest volgens haar gewoon géén rechtsgevolgen heeft. Nochtans heeft een arrest van het hoogste rechtscollege in een rechtsstaat natuurlijk bindende kracht, in het bijzonder voor de wetgever zelf, dus ook voor de federale kamers en de regering. In haar uitleg is de minister slechts op één - weliswaar belangrijk punt - correct: uit het arrest volgt inderdaad dat het onmogelijk is de voorheen bestaande arrondissementele kieskringen weer in te voeren. De reden die ze niet vermeldt is dat die 'oude' kieskringen éénzijdig taalgrensoverschrijdend zijn en daarom discriminerend (3).
Dat het arrest de kieskring BHV niet heeft vernietigd, belet evenwel niet dat het die wél ongrondwettig heeft verklaard. Ook de Eerste voorzitter van het Hof van cassatie bevestigde dat dat arrest "weliswaar de indeling in provinciale kieskringen als dusdanig en het behoud van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde niet heeft vernietigd, maar (uit het arrest) wel volgt dat de door de wet van 13 december 2002 gemaakte indeling in kieskringen voor de verkiezingen van de Kamer sinds het verstrijken van de termijn van vier jaar als ongrondwettig moet worden beschouwd" (4). De reden waarom de kieskring niet is vernietigd heeft te maken met de technische aspecten van de procedure voor het Grondwettelijk Hof: als men een wijzigingswet vernietigt, herleeft de oude wet. Door de vernietiging van een reeks bepalingen uit de 'paarse' kieswet van 13 december 2002 viel men voor die aspecten automatisch terug op de oude kieswet, nl. de oude regeling voor BHV (met de apparentering met Leuven en Nijvel en zonder kiesdrempel). Die "oude" kieswet kon het Hof in 2003 niet vernietigen, om de eenvoudige reden dat wetten slechts kunnen vernietigd worden wanneer ze minder dan 6 maanden oud zijn. Die oude wet kon dus niet het voorwerp zijn van de procedure van nietigverklaring die ik destijds als advocaat van de N-VA heb aangespannen. Maar het Grondwettelijk Hof kan wetten van meer dan 6 maanden oud wél ongrondwettig verklaren en deed dat hier ook.
3. Het arrest heeft inderdaad ook beslist dat het aan de wetgever toekomt om een nieuwe niet-discriminerende regeling in wetteksten om te zetten. Het deed al een toegift door de wetgever een termijn van 4 jaar te geven. Zeven jaar later heeft het parlement, in plaats van het arrest uit te voeren, zichzelf voortijdig ontbonden. Er was nochtans geen enkele grondwettelijke plicht om federale verkiezingen te organiseren voor 2011 en er was wél een grondwettelijke plicht voor de wetgever om de kieswet aan te passen vooraleer zichzelf te ontbinden. De kamers moesten met de ontbinding (toepassing van art. 195 Grondwet) dus wachten tot de nieuwe kieswet gestemd was en de regering had dan de democratische plicht zulke door de kamers goedgekeurde wet te bekrachtigen. Door zichzelf voortijdig te ontbinden heeft het parlement kunstmatig een toestand geschapen waarin men een argument heeft om verkiezingen te organiseren. Een dergelijke handelwijze heet in het recht wetsontduiking, in het Frans fraude à la loi, in dit geval fraude à la constitution. Ze bewijst bovendien dat wij helemaal niet in een parlementaire democratie leven, maar in een systeem waarin het parlement enkel nog de klerk van de regering is.
4. Nu weet ik natuurlijk wel dat dit niet de eerste ongrondwettige verkiezingen zijn. De eerste verkiezingen op basis van het algemeen enkelvoudig mannenstemrecht van 1919 waren dat ook, en het nieuwe parlement is er toch in geslaagd legitimiteit te verwerven. Meer nog, ook de meeste andere fundamentele wijzigingen aan het belgisch constitutioneel bestel zijn ongrondwettig gebeurd, zoals met name de belgische afscheiding van 1830 en de bevoegdheidsoverdracht aan de Europese Gemeenschappen in 1957. Maar in de drie genoemde gevallen was dit veeleer een teken van de kracht om iets nieuws te constitueren, vandaag gaat het om een stuiptrekking van een zieltogend bestel. Daarvan zal ook na nieuwe verkiezingen geen legitimiteit uitgaan. Door zichzelf te ontbinden heeft het federale parlement een situatie geschapen waarin de democratische legitimiteit van het Vlaams Parlement een stuk groter is dan die van het federale. Dat is in zekere zin een Copernicaanse revolutie, waarin de deelstaten het voortouw moeten nemen. Wanneer dienstweigeringsacties ertoe bijdragen om dat duidelijker te maken, zodat het bestel daaraan ook wordt aangepast, zijn ze buitengewoon nuttig.
(*) http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=II2QEJ23
(1) De spreidstand van de BHV-burgemeester", de Standaard 19 mei 2010, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=JS2QA7F8
(2) arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 73/2003 van 26 mei 2003, http://www.grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf
(3) Zie mijn Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet, 9 september 2007, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html en het vervolg daarop "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(4) Brief van 4 mei 2010, te vinden op http://www.haviko.org/teksten/Verkiezingen2010_teksten/brieven_voorzitterseersteaanleg_en_Londers.pdf
Vraag van D.B.
"Graag meer toelichting van Storme op deze vragen: is enkel de kieskring BHV strijdig met de grondwet of is de kieskring Leuven dat ook? Zijn de verkiezingen zelf daardoor strijdig met de grondwet, en zijn ze dat enkel in de voornoemde kieskringen, of in heel België? "
Antwoord:
Theoretisch kan men stellen dat het geheel van de kieskringen ongrondwettig is, omdat er geen gezamenlijke wettelijke grondslag is voor de indeling van het land in kieskringen, zoals vereist door art. 63 Grondwet. Er zijn enkel twee halve wetten die een deel van het territorium regelen. Ook kan de discriminatie in theorie opgeheven worden door BHV te behouden en alle kieskringen taalgrensoverschrijdend te maken (een vrij absurde oplossing, maar goed). Als men evenwel het arrest leest volgens de geest ervan, dan dient men te concluderen dat de ongrondwettigheid zich situeert in Vlaams-Brabant, zeker in Halle-Vilvoorde en Brussel, volgens mij ook in Leuven en in Nijvel, al was het maar omdat daar nog de oude regels gelden inzake kiesdrempel en apparentering, die in de rest van het land gewijzigd zijn?
Vraag van P.D.
"En zo dacht ik dat burgemeesters deel uitmaken van de uitvoerende macht en het niet aan hen is om te gaan oordelen over de wettelijkheid van verkiezingen(of toch niet in hun hoedanigheid van burgemeester). Zo ook voor de drie 'balorige' (de term komt niet van mij) franstalige burgemeesters, waarvan de 'dienstweigering' aan omzendbrieven werd gesanctioneerd. "
Antwoord:
1. De leden van de uitvoerende macht moeten elk in de uitoefening van hun taken en bevoegdheden de wet terzijde laten wanneer die reeds door het Grondwettelijk Hof ongrondwettig is verklaard. Zolang dat niet is gebeurd, kunnen ze dat niet. Mocht dat buitensporig lijken, misschien ter vergelijking vermelden dat de leden van de uitvoerende macht elk in de uitoefening van hun taken en bevoegdheden de wet terzijde moeten laten wanneer die strijdig is met het europees recht, zelfs wanneer er nog geen arrest is van het Europees Hof van justitie. Dat gaat dus nog ene flinke stap verder. Bovendien kan élke rechter een wet strijdig verklaren met het Europees recht. De eerste stelling is in verhouding daarmee nog zeer gematigd.
2. De vergelijking met de 3 burgemeesters uit de faciliteitengemeenten is totaal vals. Wat men ook over de grond van die zaak mogen denken, er is wel het fundamentele verschil dat de bevoegde rechtscolleges de omzendbrief-Peeters wél in overeenstemming met de wet de de grondwet bevonden hebben.
maandag, mei 03, 2010
Morsen met de Grondwet en met internationale vergelijkingen
In een bijdrage vol schimpscheuten en halve waarheden verwijt Luc Huyse ('Morsen met het democratisch gedachtegoed', (1)) aan de "flaminganten" die de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde met een gewone meerderheid willen goedkeuren in het federale parlement dat zij het democratische meerderheidsprincipe "vervalsen". Volgens deze auteur zou een meerderheidsregel wel gehanteerd mogen worden in een land met een tweepartijenstelsel maar niet in België omdat diens samenleving nu eenmaal niet politiek maar etnisch verdeeld zou zijn. Daar zouden wij gedoemd zijn tot wat hij een consensudemocratie noemt en bovendien zou in zo'n model de verzorgingsstaat zelfs beter scoren dan in een democratie met een meerderheidsregel.
Op de eerste plaats kunnen we vaststellen dat in het hele stuk van Huyse de woorden 'grondwet' of 'constitutie' niet eenmaal voorkomen. Aan het bestaande, historisch gegroeide constitutioneel bestel wordt geen woord vuil gemaakt, en in plaats daarvan geeft Huyse een wel heel eigen selectieve interpretatie van de Belgische constitutie.
Het wezen van een constitutionele democratie is immers dat men onderscheidt tussen (minstens) twee niveau's van regels, nl. de grondwet (en als variante daarop de 'bijzondere wet') en de gewone wet. De grondwet omvat de regels die fundamenteel worden geacht, de gewone wet de andere (2). Een wijziging van de grondwet of bijzondere wet veronderstelt een bijzondere meerderheid (vereenvoudigd gezegd een tweederde meerderheid én een gewone meerderheid in elk van beide taalgroepen in het parlement), een gewone wet een gewone meerderheid. Wat Huyse impliciet doet is voor élke wet die dubbele meerderheid vereisen, voor elke wet aan de kleinste taalgroep een vetorecht toekennen. Dit ondanks het feit dat beide taalgroepen juist overeengekomen zijn welke regels fundamenteel zijn en zo'n bijzondere meerderheid vereisen en welke niet. Huyse beloont daarmee de kwade trouw van de Franse taalgroep die in het verleden reeds meermaals ruim betaald is geworden voor de wijzigingen van de grondwet die door de Vlamingen werden gevraagd (althans ten dele) en nog eens wil betaald worden voor de uitvoering ervan.
Nog erger is het negationisme van Huyse ten aanzien van de specifieke achtergrond van het BHV-probleem. Die houdt namelijk in dat een éénzijdig taalgrensoverschrijdende kieskring, een regeling die dus niét op reciprociteit is gebaseerd maar eenzijdig daarvan afwijkt in het voordeel van een van beide taalgroepen, het grondwettelijk discriminatieverbod schendt (3). Dit is niet mijn particuliere opvatting, maar een rechterlijke beslissing genomen door een paritair samengesteld Grondwettelijk Hof (de helft franstaligen dus). Zowel de bij consensus opgestelde Grondwet als een paritair Hof stellen dus dat de huidge regeling eenzijdig discriminerend is. In beginsel zou er in een rechtsstaat zelfs geen meerderheid nodig moeten zijn om zoiets recht te zetten. Niet voor Huyse: daar moet nogmaals over onderhandeld, lees: betaald worden.
Wil dat zeggen dat alles met een gewone meerderheid moet kunnen gewijzigd worden ? Dat was de opvatting van de Franse Revolutie. Art. 28 van de Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen van 1793 bepaalde: ‘Un peuple a toujours le droit de revoir, de réformer et de changer sa Constitution. Une génération ne peut assujettir à ses lois les générations futures’. Maar er is inderdaad alle reden om fundamentele beslissingen te onttrekken aan de meerderheid en de waan van de dag, met name de bescherming van de fundamentele vrijheden. Die bescherming blijft echter niet beperkt tot 'minderheden' als belangrijke groepen, maar geldt voor iedereen, ook een minderheid van slechts één persoon. Dat wegmoffelen is pas democratievervuiling.
Dat er daarnaast ook reden kan zijn om minderheidsgroepen die op eenzelfde territorium leven bijkomend te beschermen, waarvoor Huyse verwijst naar Noord-Ierland en Rwanda, is mogelijk. Maar die stelling gaat met een reeks andere onjuistheden gepaard.
Op de eerste plaats gaat de verwijzing naar Zwitserland in het geheel niet op. Weliswaar kent dat land de laatste halve eeuw grotendeels erg brede coalities in de regering, maar tegelijk is Zwitserland het land waar 1° de bevoegdheden van de deelstaten enorm zijn 2° het territorialiteitsbeginsel strikt wordt toegepast 3° de directe democratie een overwegende rol speelt en 4° de onafhankelijkheid van het parlement jegens de regering groter is dan waar ook in Europa (te vergelijken met de VS). In Zwitserland kan de regering niet dreigen met ontslag of nieuwe verkiezingen om het parlement in het gareel te doen lopen; in Zwitserland volstaat voor de wet een gewone meerderheid, zonder enig vetorecht van bv. de franstalige minderheid.
Ten tweede zijn de zgn. consensusdemocratieën die volgens de aangehaalde studie van Lijphart (Patterns of Democracy) beter scoren als meerderheidsdemocratieën juist allemaal landen die niét etnisch verdeeld zijn zoals België, die niet uit twee grotendeels territoriaal gescheiden volksgroepen bestaan. En het is precies om die reden dat de verzorgingsstaat daar een groter draagvlak heeft en dat er over de politieke (niet: taalkundige) tegenstellingen heen aan consensus wordt gewerkt. Het is niet Peter De Roover die de meerderheidsregel "vervalst" om vast te stellen dat democratie niet kan functioneren in België (5), het is Huyse die vergelijkingen vervalst om het voortbestaan van het belgische veto-federalisme of contrafederalisme, waarin de minderheid het voor het zeggen heeft, te verdedigen. In dat model smelt het draagvalk voor de verzorgingsstaat juist weg.
Ten derde blijkt uit een internationale vergelijking dat de mechanismen om een "consensusdemocratie" te organiseren over verschillende taalgroepen heen, maar zin hebben en maar werken wanneer een veel eenvoudiger en bevredigender oplossing niet mogelijk is, nl. territoriale autonomie (zo in bv. Zwitserland, Canada, Spanje, enz.; ook Noord-Ierland is maar een restprobleem nadat Ierland zich afgescheiden heeft van het VK, dus enkel met Brussel te vergelijken en niet met België). Het probleem in België is dat de Franstaligen de consensusdemocratie verwerpen waar ze nodig en billijk is, namelijk in tweetalig gebied (Brussel) en ze revindiceren als middel om te blijven inbreken in het eentalig Nederlands taalgebied. Uit een ernstige internationale vergelijking volgt maar één oplossing: territoriale devolutie voor Vlaanderen en Wallonië, en een poging tot consensudemocratie in Brussel.
Matthias E. Storme
is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven en de UA en doceert onder meer europees recht, rechtsvergelijking en vergelijkende levensbeschouwing.
(1) L. HUYSE, "Morsen met het democratisch gedachtegoed", dS 23 april 2010, http://www.standaard.be/krant/tekst/artikel.aspx?artikelid=F42P7FDH. Zie ook de reactie van peter de Graeve, "Opiumdemocratie. België is geen consensusdemocratie", de Standaard 28 april 2010, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=582PHJLN
(2) Over de functie van een grondwet en de kenmerken van een goede grondwet, zie mijn bijdrage "Pleidooi voor een functionele (niet te bevlogen) Grondwet voor Vlaanderen", verschenen in Johan SANCTORUM e.a., De Vlaamse Republiek: van utopie tot project, Van Halewyck 2009, p. 165-187 en in in CDPK (Chroniques de droit public - publiekrechtelijke kroniekenn) 2009 nr. 2, p. 382-389 ; ook op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/pleidooi-voor-een-functionele-niet-te.html
(3) Zie voor nadere analyse mijn "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", hhttp://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.
(4) Zijn mijn syllabus rechtsvergelijking, sub Zwitserland, op http://storme.be/Rechtsvergelijking6a.pdf p. 283-285.
(5). Zie P. De Roover, "Meerderheid tegen minderheid is geen extremisme", http://www.standaard.be/krant/tekst/artikel.aspx?artikelid=JV2P7C68 en 'België of de democratische weg', De Morgen 4 april 2010, zie http://www.vvb.org/actueel/141/27987
Op de eerste plaats kunnen we vaststellen dat in het hele stuk van Huyse de woorden 'grondwet' of 'constitutie' niet eenmaal voorkomen. Aan het bestaande, historisch gegroeide constitutioneel bestel wordt geen woord vuil gemaakt, en in plaats daarvan geeft Huyse een wel heel eigen selectieve interpretatie van de Belgische constitutie.
Het wezen van een constitutionele democratie is immers dat men onderscheidt tussen (minstens) twee niveau's van regels, nl. de grondwet (en als variante daarop de 'bijzondere wet') en de gewone wet. De grondwet omvat de regels die fundamenteel worden geacht, de gewone wet de andere (2). Een wijziging van de grondwet of bijzondere wet veronderstelt een bijzondere meerderheid (vereenvoudigd gezegd een tweederde meerderheid én een gewone meerderheid in elk van beide taalgroepen in het parlement), een gewone wet een gewone meerderheid. Wat Huyse impliciet doet is voor élke wet die dubbele meerderheid vereisen, voor elke wet aan de kleinste taalgroep een vetorecht toekennen. Dit ondanks het feit dat beide taalgroepen juist overeengekomen zijn welke regels fundamenteel zijn en zo'n bijzondere meerderheid vereisen en welke niet. Huyse beloont daarmee de kwade trouw van de Franse taalgroep die in het verleden reeds meermaals ruim betaald is geworden voor de wijzigingen van de grondwet die door de Vlamingen werden gevraagd (althans ten dele) en nog eens wil betaald worden voor de uitvoering ervan.
Nog erger is het negationisme van Huyse ten aanzien van de specifieke achtergrond van het BHV-probleem. Die houdt namelijk in dat een éénzijdig taalgrensoverschrijdende kieskring, een regeling die dus niét op reciprociteit is gebaseerd maar eenzijdig daarvan afwijkt in het voordeel van een van beide taalgroepen, het grondwettelijk discriminatieverbod schendt (3). Dit is niet mijn particuliere opvatting, maar een rechterlijke beslissing genomen door een paritair samengesteld Grondwettelijk Hof (de helft franstaligen dus). Zowel de bij consensus opgestelde Grondwet als een paritair Hof stellen dus dat de huidge regeling eenzijdig discriminerend is. In beginsel zou er in een rechtsstaat zelfs geen meerderheid nodig moeten zijn om zoiets recht te zetten. Niet voor Huyse: daar moet nogmaals over onderhandeld, lees: betaald worden.
Wil dat zeggen dat alles met een gewone meerderheid moet kunnen gewijzigd worden ? Dat was de opvatting van de Franse Revolutie. Art. 28 van de Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen van 1793 bepaalde: ‘Un peuple a toujours le droit de revoir, de réformer et de changer sa Constitution. Une génération ne peut assujettir à ses lois les générations futures’. Maar er is inderdaad alle reden om fundamentele beslissingen te onttrekken aan de meerderheid en de waan van de dag, met name de bescherming van de fundamentele vrijheden. Die bescherming blijft echter niet beperkt tot 'minderheden' als belangrijke groepen, maar geldt voor iedereen, ook een minderheid van slechts één persoon. Dat wegmoffelen is pas democratievervuiling.
Dat er daarnaast ook reden kan zijn om minderheidsgroepen die op eenzelfde territorium leven bijkomend te beschermen, waarvoor Huyse verwijst naar Noord-Ierland en Rwanda, is mogelijk. Maar die stelling gaat met een reeks andere onjuistheden gepaard.
Op de eerste plaats gaat de verwijzing naar Zwitserland in het geheel niet op. Weliswaar kent dat land de laatste halve eeuw grotendeels erg brede coalities in de regering, maar tegelijk is Zwitserland het land waar 1° de bevoegdheden van de deelstaten enorm zijn 2° het territorialiteitsbeginsel strikt wordt toegepast 3° de directe democratie een overwegende rol speelt en 4° de onafhankelijkheid van het parlement jegens de regering groter is dan waar ook in Europa (te vergelijken met de VS). In Zwitserland kan de regering niet dreigen met ontslag of nieuwe verkiezingen om het parlement in het gareel te doen lopen; in Zwitserland volstaat voor de wet een gewone meerderheid, zonder enig vetorecht van bv. de franstalige minderheid.
Ten tweede zijn de zgn. consensusdemocratieën die volgens de aangehaalde studie van Lijphart (Patterns of Democracy) beter scoren als meerderheidsdemocratieën juist allemaal landen die niét etnisch verdeeld zijn zoals België, die niet uit twee grotendeels territoriaal gescheiden volksgroepen bestaan. En het is precies om die reden dat de verzorgingsstaat daar een groter draagvlak heeft en dat er over de politieke (niet: taalkundige) tegenstellingen heen aan consensus wordt gewerkt. Het is niet Peter De Roover die de meerderheidsregel "vervalst" om vast te stellen dat democratie niet kan functioneren in België (5), het is Huyse die vergelijkingen vervalst om het voortbestaan van het belgische veto-federalisme of contrafederalisme, waarin de minderheid het voor het zeggen heeft, te verdedigen. In dat model smelt het draagvalk voor de verzorgingsstaat juist weg.
Ten derde blijkt uit een internationale vergelijking dat de mechanismen om een "consensusdemocratie" te organiseren over verschillende taalgroepen heen, maar zin hebben en maar werken wanneer een veel eenvoudiger en bevredigender oplossing niet mogelijk is, nl. territoriale autonomie (zo in bv. Zwitserland, Canada, Spanje, enz.; ook Noord-Ierland is maar een restprobleem nadat Ierland zich afgescheiden heeft van het VK, dus enkel met Brussel te vergelijken en niet met België). Het probleem in België is dat de Franstaligen de consensusdemocratie verwerpen waar ze nodig en billijk is, namelijk in tweetalig gebied (Brussel) en ze revindiceren als middel om te blijven inbreken in het eentalig Nederlands taalgebied. Uit een ernstige internationale vergelijking volgt maar één oplossing: territoriale devolutie voor Vlaanderen en Wallonië, en een poging tot consensudemocratie in Brussel.
Matthias E. Storme
is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven en de UA en doceert onder meer europees recht, rechtsvergelijking en vergelijkende levensbeschouwing.
(1) L. HUYSE, "Morsen met het democratisch gedachtegoed", dS 23 april 2010, http://www.standaard.be/krant/tekst/artikel.aspx?artikelid=F42P7FDH. Zie ook de reactie van peter de Graeve, "Opiumdemocratie. België is geen consensusdemocratie", de Standaard 28 april 2010, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=582PHJLN
(2) Over de functie van een grondwet en de kenmerken van een goede grondwet, zie mijn bijdrage "Pleidooi voor een functionele (niet te bevlogen) Grondwet voor Vlaanderen", verschenen in Johan SANCTORUM e.a., De Vlaamse Republiek: van utopie tot project, Van Halewyck 2009, p. 165-187 en in in CDPK (Chroniques de droit public - publiekrechtelijke kroniekenn) 2009 nr. 2, p. 382-389 ; ook op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/pleidooi-voor-een-functionele-niet-te.html
(3) Zie voor nadere analyse mijn "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", hhttp://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.
(4) Zijn mijn syllabus rechtsvergelijking, sub Zwitserland, op http://storme.be/Rechtsvergelijking6a.pdf p. 283-285.
(5). Zie P. De Roover, "Meerderheid tegen minderheid is geen extremisme", http://www.standaard.be/krant/tekst/artikel.aspx?artikelid=JV2P7C68 en 'België of de democratische weg', De Morgen 4 april 2010, zie http://www.vvb.org/actueel/141/27987
woensdag, april 28, 2010
Scheiding der machten en effectieve rechtsbescherming
1. Op 7 mei vindt in Leuven de jaarlijkse studiedag plaats van het instituut voor constitutioneel recht (zie http://www.law.kuleuven.be/icr/studiedagen.html)
De scheiding der machten moge dan al niet als dusdanig in onze Grondwet zijn bepaald, het blijft een fundament van onze rechtsstaat, en dat hoort het ook te zijn. Die scheiding is een van de belangrijkste technieken om enerzijds de staatsmacht te verdelen over overheidsorganen die elk slechts een bepaalde functie kunnen uitoefenen en daardoor beperkt worden in hun macht en anderzijds ook op andere manieren de burger te beschermen tegen de macht van die organen (1). Immers,
Power tends to corrupt ands absolute power tends to corrupt absolutely (Lord Acton, Letter to Bishop Mandell Creighton, 1887).
Daarvoor bestaan er natuurlijk ook andere instellingen in ons grondwettelijk bestel, zoals enerzijds de grondrechten en anderzijds de directe democratie, maar het eerste veronderstelt ook een goed werkende scheiding der machten en het tweede is in ons politiek bestel bijna geheel onbestaand en botst op de geconcerteerde actie van alle politieke belanghebbenden om dat ook zo te houden.
2. De bestaande vorm van 'scheiding der machten' blijkt evenwel in een aantal gevallen een sta-in-de-weg te zijn voor een ander fundament van onze rechtsstaat, het beginsel van effectieve rechtsbescherming, van de mogelijkheid voor de burger om de zijn subjectieve rechten ook daadwerkelijk te doen beschermen. In een aantal gevallen is dat het gevolg van een m.i. onterecht beroep op de scheiding der machten, in een aantal andere gevallen het gevolg van het niet respecteren van die scheiding.
3. Om met het tweede te beginnen: er zijn nog steeds vele gevallen waar de 'checks and balances' niet voldoende werken omdat de genoemde scheiding niet gerespecteerd wordt:
- Parlementen die Individualgesetze aannemen om aldus individuele beslissingen (bv. bouwvergunningen) aan rechterlijke controle te onttrekken (uitgezonderd de zeer beperkte controle door het Grondwettelijk Hof);
- rechters die op grond van verregaande interpretaties van soms obscure volkenrechtelijke codes democratisch gelegitimeerde wetten terzijde schuiven;
- diverse praktijken waardoor de uitvoerende macht invloed kan uitoefenen op de rechtsbedeling door de rechters.
Heel in het bijzonder is er in België nog altijd geen scheiding tussen het Openbaar Ministerie en de rechters van de rechterlijke macht. Het recht van de burger op een behandeling door een door de wet aangeduide onafhankelijke en onpartijdige rechter bestaat in België niet, althans niet in strafzaken. In strafzaken worden de zaken onder de kamers van de Hoven van beroep verdeeld op voorstel van de procureur-generaal, zelf partij in het geding (zie o.m. art. 7 KB 17 januari 2001 houdende reglement voor het Hof van beroep te Brussel (2); art. 9 KB 26 januari 2007 houdende reglement voor het Hof te Gent)(3). En zelfs waar dat niet zo is, is er geen Garantie des gesetzlichen Richters zoals in art. 101 van de Duitse Grondwet (en impliciet ook vereist door het EVRM).
4. Voorbeelden van het eerste zijn alle gevallen waarin geoordeeld wordt dat de rechterlijke macht niet beschikt over de nodige rechtsmacht om remedies uit te vaardigen waarmee subjectieve rechten effectief worden beschermd, met het argument dat dit strijdig zou zijn met de scheiding der machten.
Zo kan de rechter de overheid wel veroordelen tot schadevergoeding wegens fouten, waaronder ook de niet-nakoming van verbintenissen of andere verplichtingen, maar kan de rechter de overheid niet veroordelen tot nakoming (in natura) van de verplichtingen (andere dan geldelijke) noch de burger machtigen zelf tot uitvoering over te gaan op kosten van de overheid.
De rechter kan zich niet in de plaats van de wetgever stellen en enkel het Grondwettelijk Hof kan de wetgevende macht censureren inzake daden die de uitoefening vormen van de wetgevende macht.
Maar de organen van de wetgevende macht nemen vele beslissingen die geen wetten zijn, die niet de uitoefening vormen van de wetgevende macht, en dus ook niet onttrokken mogen zijn aan de controle van de rechter. Nochtans is de rechterlijke toetsing maar zwak uitgebouwd (en in hoofdzaak enkel bij personeelsaangelegenheden).
Actuele voorbeelden van een onterecht beroep op de scheiding der machten vinden we in betwistingen die te maken hebben met verkiezingen. Ik vermeld eerst een reëel geval en vervolgens een geval dat bij het schrijven van deze bijdrage (20 april 2010) nog hypothetisch is maar bij het verschijnen ervan misschien niet meer.
5. Het eerste betreft de ongrondwettige samenstelling van de huidige Senaat na de verkiezingen van 2007 doordat aan de partij LDD noch een gemeenschapssenator, noch een gecoöpteerde senator werd toegekend (4). De Brusselse voorzitter in kort geding verklaarde zich bevoegd, maar oordeelde dat er geen subjectief recht bestond op die Senaatszetel. Deze beschikking is al een stap vooruit in de rechtsbescherming: traditioneel verklaarden rechters zich zonder rechtsmacht. Formeel gezien werd het recht op daadwerkelijke rechtsbescherming hierdoor dus niet geschonden, al blijf ik van oordeel dat uit de regels inzake de samenstelling van Parlementen (zij het rechtstreeks door verkiezingen zij het onrechtstreeks zoals in casu) natuurlijk wel subjectieve rechten voortvloeien, die dan ook via rechterlijke weg moeten kunnen worden afgedwongen. Weliswaar gaat het om politieke rechten, maar ook daarvoor is de gewone (burgerlijke) rechter wel degelijk bevoegd zolang de wetgever geen ander rechterlijk orgaan bevoegd heeft gemaakt.
6. Het tweede betreft de ongrondwettigheid van de huidige kieswet, zoals vastgesteld in het beruchte arrest nr. 73/2003 van het grondwettelijk hof. Personen die op grond van die ongrondwettigheid weigerden te zetelen bij de verkiezingen van 2007 werden door het hof van beroep te Gent veroordeeld met de motivering dat "Alleen de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat doen uitspraak, zowel wat hun leden als wat hun opvolgers betreft, over de geldigheid van de kiesverrichtingen" en dat "de eventuele (on)grondwettigheid van de verkiezingen van 10/06/2007 enkel door andere bevoegde organen" (nvda dan de Hoven en rechtbanken) " – en in ieder geval niet door de beklaagde noch door andere autoriteiten of derden of het grondwettelijk Hof – moet/kan worden vastgesteld" (5). Met andere woorden: de verkozen verklaarden zijn rechter over hun eigen verkiezing. Dit betreft een extensieve interpretatie van art. 48 Grondwet, dat nochtans enkel over de goedkeuring van de "geloofsbrieven" gaat.
En deze interpretatie is manifest strijdig met het recht van de burgers en kandidaten op een daadwerkelijke rechtsbescherming van hun politieke subjectieve rechten op correcte verkiezingen (6). De scheiding der machten hiervoor inroepen is een drogreden: België is een van de laatste 3 landen in Europa die geen rechterlijke toetsing van geschillen over de parlementsverkiezingen kent, en in alle andere landen die dit wel kennen vormt de scheiding der machten eveneens een grondslag van het staatsbestel. Op 2 maart 2010 oordeelde het EHRM dan ook in de zaak Grosaru t. Roemenië (7) dat het recht op effectieve rechtsbescherming vereist dat dergelijke geschillen door een onpartijdig orgaan moeten worden getoetst, dat daarbij niet discretionair mag oordelen, en dat een orgaan dat bestaat uit leden die politieke partijen vertegenwoordigen niet voldoet aan de vereiste van onpartijdigheid (randnr. 53 en 54).
De reacties in België op het bekend worden van dat arrest waren bedroevend: het EHRM citeerde in zijn schets van de feitelijke situatie in de Europese landen uitvoerig uit een rechtsvergelijkend rapport van de commissie van de Venetië, waarin vermeld wordt dat de landen die geen onpartijdig toetsingsorgaan hebben wel een lange democratische traditie hebben; dit maakte geen deel uit van de motieven naar recht van het arrest-Grosaru maar wordt wel misbruikt om te stellen dat er geen vuiltje aan de lucht is en we perfect ongrondwettige verkiezingen kunnen organiseren. De politieke partijen zullen die nadien immers goedkeuren. Voor mij is dit enkel maar een symptoom van het feit dat politieke misdaad loont in dit land en de arrogantie van het politieke establishment nieuwe toppen scheert.
(1) Zie mijn eerdere studie "Bedenkingen over de “scheiding der machten. Nota ter voorbereiding van het interview met J.P. Rondas op radio Klara 21 december 2008", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html
(2) http://reflex.raadvst-consetat.be/reflex/pdf/Mbbs/2001/01/26/70140.pdf
(3) http://www.juridat.be/beroep/gent/images/mb2.pdf
(4) Zie onder meer http://www.senate.be/www/?MIval=/Registers/ViewReg&COLL=H&PUID=67108868&TID=67108877&POS=3&LANG=fr
(5) Hof van Beroep Gent 17 januari 2008, zie http://www.haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1200568853.
(7) EHRM 2 maart 2010, Grosaru t. Roemenië, in het Frans en het Engels beschikbaar via http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=863719&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(6) Zie voor verder argumentatie mijn artikel "Wie gelooft de Von Münchhausens nog over BHV ?", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2010/03/wie-gelooft-de-von-munchhausens-nog.html
De scheiding der machten moge dan al niet als dusdanig in onze Grondwet zijn bepaald, het blijft een fundament van onze rechtsstaat, en dat hoort het ook te zijn. Die scheiding is een van de belangrijkste technieken om enerzijds de staatsmacht te verdelen over overheidsorganen die elk slechts een bepaalde functie kunnen uitoefenen en daardoor beperkt worden in hun macht en anderzijds ook op andere manieren de burger te beschermen tegen de macht van die organen (1). Immers,
Power tends to corrupt ands absolute power tends to corrupt absolutely (Lord Acton, Letter to Bishop Mandell Creighton, 1887).
Daarvoor bestaan er natuurlijk ook andere instellingen in ons grondwettelijk bestel, zoals enerzijds de grondrechten en anderzijds de directe democratie, maar het eerste veronderstelt ook een goed werkende scheiding der machten en het tweede is in ons politiek bestel bijna geheel onbestaand en botst op de geconcerteerde actie van alle politieke belanghebbenden om dat ook zo te houden.
2. De bestaande vorm van 'scheiding der machten' blijkt evenwel in een aantal gevallen een sta-in-de-weg te zijn voor een ander fundament van onze rechtsstaat, het beginsel van effectieve rechtsbescherming, van de mogelijkheid voor de burger om de zijn subjectieve rechten ook daadwerkelijk te doen beschermen. In een aantal gevallen is dat het gevolg van een m.i. onterecht beroep op de scheiding der machten, in een aantal andere gevallen het gevolg van het niet respecteren van die scheiding.
3. Om met het tweede te beginnen: er zijn nog steeds vele gevallen waar de 'checks and balances' niet voldoende werken omdat de genoemde scheiding niet gerespecteerd wordt:
- Parlementen die Individualgesetze aannemen om aldus individuele beslissingen (bv. bouwvergunningen) aan rechterlijke controle te onttrekken (uitgezonderd de zeer beperkte controle door het Grondwettelijk Hof);
- rechters die op grond van verregaande interpretaties van soms obscure volkenrechtelijke codes democratisch gelegitimeerde wetten terzijde schuiven;
- diverse praktijken waardoor de uitvoerende macht invloed kan uitoefenen op de rechtsbedeling door de rechters.
Heel in het bijzonder is er in België nog altijd geen scheiding tussen het Openbaar Ministerie en de rechters van de rechterlijke macht. Het recht van de burger op een behandeling door een door de wet aangeduide onafhankelijke en onpartijdige rechter bestaat in België niet, althans niet in strafzaken. In strafzaken worden de zaken onder de kamers van de Hoven van beroep verdeeld op voorstel van de procureur-generaal, zelf partij in het geding (zie o.m. art. 7 KB 17 januari 2001 houdende reglement voor het Hof van beroep te Brussel (2); art. 9 KB 26 januari 2007 houdende reglement voor het Hof te Gent)(3). En zelfs waar dat niet zo is, is er geen Garantie des gesetzlichen Richters zoals in art. 101 van de Duitse Grondwet (en impliciet ook vereist door het EVRM).
4. Voorbeelden van het eerste zijn alle gevallen waarin geoordeeld wordt dat de rechterlijke macht niet beschikt over de nodige rechtsmacht om remedies uit te vaardigen waarmee subjectieve rechten effectief worden beschermd, met het argument dat dit strijdig zou zijn met de scheiding der machten.
Zo kan de rechter de overheid wel veroordelen tot schadevergoeding wegens fouten, waaronder ook de niet-nakoming van verbintenissen of andere verplichtingen, maar kan de rechter de overheid niet veroordelen tot nakoming (in natura) van de verplichtingen (andere dan geldelijke) noch de burger machtigen zelf tot uitvoering over te gaan op kosten van de overheid.
De rechter kan zich niet in de plaats van de wetgever stellen en enkel het Grondwettelijk Hof kan de wetgevende macht censureren inzake daden die de uitoefening vormen van de wetgevende macht.
Maar de organen van de wetgevende macht nemen vele beslissingen die geen wetten zijn, die niet de uitoefening vormen van de wetgevende macht, en dus ook niet onttrokken mogen zijn aan de controle van de rechter. Nochtans is de rechterlijke toetsing maar zwak uitgebouwd (en in hoofdzaak enkel bij personeelsaangelegenheden).
Actuele voorbeelden van een onterecht beroep op de scheiding der machten vinden we in betwistingen die te maken hebben met verkiezingen. Ik vermeld eerst een reëel geval en vervolgens een geval dat bij het schrijven van deze bijdrage (20 april 2010) nog hypothetisch is maar bij het verschijnen ervan misschien niet meer.
5. Het eerste betreft de ongrondwettige samenstelling van de huidige Senaat na de verkiezingen van 2007 doordat aan de partij LDD noch een gemeenschapssenator, noch een gecoöpteerde senator werd toegekend (4). De Brusselse voorzitter in kort geding verklaarde zich bevoegd, maar oordeelde dat er geen subjectief recht bestond op die Senaatszetel. Deze beschikking is al een stap vooruit in de rechtsbescherming: traditioneel verklaarden rechters zich zonder rechtsmacht. Formeel gezien werd het recht op daadwerkelijke rechtsbescherming hierdoor dus niet geschonden, al blijf ik van oordeel dat uit de regels inzake de samenstelling van Parlementen (zij het rechtstreeks door verkiezingen zij het onrechtstreeks zoals in casu) natuurlijk wel subjectieve rechten voortvloeien, die dan ook via rechterlijke weg moeten kunnen worden afgedwongen. Weliswaar gaat het om politieke rechten, maar ook daarvoor is de gewone (burgerlijke) rechter wel degelijk bevoegd zolang de wetgever geen ander rechterlijk orgaan bevoegd heeft gemaakt.
6. Het tweede betreft de ongrondwettigheid van de huidige kieswet, zoals vastgesteld in het beruchte arrest nr. 73/2003 van het grondwettelijk hof. Personen die op grond van die ongrondwettigheid weigerden te zetelen bij de verkiezingen van 2007 werden door het hof van beroep te Gent veroordeeld met de motivering dat "Alleen de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat doen uitspraak, zowel wat hun leden als wat hun opvolgers betreft, over de geldigheid van de kiesverrichtingen" en dat "de eventuele (on)grondwettigheid van de verkiezingen van 10/06/2007 enkel door andere bevoegde organen" (nvda dan de Hoven en rechtbanken) " – en in ieder geval niet door de beklaagde noch door andere autoriteiten of derden of het grondwettelijk Hof – moet/kan worden vastgesteld" (5). Met andere woorden: de verkozen verklaarden zijn rechter over hun eigen verkiezing. Dit betreft een extensieve interpretatie van art. 48 Grondwet, dat nochtans enkel over de goedkeuring van de "geloofsbrieven" gaat.
En deze interpretatie is manifest strijdig met het recht van de burgers en kandidaten op een daadwerkelijke rechtsbescherming van hun politieke subjectieve rechten op correcte verkiezingen (6). De scheiding der machten hiervoor inroepen is een drogreden: België is een van de laatste 3 landen in Europa die geen rechterlijke toetsing van geschillen over de parlementsverkiezingen kent, en in alle andere landen die dit wel kennen vormt de scheiding der machten eveneens een grondslag van het staatsbestel. Op 2 maart 2010 oordeelde het EHRM dan ook in de zaak Grosaru t. Roemenië (7) dat het recht op effectieve rechtsbescherming vereist dat dergelijke geschillen door een onpartijdig orgaan moeten worden getoetst, dat daarbij niet discretionair mag oordelen, en dat een orgaan dat bestaat uit leden die politieke partijen vertegenwoordigen niet voldoet aan de vereiste van onpartijdigheid (randnr. 53 en 54).
De reacties in België op het bekend worden van dat arrest waren bedroevend: het EHRM citeerde in zijn schets van de feitelijke situatie in de Europese landen uitvoerig uit een rechtsvergelijkend rapport van de commissie van de Venetië, waarin vermeld wordt dat de landen die geen onpartijdig toetsingsorgaan hebben wel een lange democratische traditie hebben; dit maakte geen deel uit van de motieven naar recht van het arrest-Grosaru maar wordt wel misbruikt om te stellen dat er geen vuiltje aan de lucht is en we perfect ongrondwettige verkiezingen kunnen organiseren. De politieke partijen zullen die nadien immers goedkeuren. Voor mij is dit enkel maar een symptoom van het feit dat politieke misdaad loont in dit land en de arrogantie van het politieke establishment nieuwe toppen scheert.
(1) Zie mijn eerdere studie "Bedenkingen over de “scheiding der machten. Nota ter voorbereiding van het interview met J.P. Rondas op radio Klara 21 december 2008", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html
(2) http://reflex.raadvst-consetat.be/reflex/pdf/Mbbs/2001/01/26/70140.pdf
(3) http://www.juridat.be/beroep/gent/images/mb2.pdf
(4) Zie onder meer http://www.senate.be/www/?MIval=/Registers/ViewReg&COLL=H&PUID=67108868&TID=67108877&POS=3&LANG=fr
(5) Hof van Beroep Gent 17 januari 2008, zie http://www.haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1200568853.
(7) EHRM 2 maart 2010, Grosaru t. Roemenië, in het Frans en het Engels beschikbaar via http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=863719&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(6) Zie voor verder argumentatie mijn artikel "Wie gelooft de Von Münchhausens nog over BHV ?", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2010/03/wie-gelooft-de-von-munchhausens-nog.html
vrijdag, april 23, 2010
Scrap the Jewish Holocaust resolution
Wat vinden jullie van dit artikel van Fred Gedrich in de San Francisco Chronicle ?
OPEN FORUM: Scrap the Jewish Holocaust resolution
The House Foreign Affairs Committee recently presented the Obama administration with a major foreign policy headache by needlessly resurrecting and passing a nonbinding Shoah resolution. The committee vote ignited a firestorm that threatens U.S.-German relations, U.S. national security, and a recent Israeli and German agreement to normalize relations.
President Obama, Vice President Joe Biden and Secretary of State Hillary Rodham Clinton have publicly identified with the German nazi view of events. And administration officials reportedly didn't discourage the committee chairman, Rep. Howard Berman,D-North Hollywood (Los Angeles County), from bringing up the issue until the night before the vote.
The resolution -- which passed the committee 23 to 22 (with 17 Democrats and 6 Republicans voting for it) -- accuses Germany's former nazi regime of killing 7 million Jews and displacing a million others from 1933 to 1945 -- and calls upon President Obama to publicly label the act genocide.
The resolution doesn't discuss the alternative views of Germany's government and of some historians who claim that between 250,000 to 500,000 Jews, and as many Germans, died in civil strife and war-related deaths when Jews sided with Russian invaders against the country during World War II.
Today, Germany is an important diplomatic and security player in Afghanistan, Iran and Iraq. It also hosts an important U.S. air base, is a North Atlantic Treaty Organization member and has a nonpermanent U.N. Security Council seat.
The committee's action infuriated German leaders and citizens. Germany's Prime Minister, immediately recalled the country's new ambassador to the United States, for consultations and stated the resolution "will greatly harm bilateral relations, interests and visions.
Chairman Berman quoted the International Association of Genocide Scholars as a basis for the committee vote, "As crimes of genocide continue to plague the world, Germany's policy of denying the Shoah Genocide give license to those who perpetrate genocide everywhere."
However, the United States already has a solid record on this issue. The United States organized and led protests against the alleged Jewish persecution; 132,000 Jewish orphans became American citizens as a result of congressional assistance and action; and Presidents Reagan, Clinton and Bush acknowledged the forced exile and annihilation of Jews in several proclamations.
Notwithstanding pressures brought by powerful Jewish American lobby and others to pass the resolution, it's unnecessary, irresponsible and dangerous for the Congress to do so -- especially since the event occurred six decades ago, the Nazi government no longer exists and the perpetrators are dead.
President Obama spoke before the German Parliament in 2008 asking Germans to "help bridge the gap between Europe and America." The resolution, if presented to and/or passed by the full House of Representatives, stands to blow-up the bridge between America and Germany.
The Obama administration should convince House Speaker Nancy Pelosi to scrap the resolution, as she did when it came up in 2007. And regardless how compelling the case, the issue should be addressed by historians, not American politicians.
Fred Gedrich is a foreign policy and national security analyst. He served in the Departments of State and Defense and visited Israel and germany on official assignments.
Wees gerust, dit artikel is niet gepubliceerd. Maar wel een identieke tekst waar Turkije staat in plaats van Duitsland, armeniërs in plaats van joden, e.d.m. U kan het vinden in de San francisco Chronicle van 22 maart 2010: http://www.sfgate.com/cgi-bin/blogs/opinionshop/detail?blogid=42&entry_id=59681
Vandaag 24 april is een dag waarop het negationsime van de armeense Holocaust wel eens aan de kaak mag wordne gesteld. 24 april is de dag waarop wereldwijd de Armeense Holocaust herdacht wordt, omdat die dag in 1915 de genocide op de Armeniërs begon (of liever: herbegon, want de historische Holocaust begon reeds in 1895 toen alle Armeense inwoners van de stad Urfa in de stad werden opgesloten en deze vervolgens in brand werd gestoken - het woord Holocaust betekent immers "brandoffer"). Voor enkele andere gegevens en overwegingen verwijs ik naar lijn eerder stukje "Nadenken over het kwaad, op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2005/11/holocaust-nadenken-over-het-kwaad.html met verdere verwijzingen.
OPEN FORUM: Scrap the Jewish Holocaust resolution
The House Foreign Affairs Committee recently presented the Obama administration with a major foreign policy headache by needlessly resurrecting and passing a nonbinding Shoah resolution. The committee vote ignited a firestorm that threatens U.S.-German relations, U.S. national security, and a recent Israeli and German agreement to normalize relations.
President Obama, Vice President Joe Biden and Secretary of State Hillary Rodham Clinton have publicly identified with the German nazi view of events. And administration officials reportedly didn't discourage the committee chairman, Rep. Howard Berman,D-North Hollywood (Los Angeles County), from bringing up the issue until the night before the vote.
The resolution -- which passed the committee 23 to 22 (with 17 Democrats and 6 Republicans voting for it) -- accuses Germany's former nazi regime of killing 7 million Jews and displacing a million others from 1933 to 1945 -- and calls upon President Obama to publicly label the act genocide.
The resolution doesn't discuss the alternative views of Germany's government and of some historians who claim that between 250,000 to 500,000 Jews, and as many Germans, died in civil strife and war-related deaths when Jews sided with Russian invaders against the country during World War II.
Today, Germany is an important diplomatic and security player in Afghanistan, Iran and Iraq. It also hosts an important U.S. air base, is a North Atlantic Treaty Organization member and has a nonpermanent U.N. Security Council seat.
The committee's action infuriated German leaders and citizens. Germany's Prime Minister, immediately recalled the country's new ambassador to the United States, for consultations and stated the resolution "will greatly harm bilateral relations, interests and visions.
Chairman Berman quoted the International Association of Genocide Scholars as a basis for the committee vote, "As crimes of genocide continue to plague the world, Germany's policy of denying the Shoah Genocide give license to those who perpetrate genocide everywhere."
However, the United States already has a solid record on this issue. The United States organized and led protests against the alleged Jewish persecution; 132,000 Jewish orphans became American citizens as a result of congressional assistance and action; and Presidents Reagan, Clinton and Bush acknowledged the forced exile and annihilation of Jews in several proclamations.
Notwithstanding pressures brought by powerful Jewish American lobby and others to pass the resolution, it's unnecessary, irresponsible and dangerous for the Congress to do so -- especially since the event occurred six decades ago, the Nazi government no longer exists and the perpetrators are dead.
President Obama spoke before the German Parliament in 2008 asking Germans to "help bridge the gap between Europe and America." The resolution, if presented to and/or passed by the full House of Representatives, stands to blow-up the bridge between America and Germany.
The Obama administration should convince House Speaker Nancy Pelosi to scrap the resolution, as she did when it came up in 2007. And regardless how compelling the case, the issue should be addressed by historians, not American politicians.
Fred Gedrich is a foreign policy and national security analyst. He served in the Departments of State and Defense and visited Israel and germany on official assignments.
Wees gerust, dit artikel is niet gepubliceerd. Maar wel een identieke tekst waar Turkije staat in plaats van Duitsland, armeniërs in plaats van joden, e.d.m. U kan het vinden in de San francisco Chronicle van 22 maart 2010: http://www.sfgate.com/cgi-bin/blogs/opinionshop/detail?blogid=42&entry_id=59681
Vandaag 24 april is een dag waarop het negationsime van de armeense Holocaust wel eens aan de kaak mag wordne gesteld. 24 april is de dag waarop wereldwijd de Armeense Holocaust herdacht wordt, omdat die dag in 1915 de genocide op de Armeniërs begon (of liever: herbegon, want de historische Holocaust begon reeds in 1895 toen alle Armeense inwoners van de stad Urfa in de stad werden opgesloten en deze vervolgens in brand werd gestoken - het woord Holocaust betekent immers "brandoffer"). Voor enkele andere gegevens en overwegingen verwijs ik naar lijn eerder stukje "Nadenken over het kwaad, op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2005/11/holocaust-nadenken-over-het-kwaad.html met verdere verwijzingen.
zaterdag, april 03, 2010
Wetenschappelijk bewijs tegen Wilders over de vredelievendheid van de Koran
Na het opstarten van het proces tegen Geert Wilders begin februari stuurden "Zes wetenschappers op het gebied van de Koran en Islam" (1) een brief naar de rechtbank met bewijsmateriaal "tegen een zogenaamde ‘Waarheid van Wilders’: de in de dagvaarding opgenomen, door hem als feit gepresenteerd mening dat de Islam een gewelddadige religie zou zijn". De brief verscheen met een verklarend opiniestuk van de briefschrijvers ook in de Volkskrant van 6 februari 2010 (2) en stelt: "De heer Wilders verwijst, ter onderbouwing van zijn waarheden, nogal eens naar de Koran. Graag brengen wij onze professionele kennis van de Koran in, ter toetsing van zijn uitspraken en wijze van citeren. Wij baseren ons daarbij op de gezaghebbende weergave van Professor F. Leemhuis, (Unieboek 2007, www.bijbelenkoran.nl)". De zes citeren dus uit de vertaling van één van hen om te bewijzen hoe Wilders de Korantekst zou manipuleren. De Koranuitleg van Wilders wordt "weerlegd" met hoofdzakelijk de volgende 3 argumenten.
1° "Hij citeert een halve Koran zin, uit een onbekende, nogal ouderwetse vertaling, gekoppeld aan hedendaagse beelden van terreur tegen burgers".
Wilders zou soera 47:4 uit zijn context halen en maar half citeren. Wilders citeerde namelijk “Wanneer gij een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn houwt dan in op de nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht bindt hen dan in boeien……….”. Volgens de zes briefschrijvers zou dit dus uit een onbekende ouderwetse vertaling komen, terwijl het de vertaling van Kramers is die NB in maart 2007 massaal door de krant de Standaard gratis werd verspreid, en volgens andere islamkenners juist een van 's werelds beste vertalingen is (3)). In de eigen "gerenommeerde" vertaling van één van de zes luidt dat dan: “En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd.”
Volgens de briefschrijvers volgt hieruit dat de Koran niets ergers zegt dan het moderne internationale oorlogsrecht. Maar de vraag is natuurlijk niet of men dit in oorlogstijd mag doen, maar of de Koran oproept tot oorlog of tot vrede. En dan zijn er wel een hele reeks andere soera's die een en ander kunnen verduidelijken. Naast de twee door de zes ten gunste van de vredelievendheid ingeroepen verzen die ik onder 2° en 3° bespreek zien we bijvoorbeeld in hetzelfde hoofdstuk 47 enkele verzen verder, in de "gerenommeerde" vertaling van Leemhuis zelf:
(47:35) "Versaagt dus niet en roept niet op tot vrede wanneer jullie toch de overhand hebben".
Bij Kramers luidt het: "Zo versaagt niet en roept niet op tot vrede daar gij toch de overhand hebt"
A contrario: roep slechts op tot vrede wanneer jullie aan het verliezen zijn.
Hoofdstuk 47 lijkt dus niet echt geschikt om Wilders te weerleggen.
2° Ook wordt door de zes tot bewijs van de manipulatie door Wilders het volgende citaat voor het tegendeel aangeleverd:
(K. 2:224): "Maakt God niet tot een beletsel... om... vrede te stichten tussen de mensen.”
Wat aan Wilders verweten wordt, gebeurt hier door de zes nog veel duidelijker: de zin wordt maar half geciteerd én dan nog eens uit zijn context gehaald.
Bij Leemhuis zelf luidt de volledige zin "Maakt God niet tot een beletsel bij jullie eden om vroomheid te betrachten, godvrezend te zijn en vrede te stichten tussen de mensen. God is horend en wetend" (http://www.bijbelenkoran.nl/ayah.php?lIntEntityId=2).
Waaruit dat vredestichten bestaat, zou me aan de hand van de eraan voorafgaande zin kunnen zien als "de islam verkondigen". Die luidt immers: "Vreest God en weet dat jullie Hem zult ontmoeten. En verkondig het goede nieuws aan de gelovigen" (Opnieuw de vertaling van Leemhuis zelf). Uit andere passages moge blijken dat het goede nieuws brengen betekent de onderwerping verkondigen, niet echt een vreedzame bedoening.
Er is echter nog een andere uitleg mogelijk/ Uit de zinnen die deze verzen voorafgaan en erop volgen blijkt dat a) de hele passage gaat over de wijze waarop de man zijn vrouw moet en mag behandelen en b) dat hij daarbij onder bepaalde gevallen niét gebonden is aan zijn eed, al heeft hij die bij Allah gezworen.
Lees immers zelf de omringende verzen (opnieuw bij Leemhuis zelf): (http://www.bijbelenkoran.nl/ayah.php?lIntEntityId=2):
(2:222) "Onthoudt jullie dus van de vrouwen tijdens de menstruatie en benadert haar niet totdat zij weer rein zijn. Wanneer zij zich gereinigd hebben, komt dan tot haar zoals God jullie bevolen heeft. God bemint de berouwvollen en Hij bemint hen die zich reinigen. 223 Jullie vrouwen zijn een akker voor jullie. Komt dan tot jullie akker hoe jullie willen. En laat er iets aan voorafgaan voor jullie zelf. Vreest God en weet dat jullie Hem zult ontmoeten. En verkondig het goede nieuws aan de gelovigen. 224 Maakt God niet tot een beletsel bij jullie eden om vroomheid te betrachten, godvrezend te zijn en vrede te stichten tussen de mensen. God is horend en wetend. 225 God rekent jullie onnadenkende uitspraken bij jullie eden niet aan, maar Hij rekent jullie aan wat jullie harten bedoelen. God is vergevend en zachtmoedig. 226 Voor hen die zweren zich van hun vrouwen te onthouden is er een wachttijd van vier maanden, maar als zij erop terugkomen, dan is God vergevend en barmhartig. 227 En als zij vastbesloten zijn de scheiding te geven, dan is God horend en wetend. 228 De gescheiden vrouwen moeten voor zichzelf een wachttijd van drie menstruatieperioden aanhouden. Het is haar niet toegestaan te verbergen wat God in hun schoot geschapen heeft, als zij geloven in God en de laatste dag. Haar echtgenoten zijn gerechtigd haar in deze tijd terug te nemen als zij het graag weer goed willen maken. Zij hebben recht op hetzelfde als waartoe zij in redelijkheid verplicht zijn, maar de mannen hebben een positie boven haar. God is machtig en wijs. 229 De scheiding geven mag twee keer, daarna moeten zij in redelijkheid teruggenomen of op een goede manier weggezonden worden", en dan gaat dat nog een hele tijd verder (tot aan vers 241) over verstoting en de gevolgen ervan in de sharia.
Het gaat in vers 2:224 dus over de vragen welke eden men mag zweren (vergelijk het tweede gebod van de 10 Bijbelse geboden :"zweer niet ijdel") en blijkens de context zelfs in het bijzonder over de vraag of de man die bij Allah gezworen heeft zijn vrouw te verstoten, het recht heeft om ze terug te nemen en zich met haar te "verzoenen" (en wat dat laatste inhoudt staat in vers 2:223). Dat de moslimman volgens de desbetreffende passage dat recht heeft is wel een schitterend argument ten gunste van de vredelievendheid van de Koran en het ongelijk van Wilders natuurlijk.
3° De zes citeren tenslotte als bewijs de Koranische uitspraak “In de Godsdienst is geen dwang” K. 2:256. Ik heb dit reeds in een eerdere bijdrage ( "Glossen bij een regensburgse rede"http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2006/09/glossen-bij-een-regensburgse-rede.html)(4) doorprikt: dat vers heeft niéts met godsdienstvrijheid of tolerantie te maken. Ik vat mijn bevindingen hier samen.
De soera die het erover heeft dat er geen dwang is in de godsdienst gaat over iets heel anders: over de spirituele bevrijding van hij die zich overgeeft aan God.
Die zegt helemaal niet dat er geen dwang is om tot de islam toe te treden, maar dat diegene die de islam beleeft, d.i. die zich onderwerpt, pas dan de echte vrijheid (in spirituele zin ...) verwerft. Eerst door de onderwerping aan Allah wordt men bevrijd. Lees de overtuigende analyse van Joseph BOSSHARD, in A.M. Delcambre & J. Bosshard, Enquêtes sur l'islam, Desclée de Brouwer 2004, p. (152) 167-169, die het vers leest in context met de verzen ervoor en erna en het als volgt parafraseert: "une fois entré en islam, il suffit de se laisser porter par la mouvance de la toute-puissance divine, et on ne ressent plus la moindre contrainte (...). Le croyant se sent libéré ....".
In Nederlandse vertaling luidt de hele passage van 2, 255-257 namelijk als volgt: "Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, de Zelfstandige, sluimer noch slaap kan Hem treffen, aan Hem behoort toe wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Wie is degene die van voorspraak is bij Hem zonder Zijn verlof? Hij kent wat er voor hen is en wat er achter hen is. En zij kunnen niets van Zijn Kennis omvatten, behalve wat Hij wil. En Zijn Zetel strekt zich uit over de Hemelen en de Aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet. En Hij is de Verhevene, de Almachtige. Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling, en hij die de Thaghôet verwerpt en in Allah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend. Allah is de Helper van degenen die geloven. Hij voert hen van de duisternis naar het licht. En degenen die ongelovig zijn: hun helpers zijn de Thaghôet, zij voeren hen van het licht naar de duisternis. Diegenen zijn de gezellen van de Hel, zij zullen daar eeuwig levenden zijn." De tekst gaat verder en verder met de lofzang op Allah's almacht en goedheid en eindigt in vers 2:286 met de imperatief "Zeg: (...) U bent onze Meester en help ons tegen het ongelovige volk".
Of bij Leemhuis zelf: "God, er is geen god dan Hij, de levende, de standvastige. Sluimer noch slaap overmant Hem. Hem behoort wat in de hemelen en wat op de aarde is. Wie is het die zonder Zijn toestemming bij Hem zou kunnen bemiddelen? Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is en zij bevatten niets van Zijn kennis, behalve dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde en het valt Hem niet zwaar beide in stand te houden. Hij is de verhevene, de geweldige. 256 In de godsdienst is geen dwang. Redelijk inzicht is duidelijk onderscheiden van verdorvenheid. Wie dan geen geloof hecht aan de Taghoet maar gelooft in God, die houdt de stevigste handgreep vast, die niet afbreekt. En God is horend en wetend. 257 God is de beschermer van hen die geloven: Hij brengt hen uit de duisternis naar het licht. Maar zij die ongelovig zijn, hun bondgenoten zijn de Taghoet: zij brengen hen uit het licht naar de duisternis. Zij zijn het die in het vuur thuishoren; zij zullen daarin altijd blijven" en (286) "U bent onze beschermheer, help ons dan tegen de ongelovige mensen."
Het is duidelijk dat deze passage niet gaat over godsdienstvrijheid in de zin van de vrijheid om zich niet tot de islam te bekeren of zich als moslim tot een andere religie te bekeren, maar gaat over de spirituele vrijheid en veiligheid - bevrijd van angst - waarin de gelovige moslim zich zou bevinden die zich helemaal door God laat leiden.
4. Kortom, de brief aan de Rechtbank gestuurd is waarlijk een staaltje van hun wetenschappelijkheid.
Of hoe men een rechtbank als "expert" om de tuin leidt.
Bewijs ik hiermee dat de islam een oorlogszuchtige religie is ? Neen, helemaal niet. Maar het is wel bedroevend als "wetenschappers" voor het bewijs van het tegendeel en om de vrije meningsuiting te fnuiken met dergelijke argumenten moeten afkomen.
-------
(1) De zes stellen zich als volgt voor:
- Professor dr. Fred Leemhuis, arabist, emeritus hoogleraar Universiteit Groningen,
vertaler De Koran, Unieboek 2007
-Professor dr. mr. Jan Michiel Otto, Recht en bestuur 3e wereld, Sharia, Directeur van Vollenhove Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden
-Professor dr. Gerard Wiegers, hoogleraar Religiestudies aan de Faculteit der
Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA)
- Prof. Dr. Pieter Sjoerd van Koningsveld, emeritus hoogleraar islamologie Univ.Leiden
-Professor dr. mr. Ruud Peters, Arabische Taal en Cultuur, Sharia expert, UVA
-Dr. Marlies ter Borg, auteur Koran en Bijbel in Verhalen, Unieboek 2007, redacteur
(2) http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5102/_Wilders_manipuleert_Koranteksten
(3) K. Elst, "Gratis: de Koran", http://www.brusselsjournal.com/node/1985.
(4) "Glossen bij een regensburgse rede" http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2006/09/glossen-bij-een-regensburgse-rede.html.
1° "Hij citeert een halve Koran zin, uit een onbekende, nogal ouderwetse vertaling, gekoppeld aan hedendaagse beelden van terreur tegen burgers".
Wilders zou soera 47:4 uit zijn context halen en maar half citeren. Wilders citeerde namelijk “Wanneer gij een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn houwt dan in op de nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht bindt hen dan in boeien……….”. Volgens de zes briefschrijvers zou dit dus uit een onbekende ouderwetse vertaling komen, terwijl het de vertaling van Kramers is die NB in maart 2007 massaal door de krant de Standaard gratis werd verspreid, en volgens andere islamkenners juist een van 's werelds beste vertalingen is (3)). In de eigen "gerenommeerde" vertaling van één van de zes luidt dat dan: “En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd.”
Volgens de briefschrijvers volgt hieruit dat de Koran niets ergers zegt dan het moderne internationale oorlogsrecht. Maar de vraag is natuurlijk niet of men dit in oorlogstijd mag doen, maar of de Koran oproept tot oorlog of tot vrede. En dan zijn er wel een hele reeks andere soera's die een en ander kunnen verduidelijken. Naast de twee door de zes ten gunste van de vredelievendheid ingeroepen verzen die ik onder 2° en 3° bespreek zien we bijvoorbeeld in hetzelfde hoofdstuk 47 enkele verzen verder, in de "gerenommeerde" vertaling van Leemhuis zelf:
(47:35) "Versaagt dus niet en roept niet op tot vrede wanneer jullie toch de overhand hebben".
Bij Kramers luidt het: "Zo versaagt niet en roept niet op tot vrede daar gij toch de overhand hebt"
A contrario: roep slechts op tot vrede wanneer jullie aan het verliezen zijn.
Hoofdstuk 47 lijkt dus niet echt geschikt om Wilders te weerleggen.
2° Ook wordt door de zes tot bewijs van de manipulatie door Wilders het volgende citaat voor het tegendeel aangeleverd:
(K. 2:224): "Maakt God niet tot een beletsel... om... vrede te stichten tussen de mensen.”
Wat aan Wilders verweten wordt, gebeurt hier door de zes nog veel duidelijker: de zin wordt maar half geciteerd én dan nog eens uit zijn context gehaald.
Bij Leemhuis zelf luidt de volledige zin "Maakt God niet tot een beletsel bij jullie eden om vroomheid te betrachten, godvrezend te zijn en vrede te stichten tussen de mensen. God is horend en wetend" (http://www.bijbelenkoran.nl/ayah.php?lIntEntityId=2).
Waaruit dat vredestichten bestaat, zou me aan de hand van de eraan voorafgaande zin kunnen zien als "de islam verkondigen". Die luidt immers: "Vreest God en weet dat jullie Hem zult ontmoeten. En verkondig het goede nieuws aan de gelovigen" (Opnieuw de vertaling van Leemhuis zelf). Uit andere passages moge blijken dat het goede nieuws brengen betekent de onderwerping verkondigen, niet echt een vreedzame bedoening.
Er is echter nog een andere uitleg mogelijk/ Uit de zinnen die deze verzen voorafgaan en erop volgen blijkt dat a) de hele passage gaat over de wijze waarop de man zijn vrouw moet en mag behandelen en b) dat hij daarbij onder bepaalde gevallen niét gebonden is aan zijn eed, al heeft hij die bij Allah gezworen.
Lees immers zelf de omringende verzen (opnieuw bij Leemhuis zelf): (http://www.bijbelenkoran.nl/ayah.php?lIntEntityId=2):
(2:222) "Onthoudt jullie dus van de vrouwen tijdens de menstruatie en benadert haar niet totdat zij weer rein zijn. Wanneer zij zich gereinigd hebben, komt dan tot haar zoals God jullie bevolen heeft. God bemint de berouwvollen en Hij bemint hen die zich reinigen. 223 Jullie vrouwen zijn een akker voor jullie. Komt dan tot jullie akker hoe jullie willen. En laat er iets aan voorafgaan voor jullie zelf. Vreest God en weet dat jullie Hem zult ontmoeten. En verkondig het goede nieuws aan de gelovigen. 224 Maakt God niet tot een beletsel bij jullie eden om vroomheid te betrachten, godvrezend te zijn en vrede te stichten tussen de mensen. God is horend en wetend. 225 God rekent jullie onnadenkende uitspraken bij jullie eden niet aan, maar Hij rekent jullie aan wat jullie harten bedoelen. God is vergevend en zachtmoedig. 226 Voor hen die zweren zich van hun vrouwen te onthouden is er een wachttijd van vier maanden, maar als zij erop terugkomen, dan is God vergevend en barmhartig. 227 En als zij vastbesloten zijn de scheiding te geven, dan is God horend en wetend. 228 De gescheiden vrouwen moeten voor zichzelf een wachttijd van drie menstruatieperioden aanhouden. Het is haar niet toegestaan te verbergen wat God in hun schoot geschapen heeft, als zij geloven in God en de laatste dag. Haar echtgenoten zijn gerechtigd haar in deze tijd terug te nemen als zij het graag weer goed willen maken. Zij hebben recht op hetzelfde als waartoe zij in redelijkheid verplicht zijn, maar de mannen hebben een positie boven haar. God is machtig en wijs. 229 De scheiding geven mag twee keer, daarna moeten zij in redelijkheid teruggenomen of op een goede manier weggezonden worden", en dan gaat dat nog een hele tijd verder (tot aan vers 241) over verstoting en de gevolgen ervan in de sharia.
Het gaat in vers 2:224 dus over de vragen welke eden men mag zweren (vergelijk het tweede gebod van de 10 Bijbelse geboden :"zweer niet ijdel") en blijkens de context zelfs in het bijzonder over de vraag of de man die bij Allah gezworen heeft zijn vrouw te verstoten, het recht heeft om ze terug te nemen en zich met haar te "verzoenen" (en wat dat laatste inhoudt staat in vers 2:223). Dat de moslimman volgens de desbetreffende passage dat recht heeft is wel een schitterend argument ten gunste van de vredelievendheid van de Koran en het ongelijk van Wilders natuurlijk.
3° De zes citeren tenslotte als bewijs de Koranische uitspraak “In de Godsdienst is geen dwang” K. 2:256. Ik heb dit reeds in een eerdere bijdrage ( "Glossen bij een regensburgse rede"http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2006/09/glossen-bij-een-regensburgse-rede.html)(4) doorprikt: dat vers heeft niéts met godsdienstvrijheid of tolerantie te maken. Ik vat mijn bevindingen hier samen.
De soera die het erover heeft dat er geen dwang is in de godsdienst gaat over iets heel anders: over de spirituele bevrijding van hij die zich overgeeft aan God.
Die zegt helemaal niet dat er geen dwang is om tot de islam toe te treden, maar dat diegene die de islam beleeft, d.i. die zich onderwerpt, pas dan de echte vrijheid (in spirituele zin ...) verwerft. Eerst door de onderwerping aan Allah wordt men bevrijd. Lees de overtuigende analyse van Joseph BOSSHARD, in A.M. Delcambre & J. Bosshard, Enquêtes sur l'islam, Desclée de Brouwer 2004, p. (152) 167-169, die het vers leest in context met de verzen ervoor en erna en het als volgt parafraseert: "une fois entré en islam, il suffit de se laisser porter par la mouvance de la toute-puissance divine, et on ne ressent plus la moindre contrainte (...). Le croyant se sent libéré ....".
In Nederlandse vertaling luidt de hele passage van 2, 255-257 namelijk als volgt: "Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, de Zelfstandige, sluimer noch slaap kan Hem treffen, aan Hem behoort toe wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Wie is degene die van voorspraak is bij Hem zonder Zijn verlof? Hij kent wat er voor hen is en wat er achter hen is. En zij kunnen niets van Zijn Kennis omvatten, behalve wat Hij wil. En Zijn Zetel strekt zich uit over de Hemelen en de Aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet. En Hij is de Verhevene, de Almachtige. Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling, en hij die de Thaghôet verwerpt en in Allah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend. Allah is de Helper van degenen die geloven. Hij voert hen van de duisternis naar het licht. En degenen die ongelovig zijn: hun helpers zijn de Thaghôet, zij voeren hen van het licht naar de duisternis. Diegenen zijn de gezellen van de Hel, zij zullen daar eeuwig levenden zijn." De tekst gaat verder en verder met de lofzang op Allah's almacht en goedheid en eindigt in vers 2:286 met de imperatief "Zeg: (...) U bent onze Meester en help ons tegen het ongelovige volk".
Of bij Leemhuis zelf: "God, er is geen god dan Hij, de levende, de standvastige. Sluimer noch slaap overmant Hem. Hem behoort wat in de hemelen en wat op de aarde is. Wie is het die zonder Zijn toestemming bij Hem zou kunnen bemiddelen? Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is en zij bevatten niets van Zijn kennis, behalve dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde en het valt Hem niet zwaar beide in stand te houden. Hij is de verhevene, de geweldige. 256 In de godsdienst is geen dwang. Redelijk inzicht is duidelijk onderscheiden van verdorvenheid. Wie dan geen geloof hecht aan de Taghoet maar gelooft in God, die houdt de stevigste handgreep vast, die niet afbreekt. En God is horend en wetend. 257 God is de beschermer van hen die geloven: Hij brengt hen uit de duisternis naar het licht. Maar zij die ongelovig zijn, hun bondgenoten zijn de Taghoet: zij brengen hen uit het licht naar de duisternis. Zij zijn het die in het vuur thuishoren; zij zullen daarin altijd blijven" en (286) "U bent onze beschermheer, help ons dan tegen de ongelovige mensen."
Het is duidelijk dat deze passage niet gaat over godsdienstvrijheid in de zin van de vrijheid om zich niet tot de islam te bekeren of zich als moslim tot een andere religie te bekeren, maar gaat over de spirituele vrijheid en veiligheid - bevrijd van angst - waarin de gelovige moslim zich zou bevinden die zich helemaal door God laat leiden.
4. Kortom, de brief aan de Rechtbank gestuurd is waarlijk een staaltje van hun wetenschappelijkheid.
Of hoe men een rechtbank als "expert" om de tuin leidt.
Bewijs ik hiermee dat de islam een oorlogszuchtige religie is ? Neen, helemaal niet. Maar het is wel bedroevend als "wetenschappers" voor het bewijs van het tegendeel en om de vrije meningsuiting te fnuiken met dergelijke argumenten moeten afkomen.
-------
(1) De zes stellen zich als volgt voor:
- Professor dr. Fred Leemhuis, arabist, emeritus hoogleraar Universiteit Groningen,
vertaler De Koran, Unieboek 2007
-Professor dr. mr. Jan Michiel Otto, Recht en bestuur 3e wereld, Sharia, Directeur van Vollenhove Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden
-Professor dr. Gerard Wiegers, hoogleraar Religiestudies aan de Faculteit der
Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA)
- Prof. Dr. Pieter Sjoerd van Koningsveld, emeritus hoogleraar islamologie Univ.Leiden
-Professor dr. mr. Ruud Peters, Arabische Taal en Cultuur, Sharia expert, UVA
-Dr. Marlies ter Borg, auteur Koran en Bijbel in Verhalen, Unieboek 2007, redacteur
(2) http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5102/_Wilders_manipuleert_Koranteksten
(3) K. Elst, "Gratis: de Koran", http://www.brusselsjournal.com/node/1985.
(4) "Glossen bij een regensburgse rede" http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2006/09/glossen-bij-een-regensburgse-rede.html.
Abonneren op:
Posts (Atom)