maandag, november 13, 2006

De kloof tussen kiezer en verkozene: waarom de verkozenen linkser zijn dan hun kiezers

De defenestratie van Jean-Marie Dedecker illustreert vandaag opnieuw een fenomeen dat in de Vlaamse politiek dominant is, namelijk dat de leiding van bijna alle politieke partijen linkser en/of progressiever is dan de kiezers waardoor ze verkozen werden. Het klopt dat men de stelling niet geheel ongenuanceerd mag verkondigen; maar bv. het recente boek van Carl Devos e.a, Links en rechts in Vlaanderen, komt ook tot het besluit dat behalve bij het VB alle partijen "linkser" zijn dan hun kiezers gemiddeld. Is dat ook in andere Europese landen het geval ? Ten dele wel, maar er zijn toch ook enkele duidelijke verschillen; het meest manifest is het "gat" van centrum-rechts in Vlaanderen, dat duidelijk niet ligt aan het ontbreken daarvan bij het kiesvolk.

Nu weet ik ook wel dat het onderscheid links-rechts allesbehalve duidelijk is, en in vele opzichten zelfs nietszeggend (hoewel, volgens sommigen is deze gedachte alleen al een rechtse gedachte; een groot deel van de linkerzijde beweert dat het onderscheid wel degelijk relevant en duidelijk is), en daarom schrijf ik ook dat het kiesvolk grotendeels rechtser en/of conservatiever is dan de machthebbers. De belangrijkste tegenpool betreft namelijk het geloof in de maakbaarheid van mens en samenleving. De verschuiving van de macht naar die believers ligt jammer genoeg ingebakken in ons politiek systeem. Investeren in een politieke carrière veronderstelt op de eerste plaats al een relatief groot geloof in die maakbaarheid. Door te handelen in dat geloof maken politici zichzelf ook een heel stuk belangrijker.

Politici worden door de media nu eenmaal beoordeeld op hun voluntarisme, en dat wil eigenlijk zeggen op hun bemoeizucht. Aangezien we ze betalen om te werken, moeten ze ook laten zien dat ze iets doen. Wie niet voortdurend voorstellen voor verandering lanceert wordt als lui beschouwd. De vraag is natuurlijk of de samenleving daar het best bij vaart. Volgens onderzoek van de Universiteit van Bern over de werking van de parlementen van de OESO-landen (2004) functioneert de politiek het best waar de politici maar deeltijds betaald worden - en dus het minst aan bezigheidstherapie kunnen doen (zie "Professionalisierung der Parlamente im internationalen Vergleich"). Hoe meer politici we hebben en hoe meer tijd ze krijgen om zich met alle aspecten van de samenleving te bemoeien, hoe "linkser" de politiek wordt.

Nu zal men natuurlijk opwerpen dat dit niet geheel verklaart waarom die politici dan verkozen geraken. Op de eerste plaats is die linkse politiek bij vele politici niet echt een bewuste keuze; ze beseffen vaak niet eens dat ze die voeren. Ik herinner me uit mijn dagen in het N-VA bestuur dat ik meermaals op de rem moest gaan staan omdat men vanuit een vaak conservatieve bekommernis voorstellen deed waarin men de overheid steeds weer nieuwe verantwoordelijkheden wilde geven - dus "linkse" voorstellen. De kiezers vragen natuurlijk vaak ook om dergelijke voorstellen als gevolg van de grote bijziendheid in deze zaken. En toch ben ik ervan overtuigd - en bewijst de ervaring in heel wat andere landen - dat de kiezers véél minder voor linkse voorstellen zouden keizen indien zij zich in een volksraadpleging mochten uitspreken. Andere Zwitserse studies bewijzen namelijk dat - over een langere periode bekeken - zelfs in Zwitserland bij referenda systematisch conservatiever wordt gestemd dan in het parlement. Dat is ook de hoofdreden waarom onze politici tegen referenda zijn: zij zouden de kloof tussen politici en kiezers immers zwart op wit aantonen en daardoor de legitimiteit van de politieke verkozenen aantasten.

Men kan ook opwerpen dat in vele andere Europese landen er desondanks toch sterke centrumrechtse partijen zijn, die misschien wel een linksere politiek voeren dan hun kiezers, maar toch duidelijk minder dan in Vlaanderen. Die extra kloof bij ons is hoofdzakelijk het gevolg van de institutionele noodzaak om in België met de PS te regeren. Om macht uit te oefenen moeten de Vlaamse politici na elke verkiezing naar links opschuiven. Dat geldt alleen niet voor diegenen die op voorhand van die machtsdeelname worden uitgesloten, zoals het VB. En dat laatste leidt tot de paradoxale vaststelling dat enkel bij het VB volgens Devos & co. de kiezers minder rechts-conservatief zijn dan hun leiders. Of nog: dat juist die partij erin slaagt kiezers te werven die linkser of progressiever zijn dan hun leiders. Dat is ook perfect verklaarbaar: het zijn voor een groot deel kiezers wiens "natuurlijke" partij naar links moest opschuiven om de macht te behouden.
 
Locations of visitors to this page