Net zoals na het afstemmen van het ontwerp van Europese Grondwet door de bevolking van Frankrijk en Nederland mochten we de voorbije dagen na het afstemmen van de als Verdrag van Lissabon vermomde Grondwet in Ierland weer reacties horen die vooral van onbeschaamdheid getuigen. De "verwende egoïstische" en "domme" Ieren zouden nu alle andere volkeren van Europa gijzelen en die schitterende toekomst die het verdrag van Lissabon aan Europa zal verlenen proberen te verhinderen. De wapens worden klaargemaakt om een klein volk als het Ierse dan maar door chantage op de knieën te brengen. Want het kan toch niet dat één land alles blokkeert, nietwaar. Desnoods moet dat er dan maar uit gegooid worden, toch ?
Mag ik het misschien toch maar even in andere termen uitleggen ?
Stel dat je enkele bedrijven hebt die al jaren samenwerken; ze hebben daartoe een samenwerkingsovereenkomst gesloten die niet altijd gemakkelijk functioneert maar alvast tot behoorlijke resultaten heeft geleid. De CEO's van de grootste bedrijven vinden echter dat het allemaal niet genoeg is en sturen aan op een verkapte fusie. Er worden vergaderingen belegd voor alle CEO's om ze onder druk te zetten tot zo'n akkoord te komen. De aandeelhouders hebben hierin natuurlijk geen inspraak. De CEO's hebben geen mandaat gekregen van hun respectievelijke aandeelhouders. Twee van hen zijn zelfs al eens uitdrukkelijk teruggefloten door hun aandeelhouders, en hebben dan gevraagd om de fusie een andere naam te geven, partnership of iets anders dat wat zoeter klinkt. Onder de bekende druk om toch maar tot een akkoord te komen gaan de CEO's allemaal overstag en tekenen ze een principeakkoord. De meeste CEO's schakelen vervolgens de aandeelhouders gewoon uit. Ze zorgen ervoor dat de Algemene Vergadering gewoon niet kan samenkomen. Maar één enkele CEO speelt het spel correct en roept de algemene vergadering (AV) wel samen. Het voorstel wordt weggestemd. De AV wil gewoon de bestaande samenwerking voortzetten.
Elke normale jurist zal zeggen dat die AV niets anders vraagt dan dat de overeenkomst die werkelijk gesloten is, de samenwerkingsovereenkomst van jaren geleden, daartoe het vanzelfsprekende recht heeft. Als een contractspartij gewoon bij de bestaande overeenkomst blijft, en de andere die partij dwingen om die te veranderen, dan zij het de anderen die contractbreuk plegen.
Een heel kleine minderheid van aandeelhouders die de fusie tegenhoudt ? Neen, een meerderheid van het bedrijf dat niet wil fuseren. Dat is perfect hun recht. Wat onrecht is, is dat de aandeelhouders van de andere bedrijven de mond wordt gesnoerd. Zij mogen zelfs niet eens stemmen. Dus is de stand niet 26 tegen 1, maar wel 0 tegen 1, of misschien correcter nog 2 tegen 3 (Spanje en Luxemburg tegen Frankrijk, Nederland en Ierland: de enige landen die een referendum hebben gehouden).
En kom nu niet zeggen dat de mensen om de verkeerde redenen neen gestemd hebben. Dan kan ik met nog veel meer argumenten zeggen dat al die "leiders" om de verkeerde redenen gekozen zijn bij de jongste verkiezingen. Bovendien dient dat argument alleen maar om de mensen dom te houden. Als dat niet de bedoeling is, dan is er maar één remedie: meer referenda. En wel telkens als er voldoende handtekeningen ingezameld worden, en niet alleen wanneer de Elyzeese heersers of andere paladijnen het nuttig achten.
Bij voorkeur natuurlijk met een stemming per thema en niet over alles tegelijk zoals bij het Verdrag van Lissabon. Het is natuurlijk al te gemakkelijk om het volk te verwijten dat ze niet alles begrepen hebben als je ze maar één vraag voorlegt over alles tegelijk. Splits de vraagstelling op in plaats van hypocriet te stellen dat men tegen alles neen zegt omdat men slechts tegen één ding neen wil zeggen. Zo herinner ik me dat Dehaene zich enkele jaren terug tegen een referendum over de Europese Grondwet verzette omdat de mensen zouden tegenstemmen omdat ze tegen de toetreding van Turkije zijn. Wel, laat ze dan apart stemmen over die toetreding in plaats van hen ondemocratisch die mogelijkheid te ontzeggen en alles maar verder door de strot te jagen.
Laat Europa eerst maar een stuk transparanter, democratischer en minder verspillend worden vooraleer het nieuwe bevoegdheden krijgt. En laten we ons - wanneer er nog eens over democratie en bescherming van minderheden gesproken wordt - goed herinneren welke journalisten en politici er niet voor terugschrikken chantage in te zetten jegens de Ieren.
woensdag, juni 25, 2008
donderdag, juni 05, 2008
Mevrouw Badinter wil in uw plaats beslissen welke eigenschappen van uw bruid relevant zijn
Veel poeha vorige week over een vonnis van de burgerlijke rechtbank in Rijsel van 1 april 2008 (1): die had op verzoek van een echtgenoot zijn huwelijk nietig verklaarde wegens dwaling of bedrog "omtrent een wezenlijke eigenschap" omdat zijn vrouw bij het huwelijk verzwegen had dat ze geen maagd meer was. Een islamitische echtgenoot, ja, maar dit is juridisch irrelevant. Nadat dit vonnis publiek werd door publicatie in de Recueil Dalloz van 22 mei 2008 (2) verontwaardigde reacties alom ...
Bij wijze van voorbeeld de reactie van Elisabeth Badinter:
"Je suis ulcérée par la décision du tribunal d’accepter de juger ça parce que la sexualité des femmes est une affaire privée et libre en France, absolument libre (…)".
Vandaag verscheen er in Le Monde een artikel dat de zaken toch een beetje in het juiste perspectief zet en duidelijk maakt dat de uitroep van Badinter nonsens is: Anne Chemin, "Les paradoxes du jugement de Lille" (3).
Anne Chemin wijst er zeer terecht op dat dit vonnis volledig past in de liberale logica die het huwelijk uitsluitend in termen van (volgehouden) vrije keuze van de partners ziet. De nietigverklaring was gebaseerd op art. 180 burgerlijk wetboek: ""S'il y a eu erreur dans la personne ou sur les qualités essentielles de la personne, l'autre époux peut demander la nullité du mariage". Dit artikel werd in 1975 ingevoerd samen met het recht op echtscheiding door ondelringe toestemming. Beide bepalingen zijn duidelijk geïnspireerd door de tendens tot liberalisering van huwelijk en echtscheiding, die het huwelijk meer en meer als een gewoon contract ziet. Wel, als het een contract is, dan is dat contract nietig in geval van bedrog of verschoonbare dwaling van één der partijen betreffende elk element dat door die partij bij weten van de tegenpartij subjectief als wezenlijk werd beschouwd.
In de negentiende eeuw werd het huwelijk nog niet als een gewoon contract beschouwd maar als een essentiële instelling van de samenleving; dan gold de regel "en mariage, trompe qui peut", wat wil zeggen (ja, dames en heren, enkel wil zeggen) dat verzwijging bij het aangaan van het huwelijk geen grond tot nietigheid was.
In casu heeft de rechtbank vastgesteld dat beide partijen het erover eens waren dat dit element voor één der contractspartijen subjectief wezenlijk was en dat het verzwegen was; in de "moderne" opvatting van het huwelijk past dit vonnis dus perfect.
Wanneer de socialistische mw. Badinter dan uitroept dat dit in strijd is met de idee dat "la sexualité des femmes est une affaire privée et libre en France" (ook van les hommes, neem ik aan), dan Boer pas op uw Ganzen. Want eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat de staat moet beslissen dat bepaalde motieven bij het sluiten van een huwelijk géén rol meer zouden mogen spelen. Eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat een bruidegom de bruiloft niet zou mogen weigeren omwille van het sexuele verleden van de bruid, want dat is een zogezegde privézaak. Door de staat te laten beslissen dat dit een privézaak is, wordt het private karakter echter juist geperverteerd. Eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat het hoger belang van de linkse ideologie inzake sexualiteit meebrengt dat partners het recht hebben elkaar te bedriegen (en bedriegen betekent natuurlijk zonder het akkoord van de andere partij, anders is het geen bedrog).
Ook anderen roepen vandaag in naam van de strijd tegen 'archaïsche opvattingen" dat de wet zou moeten verbieden dat het sexuele verleden van de partner nog door de andere partner als een wezenlijke eigenschap zou mogen worden beschouwd. Kortom, de staat zal voor U wel beslissen met welke kenmerken U bij de keuze van uw partner nog rekening mag houden en met welke niet.
Wanneer ik enkele jaren gelden al schreef dat de hele ideologie van de antidiscriminatie er op een dag toe zal leiden dat men niet meer mag discrimineren bij de keuze van een levenspartner (http://www.doorbraak.org/doorbraak/pdf/0202.pdf), werd ik uitgescholden voor een fantast. Wel, aan de reacties op het Rijselse vonnis te lezen, zijn we er wel akelig dichtbij aan het komen.
(1) te lezen op http://blog.dalloz.fr/blogdalloz/files/Lille.pdf)
(2) (D. 2008. Jur. 1389, note P. Labbée; en "edito" van F. Rome, La mariée avait un vice caché..., ibid. 1465; zelfs een blogitem bij Dalloz op http://blog.dalloz.fr/blogdalloz/2008/06/le-mariage-et-l.html)
(3)(http://www.lemonde.fr/opinions/article/2008/06/05/les-paradoxes-du-jugement-de-lille-par-anne-chemin_1054114_3232.html)
Bij wijze van voorbeeld de reactie van Elisabeth Badinter:
"Je suis ulcérée par la décision du tribunal d’accepter de juger ça parce que la sexualité des femmes est une affaire privée et libre en France, absolument libre (…)".
Vandaag verscheen er in Le Monde een artikel dat de zaken toch een beetje in het juiste perspectief zet en duidelijk maakt dat de uitroep van Badinter nonsens is: Anne Chemin, "Les paradoxes du jugement de Lille" (3).
Anne Chemin wijst er zeer terecht op dat dit vonnis volledig past in de liberale logica die het huwelijk uitsluitend in termen van (volgehouden) vrije keuze van de partners ziet. De nietigverklaring was gebaseerd op art. 180 burgerlijk wetboek: ""S'il y a eu erreur dans la personne ou sur les qualités essentielles de la personne, l'autre époux peut demander la nullité du mariage". Dit artikel werd in 1975 ingevoerd samen met het recht op echtscheiding door ondelringe toestemming. Beide bepalingen zijn duidelijk geïnspireerd door de tendens tot liberalisering van huwelijk en echtscheiding, die het huwelijk meer en meer als een gewoon contract ziet. Wel, als het een contract is, dan is dat contract nietig in geval van bedrog of verschoonbare dwaling van één der partijen betreffende elk element dat door die partij bij weten van de tegenpartij subjectief als wezenlijk werd beschouwd.
In de negentiende eeuw werd het huwelijk nog niet als een gewoon contract beschouwd maar als een essentiële instelling van de samenleving; dan gold de regel "en mariage, trompe qui peut", wat wil zeggen (ja, dames en heren, enkel wil zeggen) dat verzwijging bij het aangaan van het huwelijk geen grond tot nietigheid was.
In casu heeft de rechtbank vastgesteld dat beide partijen het erover eens waren dat dit element voor één der contractspartijen subjectief wezenlijk was en dat het verzwegen was; in de "moderne" opvatting van het huwelijk past dit vonnis dus perfect.
Wanneer de socialistische mw. Badinter dan uitroept dat dit in strijd is met de idee dat "la sexualité des femmes est une affaire privée et libre en France" (ook van les hommes, neem ik aan), dan Boer pas op uw Ganzen. Want eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat de staat moet beslissen dat bepaalde motieven bij het sluiten van een huwelijk géén rol meer zouden mogen spelen. Eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat een bruidegom de bruiloft niet zou mogen weigeren omwille van het sexuele verleden van de bruid, want dat is een zogezegde privézaak. Door de staat te laten beslissen dat dit een privézaak is, wordt het private karakter echter juist geperverteerd. Eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat het hoger belang van de linkse ideologie inzake sexualiteit meebrengt dat partners het recht hebben elkaar te bedriegen (en bedriegen betekent natuurlijk zonder het akkoord van de andere partij, anders is het geen bedrog).
Ook anderen roepen vandaag in naam van de strijd tegen 'archaïsche opvattingen" dat de wet zou moeten verbieden dat het sexuele verleden van de partner nog door de andere partner als een wezenlijke eigenschap zou mogen worden beschouwd. Kortom, de staat zal voor U wel beslissen met welke kenmerken U bij de keuze van uw partner nog rekening mag houden en met welke niet.
Wanneer ik enkele jaren gelden al schreef dat de hele ideologie van de antidiscriminatie er op een dag toe zal leiden dat men niet meer mag discrimineren bij de keuze van een levenspartner (http://www.doorbraak.org/doorbraak/pdf/0202.pdf), werd ik uitgescholden voor een fantast. Wel, aan de reacties op het Rijselse vonnis te lezen, zijn we er wel akelig dichtbij aan het komen.
(1) te lezen op http://blog.dalloz.fr/blogdalloz/files/Lille.pdf)
(2) (D. 2008. Jur. 1389, note P. Labbée; en "edito" van F. Rome, La mariée avait un vice caché..., ibid. 1465; zelfs een blogitem bij Dalloz op http://blog.dalloz.fr/blogdalloz/2008/06/le-mariage-et-l.html)
(3)(http://www.lemonde.fr/opinions/article/2008/06/05/les-paradoxes-du-jugement-de-lille-par-anne-chemin_1054114_3232.html)
maandag, juni 02, 2008
De maskers vallen af: het gaat (ook) om ordinaire gebiedsroof.
De retoriek van le droit des gens
Jarenlang hebben we het moeten horen: de (valse) tegenstelling die franstalige media, academici en politici maakten tussen een Vlaanderen dat alleen maar kan denken vanuit “le droit du sol” en de morele superioriteit van de franstaligen voor wie “le droit des gens” geldt, voor wie de mensen voorrang zouden hebben op de grond. Daarbij misbruikte men doelbewust de dubbelzinnigheid van de uitdrukking “droit des gens”. Die betekent namelijk ook “het recht der volkeren” in de zin van volkenrecht, d.i. het internationaal recht dat franstaligen in België al enkele decennia proberen voor de kar te spannen van hun revanchisme, van hun reactie tegen het feit dat “on nous a pris la Flandre” (1) Dat volkenrecht wordt bewust op één lijn gesteld met een andere invulling van de uitdrukking, die zou inhouden dat waar mensen zich ook vestigen, de overheid aldaar en de omgeving zich maar moet aanpassen – althans wanneer die mensen tot de “hogere” franse beschaving behoren natuurlijk. Want, zoals wij ook al lang weten, bestaat die invulling van le droit des gens in geen enkel land of gewest waar de franstaligen het alleen voor het zeggen hebben, niet in Frankrijk, niet in de franstalige kantons in Zwitserland, niet in Wallonië en al helemaal niet in Québec. En bij de uitdrukking “droit du sol” (ius soli) vergat men ook uit te leggen dat die de tegenpool vormt van “le droit du sang” (ius sanguinis) en rechtshistorisch op de eerste plaats te maken heeft met de regels inzake verwerving van nationaliteit. Men vergat ook dat het “territorialiteitsbeginsel” het tegendeel is van het “personaliteitsbeginsel”: de tegenstelling tussen het beginsel dat iedereen op een bepaald grondgebied onder dezelfde wet leeft en gelijk is voor die wet tegenover het beginsel dat de wet niet dezelfde is voor iedereen maar afhankelijk is van de etnische (of religieuze) groep waartoe men behoort. Ik breng het maar even kort in herinnering voor wie niet meer weet dat hier natuurlijk veel meer achter zit.
De maskers vallen af
In het zog van de discussie over de aanpassing van de kieskringen (ja, die zijn inderdaad per definitie territoriaal) aan de grondwettelijke indeling van België als federale staat (2), laten steeds meer franstalige politici en academici echter het masker vallen. Hun verzet tegen de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (die wel degelijk de enige mogelijkheid is om zonder grondwetswijziging de wet aan te passen aan de grondwet) (3) heeft namelijk alles te maken met ….. grondhonger, met ordinaire gebiedsroof. Hun verzet tegen de splitsing heeft alles te maken met het in vraag stellen van de bestaande deelstaatgrenzen bij het nakende einde van België. Dat blijkt (opnieuw) uit een aantal recente uitspraken.
Op de eerste plaats is er het voorstel van Prof. Jacques Autenne in La Libre Belgique van 21 mei 2008 (4). Die is nog “gematigd” in zijn gebiedsaanspraken: hij eist behalve overgangsmaatregelen voor franstaligen in Vlaanderen alleen maar de overdracht aan Wallonië van alle verbindingswegen tussen Brussel en Wallonië: snelwegen, wegen en spoorwegen, rivieren en kanalen. Door Sint-Genesius-Rode, maar ook door Overijse en zelfs Halle. Maar geen bewoonde gebieden (wellicht is het feit dat hij in Tervuren woont en het daar blijkbaar toch zo slechts niet stelt in Vlaanderen daar de oorzaak van).
Bij anderen daarentegen gaat het er heel duidelijk om, om de regels van het volkenrecht meer dan een beetje te forceren en naar franstalige handen te zetten en door middel van een aberrante interpretatie van de “uti-possidetis”-regel bij het uiteenvallen van België een groot stuk van Vlaams-Brabant in te palmen in de nieuwe staat Wallobruxia. Wanneer Karel de Gucht in le Soir van 26 januari duidelijk stelt dat de taalgrens een staatsgrens is (5) Op 28 januari roept de Brusselse voorzitter van de rassemblement Wallonie-France BHV uit tot “Un enjeu d’état” (6). Enkele dagen na een interview met de Luikse hoogleraar grondwettelijk recht, prof. Christian Behrendt in Le Soir (zie verder) legt Paul Piret in La Libre Belgique van 8 mei 2008 (7) de reden uit voor het verzet tegen de splitsing van de kieskring : “ Le pays viendrait-il à éclater, à quelque terme, le droit international reconnaît généralement à une nouvelle entité le territoire qu'elle possédait auparavant - sans quelque maintien de BHV, les frontières étatiques n'en coïncideraient que mieux avec la frontière linguistique, Bruxelles davantage "enclavé" en Flandre”.
En op enkele dagen tijd laten de franstalige kopstukken – Maingain, di Rupo, Onkelinx - het masker vallen. Maingain in Le Soir van 17 mei (8) over de reden van het verzet tegen de splitsing: “De Franstaligen moeten aan de toekomst denken, nadenken in termen van territorium, van toekomstige grenzen, anders zullen ze gestrikt worden." Di Rupo spreekt zelfs uitdrukkelijk van “geostrategische redenen” in Le Soir van 26 mei 2008 (9) : het behoud van de kieskring BHV, het gerechtelijk arrondissement BHV, en de faciliteiten maken dat de taalgrens géén staatsgrens is. In antwoord op de Vlaamse “strategie” om door de afschaffing daarvan de taalgrens te bevestigen als een potentiële staatsgrens, wil di Rupo Brussel en Wallonië verenigen. En het is duidelijk dat hij ook een fysieke, geografische vereniging bedoelt, dus de inpalming van een stuk Vlaams-Brabant. (Oui. Voici mon raisonnement… Les francophones autour de Bruxelles ont trois types de droits liés aux personnes : un droit électoral, leur permettant de voter pour des personnalités bruxelloises; ils peuvent être jugés en français en justice; enfin, il y a les facilités dans six communes. Ces trois types de droits constituent comme des ponts, qui enjambent la frontière linguistique, signifiant qu'elle n'est pas une frontière d'État. Toute la stratégie des responsables politiques flamands est de faire sauter ces ponts l'un après l'autre, afin d'isoler Bruxelles en Flandre, et d'affirmer la frontière linguistique comme une frontière d'État potentiellement. Ce schéma, nous n'en voulons pas. Il ne passera pas”. En Onkelinx stelde op 31 mei in de Standaard(10): “Brussel-Halle-Vilvoorde gaat over: hebben Wallonië en Brussel al dan niet een aparte toekomst? BHV gaat natuurlijk ook de verdediging van de Franstaligen die in de Rand leven, maar dat is niet de kern van de discussie”, en op de opwerping “Met een formule als inschrijvingsrecht zouden de Franstaligen uit de Rand nog kunnen stemmen voor iemand in Brussel” volgt het antwoord: “Wie in Vlaanderen nog gelooft dat het daarover gaat, begrijpt niets van de gevoeligheid van de francofonen. BHV is echt veel fundamenteler dan dat. Dat maakt de discussie zeer moeilijk”. Het gaat dus niet om minderheidsrechten voor franstaligen, maar om het veel “fundamentelere”: franstalige gebiedsuitbreiding. En het Wallobruxia-verhaal doet ook een ander masker afvallen: dat een uitbreiding van Brussel toch niet zo erg zou zijn aangezien het Vlaams-Brabant alleen maar tweetalig zou maken; het gaat niet meer om de uitbrieding van tweetalig gebied, maar om de inrichting van een ééntalig Franse ruimte, zoals België eertijds werd geconcipieerd, waar de nederlandstaligen zoals in 1831 nog wel lokaal hun patois mogen gebruiken.
Het was enkele wakkere Vlaamse academici en bloggers ntauurlijk ook al opgevallen: op de eerste plaats Bart Maddens in de Standaard van 24 mei 2008 (11) (nog voor de uitspraken van di Rupo), verder Filip van Laenen op Brussels Journal (B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo (12)) en In Flanders Fields van 26 mei (13) en Philippe van den Abeele op Nieuw Pierke (14) op 28 mei 2008.
Een beetje voorgeschiedenis van speuren in de juridische gereedschapskist
Natuurlijk is die expansionistische mentaliteit niets nieuws. Ook de analyse van de instrumenten uit het volkenrecht die men daarvoor kan inzetten, is al decennia aan de gang in de franstalige universiteiten en politieke middens. Even ter herinnering: een toen nog grotendeels franstalig Hof van cassatie decreteerde in 1971 de voorrang van het volkenrecht op de Belgische wetgeving (15). Op dat ogenblik ging het alleen over de voorrang van geratificeerde verdragen op de gewone wet en was de beslissing in casu ook correct, maar ze werd wel in veel ruimere bewoordingen gesteld (16). Vandaag beweren franstalige academici dat het volkenrecht ook voorrang zou hebben op de grondwet en dat ook niet geratificeerde verdragen zoals het Minderhedenverdrag voorrang zouden hebben op het Belgische recht omdat het om “mensenrechten” zou gaan).
De eerste inhoudelijke piste die men uitgeprobeerd heeft en blijft uitproberen is die van de zogenaamde taalvrijheid. Hiermee hebben de franstalige internationale grotendeels bot gevangen (met name het arrest van het EHRM over enkele aspecten van de taalwetgeving, , waar men enkel de zeer beperkte “liberté du père de famille” bekwam… (17); verder ook het arrest-Mathieu-Mohin / België van 2 maart 1987 (18)). Sommige franstalige academici hebben daaruit afgeleid dat ze wellicht beter “bediend” zouden kunnen zijn door het toch nog steeds erg franstalige en staasbehoudende Hof van cassatie en begonnen te pleiten voor grondwettigheidstoetsing door de gewone rechter (en niet door de Raad van State die toen al als te flamingant werd bestempeld) (19). Procureur-generaal bij het Hof van cassatie Walter Ganshof van der Meersch pleitte vanaf toen voor grondwettigheidstoetsing door het Hof van cassatie (20).
Het tweede spoor dat men vandaag zeer sterk bewandelt is dat van de zogenaamde minderhedenbescherming, gewapend met de formidabele doublespeak van dat intussen beruchte minderhedenverdrag (zie daarover mijn toespraak bij de uitreiking van de orde van de Vlaamse leeuw) (21)). Door de oprichting van een paritair Grondwettelijk Hof kon men de Vlamingen alvast niet meer sociologisch minoriseren bij de grondwettigheidstoetsing van wetten en werd het spoor van de voorrang van het volkenrecht weer belangrijker (22). Zou het toeval zijn dat het Hof van cassatie het volkenrecht nu ook boven de Grondwet ging stellen (onder meer in het juridisch schandelijke Vlaams-Blok-arrest van 9 november 2004 (23)). Nu, wat die piste van de minderheidsrechten betreft, heeft het feit dat Frankrijk en Québec in deze aan de Vlaamse kant staan, de geloofwaardigheid van het franstalig verhaal niet echt geholpen, en de pietluttigheden waarover men telkens komt zaniken hebben ook in het buitenland toch enige ogen doen opengaan. Dat men al 40 jaat bot vangt bij internationale rechtscolleges en enkel via gemakkelijker te manipuleren internationale politieke organen enige aandacht krijgt geeft misschien toch te denken. Maar goed, met de twee genoemde sporen kon men zijn strategie vervolgen zolang men nog kon volhouden dat er in België geen interne grens was: de basisidee was altijd dat de zogenaamde rechten van de franstaligen in heel België moesten gelden.
Nu men niet meer in het voortbestaan van België gelooft en de taalgrens op korte termijn een staatgsrens dreigt te worden, wordt het derde spoor echter een stuk dringender: de territoriale expansie.
Het derde spoor botst tegen het volkenrecht
Daarbij botst men echter tegen een van de grondbeginselen van het anders zo geprezen volkenrecht: het beginsel dat bij het ontstaan van nieuwe staten de oude interne grenzen de grenzen van de nieuwe staat vormen, traditioneel verwoord als “uti possidetis”. Hoe sterk de internationale gemeenschap vasthoudt aan bestaande grenzen hebben we ook in recente tijden gezien, onder meer bij het uiteenvallen van Joegoslavië (standpunt dat onderbouwd werd in het advies nr. 3 van de commissie-Badinter, 11 januari 1992 (24), onder voorzitterschap van de vroegere Franse Minister van justitie Robert Badinter, zeker ook een voorstander van het territorialiteitsbeginsel).
De uiteindelijke erkenning van Kroatië binnen zijn “intern-joegoslavische” grenzen heeft franstalige academici bij ons gealarmeerd. Dat de franstalige academici van Québec het beginsel uti possidetis zeer sterk verdedigen (zie met name het rapport-Pellet (25)) weerhoudt de Belgische franstalige academici er alvast niet van om eraan te gaan morrelen. Vanaf de jaren ’90 zijn ze dus argumenten gaan zoeken om dit beginsel niet te laten gelden bij een splitsing van België. In januari 1998 werd daartoe een congres georganiseerd aan de ULB te Brussel, waarvan de rapporten verschenen zijn in het boek Demembrements d'Etats et delimitations territoriales: l'uti possidetis en question(s), Actes du colloque de Bruxelles - 23 et 24 janvier 1998 (26).
Op 18 maart 2005 organiseerde het FDF-studiecentrum Jacques Georgin (ja inderdaad genoemd naar de FDF-plakker die op 12 september na een schermutseling met vlaamse plakkers overleed aan een hartaanval die met die schermutseling weinig van doen had, maar die nog altijd als een vermoorde held wordt geprezen) een colloquium waar het de beurt was aan de professoren Hugues Dumont en Sébastien van Drooghenbroeck om de splitsing van BHV aan te grijpen als grond om de gewestgrens tussen Brussel en Vlaanderen aan te passen door middel van referenda. Hun tekst (“Le statut de Bruxelles dans l’hypothèse du confédéralisme”) werd in oktober 2007 in 3 talen gepubliceerd in Brussels Studies (27).
En einde 2007 werd aan de Universiteit van Luik een colloquium georganiseerd over “Fédéralisme et frontières internes: les enjeux de l'arrondissement de BHV (Bruxelles-Hal-Vilvorde/Brussel-Halle-Vilvoorde)” met bijdragen die eerstdaags verschijnen in het elektronisch tijdschrift Fédéralisme Régionalisme (28). De lezing van prof. Christian Behrendt, hoogleraar grondwettelijk recht in Luik en een duitstalge met dubbele nationaliteit, getiteld “BHV et le principe de l’uti possidetis”, bood de franstaligen weinig argumenten. Wanneer Behrendt door Dominique Berns wordt geïnterviewd in Le Soir van 30 april (29) worden hem dan ook enkele suggestieve vragen gesteld; ik was er natuurlijk niet bij toen het interview werd opgenomen, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de journalist het gepubliceerde interview wat naar zijn hand heeft gezet. Hij is blijven doorvragen tot hij een geschikt antwoord kon vinden dat de duidelijke uitgangspunten, die Behrendt verdedigde, toch nog even kon scheeftrekken. Want Behrendt herinnert eraan dat noch het argument “enclave” (Brussel binnen Vlaams grondgebied), noch het argument minderheden noch de eis van een volksraadpleging veel indruk maken op de internationale gemeenschap als argumenten tegen het beginsel uti possidetis.
Drijfhout of bruggen voor expansie ?
Het belang van het beginsel heeft de franstaligen nu toe aangezet om allerlei motieven te zoeken die moeten aantonen dat er helemaal geen eenduidige interne grenzen zijn in België, dat grote delen van Vlaanderen eigenlijk nog altijd gemengd gebied zouden zijn. Maingain en de anderen zijn onmiddellijk gesprongen op de uitlating van Behrendt dat de kieskring en het gerechtelijk arrondissement “bruggen” zijn over de taalgrens heen waarmee men het definitief karakter daarvan misschien toch in vraag zou kunnen stellen. Mij lijkt het eerder te gaan om stukken drijfhout uit het wrak van het schip van de belgische unitaire staat (30). De argumenten om te stellen dat de bestaande grondwettelijke taalgrenzen wel degelijk de interne grenzen zijn voor de toepassing van uti possidetis zijn overweldigend – men moet maar de eerste 5 artikelen van de Belgische grondwet lezen. Maar de franstalige reactie toont wel aan dat elke brug die nog opengelaten wordt of gebouwd wordt, door de overzijde misbruikt wordt als toegangsweg voor territoriale expansie. Bruggen bouwen is zeer nuttig, maar vraagt op de eerste plaats stevige oevers en op de tweede plaats dat de franstalige politici nu eens eindelijk zeer uitdrukkelijk afstand nemen van de eis naar territoriale expansie van de Franse gemeenschap (31). De weigering dat te doen verplicht de Vlamingen om zolang er geen onafhankelijk Vlaanderen is, geen erkenning te verlenen aan welke instellingen of regels ook die door franstaligen misbruikt kunnen worden om territoriale expansie te rechtvaardigen. Ook zo zijn de anderstalgen in Vlaanderen nog altijd stukken beter af dan in Wallonië of andere franstalige landen.
Deze stelling zal me wel weer een partijtje schelden over geborneerdheid en geslotenheid opleveren, maar met een buurman die voortdurend een stuk van je tuin probeert in te palmen zijn “afpaling en afsluiting” (om de termen van het Burgerlijk wetboek te gebruiken) nu eenmaal nodig.
(1) zie mijn “Nog steeds “Ils nous ont pris la Flandre””, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/nog-steeds-ils-nous-ont-pris-la-flandre.html
(2) Zie mijn “Dewael’s bedrieglijke vergelijking”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/dewaels-bedrieglijke-rechtsvergelijking.html
(3) Zie mijn “Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html. Daar wordt het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, dat ook een terugkeer naar arrondissementele kieskringen in heel België grondwettelijk kan, weerlegd. Zie ook het vervolgstuk “De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(4) Berlin-Ouest comme solution à BHV”, http://www.lalibre.be/index.php?view=article&art_id=422488, ook op http://haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1211316810
(5) «La frontière linguistique est une frontière d’Etat», http://www.lesoirenligne.be/actualite/belgique/la-frontiere-linguistique-est-2008-01-26-573631.shtml
(6) http://www.rwf.be/pages/Archives/Annee_2008/semaine05/la_une/bhv_goosse.html
(7) "Scinder BHV a sa logique. S'y opposer, aussi... "
(8) “Le prix de la scission selon Maingain”, Le Soir van 17 mei , http://www.lesoir.be/actualite/belgique/politique-le-president-fdf-2008-05-17-598971.shtml
(9) Di Rupo in Le Soir van 26 mei 2008, http://www.lesoir.be/actualite/belgique/politique-la-condition-il-2008-05-26-600871.shtml: “de toute façon, la scission ne pourra pas être pure et simple. Les francophones ont des raisons de géostratégie.”- «Géostratégie», carrément… - “Oui. Voici mon raisonnement… Les francophones autour de Bruxelles ont trois types de droits liés aux personnes : un droit électoral, leur permettant de voter pour des personnalités bruxelloises; ils peuvent être jugés en français en justice; enfin, il y a les facilités dans six communes. Ces trois types de droits constituent comme des ponts, qui enjambent la frontière linguistique, signifiant qu'elle n'est pas une frontière d'État. Toute la stratégie des responsables politiques flamands est de faire sauter ces ponts l'un après l'autre, afin d'isoler Bruxelles en Flandre, et d'affirmer la frontière linguistique comme une frontière d'État potentiellement. Ce schéma, nous n'en voulons pas. Il ne passera pas.”
(10) “Wallonië heeft er stilaan genoeg van” de Standaard 31 mei 2008, http://www.standaard.be/Krant/Tekst/Artikel.aspx?artikelId=PH1SJB00&date=20080531.
(11) Bart MADDENS, “Waar BHV echt over gaat“, de Standaard van 24 mei 2008, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=9C1SBJAV, ook op http://haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1211593597
(12) “B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo“, Brussels Journal 26 mei 2008, http://www.brusselsjournal.com/node/3289.
(13) “B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo “, In Flanders Fields 26 mei 2008, http://inflandersfields.eu/2008/05/b-h-v-en-de-geo-strategie-van-elio-di.html
(14) Philippe van den ABEELE, “ Franstalige 'geostrategie”, op Nieuw Pierke , http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/234
(15) Het zgn. Smeltkaasarrest, Cass. 27 mei 1971, Fromagerie Franco-Suisse Le Ski (smeltkaasarrest) Arr Cass 1971, p. 959, concl. Procureur-Generaal W. Ganshof Van Der Meersch.
(16) Volgens Prof. Paul Vermeulen (hoogleraar staatsrecht VUB en later Eerste Voorzitter van de Raad van State) was het arrest ingegeven door de wens van het Franstalige establishment om de Belgische taalwetten te kunnen toetsen aan volkenrechtelijke regels en op die manier mogelijks terzijde te schuiven (zie o.m. zijn tussenkomst in Actualité du contrôle juridictionnel des lois, journées juridiques Jean Dabin, Faculté de droit UCL, Larcier Brussel 1973, p. (554 v.) 555 en 557 v. Zou het werkelijk toeval zijn dat het arrest van 1971 er kwam kort nadat de grondwetswijziging van 1970 de taalgrens had ingeschreven in de Grondwet, zodat alvast de taalwetten niet meer op basis van een grondwettigheidstoetsing konden worden terzijde geschoven ?
(17) EHRM 23 juli 1968 , waarmee men enkel de zeer beperkte “liberté du père de famille” bekwam. Zie http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=699959&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(18) EHRM 2 maart 1987, Mathieu-Mohin en Clerfayt/ België, http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=699970&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(19) Het congres aan de UCL ”Actualité du contrôle juridictionnel des lois” vond plaats in 1973, kort na de Grondwetsherziening van 1970, de wet op de bevoegdheidsconflicten bij de Raad van State van 1971 (nooit effectief uitgevoerd), en het smeltkaasarrest van 27 mei 1971. De interventie van Vermueln op dat conres doorprikte de franstalige agenda: De franstaligen: waren sterker in de magistratuur dan in de politiek wen wilden dus het parlement onder voogdij stellen van een instelling waarin zij dominanter waren. Professoren en De Visscher en Lienard wilden gewoon af van de Vlaamse meerderheid in het (Belgische) Parlement.
(20) Concl. Ganshof van der Meersch voor het arrest van het Hof van Cassatie van 3 mei 1974 (Cass. 3 mei 1974, R.W. 1974-75, 77).
(21) Bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Leo Peeters en de andere burgemeesters van Halle-Vilvoorde, http://www.ordevandevlaamseleeuw.org/peeters-leeuw.html
(22) Aldus verklaarde de Waalse socialiste Anne-Marie Lizin in 1991, toen ze Staatsecretaris voor Europese Zaken was, dat dankzij Europa de Vlamingen opnieuw de rechtsposities zouden verliezen die ze in en op België hadden weten te veroveren.
(23) Cass. 9 november 2004, http://www.droit.fundp.ac.be/cours/pen/cassvzw.pdf of http://www.diversiteit.be/index.php?action=rechtspraak_detail&id=45&select_page=38.
(24) Advies nr. 3 van de commissie-Badinter, 11 januari 1992 Opinion No 3 of the Arbitration Commission of the Peace Conference on Yugoslavia, 11 January 1992, 31 ILM 1499, onder meer op http://www.ejil.org/journal/Vol3/No1/art13.html. Zie over het beginsel verder onder meer Dieter BLUMENWITZ, “Uti possedetis iuris, uti possedetis de facto: die Grenze im modernen Völkerrecht” In: Raum und Recht : Festschrift 600 Jahre Würzburger Juristenfakultät, red. Horst Dreier, Hans Forkel, Klaus Laubenthal, Duncker & Humblot 2002 ; Suzanne LALONDE, Determining boundaries in a conflicted world : the role of uti possidetis, McGill-Queen's University Press 2002.
(25) D.i. Thomas M. Franck, Rosalyn Higgins, Alain Pellet, Malcolm N. Shaw, Christian Tomuschat, «L’intégrité territoriale du Québec dans l’hypothèse de l’accession à la souveraineté», Commission d’étude des questions afférentes à l’accession du Québec à la souveraineté, Exposés et études, Volume 1, Les attributs d’un Québec souverain, Québec, 1992. Zie ook Michel Roche, “L’éclatement des fédérations soviétique, yougoslave et tchécoslovaque dans le débat sur la question nationale au Québec: de l’échec de Meech au référendum de 1995”, Bulletin d’histoire politique, vol. 4, no 2, printemps 2007, pp. 151; ook op http://classiques.uqac.ca/contemporains/roche_michel/eclatement_des_federations/eclatement_des_federations_texte.html.
(26) Démembrements d’Etats et délimitations territoriales: l’Uti possidetis en question(s), onder redactie van O. Corten, B. Delcourt, P. Klein en N. Levrat, Editions de l’Université de Bruxelles / Bruylant, Brussel 1999. Sommige bijdragen verschenen ook in de Revue belge de droit international, o.a. N. ANGELET, “Quelques observations sur le principe de l’uti possidetis à l’aune du cas hypothétique de la Belgique”, in Revue belge de droit international, 1998, p. 51-69.
(27) Te vinden op http://www.briobrussel.be/assets/andere publicaties/fr_46_brus10fr.pdf in het Nederlands op http://www.briobrussel.be/assets/andere%20publicaties/nl_46_brus10nl.pdf en in het Engels op http://www.briobrussel.be/assets/andere publicaties/en_46_brus10en.pdf.
(28) http://popups.ulg.ac.be/federalisme/sommaire.php?id=518. Het bevat met name de teksten van volgende lezingen: Michel Pâque, “ Introduction: le contexte institutionnel des difficultés actuelles”; Gonzales d’Alcantara, “Demande flamande de scission de BHV : une justification économique ?”, Christian Behrendt, “BHV et le principe de l’uti possidetis”, Boudewijn Bouckaert, “«Leo Belgicus» op zoek naar zichzelf. Territorialiteit, regionalisme en confederale bestuurscultuur in de Lage Landen”, Carl Devos, “BHV : Voeren van de 21ste eeuw” en Jean-Claude Scholsem, ”La problématique de Bruxelles-Hal-Vilvorde et la jurisprudence de la Cour constitutionnelle”.
(29) “BHV est un diamant pur ; qui demande sa scission doit mettre le prix”, op http://www.lesoir.be/forum/a_bout_portant/article_595322.shtml.
(20) Over het schip als metafoor voor de staat, zie ook H. QUARITSCH "Das Schiff als Gleichnis" in Recht über See, Festschrift Rolf Stödter zum 70. Geburtstag am 22. April 1979 (red. H.P. IPSEN & K-H Necker), Decker Schenck 1979, 251 v.
(21) En wie denkt dat dit een knipoog is naar de column “bruggen bouwen” van D. Sinardet in de Standaard, heeft nog gelijk ook.
Jarenlang hebben we het moeten horen: de (valse) tegenstelling die franstalige media, academici en politici maakten tussen een Vlaanderen dat alleen maar kan denken vanuit “le droit du sol” en de morele superioriteit van de franstaligen voor wie “le droit des gens” geldt, voor wie de mensen voorrang zouden hebben op de grond. Daarbij misbruikte men doelbewust de dubbelzinnigheid van de uitdrukking “droit des gens”. Die betekent namelijk ook “het recht der volkeren” in de zin van volkenrecht, d.i. het internationaal recht dat franstaligen in België al enkele decennia proberen voor de kar te spannen van hun revanchisme, van hun reactie tegen het feit dat “on nous a pris la Flandre” (1) Dat volkenrecht wordt bewust op één lijn gesteld met een andere invulling van de uitdrukking, die zou inhouden dat waar mensen zich ook vestigen, de overheid aldaar en de omgeving zich maar moet aanpassen – althans wanneer die mensen tot de “hogere” franse beschaving behoren natuurlijk. Want, zoals wij ook al lang weten, bestaat die invulling van le droit des gens in geen enkel land of gewest waar de franstaligen het alleen voor het zeggen hebben, niet in Frankrijk, niet in de franstalige kantons in Zwitserland, niet in Wallonië en al helemaal niet in Québec. En bij de uitdrukking “droit du sol” (ius soli) vergat men ook uit te leggen dat die de tegenpool vormt van “le droit du sang” (ius sanguinis) en rechtshistorisch op de eerste plaats te maken heeft met de regels inzake verwerving van nationaliteit. Men vergat ook dat het “territorialiteitsbeginsel” het tegendeel is van het “personaliteitsbeginsel”: de tegenstelling tussen het beginsel dat iedereen op een bepaald grondgebied onder dezelfde wet leeft en gelijk is voor die wet tegenover het beginsel dat de wet niet dezelfde is voor iedereen maar afhankelijk is van de etnische (of religieuze) groep waartoe men behoort. Ik breng het maar even kort in herinnering voor wie niet meer weet dat hier natuurlijk veel meer achter zit.
De maskers vallen af
In het zog van de discussie over de aanpassing van de kieskringen (ja, die zijn inderdaad per definitie territoriaal) aan de grondwettelijke indeling van België als federale staat (2), laten steeds meer franstalige politici en academici echter het masker vallen. Hun verzet tegen de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (die wel degelijk de enige mogelijkheid is om zonder grondwetswijziging de wet aan te passen aan de grondwet) (3) heeft namelijk alles te maken met ….. grondhonger, met ordinaire gebiedsroof. Hun verzet tegen de splitsing heeft alles te maken met het in vraag stellen van de bestaande deelstaatgrenzen bij het nakende einde van België. Dat blijkt (opnieuw) uit een aantal recente uitspraken.
Op de eerste plaats is er het voorstel van Prof. Jacques Autenne in La Libre Belgique van 21 mei 2008 (4). Die is nog “gematigd” in zijn gebiedsaanspraken: hij eist behalve overgangsmaatregelen voor franstaligen in Vlaanderen alleen maar de overdracht aan Wallonië van alle verbindingswegen tussen Brussel en Wallonië: snelwegen, wegen en spoorwegen, rivieren en kanalen. Door Sint-Genesius-Rode, maar ook door Overijse en zelfs Halle. Maar geen bewoonde gebieden (wellicht is het feit dat hij in Tervuren woont en het daar blijkbaar toch zo slechts niet stelt in Vlaanderen daar de oorzaak van).
Bij anderen daarentegen gaat het er heel duidelijk om, om de regels van het volkenrecht meer dan een beetje te forceren en naar franstalige handen te zetten en door middel van een aberrante interpretatie van de “uti-possidetis”-regel bij het uiteenvallen van België een groot stuk van Vlaams-Brabant in te palmen in de nieuwe staat Wallobruxia. Wanneer Karel de Gucht in le Soir van 26 januari duidelijk stelt dat de taalgrens een staatsgrens is (5) Op 28 januari roept de Brusselse voorzitter van de rassemblement Wallonie-France BHV uit tot “Un enjeu d’état” (6). Enkele dagen na een interview met de Luikse hoogleraar grondwettelijk recht, prof. Christian Behrendt in Le Soir (zie verder) legt Paul Piret in La Libre Belgique van 8 mei 2008 (7) de reden uit voor het verzet tegen de splitsing van de kieskring : “ Le pays viendrait-il à éclater, à quelque terme, le droit international reconnaît généralement à une nouvelle entité le territoire qu'elle possédait auparavant - sans quelque maintien de BHV, les frontières étatiques n'en coïncideraient que mieux avec la frontière linguistique, Bruxelles davantage "enclavé" en Flandre”.
En op enkele dagen tijd laten de franstalige kopstukken – Maingain, di Rupo, Onkelinx - het masker vallen. Maingain in Le Soir van 17 mei (8) over de reden van het verzet tegen de splitsing: “De Franstaligen moeten aan de toekomst denken, nadenken in termen van territorium, van toekomstige grenzen, anders zullen ze gestrikt worden." Di Rupo spreekt zelfs uitdrukkelijk van “geostrategische redenen” in Le Soir van 26 mei 2008 (9) : het behoud van de kieskring BHV, het gerechtelijk arrondissement BHV, en de faciliteiten maken dat de taalgrens géén staatsgrens is. In antwoord op de Vlaamse “strategie” om door de afschaffing daarvan de taalgrens te bevestigen als een potentiële staatsgrens, wil di Rupo Brussel en Wallonië verenigen. En het is duidelijk dat hij ook een fysieke, geografische vereniging bedoelt, dus de inpalming van een stuk Vlaams-Brabant. (Oui. Voici mon raisonnement… Les francophones autour de Bruxelles ont trois types de droits liés aux personnes : un droit électoral, leur permettant de voter pour des personnalités bruxelloises; ils peuvent être jugés en français en justice; enfin, il y a les facilités dans six communes. Ces trois types de droits constituent comme des ponts, qui enjambent la frontière linguistique, signifiant qu'elle n'est pas une frontière d'État. Toute la stratégie des responsables politiques flamands est de faire sauter ces ponts l'un après l'autre, afin d'isoler Bruxelles en Flandre, et d'affirmer la frontière linguistique comme une frontière d'État potentiellement. Ce schéma, nous n'en voulons pas. Il ne passera pas”. En Onkelinx stelde op 31 mei in de Standaard(10): “Brussel-Halle-Vilvoorde gaat over: hebben Wallonië en Brussel al dan niet een aparte toekomst? BHV gaat natuurlijk ook de verdediging van de Franstaligen die in de Rand leven, maar dat is niet de kern van de discussie”, en op de opwerping “Met een formule als inschrijvingsrecht zouden de Franstaligen uit de Rand nog kunnen stemmen voor iemand in Brussel” volgt het antwoord: “Wie in Vlaanderen nog gelooft dat het daarover gaat, begrijpt niets van de gevoeligheid van de francofonen. BHV is echt veel fundamenteler dan dat. Dat maakt de discussie zeer moeilijk”. Het gaat dus niet om minderheidsrechten voor franstaligen, maar om het veel “fundamentelere”: franstalige gebiedsuitbreiding. En het Wallobruxia-verhaal doet ook een ander masker afvallen: dat een uitbreiding van Brussel toch niet zo erg zou zijn aangezien het Vlaams-Brabant alleen maar tweetalig zou maken; het gaat niet meer om de uitbrieding van tweetalig gebied, maar om de inrichting van een ééntalig Franse ruimte, zoals België eertijds werd geconcipieerd, waar de nederlandstaligen zoals in 1831 nog wel lokaal hun patois mogen gebruiken.
Het was enkele wakkere Vlaamse academici en bloggers ntauurlijk ook al opgevallen: op de eerste plaats Bart Maddens in de Standaard van 24 mei 2008 (11) (nog voor de uitspraken van di Rupo), verder Filip van Laenen op Brussels Journal (B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo (12)) en In Flanders Fields van 26 mei (13) en Philippe van den Abeele op Nieuw Pierke (14) op 28 mei 2008.
Een beetje voorgeschiedenis van speuren in de juridische gereedschapskist
Natuurlijk is die expansionistische mentaliteit niets nieuws. Ook de analyse van de instrumenten uit het volkenrecht die men daarvoor kan inzetten, is al decennia aan de gang in de franstalige universiteiten en politieke middens. Even ter herinnering: een toen nog grotendeels franstalig Hof van cassatie decreteerde in 1971 de voorrang van het volkenrecht op de Belgische wetgeving (15). Op dat ogenblik ging het alleen over de voorrang van geratificeerde verdragen op de gewone wet en was de beslissing in casu ook correct, maar ze werd wel in veel ruimere bewoordingen gesteld (16). Vandaag beweren franstalige academici dat het volkenrecht ook voorrang zou hebben op de grondwet en dat ook niet geratificeerde verdragen zoals het Minderhedenverdrag voorrang zouden hebben op het Belgische recht omdat het om “mensenrechten” zou gaan).
De eerste inhoudelijke piste die men uitgeprobeerd heeft en blijft uitproberen is die van de zogenaamde taalvrijheid. Hiermee hebben de franstalige internationale grotendeels bot gevangen (met name het arrest van het EHRM over enkele aspecten van de taalwetgeving, , waar men enkel de zeer beperkte “liberté du père de famille” bekwam… (17); verder ook het arrest-Mathieu-Mohin / België van 2 maart 1987 (18)). Sommige franstalige academici hebben daaruit afgeleid dat ze wellicht beter “bediend” zouden kunnen zijn door het toch nog steeds erg franstalige en staasbehoudende Hof van cassatie en begonnen te pleiten voor grondwettigheidstoetsing door de gewone rechter (en niet door de Raad van State die toen al als te flamingant werd bestempeld) (19). Procureur-generaal bij het Hof van cassatie Walter Ganshof van der Meersch pleitte vanaf toen voor grondwettigheidstoetsing door het Hof van cassatie (20).
Het tweede spoor dat men vandaag zeer sterk bewandelt is dat van de zogenaamde minderhedenbescherming, gewapend met de formidabele doublespeak van dat intussen beruchte minderhedenverdrag (zie daarover mijn toespraak bij de uitreiking van de orde van de Vlaamse leeuw) (21)). Door de oprichting van een paritair Grondwettelijk Hof kon men de Vlamingen alvast niet meer sociologisch minoriseren bij de grondwettigheidstoetsing van wetten en werd het spoor van de voorrang van het volkenrecht weer belangrijker (22). Zou het toeval zijn dat het Hof van cassatie het volkenrecht nu ook boven de Grondwet ging stellen (onder meer in het juridisch schandelijke Vlaams-Blok-arrest van 9 november 2004 (23)). Nu, wat die piste van de minderheidsrechten betreft, heeft het feit dat Frankrijk en Québec in deze aan de Vlaamse kant staan, de geloofwaardigheid van het franstalig verhaal niet echt geholpen, en de pietluttigheden waarover men telkens komt zaniken hebben ook in het buitenland toch enige ogen doen opengaan. Dat men al 40 jaat bot vangt bij internationale rechtscolleges en enkel via gemakkelijker te manipuleren internationale politieke organen enige aandacht krijgt geeft misschien toch te denken. Maar goed, met de twee genoemde sporen kon men zijn strategie vervolgen zolang men nog kon volhouden dat er in België geen interne grens was: de basisidee was altijd dat de zogenaamde rechten van de franstaligen in heel België moesten gelden.
Nu men niet meer in het voortbestaan van België gelooft en de taalgrens op korte termijn een staatgsrens dreigt te worden, wordt het derde spoor echter een stuk dringender: de territoriale expansie.
Het derde spoor botst tegen het volkenrecht
Daarbij botst men echter tegen een van de grondbeginselen van het anders zo geprezen volkenrecht: het beginsel dat bij het ontstaan van nieuwe staten de oude interne grenzen de grenzen van de nieuwe staat vormen, traditioneel verwoord als “uti possidetis”. Hoe sterk de internationale gemeenschap vasthoudt aan bestaande grenzen hebben we ook in recente tijden gezien, onder meer bij het uiteenvallen van Joegoslavië (standpunt dat onderbouwd werd in het advies nr. 3 van de commissie-Badinter, 11 januari 1992 (24), onder voorzitterschap van de vroegere Franse Minister van justitie Robert Badinter, zeker ook een voorstander van het territorialiteitsbeginsel).
De uiteindelijke erkenning van Kroatië binnen zijn “intern-joegoslavische” grenzen heeft franstalige academici bij ons gealarmeerd. Dat de franstalige academici van Québec het beginsel uti possidetis zeer sterk verdedigen (zie met name het rapport-Pellet (25)) weerhoudt de Belgische franstalige academici er alvast niet van om eraan te gaan morrelen. Vanaf de jaren ’90 zijn ze dus argumenten gaan zoeken om dit beginsel niet te laten gelden bij een splitsing van België. In januari 1998 werd daartoe een congres georganiseerd aan de ULB te Brussel, waarvan de rapporten verschenen zijn in het boek Demembrements d'Etats et delimitations territoriales: l'uti possidetis en question(s), Actes du colloque de Bruxelles - 23 et 24 janvier 1998 (26).
Op 18 maart 2005 organiseerde het FDF-studiecentrum Jacques Georgin (ja inderdaad genoemd naar de FDF-plakker die op 12 september na een schermutseling met vlaamse plakkers overleed aan een hartaanval die met die schermutseling weinig van doen had, maar die nog altijd als een vermoorde held wordt geprezen) een colloquium waar het de beurt was aan de professoren Hugues Dumont en Sébastien van Drooghenbroeck om de splitsing van BHV aan te grijpen als grond om de gewestgrens tussen Brussel en Vlaanderen aan te passen door middel van referenda. Hun tekst (“Le statut de Bruxelles dans l’hypothèse du confédéralisme”) werd in oktober 2007 in 3 talen gepubliceerd in Brussels Studies (27).
En einde 2007 werd aan de Universiteit van Luik een colloquium georganiseerd over “Fédéralisme et frontières internes: les enjeux de l'arrondissement de BHV (Bruxelles-Hal-Vilvorde/Brussel-Halle-Vilvoorde)” met bijdragen die eerstdaags verschijnen in het elektronisch tijdschrift Fédéralisme Régionalisme (28). De lezing van prof. Christian Behrendt, hoogleraar grondwettelijk recht in Luik en een duitstalge met dubbele nationaliteit, getiteld “BHV et le principe de l’uti possidetis”, bood de franstaligen weinig argumenten. Wanneer Behrendt door Dominique Berns wordt geïnterviewd in Le Soir van 30 april (29) worden hem dan ook enkele suggestieve vragen gesteld; ik was er natuurlijk niet bij toen het interview werd opgenomen, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de journalist het gepubliceerde interview wat naar zijn hand heeft gezet. Hij is blijven doorvragen tot hij een geschikt antwoord kon vinden dat de duidelijke uitgangspunten, die Behrendt verdedigde, toch nog even kon scheeftrekken. Want Behrendt herinnert eraan dat noch het argument “enclave” (Brussel binnen Vlaams grondgebied), noch het argument minderheden noch de eis van een volksraadpleging veel indruk maken op de internationale gemeenschap als argumenten tegen het beginsel uti possidetis.
Drijfhout of bruggen voor expansie ?
Het belang van het beginsel heeft de franstaligen nu toe aangezet om allerlei motieven te zoeken die moeten aantonen dat er helemaal geen eenduidige interne grenzen zijn in België, dat grote delen van Vlaanderen eigenlijk nog altijd gemengd gebied zouden zijn. Maingain en de anderen zijn onmiddellijk gesprongen op de uitlating van Behrendt dat de kieskring en het gerechtelijk arrondissement “bruggen” zijn over de taalgrens heen waarmee men het definitief karakter daarvan misschien toch in vraag zou kunnen stellen. Mij lijkt het eerder te gaan om stukken drijfhout uit het wrak van het schip van de belgische unitaire staat (30). De argumenten om te stellen dat de bestaande grondwettelijke taalgrenzen wel degelijk de interne grenzen zijn voor de toepassing van uti possidetis zijn overweldigend – men moet maar de eerste 5 artikelen van de Belgische grondwet lezen. Maar de franstalige reactie toont wel aan dat elke brug die nog opengelaten wordt of gebouwd wordt, door de overzijde misbruikt wordt als toegangsweg voor territoriale expansie. Bruggen bouwen is zeer nuttig, maar vraagt op de eerste plaats stevige oevers en op de tweede plaats dat de franstalige politici nu eens eindelijk zeer uitdrukkelijk afstand nemen van de eis naar territoriale expansie van de Franse gemeenschap (31). De weigering dat te doen verplicht de Vlamingen om zolang er geen onafhankelijk Vlaanderen is, geen erkenning te verlenen aan welke instellingen of regels ook die door franstaligen misbruikt kunnen worden om territoriale expansie te rechtvaardigen. Ook zo zijn de anderstalgen in Vlaanderen nog altijd stukken beter af dan in Wallonië of andere franstalige landen.
Deze stelling zal me wel weer een partijtje schelden over geborneerdheid en geslotenheid opleveren, maar met een buurman die voortdurend een stuk van je tuin probeert in te palmen zijn “afpaling en afsluiting” (om de termen van het Burgerlijk wetboek te gebruiken) nu eenmaal nodig.
(1) zie mijn “Nog steeds “Ils nous ont pris la Flandre””, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/nog-steeds-ils-nous-ont-pris-la-flandre.html
(2) Zie mijn “Dewael’s bedrieglijke vergelijking”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/dewaels-bedrieglijke-rechtsvergelijking.html
(3) Zie mijn “Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html. Daar wordt het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, dat ook een terugkeer naar arrondissementele kieskringen in heel België grondwettelijk kan, weerlegd. Zie ook het vervolgstuk “De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(4) Berlin-Ouest comme solution à BHV”, http://www.lalibre.be/index.php?view=article&art_id=422488, ook op http://haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1211316810
(5) «La frontière linguistique est une frontière d’Etat», http://www.lesoirenligne.be/actualite/belgique/la-frontiere-linguistique-est-2008-01-26-573631.shtml
(6) http://www.rwf.be/pages/Archives/Annee_2008/semaine05/la_une/bhv_goosse.html
(7) "Scinder BHV a sa logique. S'y opposer, aussi... "
(8) “Le prix de la scission selon Maingain”, Le Soir van 17 mei , http://www.lesoir.be/actualite/belgique/politique-le-president-fdf-2008-05-17-598971.shtml
(9) Di Rupo in Le Soir van 26 mei 2008, http://www.lesoir.be/actualite/belgique/politique-la-condition-il-2008-05-26-600871.shtml: “de toute façon, la scission ne pourra pas être pure et simple. Les francophones ont des raisons de géostratégie.”- «Géostratégie», carrément… - “Oui. Voici mon raisonnement… Les francophones autour de Bruxelles ont trois types de droits liés aux personnes : un droit électoral, leur permettant de voter pour des personnalités bruxelloises; ils peuvent être jugés en français en justice; enfin, il y a les facilités dans six communes. Ces trois types de droits constituent comme des ponts, qui enjambent la frontière linguistique, signifiant qu'elle n'est pas une frontière d'État. Toute la stratégie des responsables politiques flamands est de faire sauter ces ponts l'un après l'autre, afin d'isoler Bruxelles en Flandre, et d'affirmer la frontière linguistique comme une frontière d'État potentiellement. Ce schéma, nous n'en voulons pas. Il ne passera pas.”
(10) “Wallonië heeft er stilaan genoeg van” de Standaard 31 mei 2008, http://www.standaard.be/Krant/Tekst/Artikel.aspx?artikelId=PH1SJB00&date=20080531.
(11) Bart MADDENS, “Waar BHV echt over gaat“, de Standaard van 24 mei 2008, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=9C1SBJAV, ook op http://haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1211593597
(12) “B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo“, Brussels Journal 26 mei 2008, http://www.brusselsjournal.com/node/3289.
(13) “B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo “, In Flanders Fields 26 mei 2008, http://inflandersfields.eu/2008/05/b-h-v-en-de-geo-strategie-van-elio-di.html
(14) Philippe van den ABEELE, “ Franstalige 'geostrategie”, op Nieuw Pierke , http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/234
(15) Het zgn. Smeltkaasarrest, Cass. 27 mei 1971, Fromagerie Franco-Suisse Le Ski (smeltkaasarrest) Arr Cass 1971, p. 959, concl. Procureur-Generaal W. Ganshof Van Der Meersch.
(16) Volgens Prof. Paul Vermeulen (hoogleraar staatsrecht VUB en later Eerste Voorzitter van de Raad van State) was het arrest ingegeven door de wens van het Franstalige establishment om de Belgische taalwetten te kunnen toetsen aan volkenrechtelijke regels en op die manier mogelijks terzijde te schuiven (zie o.m. zijn tussenkomst in Actualité du contrôle juridictionnel des lois, journées juridiques Jean Dabin, Faculté de droit UCL, Larcier Brussel 1973, p. (554 v.) 555 en 557 v. Zou het werkelijk toeval zijn dat het arrest van 1971 er kwam kort nadat de grondwetswijziging van 1970 de taalgrens had ingeschreven in de Grondwet, zodat alvast de taalwetten niet meer op basis van een grondwettigheidstoetsing konden worden terzijde geschoven ?
(17) EHRM 23 juli 1968 , waarmee men enkel de zeer beperkte “liberté du père de famille” bekwam. Zie http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=699959&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(18) EHRM 2 maart 1987, Mathieu-Mohin en Clerfayt/ België, http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=699970&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(19) Het congres aan de UCL ”Actualité du contrôle juridictionnel des lois” vond plaats in 1973, kort na de Grondwetsherziening van 1970, de wet op de bevoegdheidsconflicten bij de Raad van State van 1971 (nooit effectief uitgevoerd), en het smeltkaasarrest van 27 mei 1971. De interventie van Vermueln op dat conres doorprikte de franstalige agenda: De franstaligen: waren sterker in de magistratuur dan in de politiek wen wilden dus het parlement onder voogdij stellen van een instelling waarin zij dominanter waren. Professoren en De Visscher en Lienard wilden gewoon af van de Vlaamse meerderheid in het (Belgische) Parlement.
(20) Concl. Ganshof van der Meersch voor het arrest van het Hof van Cassatie van 3 mei 1974 (Cass. 3 mei 1974, R.W. 1974-75, 77).
(21) Bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Leo Peeters en de andere burgemeesters van Halle-Vilvoorde, http://www.ordevandevlaamseleeuw.org/peeters-leeuw.html
(22) Aldus verklaarde de Waalse socialiste Anne-Marie Lizin in 1991, toen ze Staatsecretaris voor Europese Zaken was, dat dankzij Europa de Vlamingen opnieuw de rechtsposities zouden verliezen die ze in en op België hadden weten te veroveren.
(23) Cass. 9 november 2004, http://www.droit.fundp.ac.be/cours/pen/cassvzw.pdf of http://www.diversiteit.be/index.php?action=rechtspraak_detail&id=45&select_page=38.
(24) Advies nr. 3 van de commissie-Badinter, 11 januari 1992 Opinion No 3 of the Arbitration Commission of the Peace Conference on Yugoslavia, 11 January 1992, 31 ILM 1499, onder meer op http://www.ejil.org/journal/Vol3/No1/art13.html. Zie over het beginsel verder onder meer Dieter BLUMENWITZ, “Uti possedetis iuris, uti possedetis de facto: die Grenze im modernen Völkerrecht” In: Raum und Recht : Festschrift 600 Jahre Würzburger Juristenfakultät, red. Horst Dreier, Hans Forkel, Klaus Laubenthal, Duncker & Humblot 2002 ; Suzanne LALONDE, Determining boundaries in a conflicted world : the role of uti possidetis, McGill-Queen's University Press 2002.
(25) D.i. Thomas M. Franck, Rosalyn Higgins, Alain Pellet, Malcolm N. Shaw, Christian Tomuschat, «L’intégrité territoriale du Québec dans l’hypothèse de l’accession à la souveraineté», Commission d’étude des questions afférentes à l’accession du Québec à la souveraineté, Exposés et études, Volume 1, Les attributs d’un Québec souverain, Québec, 1992. Zie ook Michel Roche, “L’éclatement des fédérations soviétique, yougoslave et tchécoslovaque dans le débat sur la question nationale au Québec: de l’échec de Meech au référendum de 1995”, Bulletin d’histoire politique, vol. 4, no 2, printemps 2007, pp. 151; ook op http://classiques.uqac.ca/contemporains/roche_michel/eclatement_des_federations/eclatement_des_federations_texte.html.
(26) Démembrements d’Etats et délimitations territoriales: l’Uti possidetis en question(s), onder redactie van O. Corten, B. Delcourt, P. Klein en N. Levrat, Editions de l’Université de Bruxelles / Bruylant, Brussel 1999. Sommige bijdragen verschenen ook in de Revue belge de droit international, o.a. N. ANGELET, “Quelques observations sur le principe de l’uti possidetis à l’aune du cas hypothétique de la Belgique”, in Revue belge de droit international, 1998, p. 51-69.
(27) Te vinden op http://www.briobrussel.be/assets/andere publicaties/fr_46_brus10fr.pdf in het Nederlands op http://www.briobrussel.be/assets/andere%20publicaties/nl_46_brus10nl.pdf en in het Engels op http://www.briobrussel.be/assets/andere publicaties/en_46_brus10en.pdf.
(28) http://popups.ulg.ac.be/federalisme/sommaire.php?id=518. Het bevat met name de teksten van volgende lezingen: Michel Pâque, “ Introduction: le contexte institutionnel des difficultés actuelles”; Gonzales d’Alcantara, “Demande flamande de scission de BHV : une justification économique ?”, Christian Behrendt, “BHV et le principe de l’uti possidetis”, Boudewijn Bouckaert, “«Leo Belgicus» op zoek naar zichzelf. Territorialiteit, regionalisme en confederale bestuurscultuur in de Lage Landen”, Carl Devos, “BHV : Voeren van de 21ste eeuw” en Jean-Claude Scholsem, ”La problématique de Bruxelles-Hal-Vilvorde et la jurisprudence de la Cour constitutionnelle”.
(29) “BHV est un diamant pur ; qui demande sa scission doit mettre le prix”, op http://www.lesoir.be/forum/a_bout_portant/article_595322.shtml.
(20) Over het schip als metafoor voor de staat, zie ook H. QUARITSCH "Das Schiff als Gleichnis" in Recht über See, Festschrift Rolf Stödter zum 70. Geburtstag am 22. April 1979 (red. H.P. IPSEN & K-H Necker), Decker Schenck 1979, 251 v.
(21) En wie denkt dat dit een knipoog is naar de column “bruggen bouwen” van D. Sinardet in de Standaard, heeft nog gelijk ook.
vrijdag, mei 23, 2008
Een merkwaardige manier van bruggen bouwen
Dave Sinardet grossiert al een tijdje in uitspraken die ertoe strekken Vlaamsgezinden te stigmatiseren door ze schijnbaar even op hun plaats te zetten - een merkwaardige manier van 'bruggen bouwen' als u het mij vraagt - maar die bij nader toezien stelselmatig op valse premissen berusten. Dat geldt voor zijn mantra's dat geen 10 procent van de Vlamingen voorstander zou zijn van onafhankelijkheid (1) of dat het arrest van het Grondwettelijk Hof inzake BHV evengoed zou kunnen worden uitgevoerd zonder splitsing, door terug te keren naar de oude kieskringen in heel het land (2).
Deze week was het weer zover (DS 20 mei 2008)(3) met het verwijt aan minister Keulen twee maten en twee gewichten te hanteren jegens burgemeesters die de wet overtreden. Daartoe stelt hij de houding van de drie in faciliteitengemeenten voorgedragen kandidaat-burgemeesters (niet-toepassing van de taalwet) op één lijn met die van de Vlaamse burgemeesters uit Halle-Vilvoorde die hun medewerking weigerden aan de organisatie van de verkiezingen van 10 juni 2007. Om de schijn van vergelijkbaarheid op te houden wordt dan maar uitgelegd dat het in beide gevallen om een 'interpretatie' ging en ze helaas in beide gevallen fout bleek te zijn.
Nu moge het al zo zijn dat de rechtskunst in wezen een kunst van het interpreteren van regels is en dat er zelden maar één interpretatie mogelijk is, maar dit doet geen afbreuk aan het feit dat in een rechtsstaat de interpretatie door de bevoegde rechter een bijzonder gezag heeft, dat voor de personen die daaraan gebonden zijn bepaalde rechten en plichten inhoudt. In de politologie zoals Sinardet die beoefent, lijkt daarentegen een techniek van unbegrenzte Auslegung (4) te worden gehanteerd ten aanzien van de de feiten zelf.
In zijn vervalste vergelijking miskent Sinardet dat de drie kandidaat-burgemeesters zich niet op een rechterlijke uitspraak baseerden, maar integendeel van de bevoegde rechter (Raad van State) al voordien ongelijk hadden gekregen (5), terwijl de Vlaamse burgemeesters zich precies baseerden op een arrest van de bevoegde rechter (Arbitragehof nr. 73/2003)(6), dat alle overheden in dit land bindt (7). Zonder enig argument wordt dan maar gesteld dat helaas voor die burgemeesters de niet-uitvoering van dat arrest op dat ogenblik (d.i. tot 10 juni) helemaal niet problematisch was. Daarmee dekt hij op zijn beurt de gekarakteriseerde weigering van de overheid om dat arrest uit te voeren.
Zoals de voorzitter van het Grondwettelijk Hof nog eens diende te benadrukken bij zijn installatie op 13 november 2007, zijn de arresten van het Grondwettelijk Hof geen adviezen maar bindende beslissingen, die door éénieder te goeder trouw moeten worden uitgevoerd (8). Zo'n arrest is evenmin als de grondwet een vodje papier (9). Arrest 73/2007 heeft de bestaande kieskring ongrondwettig verklaard wegens discriminatie (en wie arresten correct kan lezen weet dat die discriminatie ligt in het eenzijdig taalgrensoverschrijdend karakter)(10). Aldus diende élke overheid binnen het raam van zijn bevoegdheden mee te werken aan de uitvoering ervan en heeft omgekeerd elke overheid binnen het raam van zijn bevoegdheden het recht de toepassing van de ongrondwettige regel te weigeren. Het klopt dat overheden niet op eigen houtje een wet naast zich neer mogen leggen omdat zij die ongrondwettig vinden en misschien zelfs niet een besluit naast zich neer mogen leggen omdat het onwettig is (iets wat elke rechter zonder meer wel mag, de exceptie van illegaliteit van art. 159 grondwet(11)), maar dit verandert volledig nadat er een uitspraak is gedaan met “gezag van gewijsde”.
Als er een bijkomende overgangsperiode wordt bepaald (een techniek die overigens erg betwistbaar zijn; ons grondwettelijk recht laat eigenlijk alleen toe dat de ongrondwettigheid van handelingen die dateren van voor het arrest wordt gedekt(12)), dan betekent dit helemaal niet dat de overheden pas na het verstrijken daarvan zouden moeten denken aan de uitvoering, maar dat de uitvoering binnen die periode moet voltooid zijn (13). In casu heeft de federale wetgever manifest elke medewerking aan de uitvoering van het arrest geweigerd (de wetsvoorstellen werden zelfs niet geagendeerd binnen de 4 jaar na het arrest) en opzettelijk de tijdige uitvoering ervan onmogelijk gemaakt. De verkiezingen werden opzettelijk vervroegd om de overtreding van het arrest te camoufleren.
De burgemeesters hebben bij de uitoefening van de bevoegdheden die hen toekomen (opstelling van kiezerslijsten) te goeder trouw meegewerkt aan de uitvoering van het arrest. Burgers die weigerden te zetelen, hebben te goeder trouw meegewerkt aan de uitvoering van het arrest, zoals het hof van beroep in Brussel op 20 mei 2008 oordeelde (14). Maar de hoofdverantwoordelijke, het federaal parlement, verwijlt nog steeds in de ongrondwettigheid.
Als Dave Sinardet nog eens bruggen wil bouwen, kan hij misschien de onwettige niet-financiering van de Vlaamse school in Komen (15), de onwettige niet-toepassing van de taalwet in Brussel, en de onwettige herhaling van een belangenconflict in een en dezelfde zaak aan de kaak stellen.
Matthias Storme is buitengewoon hoogleraar rechten KU Leuven en UA en advocaat van de burgers die weigerden te zetelen
(deze tekst verscheen met minieme wijzigingen in de Standaard van 23 mei; de nuance "binnen het raam van zijn bevoegdheden" en de uitleg over art. 159 GW zijn daarin wel gesneuveld)
(1) Onder meer in "Een echt debat is iets anders", De Standaard 15 december 2006, met reactie van Filip van Laenen op http://hoegin.blogspot.com/2006/12/dave-sinardet-gespecialiseerde.html
(2) Onder meer in een interview in Tertio 3 oktober 2007 (http://www.tertio.be/archief/2007/T399/T399-bi1.htm). De onjuistheid hiervan heb ik aangetoond in "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html
= inflandersfields.eu/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html = The Brussels Journal 28 januari 2007, verkort als "Brussel-Halle-Vilvoorde moet wel degelijk gesplitst" in De Juristenkrant nr. 154, 26 september 2007, p. 14-15; gevolgd door: "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html = http://inflandersfields.eu/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, Brussels Journal 19 oktober 2007, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.
(3) "Legalisme of opportunisme", De Standaard 21 mei 2008
(4) Het word unbegrenzte Auslegung wordt historisch gebruikt voor de wijze waarop rechters in totalitaire regimes (bv., maar niet enkel, het nationaal-socialisme) de rechtsbescherming van burgers totaal uitholden door onder het mom van interpretatie en op grond van ideologische beginselen, wetten ten aanzien van categorieën van burgers buiten toepassing te verklaren. Zie onder meer het bekende boek van Bernd RÜTHERS, Die unbegrenzte Auslegung: zum Wandel der Privatrechtsordnung im Nationalsozialismus, Mohr Siebeck Tübingen (1) 1968, (6) 2005; Jens WANNER, Die Sittenwidrigkeit der Rechtsgeschäfte im totalitären Staate. Eine rechtshistorische Untersuchung zur Auslegung und Anwendung des § 138 Absatz 1 BGB im Nationalsozialismus und in der DDR (= Abhandlungen zur rechtswissenschaftlichen Grundlagenforschung 79). Aktiv Druck & Verlag, Ebelsbach 1996
(5) Raad van State nr. 138.860, 23 december 2004, gemeente Kraainem; Raad van State, nr. 138.861, 23 december 2004 iz. Grégoire; Raad van State nr. 138.862, 23 december 2004 iz. Gemeente Linkebeek; Raad van State nr. 138.863, 23 december 2004 iz. Bolle; Raad van State nr. 138.864, 23 december 2004 iz. OCMW Linkebeek. Besproken door o.a. J. CLEMENT, “Omzendbrief Peeters: Raad van State bevestigt institutionele basisgegevens van het land”, Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht 2005, 57-65 en J. CLEMENT, “Waarom de grondwetgever geen etnograaf is”, C.D.P.K. (Publiekrechtelijke kronieken) 2005, 414-421.
(6) Arbitragehof, arrest nr. 73/2003 van 26 mei 2003 (http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf)
(7) Art. 9 § 1 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 : “De door het Arbitragehof gewezen vernietigingsarresten hebben een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.”
(8) Voorzitter M. Bossuyt bij zijn installatie, Koningsplein, Brussel herhaald op VRT op 13 november 2007.
(9) Naar de uitspraak van Leo Tindemans.
(10) Zie mijn bijdragen aangehaald in voetnoot 2.
(11) Art. 159 Grondwet: “De hoven en rechtbanken passen de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen.” Voor ongrondwettige wetten, zie de Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989.
(12) Zie mijn "De gevolgen van een handhavingsarrest van het Arbitragehof voor hangende gedingen", Tijdschrift voor Privaatrecht 2004 nr. 3, p. 1345-1349, ook op http://www.storme.be/handhavingsarrest.html
(13) Overigens was de door het Arbitragehof in arrest nr/ 73/2003 bepaalde overgangsperiode van 4 jaar in ieder geval verstreken voor 10 juni 2007, zie mijn "Verkiezingen op 10 juni volgens huidige kieswet zijn ongrondwettig" of "Verkiezingen Zijn Ongrondwettig Volgens Huidige Kieswet"),
(14) Hof van beroep Brussel, 20 mei 2008, iz. G.M., http://www.haviko.org/teksten/arrest_hof_van_ beroep_brussel_20-5-2008.pdf
(15) De School de Taalkoffer, opgericht als Rijksbasisschool in 1981, en waarvan de subsidiëring al sinds 1 januari 1989 (ingevolge de communautarisering van het onderwijs in 1988) diende te geschieden door de Franse Gemeenschap en onwettig wordt geweigerd, terwijl de franstalige scholen in Vlaamse faciliteitengemeenten wel door de Vlaamse Gemeenschap worden betaald.
Deze week was het weer zover (DS 20 mei 2008)(3) met het verwijt aan minister Keulen twee maten en twee gewichten te hanteren jegens burgemeesters die de wet overtreden. Daartoe stelt hij de houding van de drie in faciliteitengemeenten voorgedragen kandidaat-burgemeesters (niet-toepassing van de taalwet) op één lijn met die van de Vlaamse burgemeesters uit Halle-Vilvoorde die hun medewerking weigerden aan de organisatie van de verkiezingen van 10 juni 2007. Om de schijn van vergelijkbaarheid op te houden wordt dan maar uitgelegd dat het in beide gevallen om een 'interpretatie' ging en ze helaas in beide gevallen fout bleek te zijn.
Nu moge het al zo zijn dat de rechtskunst in wezen een kunst van het interpreteren van regels is en dat er zelden maar één interpretatie mogelijk is, maar dit doet geen afbreuk aan het feit dat in een rechtsstaat de interpretatie door de bevoegde rechter een bijzonder gezag heeft, dat voor de personen die daaraan gebonden zijn bepaalde rechten en plichten inhoudt. In de politologie zoals Sinardet die beoefent, lijkt daarentegen een techniek van unbegrenzte Auslegung (4) te worden gehanteerd ten aanzien van de de feiten zelf.
In zijn vervalste vergelijking miskent Sinardet dat de drie kandidaat-burgemeesters zich niet op een rechterlijke uitspraak baseerden, maar integendeel van de bevoegde rechter (Raad van State) al voordien ongelijk hadden gekregen (5), terwijl de Vlaamse burgemeesters zich precies baseerden op een arrest van de bevoegde rechter (Arbitragehof nr. 73/2003)(6), dat alle overheden in dit land bindt (7). Zonder enig argument wordt dan maar gesteld dat helaas voor die burgemeesters de niet-uitvoering van dat arrest op dat ogenblik (d.i. tot 10 juni) helemaal niet problematisch was. Daarmee dekt hij op zijn beurt de gekarakteriseerde weigering van de overheid om dat arrest uit te voeren.
Zoals de voorzitter van het Grondwettelijk Hof nog eens diende te benadrukken bij zijn installatie op 13 november 2007, zijn de arresten van het Grondwettelijk Hof geen adviezen maar bindende beslissingen, die door éénieder te goeder trouw moeten worden uitgevoerd (8). Zo'n arrest is evenmin als de grondwet een vodje papier (9). Arrest 73/2007 heeft de bestaande kieskring ongrondwettig verklaard wegens discriminatie (en wie arresten correct kan lezen weet dat die discriminatie ligt in het eenzijdig taalgrensoverschrijdend karakter)(10). Aldus diende élke overheid binnen het raam van zijn bevoegdheden mee te werken aan de uitvoering ervan en heeft omgekeerd elke overheid binnen het raam van zijn bevoegdheden het recht de toepassing van de ongrondwettige regel te weigeren. Het klopt dat overheden niet op eigen houtje een wet naast zich neer mogen leggen omdat zij die ongrondwettig vinden en misschien zelfs niet een besluit naast zich neer mogen leggen omdat het onwettig is (iets wat elke rechter zonder meer wel mag, de exceptie van illegaliteit van art. 159 grondwet(11)), maar dit verandert volledig nadat er een uitspraak is gedaan met “gezag van gewijsde”.
Als er een bijkomende overgangsperiode wordt bepaald (een techniek die overigens erg betwistbaar zijn; ons grondwettelijk recht laat eigenlijk alleen toe dat de ongrondwettigheid van handelingen die dateren van voor het arrest wordt gedekt(12)), dan betekent dit helemaal niet dat de overheden pas na het verstrijken daarvan zouden moeten denken aan de uitvoering, maar dat de uitvoering binnen die periode moet voltooid zijn (13). In casu heeft de federale wetgever manifest elke medewerking aan de uitvoering van het arrest geweigerd (de wetsvoorstellen werden zelfs niet geagendeerd binnen de 4 jaar na het arrest) en opzettelijk de tijdige uitvoering ervan onmogelijk gemaakt. De verkiezingen werden opzettelijk vervroegd om de overtreding van het arrest te camoufleren.
De burgemeesters hebben bij de uitoefening van de bevoegdheden die hen toekomen (opstelling van kiezerslijsten) te goeder trouw meegewerkt aan de uitvoering van het arrest. Burgers die weigerden te zetelen, hebben te goeder trouw meegewerkt aan de uitvoering van het arrest, zoals het hof van beroep in Brussel op 20 mei 2008 oordeelde (14). Maar de hoofdverantwoordelijke, het federaal parlement, verwijlt nog steeds in de ongrondwettigheid.
Als Dave Sinardet nog eens bruggen wil bouwen, kan hij misschien de onwettige niet-financiering van de Vlaamse school in Komen (15), de onwettige niet-toepassing van de taalwet in Brussel, en de onwettige herhaling van een belangenconflict in een en dezelfde zaak aan de kaak stellen.
Matthias Storme is buitengewoon hoogleraar rechten KU Leuven en UA en advocaat van de burgers die weigerden te zetelen
(deze tekst verscheen met minieme wijzigingen in de Standaard van 23 mei; de nuance "binnen het raam van zijn bevoegdheden" en de uitleg over art. 159 GW zijn daarin wel gesneuveld)
(1) Onder meer in "Een echt debat is iets anders", De Standaard 15 december 2006, met reactie van Filip van Laenen op http://hoegin.blogspot.com/2006/12/dave-sinardet-gespecialiseerde.html
(2) Onder meer in een interview in Tertio 3 oktober 2007 (http://www.tertio.be/archief/2007/T399/T399-bi1.htm). De onjuistheid hiervan heb ik aangetoond in "Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html
= inflandersfields.eu/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html = The Brussels Journal 28 januari 2007, verkort als "Brussel-Halle-Vilvoorde moet wel degelijk gesplitst" in De Juristenkrant nr. 154, 26 september 2007, p. 14-15; gevolgd door: "De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht", http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html = http://inflandersfields.eu/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html, Brussels Journal 19 oktober 2007, verkort in De Juristenkrant nr. 156, 25 oktober 2007.
(3) "Legalisme of opportunisme", De Standaard 21 mei 2008
(4) Het word unbegrenzte Auslegung wordt historisch gebruikt voor de wijze waarop rechters in totalitaire regimes (bv., maar niet enkel, het nationaal-socialisme) de rechtsbescherming van burgers totaal uitholden door onder het mom van interpretatie en op grond van ideologische beginselen, wetten ten aanzien van categorieën van burgers buiten toepassing te verklaren. Zie onder meer het bekende boek van Bernd RÜTHERS, Die unbegrenzte Auslegung: zum Wandel der Privatrechtsordnung im Nationalsozialismus, Mohr Siebeck Tübingen (1) 1968, (6) 2005; Jens WANNER, Die Sittenwidrigkeit der Rechtsgeschäfte im totalitären Staate. Eine rechtshistorische Untersuchung zur Auslegung und Anwendung des § 138 Absatz 1 BGB im Nationalsozialismus und in der DDR (= Abhandlungen zur rechtswissenschaftlichen Grundlagenforschung 79). Aktiv Druck & Verlag, Ebelsbach 1996
(5) Raad van State nr. 138.860, 23 december 2004, gemeente Kraainem; Raad van State, nr. 138.861, 23 december 2004 iz. Grégoire; Raad van State nr. 138.862, 23 december 2004 iz. Gemeente Linkebeek; Raad van State nr. 138.863, 23 december 2004 iz. Bolle; Raad van State nr. 138.864, 23 december 2004 iz. OCMW Linkebeek. Besproken door o.a. J. CLEMENT, “Omzendbrief Peeters: Raad van State bevestigt institutionele basisgegevens van het land”, Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht 2005, 57-65 en J. CLEMENT, “Waarom de grondwetgever geen etnograaf is”, C.D.P.K. (Publiekrechtelijke kronieken) 2005, 414-421.
(6) Arbitragehof, arrest nr. 73/2003 van 26 mei 2003 (http://grondwettelijkhof.be/public/n/2003/2003-073n.pdf)
(7) Art. 9 § 1 Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 : “De door het Arbitragehof gewezen vernietigingsarresten hebben een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.”
(8) Voorzitter M. Bossuyt bij zijn installatie, Koningsplein, Brussel herhaald op VRT op 13 november 2007.
(9) Naar de uitspraak van Leo Tindemans.
(10) Zie mijn bijdragen aangehaald in voetnoot 2.
(11) Art. 159 Grondwet: “De hoven en rechtbanken passen de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen.” Voor ongrondwettige wetten, zie de Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989.
(12) Zie mijn "De gevolgen van een handhavingsarrest van het Arbitragehof voor hangende gedingen", Tijdschrift voor Privaatrecht 2004 nr. 3, p. 1345-1349, ook op http://www.storme.be/handhavingsarrest.html
(13) Overigens was de door het Arbitragehof in arrest nr/ 73/2003 bepaalde overgangsperiode van 4 jaar in ieder geval verstreken voor 10 juni 2007, zie mijn "Verkiezingen op 10 juni volgens huidige kieswet zijn ongrondwettig" of "Verkiezingen Zijn Ongrondwettig Volgens Huidige Kieswet"),
(14) Hof van beroep Brussel, 20 mei 2008, iz. G.M., http://www.haviko.org/teksten/arrest_hof_van_ beroep_brussel_20-5-2008.pdf
(15) De School de Taalkoffer, opgericht als Rijksbasisschool in 1981, en waarvan de subsidiëring al sinds 1 januari 1989 (ingevolge de communautarisering van het onderwijs in 1988) diende te geschieden door de Franse Gemeenschap en onwettig wordt geweigerd, terwijl de franstalige scholen in Vlaamse faciliteitengemeenten wel door de Vlaamse Gemeenschap worden betaald.
maandag, mei 12, 2008
Een beeldenstorm in een glas water of een preek in de woestijn.
Een preekstoel uit 1684 waarvan een foto meer dan 2 jaar geleden op internet circuleerde heeft blijkbaar enige heisa veroorzaakt. Ik werd opgebeld door een journaliste van De Standaard met de dringende vraag waarom ik die foto had gepost. Bij de foto staat een korte tekst die de beelden van de preekstoel heel kort beschrijft. Dat alles zou dus normalerwijze geen reden vormen voor een dergelijke vorm van onderzoeksjournalistiek van niet toevallig de Standaard indien die tekst niet toevallig Mohammed vermeldde. Op de website van Brussels Journal van 2 jaar geleden luidt het: “These two photographs were taken in the Church of Our Lady in Dendermonde, Flanders (Belgium). They show the late 17th century pulpit, sculpted in wood by Mattheus van Beveren. The person subdued by the angels and having a Koran in his hands is generally thought to be Mohammed. The sculpture represents the triumph of christianity over islam”.
Aangezien de journaliste het blijkbaar toch niet allemaal goed begrepen heeft en bovendien met gebruik van aanhalingstekens zinnen in mijn mond legt die ik nooit heb uitgesproken, zal ik de lezer toch maar even de ware toedracht vertellen.
In de nasleep van de Deense karikaturenstrijd waren er ook nu en dan wel eens cultuurhistorische bijdragen en debatten, onder meer ook over de vraag in welke mate en hoe Mohammed in het verleden was afgebeeld. Om daarover historisch correcte informatie te verzamelen vroeg de webmeester van de “Mohammed Image Archive” om alle historische afbeeldingen van Mohammed in te zenden – en U vindt die verzameling dan ook op een tiental elkaar spiegelende webstekken onder de naam “Mohammed Image Archive” (o.a. op jthz en en op zombietime). Aangezien ik in kunsthistorische en toeristische werken over Dendermonde gelezen had dat de preekstoel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (ook op http://www.belgiumview.com/belgiumview/tl1/view0004492.php4) een beeltenis van Mohammed bevatte, heb ik een foto daarvan (door een kennis gemaakt) ingezonden en tegelijk ook gesuggereerd aan Brussels Journal (waar ik in die periode enkele artikelen op had gepubliceerd) die ook op te nemen in de rubriek ditjes en datjes (odds and ends). De tekst bij de foto is overgenomen uit de bronnen die ik bezorgde en zeker niet door mij uitgevonden. De foto is in dezelfde maand (april 2006, dus meer dan 2 jaar geleden) overgenomen door enkele andere websites (bv. never yet melted) - maar twee jaar lang is er geen haan die ernaar kraaide. Op het “Mohammed Image Archive” prijkt hij tussen een reeks andere afbeeldingen uit de periode van Middeleeuwen tot Barok, een cultuurhistorisch interessante collectie.
Na een scheldpartij in een Turkse krant verklaarden de Dendermondse conservator en burgemeester, die beiden allicht al een beetje islamofobie kregen in de letterlijke betekenis van het woord, dat het niet om Mohammed ging maar om een persoon die het ongeloof symboliseert. Alsof het bij een beeld uit 1684 niet allebei tegelijk zou kunnen zijn natuurlijk.
Voor zover het dan toch belangrijk zou zijn, geef ik maar de elementen van interpretatie. Gaat het wel om Mohammed ? Dat weet ik niet, maar die interpretatie heb ik alvast niet uitgevonden. Het is gewoon de overgeleverde interpretatie die in de meeste boeken staat die het kunstwerk beschrijven. Zo schrijft “Langs Vlaamse Wegen - Dendermonde” over dit beeld dat het “…afgaande op zijn oosters aandoende muts en het boek dat hij onder zijn arm klemt, zeer waarschijnlijk Mohammed met de Koran voorstelt, waardoor de triomf van Christendom op ketterij wordt gesuggereerd.” (ook weergegeven op denderend.be). Dit boek door Michiel Heirman (reeks onder eindredactie van Patrick Vissers) werd uitgegeven door de toenmalige Stichting Monumenten- en Landschapszorg vzw, Brussel 1990 in samenwerking met de stad Dendermonde. De dhimmitude was toen nog niet zover gevorderd dat men er zich voor schuwde dit te schrijven. In 2006 bevond die uitleg zich nog op de website http://www.planetware.com/dendermonde/church-of-our-dear-lady-interior-b-ov-liint.htm, maar die is intussen verdwenen (of dit verdwijnen nu pas gebeurde of reeds 2 jaar geleden weet ik niet). Als de Morgen schrijft dat Brussels Journal de hetze veroorzaakte door dit uit te vinden, dan is dat dus weer informatie op haar niveau.
Maar nu, kan die overgeleverde interpretatie juist zijn ? Laat ons even aan de hand van een basiskennis van iconografie en geschiedenis enkele elementen bekijken. Het beeld geeft zonder enige twijfel een triomf van het Christendom over “ongelovigen” weer. Maar welke ongelovige is voor dit beeld uit 1684 gekozen ? Een essentieel iconografisch element is het gesloten boek dat de onderworpen man vasthoudt. Het “ongeloof” is in casu dus alvast een ketterij die gebaseerd is op een boek. Bovendien is de figuur duidelijk oriëntaals en meer bepaald Midden-Oosters gekleed (ik lees dat het volgens de conservator om “perzische” kledij zou gaan). Een heilig boek dus. Nu zijn er niet zoveel godsdiensten die geheel gegrond zijn op een boek. Enkel op het boek afgaand zou het ook een joodse figuur kunnen zijn met een Thora (of eventueel een Talmoed) of een Zoroastrische figuur, maar dat laatste is totaal onwaarschijnlijk en ook het eerste is dat, gezien de iconografie van de man die het vasthoudt. Het kunstwerk dateert ook uit 1684, d.w.z. een jaar nadat Wenen ontzet werd door de Poolse koning Jan Sobieski en daardoor uit de handen van de Ottomaanse legers bleef. Ook is er geen enkele religie waarin een heilig boek zo centraal staat en zo onaantastbaar is als de Koraan in de islaam. Het boek dat de ketterij symboliseert kan dus niet anders dan de Koraan zijn. Natuurlijk heeft het beeld wel iets te maken met de overwinning over de islam, mijnheer de burgemeester. Hetzelfde geldt wellicht voor onze zondagse croissants, die in 1683 in de Weense patisserieën gebakken worden om de overwinning op de wassende halve maan (“lune croissante”) te vieren (al bestonden de “Kipfchen” allicht al veel langer), en de liggende halve maantjes onder de kruisen op vele orthodoxe kerken. Die werden niet gemaakt om aan te geven dat Weners of orthodoxen lunatiekers geworden waren.
Is de door de beeldhouwer afgebeelde persoon dan voor die beeldhouwer echt Mohammed ? Dat weet ik niet. Het kan een islamitisch schriftgeleerde zijn - een moefti -, of een religieuze rechter - een kadi -, of een (valse) profeet – en dus Mohammed vermits hij de enige islamitische profeet is (de islam erkent wel aan Mohammed voorafgaande joodse en christelijke profeten, maar Mohammed is vanuit christelijk oogpunt de enige islamitische “profeet”) -. Volgens de journaliste van de Standaard zou ik gezegd hebben dat het een imam of een moefti kan zijn, terwijl ik het woord imam in dit verband natuurlijk nooit heb uitgesproken, omdat een imam minstens in de 17e eeuw geen schriftgeleerde is maar enkel een voorganger in het gebed. Het is zeker geen louter wereldlijke figure uit het Ottomaanse rijk, een sultan of zo, want dan zou die met wapens afgebeeld zijn en niet met een heilig boek. Kijk maar naar de talloze beelden en afbeeldingen van christelijke overwinnaars op moren of turken van de middeleeuwen tot de barok: die hadden geen boek vast maar een (krom)zwaard. Er zijn duizenden beelden van “Santiago Matamoros”, Sint-Jakob de morendoder in die iconografie. Hier alvast eentje uit de kathedraal van Santiago voor dhimmis het onderste deel van de beeldengroep "verstopt" hebben.

In de kapel van het Klein Seminarie in Sint-Niklaas (Sint-Antoniuskerk) staat een beeld van Sint-Johannes Capestrano, afgebeeld in franciscanerpij met in de rechterhand een groot vaandel en de voet op een verslagen Turk (beschreven in Anthony Demey e.a., De Sint-Antoniuskerk te Sint-Niklaas – 300 jaar sobere barok, Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen, Gent 1996, p. 39, en in J. Dedeurwaarder, Professor Speleers. Een biografie, Gent, 2002, p. 18). Dit barokke beeld toont de overwinning op de Turken bij Belgrado in 1456, die te danken zou zijn geweest aan de tussenkomst van Johannes van Capestrano, die vanaf 1454 een kruistocht tegen de Ottomanen had bepleit en zich tijdens de slag in de voorste rijen bevond. En op de Karelsbrug in Praag staan de H. Procopius en H. Vincentius Ferrer afgebeeld op een sokkel bestaande uit een joode rabbi, een Turk en een duivel.

Dat de figuur in Dendermonde kledij draagt uit het Ottomaanse rijk in de 17e eeuw en er niet uitziet als een bedoeïen uit de zevende eeuw, is niet zo relevant. In de 17e eeuw zoals in de daaraan voorafgaande eeuwen werden historische figuren altijd wel uitgebeeld in de kledij van die tijd en niet in die van hun historische tijd; dat zien we ook bij sommige Mohammed-afbeeldingen in het Mohammed Image Archive.
Wat natuurlijk wel klopt is dat niet enkel moslims wel eens als ongelovige of ketter werden afgebeeld. De beeldentaal wisselde naargelang de historische omstandigheden.
Zo vindt men in veel christelijke kerken twee vrouwen, een blinde en een ziende, Synagoge en Ecclesia, die het jodendom respectievelijk het christendom afbeelden (bv. in de kathedraal van Straatsburg), waar het beeld Synagoge in maart 2007 zwaar werd verminkt gelukkig een kopie, het origineel staat in het museum). Die iconografie is in het Westen bekend sedert de Karolingers en bestond al eeuwen in het Oosten (Betty Kurth, "Ecclesia and an Angel on the Andrew Auckland Cross", 6. Journal of the Warburg and Courtauld Institutes, 1943, p. 213); vaak werd Synagoge ook door een engel verwezen.
Zo zijn er inderdaad ook beelden van engelen die protestanten verjagen of onderwerpen, maar dan vooral in de 16e eeuw, zoals bv. in de Chiesa del Gesu, de jezuïetenkerk in Rome, de beeldengroep “triomf van het geloof over de ketterij” door Pierre Le Gros, vlakbij het graf van Sint-Ignatius. Daar worden Luther en Huss uit de hemel verjaagd.
Die christelijke verdeeldheid had overigens als neveneffect dat zij bijdroeg tot de Ottomaanse opmars in de 16e en 17e eeuw. En, zoals Desiderius Erasmus uiteenzette in zijn Consultatio de bello Turcis inferendo uit 1530 (het jaar na het eerste beleg van Wenen) (vertaald door J. PIOLON, De Turkenkrijg, uitg. Donker Rotterdam 2005), is de macht van de Turken, het gevolg van de verdeeldheid in West-Europa maar ook van een decadent en futloos geworden christendom, dat de kracht mist om de islam in spiritueel opzicht het hoofd te bieden. Volgens Erasmus moesten de Europeanen dan ook op de eerste plaats de Turk in zichzelf bestrijden.
Aangezien de journaliste het blijkbaar toch niet allemaal goed begrepen heeft en bovendien met gebruik van aanhalingstekens zinnen in mijn mond legt die ik nooit heb uitgesproken, zal ik de lezer toch maar even de ware toedracht vertellen.
In de nasleep van de Deense karikaturenstrijd waren er ook nu en dan wel eens cultuurhistorische bijdragen en debatten, onder meer ook over de vraag in welke mate en hoe Mohammed in het verleden was afgebeeld. Om daarover historisch correcte informatie te verzamelen vroeg de webmeester van de “Mohammed Image Archive” om alle historische afbeeldingen van Mohammed in te zenden – en U vindt die verzameling dan ook op een tiental elkaar spiegelende webstekken onder de naam “Mohammed Image Archive” (o.a. op jthz en en op zombietime). Aangezien ik in kunsthistorische en toeristische werken over Dendermonde gelezen had dat de preekstoel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (ook op http://www.belgiumview.com/belgiumview/tl1/view0004492.php4) een beeltenis van Mohammed bevatte, heb ik een foto daarvan (door een kennis gemaakt) ingezonden en tegelijk ook gesuggereerd aan Brussels Journal (waar ik in die periode enkele artikelen op had gepubliceerd) die ook op te nemen in de rubriek ditjes en datjes (odds and ends). De tekst bij de foto is overgenomen uit de bronnen die ik bezorgde en zeker niet door mij uitgevonden. De foto is in dezelfde maand (april 2006, dus meer dan 2 jaar geleden) overgenomen door enkele andere websites (bv. never yet melted) - maar twee jaar lang is er geen haan die ernaar kraaide. Op het “Mohammed Image Archive” prijkt hij tussen een reeks andere afbeeldingen uit de periode van Middeleeuwen tot Barok, een cultuurhistorisch interessante collectie.
Na een scheldpartij in een Turkse krant verklaarden de Dendermondse conservator en burgemeester, die beiden allicht al een beetje islamofobie kregen in de letterlijke betekenis van het woord, dat het niet om Mohammed ging maar om een persoon die het ongeloof symboliseert. Alsof het bij een beeld uit 1684 niet allebei tegelijk zou kunnen zijn natuurlijk.
Voor zover het dan toch belangrijk zou zijn, geef ik maar de elementen van interpretatie. Gaat het wel om Mohammed ? Dat weet ik niet, maar die interpretatie heb ik alvast niet uitgevonden. Het is gewoon de overgeleverde interpretatie die in de meeste boeken staat die het kunstwerk beschrijven. Zo schrijft “Langs Vlaamse Wegen - Dendermonde” over dit beeld dat het “…afgaande op zijn oosters aandoende muts en het boek dat hij onder zijn arm klemt, zeer waarschijnlijk Mohammed met de Koran voorstelt, waardoor de triomf van Christendom op ketterij wordt gesuggereerd.” (ook weergegeven op denderend.be). Dit boek door Michiel Heirman (reeks onder eindredactie van Patrick Vissers) werd uitgegeven door de toenmalige Stichting Monumenten- en Landschapszorg vzw, Brussel 1990 in samenwerking met de stad Dendermonde. De dhimmitude was toen nog niet zover gevorderd dat men er zich voor schuwde dit te schrijven. In 2006 bevond die uitleg zich nog op de website http://www.planetware.com/dendermonde/church-of-our-dear-lady-interior-b-ov-liint.htm, maar die is intussen verdwenen (of dit verdwijnen nu pas gebeurde of reeds 2 jaar geleden weet ik niet). Als de Morgen schrijft dat Brussels Journal de hetze veroorzaakte door dit uit te vinden, dan is dat dus weer informatie op haar niveau.
Maar nu, kan die overgeleverde interpretatie juist zijn ? Laat ons even aan de hand van een basiskennis van iconografie en geschiedenis enkele elementen bekijken. Het beeld geeft zonder enige twijfel een triomf van het Christendom over “ongelovigen” weer. Maar welke ongelovige is voor dit beeld uit 1684 gekozen ? Een essentieel iconografisch element is het gesloten boek dat de onderworpen man vasthoudt. Het “ongeloof” is in casu dus alvast een ketterij die gebaseerd is op een boek. Bovendien is de figuur duidelijk oriëntaals en meer bepaald Midden-Oosters gekleed (ik lees dat het volgens de conservator om “perzische” kledij zou gaan). Een heilig boek dus. Nu zijn er niet zoveel godsdiensten die geheel gegrond zijn op een boek. Enkel op het boek afgaand zou het ook een joodse figuur kunnen zijn met een Thora (of eventueel een Talmoed) of een Zoroastrische figuur, maar dat laatste is totaal onwaarschijnlijk en ook het eerste is dat, gezien de iconografie van de man die het vasthoudt. Het kunstwerk dateert ook uit 1684, d.w.z. een jaar nadat Wenen ontzet werd door de Poolse koning Jan Sobieski en daardoor uit de handen van de Ottomaanse legers bleef. Ook is er geen enkele religie waarin een heilig boek zo centraal staat en zo onaantastbaar is als de Koraan in de islaam. Het boek dat de ketterij symboliseert kan dus niet anders dan de Koraan zijn. Natuurlijk heeft het beeld wel iets te maken met de overwinning over de islam, mijnheer de burgemeester. Hetzelfde geldt wellicht voor onze zondagse croissants, die in 1683 in de Weense patisserieën gebakken worden om de overwinning op de wassende halve maan (“lune croissante”) te vieren (al bestonden de “Kipfchen” allicht al veel langer), en de liggende halve maantjes onder de kruisen op vele orthodoxe kerken. Die werden niet gemaakt om aan te geven dat Weners of orthodoxen lunatiekers geworden waren.
Is de door de beeldhouwer afgebeelde persoon dan voor die beeldhouwer echt Mohammed ? Dat weet ik niet. Het kan een islamitisch schriftgeleerde zijn - een moefti -, of een religieuze rechter - een kadi -, of een (valse) profeet – en dus Mohammed vermits hij de enige islamitische profeet is (de islam erkent wel aan Mohammed voorafgaande joodse en christelijke profeten, maar Mohammed is vanuit christelijk oogpunt de enige islamitische “profeet”) -. Volgens de journaliste van de Standaard zou ik gezegd hebben dat het een imam of een moefti kan zijn, terwijl ik het woord imam in dit verband natuurlijk nooit heb uitgesproken, omdat een imam minstens in de 17e eeuw geen schriftgeleerde is maar enkel een voorganger in het gebed. Het is zeker geen louter wereldlijke figure uit het Ottomaanse rijk, een sultan of zo, want dan zou die met wapens afgebeeld zijn en niet met een heilig boek. Kijk maar naar de talloze beelden en afbeeldingen van christelijke overwinnaars op moren of turken van de middeleeuwen tot de barok: die hadden geen boek vast maar een (krom)zwaard. Er zijn duizenden beelden van “Santiago Matamoros”, Sint-Jakob de morendoder in die iconografie. Hier alvast eentje uit de kathedraal van Santiago voor dhimmis het onderste deel van de beeldengroep "verstopt" hebben.

In de kapel van het Klein Seminarie in Sint-Niklaas (Sint-Antoniuskerk) staat een beeld van Sint-Johannes Capestrano, afgebeeld in franciscanerpij met in de rechterhand een groot vaandel en de voet op een verslagen Turk (beschreven in Anthony Demey e.a., De Sint-Antoniuskerk te Sint-Niklaas – 300 jaar sobere barok, Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen, Gent 1996, p. 39, en in J. Dedeurwaarder, Professor Speleers. Een biografie, Gent, 2002, p. 18). Dit barokke beeld toont de overwinning op de Turken bij Belgrado in 1456, die te danken zou zijn geweest aan de tussenkomst van Johannes van Capestrano, die vanaf 1454 een kruistocht tegen de Ottomanen had bepleit en zich tijdens de slag in de voorste rijen bevond. En op de Karelsbrug in Praag staan de H. Procopius en H. Vincentius Ferrer afgebeeld op een sokkel bestaande uit een joode rabbi, een Turk en een duivel.

Dat de figuur in Dendermonde kledij draagt uit het Ottomaanse rijk in de 17e eeuw en er niet uitziet als een bedoeïen uit de zevende eeuw, is niet zo relevant. In de 17e eeuw zoals in de daaraan voorafgaande eeuwen werden historische figuren altijd wel uitgebeeld in de kledij van die tijd en niet in die van hun historische tijd; dat zien we ook bij sommige Mohammed-afbeeldingen in het Mohammed Image Archive.
Wat natuurlijk wel klopt is dat niet enkel moslims wel eens als ongelovige of ketter werden afgebeeld. De beeldentaal wisselde naargelang de historische omstandigheden.
Zo vindt men in veel christelijke kerken twee vrouwen, een blinde en een ziende, Synagoge en Ecclesia, die het jodendom respectievelijk het christendom afbeelden (bv. in de kathedraal van Straatsburg), waar het beeld Synagoge in maart 2007 zwaar werd verminkt gelukkig een kopie, het origineel staat in het museum). Die iconografie is in het Westen bekend sedert de Karolingers en bestond al eeuwen in het Oosten (Betty Kurth, "Ecclesia and an Angel on the Andrew Auckland Cross", 6. Journal of the Warburg and Courtauld Institutes, 1943, p. 213); vaak werd Synagoge ook door een engel verwezen.
Zo zijn er inderdaad ook beelden van engelen die protestanten verjagen of onderwerpen, maar dan vooral in de 16e eeuw, zoals bv. in de Chiesa del Gesu, de jezuïetenkerk in Rome, de beeldengroep “triomf van het geloof over de ketterij” door Pierre Le Gros, vlakbij het graf van Sint-Ignatius. Daar worden Luther en Huss uit de hemel verjaagd.
Die christelijke verdeeldheid had overigens als neveneffect dat zij bijdroeg tot de Ottomaanse opmars in de 16e en 17e eeuw. En, zoals Desiderius Erasmus uiteenzette in zijn Consultatio de bello Turcis inferendo uit 1530 (het jaar na het eerste beleg van Wenen) (vertaald door J. PIOLON, De Turkenkrijg, uitg. Donker Rotterdam 2005), is de macht van de Turken, het gevolg van de verdeeldheid in West-Europa maar ook van een decadent en futloos geworden christendom, dat de kracht mist om de islam in spiritueel opzicht het hoofd te bieden. Volgens Erasmus moesten de Europeanen dan ook op de eerste plaats de Turk in zichzelf bestrijden.
maandag, maart 24, 2008
Represailles: niet louter hoon, maar broodroof
Nadat Chris Michel, gastheer van de "Gravensteengroep" in de Standaard van 6 maart ("Agree to disagree") schreef dat vele mensen die het eens zijn met het Gravensteenmanifest niet openlijk durven meedoen uit schrik voor represailles, durfde Walter Zinzen (de man die ook al in dS van 4-9-2007 een zinzende interpretatie gaf aan het BHV-arrest die ik eerder al weerlegd heb) in de Standaard van 10 maart te beweren dat daar niets van waar is, met het argument dat het juist mensen zijn die afwijken van de Vlaams-nationale standpunten die hoon en smaad ten deel krijgen en niet gelezen worden. Mocht het toch waar zijn zou hij zeker steun verlenen.
Zinzen bewijst hiermee dat hij ofwel blind is of te kwader trouw. Het gaat er immers niet om of mensen kritiek krijgen voor de standpunten die ze innemen: natuurlijk is er openlijk kritiek op diegenen die de pleiten voor annexatie van een deel van Vlaanderen bij Brussel of wijzigingen van de taalgrens ten nadele van Vlaanderen. Zou Zinzen veel vriendelijker zijn voor uitspraken van Vlaamse irredentisten die "verloren gebieden" ten zuiden van de taalgrens zouden willen terugwinnen ? Maar hebt U al op grote schaal hoon en smaad gehoord voor de verdedigers van het status-quo, het op dit ogenblik geldende "unionistisch federalisme" ? En bovendien gaat het voor de flaminganten om veel erger dan hoon en smaad: het gaat om broodroof, mijnheer Zinzen. Dat U de vermelding van represailles door Chris Michel weglacht bewijst dat die broodroof blijkbaar niet geldt voor mensen van uw mening.
Die broodroof schuwt de publiciteit; ze is veel gevaarlijker dan publieke hoon en smaad. En de dreiging ermee is ook veel effectiever, want op publieke beledigingen kan je nog antwoorden, tegen al dan niet gecamoufleerde dreiging met broodroof sta je grotendeels machteloos. En één enkele persoon bij wijze van voorbeeld broodroven weerhoudt er honderd anderen van om zich te outen. Dit betekent ook dat de bekende gevallen het topje van de ijsberg zijn. Elke flamingante lezer weet wel waar het over gaat en kent voorbeelden uit zijn omgeving.
In een groot deel van het bedrijfsleven wordt alvast niet gelachen met flamingante uitingen. Herman de Bode moest op 7 december 2005 ontslag nemen als managing partner van McKinsey omdat hij het Manifest van de Denkgroep in de Warande had ondertekend, dit onder druk van Belgische bedrijven en misschien ook overheden die dreigden geen beroep meer te doen op McKinsey. Van UCB (Georges Jacobs) is dit geweten, van andere bedrijven genre Solvay, Fortis, Delhaize zijn er minstens aanwijzingen, en ze hebben de aan hun adres in Trends geuite beschuldiging alvast nooit tegengesproken. Morele en andere steun van Walter Zinzen heeft de Bode alvast nooit gekregen. Dit soort druk is helemaal niet zeldzaam. Vele andere personen werkzaam in het bedrijfsleven durfden het Warandemanifest niet te tekenen. Bedrijven die mijn cliënten zijn als advocaat werden ook al benaderd uit dezelfde kringen met de boodschap dat het toch niet hoorde om bij zo'n flamingante advocaat als Storme te gaan.
In de culturele wereld is het nog een stuk erger. The Strangers zijn totaal geboycot geworden door de officiële en andere circuits omdat ze op 24 november 1992 op een congres van het Vlaams Blok waren opgetreden. Pas nadat de groep al 4 jaar ontbonden was zijn ze posthuum nog eens mogen optreden voor het bal van de Antwerpse burgemeester in 2006. Andere zangers en musici die ooit op een VB-manifestatie zijn opgetreden zijn ook systematisch geboycot. Maar een VB-optreden is zelfs niet nodig: Soetkin Collier mocht niet mee met haar groep Urban Trad gaan zingen op het Eurosongfestival 2003 in Letland omdat de Staatsveiligheid niet alleen een fout dossier over haar had opgesteld maar dit ook nog goed getimed naar de Franstalige media lekte. Behalve deelname aan enkele betogingen - een grondwettelijk rehct toch, niet ? - bevatte het zelfs geen verwijt aan haarzelf maar enkel killing by association: verenigingen waar ze in haar jeugd lid was van geweest en activiteiten van familieleden. Sippenhaft, weet U wel. Als zelfs de wetgever dat tot norm maakt, dan moet men van de media blijkbaar niet beter verwachten. Roemroof was haar deel. Steun gekregen van Zinzen ?
In de media zijn te kritische flamingante journalisten vaak op een zijspoor gezet. Waarom zou Roger van Houtte anders uit de redactie Binnenland van de GVA geweerd zijn ? (Zie "Bank achteruit voor GVA-journalist Roger van Houtte") Om nog te zwijgen van de tussenkomst van Verhofstadt via Prodi bij Bolkestein om Derk-Jan Eppink te doen zwijgen of te ontslaan. En ik ben benieuwd welke kansen Chris Michel nog gaat krijgen in de media nu hij de omertà doorbroken heeft.
In de academische wereld is het iets beter, maar toch. In universitaire benoemingscommissies worden kandidaten omwille van hun "flamingante" of "rechtse" politieke overtuiging niet voorgedragen; voor elke keer dat dit uit een vermelding in een verslag blijkt zullen er minstens 10 andere keren zijn waar men zo voorzichtig is dat niet op papier te zetten. Wie al benoemd is riskeert vervroegd op pensioen te worden gestuurd of anderszins op een zijspoor te worden gezet, zoals aan de Artevelde Hogeschool in Gent. Op wetenschappelijke congressen worden conservatieve academici die uitgenodigd waren om een lezing te geven, plotseling "gedisiniviteerd" onder politieke druk. Dr. Koenraad Elst bv. (Zie dit voorwoord). Steun gekregen van Zinzen ?
En dan hebben we het nog niet over diegenen die ooit de euvele moed hebben gehad lid te worden van het VB of in dienst van die partij te gaan. Zij worden overal buitengegooid en gestraft met een vorm van burgerlijke dood, waaruit ze pas kunnen herrijzen indien ze er niet alleen uitstappen maar ook nog eens stevig aan VB-bestrijding te doen.
Ging het maar om smaad en hoon alleen ....
Zinzen bewijst hiermee dat hij ofwel blind is of te kwader trouw. Het gaat er immers niet om of mensen kritiek krijgen voor de standpunten die ze innemen: natuurlijk is er openlijk kritiek op diegenen die de pleiten voor annexatie van een deel van Vlaanderen bij Brussel of wijzigingen van de taalgrens ten nadele van Vlaanderen. Zou Zinzen veel vriendelijker zijn voor uitspraken van Vlaamse irredentisten die "verloren gebieden" ten zuiden van de taalgrens zouden willen terugwinnen ? Maar hebt U al op grote schaal hoon en smaad gehoord voor de verdedigers van het status-quo, het op dit ogenblik geldende "unionistisch federalisme" ? En bovendien gaat het voor de flaminganten om veel erger dan hoon en smaad: het gaat om broodroof, mijnheer Zinzen. Dat U de vermelding van represailles door Chris Michel weglacht bewijst dat die broodroof blijkbaar niet geldt voor mensen van uw mening.
Die broodroof schuwt de publiciteit; ze is veel gevaarlijker dan publieke hoon en smaad. En de dreiging ermee is ook veel effectiever, want op publieke beledigingen kan je nog antwoorden, tegen al dan niet gecamoufleerde dreiging met broodroof sta je grotendeels machteloos. En één enkele persoon bij wijze van voorbeeld broodroven weerhoudt er honderd anderen van om zich te outen. Dit betekent ook dat de bekende gevallen het topje van de ijsberg zijn. Elke flamingante lezer weet wel waar het over gaat en kent voorbeelden uit zijn omgeving.
In een groot deel van het bedrijfsleven wordt alvast niet gelachen met flamingante uitingen. Herman de Bode moest op 7 december 2005 ontslag nemen als managing partner van McKinsey omdat hij het Manifest van de Denkgroep in de Warande had ondertekend, dit onder druk van Belgische bedrijven en misschien ook overheden die dreigden geen beroep meer te doen op McKinsey. Van UCB (Georges Jacobs) is dit geweten, van andere bedrijven genre Solvay, Fortis, Delhaize zijn er minstens aanwijzingen, en ze hebben de aan hun adres in Trends geuite beschuldiging alvast nooit tegengesproken. Morele en andere steun van Walter Zinzen heeft de Bode alvast nooit gekregen. Dit soort druk is helemaal niet zeldzaam. Vele andere personen werkzaam in het bedrijfsleven durfden het Warandemanifest niet te tekenen. Bedrijven die mijn cliënten zijn als advocaat werden ook al benaderd uit dezelfde kringen met de boodschap dat het toch niet hoorde om bij zo'n flamingante advocaat als Storme te gaan.
In de culturele wereld is het nog een stuk erger. The Strangers zijn totaal geboycot geworden door de officiële en andere circuits omdat ze op 24 november 1992 op een congres van het Vlaams Blok waren opgetreden. Pas nadat de groep al 4 jaar ontbonden was zijn ze posthuum nog eens mogen optreden voor het bal van de Antwerpse burgemeester in 2006. Andere zangers en musici die ooit op een VB-manifestatie zijn opgetreden zijn ook systematisch geboycot. Maar een VB-optreden is zelfs niet nodig: Soetkin Collier mocht niet mee met haar groep Urban Trad gaan zingen op het Eurosongfestival 2003 in Letland omdat de Staatsveiligheid niet alleen een fout dossier over haar had opgesteld maar dit ook nog goed getimed naar de Franstalige media lekte. Behalve deelname aan enkele betogingen - een grondwettelijk rehct toch, niet ? - bevatte het zelfs geen verwijt aan haarzelf maar enkel killing by association: verenigingen waar ze in haar jeugd lid was van geweest en activiteiten van familieleden. Sippenhaft, weet U wel. Als zelfs de wetgever dat tot norm maakt, dan moet men van de media blijkbaar niet beter verwachten. Roemroof was haar deel. Steun gekregen van Zinzen ?
In de media zijn te kritische flamingante journalisten vaak op een zijspoor gezet. Waarom zou Roger van Houtte anders uit de redactie Binnenland van de GVA geweerd zijn ? (Zie "Bank achteruit voor GVA-journalist Roger van Houtte") Om nog te zwijgen van de tussenkomst van Verhofstadt via Prodi bij Bolkestein om Derk-Jan Eppink te doen zwijgen of te ontslaan. En ik ben benieuwd welke kansen Chris Michel nog gaat krijgen in de media nu hij de omertà doorbroken heeft.
In de academische wereld is het iets beter, maar toch. In universitaire benoemingscommissies worden kandidaten omwille van hun "flamingante" of "rechtse" politieke overtuiging niet voorgedragen; voor elke keer dat dit uit een vermelding in een verslag blijkt zullen er minstens 10 andere keren zijn waar men zo voorzichtig is dat niet op papier te zetten. Wie al benoemd is riskeert vervroegd op pensioen te worden gestuurd of anderszins op een zijspoor te worden gezet, zoals aan de Artevelde Hogeschool in Gent. Op wetenschappelijke congressen worden conservatieve academici die uitgenodigd waren om een lezing te geven, plotseling "gedisiniviteerd" onder politieke druk. Dr. Koenraad Elst bv. (Zie dit voorwoord). Steun gekregen van Zinzen ?
En dan hebben we het nog niet over diegenen die ooit de euvele moed hebben gehad lid te worden van het VB of in dienst van die partij te gaan. Zij worden overal buitengegooid en gestraft met een vorm van burgerlijke dood, waaruit ze pas kunnen herrijzen indien ze er niet alleen uitstappen maar ook nog eens stevig aan VB-bestrijding te doen.
Ging het maar om smaad en hoon alleen ....
vrijdag, februari 01, 2008
Waarom socialisten complotten zien
Bij het lezen van een interview met Naomi Klein over haar jongste boek Schocktherapie werd me duidelijk dat de gevaaranalyse die iemand maakt zeer sterk afhangt van het wereldbeeld en de ideologie die die persoon zelf aanhangt; en ik bedoel daarmee minder de partijdigheid in de waarneming als wel het denkpatroon dat men hanteert. Zo zullen aanhangers van centralistische ideologieën die geloven in centrale planning en machtsconcentratie, zoals socialisten en fascisten, veel sneller geloven in complottheorieën. Klein is daar het mooiste voorbeeld van (zie bv. deze recensie door Jonathan Kay)Wie omgekeerd niet gelooft in centrale planning als maatschappijmodel, zal er ook veel meer van uitgaan dat het gevaar komt van diegene die niet deelnemen aan het gedecentraliseerde spel van markt en civilisatie, de "marginalen" die door de nieuwe socialisten vaak geloofd worden als de brengers van alle heil.
zondag, januari 20, 2008
Blinde vlekken in Reynebeau's valkeoog
(update onderaan)
In de Standaard van 19 januari bleek nogmaals dat Reynebeau op zijn best is wanneer hij opiniestukken schrijft waarin hij duidelijk voor een stelling uitkomt (in casu het stuk "Het neoliberalisme spreekt Engels") en op zijn slechtst wanneer hij ogenschijnlijk neutraal aan berichtgeving of geschiedschrijving beweert te doen (nl. in de bijdrage over Bruno Valkeniers "De man die uit de schaduw komt"). In de laatste bijdrage beoefent de historicus zijn geliefde techniek van het amalgaam met het oog op "killing by association". En al kan ik op veel andere slakken ook zout leggen, ik beperk me om op de selectiviteit van het geheugen van Reynebeau te wijzen wat de Orde van de Vlaamse Leeuw betreft. Volgens Reynebeau zou de passage van Valkeniers in de vzw Beweging Vlaanderen-Europa een ruk naar rechts hebben veroorzaakt, die ertoe zou geleid hebben dat de Orde van de Vlaamse Leeuw "(die) traditioneel meestal naar prominenten uit de brede culturele sfeer (ging)" (...) "de jongste jaren naar laureaten uit de radicaal-Vlaamse frontlijn, met 'de burgemeesters van Halle-Vilvoorde' en Remi Vermeiren, het 'gezicht' van het Warandemanifest" en "in 2007 naar de meest flamingantische van de vorige generatie christendemocratische politici, Herman Suykerbuyk".
Welnu, zoals vaker ziet Reynebeau spoken. De Orde van de Vlaamse Leeuw werd 16 keer uitgereikt onder voorzitterschap van Piet Blomme en de jongste 8 keer onder mijn voorzitterschap. De allereerste Orde werd uitgereikt aan een Vlaamse strijdende politicus uit de frontlijn, nl. Ernest Soens; in die eerste periode ging de Orde verder 6 x naar prominenten uit de culturele sfeer (Deleu, Durnez, Briers, Brouwers, Marijnissen, Penninckx), 4 x naar personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Sevenants, Gerlo, Campo, Van Overstraeten), 3 x naar een journalist (Grammens, Platel, Ruys) en 2 x naar historici (Simons, Willemsen). Sedert ik voorzitter ben werd ze 3 x uitgereikt aan een kunstenaar (Jari Demeulemeester, Harold van de Perre, Hubert van Herreweghen), 1 x aan een journalist (Kees Middelhoff), 2 x aan Vlaamse strijdende politici (Leo Peeters en Herman Suykerbuyk), die moeilijk kunnen gezien worden als een symptoom van extreem-rechts, en 2x aan personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Ludo Abicht en Remi Vermeiren). Wie die 8 namen ziet kan moeilijk ernstig stellen dat hier een "ruk naar rechts" heeft plaatsgevonden die met de "passage" van Valkeniers te maken zou hebben. Valkeniers is geen lid van de Orde van de Vlaamse Leeuw. Suykerbuyk is al evenmin lid van de "club die hem de onderscheiding toekende" (tenzij als laureaat en eerst sinds dan); beiden zijn wel lid van de Beweging Vlaanderen-Europa. Het klopt dat enkele recente uitreikingen van de Orde plaats vonden in samenwerking met die Beweging en met name gekoppeld werden aan de uitreiking van een Gulden Spoor door die Beweging. Dat heeft op de eerste plaats te maken met de kost van zo'n organisatie. Maar wie op die "koppeling" wijst, mag er aan herinnerd worden dat juist daardoor de jongste jaren er nog veel meer uitreikingen hebben plaatsgevonden aan "prominenten uit de brede culturele sfeer", al heten die dan "Gulden Spoor" in plaats van "Orde van de Vlaamse Leeuw": in 2006 Godfried Lannoo en Patricia Carson, in 2007 Jean-Pierre Rondas Connie Neefs en Norbert d'Hulst. Maar volgens Reynebeau getuigen al die namen natuurlijk alleen maar van een "klein flamingantisch milieu waarin men elkaar prijzen geeft".
Het is erg waarschijnlijk dat de betrouwbaarheid van Reynebau's verhaal in andere opzichten niet groter is en zijn paranoia even groot.
Tot slot: ik heb niet de minste behoefte om te ontkennen dat er wellicht meerdere verenigingen zijn waarvan Bruno Valkeniers en ikzelf allebei lid zijn. Hetzelfde kan wat mij betreft wellicht gezegd worden van omzeggens elke in het verenigingsleven actieve Vlaming. Uit de grote hoeveelheid verbanden die tussen mensen in Vlaanderen kunnen gelegd worden enkel diegene halen die in een complottheorie passen en al de rest verzwijgen is een vorm van journalistiek die misschien past in De Morgen maar zowel de Standaard als een historicus onwaardig is.
Matthias Storme
Voorzitter Orde van de Vlaamse Leeuw
update:
En ziehier wat de Standaard van mijn lezersbrief heeft gemaakt.....:
Valkeniers
Volgens De Standaard zou de passage van Bruno Valkeniers in de vzw Beweging Vlaanderen-Europa een ruk naar rechts hebben veroorzaakt, die ertoe geleid zou hebben dat de Orde van de Vlaamse Leeuw '(die) traditioneel meestal naar prominenten uit de brede culturele sfeer (ging)' (...) 'de jongste jaren naar laureaten uit de radicaal-Vlaamse frontlijn ging' Welnu, De Standaard ziet spoken. De Orde van de Vlaamse Leeuw werd 16 keer uitgereikt onder voorzitterschap van Piet Blomme en de jongste acht keer onder mijn voorzitterschap. In die eerste periode ging de Orde zes keer naar prominenten uit de culturele sfeer (Deleu, Durnez, Briers, Brouwers, Marijnissen, Penninckx), vier keer naar personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse Beweging (Sevenants, Gerlo, Campo, Van Overstraeten), drie keer naar een journalist (Grammens, Platel, Ruys) en tweemaal naar historici (Simons, Willemsen). Sedert ik voorzitter ben, werd ze driemaal uitgereikt aan een kunstenaar (Jari Demeulemeester, Harold van de Perre, Hubert van Herreweghen), eenmaal aan een journalist (Kees Middelhoff), tweemaal aan Vlaamse strijdende politici (Leo Peeters en Herman Suykerbuyk) die moeilijk kunnen gezien worden als een symptoom van extreem-rechts, en tweemaal aan personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Ludo Abicht en Remi Vermeiren). Wie die acht namen ziet, kan moeilijk ernstig stellen dat hier een 'ruk naar rechts' heeft plaatsgevonden die met de 'passage' van Valkeniers te maken zou hebben. Valkeniers is geen lid van de Orde van de Vlaamse Leeuw.
Matthias Storme,
voorzitter Orde van de Vlaamse Leeuw
In de Standaard van 19 januari bleek nogmaals dat Reynebeau op zijn best is wanneer hij opiniestukken schrijft waarin hij duidelijk voor een stelling uitkomt (in casu het stuk "Het neoliberalisme spreekt Engels") en op zijn slechtst wanneer hij ogenschijnlijk neutraal aan berichtgeving of geschiedschrijving beweert te doen (nl. in de bijdrage over Bruno Valkeniers "De man die uit de schaduw komt"). In de laatste bijdrage beoefent de historicus zijn geliefde techniek van het amalgaam met het oog op "killing by association". En al kan ik op veel andere slakken ook zout leggen, ik beperk me om op de selectiviteit van het geheugen van Reynebeau te wijzen wat de Orde van de Vlaamse Leeuw betreft. Volgens Reynebeau zou de passage van Valkeniers in de vzw Beweging Vlaanderen-Europa een ruk naar rechts hebben veroorzaakt, die ertoe zou geleid hebben dat de Orde van de Vlaamse Leeuw "(die) traditioneel meestal naar prominenten uit de brede culturele sfeer (ging)" (...) "de jongste jaren naar laureaten uit de radicaal-Vlaamse frontlijn, met 'de burgemeesters van Halle-Vilvoorde' en Remi Vermeiren, het 'gezicht' van het Warandemanifest" en "in 2007 naar de meest flamingantische van de vorige generatie christendemocratische politici, Herman Suykerbuyk".
Welnu, zoals vaker ziet Reynebeau spoken. De Orde van de Vlaamse Leeuw werd 16 keer uitgereikt onder voorzitterschap van Piet Blomme en de jongste 8 keer onder mijn voorzitterschap. De allereerste Orde werd uitgereikt aan een Vlaamse strijdende politicus uit de frontlijn, nl. Ernest Soens; in die eerste periode ging de Orde verder 6 x naar prominenten uit de culturele sfeer (Deleu, Durnez, Briers, Brouwers, Marijnissen, Penninckx), 4 x naar personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Sevenants, Gerlo, Campo, Van Overstraeten), 3 x naar een journalist (Grammens, Platel, Ruys) en 2 x naar historici (Simons, Willemsen). Sedert ik voorzitter ben werd ze 3 x uitgereikt aan een kunstenaar (Jari Demeulemeester, Harold van de Perre, Hubert van Herreweghen), 1 x aan een journalist (Kees Middelhoff), 2 x aan Vlaamse strijdende politici (Leo Peeters en Herman Suykerbuyk), die moeilijk kunnen gezien worden als een symptoom van extreem-rechts, en 2x aan personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Ludo Abicht en Remi Vermeiren). Wie die 8 namen ziet kan moeilijk ernstig stellen dat hier een "ruk naar rechts" heeft plaatsgevonden die met de "passage" van Valkeniers te maken zou hebben. Valkeniers is geen lid van de Orde van de Vlaamse Leeuw. Suykerbuyk is al evenmin lid van de "club die hem de onderscheiding toekende" (tenzij als laureaat en eerst sinds dan); beiden zijn wel lid van de Beweging Vlaanderen-Europa. Het klopt dat enkele recente uitreikingen van de Orde plaats vonden in samenwerking met die Beweging en met name gekoppeld werden aan de uitreiking van een Gulden Spoor door die Beweging. Dat heeft op de eerste plaats te maken met de kost van zo'n organisatie. Maar wie op die "koppeling" wijst, mag er aan herinnerd worden dat juist daardoor de jongste jaren er nog veel meer uitreikingen hebben plaatsgevonden aan "prominenten uit de brede culturele sfeer", al heten die dan "Gulden Spoor" in plaats van "Orde van de Vlaamse Leeuw": in 2006 Godfried Lannoo en Patricia Carson, in 2007 Jean-Pierre Rondas Connie Neefs en Norbert d'Hulst. Maar volgens Reynebeau getuigen al die namen natuurlijk alleen maar van een "klein flamingantisch milieu waarin men elkaar prijzen geeft".
Het is erg waarschijnlijk dat de betrouwbaarheid van Reynebau's verhaal in andere opzichten niet groter is en zijn paranoia even groot.
Tot slot: ik heb niet de minste behoefte om te ontkennen dat er wellicht meerdere verenigingen zijn waarvan Bruno Valkeniers en ikzelf allebei lid zijn. Hetzelfde kan wat mij betreft wellicht gezegd worden van omzeggens elke in het verenigingsleven actieve Vlaming. Uit de grote hoeveelheid verbanden die tussen mensen in Vlaanderen kunnen gelegd worden enkel diegene halen die in een complottheorie passen en al de rest verzwijgen is een vorm van journalistiek die misschien past in De Morgen maar zowel de Standaard als een historicus onwaardig is.
Matthias Storme
Voorzitter Orde van de Vlaamse Leeuw
update:
En ziehier wat de Standaard van mijn lezersbrief heeft gemaakt.....:
Valkeniers
Volgens De Standaard zou de passage van Bruno Valkeniers in de vzw Beweging Vlaanderen-Europa een ruk naar rechts hebben veroorzaakt, die ertoe geleid zou hebben dat de Orde van de Vlaamse Leeuw '(die) traditioneel meestal naar prominenten uit de brede culturele sfeer (ging)' (...) 'de jongste jaren naar laureaten uit de radicaal-Vlaamse frontlijn ging' Welnu, De Standaard ziet spoken. De Orde van de Vlaamse Leeuw werd 16 keer uitgereikt onder voorzitterschap van Piet Blomme en de jongste acht keer onder mijn voorzitterschap. In die eerste periode ging de Orde zes keer naar prominenten uit de culturele sfeer (Deleu, Durnez, Briers, Brouwers, Marijnissen, Penninckx), vier keer naar personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse Beweging (Sevenants, Gerlo, Campo, Van Overstraeten), drie keer naar een journalist (Grammens, Platel, Ruys) en tweemaal naar historici (Simons, Willemsen). Sedert ik voorzitter ben, werd ze driemaal uitgereikt aan een kunstenaar (Jari Demeulemeester, Harold van de Perre, Hubert van Herreweghen), eenmaal aan een journalist (Kees Middelhoff), tweemaal aan Vlaamse strijdende politici (Leo Peeters en Herman Suykerbuyk) die moeilijk kunnen gezien worden als een symptoom van extreem-rechts, en tweemaal aan personen uit het verenigingsleven van de Vlaamse beweging (Ludo Abicht en Remi Vermeiren). Wie die acht namen ziet, kan moeilijk ernstig stellen dat hier een 'ruk naar rechts' heeft plaatsgevonden die met de 'passage' van Valkeniers te maken zou hebben. Valkeniers is geen lid van de Orde van de Vlaamse Leeuw.
Matthias Storme,
voorzitter Orde van de Vlaamse Leeuw
donderdag, januari 17, 2008
amerikaanse stemtest
Ik heb me ook maar laten verleiden om mee te doen aan de amerikaanse stemtest.
Resultaat:
Fred Thompson 36
Duncan Hunter 36
Mitt Romney 31
Mike Huckabee 26
Ron Paul 26
John McCain 21
Dennis Kucinich 14
Chris Dodd 14
Rudy Giuliani 14
John Edwards 12
Joe Biden 9
Bill Richardson 8
Mike Gravel 8
Hillary Clinton 6
Barack Obama 6
Als ik nu eens wist wie Duncan Hunter is ... van de score voor Thompson en Romney verschiet ik alvast niet.
Resultaat:
Fred Thompson 36
Duncan Hunter 36
Mitt Romney 31
Mike Huckabee 26
Ron Paul 26
John McCain 21
Dennis Kucinich 14
Chris Dodd 14
Rudy Giuliani 14
John Edwards 12
Joe Biden 9
Bill Richardson 8
Mike Gravel 8
Hillary Clinton 6
Barack Obama 6
![]() | |||
![]() | Fred Thompson Score: 36 | Agree Immigration Taxes Stem-Cell Research Abortion Social Security Line-Item Veto Marriage Education | Disagree Iraq Health Care Energy Death Penalty Gun Control Environment |
![]() | Duncan Hunter Score: 36 | Agree Immigration Taxes Stem-Cell Research Abortion Social Security Line-Item Veto Energy Marriage | Disagree Iraq Health Care Death Penalty Gun Control Environment Education |
-- Take the Quiz! -- | |||
Als ik nu eens wist wie Duncan Hunter is ... van de score voor Thompson en Romney verschiet ik alvast niet.
donderdag, januari 03, 2008
De Ceulaer, werp uw kroon naar Sneyssens !
In Knack van vandaag meent Joël de Ceulaer mij de les te moeten spellen omdat ik niet zou geprotesteerd hebben tegen de veroordeling van Abou Jahjah door de correctionele rehtbank te Antwerpen voor zijn rol in de Borgerhoutse rellen van 2002. Ik schreef hem het volgende:
Misschien moet ik Joël de Ceulaer eraan herinneren dat ik enkele dagen na de door hem geciteerde uitspraak van mij reeds gezegd heb dat, indien ik het standpunt van de AEL had gekend, ik AEL naast het Vlaams Blok zou hebben genoemd als een partij die al evenzeer de vrijheid van meningsuiting verdedigde. Waar het om ging was immers dat ik het niet verantwoord vond te stemmen voor partijen die de wetten hadden goedgekeurd die onder meer het loutere geweldloze aanzetten tot zogenaamde discriminatie strafbaar stellen.
Ten tweede bestaan er vele vormen van het conservatisme, en het zou alvast in hoofde van Burke en Scruton niet inconsequent zijn om deze beperking van de vrijheid van meningsuiting te billijken, en al evenmin voor Herman de Dijn. Dus is er ook geen enkele noodzaak voor wie zich op dat gedachtengoed beroept om de Heer Abou Jahjah te hulp te snellen. Boudewijn Bouckaert is zoals U weet veeleer een liberaal dan een conservatief. En wat mijzelf betreft, houd ik hoewel conservatief zijnde heel erg aan de fundamentele vrijheden van onze Grondwet, ja. Dus verklaar ik me even nader.
Ik heb niet de gewoonte me over vonnissen uit te spreken die ik niet heb bestudeerd; als iemand mij de tekst ervan kan bezorgen, kan ik misschien iets zinnigs zeggen. U weet ook dat ik altijd verdedigd heb dat de grens van de vrijheid van meningsuiting voor mij ligt bij het aanzetten tot geweld. Met wat ik van de zaak weet - maar zoals gezegd is dat onvoldoende om me er echt over uit te spreken - gaat het hier over een beschuldiging van aanzetten tot geweld. Juridisch lijkt er op het eerste gezicht dus niets mis vanuit de door mij verdedigde doctrine, maar daarmee vel ik geen oordeel over het bewezen zijn van de feiten. Daarvoor moet men minstens het vonnis en bij voorkeur ook het dossier kennen. Ik neem aan dat U dat bestudeerd hebt, mijnheer de Ceulaer ?
Update: Ik heb intussen het vonnis ontvangen en kunnen lezen. Zonder dossier kan ik nog steeds niet oordelen of de bewezen verklaarde feiten inderdaad zo hebben plaatsgevonden. Maar ik kan wel zeggen dat ik de straf buitensporig vind. Eén jaar effectief, als men weet welke straffen maar uitgesproken worden voor andere zaken (de klappen die de dood van Guido Demoor veroorzaakten bijvoorbeeld)...
Update 2: er verscheen een kritisch en goed geargumenteerd artikel over het vonnis op de webstek van de Gazet van Antwerpen van de hand van John de Wit (een van de weinige journalisten die zich nog vastbijt in juridische vragen en daarbij van de nodige juridische expertise getuigt):"AEL-kopstukken krijgen één jaar cel voor opjutten tot rellen"
Misschien moet ik Joël de Ceulaer eraan herinneren dat ik enkele dagen na de door hem geciteerde uitspraak van mij reeds gezegd heb dat, indien ik het standpunt van de AEL had gekend, ik AEL naast het Vlaams Blok zou hebben genoemd als een partij die al evenzeer de vrijheid van meningsuiting verdedigde. Waar het om ging was immers dat ik het niet verantwoord vond te stemmen voor partijen die de wetten hadden goedgekeurd die onder meer het loutere geweldloze aanzetten tot zogenaamde discriminatie strafbaar stellen.
Ten tweede bestaan er vele vormen van het conservatisme, en het zou alvast in hoofde van Burke en Scruton niet inconsequent zijn om deze beperking van de vrijheid van meningsuiting te billijken, en al evenmin voor Herman de Dijn. Dus is er ook geen enkele noodzaak voor wie zich op dat gedachtengoed beroept om de Heer Abou Jahjah te hulp te snellen. Boudewijn Bouckaert is zoals U weet veeleer een liberaal dan een conservatief. En wat mijzelf betreft, houd ik hoewel conservatief zijnde heel erg aan de fundamentele vrijheden van onze Grondwet, ja. Dus verklaar ik me even nader.
Ik heb niet de gewoonte me over vonnissen uit te spreken die ik niet heb bestudeerd; als iemand mij de tekst ervan kan bezorgen, kan ik misschien iets zinnigs zeggen. U weet ook dat ik altijd verdedigd heb dat de grens van de vrijheid van meningsuiting voor mij ligt bij het aanzetten tot geweld. Met wat ik van de zaak weet - maar zoals gezegd is dat onvoldoende om me er echt over uit te spreken - gaat het hier over een beschuldiging van aanzetten tot geweld. Juridisch lijkt er op het eerste gezicht dus niets mis vanuit de door mij verdedigde doctrine, maar daarmee vel ik geen oordeel over het bewezen zijn van de feiten. Daarvoor moet men minstens het vonnis en bij voorkeur ook het dossier kennen. Ik neem aan dat U dat bestudeerd hebt, mijnheer de Ceulaer ?
Update: Ik heb intussen het vonnis ontvangen en kunnen lezen. Zonder dossier kan ik nog steeds niet oordelen of de bewezen verklaarde feiten inderdaad zo hebben plaatsgevonden. Maar ik kan wel zeggen dat ik de straf buitensporig vind. Eén jaar effectief, als men weet welke straffen maar uitgesproken worden voor andere zaken (de klappen die de dood van Guido Demoor veroorzaakten bijvoorbeeld)...
Update 2: er verscheen een kritisch en goed geargumenteerd artikel over het vonnis op de webstek van de Gazet van Antwerpen van de hand van John de Wit (een van de weinige journalisten die zich nog vastbijt in juridische vragen en daarbij van de nodige juridische expertise getuigt):"AEL-kopstukken krijgen één jaar cel voor opjutten tot rellen"
zaterdag, december 29, 2007
nieuwjaarsgroet en reisherinnering
Aan alle lezers vooreerst mooie kerstdagen en een gelukkig 2008 gewenst van de hele familie, die U hier groet vanuit Bryce Canyon.

Van dezelfde plek nog een beeld dat me doet denken aan een schilderij van Caspar David Friedrich:

Uit Utah, het beloofde land van de Mormonen en inderdaad een van de mooiste landen ter wereld.
Van dezelfde plek nog een beeld dat me doet denken aan een schilderij van Caspar David Friedrich:
Uit Utah, het beloofde land van de Mormonen en inderdaad een van de mooiste landen ter wereld.
woensdag, december 26, 2007
Vlaanderen te klein ?
Over het deugen van kleine naties is er de jongste jaren heel wat wetenschappelijk onderzoek verricht, waarvan de positieve resultaten druppelsgewijs ook in de media kwamen (denk aan Alberto Alesina en Enrico Spolaore, The size of nations; zie ook het recente stuk van Gideon Rachman in de Financial Times van 4 december 2007). Die deugden hangen overigens ook samen met het juiste dan wel verkeerde gebruik van de term diversiteit: diversiteit is immers een rijkdom als het complementariteit betekent en een verarming als het vertrouwen en dus sociaal kapitaal verzwakt. Ik zal daar te gelegener tijd nog wel wat meer over schrijven. Maar bij mijn lectuur herontdekte ik de zoals omzeggens steeds treffende analyse van Aristoteles, meer bepaald in zijn Politika, VII-4, 3-5. Ik citeer uit de Engelse vertaling van Benjamin Jowett (op http://classics.mit.edu/Aristotle/politics.html):
"Most persons think that a state in order to be happy ought to be large; but even if they are right, they have no idea what is a large and what a small state. For they judge of the size of the city by the number of the inhabitants; whereas they ought to regard, not their number, but their power. A city too, like an individual, has a work to do; and that city which is best adapted to the fulfillment of its work is to be deemed greatest, in the same sense of the word great in which Hippocrates might be called greater, not as a man, but as a physician, than some one else who was taller And even if we reckon greatness by numbers, we ought not to include everybody, for there must always be in cities a multitude of slaves and sojourners and foreigners; but we should include those only who are members of the state, and who form an essential part of it. The number of the latter is a proof of the greatness of a city; but a city which produces numerous artisans and comparatively few soldiers cannot be great, for a great city is not to be confounded with a populous one. Moreover, experience shows that a very populous city can rarely, if ever, be well governed; since all cities which have a reputation for good government have a limit of population. We may argue on grounds of reason, and the same result will follow. For law is order, and good law is good order; but a very great multitude cannot be orderly: to introduce order into the unlimited is the work of a divine power- of such a power as holds together the universe. Beauty is realized in number and magnitude, and the state which combines magnitude with good order must necessarily be the most beautiful. To the size of states there is a limit, as there is to other things, plants, animals, implements; for none of these retain their natural power when they are too large or too small, but they either wholly lose their nature, or are spoiled. For example, a ship which is only a span long will not be a ship at all, nor a ship a quarter of a mile long; yet there may be a ship of a certain size, either too large or too small, which will still be a ship, but bad for sailing. In like manner a state when composed of too few is not, as a state ought to be, self-sufficing; when of too many, though self-sufficing in all mere necessaries, as a nation may be, it is not a state, being almost incapable of constitutional government. For who can be the general of such a vast multitude, or who the herald, unless he have the voice of a Stentor?"
"Most persons think that a state in order to be happy ought to be large; but even if they are right, they have no idea what is a large and what a small state. For they judge of the size of the city by the number of the inhabitants; whereas they ought to regard, not their number, but their power. A city too, like an individual, has a work to do; and that city which is best adapted to the fulfillment of its work is to be deemed greatest, in the same sense of the word great in which Hippocrates might be called greater, not as a man, but as a physician, than some one else who was taller And even if we reckon greatness by numbers, we ought not to include everybody, for there must always be in cities a multitude of slaves and sojourners and foreigners; but we should include those only who are members of the state, and who form an essential part of it. The number of the latter is a proof of the greatness of a city; but a city which produces numerous artisans and comparatively few soldiers cannot be great, for a great city is not to be confounded with a populous one. Moreover, experience shows that a very populous city can rarely, if ever, be well governed; since all cities which have a reputation for good government have a limit of population. We may argue on grounds of reason, and the same result will follow. For law is order, and good law is good order; but a very great multitude cannot be orderly: to introduce order into the unlimited is the work of a divine power- of such a power as holds together the universe. Beauty is realized in number and magnitude, and the state which combines magnitude with good order must necessarily be the most beautiful. To the size of states there is a limit, as there is to other things, plants, animals, implements; for none of these retain their natural power when they are too large or too small, but they either wholly lose their nature, or are spoiled. For example, a ship which is only a span long will not be a ship at all, nor a ship a quarter of a mile long; yet there may be a ship of a certain size, either too large or too small, which will still be a ship, but bad for sailing. In like manner a state when composed of too few is not, as a state ought to be, self-sufficing; when of too many, though self-sufficing in all mere necessaries, as a nation may be, it is not a state, being almost incapable of constitutional government. For who can be the general of such a vast multitude, or who the herald, unless he have the voice of a Stentor?"
zondag, december 23, 2007
De onredelijke eisen van een kunstfilosoof
Estheticus Bart Vandenabeele herhaalt in dS van 22 december ("Di Rupo aan de macht") de francofone mantra dat de N-VA tijdens de regeringsonderhandelingen "onredelijke "Vlaamse" eisen is blijven stellen". Let op de aanhalingstekens. Maar merk vooral op dat Vandenabeele geen enkel voorbeeld geeft om ons ertoe te verleiden zijn waarneming te delen. Dat kan hij ook niet, want die "eisen" die de N-VA zou hebben gesteld zijn helemaal niet onredelijk en bovendien slechts een fractie van wat omzeggens alle Vlaamse partijen in hun verkiezingsprogramma hadden opgenomen bv. dat van CD&V op p. 58) en bijna unaniem in het Vlaams parlement hadden goedgekeurd. Misschien kan de filosoof zelf eens belangeloos een subliem voorstel doen en het interculturele model communiceren waarmee hij het Belgische surrealistische schouwspel wil oplossen in plaats van aan N-VA-bashing te doen.
Noyez Joëlle
(Milquet) ... is de nieuwe vertaling van Zalig Kerstfeest in het Frans voor de Vlamingen ...
donderdag, december 13, 2007
Wat Vandermeersch vergeet
In de Standaard van vandaag 3 december verontschuldigt Peter Vandermeersch zich er tegenover de hoofdredactrice van Le Soir weer eens voor dat De Standaard te flamingant is .....waarmee hij zowel een groot deel van zijn lezers als sommige van zijn journalisten (Guy Tegenbos) opnieuw in de rug schiet.
Onder meer herhaalt hij de mantra "Over BHV zeggen we te snel dat het kiesarrondissement moet gesplitst worden volgens het Grondwettelijk Hof en 'vergeten' we dat er ook andere oplossingen mogelijk zijn".
Vandermeersch "vergeet" er natuurlijk bij te vertellen welke. Behalve de afschaffing van alle kieskringen en vervanging door één grote Belgische kieskring is er immers géén andere oplossing mogelijk die beantwoordt aan de reden voor de ongrondwettigheid van de kieskring: het taalgrens-, gemeenschaps- en gewestoverschrijdend karakter ervan. Dat verzwijgen is pas "slechte en ongenuanceerde journalistiek"
Onder meer herhaalt hij de mantra "Over BHV zeggen we te snel dat het kiesarrondissement moet gesplitst worden volgens het Grondwettelijk Hof en 'vergeten' we dat er ook andere oplossingen mogelijk zijn".
Vandermeersch "vergeet" er natuurlijk bij te vertellen welke. Behalve de afschaffing van alle kieskringen en vervanging door één grote Belgische kieskring is er immers géén andere oplossing mogelijk die beantwoordt aan de reden voor de ongrondwettigheid van de kieskring: het taalgrens-, gemeenschaps- en gewestoverschrijdend karakter ervan. Dat verzwijgen is pas "slechte en ongenuanceerde journalistiek"
maandag, december 03, 2007
There is no government like no government
De maanden zonder echte federale regering zijn een leerrijke periode voor ons land. Ze zijn dit op twee vlakken. Enerzijds natuurlijk omdat blijkt dat ook zonder federale regering de samenleving verder draait en Vlaanderen en Wallonië niet terugvallen in een positie van "failed state". Gelukkig maar bepaalt de overheid nog niet alles in ons dagelijks leven. En voor de dagelijkse beslommeringen waarin de overheid wel een grote rol speelt, ligt de bevoegdheid vaak ofwel nu al bij de deelstaten, ofwel in handen van organen die in een rechtsstaat onafhankelijk werken zoals de rechterlijke macht, of bij structuren die in handen zijn van corporatieve organisaties zoals de sociale partners. Dit betekent niet dat dit alles - zeker wat het laatste betreft - altijd even gezond is, maar de continuïteit is alvast verzekerd. En toch horen we wanhopige uitroepen van politici en meer nog van aan de banden met de politiek verslaafde kringen die het ontbreken van een echte federale regering een ramp noemen. Doordat we een regering van lopende zaken hebben zouden de hoogst noodzakelijke beslissingen niet kunnen worden genomen.
Volgens mij legt dit meer dan ooit de scheefgroei van onze parlementaire democratie bloot. In een parlementaire democratie kunnen alle wetten en reglementaire beslissingen door het parlement worden genomen, het is tenslotte de wetgevende macht. Maar ons parlement is zo sterk verworden tot een uitvoerende macht van de regering dat het niet meer in staat is zijn taak en bevoegdheden uit te oefenen. Nemen we bijvoorbeeld wetten het probleem van wetten die niet in werking treden omdat er geen koninklijk Besluit komt dat ze in werking stelt: dat is maar een probleem omdat het parlement de slechte gewoonte heeft wetten te stemmen die in een laatste artikel bepalen dat de koning (dus de regering) de datum van inwerkingtreding zal vastleggen. Maar in de meeste gevallen moet het parlement dan maar dat laatste artikel veranderen door een vaste datum en het probleem is opgelost. Moeten er nog regels voor uitvoering worden uitgevaardigd ? Het parlement is bevoegd die regels te maken, maar is dat alleen verleerd. En als men zou antwoorden dat het parlement daartoe niet de mensen en middelen heeft, dan vergeet men dat het parlement zijn eigen begroting kan bepalen en wijzigen door middel van een wet.
Het enige reële probleem rijst doordat het in ons grondwettelijke stelsel - om goede redenen - niet aan het parlement toekomt om individuele besluiten te nemen, zoals bv. benoemingen. En omdat de federale regering nog in lopende zaken zou zijn, zou dat dus niet kunnen. Maar men vergeet dat de reden waarom een regering vanaf de ontbinding van het parlement in beginsel geen echte beslissingen kan nemen het ontbreken van parlementaire controle is. Eenmaal het parlement terug is samengesteld valt die reden grotendeels weg. Dat het parlement verdorie de uittredende regering aan het werk zet en controleert. Nu hebben we parlementsleden die al 6 maanden betaald worden om nauwelijks iets te doen. Het http://www.blogger.com/img/gl.link.gifis een kans om eindelijk eens de machtsverhoudingen terug wat rechter te trekken. Laat het parlement zoals het hoort in een parlementaire democratie de krijtlijnen uittekenen van het beleid. Dan is het ook veel minder relevant welke regering we hebben. In Zwitserland is het al heel lang zo dat ministers in beginsel niet kunnen ontslagen worden tijdens de legislatuur waarvoor ze benoemd zijn en dat de regering bovendien zowat proportioneel uit alle partijen wordt samengesteld (inbegrepen sedert decennia de Zwitserse Volkspartij die door de ayatollahs van onze media intussen ook al tot extreem-rechts is bestempeld). Maar die ministers zijn wel verplicht om de richtlijnen van - een meerderheid in - het parlement te volgen.
Maar natuurlijk - in zo'n situatie zou de Vlaamse meerderheid ook wel eens één en ander kunnen beslissen (op zijn eentje). En het is vooral om dat te vermijden dat het parlement in België geen echt parlement mag zijn. Met een echt parlement zou het land niet lang meer overleven. Net zoals het land ook een scheut directe democratie niet lang zou overleven. En dus wordt er gesmeekt om een regering, die de democratie weer netjes opzij kan zetten en de Vlaamse verzuchtingen weer kan lamleggen. Laat ons toch nog maar even zonder blijven.
(deze bijdrage verschijnt in Doorbraak)
Volgens mij legt dit meer dan ooit de scheefgroei van onze parlementaire democratie bloot. In een parlementaire democratie kunnen alle wetten en reglementaire beslissingen door het parlement worden genomen, het is tenslotte de wetgevende macht. Maar ons parlement is zo sterk verworden tot een uitvoerende macht van de regering dat het niet meer in staat is zijn taak en bevoegdheden uit te oefenen. Nemen we bijvoorbeeld wetten het probleem van wetten die niet in werking treden omdat er geen koninklijk Besluit komt dat ze in werking stelt: dat is maar een probleem omdat het parlement de slechte gewoonte heeft wetten te stemmen die in een laatste artikel bepalen dat de koning (dus de regering) de datum van inwerkingtreding zal vastleggen. Maar in de meeste gevallen moet het parlement dan maar dat laatste artikel veranderen door een vaste datum en het probleem is opgelost. Moeten er nog regels voor uitvoering worden uitgevaardigd ? Het parlement is bevoegd die regels te maken, maar is dat alleen verleerd. En als men zou antwoorden dat het parlement daartoe niet de mensen en middelen heeft, dan vergeet men dat het parlement zijn eigen begroting kan bepalen en wijzigen door middel van een wet.
Het enige reële probleem rijst doordat het in ons grondwettelijke stelsel - om goede redenen - niet aan het parlement toekomt om individuele besluiten te nemen, zoals bv. benoemingen. En omdat de federale regering nog in lopende zaken zou zijn, zou dat dus niet kunnen. Maar men vergeet dat de reden waarom een regering vanaf de ontbinding van het parlement in beginsel geen echte beslissingen kan nemen het ontbreken van parlementaire controle is. Eenmaal het parlement terug is samengesteld valt die reden grotendeels weg. Dat het parlement verdorie de uittredende regering aan het werk zet en controleert. Nu hebben we parlementsleden die al 6 maanden betaald worden om nauwelijks iets te doen. Het http://www.blogger.com/img/gl.link.gifis een kans om eindelijk eens de machtsverhoudingen terug wat rechter te trekken. Laat het parlement zoals het hoort in een parlementaire democratie de krijtlijnen uittekenen van het beleid. Dan is het ook veel minder relevant welke regering we hebben. In Zwitserland is het al heel lang zo dat ministers in beginsel niet kunnen ontslagen worden tijdens de legislatuur waarvoor ze benoemd zijn en dat de regering bovendien zowat proportioneel uit alle partijen wordt samengesteld (inbegrepen sedert decennia de Zwitserse Volkspartij die door de ayatollahs van onze media intussen ook al tot extreem-rechts is bestempeld). Maar die ministers zijn wel verplicht om de richtlijnen van - een meerderheid in - het parlement te volgen.
Maar natuurlijk - in zo'n situatie zou de Vlaamse meerderheid ook wel eens één en ander kunnen beslissen (op zijn eentje). En het is vooral om dat te vermijden dat het parlement in België geen echt parlement mag zijn. Met een echt parlement zou het land niet lang meer overleven. Net zoals het land ook een scheut directe democratie niet lang zou overleven. En dus wordt er gesmeekt om een regering, die de democratie weer netjes opzij kan zetten en de Vlaamse verzuchtingen weer kan lamleggen. Laat ons toch nog maar even zonder blijven.
(deze bijdrage verschijnt in Doorbraak)
donderdag, november 29, 2007
Burgers vechten antidiscriminatiewetten aan bij het Grondwettelijk Hof
Vandaag werd namens meer dan 160 verzoekers een verzoekschrift gericht aan het Grondwettelijk Hof om de dit jaar aangepaste racisme- en discriminatiewetten te laten vernietigen.
De meer dan 160 verzoekers zijn mannen en vrouwen van alle leeftijden, uit alle Gewesten van België en uit alle lagen van de bevolking. Onder hen zijn zowel werklozen als bedrijfsleiders, zelfstandigen, bedienden, ambtenaren, advocaten, studenten en gepensioneerden. Veel verzoekers werken in de media of publiceren regelmatig teksten. Een van hun voornaamste bezorgdheden was de schending van de vrijheid van meningsuiting door de aangevochten wetten.
De drie wetten kwamen er nadat het toenmalige Arbitragehof op 6 oktober 2004 belangrijke onderdelen van de antidiscriminatiewet van 2003 vernietigd had. De regering besloot drie nieuwe wetten op te stellen: een wet die de oude racismewet uit 1981 moest vervangen, een nieuwe antidiscriminatiewet en een wet met betrekking tot de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De wetten werden van kracht op 9 juni 2007, één dag voor de verkiezingen van 10 juni 2007.
Deze nieuwe wetten bevatten zeer vage en ruime bepalingen. Onder andere de vrijheid van meningsuiting, maar ook de godsdienstvrijheid en de vrijheid van vereniging worden aan ernstige beperkingen onderworpen.
De discriminatieverboden en strafbepalingen zijn zo vaag dat volgens een strikte interpretatie van de wet, personen strafbaar zouden kunnen gesteld worden voor het voorlezen van bepaalde passages uit de Bijbel of de Koran, of zelfs voor het verspreiden van de werken van Darwin of Shakespeare. Ook kan iedereen die zijn medewerking verleent aan een 'groep die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt', gestraft worden, ook al wordt die medewerking onopzettelijk verleend.
In burgerlijke zaken wordt de bewijslast omgekeerd zodra er door middel van statistieken of praktijktests een vermoeden van discriminatie zou aangetoond worden. Mensen die dan niet kunnen bewijzen dat ze niet discrimineerden, kunnen veroordeeld worden tot betaling van forfaitaire schadevergoedingen (voor werkgevers bijvoorbeeld gaande tot zes maanden brutoloon), zelfs zonder dat er van schade sprake hoeft te zijn.
De volledige tekst van het verzoekschrift staat op de webstek van één van de verzoekers: http://lvb.net/media/Verzoekschrift-Grondwettelijk-Hof.pdf
Nadere inlichtingen kunnen verkregen worden bij de advocaten Matthias.storme@ks4v.be of Jelle.Flo@ks4v.be
De meer dan 160 verzoekers zijn mannen en vrouwen van alle leeftijden, uit alle Gewesten van België en uit alle lagen van de bevolking. Onder hen zijn zowel werklozen als bedrijfsleiders, zelfstandigen, bedienden, ambtenaren, advocaten, studenten en gepensioneerden. Veel verzoekers werken in de media of publiceren regelmatig teksten. Een van hun voornaamste bezorgdheden was de schending van de vrijheid van meningsuiting door de aangevochten wetten.
De drie wetten kwamen er nadat het toenmalige Arbitragehof op 6 oktober 2004 belangrijke onderdelen van de antidiscriminatiewet van 2003 vernietigd had. De regering besloot drie nieuwe wetten op te stellen: een wet die de oude racismewet uit 1981 moest vervangen, een nieuwe antidiscriminatiewet en een wet met betrekking tot de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De wetten werden van kracht op 9 juni 2007, één dag voor de verkiezingen van 10 juni 2007.
Deze nieuwe wetten bevatten zeer vage en ruime bepalingen. Onder andere de vrijheid van meningsuiting, maar ook de godsdienstvrijheid en de vrijheid van vereniging worden aan ernstige beperkingen onderworpen.
De discriminatieverboden en strafbepalingen zijn zo vaag dat volgens een strikte interpretatie van de wet, personen strafbaar zouden kunnen gesteld worden voor het voorlezen van bepaalde passages uit de Bijbel of de Koran, of zelfs voor het verspreiden van de werken van Darwin of Shakespeare. Ook kan iedereen die zijn medewerking verleent aan een 'groep die kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt', gestraft worden, ook al wordt die medewerking onopzettelijk verleend.
In burgerlijke zaken wordt de bewijslast omgekeerd zodra er door middel van statistieken of praktijktests een vermoeden van discriminatie zou aangetoond worden. Mensen die dan niet kunnen bewijzen dat ze niet discrimineerden, kunnen veroordeeld worden tot betaling van forfaitaire schadevergoedingen (voor werkgevers bijvoorbeeld gaande tot zes maanden brutoloon), zelfs zonder dat er van schade sprake hoeft te zijn.
De volledige tekst van het verzoekschrift staat op de webstek van één van de verzoekers: http://lvb.net/media/Verzoekschrift-Grondwettelijk-Hof.pdf
Nadere inlichtingen kunnen verkregen worden bij de advocaten Matthias.storme@ks4v.be of Jelle.Flo@ks4v.be
Abonneren op:
Posts (Atom)


