vrijdag, mei 23, 2008

Een merkwaardige manier van bruggen bouwen

Dave Sinardet grossiert al een tijdje in uitspraken die ertoe strekken Vlaamsgezinden te stigmatiseren door ze schijnbaar even op hun plaats te zetten - een merkwaardige manier van 'bruggen bouwen' als u het mij vraagt - maar die bij nader toezien stelselmatig op valse premissen berusten. Dat geldt voor zijn mantra's dat geen 10 procent van de Vlamingen voorstander zou zijn van onafhankelijkheid (1) of dat het arrest van het Grondwettelijk Hof inzake BHV evengoed zou kunnen worden uitgevoerd zonder splitsing, door terug te keren naar de oude kieskringen in heel het land (2).

Deze week was het weer zover (DS 20 mei 2008)(3) met het verwijt aan minister Keulen twee maten en twee gewichten te hanteren jegens burgemeesters die de wet overtreden. Daartoe stelt hij de houding van de drie in faciliteitengemeenten voorgedragen kandidaat-burgemeesters (niet-toepassing van de taalwet) op één lijn met die van de Vlaamse burgemeesters uit Halle-Vilvoorde die hun medewerking weigerden aan de organisatie van de verkiezingen van 10 juni 2007. Om de schijn van vergelijkbaarheid op te houden wordt dan maar uitgelegd dat het in beide gevallen om een 'interpretatie' ging en ze helaas in beide gevallen fout bleek te zijn.

Nu moge het al zo zijn dat de rechtskunst in wezen een kunst van het interpreteren van regels is en dat er zelden maar één interpretatie mogelijk is, maar dit doet geen afbreuk aan het feit dat in een rechtsstaat de interpretatie door de bevoegde rechter een bijzonder gezag heeft, dat voor de personen die daaraan gebonden zijn bepaalde rechten en plichten inhoudt. In de politologie zoals Sinardet die beoefent, lijkt daarentegen een techniek van unbegrenzte Auslegung (4) te worden gehanteerd ten aanzien van de de feiten zelf.

In zijn vervalste vergelijking miskent Sinardet dat de drie kandidaat-burgemeesters zich niet op een rechterlijke uitspraak baseerden, maar integendeel van de bevoegde rechter (Raad van State) al voordien ongelijk hadden gekregen (5), terwijl de Vlaamse burgemeesters zich precies baseerden op een arrest van de bevoegde rechter (Arbitragehof nr. 73/2003)(6), dat alle overheden in dit land bindt (7). Zonder enig argument wordt dan maar gesteld dat helaas voor die burgemeesters de niet-uitvoering van dat arrest op dat ogenblik (d.i. tot 10 juni) helemaal niet problematisch was. Daarmee dekt hij op zijn beurt de gekarakteriseerde weigering van de overheid om dat arrest uit te voeren.

Zoals de voorzitter van het Grondwettelijk Hof nog eens diende te benadrukken bij zijn installatie op 13 november 2007, zijn de arresten van het Grondwettelijk Hof geen adviezen maar bindende beslissingen, die door éénieder te goeder trouw moeten worden uitgevoerd (8). Zo'n arrest is evenmin als de grondwet een vodje papier (9). Arrest 73/2007 heeft de bestaande kieskring ongrondwettig verklaard wegens discriminatie (en wie arresten correct kan lezen weet dat die discriminatie ligt in het eenzijdig taalgrensoverschrijdend karakter)(10). Aldus diende élke overheid binnen het raam van zijn bevoegdheden mee te werken aan de uitvoering ervan en heeft omgekeerd elke overheid binnen het raam van zijn bevoegdheden het recht de toepassing van de ongrondwettige regel te weigeren. Het klopt dat overheden niet op eigen houtje een wet naast zich neer mogen leggen omdat zij die ongrondwettig vinden en misschien zelfs niet een besluit naast zich neer mogen leggen omdat het onwettig is (iets wat elke rechter zonder meer wel mag, de exceptie van illegaliteit van art. 159 grondwet(11)), maar dit verandert volledig nadat er een uitspraak is gedaan met “gezag van gewijsde”.

Als er een bijkomende overgangsperiode wordt bepaald (een techniek die overigens erg betwistbaar zijn; ons grondwettelijk recht laat eigenlijk alleen toe dat de ongrondwettigheid van handelingen die dateren van voor het arrest wordt gedekt(12)), dan betekent dit helemaal niet dat de overheden pas na het verstrijken daarvan zouden moeten denken aan de uitvoering, maar dat de uitvoering binnen die periode moet voltooid zijn (13). In casu heeft de federale wetgever manifest elke medewerking aan de uitvoering van het arrest geweigerd (de wetsvoorstellen werden zelfs niet geagendeerd binnen de 4 jaar na het arrest) en opzettelijk de tijdige uitvoering ervan onmogelijk gemaakt. De verkiezingen werden opzettelijk vervroegd om de overtreding van het arrest te camoufleren.

De burgemeesters hebben bij de uitoefening van de bevoegdheden die hen toekomen (opstelling van kiezerslijsten) te goeder trouw meegewerkt aan de uitvoering van het arrest. Burgers die weigerden te zetelen, hebben te goeder trouw meegewerkt aan de uitvoering van het arrest, zoals het hof van beroep in Brussel op 20 mei 2008 oordeelde (14). Maar de hoofdverantwoordelijke, het federaal parlement, verwijlt nog steeds in de ongrondwettigheid.

Als Dave Sinardet nog eens bruggen wil bouwen, kan hij misschien de onwettige niet-financiering van de Vlaamse school in Komen (15), de onwettige niet-toepassing van de taalwet in Brussel, en de onwettige herhaling van een belangenconflict in een en dezelfde zaak aan de kaak stellen.

Matthias Storme is buitengewoon hoogleraar rechten KU Leuven en UA en advocaat van de burgers die weigerden te zetelen

(deze tekst verscheen met minieme wijzigingen in de Standaard van 23 mei; de nuance "binnen het raam van zijn bevoegdheden" en de uitleg over art. 159 GW zijn daarin wel gesneuveld)

(1) Onder meer in "Een echt debat is iets anders", De Standaard 15 december 2006, met reactie van Filip van Laenen op http://hoegin.blogspot.com/2006/12/dave-sinardet-gespecialiseerde.html


(2) Onder meer in een interview in Tertio 3 oktober 2007 (http://www.tertio.be/archief/2007/T399/T399-bi1.htm). De onjuistheid hiervan heb ik aangetoond in "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html
= inflandersfields.eu/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html = The Brussels Journal 28 januari 2007, verkort als "Brussel-Halle-Vilvoorde moet wel degelijk gesplitst" in De Juristenkrant nr. 154, 26 september 2007, p. 14-15; gevolgd door: "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html = http://inflandersfields.eu/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, Brussels Journal 19 oktober 2007, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.

(3) "Legalisme of opportunisme", De Standaard 21 mei 2008

(4) Het word unbegrenzte Auslegung wordt historisch gebruikt voor de wijze waarop rechters in totalitaire regimes (bv., maar niet enkel, het nationaal-socialisme) de rechtsbescherming van burgers totaal uitholden door onder het mom van interpretatie en op grond van ideologische beginselen, wetten ten aanzien van categorieën van burgers buiten toepassing te verklaren. Zie onder meer het bekende boek van Bernd RÜTHERS, Die unbegrenzte Auslegung: zum Wandel der Privatrechtsordnung im Nationalsozialismus, Mohr Siebeck Tübingen (1) 1968, (6) 2005; Jens WANNER, Die Sittenwidrigkeit der Rechtsgeschäfte im totalitären Staate. Eine rechtshistorische Untersuchung zur Auslegung und Anwendung des § 138 Absatz 1 BGB im Nationalsozialismus und in der DDR (= Abhandlungen zur rechtswissenschaftlichen Grundlagenforschung 79). Aktiv Druck & Verlag, Ebelsbach 1996

(5) Raad van State nr. 138.860, 23 december 2004, gemeente Kraainem; Raad van State, nr. 138.861, 23 december 2004 iz. Grégoire; Raad van State nr. 138.862, 23 december 2004 iz. Gemeente Linkebeek; Raad van State nr. 138.863, 23 december 2004 iz. Bolle; Raad van State nr. 138.864, 23 december 2004 iz. OCMW Linkebeek. Besproken door o.a. J. CLEMENT, “Omzendbrief Peeters: Raad van State bevestigt institutionele basisgegevens van het land”, Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht 2005, 57-65 en J. CLEMENT, “Waarom de grondwetgever geen etnograaf is”, C.D.P.K. (Publiekrechtelijke kronieken) 2005, 414-421.

(6) Arbitragehof, arrest nr. 73/2003 van 26 mei 2003 (http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf)

(7) Art. 9 § 1 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 : “De door het Arbitragehof gewezen vernietigingsarresten hebben een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.”

(8) Voorzitter M. Bossuyt bij zijn installatie, Koningsplein, Brussel herhaald op VRT op 13 november 2007.

(9) Naar de uitspraak van Leo Tindemans.

(10) Zie mijn bijdragen aangehaald in voetnoot 2.

(11) Art. 159 Grondwet: “De hoven en rechtbanken passen de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen.” Voor ongrondwettige wetten, zie de Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989.

(12) Zie mijn "De gevolgen van een handhavingsarrest van het Arbitragehof voor hangende gedingen", Tijdschrift voor Privaatrecht 2004 nr. 3, p. 1345-1349, ook op http://www.storme.be/handhavingsarrest.html

(13) Overigens was de door het Arbitragehof in arrest nr/ 73/2003 bepaalde overgangsperiode van 4 jaar in ieder geval verstreken voor 10 juni 2007, zie mijn "Verkiezingen op 10 juni volgens huidige kieswet zijn ongrondwettig" of "Verkiezingen Zijn Ongrondwettig Volgens Huidige Kieswet"),

(14) Hof van beroep Brussel, 20 mei 2008, iz. G.M., http://www.haviko.org/teksten/arrest_hof_van_ beroep_brussel_20-5-2008.pdf

(15) De School de Taalkoffer, opgericht als Rijksbasisschool in 1981, en waarvan de subsidiëring al sinds 1 januari 1989 (ingevolge de communautarisering van het onderwijs in 1988) diende te geschieden door de Franse Gemeenschap en onwettig wordt geweigerd, terwijl de franstalige scholen in Vlaamse faciliteitengemeenten wel door de Vlaamse Gemeenschap worden betaald.

maandag, mei 12, 2008

Een beeldenstorm in een glas water of een preek in de woestijn.

Een preekstoel uit 1684 waarvan een foto meer dan 2 jaar geleden op internet circuleerde heeft blijkbaar enige heisa veroorzaakt. Ik werd opgebeld door een journaliste van De Standaard met de dringende vraag waarom ik die foto had gepost. Bij de foto staat een korte tekst die de beelden van de preekstoel heel kort beschrijft. Dat alles zou dus normalerwijze geen reden vormen voor een dergelijke vorm van onderzoeksjournalistiek van niet toevallig de Standaard indien die tekst niet toevallig Mohammed vermeldde. Op de website van Brussels Journal van 2 jaar geleden luidt het: “These two photographs were taken in the Church of Our Lady in Dendermonde, Flanders (Belgium). They show the late 17th century pulpit, sculpted in wood by Mattheus van Beveren. The person subdued by the angels and having a Koran in his hands is generally thought to be Mohammed. The sculpture represents the triumph of christianity over islam”.

Aangezien de journaliste het blijkbaar toch niet allemaal goed begrepen heeft en bovendien met gebruik van aanhalingstekens zinnen in mijn mond legt die ik nooit heb uitgesproken, zal ik de lezer toch maar even de ware toedracht vertellen.
In de nasleep van de Deense karikaturenstrijd waren er ook nu en dan wel eens cultuurhistorische bijdragen en debatten, onder meer ook over de vraag in welke mate en hoe Mohammed in het verleden was afgebeeld. Om daarover historisch correcte informatie te verzamelen vroeg de webmeester van de “Mohammed Image Archive” om alle historische afbeeldingen van Mohammed in te zenden – en U vindt die verzameling dan ook op een tiental elkaar spiegelende webstekken onder de naam “Mohammed Image Archive” (o.a. op jthz en en op zombietime). Aangezien ik in kunsthistorische en toeristische werken over Dendermonde gelezen had dat de preekstoel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (ook op http://www.belgiumview.com/belgiumview/tl1/view0004492.php4) een beeltenis van Mohammed bevatte, heb ik een foto daarvan (door een kennis gemaakt) ingezonden en tegelijk ook gesuggereerd aan Brussels Journal (waar ik in die periode enkele artikelen op had gepubliceerd) die ook op te nemen in de rubriek ditjes en datjes (odds and ends). De tekst bij de foto is overgenomen uit de bronnen die ik bezorgde en zeker niet door mij uitgevonden. De foto is in dezelfde maand (april 2006, dus meer dan 2 jaar geleden) overgenomen door enkele andere websites (bv. never yet melted) - maar twee jaar lang is er geen haan die ernaar kraaide. Op het “Mohammed Image Archive” prijkt hij tussen een reeks andere afbeeldingen uit de periode van Middeleeuwen tot Barok, een cultuurhistorisch interessante collectie.

Na een scheldpartij in een Turkse krant verklaarden de Dendermondse conservator en burgemeester, die beiden allicht al een beetje islamofobie kregen in de letterlijke betekenis van het woord, dat het niet om Mohammed ging maar om een persoon die het ongeloof symboliseert. Alsof het bij een beeld uit 1684 niet allebei tegelijk zou kunnen zijn natuurlijk.

Voor zover het dan toch belangrijk zou zijn, geef ik maar de elementen van interpretatie. Gaat het wel om Mohammed ? Dat weet ik niet, maar die interpretatie heb ik alvast niet uitgevonden. Het is gewoon de overgeleverde interpretatie die in de meeste boeken staat die het kunstwerk beschrijven. Zo schrijft “Langs Vlaamse Wegen - Dendermonde” over dit beeld dat het “…afgaande op zijn oosters aandoende muts en het boek dat hij onder zijn arm klemt, zeer waarschijnlijk Mohammed met de Koran voorstelt, waardoor de triomf van Christendom op ketterij wordt gesuggereerd.” (ook weergegeven op denderend.be). Dit boek door Michiel Heirman (reeks onder eindredactie van Patrick Vissers) werd uitgegeven door de toenmalige Stichting Monumenten- en Landschapszorg vzw, Brussel 1990 in samenwerking met de stad Dendermonde. De dhimmitude was toen nog niet zover gevorderd dat men er zich voor schuwde dit te schrijven. In 2006 bevond die uitleg zich nog op de website http://www.planetware.com/dendermonde/church-of-our-dear-lady-interior-b-ov-liint.htm, maar die is intussen verdwenen (of dit verdwijnen nu pas gebeurde of reeds 2 jaar geleden weet ik niet). Als de Morgen schrijft dat Brussels Journal de hetze veroorzaakte door dit uit te vinden, dan is dat dus weer informatie op haar niveau.

Maar nu, kan die overgeleverde interpretatie juist zijn ? Laat ons even aan de hand van een basiskennis van iconografie en geschiedenis enkele elementen bekijken. Het beeld geeft zonder enige twijfel een triomf van het Christendom over “ongelovigen” weer. Maar welke ongelovige is voor dit beeld uit 1684 gekozen ? Een essentieel iconografisch element is het gesloten boek dat de onderworpen man vasthoudt. Het “ongeloof” is in casu dus alvast een ketterij die gebaseerd is op een boek. Bovendien is de figuur duidelijk oriëntaals en meer bepaald Midden-Oosters gekleed (ik lees dat het volgens de conservator om “perzische” kledij zou gaan). Een heilig boek dus. Nu zijn er niet zoveel godsdiensten die geheel gegrond zijn op een boek. Enkel op het boek afgaand zou het ook een joodse figuur kunnen zijn met een Thora (of eventueel een Talmoed) of een Zoroastrische figuur, maar dat laatste is totaal onwaarschijnlijk en ook het eerste is dat, gezien de iconografie van de man die het vasthoudt. Het kunstwerk dateert ook uit 1684, d.w.z. een jaar nadat Wenen ontzet werd door de Poolse koning Jan Sobieski en daardoor uit de handen van de Ottomaanse legers bleef. Ook is er geen enkele religie waarin een heilig boek zo centraal staat en zo onaantastbaar is als de Koraan in de islaam. Het boek dat de ketterij symboliseert kan dus niet anders dan de Koraan zijn. Natuurlijk heeft het beeld wel iets te maken met de overwinning over de islam, mijnheer de burgemeester. Hetzelfde geldt wellicht voor onze zondagse croissants, die in 1683 in de Weense patisserieën gebakken worden om de overwinning op de wassende halve maan (“lune croissante”) te vieren (al bestonden de “Kipfchen” allicht al veel langer), en de liggende halve maantjes onder de kruisen op vele orthodoxe kerken. Die werden niet gemaakt om aan te geven dat Weners of orthodoxen lunatiekers geworden waren.

Is de door de beeldhouwer afgebeelde persoon dan voor die beeldhouwer echt Mohammed ? Dat weet ik niet. Het kan een islamitisch schriftgeleerde zijn - een moefti -, of een religieuze rechter - een kadi -, of een (valse) profeet – en dus Mohammed vermits hij de enige islamitische profeet is (de islam erkent wel aan Mohammed voorafgaande joodse en christelijke profeten, maar Mohammed is vanuit christelijk oogpunt de enige islamitische “profeet”) -. Volgens de journaliste van de Standaard zou ik gezegd hebben dat het een imam of een moefti kan zijn, terwijl ik het woord imam in dit verband natuurlijk nooit heb uitgesproken, omdat een imam minstens in de 17e eeuw geen schriftgeleerde is maar enkel een voorganger in het gebed. Het is zeker geen louter wereldlijke figure uit het Ottomaanse rijk, een sultan of zo, want dan zou die met wapens afgebeeld zijn en niet met een heilig boek. Kijk maar naar de talloze beelden en afbeeldingen van christelijke overwinnaars op moren of turken van de middeleeuwen tot de barok: die hadden geen boek vast maar een (krom)zwaard. Er zijn duizenden beelden van “Santiago Matamoros”, Sint-Jakob de morendoder in die iconografie. Hier alvast eentje uit de kathedraal van Santiago voor dhimmis het onderste deel van de beeldengroep "verstopt" hebben.


In de kapel van het Klein Seminarie in Sint-Niklaas (Sint-Antoniuskerk) staat een beeld van Sint-Johannes Capestrano, afgebeeld in franciscanerpij met in de rechterhand een groot vaandel en de voet op een verslagen Turk (beschreven in Anthony Demey e.a., De Sint-Antoniuskerk te Sint-Niklaas – 300 jaar sobere barok, Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen, Gent 1996, p. 39, en in J. Dedeurwaarder, Professor Speleers. Een biografie, Gent, 2002, p. 18). Dit barokke beeld toont de overwinning op de Turken bij Belgrado in 1456, die te danken zou zijn geweest aan de tussenkomst van Johannes van Capestrano, die vanaf 1454 een kruistocht tegen de Ottomanen had bepleit en zich tijdens de slag in de voorste rijen bevond. En op de Karelsbrug in Praag staan de H. Procopius en H. Vincentius Ferrer afgebeeld op een sokkel bestaande uit een joode rabbi, een Turk en een duivel.



Dat de figuur in Dendermonde kledij draagt uit het Ottomaanse rijk in de 17e eeuw en er niet uitziet als een bedoeïen uit de zevende eeuw, is niet zo relevant. In de 17e eeuw zoals in de daaraan voorafgaande eeuwen werden historische figuren altijd wel uitgebeeld in de kledij van die tijd en niet in die van hun historische tijd; dat zien we ook bij sommige Mohammed-afbeeldingen in het Mohammed Image Archive.

Wat natuurlijk wel klopt is dat niet enkel moslims wel eens als ongelovige of ketter werden afgebeeld. De beeldentaal wisselde naargelang de historische omstandigheden.

Zo vindt men in veel christelijke kerken twee vrouwen, een blinde en een ziende, Synagoge en Ecclesia, die het jodendom respectievelijk het christendom afbeelden (bv. in de kathedraal van Straatsburg), waar het beeld Synagoge in maart 2007 zwaar werd verminkt gelukkig een kopie, het origineel staat in het museum). Die iconografie is in het Westen bekend sedert de Karolingers en bestond al eeuwen in het Oosten (Betty Kurth, "Ecclesia and an Angel on the Andrew Auckland Cross", 6. Journal of the Warburg and Courtauld Institutes, 1943, p. 213); vaak werd Synagoge ook door een engel verwezen.

Zo zijn er inderdaad ook beelden van engelen die protestanten verjagen of onderwerpen, maar dan vooral in de 16e eeuw, zoals bv. in de Chiesa del Gesu, de jezuïetenkerk in Rome, de beeldengroep “triomf van het geloof over de ketterij” door Pierre Le Gros, vlakbij het graf van Sint-Ignatius. Daar worden Luther en Huss uit de hemel verjaagd.

Die christelijke verdeeldheid had overigens als neveneffect dat zij bijdroeg tot de Ottomaanse opmars in de 16e en 17e eeuw. En, zoals Desiderius Erasmus uiteenzette in zijn Consultatio de bello Turcis inferendo uit 1530 (het jaar na het eerste beleg van Wenen) (vertaald door J. PIOLON, De Turkenkrijg, uitg. Donker Rotterdam 2005), is de macht van de Turken, het gevolg van de verdeeldheid in West-Europa maar ook van een decadent en futloos geworden christendom, dat de kracht mist om de islam in spiritueel opzicht het hoofd te bieden. Volgens Erasmus moesten de Europeanen dan ook op de eerste plaats de Turk in zichzelf bestrijden.

maandag, maart 24, 2008

Represailles: niet louter hoon, maar broodroof

Nadat Chris Michel, gastheer van de "Gravensteengroep" in de Standaard van 6 maart ("Agree to disagree") schreef dat vele mensen die het eens zijn met het Gravensteenmanifest niet openlijk durven meedoen uit schrik voor represailles, durfde Walter Zinzen (de man die ook al in dS van 4-9-2007 een zinzende interpretatie gaf aan het BHV-arrest die ik eerder al weerlegd heb) in de Standaard van 10 maart te beweren dat daar niets van waar is, met het argument dat het juist mensen zijn die afwijken van de Vlaams-nationale standpunten die hoon en smaad ten deel krijgen en niet gelezen worden. Mocht het toch waar zijn zou hij zeker steun verlenen.

Zinzen bewijst hiermee dat hij ofwel blind is of te kwader trouw. Het gaat er immers niet om of mensen kritiek krijgen voor de standpunten die ze innemen: natuurlijk is er openlijk kritiek op diegenen die de pleiten voor annexatie van een deel van Vlaanderen bij Brussel of wijzigingen van de taalgrens ten nadele van Vlaanderen. Zou Zinzen veel vriendelijker zijn voor uitspraken van Vlaamse irredentisten die "verloren gebieden" ten zuiden van de taalgrens zouden willen terugwinnen ? Maar hebt U al op grote schaal hoon en smaad gehoord voor de verdedigers van het status-quo, het op dit ogenblik geldende "unionistisch federalisme" ? En bovendien gaat het voor de flaminganten om veel erger dan hoon en smaad: het gaat om broodroof, mijnheer Zinzen. Dat U de vermelding van represailles door Chris Michel weglacht bewijst dat die broodroof blijkbaar niet geldt voor mensen van uw mening.

Die broodroof schuwt de publiciteit; ze is veel gevaarlijker dan publieke hoon en smaad. En de dreiging ermee is ook veel effectiever, want op publieke beledigingen kan je nog antwoorden, tegen al dan niet gecamoufleerde dreiging met broodroof sta je grotendeels machteloos. En één enkele persoon bij wijze van voorbeeld broodroven weerhoudt er honderd anderen van om zich te outen. Dit betekent ook dat de bekende gevallen het topje van de ijsberg zijn. Elke flamingante lezer weet wel waar het over gaat en kent voorbeelden uit zijn omgeving.

In een groot deel van het bedrijfsleven wordt alvast niet gelachen met flamingante uitingen. Herman de Bode moest op 7 december 2005 ontslag nemen als managing partner van McKinsey omdat hij het Manifest van de Denkgroep in de Warande had ondertekend, dit onder druk van Belgische bedrijven en misschien ook overheden die dreigden geen beroep meer te doen op McKinsey. Van UCB (Georges Jacobs) is dit geweten, van andere bedrijven genre Solvay, Fortis, Delhaize zijn er minstens aanwijzingen, en ze hebben de aan hun adres in Trends geuite beschuldiging alvast nooit tegengesproken. Morele en andere steun van Walter Zinzen heeft de Bode alvast nooit gekregen. Dit soort druk is helemaal niet zeldzaam. Vele andere personen werkzaam in het bedrijfsleven durfden het Warandemanifest niet te tekenen. Bedrijven die mijn cliënten zijn als advocaat werden ook al benaderd uit dezelfde kringen met de boodschap dat het toch niet hoorde om bij zo'n flamingante advocaat als Storme te gaan.

In de culturele wereld is het nog een stuk erger. The Strangers zijn totaal geboycot geworden door de officiële en andere circuits omdat ze op 24 november 1992 op een congres van het Vlaams Blok waren opgetreden. Pas nadat de groep al 4 jaar ontbonden was zijn ze posthuum nog eens mogen optreden voor het bal van de Antwerpse burgemeester in 2006. Andere zangers en musici die ooit op een VB-manifestatie zijn opgetreden zijn ook systematisch geboycot. Maar een VB-optreden is zelfs niet nodig: Soetkin Collier mocht niet mee met haar groep Urban Trad gaan zingen op het Eurosongfestival 2003 in Letland omdat de Staatsveiligheid niet alleen een fout dossier over haar had opgesteld maar dit ook nog goed getimed naar de Franstalige media lekte. Behalve deelname aan enkele betogingen - een grondwettelijk rehct toch, niet ? - bevatte het zelfs geen verwijt aan haarzelf maar enkel killing by association: verenigingen waar ze in haar jeugd lid was van geweest en activiteiten van familieleden. Sippenhaft, weet U wel. Als zelfs de wetgever dat tot norm maakt, dan moet men van de media blijkbaar niet beter verwachten. Roemroof was haar deel. Steun gekregen van Zinzen ?

In de media zijn te kritische flamingante journalisten vaak op een zijspoor gezet. Waarom zou Roger van Houtte anders uit de redactie Binnenland van de GVA geweerd zijn ? (Zie "Bank achteruit voor GVA-journalist Roger van Houtte") Om nog te zwijgen van de tussenkomst van Verhofstadt via Prodi bij Bolkestein om Derk-Jan Eppink te doen zwijgen of te ontslaan. En ik ben benieuwd welke kansen Chris Michel nog gaat krijgen in de media nu hij de omertà doorbroken heeft.

In de academische wereld is het iets beter, maar toch. In universitaire benoemingscommissies worden kandidaten omwille van hun "flamingante" of "rechtse" politieke overtuiging niet voorgedragen; voor elke keer dat dit uit een vermelding in een verslag blijkt zullen er minstens 10 andere keren zijn waar men zo voorzichtig is dat niet op papier te zetten. Wie al benoemd is riskeert vervroegd op pensioen te worden gestuurd of anderszins op een zijspoor te worden gezet, zoals aan de Artevelde Hogeschool in Gent. Op wetenschappelijke congressen worden conservatieve academici die uitgenodigd waren om een lezing te geven, plotseling "gedisiniviteerd" onder politieke druk. Dr. Koenraad Elst bv. (Zie dit voorwoord). Steun gekregen van Zinzen ?

En dan hebben we het nog niet over diegenen die ooit de euvele moed hebben gehad lid te worden van het VB of in dienst van die partij te gaan. Zij worden overal buitengegooid en gestraft met een vorm van burgerlijke dood, waaruit ze pas kunnen herrijzen indien ze er niet alleen uitstappen maar ook nog eens stevig aan VB-bestrijding te doen.

Ging het maar om smaad en hoon alleen ....

vrijdag, februari 01, 2008

Waarom socialisten complotten zien

Bij het lezen van een interview met Naomi Klein over haar jongste boek Schocktherapie werd me duidelijk dat de gevaaranalyse die iemand maakt zeer sterk afhangt van het wereldbeeld en de ideologie die die persoon zelf aanhangt; en ik bedoel daarmee minder de partijdigheid in de waarneming als wel het denkpatroon dat men hanteert. Zo zullen aanhangers van centralistische ideologieën die geloven in centrale planning en machtsconcentratie, zoals socialisten en fascisten, veel sneller geloven in complottheorieën. Klein is daar het mooiste voorbeeld van (zie bv. deze recensie door Jonathan Kay)Wie omgekeerd niet gelooft in centrale planning als maatschappijmodel, zal er ook veel meer van uitgaan dat het gevaar komt van diegene die niet deelnemen aan het gedecentraliseerde spel van markt en civilisatie, de "marginalen" die door de nieuwe socialisten vaak geloofd worden als de brengers van alle heil.

zondag, januari 20, 2008

Blinde vlekken in Reynebeau's valkeoog

(update onderaan)
In de Standaard van 19 januari bleek nogmaals dat Reynebeau op zijn best is wanneer hij opiniestukken schrijft waarin hij duidelijk voor een stelling uitkomt (in casu het stuk "Het neoliberalisme spreekt Engels") en op zijn slechtst wanneer hij ogenschijnlijk neutraal aan berichtgeving of geschiedschrijving beweert te doen (nl. in de bijdrage over Bruno Valkeniers "De man die uit de schaduw komt"). In de laatste bijdrage beoefent de historicus zijn geliefde techniek van het amalgaam met het oog op "killing by association". En al kan ik op veel andere slakken ook zout leggen, ik beperk me om op de selectiviteit van het geheugen van Reynebeau te wijzen wat de Orde van de Vlaamse Leeuw betreft. Volgens Reynebeau zou de passage van Valkeniers in de vzw Beweging Vlaanderen-Europa een ruk naar rechts hebben veroorzaakt, die ertoe zou geleid hebben dat de Orde van de Vlaamse Leeuw "(die) traditioneel meestal naar prominenten uit de brede culturele sfeer (ging)" (...) "de jongste jaren naar laureaten uit de radicaal-Vlaamse frontlijn, met 'de burgemeesters van Halle-Vilvoorde' en Remi Vermeiren, het 'gezicht' van het Warandemanifest" en "in 2007 naar de meest flamingantische van de vorige generatie christendemocratische politici, Herman Suykerbuyk".

Welnu, zoals vaker ziet Reynebeau spoken. De Orde van de Vlaamse Leeuw werd 16 keer uitgereikt onder voorzitterschap van Piet Blomme en de jongste 8 keer onder mijn voorzitterschap. De allereerste Orde werd uitgereikt aan een Vlaamse strijdende politicus uit de frontlijn, nl. Ernest Soens; in die eerste periode ging de Orde verder 6 x naar prominenten uit de culturele sfeer (Deleu, Durnez, Briers, Brouwers, Marijnissen, Penninckx), 4 x naar personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Sevenants, Gerlo, Campo, Van Overstraeten), 3 x naar een journalist (Grammens, Platel, Ruys) en 2 x naar historici (Simons, Willemsen). Sedert ik voorzitter ben werd ze 3 x uitgereikt aan een kunstenaar (Jari Demeulemeester, Harold van de Perre, Hubert van Herreweghen), 1 x aan een journalist (Kees Middelhoff), 2 x aan Vlaamse strijdende politici (Leo Peeters en Herman Suykerbuyk), die moeilijk kunnen gezien worden als een symptoom van extreem-rechts, en 2x aan personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Ludo Abicht en Remi Vermeiren). Wie die 8 namen ziet kan moeilijk ernstig stellen dat hier een "ruk naar rechts" heeft plaatsgevonden die met de "passage" van Valkeniers te maken zou hebben. Valkeniers is geen lid van de Orde van de Vlaamse Leeuw. Suykerbuyk is al evenmin lid van de "club die hem de onderscheiding toekende" (tenzij als laureaat en eerst sinds dan); beiden zijn wel lid van de Beweging Vlaanderen-Europa. Het klopt dat enkele recente uitreikingen van de Orde plaats vonden in samenwerking met die Beweging en met name gekoppeld werden aan de uitreiking van een Gulden Spoor door die Beweging. Dat heeft op de eerste plaats te maken met de kost van zo'n organisatie. Maar wie op die "koppeling" wijst, mag er aan herinnerd worden dat juist daardoor de jongste jaren er nog veel meer uitreikingen hebben plaatsgevonden aan "prominenten uit de brede culturele sfeer", al heten die dan "Gulden Spoor" in plaats van "Orde van de Vlaamse Leeuw": in 2006 Godfried Lannoo en Patricia Carson, in 2007 Jean-Pierre Rondas Connie Neefs en Norbert d'Hulst. Maar volgens Reynebeau getuigen al die namen natuurlijk alleen maar van een "klein flamingantisch milieu waarin men elkaar prijzen geeft".

Het is erg waarschijnlijk dat de betrouwbaarheid van Reynebau's verhaal in andere opzichten niet groter is en zijn paranoia even groot.

Tot slot: ik heb niet de minste behoefte om te ontkennen dat er wellicht meerdere verenigingen zijn waarvan Bruno Valkeniers en ikzelf allebei lid zijn. Hetzelfde kan wat mij betreft wellicht gezegd worden van omzeggens elke in het verenigingsleven actieve Vlaming. Uit de grote hoeveelheid verbanden die tussen mensen in Vlaanderen kunnen gelegd worden enkel diegene halen die in een complottheorie passen en al de rest verzwijgen is een vorm van journalistiek die misschien past in De Morgen maar zowel de Standaard als een historicus onwaardig is.

Matthias Storme
Voorzitter Orde van de Vlaamse Leeuw

update:
En ziehier wat de Standaard van mijn lezersbrief heeft gemaakt.....:
Valkeniers
Volgens De Standaard zou de passage van Bruno Valkeniers in de vzw Beweging Vlaanderen-Europa een ruk naar rechts hebben veroorzaakt, die ertoe geleid zou hebben dat de Orde van de Vlaamse Leeuw '(die) traditioneel meestal naar prominenten uit de brede culturele sfeer (ging)' (...) 'de jongste jaren naar laureaten uit de radicaal-Vlaamse frontlijn ging' Welnu, De Standaard ziet spoken. De Orde van de Vlaamse Leeuw werd 16 keer uitgereikt onder voorzitterschap van Piet Blomme en de jongste acht keer onder mijn voorzitterschap. In die eerste periode ging de Orde zes keer naar prominenten uit de culturele sfeer (Deleu, Durnez, Briers, Brouwers, Marijnissen, Penninckx), vier keer naar personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse Beweging (Sevenants, Gerlo, Campo, Van Overstraeten), drie keer naar een journalist (Grammens, Platel, Ruys) en tweemaal naar historici (Simons, Willemsen). Sedert ik voorzitter ben, werd ze driemaal uitgereikt aan een kunstenaar (Jari Demeulemeester, Harold van de Perre, Hubert van Herreweghen), eenmaal aan een journalist (Kees Middelhoff), tweemaal aan Vlaamse strijdende politici (Leo Peeters en Herman Suykerbuyk) die moeilijk kunnen gezien worden als een symptoom van extreem-rechts, en tweemaal aan personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Ludo Abicht en Remi Vermeiren). Wie die acht namen ziet, kan moeilijk ernstig stellen dat hier een 'ruk naar rechts' heeft plaatsgevonden die met de 'passage' van Valkeniers te maken zou hebben. Valkeniers is geen lid van de Orde van de Vlaamse Leeuw.
Matthias Storme,
voorzitter Orde van de Vlaamse Leeuw

donderdag, januari 17, 2008

amerikaanse stemtest

Ik heb me ook maar laten verleiden om mee te doen aan de amerikaanse stemtest.
Resultaat:
Fred Thompson 36
Duncan Hunter 36
Mitt Romney 31
Mike Huckabee 26
Ron Paul 26
John McCain 21
Dennis Kucinich 14
Chris Dodd 14
Rudy Giuliani 14
John Edwards 12
Joe Biden 9
Bill Richardson 8
Mike Gravel 8
Hillary Clinton 6
Barack Obama 6

Fred Thompson
Score: 36
Agree
Immigration
Taxes
Stem-Cell Research
Abortion
Social Security
Line-Item Veto
Marriage
Education
Disagree
Iraq
Health Care
Energy
Death Penalty
Gun Control
Environment
Duncan Hunter
Score: 36
Agree
Immigration
Taxes
Stem-Cell Research
Abortion
Social Security
Line-Item Veto
Energy
Marriage
Disagree
Iraq
Health Care
Death Penalty
Gun Control
Environment
Education

-- Take the Quiz! --



Als ik nu eens wist wie Duncan Hunter is ... van de score voor Thompson en Romney verschiet ik alvast niet.

donderdag, januari 03, 2008

De Ceulaer, werp uw kroon naar Sneyssens !

In Knack van vandaag meent Joël de Ceulaer mij de les te moeten spellen omdat ik niet zou geprotesteerd hebben tegen de veroordeling van Abou Jahjah door de correctionele rehtbank te Antwerpen voor zijn rol in de Borgerhoutse rellen van 2002. Ik schreef hem het volgende:

Misschien moet ik Joël de Ceulaer eraan herinneren dat ik enkele dagen na de door hem geciteerde uitspraak van mij reeds gezegd heb dat, indien ik het standpunt van de AEL had gekend, ik AEL naast het Vlaams Blok zou hebben genoemd als een partij die al evenzeer de vrijheid van meningsuiting verdedigde. Waar het om ging was immers dat ik het niet verantwoord vond te stemmen voor partijen die de wetten hadden goedgekeurd die onder meer het loutere geweldloze aanzetten tot zogenaamde discriminatie strafbaar stellen.

Ten tweede bestaan er vele vormen van het conservatisme, en het zou alvast in hoofde van Burke en Scruton niet inconsequent zijn om deze beperking van de vrijheid van meningsuiting te billijken, en al evenmin voor Herman de Dijn. Dus is er ook geen enkele noodzaak voor wie zich op dat gedachtengoed beroept om de Heer Abou Jahjah te hulp te snellen. Boudewijn Bouckaert is zoals U weet veeleer een liberaal dan een conservatief. En wat mijzelf betreft, houd ik hoewel conservatief zijnde heel erg aan de fundamentele vrijheden van onze Grondwet, ja. Dus verklaar ik me even nader.

Ik heb niet de gewoonte me over vonnissen uit te spreken die ik niet heb bestudeerd; als iemand mij de tekst ervan kan bezorgen, kan ik misschien iets zinnigs zeggen. U weet ook dat ik altijd verdedigd heb dat de grens van de vrijheid van meningsuiting voor mij ligt bij het aanzetten tot geweld. Met wat ik van de zaak weet - maar zoals gezegd is dat onvoldoende om me er echt over uit te spreken - gaat het hier over een beschuldiging van aanzetten tot geweld. Juridisch lijkt er op het eerste gezicht dus niets mis vanuit de door mij verdedigde doctrine, maar daarmee vel ik geen oordeel over het bewezen zijn van de feiten. Daarvoor moet men minstens het vonnis en bij voorkeur ook het dossier kennen. Ik neem aan dat U dat bestudeerd hebt, mijnheer de Ceulaer ?

Update: Ik heb intussen het vonnis ontvangen en kunnen lezen. Zonder dossier kan ik nog steeds niet oordelen of de bewezen verklaarde feiten inderdaad zo hebben plaatsgevonden. Maar ik kan wel zeggen dat ik de straf buitensporig vind. Eén jaar effectief, als men weet welke straffen maar uitgesproken worden voor andere zaken (de klappen die de dood van Guido Demoor veroorzaakten bijvoorbeeld)...

Update 2: er verscheen een kritisch en goed geargumenteerd artikel over het vonnis op de webstek van de Gazet van Antwerpen van de hand van John de Wit (een van de weinige journalisten die zich nog vastbijt in juridische vragen en daarbij van de nodige juridische expertise getuigt):"AEL-kopstukken krijgen één jaar cel voor opjutten tot rellen"

zaterdag, december 29, 2007

nieuwjaarsgroet en reisherinnering

Aan alle lezers vooreerst mooie kerstdagen en een gelukkig 2008 gewenst van de hele familie, die U hier groet vanuit Bryce Canyon.



Van dezelfde plek nog een beeld dat me doet denken aan een schilderij van Caspar David Friedrich:



Uit Utah, het beloofde land van de Mormonen en inderdaad een van de mooiste landen ter wereld.

woensdag, december 26, 2007

Vlaanderen te klein ?

Over het deugen van kleine naties is er de jongste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek verricht, waarvan de positieve resultaten druppelsgewijs ook in de media kwamen (denk aan Alberto Alesina en Enrico Spolaore, The size of nations; zie ook het recente stuk van Gideon Rachman in de Financial Times van 4 december 2007). Die deugden hangen overigens ook samen met het juiste dan wel verkeerde gebruik van de term diversiteit: diversiteit is immers een rijkdom als het complementariteit betekent en een verarming als het vertrouwen en dus sociaal kapitaal verzwakt. Ik zal daar te gelegener tijd nog wel wat meer over schrijven. Maar bij mijn lectuur herontdekte ik de zoals omzeggens steeds treffende analyse van Aristoteles, meer bepaald in zijn Politika, VII-4, 3-5. Ik citeer uit de Engelse vertaling van Benjamin Jowett (op http://classics.mit.edu/Aristotle/politics.html):

"Most persons think that a state in order to be happy ought to be large; but even if they are right, they have no idea what is a large and what a small state. For they judge of the size of the city by the number of the inhabitants; whereas they ought to regard, not their number, but their power. A city too, like an individual, has a work to do; and that city which is best adapted to the fulfillment of its work is to be deemed greatest, in the same sense of the word great in which Hippocrates might be called greater, not as a man, but as a physician, than some one else who was taller And even if we reckon greatness by numbers, we ought not to include everybody, for there must always be in cities a multitude of slaves and sojourners and foreigners; but we should include those only who are members of the state, and who form an essential part of it. The number of the latter is a proof of the greatness of a city; but a city which produces numerous artisans and comparatively few soldiers cannot be great, for a great city is not to be confounded with a populous one. Moreover, experience shows that a very populous city can rarely, if ever, be well governed; since all cities which have a reputation for good government have a limit of population. We may argue on grounds of reason, and the same result will follow. For law is order, and good law is good order; but a very great multitude cannot be orderly: to introduce order into the unlimited is the work of a divine power- of such a power as holds together the universe. Beauty is realized in number and magnitude, and the state which combines magnitude with good order must necessarily be the most beautiful. To the size of states there is a limit, as there is to other things, plants, animals, implements; for none of these retain their natural power when they are too large or too small, but they either wholly lose their nature, or are spoiled. For example, a ship which is only a span long will not be a ship at all, nor a ship a quarter of a mile long; yet there may be a ship of a certain size, either too large or too small, which will still be a ship, but bad for sailing. In like manner a state when composed of too few is not, as a state ought to be, self-sufficing; when of too many, though self-sufficing in all mere necessaries, as a nation may be, it is not a state, being almost incapable of constitutional government. For who can be the general of such a vast multitude, or who the herald, unless he have the voice of a Stentor?"

zondag, december 23, 2007

De onredelijke eisen van een kunstfilosoof

Estheticus Bart Vandenabeele herhaalt in dS van 22 december ("Di Rupo aan de macht") de francofone mantra dat de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen "onredelijke "Vlaamse" eisen is blijven stellen". Let op de aanhalingstekens. Maar merk vooral op dat Vandenabeele geen enkel voorbeeld geeft om ons ertoe te verleiden zijn waarneming te delen. Dat kan hij ook niet, want die "eisen" die de N-VA zou hebben gesteld zijn helemaal niet onredelijk en bovendien slechts een fractie van wat omzeggens alle Vlaamse partijen in hun verkiezingsprogramma hadden opgenomen bv. dat van CD&V op p. 58) en bijna unaniem in het Vlaams parlement hadden goedgekeurd. Misschien kan de filosoof zelf eens belangeloos een subliem voorstel doen en het interculturele model communiceren waarmee hij het Belgische surrealistische schouwspel wil oplossen in plaats van aan N-VA-bashing te doen.

Noyez Joëlle

(Milquet) ... is de nieuwe vertaling van Zalig Kerstfeest in het Frans voor de Vlamingen ...

donderdag, december 13, 2007

Wat Vandermeersch vergeet

In de Standaard van vandaag 3 december verontschuldigt Peter Vandermeersch zich er tegenover de hoofdredactrice van Le Soir weer eens voor dat De Standaard te flamingant is .....waarmee hij zowel een groot deel van zijn lezers als sommige van zijn journalisten (Guy Tegenbos) opnieuw in de rug schiet.

Onder meer herhaalt hij de mantra "Over BHV zeggen we te snel dat het kiesarrondissement moet gesplitst worden volgens het Grondwettelijk Hof en 'vergeten' we dat er ook andere oplossingen mogelijk zijn".

Vandermeersch "vergeet" er natuurlijk bij te vertellen welke. Behalve de afschaffing van alle kieskringen en vervanging door één grote Belgische kieskring is er immers géén andere oplossing mogelijk die beantwoordt aan de reden voor de ongrondwettigheid van de kieskring: het taalgrens-, gemeenschaps- en gewestoverschrijdend karakter ervan. Dat verzwijgen is pas "slechte en ongenuanceerde journalistiek"

maandag, december 03, 2007

There is no government like no government

De maanden zonder echte federale regering zijn een leerrijke periode voor ons land. Ze zijn dit op twee vlakken. Enerzijds natuurlijk omdat blijkt dat ook zonder federale regering de samenleving verder draait en Vlaanderen en Wallonië niet terugvallen in een positie van "failed state". Gelukkig maar bepaalt de overheid nog niet alles in ons dagelijks leven. En voor de dagelijkse beslommeringen waarin de overheid wel een grote rol speelt, ligt de bevoegdheid vaak ofwel nu al bij de deelstaten, ofwel in handen van organen die in een rechtsstaat onafhankelijk werken zoals de rechterlijke macht, of bij structuren die in handen zijn van corporatieve organisaties zoals de sociale partners. Dit betekent niet dat dit alles - zeker wat het laatste betreft - altijd even gezond is, maar de continuïteit is alvast verzekerd. En toch horen we wanhopige uitroepen van politici en meer nog van aan de banden met de politiek verslaafde kringen die het ontbreken van een echte federale regering een ramp noemen. Doordat we een regering van lopende zaken hebben zouden de hoogst noodzakelijke beslissingen niet kunnen worden genomen.

Volgens mij legt dit meer dan ooit de scheefgroei van onze parlementaire democratie bloot. In een parlementaire democratie kunnen alle wetten en reglementaire beslissingen door het parlement worden genomen, het is tenslotte de wetgevende macht. Maar ons parlement is zo sterk verworden tot een uitvoerende macht van de regering dat het niet meer in staat is zijn taak en bevoegdheden uit te oefenen. Nemen we bijvoorbeeld wetten het probleem van wetten die niet in werking treden omdat er geen koninklijk Besluit komt dat ze in werking stelt: dat is maar een probleem omdat het parlement de slechte gewoonte heeft wetten te stemmen die in een laatste artikel bepalen dat de koning (dus de regering) de datum van inwerkingtreding zal vastleggen. Maar in de meeste gevallen moet het parlement dan maar dat laatste artikel veranderen door een vaste datum en het probleem is opgelost. Moeten er nog regels voor uitvoering worden uitgevaardigd ? Het parlement is bevoegd die regels te maken, maar is dat alleen verleerd. En als men zou antwoorden dat het parlement daartoe niet de mensen en middelen heeft, dan vergeet men dat het parlement zijn eigen begroting kan bepalen en wijzigen door middel van een wet.

Het enige reële probleem rijst doordat het in ons grondwettelijke stelsel - om goede redenen - niet aan het parlement toekomt om individuele besluiten te nemen, zoals bv. benoemingen. En omdat de federale regering nog in lopende zaken zou zijn, zou dat dus niet kunnen. Maar men vergeet dat de reden waarom een regering vanaf de ontbinding van het parlement in beginsel geen echte beslissingen kan nemen het ontbreken van parlementaire controle is. Eenmaal het parlement terug is samengesteld valt die reden grotendeels weg. Dat het parlement verdorie de uittredende regering aan het werk zet en controleert. Nu hebben we parlementsleden die al 6 maanden betaald worden om nauwelijks iets te doen. Het http://www.blogger.com/img/gl.link.gifis een kans om eindelijk eens de machtsverhoudingen terug wat rechter te trekken. Laat het parlement zoals het hoort in een parlementaire democratie de krijtlijnen uittekenen van het beleid. Dan is het ook veel minder relevant welke regering we hebben. In Zwitserland is het al heel lang zo dat ministers in beginsel niet kunnen ontslagen worden tijdens de legislatuur waarvoor ze benoemd zijn en dat de regering bovendien zowat proportioneel uit alle partijen wordt samengesteld (inbegrepen sedert decennia de Zwitserse Volkspartij die door de ayatollahs van onze media intussen ook al tot extreem-rechts is bestempeld). Maar die ministers zijn wel verplicht om de richtlijnen van - een meerderheid in - het parlement te volgen.

Maar natuurlijk - in zo'n situatie zou de Vlaamse meerderheid ook wel eens één en ander kunnen beslissen (op zijn eentje). En het is vooral om dat te vermijden dat het parlement in België geen echt parlement mag zijn. Met een echt parlement zou het land niet lang meer overleven. Net zoals het land ook een scheut directe democratie niet lang zou overleven. En dus wordt er gesmeekt om een regering, die de democratie weer netjes opzij kan zetten en de Vlaamse verzuchtingen weer kan lamleggen. Laat ons toch nog maar even zonder blijven.
(deze bijdrage verschijnt in Doorbraak)

donderdag, november 29, 2007

Burgers vechten antidiscriminatiewetten aan bij het Grondwettelijk Hof

Vandaag werd namens meer dan 160 verzoekers een verzoekschrift gericht aan het Grondwettelijk Hof om de dit jaar aangepaste racisme- en discriminatiewetten te laten vernietigen.

De meer dan 160 verzoekers zijn mannen en vrouwen van alle leeftijden, uit alle Gewesten van België en uit alle lagen van de bevolking. Onder hen zijn zowel werklozen als bedrijfsleiders, zelfstandigen, bedienden, ambtenaren, advocaten, studenten en gepensioneerden. Veel verzoekers werken in de media of publiceren regelmatig teksten. Een van hun voornaamste bezorgdheden was de schending van de vrijheid van meningsuiting door de aangevochten wetten.

De drie wetten kwamen er nadat het toenmalige Arbitragehof op 6 oktober 2004 belangrijke onderdelen van de antidiscriminatiewet van 2003 vernietigd had. De regering besloot drie nieuwe wetten op te stellen: een wet die de oude racismewet uit 1981 moest vervangen, een nieuwe antidiscriminatiewet en een wet met betrekking tot de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De wetten werden van kracht op 9 juni 2007, één dag voor de verkiezingen van 10 juni 2007.

Deze nieuwe wetten bevatten zeer vage en ruime bepalingen. Onder andere de vrijheid van meningsuiting, maar ook de godsdienstvrijheid en de vrijheid van vereniging worden aan ernstige beperkingen onderworpen.

De discriminatieverboden en strafbepalingen zijn zo vaag dat volgens een strikte interpretatie van de wet, personen strafbaar zouden kunnen gesteld worden voor het voorlezen van bepaalde passages uit de Bijbel of de Koran, of zelfs voor het verspreiden van de werken van Darwin of Shakespeare. Ook kan iedereen die zijn medewerking verleent aan een 'groep die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt', gestraft worden, ook al wordt die medewerking onopzettelijk verleend.

In burgerlijke zaken wordt de bewijslast omgekeerd zodra er door middel van statistieken of praktijktests een vermoeden van discriminatie zou aangetoond worden. Mensen die dan niet kunnen bewijzen dat ze niet discrimineerden, kunnen veroordeeld worden tot betaling van forfaitaire schadevergoedingen (voor werkgevers bijvoorbeeld gaande tot zes maanden brutoloon), zelfs zonder dat er van schade sprake hoeft te zijn.

De volledige tekst van het verzoekschrift staat op de webstek van één van de verzoekers: http://lvb.net/media/Verzoekschrift-Grondwettelijk-Hof.pdf

Nadere inlichtingen kunnen verkregen worden bij de advocaten Matthias.storme@ks4v.be of Jelle.Flo@ks4v.be

zaterdag, november 24, 2007

Levensbeschouwelijke visies op staat, recht en civil society

Voor de geïntereseerden heb ik een bijgewerkte versie van mijn syllabus "Levensbeschouwelijke visies op staat, recht en civil society" op het net geplaatst. Er zijn enkele nuances aangebracht en voorbeelden toegevoegd. Voor wie het hoofdstuk over secularisme/laïcisme als levensbeschouwing leest,wil ik er nogmaals de nadruk op leggen dat het hier niet gaat om de beschrijving van de vrijzinnigheid in zijn diverse stromingen, maar van een bepaalde versie ervan, die een coherent wereldbeeld heeft ontwikkeld dat ook vandaag effectief wordt verdedigd en uiteengezet. Net zoals de beschrijving van het rooms-katholicisme helemaal niet inhoudt dat alle of zelfs maar de meeste katholieken zich dat wereldbeeld eigen hebben gemaakt.

vrijdag, november 23, 2007

"Om niet te delen in haar zonden" (Op. 18, 4). Beschouwingen over de rechtvaardiging van secessie bij aantasting van de "vrijheit hunder constitutien"

Dit is de voorlopige tekst - zonder voetnoten - van mijn Openingsrede op de plechtige openingszitting van de balie te Oudenaarde op 16 november 2007. De tekst met voetnoten is te vinden op storme.be. Een verslag ervan door John De Wit in de Gazet van Antwerpen luidt: "Storme: "Cassatie levert basisrechten over aan vreemde heersers""



Het kan geen toeval zijn dat U mij laat spreken op een 16e november ....

Op 16 november 1813 brak in het Vlaamse land de opstand uit tegen de Franse bezetting, één dag na Amsterdam en Den Haag, en maakte ons land zich weer los van Frankrijk.

Op 16 november 1776 erkende de Republiek der Verenigde Provinciën, dit zijn de Staatse Nederlanden, als eerste land ter wereld de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika, die in opstand waren gekomen tegen de Britse Kroon en op 4 juli van dat jaar hun onafhankelijkheid hadden uitgeroepen door middel van de roemrijke Declaration of Independence .

Slechts enkele dagen voor de 16e november, op 8 november 1576 werd de Pacificatie van Gent ondertekend als een bondgenootschap tussen de verschillende opstandige provincies der Spaanse Nederlanden. Dit leidde tot het handvest voor de regering van aartshertog Matthias als landvoogd (17 december 1577) tot de Unie van Utrecht (23 januari 1579) als "Particuliere Unie van vlaamse provincies ", tot de Akte van Verlatinge (26 juli 1581) , waarbij Filips II vervallen werd verklaard van de troon, en zo tot de succesrijke Republiek van de Verenigde Provinciën (in het Latijn Confoederatio Belgica).

Nog interessanter zijn de gebeurtenissen van en na 16 november 1789 , vlak na de slag bij Turnhout. Op die dag werd te Gent een patriottisch comité gevormd, ook Comité van de Verenigde Staten genoemd, dat in opstand kwam tegen de keizer-koster Jozef II en met de hulp van patriotten uit het leger van generaal Jan Andries vander Mersch die nacht nog de keizersgezinden uit de stad verdreef.

Een van de patriotten was een illustere zoon van deze stad Oudenaarde, Jan Jozef Raepsaet, advocaat bij de Raad van Vlaanderen en griffier van de kasselrij Oudenaarde . Hij was samen met Charles Joseph de Graeve de belangrijkste auteur van het "Manifest van de provintie van Vlaenderen ". De Graeve, voormalig advocaat en magistraat in de Raad van Vlaanderen, had in 1787 reeds een Memorandum opgesteld betreffende de fundamentele wetten en gebruiken van het graafschap en kort tevoren een ontwerp-Manifest geschreven om de talloze grieven te manifesteren bij de keizerlijke regering in Brussel, en wel geschreven in Franse alexandrijnen .

Toen de Staten van Vlaanderen, het parlement van het graafschap Vlaanderen, dat hoofdzakelijk bestond uit afgevaardigden van de lokale besturen, op 22 november 1789 in het Stadhuis te Gent beslisten om de Vlaamse onafhankelijkheid uit te roepen, werd De Graeve benoemd tot raadspensionaris van de Staten van Vlaanderen. De Graeve en Raepsaet kregen de opdracht die uitroeping van de Onafhankelijkheid te rechtvaardigen in een Manifest. Dat werd plechtig voorgelezen op de Vrijdagmarkt te Gent op 4 januari 1790 . Intussen was op 30 november reeds een Plan opgesteld voor een Confederatie met andere opstandige provinciën. In uitvoering daarvan werd op 11 januari 1790 het Tractaet van Vereeninge gesloten met Brabant en de andere Zuidelijke Nederlanden, waarbij alle federale instellingen waren afgeschaft en enkel een confederatie overbleef, slechts bevoegd voor de munt, defensie en buitenlandse zaken.

Tussen de meeste van deze separatistische gebeurtenissen is er bovendien een ideële band, een lijn bestaande uit juridische teksten die gaat van de Pacificatie van Gent, Unie van Utrecht en Akte van Verlatinge naar de Declaration of Independence en Articles of Confederation (1777) en vandaar terug naar de Manifesten van Vlaanderen, Brabant en andere. Juristen hebben nu eenmaal de goede of slechte gewoonte om hun beslissingen te rechtvaardigen op basis van eerdere rechtsteksten, en zo zien we dat de Declaration of Independence geïnspireerd is door de Akte van Verlatinge en het Manifest van Vlaanderen bijna letterlijk passages overneemt uit de Declaration of Independence. Zo zien we dat de amerikaanse Articles of Confederation (1777) duidelijk geïnspireerd zijn door de Unie van Utrecht en op hun beurt duidelijk het Tractaat van Vereeninge hebben geïnspireerd . En mocht U vragen waarom ik de Belgische onafhankelijkheidsverklaring van 4 oktober 1830 niet vernoem, dan moet ik U melden dat de opstandelingen van 1830 het in tegenstelling tot de genoemde voorbeelden, niet nodig hebben gevonden om hun opstand en separatisme formeel in een dergelijke verklaring te rechtvaardigen; die opstand was allicht niet toevallig begonnen met de Stomme van Portici veeleer dan met Guillaume Tell, ou la révolution de la Suisse die in 1789 bij ons furore maakte . De Grondwet van 1831 anderzijds, op vele vlakken een bewonderenswaardig document, steekt duidelijk af tegen de genoemde gebeurtenissen doordat er van federalisme noch confederalisme enige sprake is.
Juridische structuur

De aangehaalde Verklaringen of motiveringen zijn in zekere zin allemaal in de vorm van een vonnis of arrest geschreven: ze bevatten allemaal het stellen van fundamentele rechtsbeginselen als uitgangspunt, een lijst van grieven waaruit de schending van die beginselen blijkt, en een beschikkend gedeelte waarmee de gevolgen van die schending worden uitgesproken. Minstens het Plakkaat van 1581 is bovendien voorafgegaan door een pleidooi, de Apologie van Willem van Oranje uit 1580. De structuur van onze rechtspraak lijkt zo toch een vrij universele vorm te zijn voor rechtvaardiging van belangrijke beslissingen. Ook belangrijke wijsgerige werken uit de moderne tijd, zoals de Kritik der reinen Vernunft van Immanuel Kant , moeten begrepen worden als een vonnis, zij het door het tribunaal van de rede; recente wijsgerige literatuur toont ons dat Kant daarbij in sterkere mate een juridische en geen louter filosofische wijze van argumenteren gebruikt dan traditioneel wordt gedacht . En Thomas Jefferson beschouwde zijn onafhankelijkheidsverklaring als een "appeal to the tribunal of the world for our justification" .

Grieven

Laat mij even de grieven bekijken, en U uitnodigen erover na te denken of dergelijke grieven vandaag misschien ook niet aanwezig zijn.

Beginnen we met de grieven waartegen de Belgische opstand reageerde in 1830-1831, en die blijken uit de Grondwet en de voorbereidende werken ervan. Het gaat onder meer over:
- de inmenging in het onderwijs;
- de inperking van de vrijheid van drukpers en het petitierecht;
- het ontbreken van de juryrechtspraak;
- onvoldoende openbaarheid van de rechtspraak;
- overdreven en onbillijke belastingen;
- onrechtvaardige verdeling van de overheidsfuncties tussen Nederlanders en Belgen .

Kijken we vervolgens naar het Vlaams Manifest van einde 1789. De stelling van rechts- en contractbreuk door de keizer wordt vooral gestaafd met volgende grieven:
- de inmenging in het gerecht. Zo had Jozef II in 1787 (met het keizerlijk edict van 12 maart 1787) de Raad van Vlaanderen en omzeggens alle lokale rechtbanken afgeschaft en vervangen door een gecentraliseerd systeem van rechtbanken, waarbij de rechters door de koning zelf werden benoemd (in plaats van door de lokale overheden, en in grote mate door de rechtscolleges zelf);
- het onttrekken van geschillen aan de natuurlijke rechter;
- de centralisering van de macht, met inperking van de bevoegdheden van de lokale overheden, in het bijzonder op het gebied van rechtspraak;
- de inmenging in de uitoefening van de godsdienst, de liturgie, de feestdagen, enz. en het usurperen van bevoegdheden die traditioneel aan religieuze instellingen toekwamen;
- inmenging in het onderwijs met de invoering van een eenheidsschoolsysteem onder leiding van buitenlanders zonder moraal, zonder kennis, zonder religie;
- de benoeming in openbare functies van buitenlanders die zelfs de taal van het land niet spreken;
- een voortdurende "hagel van nieuwe wetten en verklaringen door kranke hersenen verzind en elkanderen onophoudelyk tegensprekende";
- invoering van bloed- en geldgierige dwingelanden (de fiscalen) die zich ook bezighielden met de repressie van opiniedelicten wat leidde tot veralgemeende toename van wantrouwen en argwaan in de samenleving;
- aantasting van eigendomsrechten;
- de sloping van de vestingen en andere verdedigingswerken waarmee de steden hun veiligheid wensten te verzekeren.

In het Tractaat van Vereeninge luidt het dat "de Reght-stoelen van het Volk wirden omverre geworpen, de Wetten willekeuriglyk verandert ofte verbroke, de Eygendommen, den persoonelyken Vrydom, van den welken de Nederlanders van allen tyden zoo nyd-iverig geweest zyn, en waeren niet meer gedeckt tegens de Grondwet-strydige ondernemingen, de magteloose Wetten swygden voor het sweerd van den Krygs-man, ende de oude gebruycken waeren van alle kanten verminckt ofte wederroepen, eene nieuwe schickinge wird verwisselt tegen de oude, ende vervult door den veranderlyken ende onbepaelden wille van den Vorst, ofte van de gene, die heerschsten in zynen naem ende handelden onder zyn gezag"

Wanneer er einde 1790 o.m. door Raepsaet en De Graeve in Den Haag onderhandeld wordt met de keizerlijke afgevaardigden over een restauratie van het keizerlijk gezag, overhandigden de afgevaardigden van de Staten van Vlaanderen aan de Mercy d'Argenteau een resolutie met een opsomming van minimumeisen . Daaruit haal ik onder meer:
- de eis van een vaste vertegenwoordiging van de Staten van Vlaanderen bij de centrale overheid en niet slechts indirect via België, en
- een verbod voor het openbaar ministerie om deel te nemen aan de beraadslaging van de arresten van de Raad van Vlaanderen.

Gaan we enkele jaren terug in de tijd, dan vinden we als grieven in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring onder meer dat de Britse overheid:
- geweigerd heeft de door de Amerikaanse provincies gevraagde wetten voor de inirichting van het gerecht goed te keuren en daardoor "has obstructed the Administration of Justice";
- de vastheid van ambt van de rechters niet waarborgde en al evenmin hun inkomen;
- een massa nieuwe instellingen oprichtte en zwermen van ambtenaren gezonden heeft "to harass our people", om de mensen lastig te vallen;
- "has combined with others to subject us to a jurisdiction foreign to our constitution, and unacknowledged by our laws; giving his Assent to their Acts of pretended Legislation";
- de waarborg van de juryrechtspraak ontnam;
- belastingen oplegde zonder de instemming van de belastingplichtigen.

Gaan we nog twee eeuwen verder terug en bekijken we het Plakkaat van Verlatinge van 1581 Daarin wordt aan de vorst verweten:
- dat hij "(...) in stede van zijne ondersaten te beschermen, deselve soeckt te verdrucken, t'overlasten, heure oude vryheyt, privilegien ende oude herkomen te benemen";
- dat hij de inquisitie heeft ingevoerd;
- dat hij vreemden zoals de hertog van Alva tot meesters in't land heeft aangesteld;
- dat hij de Spaanse inquisitoriale wijze van procederen in de rechtbanken invoerde "dierecktelick teghens de previlegien van den lande";
- dat hij het zelfs heeft aangedurfd een belasting van niet minder dan 10 procent in te voeren: "ende ten lesten wesende buyten alle vreese, eenen thienden penninck fortselick willen oprechten op de coopmanschappen ende handtwercken, tot gantsche verderfenisse van den lande".

Ook vinden we in al die verklaringen de uiteenzetting dat men eerst geprobeerd heeft door middel van dialoog en onderhandelingen de centrale overheid te overtuigen, maar dat dit niet tot een opheffing van de rechtsschendingen heeft geleid.
Rechtsgrondslag

Een tweede luik betreft de rechtsbeginselen waarop men zich beroept, preciezer nog de grondslagen van elk gezag van de overheid. Telkens opnieuw wordt eraan herinnerd dat de gevestigde overheid geen doel op zichzelf is, maar een gebonden bevoegdheid heeft en dat zij ook gebonden is aan fundamentele regels die die overheid logisch en historisch voorafgaan en voorrang hebben op de door de politieke overheid genomen beslissingen of gemaakte wetten.

In het Plakkaat van Verlatinge luidt het in een beroemde zin dat "d'ondersaten niet en sijn van Godt geschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt, weder het goddelick of ongoddelick, recht of onrecht is, onderdanig te wesen en als slaven te dienen: maer den Prince om d'ondersaten wille, sonder dewelcke hy egeen Prince en is" .

In de Declaration of Independence luidt het dat "Governments are instituted among Men to secure certain unalienable Rights, among these Life, Liberty and the pursuit of Happiness" en dat zij "derive their just powers from the consent of the governed".

Telkens wordt erop gewezen dat de gewraakte handelingen en beslissingen van de gevestigde overheid een inbreuk zijn op het fundamentele contract tussen de overheid en het volk.

In de akten uit de Nederlanden, 1581 zowel als 1789, wordt dat contract, anders dan bij de antihistorische liberale en socialistische denkers van het contrat social, van Rousseau tot Rawls, niet gegrond op een abstractie, op een theoretische hypothese die vanuit een zogenaamd neutrale rede wordt gefabriceerd, maar op de historische ervaring en historische verworvenheden: men verwijst naar de "Huldinge", de voorwaarden waaronder de vorst is ingehuldigd, de Blijde Inkomste van Brabant uit 1356, de Blijde Inkomste van Jan zonder Vrees als graaf van Vlaanderen in 1402 , het Groot privilegie van 1477 e.d.m . De grieven zelf betreffen ook grotendeels inbreuken op concrete rechten en vrijheden. In het Plakkaat van verlatinge luidt het dat onze landen "van allen tijden zijn gheregeert geweest ende hebben ook moeten geregeert worden navolgdende den eedt by heure Princen t'heuren aencome gedaen, na uutwijsen heurer privilegien, costumen ende ouden hercomen" en dat onze landen "hebbende haren Prince ontfangen op conditien, contrackten ende accoorden" en dat "welcke brekende oock nae recht den Prince van de heerschappye van den lande is vervallen."

De wezenlijke inhoud van dat contract bestaat er dus in om de bestaande "aloude" fundamentele rechten, vrijheden en privilegies te handhaven en te versterken . Het is de schending of de inkrimping of afschaffing van aloude rechten die de opstand, de afzetting van de vorst en de secessie rechtvaardigt. De opstand wordt dus niet gerechtvaardigd door de bedoeling om een "Nieuwe orde" te scheppen, wel om de oude te handhaven of te herstellen. In het Plakkaat van verlatinge luidt het: "volghende de wet der natueren, tot beschermenisse ende bewaernisse van onsen ende den andere landtsaten rechten, privilegien, oude hercomen ende vryheden van ons vaderlant, van het leven ende eere van onse huysvrouwen, kinderen ende nacomelingen". De Unie van Utrecht werd gesloten "tot verdediging van "privileges en costuymen" .

Secessie

In de gegeven voorbeelden gaat het immers niet enkel om een afzetting van een vorst, maar op de eerste plaats om een secessie, een afscheuring, een onafhankelijkheidsverklaring. De opstand is gericht tegen vorsten die als vreemde vorsten worden beschouwd, die proberen om de macht over vele volkeren of landen te centraliseren. De poging om het volk te onderwerpen aan een vreemd recht en/of een vreemde rechtsmacht van de centrale overheid is duidelijk een motief in de Akte van Verlatinge en het Manifest van Vlaanderen, maar ook in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring.

Het is ook niet toevallig dat het kwaad in de Bijbel vaak gesymboliseerd wordt door de stad Babylon, die door middel van de centralisatie van de krachten de hemel wou bestormen, en dat de veelheid aan talen en volkeren gezien wordt als het wapen tegen deze hoogmoed en deze machtsconcentratie. In de Openbaring van Johannes is Babylon de grote hoer die aan vele wateren zit:

"Babylon, de grote stad, de moeder van de hoeren en de gruwelen van de hele aarde. De wateren waaraan de hoer is gezeten, dat zijn de volken en mensenmassa's en naties en talen" (Op. 17,5).

En het is na die kwalificatie dat een stem uit de hemel zei: ''Trek uit haar weg, mijn volk, om niet te delen in haar zonden en niet getroffen te worden door haar plagen" (Op. 18,4).

De secessie is dan ook niet enkel een recht, het is een plicht geworden. Om niet te delen in de zonden moét het volk secessie plegen. Of zoals de Declaration of Independence zegt: "it is their right, it is their duty, to throw off such Government".

Wel vinden we in geschriften die deze theorieën ontwikkelden van de late Middeleeuwen tot de moderne tijden, discussie over de vraag of het recht van verzet toekwam aan de individuele burgers dan wel aan de "magistratuur", waarmee wel de lokale en regionale besturen zowel als rechtscolleges werden bedoeld. Mijn analyse is dat het telkens ging om een gezamenlijk verzet van volk en magistratuur: de juridische ondersteuning van het volksverzet legitimeerde het verzet door het te motiveren in de vorm van een vonnis, waarbij geldende rechtsregels werden toegepast op politieke feiten, en maakte het in die zin legitiem. De soevereiniteit van het volk wordt niet ontkend, integendeel, maar wel niet uitgeoefend in de wilde vorm van de natuurstaat maar op beredeneerde wijze. Daarbij vinden we telkens ook de idee weer dat de "magistraten" een bijzondere verantwoordelijkheid hebben om te waken over de rechten van het volk tegenover de macht, een verantwoordelijkheid die hen ook het recht en zelfs de plicht tot verzet verschaft . Op de bijzondere taak van met name de hoge rechtscolleges, de Gerechtshoven, kom ik dadelijk nog terug.
Beschikkend gedeelte

Het beschikkend gedeelte van de genoemde Verklaringen hield dan ook in dat de vorst formeel vervallen werd verklaard van zijn territoriale zowel als personele heerschappij en dat de onafhankelijkheid werd uitgeroepen. Het opzeggen van elke medewerking en gehoorzaamheid was in onze landen trouwens uitdrukkelijk voorzien in documenten zoals de Blijde Inkomste en andere akten van Huldinge of aanvaarding van de vorst . Het opzeggen van die band hield ook een terugkeer naar onafhankelijkheid in van elk van de delen van het rijk, dus van alle Provinciën in de Nederlanden van 1581 , van alle kolonies in het Amerika van 1776, van alle Provinciën in de Oostenrijkse Nederlanden van 1789. In Amerika en de Zuidelijke Nederlanden gaat het formeel om onafhankelijkheidsverklaringen van élk van die staten, al sluiten zij kort nadien onder elkaar een confederatie. Die confederatie houdt trouwens precies in dat elk van de lidstaten zijn soevereiniteit behoudt en ten allen tijde uit de Bond kan stappen.

Bij wijze van consequentie werden de burgers ontslagen van hun eed van trouw aan het oude regime en werd de naam of beeltenis van de vorst geschrapt van de munt, de rechterlijke uitspraken e.d.m. Vanzelfsprekend diende aan de vorst ook geen belasting meer te worden betaald; interessant is overigens dat de Blijde Inkomste van Vlaanderen uit 1402 al voorzag dat men in belastingstaking mocht gaan vanaf de 8e dag na een ingebrekestelling aan de vorst. De burgers keerden evenwel niet weer naar een zogenaamde natuurtoestand, maar wel naar de "oude vrijheid" op regionale basis.

Remedies

Rechtsherstel hield ook in dat aan de rechtsschendingen een einde werd gemaakt, de oude vrijheden en de waarborgen daarvoor werden hersteld, en dat instellingen die de inperking ervan hadden veroorzaakt, werden afgeschaft.

Zo werd de rechtsmacht van, als ik zo mag zeggen, supranationale rechtscolleges afgeschaft: de Amerikaanse onafhankelijkheid brak natuurlijk met de rechtsmacht van de rechtscolleges in Engeland. In het Manifest van Vlaanderen wordt de Rechtsmacht van de Grote Raad van Mechelen afgeschaft.

Zo vinden we in de Pacificatie van Gent een amnestie voor alle straffen die wegens religie of opnemen van wapens tegen de koning zijn opgelegd, en een teruggave van dan wel schadevergoeding voor verbeurd verklaarde goederen. Behalve bepalingen over de godsdienstvrijheid vinden we weinig over fundamentele vrijheden en rechtswaarborgen, omdat dit een zaak was van het bestaande recht van de verschillende provinciën. Ook in de Amerikaanse Articles of Confederation vinden we geen bepalingen over fundamentele vrijheden en waarborgen, omdat die een zaak waren voor de afzonderlijke staten; in de Grondwetten van die staten kwamen ze uitvoerig aan bod. Het zou me te ver leiden daar uitvoerig uit te citeren, hoe interessant deze documenten ook mogen zijn.

Dichter bij ons vinden we duidelijke voorbeelden na de Belgische opstand van 1830. Zeer snel, op 16 oktober 1830, werden drie fundamentele decreten uitgevaardigd: tot herstel van de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vereniging en de vrijheid van drukpers en meningsuiting. In deze tijden van toenemende repressie van politieke incorrectheid is het goed even te citeren uit dat laatste decreet:

Toute loi ou disposition qui gêne la libre manifestation des opinions et la propagation des doctrines par la voie de la parole, de la presse ou de l'enseignement, est abolie.

Toute institution, toute magistrature créée par le pouvoir, pour soumettre les associations philosophiques ou religieuses, et les cultes, quels qu'ils soient, à l'action ou à l'influence de l'autorité, sont abolies.

Kort nadien wordt de jury weer ingesteld door de Grondwet van 1831, in het bijzonder voor alle drukpersmisdrijven en alle politieke misdrijven en werden enkele andere concrete waarborgen hersteld of ingevoerd, die zo dadelijk nog ter sprake komen.

Natuurlijk is een nieuw bewind na een opstand of secessie nooit immuun voor machtsmisbruik. Eenmaal het nieuwe regime is gevestigd, zal de verleiding vaak groot zijn om de vrijheden opnieuw in te perken. Ook zullen de ronkende verklaringen over de onafhankelijkheid van de magistratuur vaak gevolgd worden door een nieuwe centralisatie van de rechterlijke macht. Daarom alleen al moet men een duidelijk onderscheid maken tussen de revoluties die resulteerden in een unitaire staat zoals België en diegenen die resulteerden in federale of confederale constructies zoals de Verenigde Nederlanden of de Verenigde Staten van Amerika. Waar de Belgische Grondwet voorbeeldig was wat de rechten en vrijheden betreft en belangrijke waarborgen ervoor, werd de rechterlijke macht binnen de kortste keren onder controle gebracht en werden de rechters sedert dan door de regering benoemd .

Een belangrijke vraag is daarom welke waarborgen er hersteld of ingevoerd werden voor het behoud van de vrijheden en tegen nieuw machtsmisbruik.
De ongeschreven fundamentele wetten en de taak van de rechtscolleges

Uit de zopas gemaakte uiteenzetting over de lijst van de grieven, de rechtsgrondslag voor het oordeel en de remedies kan men enkele krachtlijnen afleiden. Ik zou er de volgende willen uithalen:
- het grote belang van rechtscolleges die onafhankelijk zijn van de centrale overheid en zelfstandig kunnen functioneren vanuit de lokale of regionale gemeenschap;
- de inperking van de bevoegdheid van de politieke machthebbers om het recht te wijzigen;
- de afwijzing van inmenging van de overheid in onderwijs, meningsuiting, religie;
- de afwijzing van gezagsuitoefening door vreemden die de taal van het land niet spreken;
- de bescherming van de individuele eigendom en de lokale collectieve eigendom;
- de verwerping van te hoge belastingen en zonder instemming van de burgers ingevoerde belastingen.

Maar er is ook nog een belangrijke krachtlijn die wat meer tussen de regels te lezen valt en staatkundig en rechtstheoretisch van groot belang is: de overtuiging dat er een "ongeschreven" grondwet is van het land en dat het de taak van de rechtscolleges is om die te handhaven tegen aantastingen ervan door de politieke macht.

Te vaak immers denkt men dat de toetsing van wetten aan de grondwet een uitvinding is van de 19e en 20e eeuw, terwijl het veeleer omgekeerd is, namelijk dat sindsdien de grondwet in handen is gekomen van de politieke instellingen en zij de rechterlijke macht ten dele buiten spel hebben gezet. Men ziet het begin van de judicial review in het beroemde arrest Madison v. Marbury van het Amerikaanse Supreme Court uit 1803 , terwijl dat arrest in een lange traditie stond: het werd voorafgegaan door rechtspraak op het niveau van verschillende van de Amerikaanse States , en gaat terug op een doctrine gemeen aan een reeks Europese tradities, al verschilt de precieze inhoud daarvan natuurlijk wel.

De Amerikaanse rechtspraak stond in de Engelse traditie van "The English Constitution" of nog "The Ancient Constitution" . Volgens deze doctrine zijn de politieke instellingen en de verhoudingen tussen burgers en overheid gegrond op het recht, en met name op the common law, dat in wezen berust op immemorial custom, op aloude gewoonten waarvan de rechtspraak en wetgeving slechts partiële uitdrukkingen en ontwikkelingen zijn. Het zijn de fundamentele regels van dat gewoonterecht die de Engelse polis eerst geconstitueerd hebben en dus de constitutie ervan vormen . De bekendste vertegenwoordiger van deze doctrine is sir Edward Coke , de Engelse chief justice, die in Bonham's case rond 1610 besliste dat de koning niet de bevoegdheid had om in te gaan tegen het common law als supreme law of the land. Enkele van zijn bekendste uitspraken in dit verband luiden:

“The common law is the best and most common birth-right that the subject hath for the safeguard and defense, not merely of his goods, lands and revenues, but of his wife and children, his body, fame and life. . . .
No man ecclesiastical or temporal shall be examined upon secret thoughts of his heart. . . .
the house of an Englishman is to him as his castle.”

In Engeland heeft deze doctrine uiteindelijk op het einde van de 17e eeuw het onderspit moeten delven voor de ook nu nog geldende doctrine van de supremacy of Parliament, doch in de Verenigde Staten haalde de doctrine van de supremacy of law het, die de macht van politieke instellingen beperkt door de bepalingen en rechten van de Grondwet als supreme law of the land . Het is vooral deze Engelse doctrine die ertoe geleid heeft dat het woord "constitution" de moderne betekenis heeft gekregen van lex fundamentalis, de term die alvast in de 18e eeuw frequenter op het Europese continent werd gebruikt . Zij het dat Willem van Oranje reeds in 1580 de hertog van Anjou verzocht landsheer te worden op basis van rechten en vrijheden der onderdanen, de "Vrijheit hunder constitutien" .

In dezelfde tijd als Coke ontwikkelde Hugo de Groot (Lat. Grotius) in zijn werk De antiquitate reipublicae Batavicae, vertaald als Tractaet vande Oudtheyt vande Batavische nu Hollantsche Republique (Leiden 1610) eveneens een doctrine over het gelden van een aloude gewoonterechtelijke constitutie van Holland, met concrete rechten en vrijheden alsook de regel dat de soevereiniteit niet bij de vorst berust maar bij de Raden en Staten van het volk . Grotius aanvaardde wel niet het bestaan van fundamentele wetten die de soevereiniteit van die organen inperkten en verschilde daarin duidelijk van de federalistische school met o.a. Johannes Althusius .

In Frankrijk vinden we de theorie van de "lois fondamentales de la France" reeds in de teksten van de zgn. Monarchomachen en in het bijzonder in het werk Francogallia van Hotman uit 1573 ; de allereerste betekenis van deze wetten was dat zij grenzen bepaalden aan de macht van de koning om wetten te maken. Belangrijk is dat de Franse Parlementen, die zoals U weet de Gerechtshoven waren en geen parlement in onze betekenis, zich minstens vanaf de 16e eeuw ook de bevoegdheid hebben toegeëigend om koninklijke wetten te toetsen aan die lois fondamentales en de afkondiging en toepassing ervan te weigeren wanneer zij daarmee in strijd waren . Enkele van die lois fondamentales werden geformuleerd in een arrest van het Parlement van Parijs uit 1593, waardoor de latere Henri IV van de troon werd gehouden zolang hij zich daar niet bij neerlegde (en zich daartoe bekeerde tot het katholicisme). Die lois fondamentales bevatten de basisregels inzake de troonopvolging en de werking van de monarchie, maar evenzeer de garantie van de diverse privilegies alsook een fundamentele inperking van de koninklijke macht: diens bevoegdheid strekte zich niet verder uit dan het "publieke domein" van de staat en het was hem niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan het privaatrecht, dat bestond uit het gewoonterecht zoals het door de Parlementen zelf werd gevonden, uitgelegd en ontwikkeld . Nog op 3 mei 1788 heeft het Parlement van Parijs in een arrêt de règlement, of juister nog een déclaration , een opsomming gegeven van de meeste lois fondamentales, waaronder ook precies "Le droit des cours de vérifier dans chaque province les volontés du Roi et de n'en ordonner l'enregistrement qu'autant qu'elles sont conformes aux lois constitutives de la province ainsi qu'aux lois fondamentales de l'État".

In Duitsland ontwikkelde zich een gelijkaardige theorie die eveneens "grondwettelijke" rang toekende aan de "Reichs-Herkommen" als een geheel van aloude fundamentele regels met voorrang boven andere rechtsregels .

Net als de Franse Parlementen had ook de Raad van Vlaanderen zich de bevoegdheid toegeëigend om koninklijke ordonnanties niet uit te vaardigen en dus buiten werking te stellen wanneer ze in tegenspraak waren met de gewestelijke of lokale privilegies. Het geheel van die privilegies vormde aldus de constitutie van het graafschap Vlaanderen, of althans een belangrijk stuk ervan. In 1787 hebben de Staten van Vlaanderen een poging ondernomen om deze constitutionele normen in één Memorandum samen te brengen .

Het is ter bescherming daarvan dat de onafhankelijkheid van Vlaanderen is beslist in 1789 en afgekondigd op 4 januari 1790. Daardoor verschilt die revolutie sterk van de Franse revolutie, of minstens van de draai die de Franse revolutie uiteindelijk heeft gekregen - want in de pre-revolutionaire periode was er in Frankrijk een minstens even sterke oud-constitutionele stroming als revolutionaire in de engere zin .

Twee visies op grondwet en toetsing eraan

Het is de machtsgreep van de Franse Revolutie die de genoemde bevoegdheid van de rechterlijke macht heeft afgeschaft, met name expliciet in art. 10 en 11 van de Grondwet van 24 augustus 1790 . Rousseau's theorie van het sociaal contract die hieraan mede ten grondslag ligt, is dan ook radicaal tegengesteld aan de contractuele grondslag van de natie die gehuldigd wordt in de theorie van de ancient constitution: deze laatste is een theorie die de souvereiniteit van politieke organen inperkt en die de voorrang geeft aan de "artificial reason" van de geschoolde jurist die het recht "vindt" in de massa aan precedenten en andere historische bronnen van het recht boven de "natural reason" van de filosoof die redeneert vanuit "eerste beginselen".

Het opstellen van geschreven grondwetten hield trouwens al evenzeer in dat aan de magistratuur de bevoegdheid werd ontnomen om deze constitutie te vinden en te interpreteren. Bovendien hield en houdt dit ook een bijkomend gevaar in, namelijk dat men in de Grondwet allerlei politieke doelstellingen gaat inschrijven op basis waarvan het bestaande recht kan worden opzijgezet. Dit gevaar is des te groter wanneer rechtsregels, in plaats van aan de Grondwet, aan allerlei supranationale regels en internationale rechtsbeginselen en verklaringen worden getoetst, die de nieuwste vorm zijn waarmee aan de aloude nationale constitutie en de aloude rechten en vrijheden afbreuk wordt gedaan.

Vergeten we niet dat de judicial review oorspronkelijk alleen de toetsing kon inhouden van nieuwe politieke beslissingen (wetten e.d.) aan een aloude constitutie, en zeker nooit omgekeerd. Judicial review was een middel "to limit the powers of political bodies" en niet om traditionele rechtsregels door rechters te laten afschaffen. Daarvan is met name in de Verenigde Staten in de 20e eeuw niet veel over gebleven, doordat activistische rechters in de Grondwet allerlei "nieuwe" mensenrechten zijn gaan lezen waaraan dan bestaande regels werden getoetst. Het EHRM is de jongste jaren dezelfde toer opgegaan. De weerstand hiertegen werd treffend verwoord door de huidige Amerikaanse opperrechter Antonin Scalia, en wel als volgt: "the Constitution serves to protect us from and not to adapt us to momentary dominant opinions" . Hetzelfde gevaar dreigt echter ook in Europa, waar aan het EVRM en de Europese Verdragen meermaals een "evolutieve" interpretatie wordt gegeven die ingaat tegen oude rechten en vrijheden.

Meer bepaald zijn er ook vandaag duidelijk verschillende opvattingen over de toetsing van wetten aan hogere rechtsnormen, en met name over de grondslag van die hogere rechtsnormen: al zijn er ook vele posities tussenin, we kunnen toch onderscheiden tussen :
- de ene die de grondslag zoekt in "des principes simples et incontestables" , in "truths we hold to be self-evident" , nl. "de rechten en vrijheid van dé mens" als een stel van rechten die door middel van de natuurlijke rede afgeleid worden uit een ideologisch beeld van de mens in abstracto, en
- een andere die de grondslag zoekt in "het recht en de vrijheden van de mensen", en met name in fundamentele instellingen van het recht die door trial and error doorheen de geschiedenis van een concrete gemeenschap zijn ontwikkeld en niet door de natuurlijke rede alleen kunnen worden begrepen.

Concrete fundamentele waarborgen en hun bedreiging vandaag

In het bijzonder wil ik uw aandacht vragen voor het belang van concrete fundamentele waarborgen, vaak van procedurele of vergelijkbare aard. Van bijzonder belang zijn waarborgen die self-executing zijn, die geen bijzondere procedure of toetsing vereisen om te worden toegepast. De paradox is inderdaad dat de historische ervaring leert dat dergelijke waarborgen weliswaar het product zijn van een complexe geschiedenis, maar hun functie precies maar kunnen vervullen wanneer de toepassing ervan niet complex is, geen afweging vereist aan de hand van vage beginselen zoals het gelijkheids- of evenredigheidsbeginsel.

De grote fundamentele vrijheden, zoals die in de Belgische Grondwet van 1831 door duidelijke bepalingen zonder veel uitzonderingen werden gegarandeerd, staan vandaag sterk onder druk. Ik heb het dan over de vrijheid van meningsuiting, van vereniging, van onderwijs en de vrijheid die voortvloeit uit de private eigendom. Vandaag de dag leren de ketters dat deze vrijheden moeten "afgewogen" worden tegen andere rechtsbeginselen. Daar waar de Belgische Grondwet een veel sterkere bescherming bood aan deze vrijheden dan allerlei internationale verklaringen, heeft het Hof van cassatie deze grondwettelijke vrijheden uitgehold door op een perverse wijze de Grondwet ondergeschikt te maken aan bv. het EVRM. Op die manier worden onze vrijheden overgeleverd aan vreemde heersers.

Die vreemde heersers zijn dan een excuus voor de Belgische wetgever om wetten uit te vaardigen die zelfs loutere opinies zonder meer strafbaar stellen, zoals bv. in art. 21 van de Antiracismewet (zoals vastgesteld bij wet van 10 mei 2007): het loutere verspreiden van denkbeelden "gegrond op rassuperioriteit" is in dit land strafbaar.

De concrete grondwettelijke waarborgen voor deze vrijheden zijn ook maar al te vaak uitgehold door de rechtspraak dan wel door de politieke instellingen.

Daarbij denk ik bv. aan de instelling van de jury voor politieke misdrijven en drukpersmisdrijven. Wat de politieke misdrijven betreft werd de grondwettelijke waarborg van de jury vakkundig uitgehold door het Hof van cassatie en ook door onze parketten duidelijk miskend - zo diende ik eergisteren nog cliënten te verdedigen voor het Hof van beroep die geweigerd hebben te zetelen bij de ongrondwettige verkiezingen van 10 juni van dit jaar en daarvoor manifest uitsluitend politieke bedoelingen hadden - zodat de parketten duidelijk onbevoegd zijn en enkel de assisenprocedure mag worden gevolgd. Wat de drukpersmisdrijven betreft werd deze fundamentele waarborg vooreerst door de rechtspraak uitgehold en vervolgens door het parlement middels de discriminerende afschaffing van de jury voor drukpersmisdrijven "die door racisme of xenofobie ingegeven zijn", een grondwetswijziging die manifest door politieke partijen werd doorgevoerd om een politieke tegenstander te treffen.
Verder denk ik aan de zogenaamde "getrapte aansprakelijkheid" inzake publicaties van meningen, die kort gezegd inhoudt dat voor een onrechtmatige publicatie de auteur, drukker en verspreider niet elk kunnen worden vervolgd, maar de tweede pas als de eerste niet bekend is en de derde pas als de eerste en tweede niet bekend zijn (nu art. 25 Grondwet); een waarborg die verkracht wordt door de antiracismewet die het lidmaatschap van een vereniging die discriminerende meningen verspreidt zelfstandig strafbaar stelt (art. 22 Antiracismewet, zoals vastgesteld door de Wet van 10 mei 2007). Die bepaling is overigens ook een aanfluiting van de vrijheid van vereniging en strijdig met het nog steeds voorrang hebbende decreet van 16 oktober 1830 dat duidelijk stelt dat "la loi ne pourra atteindre que les actes coupables de l'association ou des associés et non le droit d'association lui-même". Ook deze grondwetsverkrachting wordt gemotiveerd met verwijzing naar Europese of supranationale verplichtingen.
Daarbij denk ik ook aan de concrete waarborg van het censuurverbod, d.w.z. de onmogelijkheid om publicatie en verspreiding van geschriften preventief te verbieden. Jammer genoeg heeft dat de rechtspraak er niet van weerhouden om preventieve verboden uit te vaardigen (bv. door middel van stakingsvorderingen) of preventieve maatregelen van overheidsinstellingen te tolereren, waarbij het Grondwettelijk Hof gelukkig art. 25 van de Grondwet wel strikt handhaaft.
Daarbij denk ik ook aan de hoger geciteerde bepaling van het decreet van 16 oktober 1830 op de vrijheid van meningsuiting, volgens hetwelk "Toute institution, toute magistrature créée par le pouvoir, pour soumettre les associations philosophiques ou religieuses, et les cultes, quels qu'ils soient, à l'action ou à l'influence de l'autorité, sont abolies", nu vandaag een reeks inquisitoriale overheidsinstellingen bestaan wiens activiteit, indien al niet hun wettelijke taak, er essentieel in bestaat om meningen te bestrijden die zouden aanzetten tot volgens de heersende ideologie niet redelijk verantwoorde vormen van ongelijke behandeling in het maatschappelijk leven.
Andere belangrijke concrete waarborgen, zoals het recht van antwoord, de exceptie van waarheid die maakt dat er geen misdrijf van laster is, en dergelijke, hebben jammer genoeg geen grondwettelijke verankering; het is m.i. de taak van de rechtspraak om daaraan eenzelfde constitutionele bescherming te geven, zoals het Grondwettelijk Hof dit in beginsel gedaan heeft met het beroepsgeheim van de advocaat - waarover verder meer. Volgens een zuiver positivistische visie op de rechtspraak kan dit niet, maar zolang dit stapsgewijze gebeurt kan dit wel in de visie van het aloude constitutionalisme. Hetzelfde geldt bv. ook voor de uitbreiding van de waarborgen van de drukpers naar andere communicatietechnieken, die in 1831 nog niet bestonden.

Ook andere fundamentele procedurele waarborgen staan vandaag onder druk. De grondwettelijke waarborg van openbaarheid van de rechtspraak en de rechterlijke uitspraak (art. 149 GW) is te weinig concrete realiteit. De grondwettelijke motiveringsplicht wordt regelmatig als hinderlijk bestempeld en er zijn plannen tot inperking ervan onder het eufemisme van een "positieve" motiveringsplicht, zoals nu voorzien in de justitienota van de regeringsonderhandelaars.

Nog een fundamentele waarborg is het recht van elke burger op bijstand van een advocaat en de waarborg van het beroepsgeheim van de advocaat. Dit behoort in onze traditie terecht tot de harde kern van liberties & privileges van de burger. Het Grondwettelijk Hof heeft dat ingezien en het beroepsgeheim constitutionele rang gegeven hoewel het niet in onze geschreven grondwet staat . Maar supranationale en Europese instellingen storen zich daar niet aan en verplichten de Europese lidstaten om dit beroepsgeheim in te perken in een aantal gevallen en de advocaat zelfs te verplichten zijn cliënt te verklikken zonder de cliënt te mogen waarschuwen (o.a. RL 2001/97 van de EU). Het is de plicht van de eigen magistratuur om in zo'n geval onze zelfs ongeschreven constitutie voorrang te geven en te weigeren "to subject us to a jurisdiction foreign to our constitution". We moeten immers jammer genoeg vaststellen dat het niet van de Europese rechters is dat we de nodige rechtsbescherming krijgen, getuige het arrest HJEG d.d. 26 juni 2007 nr. C-305/05.

Ook de toegang tot de rechter wordt door de Europese rechtspraak niet langer gegarandeerd, zoals blijkt uit de rechtspraak inzake de inbeslagname van goederen ingevolge internationale boycots (in casu ex-Joegoslavië) of wegens verdenking van banden met terroristen : het Europees Gerecht van Eerste Aanleg heeft de toegang tot de rechter verworpen in de zaak-Segi (beschikking van 7 juni 2004). In de zaak-Bosphorus oordeelde het EHRM als een ware Pilatus op 30 juni 2005 dat het niet was aangetoond dat het systeem van rechtsbescherming van de EU ter bescherming van fundamentele rechten van burgers tegen beslissingen van de EU manifest onvoldoende was; kort nadien op 21 september 2005 kreeg het EHRM een slag in het gezicht vanwege het Europees Gerecht van eerste aanleg in de gelijkaardige zaak- Yusuf en Al Barakaat : het Gerecht stelde in absolutistische bewoordingen dat beslissingen van de Veiligheidsraad voorrang hebben boven welke andere rechtsregels ook, zowel boven het nationale recht als dat van de Europese Unie en zelfs boven het Europees Verdrag inzake Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden. Erger nog, het Gerecht oordeelt dat zelfs wie geen lid is van de Verenigde Naties (zoals de Europese Unie bv.), daaraan gebonden is. In de recentere arresten-Ayadi en Hassan (12 juli 2006) wordt al evenmin rechtsbescherming geboden.

In onze aloude constituties is het verder een fundamentele waarborg dat er zeer strikte voorwaarden gelden voor de uitlevering van eigen burgers aan het buitenland. Ook deze waarborg werd geheel uitgehold door het Europees kaderbesluit van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten dat lidstaten verplicht zelfs eigen burgers uit te leveren voor feiten die in eigen land zijn begaan en daar niet eens een misdrijf hoeven uit te maken (de vereiste van dubbele strafbaarstelling wordt niet meer in alle gevallen gegarandeerd). Het Duitse weekblad Die Zeit had het fijntjes over de gevaren van een delocalisatie van de strafvervolging: "Schon jetzt ist es üblich geworden, des Terrorismus Verdächtigte nach Spanien abzuschieben, weil dort das Machtgefälle zwischen Anklägern und Beschuldigten steiler ist als hierzulande. Die Globalisierung lädt eben nicht nur Lohnarbeit und Kapital dazu ein, sich die günstigsten Standorte zu suchen, sondern offenbar auch die Strafverfolgungsbehörden. Doch was der Ökonomie billig, ist dem Rechtsstaat nicht in jedem Falle recht" .

Het Duitse Bundesverfassungsgericht heeft de moed gehad om n.a.v. een Spaans verzoek tot uitlevering van een Duitser van Syrische afkomst de Duitse omzettingswet ongrondwettig te verklaren ; volgens dat Hof vereist de rechtsstaat dat een vermeend misdrijf in eigen land begaan niét door een vreemd gerecht kan worden beoordeeld, dat een burger voor zo'n gedraging niet mag worden onderworpen aan een strafprocedure in een vreemd land, in een andere taal, met een andere procedure, een cultureel verschillende context en/of een ander strafrecht (overweging 85). Ik hoor sommige van de oude grieven weerkeren. De Belgische omzettingswet van 19 december 2003 daarentegen werd door ons Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 10 oktober 2007 onaangeroerd gelaten ingevolge een prejudicieel dictaat van het Europees Hof van Justitie en heeft daardoor de kans gemist om in de Belgische grondwet de nodige waarborgen te lezen.

De bescherming van de eigen burgers door het Duitse Grondwettelijk Hof gaat ook in tegen de bij ons heersende politieke correctheid, volgens dewelke het zelfs verboden is wetswijzigingen voor te stellen die buitenlanders anders zouden behandelen dan Belgen, hoewel onze Grondwet het uitdrukkelijk over de grondrechten van de Belgen en de gelijkheid van de Belgen voor de wet heeft.

Conclusies

Ik zou nog lang kunnen doorgaan over de reële en dreigende inperkingen van onze vrijheden door de huidige politieke instellingen, op Belgisch, Europees en jammer genoeg ook meermaals op Vlaams vlak. Maar wanneer het boek der Openbaring van de grote hoer Babylon zegt "met haar hebben de koningen van de aarde ontucht bedreven" (Op. 17, 2) en "(zij) rijdt op het beest met de zeven koppen en tien hoorns" (Op. 17,7), waarbij "de tien hoorns zijn tien koningen; zij regeren nog niet, maar voor één uur zullen zij koninklijke macht ontvangen, samen met het beest. Zij zijn eensgezind, en hun macht en gezag geven ze aan het beest" (Op. 17, 12-13), dan zien we hierin vandaag toch stilaan de contouren van Europese en andere supranationale instellingen, waarvan onze instellingen te vaak de gewillige uitvoerders zijn. Iets vriendelijker gezegd vormen zij de hedendaagse versie van de keizer-koster die door onze voorouders werd afgezet hier te lande. Het "trek weg uit haar om niet te delen in haar zonden" houdt m.i. dan ook in dat een einde wordt gemaakt aan de kritiekloze overlevering van onze aloude vrijheden aan het supranationale recht. Een van de prioriteiten voor onze juristen vandaag is dan ook weer de voorrang te bekrachtigen van onze constitutie boven het internationaal recht.

Niet alleen schijnt onze rechterlijke macht vandaag niet bereid te zijn de Grondwet voorrang te geven en heeft het Hof van cassatie in een "ondraaglijk licht" arrest de grondwettelijke vrijheden geheel terzijde geschoven omwille van de zogenaamde voorrang van het internationale recht ; ook wanneer het erop aankomt de belangen van de constituerende Gemeenschappen van België , en in het bijzonder de Vlaamse gemeenschap mee te beschermen en het zelfbeschikkingsrecht van die Gemeenschap te ondersteunen, is er nog een lange weg te gaan. Minstens op het niveau van het Hof van cassatie werden we de laatste jaren niet op veel goeds getracteerd, noch wat de vrijheid betreft om voor het eigen volk op te komen, noch wat de garanties betreft voor de tweetaligheid van het gerecht in Brussel. En op de openingszitting van dit jaar werden we getracteerd op een mercuriale van procureur-generaal J.F. Leclerc die waarschuwde tegen pogingen om de sociale grondrechten en sociale verworvenheden uit te hollen via de toekenning van bevoegdheden aan de Gewesten of Gemeenschappen . De creatieve interpretatie van de Grondwet wordt hier dus niet gebruikt om het zelfbeschikkingsrecht van Vlaanderen te beschermen maar om het te verhinderen.
Slotscène

Op 4 januari 1790 trokken de magistraten onder het luiden van de klok 'Triumphante' en van de beiaard van het Belfort in stoet van het Gentse stadhuis naar de Vrijdagmarkt, de plaats waar de graven traditioneel werden ingehuldigd. Er waren niet minder dan 72 rijtuigen nodig voor het vervoer van de overheidspersonen. Ze werden begeleid door de ruiterij in zwart en geel uniform onder leiding van Jan Baptist de Lauretan. In die openbare ruimte werd dezelfde ceremonie uitgevoerd als bij de inhuldiging van de graaf, werd het Manifest voorgelezen door de griffier van de Staten van Vlaanderen , werd dienvolgens de keizer-koster afgezet en werd de Raad van Vlaanderen uitgeroepen tot soeverein hoogste rechtscollege en verklaard dat "alle Jurisdictie van hogere rechtscolleges over Vlaanderen nu en voor alsdan ten eeuwigen dage zal onderblyven". Vervolgens trokken de afgevaardigden naar de Sint-Baafskathedraal waar een Te Deum werd gezongen om de Heer te danken voor de bevrijding .

Anders dan in de Verenigde Provinciën en de Verenigde Staten van Amerika heeft het jammer genoeg niet erg lang geduurd vooraleer buitenlandse troepen, Oostenrijkse en Franse, een einde zouden maken aan dit experiment. En het was in grote mate door de verdeeldheid van de Vlamingen dat dit gebeurde. Wellicht was het ook omdat de nieuwe bestuurders de aloude constitutie te letterlijk en punctueel opvatten en de instellingen er te weinig in geslaagd zijn de nieuwe natie in zijn geheel te representeren.

Maar op zijn minst hebben Raepsaet en de Graeve net zoals de auteurs van het Plakkaat van Verlatinge de historische kans, het Kairós, proberen te benutten en op zijn minst hebben zij, in de traditie van dat Plakkaat, een beargumenteerd juridisch precedent geschreven, een vonnis dat ons ook vandaag moge inspireren.
 
Locations of visitors to this page