donderdag, december 03, 2009

De eendimensionale democratie

Cohn-Bendit bewijst weer eens wat een grote democraat hij is:

Cohn-Bendit : "Les Suisses doivent revoter" (in Le Monde van 2 december 2009)

Zoals men de Ieren ook verplicht heeft opnieuw te stemmen over het verdrag van Lissabon.

Op de opwerping "Mais le peuple Suisse s'est exprimé… " raast hij door: "Et alors ? Les Suisses ont voté comme le feraient sans doute une bonne partie des Européens : avec l'angoisse vis-à-vis de l'islam rivée au corps, avec en tête les images des attentats-suicides au Pakistan et en Afghanistan."

"Et alors?" : dat een volk gekozen heeft, heeft dus geen enkele waarde. Althans niet wanneer de "verkeerde" keuze is gemaakt. Want eenmaal de "juiste" keuze gemaakt, krijgt men nooit meer de kans om anders te kiezen.

De Nederlanders en de Fransen hebben zelfs niet meer de kans gekregen om een tweede keer te stemmen: de beslissing van die volkeren heeft men gewoon naast zich neergelegd.

En de Vlamingen en Walen, de Engelsen en de Schotten, de Duisters en vele anderen hebben zelfs niet éénmaal mogen stemmen.

Democratie betekent voor de heersende kaste steeds duidelijker: het volk mag alleen kiezen als het de keuze maakt die opgelegd wordt.

En als ook dat niet lukt, dan zorgt men er wel voor dat men een ander volk schept, naar het woord van Bertold Brecht.

"Die Lösung

Nach dem Aufstand des 17. Juni
ließ der Sekretär des Schriftstellerverbandes
in der Stalinallee Flugblätter verteilen,
auf denen zu lesen war, daß das Volk
das Vertrauen der Regierung verscherzt habe
und es nur durch verdoppelte Arbeit
zurückerobern könne. Wäre es da
nicht einfacher, die Regierung
löste das Volk auf
und wählte ein anderes?"

zondag, november 29, 2009

Hooghe interpretaties kosten de Vlamingen veel

(ingezonden naar de Standaard)

In de Standaard van 26 november schrijft politoloog Marc Hooghe (Sire, geef me 500 dagen) een artikel dat er vooral moet toe dienen de Vlamingen een prijs te doen betalen voor niets anders dan de uitvoering van een arrest van het Grondwettelijk Hof (1) dat een anomalie in onze wetgeving (nl. de eenzijdige taalgrensoverschrijdende kieskring BHV) ongrondwettig verklaart.

Om dit weg te moffelen schrijft hij dat "De afgelopen zes jaar heeft de Vlaamse publieke opinie stelselmatig verkeerde informatie opgelepeld gekregen over de draagwijdte van het arrest van 26 mei 2003."

Waaruit die verkeerde informatie dan zou bestaan schrijft hij wijselijk niet.

Wie desinformeert ook niet, maar als auteur van meerdere artikelen over de draagwijdte van dat arrest en als advocaat die de argumenten heeft geformuleerd die tot dat arrest hebben geleid lig ik natuurlijk in het vizier (2).

Bij mijn weten heeft collega Hooghe zich evenwel nooit bekwaamd in de kunst van het interpreteren van arresten, laat staan die van het Grondwettelijk hof. Bij mijn weten heeft hij daarover ook nooit wetenschappellijk gepubliceerd. Dat hij dan ook geen gratuite beschuldigingen rondstuurt om de Vlamingen te doen betalen voor iets wat in een rechtsstaat evident moet gebeuren zonder verdere tegenprestatie. Ik zou van mijn kant nooit durven schrijven dat een arts die gespecialiseerd is in het interpreteren van symptomen de bevolking zomaar wat oplepelt. Maar als het om arresten van het Grondwettelijk Hof gaat beschouwt iedereen zich blijkbaar als uitlegkundige.

(1) GWH nr. 73/2003 van 26 mei 2003, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf
(2) Zie "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html, verkort als "Brussel-Halle-Vilvoorde moet wel degelijk gesplitst" in De Juristenkrant 26 september 2007, p. 14-15, gevolgd door: "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.

maandag, oktober 12, 2009

Vaticaanse diplomatie of Belgisch symptoom ?

In de homilie bij de heiligverklaring van pater Damiaan hield de paus een homilie (1) met een passage in het Nederlands, vervolgens in het Duits en tenslotte in het Frans; het is interessant om het woordgebruik even vanuit "communautair" perspectief te bekijken.

In het deel in het Nederlands spreekt de paus van het geboorteland Vlaanderen, en spreekt dus met inleving in het perspectief der Vlamingen, die Vlaanderen (veeleer dan België) als hun land beschouwen, Vlaanderen in de moderne betekenis welteverstaan.

In de Franse tekst spreekt hij over "L'Eglise en Belgique"; de paus is zo slim om Belgique hier niet als het "land" van pater Damiaan voor te stellen, maar voor de Franstaligen die "natuurlijk" heel België als "hun" land beschouwen (2) klinkt het alvast wel zo.

Dan volgt het zinnetje dat "saint Damien nous entraîne à choisir les bons combats (cf. 1 Tim 1, 18), non pas ceux qui portent la division, mais ceux qui rassemblent".

Leuk detail is natuurlijk dat deze aanmaning enkel in het Frans wordt gezegd. Als men de toespraak communautair wil duiden, zijn het dus wel de Franstalige Belgen en niet de Vlamingen die de aansporing krijgen om de strijdbijl te begraven.

Natuurlijk moet men niet te rap veronderstellen dat de paus ook maar enige bedoeling had iets te zeggen over onze communautaire twisten, maar uit goede bron weet ik alvast wel dat er over de woordkeuze in deze tekst wel degelijk gesproken is met onze diplomaten in Rome, en dat zonder deze bespreking de tekst de harten van de Vlamingen minder zou hebben bekoord. Het Vaticaan heeft in het verleden meermaals last gehad van eenzijdige geïnformeerdheid over de situatie bij ons (3), maar deze tekst toont aan dat ze wellicht toch bijgeleerd hebben.

(1) homilie op http://www.kerknet.be/microsite/damiaan/nieuws_detail.php?subsiteID=2328&nieuwsID=88163
(2) Zie mijn "Nog steeds "Ils nous ont pris la Flandre"" op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/nog-steeds-ils-nous-ont-pris-la-flandre.html
(3) Zie "De nuntius en de Vlamingen", Doorbraak 2004, http://www.secessie.nu/?tekst=toonhtml&artikel=904-46

zondag, oktober 11, 2009

Laudatio Richard Celis

Laudatio Richard Celis n.a.v. de viering van zijn 80e verjaardag, Antwerpen 10 oktober 2009
door prof. Matthias E. Storme


Herr, der Sommer war sehr groß
Befiehl den letzten Früchten voll zu sein; 

gieb ihnen noch zwei südlichere Tage, 

dränge sie zur Vollendung hin und jage 

die letzte Süße in den schweren Wein.

(R.M. Rilke)

(1) beste Richard, beste vrienden uit alle seizoenen, de zomer was zeer groot. Een zomer van reeds meer dan een halve eeuw.

Misschien verwacht U van mij dat ik uitleg waarin die lange zomer zo groot was. Dat ik uitleg wat Richard Celis allemaal gepresteerd heeft, wat hij bereikt heeft, hoe hij daarvoor reeds erkend en gewaardeerd werd.

Ik zal U dan moeten teleurstellen. Dit gaat mijn krachten en vooral mijn tijdsbestek te boven. Ik zou er Ademloos van worden.

Maar ik wil graag een poging doen om luidop denkend te antwoorden op de vraag waarom de zomer zo groot was. Ook dat gaat allicht mijn krachten te boven maar ik probeer het toch. En gezien onze Nederlandse liederenschat Richard zo nauw aan het hart ligt, zal ik ten dele daaruit putten.

Waarin schuilt het geheim van Richard Celis ? In een hele reeks deugden.

(2) Laat me beginnen met de leergierigheid.

de jongen kijkt door de geopende ramen
waarlangs de wereld slaat;
zonder zich te beraden
stapt hij de deur uit, helder en zonder vrees.


(H. Marsman, De grijsaard en de jongeling)

Leergierigheid die wel zal aangewakkerd zijn geworden door de jezuïeten in Turnhout, die de jonge student naar Leuven bracht, naar de Sorbonne in Parijs, naar Antwerpen, leergierigheid die tot op vandaag nooit heeft opgehouden. Zij gaat over in een openheid op de wereld en gepaard met luisterbereidheid. Want al kon en kan Richard Celis veel en soms ook snel praten, hij luisterde ook voortdurend.

(3) Dan is er het doorzettingsvermogen. Richard Celis is vaak een man van het woord geweest, maar nog meer een van de daad.

Geboren uit droom van 't verleden
Gegroeid tot de welige daad

(J.Smeyers - Armand Preud’homme, Weest paraat)

Richard heeft voortdurend gewerkt om andere mensen rondom zich mee krijgen, mee te trekken, mee te stuwen, maar bleef ook doorvechten als hij in de steek werd gelaten of er tegenslag was:

Als gij morgen valt en ik blijf alleen,
Kameraad ik blijf en ik vecht voor twee.

(Roger Lammens - Jef Tinel, Wij zijn bereid)

(4) Met een afgrijselijk Nederlands woord kunnen we Richard Celis een beroepsoprichter noemen. Mooier is het van een stichter te spreken, een stichtend voorbeeld. Zijn stichtingsdrang heeft het maatschappelijk leven in onze Zuidelijke Nederlanden verrijkt met talloze organisaties, gaande van de scouts van Sint-Pieters-Lille, 21e Kempen, waarvan de themata mogen doorklinken in mijn citaten, over Campinia Academica, de Kempische koffietafel, Nekka, de Vlaamse culturele koepel, de Elfdaagse Vlaanderen-Europa en vele andere. Als het gekund had ook het nieuwe Gemenebest der Lage Landen, waarvan hij een waardige président-fondateur zou zijn.

Stel met uw broeders de dienende daad,
bouw voor uw volk, wroet aan uw taak !
Voel dat ge weer op de wereld bestaat,
eén met uw volk, rijk om uw taak !

(Renaat Van Daele - Armand Preud'homme, Daglied)

(5) Een met uw volk, Richard. Maar niet zomaar een abstracte eenheid, die sommigen ook in de Vlaamse Beweging er wel toe heeft gebracht van het reële volk te vervreemden doordat ze doorholden in extremisme. Je hebt altijd geprobeerd mensen te verenigen in plaats van ze te verdelen. Niet: wie niet met ons strijdt, is tegen ons, maar omgekeerd: wie niet tegen ons strijdt is met ons. Je hebt altijd geprobeerd de lauwen, de onverschilligen mee te krijgen door op zoek te gaan naar het gemeenschappelijke, naar datgene wat hen warm kon maken. Met het oog op de samenwerking keek je eerst naar de kwaliteiten die iemand te bieden had, en vervolgens hoe je diens gebreken erbij kon nemen.

Ook politiek probeerde je steeds te benadrukken waarin we één moeten zijn, en de mensen daarbuiten vrij te laten. Wellicht heb je het van de Jezuïeten in Turnhout ook zo geleerd:

in necessariis unitas
in dubiis libertas
in omnibus caritas.

(6) De noodzaak om niet alleen te preken voor de overtuigden betekende ook voor jou natuurlijk niet dat je niet kritisch mocht zijn of de mensen niet mocht wakker schudden. Vanuit de idealen van je jeugd die je steeds bent blijven uitdragen klinkt het als volgt:

Wij hebben de vreugd' niet verloren
de vriendschap die alles bestaat
ons lied, het schoon en sonore
onze stap die de lauwen moet storen
klinkt voort tot de wereld vergaat.

(Anton van Wilderode - Renaat Veremans, Vlaanderen herrijst)

(7) Richard, de zomer was ook zeer groot omdat jij anders dan vele anderen niets hebt verloochend. Niet Lille noch de Kempen, niet de Jezuïeten noch de kerk, niet de culturele volksverheffing noch de politieke autonomie, niet het Europese ideaal noch dat van Heel-Nederland. Tevelen in ons volk verkondigen een tegenstelling tussen dialoog met de andere en trouw aan het eigene, wellicht om aldus hun eigen ontrouw, hun zelfverloochening te verdoezelen. Uw trouw heeft U nooit verhinderd te dialogeren en uw dialoogbereidheid heeft U nooit verhinderd trouw te blijven en ook radicaal.

Je hebt dus ook nooit afvalligheid moeten verbergen achter het mantra van de politieke of andere haalbaarheid. Ik heb in uw streven steeds realisme gezien en veel zakelijkheid, maar de zakelijkheid ging niet ten koste van de ziel en het realisme belette U niet om de lat toch altijd net iets hoger te leggen dan het haalbare. Plus est en vous.

(8) Natuurlijk, je behoorde niet tot het gild der roepers. Noch tot dat van de roepers aan de zijlijn, de stuurlui aan wal, noch tot dat van de roepers op het podium, die meer in de schijnwerpers en het applaus geïnteresseerd waren dan in de boodschap of het resultaat. De show was aan U niet besteed, de diplomatie des te meer.

(9) Dat je niet stond te roepen betekende dus ook niet dat de boodschap niet duidelijk werd verwoord, en die luidt nog steeds:

fier vol vroom vertrouwen
met nooit gebroken moed
ons land weer op te bouwen
tot statig als een eik
voor U ons volk herbloeit

(Remi Pirijns - Gaston Feremans, Gebed voor het vaderland).

Je hebt er ook nooit aan getwijfeld dat ons volk het Nederlandse volk is, weliswaar in zijn zuidelijke variant, getekend door zijn eigen wisselvalligheden van de geschiedenis ....

Dat opbouwen verloopt tergend traag en wanneer een doorbraak in zicht is, schrikken onze leiders ervoorterug en kruipen ze weer in hun mosselschelp. Het is maar een groot geluk dat, met het citaat uit Jozef Simons' Eer Vlaanderen vergaat, dat U ook dierbaar is,

"Gelukkig is het niet juist dat het uur der volkeren maar eenmaal slaat".

Dit mag er ons evenwel niet van weerhouden om de kansen voor autonomie die zich aandienen te grijpen, we hebben wel degelijk al te veel kansen gemist, ook recent en zeer recent nog.

(10) Je bent altijd de weg blijven wijzen naar dit doel van emancipatie van ons volk, een doel dat geen klein-Vlaams maar enkel een Nederlands doel kan zijn. Als oud-scout was je ook hier een gids voor vele verdwaalden:

Patrouilleleiders komen getreden, verbonden door éénzelfde wet.
Zij willen een spoorteken wezen, een spoor dat de anderen redt.

(R. de Meester, Patrouilleleiderslied)

Nog elk jaar zorg je mee voor de uitreiking van Gulden Sporen voor culturele of economische uitstraling. En die spoortrekkers blijven onontbeerlijk in de woestenij van onze publieke cultuur.

Zeker voor de Vlaamse instellingen van vandaag moet ik je woorden herhalen:

"Wat heeft het voor zin autonomie te verwerven als die vervolgens helemaal uitgehold wordt door het afglijden van de cultuur naar het niveau van de soap opera (....) , een culturele abdicatie"

(Zangfeestrede als ANZ-Voorzitter "De grenzen voorbij").

Het is vandaag overigens niet enkel cultureel dat we afgegleden zijn naar het niveau van de soap opera, de politiek doet nog beter.

(11) Tegen het consumptieculturalisme heb je steeds de waarde verdedigd van de volkscultuur, van de cultuur ingebed in de lokale gemeenschap, in de eigen taal; van de waarde van die lokale gemeenschap, ook van het dorp - al trok je van Lille naar Parijs en Antwerpen. Mijn oud-grootvader trok van Antwerpen zonder Wapper naar de Arenbergpolder naast Doel. Nu men die vructhbare polder wil volgieten met beton, nu Vlaanderen door de illegale kuiperijen van zijn eigen regering Doel-loos dreigt te worden citeer ik al even graag een andere duidelijke uitspraak van jou in het blad waarvan je 40 jaar eerder zelf hoofdredacteur was, Ons Leven:

"Aan een Vlaanderen dat volstaat met fabrieksschouwen en dat volgegoten is met beton heb ik GEEN boodschap"

(Ons Leven, jaargang 103 nr. 9-10).

Met in hetzelfde nummer een pleidooi jegens de studenten voor het einde van België, het Nederlandse Gemenebest, Nederlandse fierheid, een mentaliteit weg uit de zelfgenoegzaamheid, krachtdadige beëindiging van de verloedering van ons natuur- en cultuurpatrimonium, bezieling tegen het geestdodende materialisme en de vervlakkende vervreemding, nationaal zelfbewustzijn. Zeventien jaar later heeft de tekst zijn actualiteit niet verloren.

Als zoon van de Kempen weet je ook :

Uw echte kindren blijven trouw
aan deugd en taal en zeden

(J. Demoulin - Emiel Hullebroeck, De Kempen)

(12) In dat streven ben je nooit het zicht op het grotere geheel verloren, in het bijzonder de Europese context. Met de luciditeit je eigen heb je altijd ingezien dat ons volk gediend is met een grote mate van culturele en andere uitwisseling met andere volkeren, op wederkerige en transparante basis, en daar steeds concreet aan gewerkt, met de interlands, met bilaterale verenigingen, enzovoort.

Met dezelfde luciditeit leer je dat wij helemaal niet gediend zijn met complexe en intransparante politieke structuren waarvan de belangrijkste doelstelling wellicht is, het de burger onmogelijk te maken er wijs uit te geraken om dan een excuus te hebben om diezelfde burger elke inspraak te ontnemen.

(13) Een hele zomer van een leven lang heb je naast grotere ook en vooral talloze kleine initiatieven ondernomen om concreet, onder de mensen, die zelfgenoegzaamheid door fier zelfbewustzijn te vervangen. Al heeft de vervlakking en vervreemding veel verwoest, overal bij de volksbasis zijn er nog brokstukken van traditie en cultuur, van fierheid en bezieling. De cultuur die we zelf maken, vaak rond de waardering van dagelijkse dingen, is het kostbaarste weefsel van ons volk. De Vlaams-nationale en Nederlandse geest daar inbakken is wellicht de kern van de methode-Celis.

Herr, der Sommer war sehr groß

(14) De vruchten zouden zo rijp niet zijn geworden was er ook niet de omgeving thuis, de familie, je vrouw. An zal daar meer over zeggen.

Je had en hebt een Kempische terugvalbasis om het contact met landschap en natuur te behouden, want:

"op de heide waait de wind alle zorgen weg"

(Jozef Simons - Armand Preudhomme, Kempenland)

En je hebt een vrouw - Mieke - die ook vandaag dit alles heeft georganiseerd. Wat mij toelaat te eindigen met een nostalgisch vers uit dit Afrikanerliedje:

In die arms van my edele nooie
sal die dood my alleen daar weghaal

(Die Vaalrivier vlei)

Maar laat de herfst ons eerst nog rijpe zoete vruchten brengen.

donderdag, oktober 01, 2009

Open Brief aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over de BAM Reclamespots en de Lange Wapper

(Deze open brief die ik meende te moeten mee ondertekenen verscheen als Vrije Tribune in Knack, http://www.knack.be/blog/blog-algemeen/71-89-5218/open-brief.html)

Geachte leden van het Vlaamse Parlement, geachte Ombudsdienst Vlaamse Regering,

Op zondag 18 oktober vindt het referendum over de Oosterweelverbinding plaats. Die dag wordt een hoogdag van de democratie omdat Antwerpenaars dan hun stem pro of contra de Oosterweelverbinding mogen uitbrengen en zo mogen participeren in het politieke proces. Dit referendum werd afgedwongen door burgers voor burgers en biedt de mogelijkheid aan elke Antwerpenaar om zelf, in eer en geweten, een oordeel te vellen over de Lange Wapper en de Oosterweelverbinding.

Als Antwerpenaars en als burgers willen wij hierbij dan ook protest aantekenen tegen de op 19 september gelanceerde reclamespots van BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel) op de website van Vooruit met Antwerpen en Youtube. In plaats van objectief en neutraal informatief te zijn, zitten deze reclamespots vol onnauwkeurigheden over het concurrende tunnel alternatief.

Maar, erger nog, in deze spots worden subjectieve en manipulatieve uitspraken gebruikt om Antwerpenaars ertoe te bewegen toch vooral een stem pro Oosterweelverbinding uit te brengen. We vermelden hier enkel de meest flagrante, manipulatieve beweringen die Antwerpenaars emotioneel onder druk zetten om ja te stemmen op het referendum: zo stelt het filmpje "Leefbaarheid" dwingend (maar onbewijsbaar) dat de Oosterweelverbinding met Lange Wapper viaduct een absoluut noodzakelijke schakel is in een ketting van stadsvernieuwingen die anders uit elkaar valt en mogelijk anders niet zullen gebeuren. Zo stelt het filmpje "Werken" dat we straks allemaal werkloos op straat zullen staan als we niet pro Lange Wapper stemmen. Deze beweringen vallen niet meer of niet minder dan onder de categorie "emotionele chantage."

Als burgers die geloven in democratie en open politieke argumentatie, die transparant is voor alle burgers, vinden wij deze reclametactieken en foutieve informatie in strijd met de wetgeving op de openbaarheid van bestuur in België van 11 april 1994. Deze wet erkent dat de Belgische en Vlaamse overheid ten dienste van de bevolking werkt en daarom ook doorzichtig, neutraal en efficiënt naar de bevolking toe dient te communiceren. België is hieraan verder ook gebonden door internationale wetgeving (verdrag van Aarhus van 1998 en de Europese richtlijn 2003/4/EG (28 januari 2003)), die regelt hoe de overheid naar de burger toe dient te communiceren.

Wij willen u er hierbij aan herinneren dat de BAM in wezen een overheidsorgaan, een communicatie-instrument van de Vlaamse regering is. De BAM is geen privéfirma die haar product 'chocolade' aanprijst, maar een overheidsorgaan gebonden aan de wetgeving over correcte, transparante en objectieve communicatie, zoals verankerd in de hierboven vermelde wetgeving.

Als burgers laken wij dan ook de onnauwkeurigheden in deze presentaties en de emotionele druk die in de BAM spots uitgeoefend wordt. Dit is geen objectieve communicatie, maar een duidelijke poging om de mening van Antwerpenaren te beïnvloeden en hen ertoe te bewegen ja te stemmen. Hierdoor komen de vrijheid en politieke rechten van de Antwerpse burger ernstig in het gedrang.

Wij eisen dan ook dat deze misleidende spots onmiddellijk verwijderd worden en vervangen door objectieve, neutrale communicatie en informatie over de Oosterweelverbinding en het alternatieve ARUP/SUM tunnel tracé.

Hoogachtend,

Dr. Bea Hanssen, doctor in de letteren, Antwerpen

Mede ondertekenaars:
Helena Bussers, ereconservator, Antwerpen
Tom Coupez, architect
Wilfried Delahaye, Antwerpen
Werner Govaerts, Antwerpen
Dr. Jan Lampo, historicus en auteur, Antwerpen
Luc van Moorhem, Antwerpen
Jef Nietvelt, advocaat, Kattendijk Tango, Antwerpen
Anne Provoost, auteur, Antwerpen
Prof. Matthias E. Storme, buitengewoon hoogleraar UA en KUL, advocaat.
Hubert van Lier, ere-voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, Antwerpen.

vrijdag, september 25, 2009

Maddens-doctrine bekt toch zo lekker. Tijd voor iets helemaal anders?

Een doorgedreven staatshervorming komt er pas na een uitgesproken Vlaamse frontvorming.

(verschenen in De Tijd van 25 september 2009)

Na de riante verkiezingsoverwinning van juni stapte de N-VA af van het idee van een grote onderhandelingsronde met de Franstaligen. Voorzitter Bart De Wever koos resoluut voor Vlaanderen en probeert vanuit de Vlaamse regering goed en degelijk bestuur na te streven. Dat in schril contrast met de federale overheid, die in eigen schulden dreigt te verzuipen en de komende jaren budgettaire 'hongerwinters' tegemoet gaat. De N-VA speculeerde terecht dat het niet zo lang zou duren voor de federale regering Vlaanderen zou vragen om de schulden te helpen delgen. Vlaanderen betaalt geen eurocent zonder dat het een flink pakket bevoegdheden krijgt, klonk het toen. De N-VA maakte van die 'Maddens-doctrine' haar belangrijkste campagnethema.

Intussen heeft het overlegcomité van regeringen ingestemd met het voorstel van premier Herman Van Rompuy (CD&V) voor de verdeling van de begrotingsinspanningen tot 2012. Vlaams minister van Begroting Philippe Muyters (N-VA) stelt terecht dat Vlaanderen in 2010 meer dan 90 procent van de besparingsdoelstellingen van heel België voor zijn rekening neemt. Andere regeringen doen amper een inspanning. Minister-president Kris Peeters (CD&V) beweert dat het akkoord voor Vlaanderen geen probleem is, wat diametraal ingaat tegen wat de N-VA zegt.

De Maddens-doctrine faalt, nog voor ze goed en wel is toegepast. Vlaanderen depanneert andermaal de rest van België, dat zich, blijkens de uitlatingen van PS-voozitter Elio Di Rupo, opmaakt voor een nieuw rondje potverteren.

handpop

Na de verkiezingsoverwinning van 8 juni riep De Wever luid: 'De federale uier is leeg en toch blijven de Franstaligen eraan trekken. Wat ons betreft is het genoeg: geen druppel meer. Het is tijd voor een assertief Vlaanderen. Dan zullen we zien wie vragende partij is voor een hervorming van ons land.' Dat is nu wel even anders.

Van de assertieve Vlaamse politiek blijft niet veel over. De indruk ontstaat dat De Wever zich als handpop van Peeters heeft laten gebruiken om de Vlaamse regering op de rails te krijgen. De Wever werd de sterkhouder van de regeringsvorming en de assertieve Vlaamse strategie. Alleen stond daarvan weinig tot niets te lezen in het Vlaams regeerakkoord, op wat maatregelen in Brussel en de Vlaamse Rand na. 'Een kwestie van ons niet vast te pinnen op een strakke agenda,' heette het. Blijkbaar is niet iedereen in de Vlaamse regering doordrongen van die assertieve Vlaamse strategie.

B-luik

Stilaan wordt duidelijk dat het met de Maddens-doctrine 'wachten op Godot' wordt. Dit is gewoon het B-luik van het participationisme dat ons ooit het onzalige Egmontpact opleverde. Kris Peeters is vast niet van plan het federale niveau - waar zijn eigen partijgenoot de scepter zwaait - zwaar onder druk te zetten. CD&V is nog minder van plan de Wetstraat 16 op te geven. Wanneer het op communautaire onderhandelingen aankomt, is de kans klein dat aan Vlaamse kant het spel hard wordt gespeeld.

Nochtans hintte Bart Maddens na de verkiezingen op een ander scenario: 'De Vlaams-nationalistische partijen behalen een monsterscore. Vlaams Belang en de N-VA halen samen 28,4 procent. Als we de stemmen voor SLP en LDD meetellen, krijgen we een nooit geziene score van 37,1 procent voor uitgesproken Vlaamse partijen. Nog nooit waren er zo veel Vlaamsgezinde stemmen.' Dat zal wel, maar ondertussen wordt dat Vlaams Belang vrolijk verder gedemoniseerd door de politieke concurrentie, speciaal door de N-VA in zijn recente electorale retoriek.

Een staatshervorming komt er pas als er een uitgesproken Vlaamse frontvorming is. De N-VA moet resoluut kiezen voor een brede Vlaamse alliantie. In Vlaanderen is zo'n front 'incontournable'. Het kan dan vragen België onder curatele te plaatsen om orde op zaken te stellen in het budgettaire en staatkundige huishouden. Lukt dat niet, dan ligt de weg open naar een eigen republikeins project, losgeweekt uit de Belgische chaos, en op zoek naar een eigen plaats in Europa. Een brug te ver voor de traditionele partijen, maar van de starre tradities, het institutionele conservatisme en de partijlogica's, baalt een ruime meerderheid van de Vlamingen.

De Maddens-doctrine bekt lekker, maar winnen doe je met daden, nooit met woorden.

Ludo Abicht, Julien Borremans, Frans Crols, Koenraad Elst, Johan Sanctorum, Matthias Storme en Jef Turf zijn kernleden van de Vlaams-republikeinse denkgroep Res Publica.

donderdag, september 24, 2009

Matthias Storme in Meervoud: begrotingstekort, Maddens, B-H-V, Doel en Lissabon

Interview met Matthias Storme door Bernard Daelemans in Meervoud (2009) nr. 149 p. 4-10.

Jaren terug was Matthias Storme erg actief in de Vlaamse beweging als voorzitter van het Overlegcentrum vanVlaamse Verenigingen dat toen onder meer grote meetings voor Vlaamse onafhankelijkheid organiseerde. Later vonden we hem terug bij de N-VA waar hij slechts korte tijd in het partijbestuur hoorde, omdat hij zich tot politiek niet correcte uitspraken had laten verleiden in verband met de veroordeling van het Vlaams Blok wegens racisme. De hoogleraar in de rechten hield de partijpolitiek voor bekeken en heeft vandaag slechts een beperkt aantal bestuursmandaten, vooral op lokaal vlak, bij niet partijpolitieke verenigingen (1). Maar hij blijft een uitgesproken bewogenheid ten toon spreiden over de Vlaamse emancipatiestrijd. Meervoud overliep met hem de actuele politieke dossiers, van het federale begrotingstekort, over de Maddens-doctrine en de Vlaamse regering, over B-H-V, de kwestie Doel, tot en met de Lange Wapper en het Verdrag van Lissabon.

- Ten tijde van de diepe regimecrisis van 2007-2008 stelde u dat het niet erg was om geen regering te hebben en dat daar een kans lag voor het parlement om zijn macht te herstellen. Hoe bedoelt u dat?

Matthias Storme: Of het in de praktijk niet erg is, kun je niet met zekerheid zeggen, maar het zou niet erg mogen zijn. Als je democratisch stelsel volwassen genoeg is en je hebt een goed functionerend ambtenarenapparaat en een goed functionerend parlement, dan kan je rustig een hele tijd zonder effectieve regering, volgens mij. Ons ambtenarenapparaat valt nog wel mee, zeker op Vlaams niveau, maar het parlement is volgens mij problematisch. De parlementsleden zijn totaal onmondig geworden. Ze zijn totaal bevoogd. Ze zijn niet in staat om hun eigen bevoegdheden nog uit te oefenen. Dat geldt zowel op federaal als op Vlaams niveau. Er zijn massa’s gevallen waarbij het parlement de regering smeekt om wetten te maken (2). Dat is de wereld op zijn kop. De essentie van ons grondwettelijk bestel is dat het parlement de wetten maakt en de regering moet ze uitvoeren. Maar daar is men niet meer toe in staat.

Je kan onderscheid maken tussen twee modellen van besluitvorming, en wij worden gedomineerd door het model van besluitvorming achter gesloten deuren. De besluitvorming in de openbaarheid is er alleen nog voor de show. Er zijn verschillende types politici. Politici die een vrij lange parlementaire carrière hebben, waarbij ze verplicht zijn om in de openbaarheid te argumenten, zijn meer democratische, ook in de regering, dan degenen die uit kabinetten, uit sociale organisaties komen waar de besluitvorming altijd achter gesloten deuren plaatsvindt. Dat is geen kwestie van compromisbereidheid of niet. Ook in het parlement moet je compromissen sluiten, maar ze worden in het openbaar gesloten. Jean-Luc Dehaene, Kris Peeters zijn twee voorbeelden van politici van het tweede type. Ik denk dat dat de kwaliteit van onze democratie sterk benadeelt.

Er worden ook nogal wat misverstanden gecreëerd over de bevoegdheden van een regering van lopende zaken. Men doet alsof een regering in lopende zaken niets zou kunnen doen. Nog erger: men doet alsof een parlement niets zou kunnen doen met een regering van lopende zaken. Dat is compleet absurd: een parlement dat verkozen is heeft volheid van bevoegdheid, of er nu een regering is of niet. Maar men wil dat niet. Een regering van lopende zaken kan ook redelijk wat doen onder controle van het parlement.

- Dus een regering van lopende zaken kan dingen uitvoeren waarvoor ze van het parlement een mandaat krijgt.

Evident! Alles wat het parlement opdraagt aan een regering – van lopende zaken of niet – daartoe heeft die regering de bevoegdheid en zelfs de plicht om dat te doen. Er is één discussiepunt. Ons politiek bestel heeft als onderbouw dat er algemene regels zijn op basis waarvan concrete beslissingen genomen worden (3). Op grond van die gedachte kan je concluderen dat het parlement niet de bevoegdheid heeft om individuele beslissingen te nemen. Onze Grondwet voorziet wel in een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld naturalisaties. Nu, in werkelijkheid blijft er van dat model nauwelijks iets over. De regering neemt massa’s regels aan en het parlement grijpt in in individuele beslissingen. Individuele beslissingen over grote infrastructuurprojecten die bij wet worden bepaald zijn legio. Maar als men vasthoudt aan die gedachte, kan men wel stellen dat er een probleem is als er geen regering is omdat je dan geen benoemingen kan doen. Dat is typisch een individuele beslissing. Maar afgezien daarvan is er toch heel wat dat het parlement vermag.

- Het parlement heeft in de regeringsloze periode wel één wet goedgekeurd, namelijk aangaande de splitsing van de kieskring B-H-V.

Ja, die wet is in commissie gestemd, maar je ziet waar we nu staan. Met de hele caroussel van bevoegdheidsconflicten, die alleen maar kan draaien omdat de Vlaamse meerderheidspartijen wil dat hij draait. Volgens mij is het circus van de bevoegdheidsconflicten ongrondwettig (4). In het verleden is het nooit zo geïnterpreteerd dat men achtereenvolgens belangenconflicten kan inroepen. Ik heb het nagegaan. Het is al voorgekomen dat tegen eenzelfde beslissing verschillende bevoegdheidsconflicten werden ingediend, maar die zijn steeds tegelijkertijd neergelegd (5). Wat er nu gebeurt is puur misbruik van het mechanisme. De termijnen worden dan nog flink opgerokken: ze worden telkenmale driemaal zo lang uitgesponnen dan wettelijk voorzien.

- Hebt u daar dan geen procedure tegen gevoerd?

Ja, bij het Grondwettelijk Hof, maar dat heeft zich in deze onbevoegd verklaard omdat ze zeggen dat een motie van belangenconflict geen rechtsnorm is (6). Maar het Grondwettelijk Hof heeft wel reeds andere beslissingen van parlementen, die ook niet de vorm van een wet hadden getoetst. Toen achtten ze zich wel bevoegd.

- We hebben dan toch een ‘volwaardige’ federale regering gekregen, want de financiële crisis moest aangepakt worden. Is de regering daarin geslaagd, volgens u?

Ik voel me niet deskundig om over de financiële crisis stricto sensu iets te zeggen, maar we hebben natuurlijk een reusachtig probleem met de overheidsfinanciering, met de financieringswet, met de verantwoordelijkheid van de federale overheid en de deelstaten. De deelstaten zijn overgefinancierd, ze krijgen teveel geld. De federale overheid is arm. Dat is voor een deel juist. Maar hoewel de deelstaten overgefinancierd zijn, slaagt men er aan Franstalige kant nog niet eens in om een begrotingsevenwicht te hebben. Niet nu, maar ook de voorbije jaren niet. Dat is een serieus probleem. Ten tweede geeft de federale regering, die zo arm is, nog altijd heel veel geld uit op domeinen waarvoor ze zelfs niet eens bevoegd is, zoals het grotestedenbeleid, preventieve gezondheidszorg, duidelijk bevoegdheden van de deelstaten, waar de federale overheid zijn bevoegdheid te buiten gaat. Als men gewoon al die uitgaven zou schrappen en de deelstaten zou zeggen: neem uw verantwoordelijkheid, dan heeft men al een stukje doorgeschoven. Er zijn ook een paar perverse effecten in de bevoegdheidsverdeling. Bijvoorbeeld de pensioenen van de ambtenaren van de deelstaten worden betaald door de federale overheid. Men heeft dat zo gewild omdat men aan de unitaire sociale zekerheid niet wilde raken, maar dat is pervers: want dat geeft de deelstaten de kans om meer ambtenaren te benoemen op kosten van de federale overheid. Er zijn dus heel wat problemen, maar geen politieke wil om er iets aan te doen. Dit zal het federale begrotingstekort natuurlijk niet volledig oplossen, maar waarom daar al niet mee beginnen?

- De regering-Van Rompuy heeft nu toch al het dispuut over de asielproblematiek opgelost…

Dit is natuurlijk totaal onverantwoord. Elke regularisatie trekt altijd weer massa’s nieuwe illegale migranten aan. We zitten met een heel ernstig integratieprobleem in dit land. Ik zeg niet dat die niet oplosbaar zijn. Omzeggens iedereen is integreerbaar, maar niet in gelijk welke hoeveelheid. Als je natuurlijk de kraan niet kan dichtdraaien, dan kan je niet dweilen. Het is perfect mogelijk om zelfs relatief grote groepen nieuwkomers te integreren, maar dat is niet mogelijk zolang de deur open blijft.

- In wiens belang is het dan om de deur open te laten staan? Waarom maken de Franstaligen daar een strijdpunt van?

Het is misschien overdreven om het zo te stellen, maar ik heb toch de indruk dat er inderdaad een zelfvernietigend schouwspel aan de gang is: ‘als wij (de Franstaligen) het niet kunnen halen, dan moeten die anderen ook maar kapot. Als wij de macht niet meer hebben in België, laat ons er dan voor zorgen dat de Vlamingen ook niets meer te zeggen hebben in hun eigen land’. En het is natuurlijk een vorm van clientelisme. Je hebt partijen die menen dat ze daardoor hun machtspositie gaan versterken. Bij de PS is dat ook duidelijk gelukt natuurlijk. Zonder de massale migratie zou de PS een heel stuk verder teruggevallen zijn.

- Hoe komt het dat ze juist de migranten aan zich kunnen binden en niet meer de autochtonen?

Omdat natuurlijk de socialisten een verhaal brengen van wij beloven op kosten van anderen. Mensen die niet veel te verliezen hebben zijn gebaat bij een politiek van wij delen uit op kosten van anderen. De dag dat mensen daar iets bij te verliezen verandert dat. Je ziet dat bij een deel van de Turkse middenstand die wel economisch goed geïntegreerd is (maar cultureel alles behalve denk ik), die vrij stevige eigenaars zijn geworden, die keren zich op dat ogenblik af van het socialisme. Socialisten hebben er belang bij dat er steeds nieuwe massa’s zijn. Maar ik verdenk er ook sommige kapitalisten van dat ze er belang bij hebben dat er altijd nieuwe, goedkope arbeidskrachten ingevoerd worden. Het lijkt wel een duivelspact. Het is niet voor niets dat een deel van de economische grootmachten (organisaties) pleiten voor migratie. Anders zijn ze verplicht zich aan te passen aan de situatie in een land. Met grote migratie kan men blijvend goedkope arbeidskrachten aantrekken. Toch denk ik dat de effecten daarvan nefast zijn, op termijn ook voor de economie. Het is allemaal korte termijn denken.

- Nog een probleem dat de regering Van Rompuy voornemens is om op te lossen voor het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie een aanvang neemt, is ‘B-H-V’.

Er is maar één oplossing: de splitsing stemmen. Al het andere is een fundamentele inbreuk op ons grondwettelijk bestel. De achtergrond van de ongrondwettigheid van B-H-V is vrij duidelijk (7). Wat sommigen ook mogen beweren: het is heel duidelijk dat de bestaande kieskring op eenzijdige manier inbreuk pleegt op de basisindeling van België in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen. Je moet maar de artikels 1, 2, 3 en 4 van onze grondwet lezen. Daarover gaat het. De procedure die ik heb gevoerd en die tot het arrest van het Grondwettelijk hof heeft geleid, was opgebouwd rond dat argument: de indeling van het land in taalgebieden, gewesten en gemeenschappen wordt op een eenzijdige, discriminerende manier doorkruist door de gewestgrensoverschrijdende kieskring. We hebben nooit beweerd dat een gewestgrensoverschrijdende kieskring noodzakelijk ongrondwettig was, maar wel een eenzijdig gewestgrensoverschrijdende kieskring. Het argument dat er faciliteitengemeenten zijn in Vlaams-Brabant is geen tegenargument als je ook in aanmerking neemt dat er ook faciliteiten zijn in bepaalde gemeenten in Henegouwen: Edingen, Vloesberg, Moeskroen, Komen. Dan zou je die mensen dezelfde rechten moeten toekennen. Niet dat ik vind dat dit de juiste piste is. Ik stel alleen dat met betrekking tot de kiesomschrijving bepaalde faciliteiten slechts denkbaar zijn in Vlaams-Brabant indien dit op basis van wederkerigheid gebeurt.

Ik weet natuurlijk niet welke koehandel men van plan is op te zetten, maar ik denk dat de Vlamingen daar echt moeten zeggen : dit gaat enkel over de uitvoering van een arrest en niets anders.

- Een federale kieskring dan?

Een federale kieskring vergt een wijziging van de grondwet. Voorts heb ik er niet zoveel schrik van, maar ik vind het wel totale nonsens. Trouwens, de voorstellen die er zijn voor een federale kieskring, zijn natuurlijk contradictorisch. Men wil zogezegd een federale kieskring om de Belgische natie in zijn geheel de kans te geven om een beperkt aantal mensen ‘nationaal’ in de oude betekenis te kiezen, maar men gaat wel op voorhand vastleggen hoeveel Nederlandstaligen en Franstaligen er verkozen zijn. Dat is natuurlijk bedrog! Dat is geen federale kieskring. Bovendien - ik heb het onderzocht: een federale kieskring bestaat in geen enkel federaal land, behalve in Irak (8). Als dat het voorbeeld is waaraan we ons willen spiegelen? Het bestaat nergens, ook niet in Amerika.

- Over naar het Vlaamse niveau: de Vlaamse regering, zegt men, wordt geïnspireerd door de Maddens-doctrine. Is dat een gunstige evolutie?

Ik heb er nog niet veel van gemerkt, maar natuurlijk : we zijn nog maar begin september. De Maddens-doctrine, als ze ernstig effectief wordt uitgevoerd is het proberen waard, maar ik heb er mijn twijfels over of men daartoe bereid is. Uitvoering van de Maddens-doctrine zou op zijn minst betekenen dat men alle middelen inzet tegen de federale begroting. Te beginnen met een belangenconflict. De federale begroting bevat al jaren uitgaven die tot de bevoegdheid van de gewesten en gemeenschappen behoren. Het allereerste wat men dus moet doen is de federale begroting saboteren. Als men daartoe bereid is, dan kunnen we au sérieux nemen dat de Vlaamse regering de Maddens-doctrine effectief wil toepassen. Dat zal, denk ik, de eerste test zijn om de ernst vast te stellen waarmee de Vlaamse regering de eigen doctrine trouw is die ze beweert aan te hangen.

- Dat komt dan neer op het onder curatele stellen van de federale staat, zoals Bart De Wever zich in een onbewaakt moment heeft laten ontvallen?

Dat is nog niet eens de federale staat onder curatele stellen. Dat is alleen maar de bevoegdheidsoverschrijdingen van de federale staat stoppen. Gewoon de wet toepassen.

- Kris Peeters zei dat er geen euro van Vlaanderen mag dienen om de federale begroting op te smukken.

Daar moet het argument zijn: wij zijn bereid om bij te dragen tot de vermindering van het federale begrotingstekort door ons meer bevoegdheden te geven, zonder dat daar evenredige bedragen mee overgeheveld worden. Ten eerste: stop met het besteden van middelen op domeinen die niet tot de federale bevoegdheid behoren; ten tweede geef ons nieuwe bevoegdheden en we zijn bereid die over te nemen met een korting op de bestaande uitgaven daarvoor.


- Zijn er eigenlijk alternatieven voorhanden voor de Maddens-doctrine?

De Maddens-doctrine is natuurlijk geen definitieve oplossing. Het kan niet de bedoeling zijn om het te houden bij de bestaande bevoegdheidsverdeling. Het is de bedoeling om de bevoegdheden van Vlaanderen drastisch te verhogen.

- Intussen is de Vlaamse beweging een beetje wakker geschud door de uitlatingen van Frans Crols op de Ijzerwake in verband met Brussel.

Die zijn op zijn minst een ernstig debat waard…

- Het debat is al jaren geblokkeerd uit angst om knopen door te hakken in de ene of de andere zin.

Dat is juist. Crols heeft luidop gezegd wat heel wat mensen misschien niet als een definitieve mening hebben, maar waarvan vele mensen denken dat dit in de openbaarheid mag gebracht worden en dat dit een discussie waard is.

- ‘Brussel loslaten’. Is het niet de onmacht om een grotere Vlaamse ontplooiing tot stand te brengen projecteren op het probleem-Brussel?

Soms moet je ook je beperkingen inzien. Wat kunnen wij bemeesteren met steeds minder Vlamingen.

- Steeds minder Vlamingen in Brussel?

Neen steeds minder Vlamingen in Vlaanderen ook. Onze demografie is rampzalig. De bevolking blijft alleen op peil door immigratie. In Brussel is het nog rampzaliger. Je moet natuurlijk weten welke spankracht je hebt. De mentaliteit, de deugden en ondeugden van onze bevolking kennende uit de geschiedenis heb ik er ernstige twijfels bij of wij in staat zouden zijn om Vlaanderen inbegrepen Brussel Vlaams te houden. Een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als integraal bestanddeel zonder meer, is jammer genoeg nefast voor Vlaanderen. Dat kan niet functioneren. Daar hebben we niets mee gewonnen ten aanzien van de situatie in België vandaag. Dat wil niet zeggen dat we Brussel volledig moeten loslaten.

- Een condominiumstructuur wordt toch ongelofelijk ingewikkeld en weinig transparant.

De vraag is hoeveel we willen loslaten? Op korte termijn is het toch in eerste instantie de Brusselse bevolking die zichzelf zal moeten besturen. Mijn stelling is natuurlijk dat Vlaanderen de bevoegdheden die het nu heeft in Brussel niet mag loslaten: de gemeenschapsbevoegdheden niet, en evenmin de federale bevoegdheden die vandaag mee door Vlamingen beheerd worden. Het is evident dat elke regeling minstens zal moeten inhouden dat de Vlaamse gemeenschap autonoom het eigen onderwijsnet, het net van persoonsgebonden materies en instellingen zal moeten behouden en blijven besturen. Er zou dan een soort subnationaliteit of dubbele nationaliteit aan gekoppeld moeten worden. Als Crols ook dat wil loslaten, kan ik hem totaal niet volgen.

- Ik begrijp toch niet hoe 15% Franstaligen in Vlaanderen de ontplooiing van Vlaanderen zouden beletten.

Ik heb er mijn twijfels over, als men ziet hoe we in het verleden niet in geslaagd zijn om relatief kleine minderheden binnen de perken te houden, vrees ik dat dat een olievlek blijft. Een unitair Vlaanderen inclusief Brussel betekent ook dat het hele nationale niveau tweetalig zou moeten zijn. Wat heb je dan gewonnen, vergeleken bij vandaag?

- Op dat ogenblik is er toch een enorme machtsverschuiving?

Zijn wij er ooit in geslaagd om onze meerderheid te gebruiken?

- Er is toch een verschil tussen een meerderheid van 60/4O die dan nog grondwettelijk met allerlei pariteitssystemen is geblokkeerd en een unitair Vlaanderen met 15% Franstaligen.

Je gaat er nooit in slagen om dat tot stand te brengen zonder dergelijke garanties.

- Die zullen toch niet van dezelfde orde zijn als vandaag: pariteit in de Vlaamse regering met evenveel Franstalige als Nederlandstalige ministers?

Dat is waar. Het probleem is dat de vijandigheid vanuit Brussel en de vervreemding zo groot is. De argumenten die wij hanteren voor een splitsing van België zijn in feite ook argumenten voor een scheiding tussen Vlaanderen en Brussel. Zeggen dat Vlaanderen en Wallonië twee verschillende landen zijn met twee publieke opinies, dat er geen behoorlijk bestuur mogelijk is omdat er andere preferenties leven, en andere politieke landschappen, dat gaat allemaal ook op voor Brussel. Ook al zeggen wij, voor een deel terecht, dat Brussel economisch dichter bij Vlaanderen staat. Maar er zijn vlakken waar de verhouding tussen Brussel en Vlaanderen veel meer vergiftigd is dan met Wallonië.

- Alain Deneef, voorzitter van de Staten-Generaal van Brussel verklaarde wel op de Waalse Staten-Generaal dat ingeval België zou uiteenvallen, Brussel zeker nooit in alliantie zou willen treden met Wallonië omdat 80% van zijn economie in Vlaanderen verankerd ligt.

Brussel zou toch ook nooit voor een alliantie met Vlaanderen kiezen. De Brusselaars zijn zichzelf aan het wijsmaken dat ze zelfstandig kunnen bestaan. Als ze dat geloven, dan heb ik daar geen enkel probleem mee.

- Van de hoofdstad naar het bedreigde dorpje Doel: wat vindt u van het beleid van de Vlaamse regering?

Het wanbeleid bedoel je natuurlijk! Dat is een schoolvoorbeeld van een verhaal van bedrog. Men speculeert erop dat men door bedrog en illegaal handelen uiteindelijk zijn slag zal thuishalen. Het is een beleid van het fait accompli. We handelen onwettig, maar we doen het maar. Achteraf zal het dan wel geregulariseerd worden. Men wil het dorp weg. Men heeft nooit durven zeggen wat men allemaal van plan was. Men is begonnen in 1998 met het excuus: Doel moet weg in het belang van zijn inwoners want Doel zal onleefbaar worden als het Deurganckdok er ligt. Om dat dok aan te leggen waren er redelijke argumenten, maar we zien dat het nog steeds half leeg staat. Er zijn containerkaaien teveel in Antwerpen. Nog maar eergisteren hebben we vernomen dat PSA, de grootste goederenbehandelaar in Antwerpen twee grote containerkaaien gewoon gaat sluiten omdat er niet genoeg trafiek is(9).

Nu, dat het dorp niet kan samenleven met dat dok is een grote leugen gebleken. Dat dorp heeft perfect kunnen samenleven met het Deurganckdok. Men heeft er niet veel last van. Het blijft nog steeds een ongelofelijk mooie plaats om te wonen, ware het niet dat men het half afgebroken heeft en een verrottingspolitiek heeft gevoerd. Maar als plaats voor een dorp blijft het ondanks de haven nog steeds een perfect bewoonbare plaats. Er zijn natuurlijk mensen geweest die het zekere voor het onzekere namen en die onteigend wilden worden. Die huizen zijn door de intercommunales aangekocht, maar men heeft daarna de herbevolking gesaboteerd. Er zijn altijd massa’s kandidaten geweest die daar wilden gaan wonen. Het is daar ook heel mooi. Of beter gezegd: het was er heel mooi. Men heeft dat gesaboteerd. Men heeft de huizen bewust verkrot. Men heeft mensen weggepest. Men heeft huizen afgebroken. Allemaal, zogezegd, in hun eigen belang. Nu ook weer hoor ik de potentaten van de intercommunales verklaren: we gaan de huizen afbreken, de mensen wegjagen om ramptoerisme te voorkomen. Wat voor nonsens is dat. Het is evident: men wil het dorp weg, of men dat nu nodig heeft of niet. Want in de megalomane plannen wordt er gesteld dat er nog plaats moet zijn voor industrieterreinen, ook als er geen bijkomend Saeftingedok komt. Dat is klinkklare nonsens. Als er geen dok komt kan je perfect elders in Vlaanderen industrieterreinen hebben, zelfs op linkeroever, zonder dat het dorp weg moet. Het is een onbegrijpelijke vernielingsdrang die ik alleen maar kan verklaren uit rancune. Het is een symbooldossier: het dorp moet kapot, ook al hebben we het niet nodig, ook al verspillen we daar massa’s belastinggeld. Het is een schande hoeveel geld men daarin gestoken heeft om dat dorp kapot te maken. Het is allemaal volstrekt illegaal. Het is woongebied. Maar men speculeert erop: eerst maken we het kapot. En als dat gebeurd is schaffen we het woongebied af. Illegaal handelen loont. Dat is de hele politiek die de Vlaamse regering voert.
Een tweede element van die politiek is dat men probeert zichzelf een imago van goed bestuur aan te meten door altijd te verwijzen naar beslissingen die men zou genomen hebben, maar die niet bestaan of die anders waren. Wat Doel betreft zegt men dat men de mensen kan buitenzetten en dat men huizen mag afbreken omdat er al sinds jaren een ‘uitdovingsbeleid’ gevoerd wordt. In een rechtsstaat ligt beleid echter vast in beslissingen die een bepaalde vorm moeten hebben en die gepubliceerd moeten worden in het Staatsblad. Dan zijn ze ook aanvechtbaar voor de rechtbanken enz. Die beslissingen bestaan niet. Het ‘uitdovingsbeleid’ is niet als een formele overheidsbeslissing vastgelegd. Je kan ze dus ook niet aanvechten want ze bestaat niet. Toch wordt steeds gesteld: we hebben dit jaren geleden al beslist. Men bedriegt de mensen dus. Bovendien heeft men de inhoud in de loop der jaren gewijzigd. Men heeft destijds gesteld dat er woonrecht in Doel zou blijven zo lang er geen vergunning is afgeleverd voor de bouw van het Saeftingedok. Het was pas omwille van het Saeftingedok dat het dorp zou moeten verdwijnen. Het is evident dat er vandaag bijna niemand nog ernstig denkt aan de bouw van dat Saeftingedok, gezien de evolutie in de trafiek. En toch beroept men zich nu op dezelfde zogenaamde beleidsbeslissing om de bevolking te deporteren. Dat is puur bedrog.

- Wat is dan het perspectief?

Als men de wet respecteert moet men de huizen terug bewoonbaar maken en bewoning toelaten. Het gaat niet over het feit dat men het recht niet zou hebben om een huurder die zijn huur niet betaalt zijn contract niet zou kunnen opzeggen. Waar het hier om gaat is dat de overheid niet het recht heeft om de bestemming van de huizen te veranderen. In Brussel mag je ook van je woning geen kantoor maken zonder vergunning. Maar in Doel wordt dus de bestemming van elk van die woningen veranderd van een bewoonbare woning in een krot. Dat is een illegale wijziging van de bestemming.

- Wie zijn de eigenaars van die woningen?

Dat zijn de intercommunales. Dat zijn staten in de staat. Dat zijn lokale machtsbaronieën die van vader op zoon overgaan. Dat zijn potentaten. Mensen die regeren op een dictatoriale manier over de plaatselijke bevolking. Men kan zich dat niet voorstellen welke chantage daar wordt toegepast. We hebben het in Doel verschillende keren meegemaakt dat mensen gechanteerd geweest zijn om niet te procederen. Men dreigt de bevolking af, dat men er zal voor zorgen dat ze geen woning krijgen als ze durven te procederen, of dat ze hun job zullen verliezen. Dat zijn de praktijken van Interwaas, voorzitter: Freddy Willockx, directeur: Bart Casier. Dat zijn de praktijken van maatschappij Linkerscheldeoever, directeur Peter Deckers, zoon van Gust Deckers. Dat is de chantage waarmee de bevolking in het Waasland onder de knoet gehouden wordt. Met als argument: het is allemaal in het belang van de werkgelegenheid. Dat verschijnt niet in de media, maar dat is de realiteit.

- Is er nog hoop?

Als men behoorlijk bestuur toepast, en als men de wet toepast, is het perfect mogelijk om dat dorp morgen te herbevolken. Er is geen enkele twijfel over dat er vele Vlamingen zijn die bereid zijn in dat dorp te gaan wonen.

- Van het kleine Vlaamse dorpje naar de Europese moloch. Straks moeten de Ieren zich opnieuw uitspreken over het Verdrag van Lissabon, de variant van de Europese Grondwet. Maar behalve de Ieren hebben ook de rechters van het Duitse Grondwettelijke Hof zich over dat verdrag uitgesproken.

Het is bedroevend dat er in België bijna geen politiek Europa-debat is, dat wij compleet alles slikken. Er is bij ons geen mogelijkheid dat de bevolking zich hierover uitspreekt bij referendum. Het gaat hier over een fundamentele wijziging van ons grondwettelijk bestel door het verdrag van Lissabon. In Duitsland evenmin, maar gelukkig heeft het Duits Grondwettelijk Hof de moed gehad om te zeggen dat eerst de inspraak van het (Duitse) parlement drastisch verstevigd moet worden vooraleer het verdrag van Lissabon kan geratificeerd worden. Dat arrest is een pareltje (10). Hier zijn de beste magistraten van Europa aan het werk geweest. Met een ijzeren logica stellen ze het democratisch deficit en de misbruiken aan de kaak. Ze zeggen dat er een enorme kloof bestaat in Europa tussen de democratische legitimatie en de macht. Het Europees parlement is niet in staat om dat op te vangen want er is geen Europees volk, geen Europese publieke opinie. De democratische legitimiteit van Europa kan alleen berusten op de effectieve inspraak van de nationale parlementen en de nationale bevolkingen. En die is er niet, behalve voor een stukje in Denemarken, ook een beetje in Oostenrijk en nu ook een klein beetje in Duitsland dank zij dit arrest van het Grondwettelijk Hof. Bij ons is het in elk geval nul.

Een tweede zaak is dat het Duitse Grondwettelijk Hof zegt dat voor een heel aantal domeinen het zwaartepunt van de besluitvorming moet blijven liggen bij de staten omdat dat de enige zijn die democratisch gelegitimeerd zijn. Alles wat te maken heeft met nationaliteitswetgeving, met justitie... Op dit ogenblik hebben we te maken met een zeer zware uitholling van de nationale bevoegdheid inzake het strafrecht. Er worden via kaderbesluiten door de Europese Unie massaal verplichtingen opgelegd aan de lidstaten, inzake strafrechtelijk beleid, vervolgingen, die compleet ingaan tegen onze grondwettelijke vrijheden. Ons Grondwettelijk Hof heeft één keer gedurfd om in te gaan tegen Europa wat betreft het beroepsgeheim van de advocaat(11). Maar wat het aanhoudingsmandaat betreft, heeft men dat niet gedurfd (12).

- In welk opzicht worden de grondwettelijke vrijheden uitgehold door die Europese kaderwetten.

Bijvoorbeeld de strafbaarstelling van discriminatie en vrije meningsuiting wat dat betreft en het Europees aanhoudingsmandaat zijn daar sprekende voorbeelden van. Dat leidt tot hallucinante toestanden. Mensen worden uitgeleverd en moeten in voorhechtenis zitten in een ander land waarvan ze de taal niet kennen. En dat gaat om futiele misdrijven, zelfs als ze zouden begaan zijn. Mensen worden bij verstek veroordeeld voor drugsbezit bijvoorbeeld. Dat systeem is uitgedacht voor de zwaarste criminaliteit, maar als men ziet wat men onder ‘zware criminaliteit’ begrijpt? Discriminerende uitlatingen wordt als topcriminaliteit behandeld. In Engeland is daar nu heel veel weerstand tegen. Er zijn Britten uitgeleverd aan Frankrijk, aan Griekenland, aan Polen. Men houdt de fictie op, uit respect voor de gelijkwaardigheid van de lidstaten, dat de justitie in alle landen van de Unie even goed functioneert. Ten eerste is dat niet waar, maar zelfs als het waar was ten aanzien van de eigen burgers, een buitenlander die in een procedure verzeild geraakt in een land waarvan hij de taal niet kent, het rechtssysteem niet kent, de advocaten niet kent, die bevindt zich in een totaal verzwakte positie. Ik vind de uitlevering van eigen burgers onaanvaardbaar. Het gebeurt zelfs dat men uitgeleverd wordt naar landen waar de feiten zich niet hebben voorgedaan. Spanje vraagt de uitlevering van Basken ook voor feiten die zich niet in Spanje maar elders in Europa hebben voorgedaan. Dit kan dus niet.

- Ik hoorde u daareven een lans breken voor een referendum over zaken als de Europese grondwet. Bent u voorstander van directe democratie?

Ik denk dat we dringend een scheut directe democratie nodig hebben, maar op een ernstige manier. Dat betekent dat vragen in een volksraadpleging bepaald worden door degenen die de handtekeningen verzameld hebben, en niet door de meerderheid die aan de macht is. Tot op zekere hoogte moet er ook een bindend referendum mogelijk zijn. Er moet een correctiemogelijkheid zijn, zoals dat in Zwitserland bestaat. Daar is het zo dat wanneer een vraag wordt voorgelegd op volksinitiatief, de overheid het recht om een tegenvraag te stellen. Dat systeem is nuttig, wanneer je een keer ja en een keer neen kan stemmen of zelfs twee keer ja en twee keer neen. Dat zou in Antwerpen een oplossing geweest zijn. Dat wil men echter niet, omdat men de handen wil vrij hebben om na een referendum zijn goesting te doen.

- Wat Antwerpen betreft, in hoeverre is het aanvaardbaar dat de Antwerpenaren alléén een stem krijgen over een infrastructuurproject dat in functie staat van de mobiliteit in heel Vlaanderen?

Een referendum kan alleen bindend zijn indien het geplaatst wordt op een niveau dat daar de bevoegdheid toe heeft. Indien een vergunning mag uitgereikt worden door de stad Antwerpen, dan is een Antwerps referendum volgens mij verantwoord. Hier gaat het slechts om een advies dat de stad zal uitbrengen, omdat het uiteindelijk niet de stad is die de bouwvergunning mag uitreiken. Als je over de uiteindelijke beslissing een referendum wil organiseren op de correcte manier, dan zou je het inderdaad in heel Vlaanderen moeten doen.

- Ziet u nog domeinen waar referenda de democratie kunnen opwaarderen?

Op heel veel vlakken maar je moet concrete vragen stellen. Dat vergt ook dat de burgers opgevoed worden. We zijn het natuurlijk verleerd om een mening te vormen over concrete vragen.We mogen nog alleen onze mening vormen over de perceptie van personen. Over de glamour en de sympathie voor mensen. Dat is ongevaarlijk. Maar als de burgers een mening hebben over concrete punten waarover beslissingen moeten genomen worden dan is dat blijkbaar voor het politiek systeem gevaarlijk.

(1) Bestuurslid Vlaanderen-Europa en Orde van de Vlaamse Leeuw – lokale besturen vlaamse verenigingen in Gent
(2) Zie http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/de-onzin-van-de-resolutie-over-de.html
(3) Zie http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html
(4) Belangenconflict Waals Parlement abusief en onwettig, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/belangenconflict-waals-parlement.html.
(5) Wanneer meerdere parlementen een belangenconflict willen inroepen moeten zij dat tijdens dezelfde termijn doen. Dit is de grondwettelijke praktijk, zoals zij werd nageleefd in het verleden, d.w.z. in de zittijden voorafgaand aan de verkiezingen van 2007. Samen met de belangenconflicten ingeroepen tegen een voorstel van interpretatief decreet in het Vlaams Parlement betreffende de schoolinspectie in de faciliteitengemeenten is het BHV- belangenconflict het enige waarbij een parlement een belangenconflict heeft ingeroepen tegen eenzelfde voorstel nadat de behandeling van een belangenconflict tegen hetzelfde voorstel door een ander parlement was beëindigd. In het zeldzame geval waarin meerdere parlementen een belangenconflict inriepen tegen eenzelfde voorstel is in het verleden het tweede belangenconflict ingeroepen binnen de eerste periode van 60 dagen en had het overleg gezamenlijk plaats met alle betrokken parlementen. Zie met name de belangenconflicten tegen het ontwerp wetsvoorstel betreffende de Vlaamse Wooncode, waar de moties van belangenconflict het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Waals Parlement elkaar onmiddellijk opvolgden (2 mei 2006, en 10 mei 2006 en vervolgens 5 juli 2006 en 12 juli 2006) en een gezamenlijk overleg plaatsvond in de Gemengde Overlegcommissie op 4 september 2006 (zie Stukken Senaat 2006-2007, nr. 3-1853/1).
(6) Arrest nr. 131/2009, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2009/2009-131n.pdf
(7) Zie mijn "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html en het vervolg "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(8)" Dewael's bedrieglijke rechtsvergelijking", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/dewaels-bedrieglijke-rechtsvergelijking.html
(9) Mottenballenplan voor Antwerpse containerkaaien, de Standaard 3 september 2009, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=UR2EG4IG
(10) Lissabon-Urteil, Bundesverfassungsgericht 30 juni 2009, http://www.bundesverfassungsgericht.de/entscheidungen/es20090630_2bve000208.html
(11) Arrest 10/2008, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2008/2008-010n.pdf
(12) Arrest 128/2007 van het Grondwettelijk Hof van 10 oktober 2007, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2007/2007-128n.pdf. Het Hof gaat daarin nogal kort door de bocht door te stellen dat de motivering van het HJEG inzake de geldigheid van het kaderbesluit mutatis mutandis ook geldt ten aanzien van de Belgische omzettingswet van 19 december 2003, omdat het HJEG had geantwoord dat de kritiek op het Kaderbesluit tegen de verkeerde wetgever was gericht en de aangevoerde discriminatie een gevolg was van de wijze van omzetting in het Belgische recht. Ook het HJEG ging daarbij kort door de bocht: het weigerde het kaderbesluit te toetsen aan het legaliteitsbeginsel in strafzaken (i.h.b. de afschaffing van de dubbele strafbaarstelling), omdat het Kaderbesluit zelf geen strafbaarstellingen zou inhouden, maar "vergat" in overweging te nemen dat het inzake uitlevering voor bepaalde misdrijven wel de afschaffing van het vereiste van dubbele incriminatie oplegt aan de lidstaten.

zaterdag, september 12, 2009

De kolonisering van de huiskamer

In de Standaard van 12 september verdedigt de televisie-journalist die met een undercover-leugen en een verborgen camera een onthaalmoeder met nazi-sympathieën in haar huiskamer "pakte" zijn praktijken met een argument dat toch tot enige reflectie aanleiding mag geven. De apologie geschiedt bovendien anoniem, en daar heb ik ernstige bedenkingen bij, maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Op de vraag "Zijn we nog veilig in onze eigen huiskamer" antwoordt hij:

"als bepaalde activiteiten in uw huiskamer gecontroleerd mogen en moeten worden door een derde partij, dan komen we stilaan in een ander verhaal terecht. (...) Van het moment dat het private en het publieke in elkaar overlopen, en de controlerende instantie het laat afweten, lijkt het me de plicht en de verantwoordelijkheid van de media om de gordijnen open te trekken".

De journalist in kwestie zegt impliciet dat de politieke overtuiging van een onthaalmoeder een element bij de erkenning van die onthaalmoeder moet zijn, of anders gezegd dat onthaalmoeders mogen worden gediscrimineerd op basis van politieke overtuiging. Waar die erkenning voor moet dienen, is namelijk de fiscale aftrekbaarheid van de aan die onthaalmoeder betaalde bijdragen. Het gaat dus om de vraag welke onthaalcontracten door de overheid al dan niet (indirect) gesubsidieerd worden. En die (indirecte) subsidiëring is het excuus waarmee de overheid zich dus zou mogen en moeten moeien met hetgeen in de huiskamer te zien is en gezegd wordt en in de plaats van de ouders zou mogen en moeten beslissen of de politieke overtuiging van de onthaalmoeder een bezwaar is tegen de opvang van hun peuter. Nog anders gezegd: ouders en onthaalmoeders die bij de peuteropvang een andere persoonlijke keuze maken dan diegene die de overheid goedkeurt, worden gesanctioneerd. Het perverse hieraan is dat door middel van reglementering van fiscale aftrekbaarheid stilaan alle aspecten van het private leven "publiek" worden, wat dan als excuus wordt gebruikt om "de gordijnen open te trekken" en de verborgen camera in die huiskamer te installeren.

Let wel: het is goed dat er een controlerende instantie is zoals Kind en gezin om na te gaan of die aspecten van het onthaal die de ouders legitiem verwachten ook in orde zijn. Ouders hebben inderdaad recht op informatie over de wijze waarop hun ukjes worden opgevangen. Maar wanneer zij geen bezwaar hebben tegen een Hitlerportret in de woonkamer, is het niet de taak van de overheid om dat financieel af te straffen en vormt dat geen excuus voor de media om de huiskamer te koloniseren onder het mom dat het hier niet meer om een private maar om een publieke aangelegenheid zou gaan.

Er zijn overigens vele ouders die de aanwezigheid van een bloedende Christus aan een kruis voor hun kinderen nog veel erger vinden (2). Met de hierboven bekritiseerde redenering kan men in een volgende stap onthaalmoeders weren in wiens woonkamer een kruis hangt en/of privaat getuigenis afleggen van een geloof dat voor onze verlichte journalisten allicht ook van gruwelijke achterlijkheid getuigt. Of onthaalmoeders in wiens huiskamer een Hebreeuwse Bijbel of een Koraan ligt, waarin ook wel massa's wreedheden worden verheerlijkt (let wel, beste lezer, de opvattingen die de dame in kwestie voor de verborgen camera ventileerde zijn overgeeflijk en ik wil ze niet zomaar reduceren tot een ander geloof, maar ik kan niet inzien dat dit voor de hier behandelde vraag een verschil maakt).

De kolonisering is natuurlijk nog een heel stuk groter inzake onderwijs. Daar worden de scholen immers rechtstreeks door de overheid gesubsidieerd en is alles tot in de details gereglementeerd. De essentie van de vrijheid van onderwijs bestaat evenwel daarin dat scholen en ouders dit onder elkaar dienen te beslissen. Die vrijheid kan maar hersteld worden door de rechtstreekse subsidiëring af te schaffen en de "schoolcheque" in te voeren. Dan is het aan de ouders om te bepalen welke scholen ze willen subsidiëren. Zoals het ook aan de ouders toekomt om te bepalen of een Hitlerportret in de huiskamer een reden is om een peuter daar weg te houden. En ja, voor mij zou het een reden zijn. Maar daarom is dat nog geen publieke aangelegenheid en dus ook geen excuus om de "gordijnen" open te trekken voor de verborgen camera.

(1) http://www.standaard.be/Krant/Tekst/Artikel.aspx?artikelId=O62F30A9
(2) Zie onder meer de actie van de antroposofische familie Seler tegen kruisbeelden in Beierse scholen, http://www.bfg-bayern.de/ethik/download/Kruzifixstreit_in_Bayern.doc, en een verdere actie van Duitse atheïsten op http://www.humanist.de/religion/kruzifix.html

donderdag, september 10, 2009

Therapeutisch parlementarisme

Op het eerste gezicht banale zinnetjes kunnen in de politiek toch veel verraden over hoe onze politiek in zijn werk gaat of althans hoe politici erover denken. Dat was nog niet zo lang geleden zo met de uitspraak van Dirk van Mechelen over de Lange Wapper " In China stond ze er al" (1). En vandaag was het zo met de commentaar van CD&V-fractieleider Ludwig Caluwé bij de poging tot herwaardering van het Vlaams Parlement door de nieuwe voorzitter Jan Peumans:

'Maar ik ga niet ontkennen dat ik Peumans heb gewaarschuwd om niet alle interpellaties meteen in die speciale commissie te brengen. Toen de datum over een debat over het Vlaams Huis werd vastgelegd, had Peeters niet eens een beslissing genomen over het lot van de directeur. Dan kan zo'n debat wel eens te vroeg vallen.'(geciteerd in de Standaard van 10 september 2009 (2))

Met andere woorden: het parlement mag maar debatteren over een zaak NADAT de beslissing al is genomen door de regering. Beeld je eens in dat de parlementsleden zouden proberen de beslissing vooraf te beïnvloeden in plaats van enkel maar een therapeutische sessie stoom afblazen te organiseren ;) ... Dat moet toch absoluut vermeden worden in onze "democratie"!

Peumans zal nog veel werk hebben om het parlement te herwaarderen.

Mag ik al een eerste voorstel doen ? Omzeggens alle resoluties of soortgelijke moties afschaffen c.q. onontvankelijk verklaren (3). Een parlement dient niet om moties te stemmen maar om wetten te maken en de uitvoering daarvan door de regering en ambtenarij te controleren.

(1) Zie mijn "De Chinese methode", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/04/de-chinese-methode.html
(2) http://www.standaard.be/Krant/Tekst/Artikel.aspx?artikelId=8K2F0BBU
(3) Zie eerder mijn blog "De onzin van de resolutie over de stralingsnorm", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/de-onzin-van-de-resolutie-over-de.html

woensdag, september 02, 2009

Geen discriminatieverbod zonder staatswaarborg

In de Beginselen van Europees contractenrecht staat een mooie rechtsregel, die bepaalt dat eenieder bij het onderhandelen over een overeenkomst te goeder trouw moet handelen, en dat het meer bepaald strijdig is met de goede trouw om te onderhandelen wanneer men op voorhand de bedoeling heeft géén overeenkomst te sluiten (natuurlijk tenzij men open kaart speelt, bv. door de mededeling dat men verschillende offertes aanvraagt). Zolang men de wederpartij niet op kosten jaagt, heeft die kwade trouw geen rechtsgevolgen, maar kosten moeten in beginsel vergoed worden.

In België worden dergelijke praktijken te kwader trouw uitgevoerd met geld van de belastingbetaler. De federale Inquisitie, officieel CGKR, organiseerde en organiseert valse sollicitaties, bv. op de arbeidsmarkt. Onlangs organiseerde ze dat mee op de huurmarkt van appartementen. 164 eigenaars in het Brusselse die een verhuuradvertentie hadden geplaatst werden opgebeld door een lid van een groep Afrikaanse nieuwkomers en nadien door iemand van een Belgische "controlegroep", die allebei om een bezoek van het te verhuren appartement vroegen. De "kandidaten" beweerden telkens dat het ging om een koppel met één kind en een vast inkomen van 1500 Euro (of die bewering telkens ook duidelijk werd overgebracht kan ik niet nagaan) (1).

Op die manier probeerde man alvast 164 mensen twee maal te kwader trouw op kosten te jagen. Als men weet dat bovendien de wetgever onlangs nog een verbod heeft ingevoerd om makelaarskosten aan te rekenen aan de huurder, kan dat wel oplopen. Misschien moeten eigenaars gewoon een vergoeding per huisbezoek beginnen vragen, aftrekbaar van de huur wanneer de kandidaat effectief huurt.

Wanneer de eerste beller te horen kreeg dat de woning verhuurd was of dat het niet mogelijk was ze te bezoeken, en de tweede beller daarentegen wel een afspraak kreeg om de woning te bezoeken, was er volgens Alarm sprake van discriminatie op basis van ras. Dat zou gebeurd zijn in 28 % van de gevallen.

Volgens de werkgroep Alarm zelf ervaren hun leden vaak dat sommige verhuurders er echt van overtuigd zijn dat ze bij huurders met een andere huidkleur meer risico lopen op wanbetaling of slecht onderhoud.

Bij dit alles heb ik drie bedenkingen

1. Nog los van de vraag of een discriminatieverbod bij het contracteren in andere gevallen legitiem kan zijn, is het alvast fundamenteel fout in gevallen waarin het om een individueel contract gaat. Er is een immens verschuil tussen een situatie waarin ik één contract te begeven heb (één woning te verhuren, één goed te verkopen, enz ...) en dus noodzakelijk slechts één persoon daarop een recht kan verwerven, en de situatie van Massengeschäfte (er is een vrij onbeperkt aantal contracten van dezelfde aard mogelijk, en wanneer ik een contract sluit, betekent dat dus niet noodzakelijk dat alle anderen het niet kunnen krijgen). Rechtsstelsels met iets meer verstand dan het onze (of landen iets minder vergiftigd door het socialisme), zoals het Duitse, kennen in beginsel enkel voor Massengeschäfte discriminatieverboden. Bij ons goochelt men met rechten die getuigen van een louter virtueel verstand, zoals het recht om niet gediscrimineerd te worden zonder meer. Bij een Massenegschäft kan dit iets betekenen: nl. dat men recht heeft het product te verwerven, wanneer er nog een onbepaald aantal van aanwezig zijn en de verkoper dus geen keuze moet maken tussen kandidaat-kopers. Daar kan men spreken van een verbod van contractsweigering. Bij contracten betreffend een uniek goed (een onroerend goed bv.) is dat onzin.

2. Sociaal handelen is noodzakelijk gebaseerd op de reductie van complexiteit. Beslissingen in het maatschappelijk leven moeten noodzakelijk uitgaan van een simplificatie van de werkelijkheid. In een markt waarin kandidaat-huurders niet zeldzaam zijn, is het evident dat de verhuurder aan preselectie doet op basis van aanwijzingen voor contractsrelevante elementen. Relevant is de kans dat er effectief betaald wordt, dat de huur lang genoeg wordt volgehouden en dat de woning behoorlijk wordt onderhouden. De mogelijkheid van een huurwaarborg te vragen is on ons recht zo schandelijk ingeperkt dat daarvan geen soelaas kan verwacht worden (2). Wie op basis van dergelijke elementen een onderscheid maakt en preselecteert, discrimineert helemaal niet. Er is een redelijk verband met het contract. Maar het is economisch totaal inefficiënt om van een veelheid aan kandidaat-huurders die zaken te onderzoeken, en bovendien verbiedt de privacywetgeving het een kandidaat-verhuurder zelfs om dat te doen. Vermits de wet het hem omzeggens onmogelijk maakt om aan de reëel relevante informatie te geraken, moet de verhuurder werken met simplificaties en reducties. Nu is er geen rechtstreeks verband tussen de genoemde relevante factoren en elementen als ras, huidskleur e.d.m. Maar dat sluit niet uit dat er in concrete omstandigheden wel een statistisch relevante correlatie kan zijn. In casu ging het om "nieuwkomers" van een ander continent en bij nieuwkomers uit dat continent in onze streken is die correlatie er vandaag heel vaak wel. Dat kan op een andere plaats of tijd misschien anders zijn. Verhuurders zullen dus preselecteren op basis van dergelijke elementen en dat is perfect rationeel gedrag (bovendien is het omwille van de antidiscriminatiewetgeving geraden om dat zo in een zo vroeg mogelijk stadium te doen, want hoe meer contact men heeft met leden van "minderheden", hoe groter het risico beschuldigd te worden van discriminatie).

3. Als de federale inquisitie van oordeel is dat die negatieve preselectie ten onrechte gebeurt, enkel op een vooroordeel berust, bestaat er een heel eenvoudige oplossing voor: laat het CGKR de nakoming van de huurverbintenissen door de volgens haar gediscrimineerde kandidaat waarborgen. Indien het risico op wanbetaling inderdaad niet groter is, zal het CGKR er nauwelijks nadeel door lijden. Indien het risico wel degelijk groter is, is het niet legitiem om het op de verhuurder te leggen.

Kortom: geen discriminatieverbod voor verhuurders tenzij daar een staatswaarborg tegenover staat !

(1) Zie de berichtgeving op http://www.brusselnieuws.be/artikels/stadsnieuws/minstens-kwart-van-verhuurders-discrimineert of http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=DMF20090901_043
(2) Een evenwichtige regel inzake huurwaarborg zou inhouden dat de huurwaarborg de periode moet dekken die daadwerkelijk nodig is om een wanbetalende huurder uit de woning te zetten, rekening houdend met de gerechtelijke achterstand en de vele formaliteiten en uitstellen die daarmee gepaard gaan. 2 of 3 maanden is daartoe manifest onvoldoende.

maandag, augustus 24, 2009

Zou Jan Peter eens de Raad van State willen bellen ?

De Lamme Goedzakprijs mag voor mij dit jaar onder meer gaan naar de Antwerpse politici die de Zeeuwse mosselen willen boycotten. Niet dat zo'n boycot veel gaat uithalen natuurlijk, onder de Vlamingen zijn er immers zoveel mosselen dat er geen nood is aan import uit het bevrijde deel der Nederlanden. Oorzaak van de gramschap is een arrest van de Nederlandse Raad van State (hoogste administratieve rechtbank) waarbij de Scheldeverdieping werd opgeschort omdat ze in strijd is met de rechtsregels inzake natuurbehoud (1). En ja, die Scheldeverdieping was door de politici van Vlaanderen en Nederland in een verdrag overeengekomen. En volgens het motto dat het belang van de Antwerpse haven per definitie het belang van heel Antwerpen is en dat het belang van Antwerpen per definitie dat van heel Vlaanderen is (of misschien zelfs van de wereld) roept de Minister-president de Nederlandse ambassadeur op het matje. Dat is natuurlijk gemakkelijker dan de vertegenwoordigers van de Franse Gemeenschap in België op het matje te roepen omdat die de uitvoering van een arrest van het Grondwettelijk Hof blijven saboteren. Kwestie van duidelijk te maken wie de vijand is voor Vlaanderen (d.i. voor de Antwerpse haven) en welke gemeenschap we zeker niet voor het hoofd mogen stoten. Dat deze diplomatieke maatregel bovendien gehanteerd wordt om te protesteren tegen een gang van zaken die het onmiddellijke gevolg is van een beslissing van een onafhankelijk rechtscollege (en niet van een regering of parlement) doet nog meer twijfelen aan de Vlaamse politieke cultuur. De regering van onze medevolksgenoten kapittelen omwille van een beslissing van de rechterlijke macht geeft minstens de indruk dat men het in Vlaanderen niet zo nauw neemt met de onafhankelijkheid van en het respect voor de beslissingen van de rechterlijke macht. Zoals Wivina Demeester stelde "We moeten stappen zetten waardoor de Nederlandse overheid zich duidelijk realiseert wat haar te doen staat"(2). Het geeft minstens de indruk dat men er bij ons wel op een andere manier kan voor zorgen dat er geen vervelende rechterlijke uitspraken komen. Van rechters die soms ook wel eens burgers gelijk geven tegen de overheid wanneer die de rechtsregels niet respecteert. Met name bij "grote" "openbare werken" spelen grote belangen van personen die geen pottenkijkers, geen volksinspraak en geen rechterlijke controle willen. Of van mensen die hun macht willen bewijzen door tegen beter weten in nutteloze of verkeerde projecten door te zetten die intussen achterhaald zijn. Vermijden van gezichtsverlies is blijkbaar niet alleen in China een belangrijke politieke drijfveer (in China had de Lange Wapper er al gestaan, verzekerde Minister van Mechelen ons nog kort voor de verkiezingen)(3). Bij ons heet dat "beslist beleid", "onaanvaardbaar tijdverlies". Maar er zijn wel andere zaken waar mens bij ons onverwijld werk van moet maken. Een versterking van de rechterlijke rechtsbescherming en daartoe ook een versterking van de efficiëntie en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en in het bijzonder de Raad van State. En ja, waarom niet naar Nederlands model. En als het om de havens zowel als om natuurbehoud gaat een versterking van de samenwerking met Nederland. Breng de havens van Antwerpen, Vlissingen en waarom niet Rotterdam en Zeebrugge samen in één havengemeenschap. Dan kan men de beslissingen nemen die voor de gehele Nederlanden de beste zijn en niet slechts voor de ene of de andere stad (4). Zodat we nog vele jaren Zeeuwse mosselen kunnen genieten - die dan ook van ons zijn - in plaats van Vlaamse mosselen te blijven. Met een toast op de Koningin, maar dan wel die boven de Moerdijk.

(Deze column verscheen in Doorbraak)

(1) Raad van State (NL) 28 juli 2009, http://jure.nl/bj3960
(2) Zie mijn "De Chinese methode", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/04/de-chinese-methode.html
(3) De Standaard 29 juli 2009, http://www.standaard.be/Krant/Tekst/Artikel.aspx?artikelId=NQ2D4UG6&date=20090729, ook op http://www.ademloos.be/nieuws/algemeen/westerschelde-voorlopig-niet-verdiept
(4) Op termijn kan Antwerpen toch niet blijven concurreren tegen havens die aan de zee liggen: zie http://www.refdag.nl/artikel/1427751/Westerschelde+riskant+dossier+voor+premier.html, laatste alinea

woensdag, augustus 19, 2009

Trial by newspapermen en wapengelijkheid.

1. De vrijheid van meningsuiting en in het bijzonder de persvrijheid is een van de meest waardevolle rechtsgoederen voor een democratische samenleving. Daar spring je dus niet lichtzinnig mee om. En dat betekent dat beperking van die vrijheid slechts in de aller-noodzakelijkste gevallen geoorloofd is. Dat houdt ook in dat de vrijheid van meningsuiting ook de vrijheid om vat om onfatsoenlijke meningen en erger te publiceren. Het toelaten daarvan is immers in bijna altijd een kleiner kwaad dan het grotere kwaad van de inperking van die vrijheid. Dat neemt niet weg dat de persvrijheid zowel door beroepsjournalisten als door amateurs of gelegenheidsschrijvers misbruikt wordt. De media kunnen mensen sociaal “vermoorden” en persoonlijk kraken en dat is al vaak ten onrechte gebeurd. De vraag die me hier bezighoudt is dan ook of er remedies bestaan tegen “the worst of all trials, trial by newspapermen” (Mauro Cappelletti (1)) die tegelijk de persvrijheid in stand houden.

De verwoording van het probleem als “trial by newspapermen” zet ons al op het spoor van sommige remedies. Een “fair trial”, een “eerlijk proces” is niet afwezig omdat partijen partijdig zijn in hun voorstelling van zaken. Maar het is wel afwezig wanneer partijen niet over gelijke wapens beschikken. Het opleggen van een straf – en straf moet m.i. daarbij ruim worden begrepen als elke sanctie die verder reikt dan de schade die men heeft veroorzaakt, dus zowel een boete of correctionele of criminele straf als zogenaamde “punitive damages” en soortgelijke – vereist een eerlijk proces dat beslecht wordt door een onpartijdige rechter, die beslist nadat beide partijen gehoord zijn en de mogelijkheid hebben gehad om op gelijkwaardige wijze hun argumenten en bewijsmiddelen aan te brengen.

Sommigen hebben uit deze analogie met het echte proces te verregaande gevolgen afgeleid. Er zijn diegenen die van oordeel zijn dat rechters op basis van een afweging op voorhand een publicatie zouden mogen verbieden. Onze Grondwet, op dit punt strikt geïnterpreteerd door het Grondwettelijk Hof, steekt daar terecht een stukje voor: elke preventieve censuur door de overheid is verboden. Anderen gaan minder ver, maar vinden bv. dat de media niets zouden mogen publiceren over een zaak die “sub iudice” is, d.i. in behandeling voor een rechtbank, om op die manier de rechtsgang niet te beïnvloeden. Of ze oordelen dat eenmaal de rechter een beslissing genomen heeft, het de media zou moeten worden verboden om nadien nog een andere visie op de feiten weer te geven. Aan iemands vrijspraak zou nooit mogen worden getwijfeld. Of nog erger: eenmaal iemand zijn straf heeft gehad zou men de feiten niet meer in herinnering mogen brengen (2). Verder kunnen wetgevers meermaals niet weerstaan aan de verlokking of druk om een “historische waarheid” bij wet op te leggen en andersluidende visies op de geschiedenis te verbieden (3). Omzeggens al deze inperkingen van de persvrijheid zijn verwerpelijk.

Maar hoe kan de burger beschermen tegen de wandaden van sommige journalisten ? Het censuurverbod betekent nog niet dat schrijvers en media immuun zijn voor sancties: dat de rechter niet vooraf kan optreden om te verbieden sluit niet uit dat de verdere verspreiding van een publicatie kan verboden worden of dat men niet zou kunnen worden veroordeeld om de aangerichte schade te vergoeden. Maar ook hier is enige terughoudendheid op zijn plaats. De mogelijkheid om journalisten of media te dagvaarden en daarbij exorbitante schadevergoedingen te eisen houdt ook vele chantagemogelijkheden in. Dit is met name het geval omdat schade aan privacy, eer en goede naam en andere persoonlijkheidsrechten in beginsel niet in geld waardeerbaar is en daarom soms exorbitant hoog in geld wordt gewaardeerd. De persvrijheid vereist dan ook duidelijke criteria op dit vlak.

Nu is het wel zo dat vele conflicten betrekking hebben op beeldmateriaal, in het bijzonder foto’s van personen of private plaatsen. Daarbij rijzen er ten dele andere vragen dan bij het gebruik van de vrijheid van het (geschreven) woord, en ik wil het hier toch in hoofdzaak over de laatste hebben. Ook andere specifieke gevallen vergen een aangepast antwoord, zoals bv. de schending van het briefgeheim ingevolge het onrechtmatig verkrijgen van brieven. Daarvoor zijn de hieronder voorgestane remedies onvoldoende.

Ook bij de “gewone” gevallen die hier besproken worden bestaan er geen wondermiddelen tegen het misbruik van persvrijheid die niet tegelijk de vrijheid zelf in gevaar brengen. Maar er bestaan toch enkele technieken die aanwezig zijn in ons recht en kunnen verbeterd worden. Ik wil het hier voornamelijk over twee technieken hebben: het recht op antwoord en de voordeelsafdracht.

2. Het recht op antwoord is in beginsel een uitstekende techniek, die volledig past in de idee van herstel van de wapengelijkheid. Het werd in het Belgische recht wettelijk ingevoerd door de wet van 23 juni 1961 en later aangepast (voornamelijk uitbreiding van een recht op antwoord jegens de geschreven pers naar een recht op antwoord ook jegens audiovisuele media). Het recht op antwoord kent enkele wettelijke beperkingen en een reeks feitelijke hinderpalen.

Op de eerste plaats geldt er maar een recht op antwoord wanneer een persoon bij name is genoemd of impliciet aangewezen (art 1 lid 1). Het antwoord is in omvang beperkt tot het dubbel van de gewraakte tekst (zij het dat het altijd tot duizend letters mag gaan), moet nauwkeurig de tekst opgeven waarop het antwoord betrekking heeft, er onmiddellijk mee in verband staan, mag niet beledigend zijn of in strijd met de wetten of goede zeden en mag niet zonder noodzaak derden in de zaak betrekken (art. 2 en 3). Tegen wetenschappelijke, artistieke of literaire kritiek is er enkel recht van antwoord voor het rechtzetten van een zakelijke element of het afweren van een aantasting van de eer. Het medium is verplicht het antwoord te publiceren in het eerste nummer dat verschijnt na afloop van een termijn van twee vrije dagen vanaf de ontvangst van het geëiste antwoord.

In de praktijk wordt het recht op antwoord door de meeste media stelselmatig gesaboteerd (kranten zoals de Standaard en De Morgen zijn daarvoor berucht; er zijn ook tegenvoorbeelden, bv. Knack). De termijn van 2 dagen wordt in de praktijk noch nageleefd noch gesanctioneerd. Heel vaak wordt het recht van antwoord onmiddellijk – dit wil zeggen tegelijkertijd - gevolgd door een repliek (al dan niet anoniem). En de rancune van media die een recht op antwoord hebben moeten opnemen is alom bekend.
Een versterking van het recht op antwoord is dus nodig, dit om de noodzakelijke wapengelijkheid in de “trial by media” te realiseren. Dit vereist op de eerste plaats dat er zeer snel een rechterlijk bevel moet kunnen worden verkregen tegen een onwillig medium. Aangezien de media de artikelen die ze publiceren in veruit de meeste gevallen ook niet voorleggen aan de personen die met name of impliciet genoemd worden, is het verantwoord dat het recht op antwoord kan worden afgedwongen door middel van een eenzijdige procedure (“eenzijdig verzoekschrift)” waarop door de voorzitter van de rechtbank onmiddellijk uitspraak wordt gedaan op zicht van de stukken. De media gaan immers ook uit van het principe “eerst publicatie ondergaan, dan protesteren” en mogen dus aan dezelfde behandeling worden onderworpen.

Aangezien het effect van een recht op antwoord afneemt naarmate de tijd verstrijkt – of althans de schade toeneemt naarmate de tijd voor antwoord verstrijkt – dient men het antwoord te versterken bij vertraging. Op de eerste plaats is de termijn van 2 vrije dagen te lang voor dagbladen, en dient die bij de huidige technologie tot één vrije dag te worden teruggebracht en zelfs tot enkele uren voor zover het medium ook op internet aanwezig is. Blijft het gedrukte antwoord uit, dan zou het voor elk nummer vertraging een nummer extra moeten worden herdrukt: een krant die een antwoord 5 dagen te laat publiceert zou dus verplicht moeten zijn dit vijfmaal te publiceren. Is het gewraakte artikel te vinden op de webstek van het medium, zou een link naar het antwoord verplicht moeten worden en moet het antwoord aan dezelfde voorwaarden toegankelijk zijn als het gewraakte artikel.

Om de wapengelijkheid te herstellen moet voor een repliek op het recht van antwoord een wachttermijn worden opgelegd van minstens de termijn die verstreken is tussen de ontvangst van het antwoord en publicatie plus één dag.

Indien het recht op antwoord op de wijze feitelijk wordt versterkt, is het duidelijk te verkiezen boven andere voorstellen die de persvrijheid zelf inperken. Neem nu de idee dat na de “seponering” van de strafvervolging waarvoor iemand aangeklaagd werd, de media niet meer zouden mogen terugkomen op de zaak. De correcte stelling is dat dit wel mag, mits men tegelijk ook de seponering vermeldt. Een halve waarheid is inderdaad vaak een hele leugen, maar de verplichting om ook de andere helft te publiceren is daarvoor de correcte remedie.

3. Zoals hoger gesteld moeten omgekeerd journalisten beschermd worden tegen de dreiging met exorbitante sancties: eisen tot buitensporige schadevergoeding of het inzetten van de grote middelen om de pers op procedure- en advocatenkosten te jagen. Om die reden moet m.i. bij een eventuele sanctionering de prioriteit worden gegeven aan de voordeelsafdracht boven de schadevergoeding in stikte zin. Bij voordeelsafdracht gaat het om de afgifte van het voordeel dat men met de geraakte publicatie heeft behaald. Wanneer een medium met een onwaar smeuïg verhaal een hogere oplage heeft bereikt, zou de opbrengst van de meerverkoop moeten toekomen aan de persoon op wiens “kap” het profijt werd behaald. Deze techniek is in sommige van onze buurlanden goed ingeburgerd. In sommige gevallen moet daarbovenop op wel schadevergoeding mogelijk blijven, omdat het anders een vrijbrief zou zijn voor misbruik door media met andere oogmerken dan commerciële. Maar een dergelijke schadevergoeding moet m.i. in beginsel wel uitgesloten worden wanneer de gewraakte uiting of publicatie feitelijk correct is. Waarheid kan kwetsen, maar er bestaat geen recht om iet door de waarheid gekwetste te worden. En dat het vaak maar de halve waarheid is, moet in beginsel kunnen gecompenseerd worden met een effectief recht van antwoord.

De trial by newspapermen kent geen onpartijdige rechter die het laatste woord heeft; niet alleen de gedachten maar ook het woord moet vrij blijven. Maar ook jegens zij die “geen ander wapen voeren dan het woord” is een gelijkheid van wapens en dus een wederwoord nodig, dat opnieuw door een wederwoord kan worden gevolgd – een woordenspel zonder einde. Met uiteindelijk alleen de Geschichte als Gericht.

(1) Mauro CAPPELLETTI, "Who Watches the Watchmen? A Comparative Study on Judicial responsibility", in S. SHETREET e.a., Judicial Independence. The contemporary debate, (2) 1985 p. (550) 573. (ook op Googlebooks)

(2)Zie bv. art. 133-11 van de Franse Code Pénal: "Il est interdit à toute personne qui, dans l'exercice de ses fonctions, a connaissance de condamnations pénales, de sanctions disciplinaires ou professionnelles ou d'interdictions, déchéances et incapacités effacées par l'amnistie, d'en rappeler l'existence sous quelque forme que ce soit ou d'en laisser subsister la mention dans un document quelconque. (...)".

(3) Voor de petitie van enkele grote franse historici tegen dergelijke "lois mémorielles" van 12 december 2005, zie http://www.lph-asso.fr/doc.html. In België blijft dit min of meer beperkt tot de negationismewet, al is het ook op grond van de antiracismewet in vele gevallen verboden de officiële historische waarheid in vraag te stellen.

dinsdag, augustus 18, 2009

Werkelijk en wettelijk land (deel 6, slot)

Een laatste voorbeeld in onze reeks over de lottizazione en een slotbeschouwing. Het voorbeeld betreft de NMBS. De postjes in de NMBS Holding zijn als volgt verdeeld (opnieuw vergeleken met de verkiezingsuitslag van 2009):





En die in de NMBS Exploitatiemaatschappij als volgt:





Quod erat demonstrandum ....

Er zijn allicht nog tientallen andere voorbeelden te vinden.

En nu de stellingname:

1° naargelang de aard van de functie is ofwel een politieke verkaveling op zijn plaats ofwel helemaal niet. Voor sommige functies kan zijn beide stellingen verdedigbaar, voor andere functies helemaal niet. De bestuursfuncties in een spoorwegmaatschappij, een loterij-onderneming, een bank, e.d.m. horen niet volgens politieke verdeelsleutels te worden verdeeld. De ambten van rechters m.i. ook niet, behalve misschien in zoiets als een Grondwettelijk Hof (misschien, zeg ik).

2° Maar ALS dergelijke functies politiek verdeeld worden, dan moet men het spel ook correct spelen en moet de verdeling proportioneel zijn aan het gewicht van die strekkingen bij de verkiezingen en niét in de regering. Een politieke verkaveling die niet daarvan uitgaat heeft geen enkele legitimiteit.
Wanneer men daartegen zou opwerpen dat aanhangers van extreme partijen daarin geen plaats verdienen, dan is dit een dooddoener waar zoals steeds een stukje waarheid en een stuk bedrog in zit. Wat is immers "extreem" ? Partijen die opvattingen verdedigen die legitiem kunnen verdedigd worden in een "freiheitlich-demokratische" samenleving kunnen niet als extreem worden beschouwd. Secessie is een beginsel van volkenrecht en separatisme kan in dit opzicht dus geen uitsluitingsgrond zijn.

In Belgiê daarentegen wordt de macht uitgeoefend zoals bij een cascade van holdings: het volstaat de meerderheid van de meerderheid van de meerderheid te hebben om alle macht aan zich te trekken, ook al vertegenwoordigt men daarmee eigenlijk slechts een kleine minderheid. Waarbij in een holdingcascade de minderheidsaandeelhouders op elk niveau (die samen een miskende meerheid vormen) het recht en de mogelijkheid hebben om uit te treden en hun aandeel te gelde te maken, terwijl dat in de Belgische staat niet kan. Daarom is dergelijke systeem daar niet legitiem, ook al zou het bij private vennootschappen legitiem zijn.

zaterdag, juni 13, 2009

Werkelijk en wettelijk land (deel 5)

In onze reeks over lottizzazione kan inderdaad, zeker nu de Lotto de laatste dagen om verschillende redenen in opspraak is gekomen, de verdeling van de mandaten in de Nationale Loterij niet ontbreken (met dank aan Adhemar voor de opzoekingen). En kijk eens hier:



Opnieuw één constante: de uitsluiting van Groen en van de gehele flamingante rechterzijde.

Ceterum censeo dat het sowieso achterhaald is dat de Lotto een overheidsinstelling is - die omzeggens een monopolie heeft. Die overheidsinstelling dient enkel om winst te maken die buiten de normale regels van begroting en controle om kan worden verdeeld, geld dat kan gebruikt worden voor de sponsoring van allerlei activiteiten die men vanuit de normale begroting niet of niet in die mate kan sponsoren. Geld dat overigens door de federale overheid al jaren onder meer gebruikt wordt om het Vlaamse beleid inzake bv. sport en andere gemeenschapsaangelegenheden te doorkruisen ...

woensdag, juni 10, 2009

Wettelijk en werkelijk land (deel 4)

In onze reeks over de lottizzazione nog een vierde deeltje, betreffende de Nationale Bank van België. Naast een directiecomité heeft de Nationale Bank een regentenraad die zuiver politiek is samengesteld. De regenten worden zeer behoorlijk betaald (24.800 Eu/jaar) voor de zeer beperkte verplichtingen die ze hebben. Allen hebben ze een politieke kleur, zij het dat sommigen van hen door zgn. sociale organisaties worden aangeduid (2 grootste vakbonden, VBO, Unizo en Boerenbond) veeleer dan door de politieke partijen zelf, wat de sterke representatie van de CD&V gelieerde regenten verklaart (alle 3 uit een sociale organisatie). Maar opnieuw dezelfde constante: de uitsluiting van Vlaams-nationalisten.



Voor de lezers die niet goed begrijpen "wat ik hier allemaal mee wil zeggen" zal ik later een toelichting schrijven. Eerst wil ik nog wat voorbeelden aangeven, met daarbij misschien een ironische commentaar. Een meer uitgewerkt standpunt hebt U inderdaad nog te goed.

dinsdag, juni 09, 2009

Wettelijk en werkelijk land (deel 3)

Een derde aflevering in onze reeks. Hier ziet U de grafiek met in baluw de stemmenpercentages en in rood de mandaten in de aard van bestuur van Dexia bezet door Belgen.



Hier zijn de socialisten nu eens niet oververtegenwoordigd (pas op, Ethias volgt nog natuurlijk) en de CD&V wel. Anderzijds moet men hier eerlijkheidshalve natuurlijk bij vertellen dat de 4 christen-democraten er zitten namens de aandeelhouder Arco (ACW) die heel veel kapitaal in Dexia heeft zitten. De benoeming gebeurt ook door de aandeelhouders en niet door de overheid als dusdanig. Maar de belangrijkste aandeelhouders zijn wel de lokale overheden (en verder Arco).

Werkelijk en wettelijk land (deel 2)

De lottizzazione waarover ik het gisteren had in verband met het grondwettelijk Hof vinden we "natuurlijk" ook bij de verdeling van belangrijke bestuursfuncties. Dat is misschien iets minder abnormaal dan bij rechters, maar toch. Opvallend is ook daar natuurlijk dat die helemaal niet proportioneel verdeeld worden, maar dat de 3 traditionele partijen alle andere er systematisch buiten houden.

Neem nu de provinciegouverneurs, pas in het nieuws gekomen door het ontslag van Stevaert. De SPA vindt het evident dat deze door een andere socialist wordt opgevolgd.
Wetende dat in de andere provincies er nog 1 socialistische en 1 liberale gouverneur is naast 2 christen-democratische, is dat allesbehalve evident. We plaatsen de gouverneursposten in een grafiek met de verkiezingsuitslagen voor het Vlaams Parlement van zondag jl. en dat geeft :



Besluit: vanuit democratisch oogpunt moet Stevaert vervangen worden door een Vlaams-Nationalist. En aangezien N-VA en VB samen meer stemmen hebben dan de CD&V moet ook de volgende gouverneur van West-Vlaanderen (2012) vanuit democratische logica een Vlaams-nationalist zijn, tenzij de kiesverhoudingen bij de e.k. federale verkiezingen het plaatsje hertekenen natuurlijk.

maandag, juni 08, 2009

Wettelijk en werkelijk land (deel 1)

Nu de kiezer opnieuw gesproken heeft en de democratische verhoudingen opnieuw zijn bepaald, is het misschien nuttig even te kijken hoever de machtsverhoudingen in belangrijke overheidsorganen andere dan het parlement daarvan afwijken.

Als uitgangspunt nemen we het aantal stemmen van de partijen die zetels hebben behaald, behalve de UF die te klein is om mee te tellen (en ook geen echte partij is). Ik neem daarvoor de stemmen voor het Vlaams parlement, het Waals Parlement en het franstalig kiescollege van het Brussels parlement van de officiële webstek van Binnenlandse Zaken (http://verkiezingen2009.belgium.be/nl). In dalende volgorde levert dat op, samen met het percentage van het totaal van deze stemmen:
CD&V 939.873 = 15,31 %
PS 657.803 + 107.303 = 765106 = 12,46 %
Vlaams Belang 628.564 = 10,24 %
sp.a 627.852= 10,23 %
Open Vld 616.610 = 10,04 %
MR : 469.792 + 121.905 = 591697 = 9,64 %
N-VA 537.040 = 08,75 %
ECOLO : 372.067 + 82.663 = 454730 = 7,40 %
CDH : 323.952 + 60.527 = 384479 = 6,26 %
Lijst Dedecker 313.176 = 05,10 %
GROEN! 278.211 = 04,53 %
(Totaal aantal stemmen van deze partijen samen: 6.137.338)

In kolommen gerangschikt geeft dit, van links naar rechts (ik weet natuurlijk dat deze partijen niet zo eenduidig van links naar rechts te rangschikken zijn, OVLD staat bv. in veel opzichten linkser van CD&V, maar vereenvoudigd kan dit toch gebruikt worden): Groen, Ecolo, PS, SPA, CdH, CD&V, MR, OVLD, N-VA, LDD, VB:










Zoals bekend zijn in België de belangrijkste machtsinstrumenten bezet met mensen die netjes volgens politieke kleur zijn verdeeld. Vroeger noemden we dat verzuiling, maar eigenlijk zou men hier beter het italiaanse woord lottizzazione gebruiken. Ik nodig de lezers uit mij de voorbeelden te geven die zij kennen met de gegevens van de verdeling.

Ik begin alvast met een orgaan dat in zeer vele zaken het laatste woord heeft in België: het Grondwettelijk Hof. Beslissingen van het grondwettelijk Hof kunnen slechts overruled worden door een wijziging van de Grondwet met een tweederde meerderheid en vaak nadat eerst de betreffende bepaling herzienbaar werd verklaard en verkiezingen plaatsvonden. Een bijzonder machtige instelling dus. De rechters worden gekozen door de Senaat en de ambten van rechter zijn manifest politiek verdeeld (U vindt de samenstelling hier: http://grondwettelijkhof.be/nl/voorstelling/voorstelling_inrichting.html). Nu weet ik ook dat goede rechters zich na hun benoeming de les niet laten spellen door de partij namens wie ze verkozen zijn en politieke druk kunnen weerstaan. Maar de verdeling zegt natuurlijk wel iets over de persoonlijke ideologische uitgangspunten vanwaaruit geschillen met een belangrijke politieke weerslag worden beoordeeld. Ik kies dit voorbeeld overigens omdat het een relatief eenvoudig in te vullen voorbeeld is (slechts 12 personen en de politieke verdeling is gekend). En het resultaat ziet er zo uit:










Mocht het Hof democratisch zijn samengesteld in verhouding tot de verkiezingen van 2009 zou het er zo uitzien:










En hier ziet U de scheeftrekking in het voordeel van - in dalende volgorde van voordeel - de PS, MR, OVLD en SPA en in het nadeel - in dalende volgorde van benadeling - van het VB, de N-VA, de CDH, en LDD afgebeeld:










Met andere woorden: de eerste 2 vacatures in het Grondwettelijk Hof zouden democratisch gezien aan Vlaams-nationalisten moeten toekomen.

dinsdag, april 28, 2009

Kieskompas toont hoe verweesd conservatieve kiezers blijven

Het kieskompas van Europrofiler, ontworpen door de Europese Universiteit in Firenze (dus zeker geen eurosceptische organisatie) is zeer leerrijk wanneer men de moeite doet om de positionering van de partijen in de verschillende landen te vergelijken, en dus ook de mogelijkheden die de kiezers in die landen hebben. Met name toont het kieskompas die mogelijkheden in 2 dimensies, de sociaaleconomische links-rechts-dimensie en de europese dimensie van totale euro-integratie tot euroscepticisme. Ik heb het kieskompas ingevuld en kom daarmee in de eerste dimensie op een gematigd rechtse dimensie en in de tweede dimensie op een gematigd eurosceptische positie.
Maar heeft iemand met mijn profiel wel een keuze ? Dat verschil heel erg van land tot land. Ik illustreer het voor Vlaanderen, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.



In Vlaanderen komt geen enkele partij ook maar in die buurt. Zelfs LDD en VB zijn naar internationale normen nog erg eurofiel en niet eurosceptisch. Wie links en eurofiel wil stemmen heeft daarentegen alle keuze. CD&V, VLD, SP, N-VA, Groen en SLP zijn extreem eurofiel ingeschaald. Enkel de LDD geldt als een rechtse partij, VB als centrum-rechts.



In Nederland is de keuze al véél groter en evenwichtiger gespreid: mijn positie bevindt zich in het midden tussen Christen Unie, VVD (liberalen) en PVV (Wilders), en de christendemocraten staan maar net iets verder af. De drie traditionele partijen zijn in Nederland al een heel stuk eurosceptischer dan bij ons (minder is gewoon onmogelijk natuurlijk) en ook op de links-rechts schaal is er meer keuze mogelijk.



Ten derde het Verenigd Koninkrijk. Hier heeft men in de Europa-dimensie echt uiteenlopende keuzemogelijkheden, en op de links-rechts ook min of meer. En wat blijkt ? De conservatieven zijn gematigd in beide dimensies, de partij die van alle partijen uit de 3 landen het dichtst bij mijn profiel staat. Pal in het centrum naar internationale maatstaven. Want volgens de maatstaven van onze partijen staat die natuurlijk al helemaal aan de rand. Zo wordt een perfect gematigde en evenwichtige opinie in Vlaanderen gemarginaliseerd. Dankzij het kieskompas is dit hier aanschouwelijk voorgesteld.

Nog wat literatuur

En voor wie nog eens wil weten wat ik de voorbije maanden uitgespookt heb op het vlak van de rechtswetenschap - behalve datgene waarover eerder op deze blog werd bericht - een korte update.

Aan de Universiteit doceer ik - behalve mijn vakken van vorig jaar - dit semester ook het vak "The Court of Justice and the emerging common law of Europe" over de impact van de rechtspraak van het hof van justitie en de wijze waarop het hof aan rechtsvorming doet. En tijdens de paasvakantie gaf ik gastcolleges in Santiago de Compostela over europees privaatrecht.

Dit heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat op 31 december na vele jaren hard werken ons ontwerp "Gemeenschappelijk referentiekader" werd ingediend bij de Europese Commissie. De verkorte versie daarvan (zonder commentaar is intussen gepubliceerd als "Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law - Draft Common Frame of Reference (DCFR)", (Final) Outline Edition Edited by Christian von Bar, Eric Clive and Hans Schulte-Nölke and Hugh Beale, Johnny Herre, Jérôme Huet, Peter Schlechtriem†, Matthias Storme, Stephen Swann, Paul Varul, Anna Veneziano and Fryderyk Zoll. Deze verkorte uitgave is ook volledig te lezen op mijn webstek (1). Over het ontwerp, zijn voorgeschiedenis en zijn toekomst gaf ik een lezing op de Alumnidag van het VRG in Leuven op 6 maart 2009: "Het ontwerp Gemeenschappelijk referentiekader voor Europees verbintenissenrecht". De tekst van die lezing zal nog worden afgewerkt.

Eerder besprak ik op een studiedag in Hamburg het hoofdstuk over persoonlijke zekerheden uit dat ontwerp: “Die Harmonisierung der persönlichen Sicherheiten in Europa (Garantien / Bürgschaften)", Tagung “Europäisches Kreditsicherungsrecht” zu Ehren von Prof. Dr. Dr. h.c. mult. Ulrich Drobnig aus Anlass seines 80. Geburtstags, Hamburg 12 december 2008. De Duitse versie is ter perse in een boek, de Engelse versie is ter perse in Juridica international 2009.

In het binnenland verscheen mijn lezing over "Vaststellings- en geschillenbeslechtingsovereenkomsten", uit de reeks Bijzondere overeenkomsten, XXXIVe PUC Willy Delva 2007-2008, Gent 10 april 2008 en Antwerpen 14 april 2008, intussen in het boek Bijzondere Overeenkomsten (Kluwer Antwerpen 2008, p. 503-552) en op mijn webstek (2).

Er kwam ook een nieuwe versie van vele syllabi over privaatrecht, alsook van "Levensbeschouwelijke visies op staat, recht en civil society: pre-reformatie-katholicisme, protestantse reformatie en britse verlichting, secularisme-laïcisme, jodendom, islâm, postconciliair christendom" (versie 1 november 2008) (3)

Op 25 november gaf ik op een conferentie in Brussel van de LVMI Europe een lezing "Better regulation: the questions relating to quality of legislation, adaptability, freedom and multilevel lawmaking" (conference Better regulation).

Na mijn jaarlijke recyclagelezing verbintenissenrecht op 8 januari heb ik een schematisch overzichtje gemaakt van de interessantste ontwikkelingen algemeen verbintenissenrecht in de laatste jaren (4)

Op 20 maart hield ik op een congres te Brussel over invordering van geldschulden vanuit grensoverschrijdend en belgisch perspectief een lezing "De verhouding tussen de Europese verordening inzake geringe vorderingen en het interne Belgische procesrecht", die intussen ook op mijn webstek staat (5) en eerstdaags verschijnt in het tijdschrift Ius & Actores 2009.

Veel leesplezier

(1) via http://www.storme.be/DCFRInterim.html
(2) http://storme.be/vaststellingsovereenkomsten.html
(3) http://storme.be/levensbeschouwing.html
(4) http://www.storme.be/recyclageverbintenissenrecht.pdf
(5) http://www.storme.be/euinvordering.pdf

zaterdag, april 18, 2009

Zeven vragen aan de kandidaten

Daadkrachtige volksvertegenwoordigers gevraagd.

Op 7 juni vinden er onder meer verkiezingen voor het Vlaams Parlement plaats. Over de waarde van verkiezingsbeloften maken we ons best weinig illusies, maar dat betekent niet dat enkele cruciale vragen niet nuttig kunnen worden voorgelegd aan de kandidaten. Ik stel voor, beste lezer, dat waar U de kans krijgt U de volgende zeven vragen stelt. Zij gaan uit van de hoofdtaken van de Vlaamse volksvertegenwoordiger: goede wetten maken, de regering controleren, en het algemeen belang van Vlaanderen extern bewaken.

De eerste taak van het parlement is zorgen voor goede wetgeving. Onze parlementen, ook het Vlaamse, schieten daarin schromelijk tekort. Er zijn veel te veel regels, maar er worden er nauwelijks afgeschaft. De volksvertegenwoordigers zorgen er niet voor dat ze goede wetten kunnen maken. En ze houden zich teveel bezig met resoluties allerhande in plaats van met het zelf verbeteren van de wetgeving. Vandaar mijn drie eisen aan de kandidaten:

1° Welke maatregelen gaat U nemen opdat het Parlement zelf voor goede wetgeving kan zorgen en de voorstellen van decreet ook effectief te behandelen in plaats van een quasi-monopolie te laten aan de regering ?
2° Bent U bereid tegen elke nieuwe regeling te stemmen die niet minstens evenveel regels afschaft als ze schept ?
3° Bent U bereid om tegen alle resoluties te stemmen die anderen oproepen om iets te doen in plaats van het als parlement zelf te doen ?

De tweede taak is de democratie versterken, en een van de meest noodzakelijke maatregelen daartoe is de uitbreiding van de directe democratie. Vandaar de vierde vraag:
4° Welke stappen gaat U ondernemen om de directe democratie te versterken, in het bijzonder het bindend volksinitiatief betreffende alle materies die tot de bevoegdheid van de Vlaamse regering of het Vlaams Parlement behoren ?

De derde taak is het bewaken van het algemeen belang van Vlaanderen. Dit is in het bijzonder nodig ten aanzien van het federale niveau (bevoegdheidsoverschrijding, belangenaantasting, blokkade van de verdere autonomie voor Vlaanderen) en het Europese niveau. Hier heb ik opnieuw drie vragen:
5° Gaat U elk belangenconflict steunen dat ingeroepen wordt om federale maatregelen te blokkeren die ofwel tot de bevoegdheid van de deelstaten behoren (zo bv. Een belangenconflict tegen de federale begroting) ofwel op een andere wijze de belangen van Vlaanderen aantasten ?
6° Welke maatregelen gaat U nemen om te beletten dat er op Europees niveau voor Vlaanderen nadelige maatregelen worden genomen, en hoe gaat U beletten dat België daarmee instemt of zich daarbij neerlegt ?
7° En tenslotte, last but not least: bent U principieel bereid om een onafhankelijkheidsverklaring door het Vlaams Parlement goed te keuren ? De vraag is niet of we die onafhankelijkheid nu moeten uitroepen, maar of we bereid zijn het wapen van de onafhankelijkheidsverklaring in te zetten in plaats van de Franstaligen een vetorecht toe te kennen op elke staatshervorming.

zondag, april 12, 2009

Knak de religieuze test van Geysels en co.

De protestbrief "het ritselt weer onder de toonbanken" (1) (geschreven door voornamelijk Johan Sanctorum en mede ondertekend door een hele reeks auteurs waaronder ikzelf om - kort gezegd - het "cordon sanitaire" in de boekenwereld aan te klagen) heeft blijkbaar gevoelige plekken geraakt, zo merkt men aan de reacties van enkele "established" journalisten. Over de scheldpartij van Piet de Moor wil ik het niet hebben, die is het niet waard. Desinformatie zonder scheldwoorden daarentegen vereist een repliek, met name de verdediging van de uitsluiting van de boeken van uitgeverij Egmont op bv. de Boekenbeurs. Een relevant deel van onze protestbrief dat niet toevallig door de Standaard werd gecensureerd (2). De Knack-hoofdredacteur Karl van den Broeck verdedigde die uitsluiting met het volgende staaltje van Marcusiaanse kromspraak:

"Uitgeverij Egmont wordt geweerd op de Boekenbeurs en bij Standaard Boekhandel omdat ze geen lid is van de Vlaamse Uitgeversvereniging (VUV). Dat is niet de schuld van Jos Geysels maar van Egmont zelf. Wie lid wil worden van de VUV moet boeken uitgeven 'die geen rechtstreekse of onrechtstreekse discriminatie op grond van geslacht, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, seksuele geaardheid of religieuze overtuiging propageren.' 

Het Vlaams Belang is de voortzetting van de partij die veroordeeld werd wegens het overtreden van de wet op het racisme. De leden van de VUV hadden dus grondige statutaire redenen om Egmont in 2006 te weren. Ondanks die weigering mag Egmont boeken blijven uitgeven en die mogen zelfs - door boekhandels - op de Boekenbeurs verkocht worden" (3).

Dit staat dan nog in een artikel dat aan de protesteerders verwijt dat de feiten gewoon niet kloppen – feiten die Nota Bene van Knack zelf afkomstig waren (4), maar goed. De leugen van KvdB betreffende de wijze van uitsluiting van uitgeverij Egmont uit de VUV (uitgeverspoot van boek.be) is gemakkelijk aan te tonen: Egmont werd niet als lid geweigerd omwille van de geciteerde passage, want die passage bestond nog niet toen de aanvraag geweigerd werd in mei 2006. Toen golden namelijk de statuten van 2004, die de lezer kan vinden in het Belgisch Staatsblad van 2004 (5). Kijk naar art. 3 en vergelijk dat dan met de nieuwe statuten die speciaal om post factum de uitsluiting van Egmont een schijn van legitimiteit te geven achteraf werden aangepast en die op 11 september 2006 werden neergelegd bij het Belgisch Staatsblad (6).

Laat ons nog even verder graven. Welk boek van uitgeverij Egmont propageert verboden discriminatie ? U kan het fonds van de uitgeverij raadplegen op het web. Is er tegen één van die boeken zelfs maar ooit een klacht ingediend ? En is een van die boeken door een rechtbank onwettig verklaard of verboden ? Neen, maar ook daar heeft KVdB natuurlijk wel een draai voor: werden immers andere met het Vlaams Blok verbonden vzw’s niet in 2004 door een kamer van het hof van Beroep te Gent veroordeeld wegens “racisme” ?

Het grondmotto van de Verlichting "Durf denken" is in aanwezigheid van zo'n arrest blijkbaar niet meer nodig. Anders dan bij sommige anderen worden mijn hersenen alvast niet stilgelegd door een dergelijk gezagsargument.

Op de eerste plaats is spreken van een veroordeling "racisme" al een zeer comfortabele verkorting van dat arrest. De veroordeling was gegrond op het “aanzetten tot haat op grond van nationaliteit of etnische afstamming”. En of iets aanzetten tot haat vormt of niet is een bijzonder subjectief oordeel. Het arrest zelf druipt van de haat jegens bepaalde politieke opvattingen en kan dus moeilijk ernstig worden genomen als het gaat om een beoordeling van haat. De samenstelling van het rechtscollege dat het arrest velde was gemanipuleerd en tegen alle principes van de rechtsstaat in (7). De grondwet werd met de voeten getreden door de weigering van een jury. Het hof van cassatie heeft de grondwet naast zich neergelegd met drogredenen en het Grondwettelijk Hof terzijde geschoven. En de bepaling waarop de hele strafvervolging gebaseerd was, het “medewerkingsmisdrijf” (terecht ook als een soort Sippenhaft bestempeld) is toegepast op ongrondwettige wijze, zoals ik heb aangetoond in mijn commentaar bij een recent arrest van het Grondwettelijk Hof (8). Het is ook overigens een schandalige wetsbepaling, die, indien men ze consequent toepaste, ertoe zou leiden dat elke imam strafbaar is in dit land.

Terug naar de boeken nu, want het Vlaams Blok proces wordt er door KvdB maar bijgesleurd omdat hij blijkbaar geen illegaal boek kan vinden bij Egmont. Tenzij natuurlijk het propageren van discriminatie bijzonder ruim wordt uitgelegd. Mogen er dan nog Korans verkocht worden op de Boekenbeurs ? De uitgevers van de Nederlandse vertalingen ervan zijn in ieder geval nooit geweerd bij boek.be.

De "legitimatie" van KvdB en ook die van de VUV (onderdeel van boek.be) verbergt verder op zichzelf ook een discriminatie. Men probeert die discriminatie te verhullen door er een mantra uit de racismewet over te draperen. Er is namelijk een belangrijk verschil tussen:
- een regel die personen of organisaties uitsluit wanneer is aangetoond dat ze illegaal handelen;
- een regel die personen uitsluit omdat ze geen belofte afleggen dat ze een welbepaalde, zeer selectief uitgekozen, wet zullen naleven.

Dit laatste is een van de typische uitsluitingsmechanismen van de seculiere kerk, en mijn toelichting hieronder zal aantonen waarom het woord kerk hier op zijn plaats is.

Op de eerste plaats wordt aan één bepaalde, en zeer betwistbare rechtsregel, nl. een rechtsregel die de vrijheid van meningsuiting inperkt door zogenaamd discriminerende meningsuitingen uit te sluiten, als enige de hoogste rang toegekend. Het gaat er dus niet om of men “de grondwet en de wetten van het belgische volk” naleeft, zoals de advocateneed (9) stelt. Neen, de seculiere kerk heeft beslist dat de grondwet en de fundamentele vrijheden nauwelijks van tel zijn en de antidiscriminatiewet tot de grondwet aller grondwetten verheven. In plaats van de 10 geboden komt : Gij zult niet discrimineren – behalve jegens diegenen die discrimineren, want dat laatste is zelfs verplicht. En die kerk zal natuurlijke zelf wel bepalen wat discriminerend is en wat niet. Zo is het opvallend dat in art. 3 van de VUV-statuten een lijstje werd overgenomen uit de toenmalige antidiscriminatiewet waarvan het Grondwettelijk Hof al op 6 oktober 2004 beslist had dat het ongrondwettig was omdat het niet ook discriminatie op grond van taal en op grond van politieke overtuiging omvatte ...(10)

Een tweede perversiteit is dat personen en organisaties niet geweerd worden wegens concrete overtredingen van de wet, maar a priori worden uitgesloten aan de hand van iets wat niet anders kan bestempeld worden dan als een religieuze test. Een test van loyaliteit jegens de nieuwe seculiere anidiscriminatiereligie.

Jos Geysels staat natuurlijk in een traditie op dat vlak. Van 1673 tot 1829 kon niemand in het Verenigd Koninkrijk een openbare functie bekleden als hij niet de eed van de “Test Act” had afgelegd:

"I, N, do solemnly and sincerely in the presence of God profess, testify, and declare, that I do believe that in the Sacrament of the Lord's Supper there is not any Transubstantiation of the elements of bread and wine into the Body and Blood of Christ at or after the consecration thereof by any person whatsoever: and that the invocation or adoration of the Virgin Mary or any other Saint, and the Sacrifice of the Mass, as they are now used in the Church of Rome, are superstitious and idolatrous..."(11)

En tijdens het hoogtepunt van de Franse revolutie werd iedereen die een functie wou bekleden verplicht om de volgende eed van haat en loyaliteit af te leggen:

"Je jure haine à la royauté et à l'anarchie, attachement et fidélité à la République et à la Constitution de l'an III." (serment républicain du 12 janvier 1797).

Vandaag moet men haat zweren jegens het Vlaams Belang en getrouwheid aan de antidiscriminatiereligie.

Dit soort misbruiken bij de overheid was een van de gronden van de Amerikaanse revolutie. In de Amerikaanse Grondwet werd dan ook vanaf het begin – nog voor de toevoeging van de American Bill of Rights – in Artikel VI ingeschreven:

“no religious test shall ever be required as a qualification to any office or public trust under the United States. “

De Amerikaanse rechtspraak heeft daarbij terecht het begrip “religious test” geïnterpreteerd als élke verplichte verklaring die iets anders eist dan loyaliteit aan de Grondwet (deze interpretatie volgt uit het samenlezen van de geciteerde zin met de vorige zin, die een eed van trouw aan de Grondwet voorschrijft voor sommige ambten) Een verplichting tot een verklaring die geen trouw aan de grondwet vraagt maar trouw aan bv. de antidiscriminatiewet geldt in de Verenigde Staten dus als een religious test. Zo verklaarde de rechtspraak de praktijk ongrondwettig waarbij de universiteit van Californië in de tijd van McCarthy een loyaliteitsverklaring eiste van de professoren in de strijd tegen het communisme (Tolman v. Underhill (12)).

Genoemd grondwettelijk verbod verbiedt de overheid niet om iemand te weren omwille van concrete gedragingen die een persoon individueel zou hebben begaan. Maar ook daarin zijn er beperkingen, en zo kwam ook een andere soort verklaring onder vuur te liggen die men eiste van kandidaten. In arrest van het US Supreme Court van 1866 in de zaak Ex parte Garland (13) ging het om het eisen van een verklaring dat men geen deel had uitgemaakt van de separatisten in de Amerikaanse burgeroorlog; zonder die verklaring kon men bv. niet als advocaat optreden. De gelijkenis met de religious test van vandaag, die maakt dat al wie ooit bij het separatistische Vlaams Blok geweest is ten eeuwigen dage wordt uitgesloten, is treffend. Maar in Washington zetelden er nog rechters die naam waardig.

Nu weet ik ook dat de VUV geen overheidsinstelling is. En ja, in beginsel mag een vereniging volgens mij zelf beslissen wie er lid wordt en wie niet. Ze mag zelfs discrimineren (14) - net zoals eenieder dan de vrijheid heeft om die discriminatie aan te klagen. Maar ....

Primo is een vereniging die onder het mom van het bestrijden van discriminatie zelf een discriminerende “religious test” invoert totaal met zichzelf in strijd en ontneemt zij elke rechtvaardiging aan haar beslissing. De statutenwijziging van de VUV in 2006 heeft de uitsluiting van Egmont dus niet gelegitimeerd, maar precies de mogelijke legitimatie daarvan compleet ondergraven.

Secundo geldt de vrijheid om te discrimineren niet voor overheidsinstellingen en evenmin voor monopolisten. De houding van de VUV is een misbruik van machtspositie en misbruik van een quasi-monopoliepositie. Daar gaat het vooral om en dat wordt natuurlijk mooi verzwegen.

En tenslotte: de tirade van KvdB houdt ook in dat men in Vlaanderen maar een vrije intellectueel kan zijn als men eerst zijn akte van geloof aflegt in het arrest van het Hof van beroep te Gent over het Vlaams Blok. Blijkbaar is dat eveneens een religious test die men moet afleggen om public intellectual te mogen zijn. De uitdrukking "linkse kerk" is dus misschien toch niet zo onzinnig.

(1) Het ritselt weer onder de toonbanken, op http://visionairbelgie.wordpress.com/2009/04/09/censuur/ met aanduiding van de door de Standaard weggecensureerde zinnen
(2) Het klopt dat het woord censuur nogal vaak wordt gebruikt voor dingen die geen censuur zijn, zo bv. op groteske wijze door R. Pinxten & B. Siffer, “Censuur, een veelkoppig monster”, De Standaard 21 juni 2008, http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelId=6C1TDTHQ. Maar wanneer een uitgever zonder de auteur te raadplegen een stuk uit de tekst wegknipt en de rest publiceert, is het woord censuur wel op zijn plaats.
(3) Karl van den Broeck, http://www.knack.be/blog/karl-van-den-broeck/71-21-4528/echte-vrije-vlaamse-intellectuelen.html
(4) Bericht van 31 maart 2009 op http://www.knack.be/kanaal/mensen/koen-dillen-schrijft--bis-/site72-section9-article31489.html
(5) op http://www.ejustice.just.fgov.be/tsv_pdf/2004/12/23/04176308.pdf
(6) op http://www.ejustice.just.fgov.be/tsv_pdf/2006/09/19/06144933.pdf.
(7) Zie daarover mijn Bedenkingen over de scheiding der machten", http://www.storme.be/scheidingdermachten.html; ook op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/01/bedenkingen-over-de-scheiding-der.html, verschenen in Berichtenblad Nederlandse Orde van advocaten te Brussel, 2008-2009, p. 1372-1381.
(8) "Grondwettelijk Hof en de antidiscriminatiewetten: gebrek aan moed, maar wel op vele punten een inperking van de wet ", eerste commentaar bij het arrest nr. 17/2009 van 12 februari 2009, op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/02/grondwettelijk-hof-en-de.html
(9) Art. 429 gerechtelijk Wetboek: "Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk, dat ik niet zal afwijken van de eerbied aan het gerecht en de openbare overheid verschuldigd, en geen zaak zal aanraden of verdedigen die ik naar eer en geweten niet geloof rechtvaardig te zijn".
(10) Arrest nr. 157/2004, http://grondwettelijkhof.be/public/n/2004/2004-157n.pdf
(11) versie van 1678: 'Charles II, 1678: (Stat. 2.) An Act for the more effectuall preserving the Kings Person and Government by disableing Papists from sitting in either House of Parlyament.', te vinden op http://www.british-history.ac.uk/report.asp?compid=47482.
(12) Beslissing van de California Supreme Court van 31 mei 1951, Tolman v. Underhill. De betrokkene "cannot be subjected to any more narrow test of loyalty than the constitutional oath prescribed in that section".
(13) US Supreme Court 1866, Ex parte Garland, 71 U.S. 333, http://supreme.justia.com/us/71/333/
(14) Zie uitvoeriger mijn rede "De fundamenteeelste vrijheid: de vrijheid om te discrimineren", http://storme.be/vrijheidsprijs.html

vrijdag, april 10, 2009

Zevenvoudige klacht tegen België bij het Hof voor de rechten van de Mens

Zevenvoudige klacht tegen België bij het Hof voor de rechten van de Mens (Straatsburg) wegens de vervolging van de “dienstweigeraars” bij de ongrondwettige verkiezingen van 2007.

Deze week werd door 5 personen die dienst geweigerd hadden bij de federale verkiezingen van 2007 en daarvoor vervolgd werden een procedure tegen België opgestart bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (Raad van Europa), dit met de steun van het Halle-Vilvoorde-Komitee en de Vlaamse Volksbeweging en met tussenkomst van hun advocaat mr. Matthias Storme.

In 2007 vonden federale verkiezingen plaats zonder dat enige uitvoering was gegeven aan het arrest nr. 73/2007 van het Grondwettelijk Hof (1), waarbij het bestaan van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wegens zijn discriminerend karakter ongrondwettig werd verklaard (2). Tegen deze gekarakteriseerde weigering om de grondwettelijke beginselen na te leven bij het organiseren van federale verkiezingen kwamen vele burgers in opstand en verklaarden zij “dienst te zullen weigeren” wanneer ze zouden worden opgeroepen om mee te werken aan die organisatie. 187 van hen werden effectief opgeroepen en weigerden dienst. 69 van hen werden vervolgd. 4 kregen een voorwaardelijke boete, en hun beroep bij het Hof van cassatie werd in een betwist arrest afgewezen. In 64 gevallen was de strafvordering verjaard bij uitspraak. In 1 zaak was er vrijspraak (3), doch werd deze door een betwist arrest van het Hof van cassatie verbroken met als gevolg dat ook in die zaak verjaring wordt uitgesproken. De 5 genoemde burgers trekken nu naar het Mensenrechtenhof in Straatsburg met een klacht tegen België die op 7 grieven is gesteund.

Het verzoekschrift is te vinden op haviko.org: haviko.org/permede/verzoekschrift_straatsburg_april2009_naamloos.pdf. De grieven worden hieronder in niet-technische bewoordingen samengevat.

In de eerste grief wordt aangeklaagd dat er willekeur heerst in de omschrijving van het strafbaar feit van “zonder geldige reden” te weigeren te zetelen. Dat blijkt uit de zeer verschillende beslissingen van de voorzitters van de kieshoofdbureaus over het aanvaarden of weigeren van de ingeroepen gewetensbezwaren. Dat blijkt uit de willekeur die het Hof van cassatie hanteerde bij het interpreteren van het begrip “geldige reden”, door er in verschillende procedures een andere interpretatie aan te geven naargelang dat uitkwam om het (politiek) gewenste resultaat te bereiken. Dat blijkt ook uit het feit dat dienstweigeraars vervolgd worden omdat hun gewetensbezwaren het zetelen niet “onmogelijk” zouden maken, terwijl tegelijkertijd in omzendbrieven wel erkend wordt dat studenten vrijgesteld worden wanneer ze de weken nadien nog examens hebben, dat bij koppels niet beiden kunnen worden opgeroepen, dat wie voor zijn oproeping op de lang bekende dag van de verkiezingen een reis heeft geboekt, vrijgesteld is, enz.

In de tweede grief wordt aangeklaagd dat er boetes zijn uitgesproken hoewel het Openbaar ministerie geweigerd heeft een ernstig onderzoek te verrichten naar de omstandigheden en ook geen enkele moeite heeft gedaan om zelf tegenargumenten aan te brengen tegen de beklaagden. Nochtans moet in een strafzaak iedereen onschuldig worden geacht tot het Openbaar Ministerie de schuld bewijst.

In de derde grief wordt aangeklaagd dat de rechters totaal geweigerd hebben rekening te houden met de uitspraak van het Grondwettelijk Hof, met de ongrondwettigheid van de verkiezingen of minstens de legitieme overtuiging van de beklaagden dat de verkiezingen ongrondwettig waren.

In de vierde grief wordt geklaagd over de willekeur die het Hof van cassatie beoefent bij het hanteren van haar eigen procedureregels, en de uitvluchten die dat Hof hanteert om op bepaalde ernstige gebreken van de beslissingen waartegen men in cassatie opkwam, gewoon niet in te gaan. Daarbij worden bv. de argumenten van de eisers verdraaid om te kunnen zeggen dat ze het verkeerd begrepen hebben en er dus met hun argumenten geen rekening moet worden gehouden. In sterk contrast daarmee worden argumenten van het Openbaar Ministerie die volkomen incoherent en naast de kwestie zijn, wel beantwoord en gebruikt als grondslag voor de beslissing. De twee maten en twee gewichten in functie van het politiek te bereiken resultaat zijn manifest.

In de vijfde grief wordt in hoofdzaak geklaagd over het feit dat burgers blijkbaar geen rechtsmiddelen hebben om een arrest van het Grondwettelijk Hof te doen uitvoeren en ongrondwettige verkiezingen tegen te houden. Daarbij wordt het feit aangeklaagd dat diegenen die verkozen zijn verklaard achteraf zelf hun eigen verkiezingen geldig verklaren, en dat dit dan nog eens gebruikt wordt om het verweer van dienstweigeraars terzijde te schuiven.

In de zesde grief wordt erover geklaagd dat het Hof van cassatie weigert om het grondwetsartikel toe te passen dat stelt dat wie vervolgd wordt voor politieke misdrijven recht heeft op een jury (het Hof van assisen), en dan bovendien ook nog eens weigert om de vraag of de eigen wetsinterpretatie overeenstemt met de Grondwet, voor te leggen aan het Grondwettelijk Hof (waartoe het Hof van cassatie nochtans wettelijk verplicht is).

De zevende grief betreft een meer rechtstechnisch punt: sommige dienstweigeraars werden veroordeeld voor feiten die ze op 10 juni zouden hebben begaan in een arrest dat zelf zegt dat niet is nagegaan wat er op 10 juni is gebeurd of gedaan.
Het is natuurlijk jammer dat het jaren duurt vooraleer er een uitspraak komt in een procedure in Straatsburg, maar alle betrokkenen hebben er alvast vertrouwen in dat België uiteindelijk zal worden veroordeeld wegens deze manifeste gebreken in de rechtspraak en wetgeving.

(1) http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdfe
(2) Over de uitleg van arrest nr. 73/2003, zie mijn eerdere bijdragen "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet" op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html en "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(3) Zie http://haviko.org/teksten/arrest_hof_van_beroep_brussel_20-5-2008.pdf

donderdag, april 09, 2009

Het ritselt weer onder de toonbanken

(Deze bijdrage verscheen vandaag 9 april 2009 in de Standaard). Zie eerder ook mijn "Represailles: niet louter hoon, maar broodroof"op http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2008/03/represailles-niet-louter-hoon-maar.html

Volgens een groep schrijvers en opiniemakers toont de hetze rond de Mitterrand-biografie van Koen Dillen aan dat we ons in een feitelijke toestand van censuur bevinden. De kern van het probleem is niet de kwestie zelf, waarover de versies sterk verschillen, wel de krampachtigheid waarmee we in Vlaanderen met 'foute' auteurs omgaan.

Het verhaal is ondertussen bekend: een voortreffelijke Mitterrand-biografie, onder meer op Klara en in NRC-Handelsblad bejubeld, ondertekend door Vincent Gounod, bleek in werkelijkheid van de hand van VB-politicus Koen Dillen. Waarna weldenkend Vlaanderen helemaal van de wijs geraakte, en het boek nauwelijks nog te verkrijgen was in het normale circuit. In Nederland ligt het wel open en bloot in de etalage. Gaan we terug naar de tijd van de sexshops?

Het voorval legt een diepere malaise bloot binnen het cultureel/academisch universum in onze contreien. Het fameuze 'cordon' rond één bepaalde partij, waarvan we het strategisch nut in het midden laten, heeft er blijkbaar voor gezorgd dat boeken niet meer hoeven gelezen te worden om er een oordeel over te vellen. We willen hier de welles-nietes discussie niet voeren of die ene Antwerpse 'linkse boekhandel met een duidelijk profiel' het boek nu achteraf uit de rekken haalde of niet (daarover lopen de versies sterk uiteen). Feit is dat de Mitterrand-biografie van Koen Dillen niet racistisch of xenofoob of negationistisch is, maar gewoon een hoop heisa veroorzaakt omdat de auteur met het etiket 'fout' op zijn hoofd rondloopt, waardoor hij zich gedwongen voelde om een pseudoniem te gebruiken.

Vlaanderen schijnt opgedeeld te zijn in een politiek-correcte helft die toegang krijgt tot de media, vlot een uitgever vindt, het obligate BV-kransje bemant; en anderzijds een schimmig continent van onbespreekbare, verboden, uit de publieke sfeer geweerde politisch-unfähige mensen, zoals dat onder de nazi's heette. Dat de boekensector zich hier van zijn braafste en meest conformistische kant toont, is ook duidelijk. Bij de meeste boekhandels en grote ketens is de fameuze Mitterrand-biografie, sinds Gounod zich als Dillen ontpopte, enkel 'op bestelling' verkrijgbaar. Dat is een feitelijke toestand van censuur, waarbij zelfs de heilige koe van de commercie wordt geslacht (Dillens boek zou ondertussen een kaskraker kunnen zijn) om onze ziel van smetten te vrijwaren.

'De linkse kerk in Vlaanderen heeft vandaag nog altijd een probleem met intellectuele diversiteit', concludeert Dillen. Inderdaad. Het begrip 'controverse', absoluut nodig in een volwassen democratie, verstuift hier compleet. Zelfs al strookte zijn boek niét met de politieke weldenkendheid, zelfs al was het zo 'fout' als wat, ook dan, juist dan zou het boekenwezen het moeten omarmen, omdat het tegenspraak zou oproepen en reacties provoceren. Zoiets heet polemiek, in Vlaanderen een hachelijk punt.

Wij willen ons, van links tot rechts, formeel van die censuur distantiëren. Vlaanderen mag langzamerhand wel eens ontwaken uit zijn politiek-correcte sluimer om eindelijk kennis te maken met de kunst van de dialectiek.

Ludo Abicht (docent filosofie), Vital - Vitalski - Baeken (schrijver), Benno Barnard (schrijver), Gerard Bodifee (auteur), Mimount Bousakla (politica LDD), Hugo Coveliers (advocaat), Thierry Debels (auteur-publicist), Saskia De Coster (schrijfster), Eric Defoort (historicus), Leo de Haes (uitgever), Gust De Meyer (hoogleraar K.U.Leuven), Peter De Roover (publicist), Willem Elias (gewoon hoogleraar VUB), Derk Jan Eppink (publicist-politicus LDD), Valerie Lempereur (uitgeefster), Bart Maddens (politicoloog), Marc Platel (journalist), André Posman (artistiek directeur De Rode Pomp), Godfried-Willem Raes (muziekmaker-filosoof), Jean-Pierre Rondas (producer VRT Radio Klara), Johan Sanctorum (filosoof-auteur), Matthias Storme (jurist), Johan Swinnen (professor VUB), Frank Thevissen (communicatie-expert), Jef Turf (ex-journalist, publicist), Luc Van Braekel (blogger), Gie van den Berghe (ethicus), Luc van Doorslaer (academicus-journalist), Marc Vanfraechem (blogger), Geert van Istendael (schrijver), Wim van Rooy (publicist), Jan Verheyen (filmmaker), Jos Verhulst (publicist), Etienne Vermeersch (filosoof), Jurgen Verstrepen (politicus LDD), Julien Weverbergh (schrijver).

dinsdag, april 07, 2009

En waarom niet alle Chinezen ? Over de Turk in onszelf

Nu we toch bezig zijn met de vraag of we hier in China zijn of niet (1): vanmorgen las ik in de Standaard een redenering van Dirk Verhofstadt waardoor we binnenkort een Europese Unie "Met alle Chinezen" moeten hebben. Samengevat is de "toetreding Turkije tot de de Europese Unie noodzakelijk" voor deze aarts-oikofoob (2) dat Turkije lid moet worden van de EU omwille van de rechten en vrijheden van de inwoners van Turkije, omdat die mensen anders het vreselijke lot te beurt zal vallen dat ze gedwongen zouden zijn tot één enkele identiteit, en dan nog wel een moslim-identiteit. Heeft het liberale establishment ons evenwel niet jaren voorgehouden dat Turkije een seculiere staat is ? En dat dit daar zelfs zo erg is dat die arme Turkse studentinnen zelfs geen hoofddoekje mogen dragen, en hoe vreselijk de vrijheden daardoor beperkt worden in Turkije ? En nu ineens moeten we omwille van de Turkse vrouwen hun land stante pede opnemen in de EU, om hun vrijheden te beschermen. want al die mensen in Turkije moeten beschermd worden tegen de islam, en daarom moeten wij hen binnenhalen -. Zou hierin zelfs geen racistisch ondertoontje te lezen zijn ?

Iets fundamenteler nu: met zo'n redenering moeten natuurlijk niet alleen alle Turken in de Eu worden binnengelaten, om ze tegen die identiteit te beschermen waarin ze anders zouden worden opgesloten. Daarmee valt het namelijk in Turkije nog mee vergeleken met de rest van de islamwereld. Met dat argument moeten alle andere moslimlanden a fortiori toegelaten worden tot de EU, van Marokko over Saoedi-Arabië en Iran tot Pakistan en Indonesië. En als het over de rechten en vrijheden van individuele mensen gaat, toch zeker ook alle landen uit Afrika, uit Zuid-Oost-Azië en vooral ook China. Laat de rede maar zegevieren, Verhofstadt-bis: Met alle Chinezen ..... Die kunnen ook nog wat extra individuele rechten en vrijheden gebruiken, wellicht meer dan de Turken.

Bovendien hebben we voor de bevordering van de individuele rechten en vrijheden in Europa de Raad van Europa opgericht, die dit veel meer dan de Europese Unie tot kerntaak heeft. Daarvoor is er ook een Europees Hof voor de rechten van de Mens in Straatsburg opgericht. En in die Raad van Europa, waar het dus over die rechten en vrijheden gaat, is Turkije al lang lid. Elke individuele inwoner van Turkije kan klachten indienen tegen de Turkse overheid bij dat Hof. En dat doen ze ook massaal. Grotendeels om te klagen over politie en justitie, ja. Zoals dat ook in andere landen het geval is overigens. Maar verder bijvoorbeeld ook om aan te klagen dat meisjes geen hoofddoekjes mogen dragen (3). Of omdat hun Koerdische identiteit niet erkend wordt. Dus vooral om redenen die Dirk Verhofstadt zullen plezieren. Van de 97.000 zaken die er einde 2008 aanhangig waren vanuit 47 lidstaten kwamen er 11.085 uit Turkije (11,4 %), op Rusland na duidelijk het grootste aantal klachten (4). Meer dan 57 % van de klachten komt uit 4 landen (Rusland, Turkije, Oekraiene en Roemenië) en zorgt ervoor dat de bescherming van de rechten en vrijheden door het Europees Hof de facto omzeggens onmogelijk is geworden .... Een voorsmaakje van de wijze waarop Turkije ook andere aspecten van de Europese huishouding kan overspoelen als het na Roemenië lid wordt van de EU. In dit verband kan ik overigens de recente toespraak van de nochtans erg liberale Britse opperrechter Lord Hoffmann aanbevelen (5), die vindt dat het uit moet zijn met de jurisdictie van zo'n internationaal Hof boven de Britse rechtbanken en dat de soevereiniteit van de lidstaten moet hersteld worden omdat de democratisch gelegitimeerde nationale overheden en rechters veel beter geplaatst zijn om de rechten en vrijheden die altijd met elkaar in conflict komen, af te wegen.

In hun oikofobie zijn beide gebroeders Verhofstadt in hetzelfde bedje ziek. De wortel van hun identiteitshaat werd genadeloos blootgelegd door Mia Doornaert in de Standaard van 3 april, "Liever Turks" (6) ..; dan Paaps. De haat jegens de christelijke achtergrond van Europa, nochtans een van de belangrijkste wortels van de idee van de individuele rechten, is de reden voor de stormloop der spitsbroeders tegen de grenzen van dat Europa.

Zoals reeds Erasmus in de tijd van de Turkenkrijg wist, is de macht van de Turken, het gevolg van de verdeeldheid in West-Europa maar ook van een decadent en futloos geworden christendom, dat de kracht mist om de islam in spiritueel opzicht het hoofd te bieden (zie zijn Consultatio de bello Turcis inferendo uit 1530 (vertaald door J. PIOLON, De Turkenkrijg, uitg. Donker Rotterdam 2005)). Volgens Erasmus moesten de Europeanen dan ook op de eerste plaats de Turk in zichzelf bestrijden. Met Dirk Verhofstadt lijkt die Turk in onszelf opnieuw een gezicht te hebben.


(1) Mijn stukje "De Chinese methode", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2009/04/de-chinese-methode.html
(2) Oikofobie: irrationele angst voor identiteit, spiegelbeeld van xenofobie. Zie Roger Scruton, "Immigration, Multiculturalism and the Need to Defend the Nation State" http://www.brusselsjournal.com/node/1126
(3) Zie de zaak Leyla Sahin, samengevat op http://www.echr.coe.int/Eng/Press/2004/June/ChamberjudgmentsSahinandTekin.htm en in hoger beroep op http://www.echr.coe.int/Eng/Press/2005/Nov/GrandChamberJudgmentLeylaSahinvTurkey101105.htm
(4) Bron: Jaarverslag 200!, p. 126 en v., http://www.echr.coe.int/NR/rdonlyres/B680E717-1A81-4408-BFBC-4F480BDD0628/0/Annual_Report_2008_Provisional_Edition.pdf
(5) "The Universality of Human Rights", 19 maart 2009, af te laden op http://www.jsboard.co.uk/aboutus/annuallectures.htm. Zie ook de commentaren van W. Rees-Mogg in de Times, "We can't allow Strasbourg to lay down the law", http://www.timesonline.co.uk/tol/comment/columnists/william_rees_mogg/article6040951.ece en Melanie Phillips, "Two cheers for Lord Hoffmann", http://www.melaniephillips.com/articles-new/?p=658
(6) http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=IN28HQOD
 
Locations of visitors to this page